logo van The Lemontree
tears for fears: 1983-1989

Al onze liefde en al onze pijn
zal maar een deuntje zijn...

omschrijving afbeelding

Tears for Fears wordt onder de ‘new wave synthesizer bands’ gerangschikt, maar dan wel een band met invloeden van Weather Report, Frank Zappa, the Beatles, Talking Heads, Brian Eno, Robert Wyatt en Peter Gabriel.

De getroebleerde jeugd van het duo dat Tears for Fears vormde zorgde niet alleen voor de groepsnaam, maar had onmiskenbaar invloed op de teksten. De muziek stond soms in schril contrast daarmee.

Tears for Fears’ succes was er meteen met het eerste album, werd vervolgd met een tweede en derde. Daarna was het over, tenminste…

Lees het verhaal van Tears for Fears, oftewel Roland Orzabal en Curt Smith en die minder genoemde derde, Ian Stanley zonder wie deze groep niet was geworden wat ze geworden zijn.




Roland Orzabal (1961- /gitaren, keyboards, zang) ontmoette kort na wat wij de basisschool noemen leeftijdgenoot Curt Smith (1961- /basgitaar, gitaar, keyboards, zang). Zoals meerdere jongeren hier onder de boom vormden ze een band, Graduate. Die groep maakte één album, Acting My Age (1980). De andere bandleden zijn: Andy Marsdan (drums), John Baker (gitaar, zang) en Steve Buck (Keyboards, fluit). De meeste composities zijn van Orzabal, eentje is van Smith. Graduate maakt pop/new-wave-achtige muziek, maar met gitaren als dominante instrument. Het klinkt een beetje als het eerste album van onze eigen Nits. Trouwens een vergelijking die ook in de latere jaren van Tears for Fears blijft opgaan. Vaak wordt Graduate betiteld als Ska-band, maar die hebben zeker niet geluisterd naar het album. Er is een cd-versie, maar daarvoor worden belachelijke prijzen gevraagd, zo goed is deze muziek nu ook weer niet. Het zal wel komen door het latere succes van de heren. Spelen in Graduate was een beetje als ‘struggle for life’, dus viel die groep al snel uit elkaar. Smith en Orzabal deden liever iets waar ze helemaal achter konden staan. Inmiddels waren synthesizer-groepen in opmars en in die stijl zag het duo meer mogelijkheden dan een ‘klassieke’ band.

Orzabal en Smith begonnen dus eigen groep onder de naam History of Headaches. Die naam komt niet zomaar uit de lucht vallen. Bij beide heren thuis liep het niet soepel. De vader van Orzabal hard aan het werk, aan de drank en gewelddadig, de ouders van Smith allebei aan het werk. In beide gevallen geen tijd voor de kinderen en zeker geen tijd voor liefde en aandacht. Die donkere kindertijd beïnvloedde zowel Smith als Orzabal enorm. Om een beetje positief zelfbeeld te krijgen en sociaal wat steviger te worden volgden ze therapiesessies. Steun vonden ze ook in het boek van de Amerikaan Arthur Janov. Diens therapie staat bekend als, ‘Primaltherapy’: ‘The Primal Scream’. De therapie bestaat eruit angsten en onbestemde gevoelens uit de kindertijd (in het Engels: the primal years) opnieuw te ervaren en ermee af te rekenen door bijvoorbeeld keihard te schreeuwen. In een veilige en prettige sfeer wordt de ‘patiënt’ goed opgevangen en begeleid. Janov deed jarenlang onderzoek en kreeg als meest bekende patiënten John Lennon en Yoko Ono. Die konden zijn therapie tenminste betalen…
Orzabal en Smith moesten het doen met de boeken, maar die maakten diepe indruk. Daardoor werd de bandnaam al vrij snel veranderd in Tears for Fears. Je snapt nu wel waarom. Dat geldt meteen ook voor de naam van het eerste album, The Hurting, het pijn doen, en de hoesafbeelding daarop. Orzabal ontmoette Janov alsnog halverwege de jaren tachtig, maar dat was een enorme teleurstelling. Janov was volgens Orzabal “Quite Hollywood” en wilde dat Orzabal een musical over/voor hem schreef…

Orzabal en Smith hadden nu een naam, maar zochten nog naar de eigen weg in muziek. Die vonden ze in albums als ‘Remain in Light’ van Talking Heads, Scary Monsters van David Bowie en Peter Gabriel’s derde album, allemaal uit 1980, en ‘My Life in the Bush of Ghosts van Brian Eno en David Byrne (1981, elders op de LemonTree). Daarnaast was er de invloed van Orchestral Manoeuvres in the Dark, Joy Division, Tubeaway Army en Ultravox. In al die muziek kwam een scala aan synthesizers en andere elektronica voor, maar Orzabal en Smith speelden vooral gitaar en daarmee werden de songs gecomponeerd. Dat moest anders. Enter: Ian Stanley (1957- /keyboards, producer). Stanley was een kennis van Orzabal en woonde praktisch bij hem om de hoek. Smith heeft allerlei synthetische apparatuur thuis staan, een drummachine en een achtsporenrecorder. Orzabal: “He was the person that really taught us the nuts and bolts of technology and recording.” (citaat boekje The Hurting).
In de studio van David Lord, die ze nog kenden van hun vorige band, worden de eerste demo-opnames voor een mogelijk album gemaakt. Die songs zorgden ervoor dat Phonogram, een Philips zijtak, een contract aanbod. De eerste opname in de Phonogram-studios, ‘Pale Shelter’, was onder leiding van producer Mike Howlett, de bassist van Gong. Maar helaas was er geen klik, de visies en aanpak liepen mijlenver uiteen. Helaas had David Lord ook iets anders aan zijn hoofd, namelijk een nieuw album voor Peter Gabriel. Uiteindelijk werden Chris Hughes en Ross Cullum de producers. Hughes was tevens drummer in Adam and the Ants en een enorme fan van John Coltrane (!). Ergens sloop die invloed ook de muziek van Tears for Fears binnen. Eerder al had het duo aangegeven echte drums te willen en geen ingeblikte beats, daarom vroeg men Manny Elias (1953- /drums, percussie) met zijn echte drumstel voor de drumpartijen. Met Elias was het kwartet compleet.
De opnames liepen moeizaam, traag, vol discussies en onenigheden tussen alle betrokkenen. Een traumatische ervaring werd het, die doorbroken werd door het onverwachte succes van hun derde single: ‘Mad World’/’Ideas as Opiates’(1982). De eerste twee singles waren, ‘Suffer the Children’/’Wino’ (1981) en ‘Pale Shelter (You Don’t Give Me Love)’/’The Prisoner’ (1982). De eerste single was nog van Lord, de tweede van Howlett. ‘Pale Shelter’ zou voor het album opnieuw opgenomen worden. ‘Mad World’ kwam zomaar tot de derde plek in de UK Singles Chart. De tekst gaat over de gekke wereld om de groep heen én tevens over hun jeugdtrauma’s: “... And I find it kind of funny, I find it kind of sad. The dreams in which I'm dying are the best I've ever had. I find it hard to tell you, I find it hard to take. When people run in circles it's a very, very mad world, mad world.” Niet bepaald een vrolijke meezinger dus. Dat geldt net zo voor ‘Ideas as Opiates’, een song die gaat over het onderdrukken van negatieve gevoelens die je over jezelf hebt. De single was het populairst in Zuid Afrika (!), 2e in de lijst, Ierland 6e, Australië 12e.
In 2002 brachten Michael Andrews en Gary Jules het nummer in een bewerkte versie uit. ‘Mad World’ was uit de soundtrack van de film ‘Donnie Darko’ (2001). De filmversie deed het enorm goed, veel eerste plekken in vele landen in de wereld.

De opvolgende Tears for Fears single ’Change’/’The Conflict’ (1983) deed niet veel onder voor ‘Mad World’: 4e in de UK, 5e in Zuid Afrika, 8e in Ierland, 22e in the Billboard Hot 100 en 23e in de Canada Top Singles. In tegenstelling tot de vorige single gaat deze nergens over. Orzabal: "It's not really about much. It's just one of those cheap pop lyrics." (citaat: Wikipedia). De B-kant gaat wel weer ergens over, namelijk de conflicten tussen mensen in relaties.
Drie maanden later, kort na het eerste album, wordt ‘Pale Shelter’(extended version’/’Pale Shelter’ (1983), de nieuwe versie, uitgebracht als single. Die deed het vooral goed in Engeland in Ierland (allebei 5e), in Canada 12e. In bepaalde clubs in New York werkte de 12” met de verlengde versie het best, maar te weinig om de song in een Amerikaanse lijst te krijgen. ‘Pale Shelter’ is volgens Orzabal een liefdeslied, maar dan een van een kind richting zijn ouders. De titel is afgeleid van Henry Moore’s schilderij ‘Pale Shelter Scene’ (1941); een grijs, zwart werk met mensen die in de ‘Underground’ (de ondergrondse ruimtes van de Engelse metro) bij elkaar schuilen voor de oorlog.

Eén maand eerder was Tears for Fears’ eerste album verschenen: ‘The Hurting’(1983). Dat bestond uit alle single-tracks, A- en B-kantjes, aangevuld met nieuwe songs, waaronder ook een nieuwe versie van de eerste single ‘Suffer the Children’. De heren critici waren gemengd in hun ‘reviews’, maar daar had het publiek, gelukkig, lak aan. ‘The Hurting’ schoot binnen drie weken naar de eerste plek in de Engelse albumlijst, verdreef Michael Jackson’s ‘Thriller’, werd goud, gevolgd door platina (begin 1984).

Rolling Stone, het blad, vond het knap dat Tears for Fears met ‘The Hurting’ “much pleasure from the pain” produceerde. Een goede visie, want al klinkt de muziek soms opgewekt en dansbaar, de teksten zijn dat, zoals eerder gezegd, allesbehalve. Dat het album zo’n succes werd verraste iedereen, inclusief de platenmaatschappij. Maar wat zij (nog) niet hadden gezien blijkbaar was dat Orzabal en Smith meer diepgang meebrachten dan andere, nieuwe ‘sterren’. Waarschijnlijk was er een grote groep luisteraars die iets in de teksten herkende en in de muziek hoorde. De eerlijkheid over de pijn van een kindertijd gold namelijk voor een behoorlijke groep.
Orzabal zag en ziet ‘The Hurting’ als een conceptalbum met als leidraad de ongelukkige kindertijd en Janov’s therapie. Misschien was de groep wel “too concerned with their own petty traumas”, volgens Orzabal, maar dat een albumlang uitdragen maakte ‘The Hurting’ tot een bijzonder album. “This was definitely what we were about, 100% pure Tears for Fears.” De abeelding van het eenzame kind met de handen in het haar op de hoes is alleszeggend.

Met ‘The Hurting’ hadden Orzabal en Smith zich leeggeschreven, maar het succes moest vervolgd worden. Dat is het mechaniek van de platenindustrie. Onder druk werd ‘The Way You Are’/The Marauders’ (1983) uitgebracht. Gemaakt door Orzabal, Smith, Stanley en Elias. Een wat experimenteler werk, nauwelijks opgedroogd en iets waar niemand eigenlijk tevreden over was. Iets anders hadden ze niet te bieden. Orzabal: "It was the point we realized we had to change direction", en Smith: "the worst thing we've done." Begrijpelijk kwam het nummer niet voor op het tweede album en werd zoveel mogelijk gemeden. Ondanks dat alles werd het toch nog 24e in de UK hitlijst.

Smith en Orzabal waren ook niet heel erg te spreken over de eerste single van het nieuwe album: ‘Mothers Talk’/Empire Building’ (1984). Het werken met nieuwe producer Jeremy Green beviel niet goed, het nummer had teveel de nadruk op succes en commercie en ook deze song was onder te grote druk geschreven. Het enige positieve dat er over te vertellen is, is dat het de nieuwe richting van Tears for Fears’ sound wees. Orzabal was bij het schrijven beïnvloed door de Talking Heads en probeerde in die stijl iets te maken. De song gaat over het feit dat “sommige moeder hun kind, dat op dat moment een raar gezicht trekt, vertellen dat het gezicht zo blijft staan als de wind draait”. Klinkt als opvoeden, maar is eigenlijk een negatieve manier om het kind te beïnvloeden. Ín tegenstelling tot de groep reageerde het publiek positief op het nieuwe plaatje en bracht het tot een 14e plek in de UK hitlijst. Op dat moment was Green vervangen door een oude bekende, Hughes, met wie de samenwerking een stuk beter verliep.
In Amerika werd als eerste single bij het tweede album een andere song uitgebracht: ‘Everybody Wants to Rule the World’/’Pharaohs’ (1985).

‘Shout’/’The Big Chair’ (1984) was het opmaatsucces voor het tweede album. ‘Shout’ stormde de Engelse hitlijst binnen en kwam tot een tweede plek. “Deze song is door de tijd heen niet meer of minder dan het signatuurwerkje”, aldus AllMusic, “van Tears for Fears.” ’Shout’ is een protestsong in de nadagen van de ‘Koude Oorlog’; er was onrust in het land en de song riep op om je stem te laten horen: "In violent times you shouldn't have to sell your soul in black and white. They really, really ought to know. Shout, shout, let it all out. These are the things I can do without. Come on, I'm talking to you, come on."
In ons land, maar ook Amerika, Zwitserland, Nieuw Zeeland, Duitsland, België, Canada en Australië werd ‘Shout’ eerste. De Fransen hadden moeite met de song, daar kwam het nummer maar tot een 21e plek. Met ‘Shout’ kon Tears for Fears nog even door tot februari 1985, de dag dat ‘Songs from the Big Chair’ uitkwam. Voor velen hét favoriete album. In navolging van de single kwam ook dit album in diverse landen hoog in de hitlijsten: in ons land, Duitsland en Amerika eerste, in Nieuw Zeeland en in Engeland tweede, Zwitserland en Australië, vijfde. Het album verdiende platina in ons land, Amerika (5x), Engeland (3x), Nieuw Zeeland, Canada (7x) en Hong Kong, De daadwerkelijke verkopen zijn in Amerika met vijf miljoen het hoogst. In canada kreeg het album weliswaar zeven keer platina, maar daar tegenover staan ‘maar’ 700.000 verkochte albums. Dit even voor het beeld achter de prijs. Van de acht songs op het album zijn er maar liefst vijf als single uitgebracht, allemaal met succes. Tears for Fears was plotseling een ‘grote’ naam en de ‘leiders’ van wat nu gezien wordt als de ‘Second British Invasion’. De eerste invasie, we hebben het dan over de bestorming van Amerika, was halverwege de jaren zestig met The Beatles, The Rolling Stones, The Kinks etc. De tweede is begin/halverwege de jaren tachtig met bands als Depeche Mode, Elvis Costello, Culture Club, Eurythmics, Frankie Goes to Hollywood, The Human League, Joe Jackson, Joy Division, Madness, Talk, Pet Shop Boys, Spnadau Ballet, Ultravox, Wham en vele anderen.

‘Songs from the Big Chair’ was vooral het geluid dat ontstaan was door de intensieve samenwerking tussen Orzabal en Stanley. Die laatste is een enorme Zappa-fan en bracht diens muziek mee naar allerlei bijeenkomsten. Natuurlijk had dat invloed. Het geluid heeft veel meer diepgang gekregen en de gitaar is terecht aan het front. Waar ‘The Hurting’ een afrekening was met het verleden is ‘Songs from the Big Chair’ een veel lichter album met oog voor wat er nog komen kan. Introvert versus extrovert. De ‘uitspatting’ zou komen bij album nummer drie, ‘The Seeds of Love’ (1989).
Qua aanpak wilde producer Hughes voor ‘Songs from the Big Chair’ een mooi, vol geluid hebben, beetje à la de Amerikaanse band Steely Dan. Dat is hem goed gelukt.
De naam, ‘Songs from the Big Chair’, kwam van de gelijknamige tv-serie/het boek ‘Sybil’. Dat gaat over een vrouw met een meervoudige persoonlijkheid. Ze heeft het moeilijk in haar leven en voelt zich alleen veilig en fijn in de grote stoel bij haar behandelaar. In eerste instantie zou het album als ‘The Working Hour’ door het leven gaan, maar Orzabal, standvastig en eigenwijs, wilde per sé dat de naam veranderd zou worden. Achteraf kreeg hij natuurlijk gelijk, net zoals bij de zelf gekozen albumfoto die inmiddels door iedereen herkend wordt als icoon van het album.

De meeste songs van ‘Songs from the Big Chair’ zijn gespeeld door hetzelfde kwartet als het eerste album: Orzabal, Smith, Stanley en Elias. Er zijn wel wat gastmusici te horen, waaronder producer Hughes op drums.
Na het album volgde een onafgebroken tournee van bijna een jaar. Tijdens een optreden van ‘Shout’ voor de MTV Video Music Awards kwam de groep in contact met zangeres Oleta Adams (1952- /zang). Zij speelde piano en zong in de bar van het hotel waar de groep verbleef. Adams werd daarna vaker door Tears for Fears gevraagd bij concerten én hun derde album. Het was voor Adams de start van een eigen, succesvolle carrière.

Succes lijkt mooi, maar “It’s not as glamorous as people think it is”, aldus Smith. Het is vooral hard werken, lang wachten en nergens tijd voor hebben. Er is geen rust, geen tijd voor herstel. Het tweetal raakte meer en meer uitgeput van de druk en de stress en nam vervolgens een langdurige pauze. Orzabal: “The success and the tour was the beginning of the end.”

Terugkijkend vindt Smith ‘Songs from the Big Chair’ met enige aarzeling het beste album van de band: “Songs from the Big Chair’ is the most relaxed we’ve ever been making an album, and in that sense that’s the best feeling I remember. I guess if I had to take one to a desert island, it would be this one.” Orzabal weet het minder zeker, hij luistert er niet naar, maar “obviously I just think it’s iconic.” (citaten, tekstboek bij de cd)

Ter ere van ’30 jaar Songs from the Big Chair’ werd in 2014 een 4-cd/2 dvd box met boekwerkjes uitgebracht. Een nieuwe mix van het album door Steven Wilson, demo’s, versies, andere mixen, ‘extended versions’ en dat soort zaken. Smullen voor de liefhebbers. Prachtig is Tears for Fears’ ode aan een van hun favoriete zangers, Robert Wyatt. Zijn song ‘Sea Song’ (van het album Rock Bottom, elders op de LemonTree) werd uitgebracht als B-kant van een nieuw opgenomen versie van de single ‘Mothers Talk’. Prachtig en gevoelig gedaan. Dank vooral Robert.

In de ‘rust’ na de uitputtende tournee werkten Orzabal en Stanley samen als Mancrab. Het duo bracht onder die naam één single uit: ‘Fish for Life’/’Fish for Life (instrumental)’ (1986). Het nummer werd gebruikt voor de film ‘The Karate Kid II’, de zanger is Eddie Thomas.
Tussendoor waren er andere verplichtingen als ‘Live Aid’, maar die werd door de band gecanceld. Om een en ander goed te maken doneerden ze de verdiensten van een kleine tournee. Ook steunden ze Sport Aid, een project van Band Aid. Speciaal voor Sport Aid bewerkte ze een van hun succesvolle singles tot ‘Everybody Wants to Run the World’ (1986). Met hardlopen over diverse afstanden en in diverse landen werd geld opgehaald voor projecten om vrouwen in Afrika een betere positie te kunnen geven. De nieuwe versie van het nummer werd meteen ook 5e en Engeland en 4e in Ierland.

Het duurde nog tot 1989 voor er weer een nieuw album van Tears for Fears te horen was. Achter de studiomuren was inmiddels al heel wat gebeurd. Drie jaar eerder was Orzabal gestart met nieuw werk voor een album. Dat deed hij met twee nieuwe producers, Clive Langer en Alan Winstanley. Maar de geschiedenis herhaalt zich snel. Hij kon het niet zo vinden met de heren en vroeg Chris Hughes terug. Orzabal had al wat gecomponeerd, ‘Badman’s Song’, samen met Nicky Holland (1959- /keyboards, zang). Die samenwerking verliep best vlot. Dat gold minder voor die met oude makker Stanley. Met Stanley en Hughes wist Orzabal nog ‘The Seeds of Love’ te maken, daarna liepen de meningsverschillen over de te volgen richting hoog op. Zo hoog, dat Orzabal alleen verder ging. Na van alles en nog wat geprobeerd te hebben besloten Orzabal en Smith uiteindelijk het nieuwe album zelf te gaan produceren. Dat deed Orzabal vooral met hulp van Holland, zij is daarmee een vaste steunpilaar in het proces naar dat album, maar ‘The Seeds of Love’ is vooral een album van Orzabal. Hij had het idee en wilde het uitvoeren. Dat mocht wat kosten ook, de productiekosten kwamen bij de eindafrekening uit op zo’n slordige 1 miljoen Pond. Een klein vermogen dus. Maar dan had je wel wat. ‘The Seeds of Love’ zou je met enige historische kennis best de ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ (1967/The Beatles) van de jaren tachtig kunnen en mogen noemen. Luister maar eens, zelfs die grappige Beatles-achtige trompetjes zijn er te horen, net als de vele laagjes en de ‘psychedelische’ invloeden, de jazz, blues en klassiek. Daarbij vervormde stemmen en bewerkt geluid. Kijk ook maar eens naar de hoes, anders, maar toch.
De muziek voor het nieuwe album moest vooral organisch zijn, warm, echt. Dat was een reactie op de vorige twee albums. Smith: "As a band, we came from the programmed pop era of the early '80s and we had inherited a sense of structure that permeated almost all our music. The way we were working was becoming too sterile. We wanted to do something more colourful, something that sounded big and warm. You cannot get that from machines. You only get that with real musicians and real players." (citaat: Wikipedia).
Echte musici dus. Naast Smith en Orzabal is Stanley nog te horen op drie tracks. Hughes is ook te horen op twee tracks. Daarnaast draaft een horde gerenommeerde musici op, waaronder Oleta Adams, Nick Holland, Pino Palladino, Phil Collins, Manu katché, Simon Phllips, Jon Hassell, Kate St. John. Daarmee wordt duidelijk dat het album gekleurd is door musici die bij een bepaalde sfeer het best paste.

Het lange sleutelen en verbeteren en al die gasten leverde na lange tijd dus ‘The Seeds of Love’ op. Lang ook, omdat Orzabal een perfectionist geworden was en alles precies moest hebben zoals hij het in zijn hoofd had. Smith, in deze periode aan het scheiden van zijn eerste vrouw, was daartegenover weinig gefocust op het album en leefde liever een leven als dat van een ‘jet-setter’. Het leverde frustratie en onenigheid onderling op. Zoveel zelfs dat Orzabal de laatste track ‘Famous Last Words’ aangreep om de pers te laten weten dat dit wel eens het laatste album van Tears for Fears zou kunnen zijn. Hij zou – voorlopig- gelijk krijgen.

Het album verscheen in september 1989. Kort daarvoor, eind augustus, werd een eerste single uitgebracht: ‘Sowing the Seeds of Love’/’Tears Roll Down’ (1989). Het publiek was de band niet vergeten en bracht de single in de top van menig hitlijst: eerste in Amerika en Canada, tweede in Italië, derde in Nederland, vierde in Ierland en Nieuw Zeeland, vijfde in Engeland, achtste in Spanje en Zweden en elfde in Zwitserland, België en Duitsland.
De tekst van ‘Sowing the Seeds of Love’ heeft weinig te maken met flower power of ‘the summer of love’, maar wel met politiek. Toen Orzabal het schreef werd de toenmalige Engelse premier, Margaret Thatcher, de ‘Iron Lady’, voor de derde keer herkozen. De situatie benauwde Orzabal die meer richting het socialisme was gegroeid enorm: "High time we made a stand and shook up the views of the common man. And the lovetrain rides from coast to coast. D.J.'s the man we love the most. Could you be, could you be squeaky clean and smash any hope of democracy? As the headline says you're free to choose..."
De – prachtige - video die bij het nummer gemaakt werd verdiende de prijs voor ‘Best Breakthrough Video’ en ‘Best Special Effects’ tijdens de MTV Music Video Awards.

‘The Seeds of Love’, het album, was succesvol, maar minder dan het vorige. Weliswaar een eerste positie in Engeland en Ierland, maar daar bleef het bij. Hoog scoorde het album nog in Canada (5e), Nederland (7e), Frankrijk (3e), Duitsland (5e), Nieuw Zeeland (4e), Zweden (5e) en Zwitserland en Amerika (8e). Klinkt best goed, maar vergeleken bij ‘Songs from the Big Chair’ was dit andere en vooral dure koek. En dat ondanks de roemende woorden van menig recensent. Rolling Stone noemde het “outstanding music”, The Chicago Tribune zelfs “astonishing”. Natuurlijk mag iedereen er wat van vinden en wat anders ook, maar in de lijn van de drie is ‘The Seeds of Love’ het album met het meeste luisterplezier. Er is zoveel te ontdekken, het is rijk aan laagjes en klangfarben en verwijst naar heel wat muziek uit het verleden. Een muzikaal paradijs voor muziekconoisseurs. Orzabal: “Out of all our albums I’d probably rank it highest. It’s not the purest. In that sense maybe The Hurting was the last real Tears for Fears album. Musically and technically Seeds of Love is very impressive.”

Minder ook deden de drie volgende singles het: ‘Woman in Chains’ (1989), ‘Advice for the Young at Heart’ (1989) en ‘Famous Last Words’ (!990). Het afnemend succes was niet de essentie dat Orzabal en Smith uit elkaar gingen, dat was meer het verschil in levensstijl en aanpak. Een andere bijdrage aan de breuk kwam uit onverwachte hoek. Tears for Fears’ manager, Paul King, was bankroet verklaard en beticht van fraude. Uiteindelijk werd hij veroordeeld tot drie-en-een-half jaar cel en ontzetting uit zijn functie voor de komende tien jaar. Het trok een zware wissel op Smith en Orzabal. Uiteindelijk gaf Smith aan dat hij de groep zou verlaten en de naam, ‘Tears for Fears’ aan Orzabal liet.

Daarna gebeurde er nog van alles, maar de gloriejaren leken/lijken wel voorbij. Orzabal bracht als Tears for Fears een nieuwe single uit, ‘Laid So Low’(Tears Roll Down)’/’The Body Wah’ (1992), maar eigenlijk hebben we het dan bijna over een soloproduct.
Wel succesvol was het album met alle hit-singles ‘Tears Roll Down (Greatest Hits 82–92)’.

Smith verhuisde naar New York en begon een solocarrière, hij bracht een, naar eigen zeggen, vreselijk album uit: ‘Soul on Board’ !993). Orzabal bracht onder de naam Tears for Fears nog twee albums uit: ‘Elemental’ (1993) en ‘Raoul and the Kings of Spain’ (1995); het eerste met meer succes dan het tweede.
In 2000 moest er wat zakelijk papierwerk geregeld worden, waarvoor beide heren aanwezig moesten zijn. Het werd een aangenamere ontmoeting dan beiden hadden verwacht. Het ging zelfs zo goed dat ze besloten opnieuw te gaan samenwerken en zelfs om een nieuw album te maken: ‘Everybody Loves a Happy Ending’ (2005). Een single daarvan, ‘Closest Thing to Heaven’ leverde een bescheiden Top40 succes op. Een live-album ‘Secret World Live’ (2006) leverde het duo opnieuw een goed verkopend album op.
Een gelukkig eind dus, maar er wordt al jaren gerapt over een nieuw album. Het verhaal gaat rond dat er al zo’n zes songs klaar zijn, maar tot nu toe leverde dat weinig concreets op. Veel concreter is de reeks re-issues in diverse vormen en verpakkingen. De groep gaat wel regelmatig op tournee. In 2021 verscheen zelfs nog een live-album ‘Live at Massey Hall, Toronto, Canada, 1985’. Geruchten over een nieuw album bleven de afgelopen jaren gevoed, al hebben Smith en Orzabal inmiddels laten weten dat ze het album heroverwegen, omdat het zoals het nu is geen écht Tears for Fears album zou worden.

Tsja, wat is een echt Tears for Fears album? Zelfs de eerste drie zijn behoorlijk verschillend. Waar ‘The Hurting’ soms een pijnlijk verslag is uit de getroebleerde jeugd van het duo en het album synthetisch gekleurd is, is ‘Songs from the Big Chair’ er al een die minder donker is en eerder maatschappelijk georiënteerd is en door gitaren wordt bepaald. Het laatste album uit de reeks van drie, ‘The Seeds of Love’ klinkt door alle laagjes en de hele, kleurrijke uitstraling bijna als een uiting van jubel en ‘joy’. Hoe dan ook, Roland Orzabal en Curt Smith leverden maar mooi een drietal succesvolle albums af, maar, het is zoals Orzabal het zingt in ‘Famous last Words’: “al onze liefde en al onze pijn zal maar een deuntje zijn…”