logo van The Lemontree
univers zero

Ons bewustzijn van het obscure

omschrijving afbeelding

“Als Igor Stravinsky een rockband gehad zou hebben is het deze wel.” Die rockband is de Belgische groep Univers Zero. Maar eigenlijk is dat geen rockband, maar een elektrisch kamerorkest of dat toch ook weer niet?

Fagot, hobo, spinet, viool, cello en harmonium zijn enkele instrumenten die je bij Univers Zero zou kunnen horen en dan hebben we het maar niet over de Mellotron.

Univers Zero’s tweede album, Hérésie, wordt gezien als het donkerste, zwaarste album in de rockmuziekhistorie. Het is inderdaad niet bepaald een meezinger en met thema's als de pest en een seriemoordenaar inderdaad niet heel vrolijk ook.

L’Histoire de Univers Zero is er vooral een van Daniel Denis, drummer met een missie. Lees het verhaal van Univers Zero, een groep in de muzikale oppositie.




Of elektrische kamermuziek begon met Frank Zappa’s Uncle Meat (1969) is niet zo stellig te zeggen, maar wel dat dat album een enorme impact had op bands die verder keken dan de vierkwartsmaat. Het album had zeker zijn invloed op de Engelse band Henry Cow (elders op de LemonTree) en die weer op de Belgische groep Univers Zero.
Univers Zero begon daar waar Arkham ophield. Arkham is zo’n typische, vergeten groep die kort bestaan heeft en in kleine kring een legende geworden is. Arkham bestond uit Jean-Luc Manderlier (?/keyboards) en Daniel Denis (?/drums). Beïnvloed door groepen als Soft Machine en Caravan wilden zij ook een zo’n stijl muziek maken. Met de komst van Claude ‘Piccolo’ Berkovitch (?/basgitaar) leek de groep zelfs al een beetje op het oude Soft Machine-trio (Ratledge, Hopper, Wyatt). Arkham’s presentatie was in 1970 bij een talentenjacht tijdens het ‘Guitare d’Or Festival’ in Ciney. Ze wonnen de eerste prijs, maar niet veel later stapte Berkovitch op wegens muzikale meningsverschillen. Een bekende van Denis, Patrick Cogneaux (?/basgitaar), werd zijn opvolger. Het geluid van Arkham lijkt inderdaad enorm op dat van de oude Soft Machine of Caravan, zo je wil. In juni 1971 deed Arkham mee met een muzikaal spektakel onder leiding van Henri Pousseur in Luik: ‘Midi-Minuit’. Arkham had diverse tournees in eigen- en ons land en stond op het fameuze Bilzen-festival. Tijdens het eerste optreden van de Franse band Magma in België stond Arkham in het voorprogramma. Helaas verliet Cogneaux de groep, maar werd die niet meer vervangen. Manderlier en Denis kozen voor ‘gasten’ waaronder Magma’s trompettist Claude Deron op elektrische trompet en de Franse gitarist François Arnaudeau. Met deze twee mensen verschoof de muziek richting de jazzrockband Nucleus (elders op de LemonTree), maar na enkele concerten was het bekeken met Arkham. Magma’s chef/drummer Christian Vander was bezig met een nieuwe samenstelling van Magma vroeg of Denis en Manderlier in zijn band wilde komen spelen. Denis deed mee met een aantal concerten, maar Magma bleek niet zijn stiel. Manderlier bleef enige tijd en speelde mee op het album ‘Mekanik Destructiw Kommandöh’ (elders op de LemonTree).
Arkham maakte nooit een album, maar uit diverse tapes en concertregistraties is in 2002 het album ‘Arkham’ samengesteld. Klinkt als een album van de eerder genoemde Engelse voorbeeldbands. Eén ding maakt het in ieder geval duidelijk, Arkham heeft kwaliteit in huis.

Terug in België pakt Denis Arkham opnieuw op, er zijn nog wat verplichtingen her en der. Deron pakt de trompet weer op, maar Denis vindt dat het anders moet, een nieuwe weg op, meer jazzrock of rockjazz. Mensen komen en gaan, maar echt lukken wil het niet zo, de een speelt teveel jazz, de ander rockt teveel. Dan vragen ze heren van de groep Lyze of die niet eens willen komen meespelen. Lyze gebruikte hetzelfde oefenlokaal als Arkham, vandaar. Roger Trigaux (1951-2021/gitaar) en Guy Segers (?/basgitaar) komen, zien en spelen. De muziek klinkt meer als de elektrische fase van Miles Davis of het Mahavishnu Orchestra. Een nieuwe naam voor de groep is er ook: Necronomicon, dit naar een boek van de dan veel gelezen en geprezen H.P. Lovecraft.

Necronomicon doet slechts een handvol optredens, maar een doorslaand succes is het niet te noemen. Andere musici die (soms) in de groep zitten zijn Guy Denis (?/percussie/geen familie), Vincent Mottoulle (?/orgel) en Patrick Hanappier (?/viool). Halverwege 1973 valt de groep uit elkaar en wordt Denis gevraagd als drummer voor onze eigen band Supersister. Die groep is dan net gehalveerd en op zoek naar een drummer en blazer. Denis doet een paar optredens, neemt Deron mee, maar een trompet in Supersister werkt niet echt. De samenwerking verloopt prettig, maar aan beide kanten wordt getwijfeld. Uiteindelijk kiezen Denis en Deron ervoor in België iets te beginnen. Grappig is dan wel dat later Soft Machine’s Elton Dean de nieuwe blazer van Supersister wordt. De wegen in muziekland zijn best grillig.

Trigaux en Deron hebben nog een vaag plan een reeks open concerten te geven, iets in de stijl van wie er is of komt kan meespelen en tegelijkertijd is er koffie, of iets anders. Maar, omdat Denis in Nijvel woont wordt daar uiteindelijk toch het meest muziek gemaakt. Niemand kon toen muziek lezen, nummers waren het niet, meer fragmenten die herkend werden aan de hand van nummers. Die fragmenten werden gebruikt in lange improvisaties. Langzaam groeide uit die aanpak een structuur en een klankbeeld. Dat ging ten koste van Deron. Deron was een echte jazzman, maar de muziek ging nu een heel andere kant op. Toevallig liep Michel Berckmans (1955- /hobo, fagot) de groep tegen het lijf. Berckmans werkte in een boekhandel en zag Deron en Segers instrumenten uitladen. Belangstellend vroeg hij of ze muzikanten waren en kreeg daarop een uitnodiging naar de repetitie te komen. Berckmans speelde hobo, maar had tot dan toe geen geschikte groep gevonden om zijn ideeën kwijt te kunnen. Hier vond hij een groep gelijkgestemde muzikanten. Na een tweede ontmoeting werd hij echt vast lid en besloot maar meteen de fagot te leren spelen, omdat alleen hobo nogal ‘saai’ kan worden. Met een fagot/hobo in de groep gaat het geluid behoorlijk richting klassieke muziek, of in de richting van Henry Cow, waar Lindsay Cooper dezelfde twee instrumenten bespeelde, al was zij primair fagottiste. Met Berckmans werd het muzikale landschap weidser en drongen invloeden van Igor Stravinsky en Béla Bartók het geluid binnen, maar ook die van Charles Ives en de Belg Albert Huybrechts (1899-1938). Huybrechts wordt door Denis vaak genoemd, het is een componist die, zoals de website van Klara.be, zo mooi vermeld: “ tussen de plooien van de muziekgeschiedenis is gevallen”. Huybrechts heeft een “expressionistische stijl met een somber, tragisch karakter”.

In mei 1975 presenteert Univers Zero, Zéro mag ook, zich aan het publiek met een totaal nieuwe stijl muziek. De naam is afkomstig van een sciencefiction boek geschreven door landgenoot Jacques Steenberg. Univers Zero maakt geen klassiek, geen rock, geen jazz, maar ‘iets’ daar tussenin. Intrigerend, maar niet de eenvoudigste muziek. Motoren achter Univers Zero zijn vooral Denis en Trigaux. Twee kapiteins op één schip werkt zelden, dus verliet Trigaux de groep en begon een eigen groep: Exil. Grappig is dan dat de halve Univers Zero ook in Exil speelt. Soms zijn de grenzen zo scherp niet. Trigaux wordt opgevolgd door Jeannot Gillis (?/viool). Gillis had een groot landhuis, Villa mon Rêve, in Hoeilaart, zuidoost van Brussel. Dat was een ideale plek voor de groep om te oefenen. Heel vast was de bezetting nog niet, zo keerde oud Arkham-maatje Manderlier even terug en vertrok weer, evenals Motoulle die komt en gaat. Groepsleden werden eerder geselecteerd op het feit dat ze iets anders wilde gaan spelen dan op hun vaardigheden.
Een bijzonder moment is de ontdekking van de groep Art Zoyd III. Die speelt in het voorprogramma van Magma en is zo’n beetje bezig in hetzelfde stramien als Univers Zero. De heren Zoyd en Zero raken met elkaar in gesprek en ontdekken dan dat ze op nauwelijks veertig kilometer van elkaar af zitten! Niet verwonderlijk is dat meteen goede vriendschappen ontstaan en daarmee de basis leggen voor toekomstige samenwerkingsprojecten.

Na het avontuur in Hoeilaart keerde Univers Zero terug op het nest in Nijvel. Daar gebruikte ze nu dezelfde oefenruimte als Exil. Ontmoetingen, repetities en zo meer liepen steeds vaker in elkaar over, waarop beide groepen fuseerden in Univers Zero. Segers had het druk met zaken buiten de groep en verliet de band. Hij werd vervangen door Exil’s bassist Christian Genet (?/basgitaar). Kort daarop sloot Emmanuel Nicaise (?/harmonium, spinet) zich aan. Nicaise was áangenomen’ als zanger, maar daardoor begon Univers Zero teveel te klinken als Magma en dat wilde men niet. Lang zou hij trouwens niet blijven.

Via via komt men in contact met Luigi Collu, een gitarist met een studio thuis. De band mocht de studio gebruiken in ruil voor hun echo unit. De uren waren lang en violist Hanappier bleek plotseling ook een uitstekende kok. De opnames worden gedaan door technicus Eric Faes. Faes bracht Univers Zero’ eerste album zelf uit op zijn ‘label’, Eric Faes, onder de naam ‘Univers Zero’. Catalogusnummer EF1313, oplage vijfhonderd. Dat is tevens de reden dat het eerste album soms door het leven gaat als ‘1313’, de andere keer toch weer als ‘Univers Zero’. Maar we hebben het dan steeds over precies hetzelfde album met dezelfde inhoud.

‘Ronde’, de openingstrack begint met pizzicato violen en fagot. Na enige tijd zet slagwerk in, maar dan ben je al van het rockpad af. Een vergelijking zou kunnen liggen in ‘Uncle Meat’, het hierboven genoemde album van Frank Zappa. Maar waar Zappa dan meer rock, jazz en doowop opzoekt, zoekt Univers Zero de moderne klassieken op. De rest van het album gaat dezelfde richting op. Het geluid wordt bepaald door fagot, hobo, harmonium en cello. Een bijzonder samenstelling en dito muziek.

Met een exemplaar in de auto gingen Trigaux en Berckmans naar Nancy. Daar woonde Gérard Nguyen van het undergroundblad ‘Atem’. Nguyen was zo onder de indruk dat hij besloot het album op zijn eigen Atem-label uit te brengen. Daarbij organiseerde hij het eerste buitenlandse concert (1978) van Univers Zero en wel in eigen plaats Nancy. Een volgend concert was in Londen, samen met Henry Cow onder de ‘Rock in Opposition’-vlag.

Maar voor dat belangrijke concert was de bezetting gewijzigd. Nicaise was vertrokken, net als de kort in de band spelende violist Marcel Dufrane. Bassist Genet speelde prima, maar hij had vaak andere dingen, dat maakte zijn plek wat lastig. Daarom werd Guy Segers gevraagd. Segers had te weinig tijd om alle stukken onder de knie te krijgen. Als tussenoplossing speelde Thierry Zaboitzeff van Art Zoyd de andere stukken.
Met de gewijzigde samenstelling trad Univers Zero op in Londen, Nancy en Nottingham. Londen bracht het grootste succes, ondanks het geringe aantal bezoekers. Het donkere, klassieke geluid van Univers Zero, gespeeld door een groep musici in zwart gekleed, liet nogal wat indruk achter. Het gevolg was dat het album een stuk beter verkocht werd.

Gedurende de zomer van ’78 waren er meer concerten, soms met Henry Cow, soms Art Zoyd. Steeds maakte Univers Zero een goede indruk. Indruk maakte zeker hun zwarte outfit, inclusief zonnebril. Als ze bij de grens kwamen en in stijl gekleed de bus verlieten vroegen de douaneambtenaren altijd wat voor een muziek de groep maakte. “Begrafenismuziek”, om zich dan stikkend van de lach snel om te draaien. Grapjassen die mensen. Maar in de muziek was dat anders. Donker, complex en vooral bijna klassiek, maar dan wel versterkt. Tussendoor werkte de groep aan nieuwe stukken. In het voorjaar van 1979 vond men het tijd voor een tweede album. Univers Zero bestaat dan al enige tijd uit Berckmans, Denis, Hanappier, Segers en Trigaux.

Dat tweede album wordt ‘Hérésie’ (1979), een album met slechts drie stukken: ‘La Faulx’ (25 minuten!), ‘Jack the Ripper’ en ‘Vous le saurez en temps voulu’ (je zult het te zijner tijd weten). ‘La Faulx’ is dan al twee jaar aan het groeien, veranderen. Uiteindelijk ziet Denis het als een soundtrack bij een imaginaire film. Later zag hij Det sjunde inseglet/Het Zevende zegel van regisseur Ingmar Bergman en viel bijna van de stoel door de overeenkomsten tussen de film en zijn muziekstuk. De film gaat over de Zwarte Dood (de pest) die in de 14e eeuw in Zweden huishoudt. Ridder Block keert na zijn Kruistocht terug naar huis en ontmoet de dood op een verlaten strand. De ridder daagt de dood uit voor een schaakpartij met als inzet zijn leven. Ondertussen praat Block met de dood over metafysische zaken; het wezen van de werkelijkheid en wat daarachter zit. Voorwaar geen makkelijke kost en meteen de ‘zwaarte’ van ‘Hérésie’ verklaard, net als de originele hoes. Die is van A. Dael en afgeleid van Breugels’ werk ‘Triomphe de la Mort’ (triomf van de dood).
Eenzelfde duisternis hangt over ‘Jack the Ripper’, de seriemoordenaar uit 1888 die prostituees vermoordde en verminkte. Daarbij is ‘Vous le saurez en temps voulu’ bijna vrolijk te noemen. Als je de muziek sec beluistert gaat die meer richting elektronisch/musique concrète, afgewisseld met een vorm van rock met fagot. Swingen doet het niet, het is meer marsmuziek met invloeden van Igor Strawinksy en Béla Bartók en zeker ook Frank Zappa. De vergelijking met de muziek van Henry Cow komt daarbij snel naar boven. Het tempo is laag en de geluiden dreigend. Dat maakt dit album voor sommigen zware kost, maar als je vaker naar de zogenaamde Twintigste Eeuwse klassieke muziek luistert valt het eigenlijk best mee. Luister je met rock-oren, dan is dit inderdaad een heftig plaatje.

Na het album vertrok Hanappier, omdat hij niet zeker was of hij beschikbaar kon zijn voor alle concerten. Hanappier had het druk, was in meerdere bands actief en had daarmee verplichtingen. Hanappier werd vervangen door een in België wonende Engelsman, Andy Kirk (?/keyboards). Tijdens de tournee volgend op ‘Hérésie’ verliet nu Trigaux de groep. Dat had vooral te maken met geldgebrek. Hij werd opgevolgd door Jean-Luc Aimé (?/viool). Trigaux begon zijn eigen groep, Present, maar in praktijk liepen beide bands soms letterlijk door elkaar heen en zat de halve Univers Zero in Present. Dat zou tot aan het eind van beide bands zo blijven.

Door al het gewissel wordt Denis de vaste factor en daarmee ook de ‘leider/stuurder’ van Univers Zero, al dan niet ondersteund door Kirk, die een sterke kracht geworden is in de groep. In maart en juni 1980 volgen opnames voor een derde album. In januari 1981 volgt opnieuw een sessie. De bezetting bij de opnames is wisselend, zo zijn Berckmans, Denis, Kirk en Segers de vaste kern met daaromheen toch weer Hanappier, maar op één track Aimé. Gasten zijn Thierry Zaboitzeff (cello), Ilona Chale (stem) en Jean Debefve (hurdy-gurdy).
‘Ceux du Dehors’ wordt uitgebracht in 1981. Al met het eerste nummer ‘Dense’ wordt duidelijk dat de muziek van Univers Zero verder gegroeid is, gestroomlijnder en verfijnder qua geluid. Maar zeker ook complexer in ritmiek en vol snelle wisselingen en daardoor meer gecomponeerd. Harmonium en Mellotron geven het geluid een extra kleurrijke laag. In het kort wordt Univers Zero’s muziek omschreven als ‘kamerrock’, doelend op een fusie tussen de klassieke kamermuziek en rock, maar daarmee doe je de band tekort.

In 1983 wordt in Japan in de ‘Chaos International Series’ van Eastern Works (de Japanse Recommended Records- die van Henry Cow’s Chris Cutler) een zogenaamde 12” flexi-disc uitgebracht, met daarop drie tracks onder het motto “rare and unreleased recordings”. De naam van het schijfje: ‘Crawling Wind’ Het zijn stukken uit 1982 en 1983, opgenomen in België. Het stuk uit 1982, ‘Central Belgium in the Dark’ is live opgenomen in Haine Saint Pierre op 27 maart. De titel is natuurlijk een dikke knipoog naar het werk van Charles Ives, ‘Central Park in the Dark’. Univers Zero bestaat dan uit: Denis, Descheemaeker, Kirk, Segers en Alan Ward (?/viool). De band kreeg slechts betaald voor tien exemplaren, maar had gelukkig de mastertapes in eigen beheer. Daarom kon Cuneiform de single in 2001 opnieuw uitbrengen, maar dan meer als cd, aangevuld met drie nieuwe stukken uit respectievelijk 1982, 1984 en 1979. Het eerste is een studio-opname, de andere twee live in Hannover en Leuven. ‘Influences’, het studiowerk, heeft dezelfde bezetting als hierboven, in Hannover stonden Denis, Descheemaeker, Genet, Plouvier en André Mergenthaler op het podium en in Leuven: Berckmans, Denis, Hanappier, Segers en Trigaux. Dat maakt ‘Crawling Wind’ zonder meer een essentiële release in de UZ-rij. Maar voor 2001 gebeurde er nog wel het een en ander en daarmee houden we de chronologie op het rechte spoor.

Kirk had zijn diensten bewezen en werd door zijn inzet gewaardeerd bij een groeiende groep liefhebbers, maar helaas verliet hij de groep ook. De spanningen liepen te hoog op. Kirk: “We weren’t playing together anymore, we were playing against each other.” Het slagveld was het podium. Dat kon zo niet lang duren en dus viel Univers zero uiteen.
Denis en Seger vormen een nieuwe band, ‘Liquidation Totale’. De naam zegt genoeg. In de periode erop volgend ontmoet Segers André Mergenthaler (?/cello, altsax, stem). Met hem wordt een nieuwe versie van Univers Zero opgezet.

Een volgend album liet nog even op zich wachten, ‘Uzed’ kwam pas drie jaar later, 1984. Niet heel verassend is de bezetting dan weer gewijzigd, maar nu extreem, alleen Denis is er nog: Dirk Descheemaeker (?/sopraansax, klarinet, basklarinet); Christian Genet (?/bas, tapes, balafon, strijkstokgitaar); Andre Mergenthaler en Jean-Luc Plouvier (elektrische- en akoestische piano, synthesizer, pianosnaren, percussie). Gasten: Michel Delory (?/gitaar) en Marc Verbist (?/viool). De meeste stukken zijn eerder in 1984 opgenomen in Brussel. Nieuw is vooral het geluid van de synthesizer. ‘Uzed’ gaat door in de lijn van ‘Ceux du Dehors’: gecomponeerde, complexe muziek, iets minder experimenteel, meer jazzy zelfs soms, maar nog altijd met een donker randje.

‘Heatwave’ (1986) zou voorlopig het laatste album worden. Een verrassend album, bijna een reünie: Denis, Kirk en Hanappier, met daarbij Descheemaeker, Genet, Plouvier en Delory. Aan de muziek is ten opzichte van de vorige albums weinig aangepast, maar dat hoeft bij Univers Zero ook niet, er gebeurt nogal wat in hun muziek. Wat je nieuw zou kunnen noemen is het geluid van elektrische gitaar, want dat hoorden we nog niet veel in Univers Zero.
Het langste stuk, ruim twintig minuten op het album is van Kirk: ‘The Funural Plain’. Hij legt het zo uit: “The funural plain is for all living hardship that lead into selfawareness.”

Na het album ontbond Denis de groep, het was financieel, logistiek en emotioneel niet meer te doen om de groep draaiend te houden. Denis werkte vervolgens met diverse bands, maar vooral met Art Zoyd. In 1999 werd Univers Zero gereactiveerd en op het Amerikaanse (!) label Cuneiform Records een nieuw album uitgebracht: ‘The Hard Quest’. Typisch is dat Cuneiform alle Univers Zero’s albums opnieuw uitbracht en zou gaan brengen, al dan niet met een andere voorkant en bonustracks. Die Amerikanen zagen blijkbaar meer in de muziek dan de mensen hier in Europa.

‘The Hard Quest’ gaat ‘gewoon’ door waar ‘Heatwave’ ophield, al is de muziek wellicht nog iets toegankelijker geworden. In Univers Zero duiken enkele bekende namen op, naast Denis zijn dat Michel Berckmans en Dirk Descheemaeker. Igor Semenoff (?/violen) en Reginald Trigaux (?/elektrische bas). De meeste composities zijn beduidend korter. De meeste zijn van Denis, twee zijn er van Berckmans. Het album werd nauwelijks gewaardeerd, het leven van Univers Zero bleef moeizaam.

Ondanks dat vind Denis voldoende energie (en geld) om drie jaar later toch weer een UZ-album te maken: ‘Rhythmix’ (2002). Dertien, kortere stukken op één na allemaal van Denis. Die ene is van Denis en Berckmans samen. Kijkend naar de samenstelling bestaat Univers Zero op dit album alleen nog uit Denis, Berckmans, Eric Plantain (?/elektrische bas) en Bart Quartier (?/marimba, glockenspiel). Maar daartegenover staat een rij gasten: Descheemaeker (basklarinet op één track), Aurelia Boven (cello op twee tracks), Ariane de Bievre (fluit, piccolo, één track), Bart Maris (trompet, drie tracks), Christophe Pons (akoestische gitaar, drie tracks) en Louison Renault (accordeon, één track). Univers Zero ontwikkelt zich langzaam in bouwstenen en schuift de aandacht naar hedendaags klassieke muziek met af en toe een rock-invloed. Die laatste komt dan van drums en elektrische bas die vrij prominent in het geluidsbeeld staat.

Eenzelfde aanpak vinden we terug op ‘Implosion’ (2004). Het album kwam uit op de dertigste verjaardag van de band. Zestien tracks van Denis, de langste net geen tien minuten, de kortste 41 seconden. Opnames vonden plaats tussen augustus en november 2003. Dit keer worden alle deelnemers genoemd in de bandrij: Berckmans, Boven, Descheemaeker, Maris, Plantain, Pons, Quartier en Semenoff. Allemaal zijn die al een keer of vaker in beeld geweest. Een nieuwe naam is Serge Bertocchi (saxen, tuba). ‘Implosion’ is een typisch Univers Zero-album, al zijn hier jazzy en zelfs folk-achtige elementen te horen. Desondanks verwacht je de groep nog steeds eerder in een concertzaal dan op een podium in de open lucht.

In 2006 volgt het eerste officiële live-album dat dan ook zo heet: ‘Live’. In het verleden waren er wel eens groepsimprovisaties in de studio en kregen we dat te horen, ook live natuurlijk, maar dan zonder publiek. ‘Live’ is niet een verslag van één concert, maar samengesteld uit twee verschillende: 24 juni 2005 in Les Halles in Schaerbeek, Brussel en het tweede concert was op 18 juni 2005 in Le Triton, Les Lilas, Frankrijk. Van het laatste concert zijn twee stukken opgenomen, van het eerste zes. Op het podium in beide gelegenheden staan: Berckmans, Denis, Plantain, Kurt Budé (?/klarinet, basklarinet en tenorsax), Martin Lauwers (?/viool) en Peter van den Berghe (?/keyboards).
Interessant te zien op de foto’s in het boekje bij de cd is de opstelling: Denis met zijn slagwerk in het midden en rechts (voor de kijkertjes in de zaal links) de blazerssectie en links (vanuit de zaal rechts) bas en keyboards. Dat lijkt verdacht veel op een opstelling zoals we die kennen van kleine ensembles in de klassieke hoek. Niet heel verwonderlijk, ik schreef het al eerder, deze versie van Univers Zero maakt eerder ‘modern klassiek’ dan pop. Er is op dit live-album opvallend veel werk van ‘The Hard Quest’ te horen, het merendeel is van de recente albums, met uitzondering van ‘Bonjour Chez Vous’ dat afkomstig is van ‘Ceux du Dehors’. De muziek klinkt uitstekend en met de elektrische Ibanez bas (die staat apart vermeld op de bijsluiter) vooraan in het gehoor swingt de muziek van Univers Zero plotseling. Ze vibreert, trilt, het is moeilijk stil te zitten en te stoppen met volgen. Deze muziek, hoe complex ook, neemt je mee en je wil erbij zijn. Dat zijn toch weer de rock- en jazzinvloeden die hier een belangrijke rol spelen. Applaus! Trouwens, de foto’s zijn gemaakt door ene Andy Kirk…

Na, opnieuw, een rustperiode van drie jaar, komt vaste cd-maatschappij Cuneiform Records in 2009 met ‘Relaps – Archives 1984-1986’. Inderdaad een archiefalbum, het is tegelijkertijd ook een live-album met twee stukken uit 1984 en twee uit 1985/86. In de 84-band: Denis, Descheemaeker, Genet, Plouvier en André Mergenthaler (?/cello, altsax). In de andere band een iets meer bijzonder gezelschap: Michel Delory (elektrische gitaar). Descheemaeker, Genet, Patrick Hanappier, Andy Kirk en Plouvier. Klinkt als… juist een reünie. Twee stukken zijn opgenomen in Hannover en Frankfurt, Duitsland, de andere twee in Dottignies en Seraing, België. Door de opzet komen we zomaar ‘Doctor Schwartz’ bij beide bezettingen tegen. Met Kirk terug in de groep is het niet raar dat ‘Heatwave’ en ‘The Funural Plain’ (allebei afkomstig van ‘Heatwave’) gespeeld worden. De muziek klinkt fenomenaal.

Het laatste album op Cuneiform Records is ‘Clivages’ (2010). Het is een Univers Zero-album dat je verwacht, maar als je goed leest zie je dat Denis dit keer niet allen de componist is, maar ook Kirk, Berckmans en Budé. Daarmee is een groot deel van UZ anno dan duidelijk: Berckmans, Budé, Denis, Kirk, Pierre Chevalier (?/keyboards, glockenspiel), Dimitri Evers (elektrische- en fretloze bas) en Lauwers. Phlippe Thuriot speelt op twee tracks accordeon, Aurelia Boven cello op één net als Nicolas Denis; de zoon van die niet heel toevallig ook drums speelt.

Het tot nu toe laatste album, ‘Phosphorescent Dreams’, verscheen, zei het vijf jaar na het eerste verschijnen in Japan, in 2019 (!) eindelijk eens op een Belgische label, SubRosa. Nu is dat een prachtig en bijzonder label waar meer muziek buiten het geijkte stramien wordt gehuisvest, alsmede een ongelooflijke hoeveelheid elektronische muziek, al dan niet historisch. Net als bijna alle albums hierboven is ook dit album opgenomen door de technicus van bijna alle albums van Univers Zero, Didier de Roos.
‘Phosphorescent Dreams’, was eerder al, 2014, uitgebracht door Arcângelo in Japan. Veel mensen daar houden nogal van muziek die niet heel standaard is. SubRosa zorgde er uiteindelijk voor dat het album ook hier verkrijgbaar werd.
Wie treffen we in de laatste fase aan in Univers Zero? Budé, Denis, Evers en dan Nicolas Dechêne (?/gitaren) en Antoine Guenet (?/keyboards). Gasten zijn dit keer: Nicolas Denis (drums, percussie), Hugues Tahon (trompet) en Andrien Lambinet (trombone). De zeven composities zijn zo ongeveer om en om geschreven door Denis en Budé. De inmiddels oudere garde wordt blijkens de foto vergezeld door jongelingen, inclusief zeer lang haar. Het lijken de begintijden wel. Het bijzondere œvre van Univers Zero wordt afgesloten met een wijsheid van Carl G. Jung: “La clarté ne naît pas de ce qu’on imagine le clair, mais de ce qu’on prend conscience de l’obscur.” In het Nederlands: "Helderheid komt niet voort uit wat we ons als het heldere voorstellen, maar uit ons bewustzijn van het obscure." Het zou met terugwerkende kracht dé verklaring, zo je die al zou willen, van Univers Zero’s muziek kunnen zijn, een, ons, bewustzijn van het obscure.