logo van The Lemontree
weather report

Music from the heart

De naam Weather Report was goed gekozen. Behalve keyboardspeler Joe Zawinul en saxofonist Wayne Shorter was de bezetting met een-en-twintig verschillende ritmesecties minstens net zo grillig als het weer.

Met het instrumentale ‘Birdland’ had Weather Report plotseling een hit. ‘Heavy Weather, het album met die hit erop, kwam daardoor op de eerste plek in de ‘US Jazz Album Chart’.

Weather Report ontving vijf keer achter elkaar de Award voor het beste album. Hun muziek werd omschreven als ‘fusion’, maar dat vond Joe Zawinul niks: “We don’t fuse nuthin’, we just play from the heart!”

Weather Report creëerde met hun afwijkende sound een heel eigen stroming binnen de jazz, maar kregen weinig navolging. Was de muziek misschien té complex, want iedereen soleerde tegelijkertijd? Lees hier het verhaal over een in meerdere opzichten grensverleggende band.




Weather Report begint in 1970, maar we moeten terug naar 1959 om het ontstaan in een helder daglicht te kunnen plaatsen. De uit Wenen afkomstige Oostenrijker, maar in Amerika belandde Joe Zawinul (1932-2007/accordeon, klarinet, viool, piano, keyboards) wordt in 1959 na enkele omzwervingen gevraagd voor The Birdland Dream Band, de bigband van trompettist Maynard Ferguson. In die band ontmoet hij een andere nieuweling, de net uit dienst komende Wayne Shorter (1933- /sopraan- en tenorsaxofoon). The Birdland Dream Band is de huisband van Morris Levy’s jazzclub in New York: ‘Birdland’. De club is genoemd naar saxofonist Charlie Parker, die als bijnaam ‘Bird’ had. Over bijnamen gesproken, die van Shorter was ‘Mr. Gone’.
Zawinul ging na die bigband spelen in de band van Cannonball Adderley, Shorter eerst naar Art Blakey’s Jazz Messengers, vervolgens naar de groep van Miles Davis. Davis, die bekend staat als iemand die op zoek is naar vernieuwingen, gooit eind 1968 het roer om en gaat op de elektrische toer. In de band vraagt hij dan Joe Zawinul. Even voor het beeld, in Davis’ groep spelen dan John McLaughlin (gitaar), Chick Corea (keyboards), Herbie Hancock (piano), Dave Holland (basgitaar) en Tony Williams (drums). Stuk voor stuk klasse-musici die allemaal hun eigen plek in de jazzwereld verdiend hebben of gaan verdienen. Met genoemd ensemble maakt Davis het album ‘In a Silent Way’ (1969); het album geldt als een van de eerste ‘jazz-rock’-albums. Het titelnummer is een compositie van Zawinul. Met een iets gewijzigde bezetting neemt Davis ‘Bitches Brew’ (1969) op. Dat album wordt nu gezien als een van de essentiële, ‘landmark’, albums in de jazz.
Je mag best stellen dat ‘Bitches Brew’ de voedingsbodem is voor Weather Report. Maar het plantje dat vervolgens groeide was heel eigen. Zawinul: "Away from all that eight bars shit and then you go to the bridge..."
Zowel Zawinul als Shorter maakten, naast de activiteiten met Davis, soloalbums. Zawinul het gelijknamige album ‘Zawinul’ (1971) , Shorter ‘Super Nova’ (1969). Als je die twee combineert komen we al aardig in de buurt van het eerste album van Weather Report. Op beide albums doet de Tsjechische bassist Miroslav Vitouš (1947- /contrabas) mee. Vitouš maakte in 1970 zijn eerste soloalbum: ‘Purple’. Op dat album spelen mee Zawinul, John McLaughlin (gitaar) en Billy Cobham (drums). Op ‘Purple’ komen we een compositie tegen van Shorter. Het was duidelijk, er hing iets in de lucht. Over het ontstaan van Weather Report gaan verschillende verhalen, Shorter en Vitouš zouden begonnen zijn, of Zawinul en Shorter. Heel veel maakt het niet uit toch? Vitouš zorgde in ieder geval voor de drummer; Alphonse Mouzon (1948-2016/drums). Mouzon had ervaring in bands van Roy Ayers en Gil Evans. Voor de nieuwe band werd gitarist McLaughlin gevraagd, maar die had meer zin in een eigen carrière. Wel nodig, vond men, was een percussiespeler. Dat bleek nog een lastige. Don Alias (1939-2006/percussie), de percussiespeler op Bitches Brew, werd gevraagd, maar tijdens de opnamen voor het eerste album ontstonden meningsverschillen over de aanpak. In zijn plek kwam Barbara Burton (1948- /percussie). Burton kwam uit een symfonieorkest en kon haar draai niet vinden. Als derde kwam (ook ex-Davis) Airto Moreira (1941- /drums, percussie). Moreira bleef en wordt op de hoes vermeld, de bijdragen, die er wel degelijk waren, van de andere twee niet.

Op 12 Mei 1971 verscheen het eerste album, simpelweg ‘Weather Report’ genoemd. Totaal acht tracks met composities van Shorter, Zawinul en Vitouš. In een apart hoekje op de achterkant van de hoes schrijft Clive Davis (de grote baas van Columbia Records): "There have always been two kinds of musicians-those who create and those who imitate. Weather Report creates. It is that rare thing in music, an original […] Together these gifted young musicians have created Weather Report, a soundtrack for the mind, the imagination, for opening up heads and hearts." Don DeMichael, de schrijver van de hoestekst gaat nog een stapje verder en begint met “Weather Report is not really magic, it just sounds that way.” Zawinul: “Our music is sort of a little fairy tale. We are trying to make music happen for the people. The music is a soundtrack for your imagination and head.“ Op de hoes verklaart Zawinul verder dat: “We always solo and we never solo.” Het is een van de meest geciteerde uitspraken rondom deze band.
‘Weather Report’, zowel album als band, sloegen in als een bom, zoiets had men nog niet eerder gehoord of gezien. Downbeat beschreef de muziek als “music beyond category”. In hetzelfde blad werd het album gekozen als “Jazz Album of the Year”. Swing Journal, een ander magazine, deelde de “Grand Prix Award” uit, een prijs in de vorm van een gouden plaat voor het beste album.

Na het eerste album volgde verschillende tournees door Amerika en Europa. Moreira kon niet mee en stelde als plaatsvervanger voor Dom Um Romão (1925-2005/drums, percussie). Drummer Mouzon had problemen met de muzikale richting die de band opging en verliet Weather Report. Zijn plek werd overgenomen door Eric Kamau Grávátt (1947- /drums, congas).

Met de nieuwe bezetting werden eind 1971 en begin 1972 opnames gemaakt voor een tweede album. ‘I Sing the Body Electric’(1972) is een half-om-half album: op kant A studio-opnames, op kant B een deel van een liveconcert, ‘standing room only’, op 13 januari 1927 in Shibuya Kokaido Hall in Tokyo. Weather Report is nog zoekende naar het geluid, zo worden voor de studio-opnames verschillende gasten gevraagd: Andrew White (Engelse hoorn), Hubert Laws jr. (dwarsfluit), Wilmer Wise (trompet), Ralph Towner (12-snarige gitaar) en voor de woordeloze vocalen: Yolande Bavan, Joshie Armstrong en Chapman Roberts. Zawinul heeft naast zijn akoestische- en elektrische toetsenborden een eerste synthesizer toegevoegd. De eerste stap op weg naar een grote invloed. Wat hoorbaar opvalt, in vergelijking met het eerste album, is dat er iets(je) meer georganiseerde structuur in de muziek zit, maar nog niet zodanig dat het overheerst. Dat Weather Report niet het geijkte geluid maakt is te lezen op de hoes: “We have been taught that music must follow a certain path: we must know where it begins, where it ends, what message it contains, we must clearly understand the definition of its melody, its rhythm, its meaning, its form. Weather Report teaches us to unlearn our ideas of musical differences and only concern ourselves with the essence of the music.” Dit citaat zegt precies waar het om gaat. Natuurlijk zit er een verhaal in de instrumentale muziek, maar dat moet je wel zelf maken.
Wat wij niet wisten in 1972 is dat de tracks van het live concert bewerkt waren, zeg maar ingekort én dat alleen in Japan het hele concert op een dubbel-lp was uitgebracht: ‘Live in Tokyo’ (1972). In eerste instantie was het - veel later - alleen via de importkanalen, dus duur, te koop. Inmddels is het opgenomen in de reguliere rij. Wat vooral opvalt aan de uitgave van het hele concert zijn de lange tracks; de kortste is ruim tien minuten, de langste ruim zesentwintig. Met uitzondering van ‘Orange Lady’ zijn worden alle tracks onder het kopje ‘medley’ gepresenteerd. Verschillende nummers of delen daarvan lopen naadloos in elkaar over. Dit zou Weather Report live blijven doen. ‘Live in Tokyo’ is het eerste live-album van de band en wordt nu gezien als het derde album van de groep.

Dat maakt het oude album nummer drie nummer vier: ‘Sweetnighter’ (1973). Het was mijn eerste kennismaking met Weather Report. Na het horen van ‘Boogiewoogie Waltz’, de openingstrack, was ik verkocht. In mijn toen nog groene oren had dit iets van The Doors (piano), Steely Dan ‘s ‘Can’t Buy a Thrill’ (percussie), Soft Machine (sopraansax) en dan toch iets heel eigens. In 1981 schreef Robert Christgau in zijn ‘Record Guide, Rock Albums of the Seventies’ dat “Boogiewoogie Waltz is fatally cute”. (citaat Wikipedia). Ook hij had dat dus ontdekt.
‘Sweetnighter’ is met de oren van nu een overgangsalbum, van de ‘oude’ Weather Report met een meer vrije aanpak naar de ‘nieuwe’ met een meer gestructureerde aanpak en een dosis soul en funk. Dat laatste ingrediënt leverde meteen een probleem op. Bassist van het eerste uur, Vitouš, hield van funk en wilde dat dolgraag spelen, maar hij kreeg het niet goed voor elkaar op zijn elektrisch versterkte contrabas. Daarom werd Andrew White (1942-2020/sax, Engelse hoorn, hobo, basgitaar) als extra bassist op elektrische basgitaar ingezet. White had als gastmusicus al meegedaan op ‘I Sing the Body Electric’ en was al bekend met de sound van de groep. Ook op dit album speelde hij overigens Engelse hoorn: ‘Will’ en ‘Adios’. Het bleek niet het enige ‘probleem’, ook Grávátt had moeite met de nieuwe richting. Voor maar liefst vier van de zes tracks, Boogiewoogie Waltz’, ‘125th Street Congress’, ‘Adios’ en ‘Non-stop Home’ werd daarom hulp ingeroepen van Herschel Dwellingham (?/drums). Zawinul omschreef Herschel’s drumpartij voor ‘125th Street Congress’ als de “first hip-hop beat”. Er was nog een nieuweling,: Muruga speelde percussie, Marokkaanse kleidrums, pauken, Israëlische potdrum en ’roller toy’. Muruga is Steven ‘Muruga Booker’ Bookvich (1942- /percussie, drums, uitvinder, priester). Grávátt had grote moeite met het inzetten van een andere drummer en verliet de band meteen na het opnemen van het album. Dat ondanks het feit dat Zawinul hem een van de beste jazzdrummers vond. Dwellingham was niet beschikbaar voor een tournee, daarom werd ex-Sly & the Family Stone drummer Greg Errico (1948- /drums, percussie) gevraagd. Hij speelde alleen op de ‘Sweetnighter Tour’.
‘Sweetnighter’ werd kritisch besproken, men wist eigenlijk niet goed wat men er mee aan moest. Was dit nog jazz, was het funk, rock, jazzrock? Er bleek geen hok voor Weather Report. Het bleek het laatste album met Vitouš. Over zijn vertrek is veel geschreven. Volgens Zawinul had Vitouš moeite met de muzikale richting, een feit dat bevestigd werd door Errico, volgens Vitouš was Zawinul een eerste klas manipulator die het heft in zijn solohanden wilde nemen en uit was op commercieel succes. De breuk was onontkoombaar. Vitouš speelt nog wel op een track, ‘American Tango’ op het komende album, ‘Mysterious Traveller’. Hij wordt vervangen door Alphonso Johnson (1951- /basgitaar, contrabas, Chapman Stick).

Van november 1973 tot maart 1974 wordt een nieuw album opgenomen dat uitgebracht wordt in maart (!) 1974: ‘Mysterious Traveller’. Misschien duidt de naam wel op de wisseling die opnieuw plaatsvond: Ismaël WIlburn (?/drums) én Skip Hadden (?/drums) nu achter de ‘kit’. ‘Mysterious Traveller’ is anno nu het album met hét ‘signatuurgeluid’ van Weather Report: elektrisch, eclectisch, funky, jazzy met een dosis ‘wereldmuziek’, veel solo’s die tegelijkertijd plaatsvinden maar vooral het geluid van zowel elektrische bas als elektrische keyboards én de synthesizers van Zawinul. Niet alleen Tangerine Dream en Klaus Schulze, om er maar eens twee te noemen, volgde de ontwikkeling van synthesizers op de voet, dat deed Joe Zawinul ook. Hij had een visie, of moet ik zeggen ‘orie’. Hij hoorde een geluid dat nog niet bestond, maar met behulp van synthesizers kon hij dat geluid steeds beter hoorbaar maken. De eerste generatie synthesizers was onbetrouwbaar qua stemming bij veranderde temperatuur en monofoon (een toets tegelijk), de nieuwe generatie was veel stabieler en al vaker polyfoon (meer toetsen tegelijk). De elektrische piano’s waren doorontwikkeld en ook veel betrouwbaarder. Samen met de funky bas van Johnson kon Zawinul nu het geluid produceren dat hij in zijn hoofd had. Shorter lijkt hierin een ondergeschikte rol te hebben, maar vergis je niet, hij had wel degelijke een essentiële stem in het groepsgeluid, of, zoals Zawinul het altijd verwoordde: “No Wayne, no Weather Report”.
Meteen al bij het eerste nummer, ‘Nubian Sundance’ is de nieuwe sound van Weather Report te horen. Inderdaad het geluid zoals wij de band kennen én het geluid dat we de komende jaren nog zouden gaan horen. Dit is Weather Report ten voeten uit.
Op ‘Mysterious Traveller’ werken een aantal gasten mee, zangers/essen: Edna Wright, Marti McCall, Jessica Smith, James Gilstrad en Billie Barnum. Zij doen allemaal mee op ‘Nubian Sundance’, de openingstrack. Andere gasten zijn James Adderlely (zang op American Tango), Vitouš (bas op American Tango), Ray Barretto (percussie op Cucumber Slumber), Steve Little (pauken op Scarlet Woman) en Isacoff (tabla, vingercymbaal op Jungle Book). ‘Scarlet Woman’ is het eerste nummer van het trio Zawinul, Shorter en Johnson. Het zou nog lang gespeeld blijven worden.
Het album kreeg alom lovende kritieken, het kwam zelfs tot een tweede plek in Billboards ‘Jazz Charts’, 31e in de R&B Charts en 46e in de Billboard200 Chart. Het was niet alleen “I like it, what are they doing?”, maar vooral: “How are they doing it?” Buiten Amerika kwam het album terecht op een 57e plek in de Canadese RPM Top100 en 97e in de Australische ‘Kent Music Report’. ‘Mysterious Traveller’ wordt door de lezers van Downbeat magazine gekozen tot album van het jaar. Je zou kunnen stellen dat de zon was gaan schijnen voor Weather Report.
Tijdens de opvolgende tournee wist Wilburn niet goed meer wat hij aan moest met de band waarin hij speelde en vertrok om te worden vervangen door Darryl Brown (?/drums). Na de tournee stapte de hele ritmesectie op, inclusief Dom Um Romão…

‘Tale Spinnin’’ (1975) is het vijfde studioalbum van de Weather Report. De, alweer, nieuwe ritmesectie is dit keer niet heel groot: Ndugu, Leon ‘Ndugu’ Chancler (1852-2018)/drums, percussie) en Alyrio Lima (?/percussie). Het vragen van Ndugu was een ad-hoc beslissing, want in praktijk bleek de nieuwe drummer, Chuck Bazemore, niet aan de verwachtingen te voldoen. Zawinul had Ndugu horen drummen in Santana en vroeg hem voor dit album. Na de opnames vroeg hij hem of hij wilde blijven, maar Ndugu verkoos de kruk bij Santana. Het ‘drummersprobleem’ werd door Johnson als volgt uitgelegd: “The would-be drummer were all too often in awe and absolutely intimidated by the idea of playing with musical giants at the calibre and fame of Zawinul and Shorter.”
Weather Report is met de nieuwe aanwinsten weer een kwintet en voor ‘Tale Spinnin’’ geldt: geen gasten op de lijst. Op ‘Tale Spinnin’’ wordt het gedeelte ‘wereldmuziek’ gehaald uit de Maagdeneilanden, Portugal, Ethiopië, het Midden Oosten, Noord Afrika, New Orleans (Mardi Gras) en Oostenrijk, maar ook gewoon uit New York.
‘The Man in the Green Shirt’ bestond echt. Zawinul was op de Virgin Islands en kwam terecht in een plaatselijk feest. Dé St. Thomas Steel Band speelde er en een stokoude man met gitzwarte ogen in een lang, groen shirt danste in zijn eigen stijl, helemaal in zichzelf gekeerd. Het is een turbulent nummer, met vele wisselingen in maten. ‘Badia’ is genoemd naar een danseres. Het is een rustig, sfeervol nummer, met veel ruimte. Later zou dit live gekoppeld worden aan de snelle stoomtrein van de ‘Boogie Woogie Waltz’. ‘Tale Spinnin’ is een meer dan uitstekend album, maar valt een beetje weg bij het succes van het vorige én het volgende album. Jammer, want het verhaal van dit album verdient het vertelt te worden.

Omdat Ndugu terugkeerde naar Santana was de drumstoel wederom vacant. Dit maal vroeg Johnson een vriend van hem: Chester Thompson (1948- /drums). Thompson had ruime ervaring in de band van Zappa, nog zo’n muzikant die het uiterste van zijn bandleden vroeg. Thompson was daardoor wellicht minder geïntimideerd door Zawinul en Shorter?
In december 1975 ging de band met de nieuwe samenstelling de studio in voor het zevende album. Zawinul had zijn assortiment synthesizers flink uitgebreid en zelfs Shorter ging overstag en probeerde een blaassynthesizer, de Lyricon. Maar de ‘banvloek’ die over de ritmesectie heerste deed zich opnieuw gelden. Johnson gaf aan dat hij meer rust wilde in het getrommel achter hem en kondigde aan de groep te willen verlaten om met George Duke, Billy Cobham en John Scofield te gaan spelen. Zijn vervanger werd Jaco Pastorius (1951-1987/elektrische bas, drums, percussie). Pastorius had al menigmaal contact gezocht met Zawinul met het verzoek om in Weather Report te kunnen spelen. Als argument gaf hij aan dat “hij de beste bassist ter wereld was”. Nu Johnson had aangekondigd op te stappen gaf Zawinul hem een kans en viel bijna van zijn keyboardkruk van verbazing. Pastorius wás goed, héél goed. Enter Pastorius. Omdat Johnson bevriend was met Thompson namen Zawinul en Shorter aan dat die ook op zou gaan stappen en vroegen op advies van Pastorius Narada Michael Walden (1952- /drums). Thompson ging inderdaad, omdat hij Pastorius’ basspel te druk vond. Hij vertrok naar Genesis. Maar omdat Walden niet klikte met de rest werd Thompson voor de opnames teruggevraagd. Lima speelt mee, één track, maar vertrekt ook. Hij werd eerst vervangen door Don Alias, bekend van het eerste album, maar die al snel weer door de Peruviaan Alex Neciosup Acuña (1944- /drums, percussie).
‘Black Market’ (1976) is daardoor een album met twee drummers, twee bassisten en twee percussionisten. Van de zeven tracks speelt Walden er twee, Thompson vijf, Pastorius twee, Johnson vijf, Elias twee en Acuña drie. Ondanks dat alles is Black Market een heel coherent album, jazzy met vooral Afrikaanse invloeden. Pastorius is goed, maar zijn sound op dit album nog niet volledig ontwikkeld. Johnson, sowieso een reus van een bassist, doet weinig voor hem onder. Net als Pastorius’ ‘Barbary Coast’, levert hij een compositie aan: ‘Herandnu’. De andere tracks zijn of van Shorter of van Zawinul. Die laatste tekent voor ‘Cannon Ball’, een ode aan zijn oude vriend, leermeester en jazzgigant, de onlangs overleden Julian ‘Cannonball’ Adderly.
'Black Market’ kreeg veel sterren van de heren (vooral) critici en werd in Downbeat Magazine gekozen tot “Album of the Year”.
De tournee na het album leverde opnieuw wat verschuivingen op; Acuña verhuisde naar het drumstel en op zijn plek komt een musicus uit Puerto Rico: Manolo Badrena (1952- /percussie, drums). In deze opstelling tourde de groep door Europa en stond op het fameuze Montreux Jazz Festival. Het optreden werd gefilmd en elf jaar later, in 2007, op DVD uitgebracht: ‘Live at Montreux, 1976’.

Het is in de lijn van dit verhaal bijna niet te geloven, maar bij het nieuwe album, ‘Heavy Weather’ (1977) zijn er geen wisselingen in de bezetting te bespeuren: Zawinul, Shorter, Pastorius, Acuña en Badrena. Dit vijftal maakt Weather Report’s meest succesvolle album ooit. Waarschijnlijk heeft de onverwachte hit van de openingstrack, ‘Birdland’, daar flink aan bijgedragen. Het nummer is een ode aan de bekende jazzclub in New York die bestond van 1949 tot 1965. Zawinul hoorde er de Groten der Jazz, Louis Armstrong, Duke Ellington, Count Basie, Miles Davis en stond er ooit zelf op de planken. Het was ook de plek waar hij zijn vrouw ontmoette. Zawinul: "The old Birdland was the most important place in my life. The song was also named in honor of the man after whom the club was named, Charlie Parker, the 'Bird' himself". Niet alleen Weather Report had een hit met dit nummer, ook The Manhattan Transfer (met tekst van Jon Hendricks) en Quincy Jones hadden er een. Dat maakte ‘Birdland’ tot een echte jazzklassieker. Het nummer werd dan ook opgenomen in “The Hall of Fame” (2010).
Het album met de hit kwam op de eerste plaats in de ‘U.S. Jazz Album Charts’ ‘Heavy Weather’ kwam één jaar later dan ‘Birdland’ terecht in ‘The Hall of Fame” (2011). Eerder al was het ‘Album of the Year’ geworden (Down Beat).
Opvallend in de muziek is het grotere aandeel ‘gecomponeerd’, een nummer als ‘Birdland’ heeft een vrij strak stramien. Met compositie als basis én het virtuoze en nu meer op de voorgrond hoorbare basspel van Pastorius, maken di elementen de muziek nog meer bijzonder dan ze al was. Rond 1977 was jazzrock een beetje op zijn retour, maar dit album met een behoorlijke dosis rock, was toch even wat anders. En meer nog dan eerder: door de ‘groove’ kon je bij deze muziek nauwelijks stil blijven zitten.Bedenk daarbij dat rond deze periode Punk heerste en het muzikale landschap behoorlijk aan het verschuiven was. Een album als ‘Heavy Weather’ is dan wel het andere uiterste.

Net als de trein lekker loopt gaat het weer mis in de ritmesectie. Acuña ambieert een iets rustigere carrière als studiomuzikant, Badrena wordt ontslagen om “non musical reasons” (lees: druggebruik). Zowel Zawinul, Shorter als Pastorius waren bezig met solo-albums, maar het contract vroeg om een groepsalbum.

In mei 1987 zat het overgebleven drietal in de studio. Op de drumkruk zaten achtereenvolgens Steve Gadd (1945- /drums), Tony Williams (1945-1997/drums) en op verzoek van Pastorius: Peter Erskine (1954- /drums). Die laatste had eerder gespeeld in twee bigbands, die van Stan Kenton en van Maynard Ferguson. Dat hij in Weather Report opdook viel op, Zawinul’s commentaar daarop was simpel: “Weather Report is a bigband and we are a small group too…”.
Op ‘Mr Gone’ (1978) kwamen uiteindelijk acht tracks. Genoemde drummers spelen allemaal op twee tracks, op de resterende twee speelt Pastorius drums. Voor het eerst sinds het eerste album is er geen percussiespeler in de groep. Die ‘taak’ werd overgenomen door Erskine, Pastorius en Zawinul. Er is opnieuw ruimte voor enkele, woordenloze, zangpartijen van Jon Lucien, Deniece Williams en Maurice White (Earth, wind & Fire). Badrena blijkt alsnog op één track mee te doen… als vocalist. “Mr. Gone’, de bijnaam van Shorter, kwam uit op een sublabel van Columbia Records: ARC. Het album bleek succesvol: nummer één in de Billboard Jazz Album Charts en nummer één in High Fidelity’s Critic’s Choice. Er werd echter ook geschreven dat het album uitgekiende composities bevatte die alleen gecomponeerd waren met het oog op radio-uitzendingen. Maar ook dat het geluid veel te veel richting rock ging. Schokkend was de ene ster die werd uitgedeeld in Down Beat Magazine. Het leverde nogal wat kwade brieven op. Zawinul was met name over dit kwartet het meest te spreken: "One of the greatest bands of all time! That band was a hummer!" (citaat: Wikipedia). In een zelf aangevraagd interview voor het blad reageerden een woedende Zawinul en Pastorius zich af. Shorter, Boeddhist, sierde het gesprek met filosofische beschouwingen. Erskine was vooral zwijgzaam. Achteraf vertelde Zawinul dat ‘Mr. Gone’ niet zijn favoriete album was: “It’s a different kind of album. I wouldn’t compare it to the others. It was a novelty kind of thing, an exercise in discovering sounds. And it was fun to do. It’s not my favorite, but so what? I still like it for what it was.” Misschien had de criticus die schreef dat de composities teveel gecomponeerd waren richting radio-uitzending daarmee toch wel een beetje gelijk? Hoe deze band echt klonk bleek pas bij het volgende album, een live-album.

Ondanks dat en die ene ster was Weather Report inmiddels een band van naam en faam. De zalen waarin ze optraden werden groter en groter en dat eiste een andere aanpak. Er moest een lichtshow komen, projecties, spektakel. Weather Report ging daarmee steeds meer richting de aanpak van een flinke rockband, dan van een jazzgroep. In jazzkringen was dit tot nu toe ongekend, maar het maakte meer dan duidelijk hoe het met de populariteit van de groep stond. In die zin had de critcus hierboven dat element wel goed gezien.

Om de dynamiek van deze groep vast te leggen, het echte plezier, de virtuositeit van samen- en solospel moest je ze live zien. Niet iedereen kon dat, daarom werd besloten dat het volgende album een live-album moest zijn. ‘8:30’ (1979). De naam slaat op de algemene aanvangstijd van Weather Report’s concerten in Amerika. Vreemd genoeg is de oude dubbel-lp niet helemaal gevuld met live-werk. Achteraf bleek dat een technicus per ongeluk een band gewist had, waardoor de groep noodgedwongen de studio in moest om een vierde kant te vullen. De live-opnamen zijn afkomstig van de wereldtournee die plaatsvond in januari en februari 1979. Bij de liveset horen we het kwartet, in de studio duikt toch weer een percussiespeler op: Erich Zawinul, inderdaad, de zoon van. In ‘The Orphan’ horen we enkele leden van het ‘west Los Angeles Christian Academy Children’s Choir’. “I love this record. I think at that point we had reached the heigt… that live tour… every night was an event”, aldus Zawinul. Het verslag van het enthousiasme, het album, werd beloond met een derde plek in de Billboard jazz Album lijst en een 47e in de Billboard200 Chart. ‘8:30’ kreeg dat jaar de Grammy Award voor “Best Jazz Fusion Performance”.
Op het album komen we ‘klassiekers’ tegen als de ‘Boogie Woogie Waltz, maar dan gekoppeld aan Badia en in een monsterlijk hoog tempo. Naast onder anderen ‘Black Market’, ‘Scarlet Woman’, ‘Birdland’ laat Weather Report hun versie van het van Miles Davis bekende nummer ‘In a Silent Way’ horen. Wat mij indertijd met open oren liet zitten was Pastorius’ basgitaarsolo ‘Slang’. Wat daarin allemaal gebeurde… voor mij stond de man daardoor rechts naast Jimi Hendrix. Na drie kanten hield het voor mij echter op, de ongewilde bonus, de studiotracks op kant vier, konden me minder boeien. in oktober 1980 kon ik met eigen ogen zien en met eigen oren horen wat Weather Report live betekende. De groep trad op in de Amsterdamse Jaap Edenhal en ik zat ongeveer vooraan op de stoel. Ongelooflijk wat daar gebeurde. Eigenlijk teveel om in een concert te bevatten. Het is voor mij een van de beste concerten ooit. Dat zegt genoeg. Op het podium stond, sprong, een nieuw, vijfde lid, percussionist Robert Thomas Jr. (1956- /percussie).

Een maand later, november 1980, verscheen het nieuwe album van Weather Report: ‘Night Passage’ (1980). ‘Night Passage’ is een soort van live-abum, opgenomen in The Complex Studio voor een select publiek van 250 mensen, maar vervolgens bewerkt met overdubs. Dat geldt ook voor ‘Madagascar’, het enige nummer dat ‘on tour’ is opgenomen en wel in Osaka, Japan. Vergeleken met ‘8:30’ is het geluid van ‘Night Passage’ veel cleaner en pakt je daardoor minder dan het ‘echte’ livealbum. Prima tracks overigens, eigenlijk een beetje terug naar de tijd voor Pastorius, meer ruimte voor soli en vooral meer ruimte voor Shorter. Die was de laatste tijd wat in verdrukking gekomen door het muzikale geweld van Zawinul enerzijds en Pastorius anderzijds. Dat was op enig moment zelfs zo erg dat Shorter overwoog de groep te verlaten. Dat hij nu meer ruimte kreeg was heel bewust, “No Wayne, no Weather Report” immers, maar het betekende wel meer jazz dan rock. Pers en publiek waren en bleven – gelukkig – enthousiast en het album werd genomineerd voor een Grammy, maar won die niet.

Begin 1982 kwam, later dan verwacht, het laatste album in de huidige bezetting uit, verwarrend getiteld ‘Weather Report’, net als het eerste album. Iedereen vroeg zich af waarom dat was, was de cirkel daarmee rond, hield het hier op? De voorzijde van de hoes was weinig inspirerend en eerlijk gezegd gold dat ook wel iets voor de muziek. Het klonk allemaal vertrouwd en goed, maar toch, er knaagde iets. Blijkbaar had ik dat goed aangevoeld, want op de – voor mij onbekende achtergrond – speelde van alles. Pastorius had het geestelijk moeilijk, was minder stabiel en had gevoelsmatig steeds meer moeite met de arrangementen van Zawinul die, soms noodgedwongen, met zijn keyboards dubbelde op het basspel. Zawinul kroop meer en meer richting ‘bigbandsound’, maar dan wel in zijn eentje. Zawinul aan de andere kant kreeg meer en meer genoeg van de clowneske uitingen van Pastorius op het podium. Pastorius had zijn energie vooral ingezet voor zijn tweede soloalbum, ‘Word of Mouth’, een album dat een stuk vrijer was dan wat er nu in Weather Report gebeurde. Met het album zetten hij een eigen band op: Word of Mouth Bigband. De concertenreeks van die groep viel samen met die van Weather Report. Het kon dus niet anders, Pastorius verliet die groep. Weather Report moest op zoek naar een nieuwe bassist, maar ook naar een nieuwe drummer, want Erskine besloot mee te gaan met Pastorius. Dan meteen ook schoon schip maken dachten Zawinul en Shorter blijkbaar, want Thomas Jr. werd ‘gewoon’ ontslagen. Met een geplande tournee in het vooruitzicht was de druk groot om nieuwe mensen te vinden. De eerste nieuweling in de band was drummer Omar Hakim (1959- /drums). Hakim had ruime ervaring in vooral popmuziek en had gespeeld met Carly Simon en David Bowie. Hakim kreeg de taak ‘aan te vullen’. Hij koos bassist Marcus Miller, maar die had andere verplichtingen of had geen zin. Bassist werd daarom Victor Bailey (1960-2016/basgitaar). Hakim had met Bailey gespeeld in de band van Miriam Makeba. Via weer een andere band, Labelle, kende hij percussionist José Rossy (1956- /percussie). Kwintet compleet! Met deze bezetting maakte Weather Report ‘Procession’ (1983). De typische hoes beloofde veel, maar maakte het niet helemaal waar. Bailey was net als elke andere bassist, schatplichtig aan het geluid van Pastorius, die daarmee een nieuwe standaard gezet had. Deze Weather Report klonk heel erg doordacht, met vooral veel aandacht voor de keyboards én, voor het eerst sinds lange tijd, weer vocalen. The Manhatten Transfer zong in ‘Where the Moon Goes’. Natuurlijk is het geen slecht album, dat kan bij zo’n bezetting niet, maar de hoogte die de band gehad had werd hier niet bereikt. Steve Futterman beschreef het album als: “Competently crafted but too similar to Weather Report's previous albums to be of any interest.” (citaat: Wikipedia).

Helaas gold/geldt dat ook voor ‘Domino Theory’ (1984). Het was niet zo’n succesvol album, het bleek in het cd-tijdperk zelfs nog een zoektocht om het album op cd te vinden. Anno 2020 is dat nog steeds een album wat een beetje buiten de catalogus lijkt te vallen. De band is, wonderlijk genoeg, dezelfde als op ‘Procession’, maar de vooruitgang staat natuurlijk niet stil. Zawinul blijkt nog steeds gek van elektronica. Dus horen we hier drummachines, samples en nog meer keyboards. Nog opmerkelijker is ‘Can It Be Done’; daarin wordt ‘gewoon’ gezongen! Geen woordenloze teksten, zoals we al kennen, maar een heuse songtekst van ene Willie Tee en gezongen door Carl Anderson (1945-2004/zanger, acteur). Die laatste ken je wellicht van zijn rol als Judas in de rockopera Jesus Christ Superstar. Ergens had ik het gevoel dat er hier ook verraad in het muzikale spel van Weather Report was, dit was toch niet de band die ik zo waardeerde, maar meer een ‘salonfähig’ orkest?
Halverwege 1984 stapte Rossy op. Hij werd vervangen door Mino Cinélu (1956- /percussie). Dat was voor mij een grote verrassing, want diezelfde Cinélu was ik al eens tegengekomen op ‘Gazeuse!’ (1976), een album van… Gong (!).

Met Fransman Cinélu maakt Weather Report ‘Sportin’ Life’. Het is een album waarmee de lijn van het vorige wordt doorgetrokken: veel gecomponeerd, veel vocalen, als is het niet allemaal uitgeschreven tekst. We horen Bobby MCFerrin, Carl Anderson, Dee Bellson en Alfie Silas. Cinélu componeert maar meteen de track ‘Confians’ en zingt speelt daarop zelf alles: akoestische gitaar(!) en basgitaar. Hakim en Bailey zorgen voor achtergrondzang. Als je dit nummer buiten de context zou horen heb je totaal niet het idee dat dit van Weather Report is. Nog iets dat buiten het stramien: de bewerking van Marvin Gaye’s ‘What’s Going On’. Ik vroeg me af waarmee Zawinul/Shorter bezig waren. Dit was het niet en laat die song maar lekker over een Gaye zelf.

Bestond de groep eigenlijk nog wel? Hakim vonden we terug in de band van Sting en Bailey speelde plotseling in Steps Ahead. Platenmaatschappij Columbia zorgde uiteindelijk voor het laatste zetje. Het contract liep bijna af, er moest nog één album gemaakt worden en hoe wilde men verder gaan? Het vroeg om bezinning van Zawinul en Shorter en die kwamen tot de conclusie dat Weather Report geen Weather Report meer was. Als je er middenin zit is dat natuurlijk lastiger te concluderen dan van een afstand. Mij verbaasde het totaal niet, die conclusie had ik helaas al getrokken.

‘This is This’ (1986) is het afscheidsalbum. Op de hoes schudden Zawinul en Shorter elkaar de hand, “bedankt vriend en wie weet tot ziens”. Het laatste album is bijna een verzamelalbum met een allegaartje aan muzikanten. Bailey wordt teruggevraagd voor baspartijen, Hakim is te druk met Sting en kan slechts op één track meedoen, Peter Erskine, of all drummers, speelt de andere drumpartijen. Cinélu doet percussie. Er wordt wederom gezongen en wel door Marva Barnes, Colleen Coil, Soedah Garrett en Darryl Phinnessee. Verrassend is de aanwezig van een elektrische gitaar op twee tracks. Die wordt bespeeld door niemand minder dan Carlos Santana. Nog een verrassing, er zijn geen composities van Shorter, die had het blijkbaar al gezien; hij speelt slechts nog saxofoon op een handjevol tracks. Een verstandig man, die Shorter. ‘Je kunt beter stoppen op het hoogtepunt’ leerden we altijd en ‘This is This’ is dat zeker niet. Misschien kun je zelfs wel spreken van een dieptepunt in de reeks van Weather Report albums. Met Shorters vertrek kwam Weather Report tot een definitief eind.

Zawinul ging even verder onder de naam Weather Update, om die na korte tijd te vervangen door Zawinul Syndicate. Dit syndicaat zou je kunnen zien als een vervolg op Weather Report. Niet meteen qua klank, maar wel met de mix van jazz, rock en muziek uit alle windrichtingen. Shorter keerde terug naar zijn jazz-roots en werd leider van diverse bands onder zijn naam.

In 2002 werden de fans van de ‘oude’ Weather Report blij van de dubbel-cd ‘Live and Unreleased’. Op de twee cd’s horen een doorsnede van muziek uit diverse groepen van 1975 tot 1983, maar wel allemaal live. Het album benadert ‘8:30’ behoorlijk en laat horen hoe goed de diverse bands op hun hoogtijdagen waren. Niet heel verrassend zijn de meeste tracks met het kwartet/kwintet van Zawinul, Shorter, Pastorius, Erskine en Thomas Jr.. Van de achttien tracks zijn er drie met daarin Bailey, Hakim en Rossy en vijf uit de periode kort voor Pastorius, met Alphonso Johnson dus.

Een tweede verzamelaar kwam in 2006: ‘Forecast Tomorrow’. Dit keer drie cd’s en één DVD in een kloeke longbox, voorzien van boekje met foto’s en uitgebreide tekst. Het muziekverhaal wordt chronologisch neergezet en begint nog vóór Weather Report met stukken van Miles Davis, Wayne Shorter en Cannonball Adderley. De gekozen selectie, allemaal bekend werk, loopt van ‘Weather Report’, het eerste album tot en met ‘Sportin’ Life’ en heeft als bonus ‘125th Street Congress’ in de DJ Logic Remix. Leuk, maar niet essentieel. Wel essentieel zijn de beelden op de DVD van het concert in Offenbach am Main op 29 september 1978 voor het Duitse programma Rockpalast. De groep mét Erskine en Pastorius. Het is een beetje als ‘8:30’, maar dan met beelden. Nog veel later (2011) zou datzelfde concert door MIG nogmaals, maar separaat, uitgebracht worden. Eerst op DVD en cd’s, vervolgens gecombineerd. Datzelfde MIG tekende ook voor ‘Live in Berlin, 1975 (2010), een concert opgenomen tijdens de Jazztage in Berlijn. In de set cd én DVD met nu de Weather Report met Johnson, Thompson en Acuña. Een waardevolle toevoeging. De derde release van MIG is: ‘Live in Cologne, 1983’ (2011). Wederom een Rockpalast aangelegenheid én de groep met Bailey, Hakim en Rossy. Dan merk je pas hoe goed die groep is, dat is altijd wat onderbelicht gebleven. Een mooi trio dus. Dit keer geen beeld, wel geluid.

CBS/Columbia/Sony presenteerde in 2015: ‘The Legendary Live Tapes: 1078-1981’. Vier cd’s in een oversized verpakking en een boekje met aardige foto’s en een essay van Peter Erskine hemzelf. Het is de groep met Erskine en Pastorius, soms aangevuld met Thomas Jr. Hoe goed die andere Weather Reports ook zijn ,dit is toch de band die je het liefst hoort en je bijblijft, Het was niet voor niets Zawinul’s favoriete samenstelling.
Diezelfde groep staat ook weer op dubbel-cd voor het misschien niet heel officiële album ‘Weather Report Tokyo 1978’ (2019). De groep met Hakim, Bailey, Cinélu of Rossy horen we op ’Live in London’ (2020). Die laatste met inleiding van Tony Zawinul. Die naam klinkt als iets vertrouwder.

Terugkijkend mag je gerust stellen dat Weather Report het geesteskind was van het duo Joe Zawinul en Wayne Shorter. Hun visie bracht prachtige muziek voort. De mix van jazz, rock en de (volks-)muziek uit alle werelddelen leverde een warme, exotische melting pot op. Je kon er naar luisteren en erop dansen, al dan niet in een groen shirt. Tegelijkertijd was Weather Report het platform voor menig bassist, drummer en percussiespeler. Als je naar de lijst alumni kijkt moet je concluderen dat op enig moment dat vaak de beste musici waren die men kon vinden. Weather Report is daardoor een iconische groep, een groep echter, die, zoals Zawinul omschreef, muziek maakte “from the heart”. Daar kun je weinig tegenin brengen toch?