logo van The Lemontree
steve hillage-miquette giraudy

Echtelijke vibraties

Steve Hillage kwam uit de kosmos, dook de oceaan in en kwam boven als een ‘far-out-guitar-player’ op een groovy, funky en zeer dansbare aarde.

Steve Hillage kennen we ook als Simon Sasparella, Steve Hillfish, Stevie Hillside en/of The Submarine Captain. Bekend van bands als Uriel, Khan, Gong, the Steve Hillage Band, System 7 en Mirror System, maar ook als gast op talloze albums of als plaatsvervanger van Mike Oldfield.

Boven al zijn eigen albums staat Hillage’s naam; beter zou zijn geweest als die van zijn partner, Miquette Giraudy, erbij had gestaan. Sinds ‘Fish Rising’ is ze alom aanwezig, niet alleen met haar synthesizers, maar ook met eigen composities.

Alvorens op te gaan in System 7 maakte Hillage/Giraudy acht albums, waarbij het accent langzaam verschoof van gitaar naar synthesizers, van lange, uitgesponnen songs, naar kort en compact. Vlieg of duik mee in de wereld van een gitarist die mij met zijn solo’s koude rillingen bezorgde.




Stephen Simpson Hillage (1951- /gitaar) is geboren in Chingford, Essex. Rond zijn negende begint hij gitaar te spelen. Aan het eind van de middelbare school, the City of London School, begint hij met een aantal vrienden een band: Uriel. In Uriel spelen Dave Stewart (1950- /keyboards), Hugo ‘Mont’ Campbell (1950- /basgitaar/hoorn) en Clive Brooks (1949-2017/drums). Op het menu staat vooral blues en andere muziek van dan populaire collega’s als Cream, Jimi Hendrix, John Mayall en The Nice. Hillage is in deze periode beïnvloed door John Coltrane en Hendrix. Die laatste had hij gezien bij een van diens eerste concerten in Londen. Hillage verliet Uriel om zich op zijn studie geschiedenis en filosofie aan de universiteit te richten. De andere drie gingen door onder de nieuwe naam Egg en kozen ervoor alleen nog eigen composities te gaan spelen. Met Egg tekenden ze een contract voor het nieuwe, progressieve sublabel van Decca, Deram. Kort daarna kregen ze een aanbod van Zackariya Enterprises om een ‘psychedelisch’ album op te nemen. Zo’n kans grijp je als beginnend band graag aan, dus werd de ‘oude’ groep geactiveerd en Hillage voor even teruggevraagd. Onder de naam Arzachel (een Spaanse astronoom uit de Middeleeuwen) maakten ze het album: ‘Arzachel’ (1969) dat werd uitgebracht op het Evolution-label. Vanwege het contract met Deram werden op de hoes alleen pseudoniemen vermeld: Simon Sasparella (Steve Hillage); Njerogi Gategaka (Mont Campbell); Basil Dowling (Clive Brooks) en Sam Lee-Uff (Dave Stewart).
Heel psychedelisch is het album (nog) niet, duidelijk is de invloed van Uriel, het zijn veelal thema’s gebaseerd op bluesschema’s. Wel wordt er volop geëxperimenteerd met geluiden. Na het uitbrengen gebeurde er weinig, inmiddels is het de eerste versie een heus ‘collectors item’ en het album al menigmaal, al dan niet legaal, op cd gezet. De meest eerlijke is die op het latere eigen label, Egg Archive (2007). Op die cd, nu wel onder de naam Uriel, staan zes bonustracks en een uitgebreide beschrijving van de historie. Deze cd is inmiddels ook een collectors item aan het worden, inclusief de fikse prijzen daarbij. De oude, ‘psychedelische’ hoes is vervangen door die van een maankrater. Dat is de maankrater die genoemd is naar de Middeleeuwse geleerde hierboven genoemd; Arzachel. Hillage kwam nog eens terug als gast, hij werd uitgenodigd voor het derde en laatste album van Egg: ‘The Civil Surface’ (1974). Stewart begon daarna Hatfield & the North.

Als de muziek in je zit, moet die er op enige manier toch weer uit, niet? De studie boeide Hillage minder en minder, de muziek meer. Een bekend fenomeen. Niet heel vreemd dus dat Hillage een nieuwe band begon: Khan. In Khan speelde: Pip Pyle (1950-2006/drums); Nick Greenwood (1948- /basgitaar) en Dick Henningham (?/keyboards). Pyle vertrok naar Gong en vervolgens naar Hatfield & the North. In zijn plek kwam Eric Peachey (1947- /drums). Khan kreeg via de bekende via een contract bij Deram, maar bij aanvang van de opnames vertrok Henningham. Hij werd vervangen door Hillage’s oude makker, Dave Stewart. Voor Khan eerste album, ‘Space Shanty’ (1972), schreef Hillage de meeste tracks, Greenwood één. Hillage heeft dan hoorbaar een enorme ontwikkeling doorgemaakt, niet alleen in zijn gitaarspel, maar ook in het schrijven van nummers.
Op het album staan zes tracks, met veel wisselingen in thema’s, tempo’s en sferen. Op de basis van drums en bas dwarrelen Hillage en Stewart heerlijk rond met loopjes en solo’s. Hillage is de belangrijkste zanger. De muziek is speels, met soms een best ‘heavy’ geluid. Het wordt wel eens vergeleken met het geluid van de oude Uriah Heep. Dan weet je het wel. Tegelijkertijd heeft Khan ook muzikale linkjes met Soft Machine en Caravan en is op veel momenten gewoon jazzy. Naast de virtuoze, snelle loopjes ontwikkelde Hillage een lang aanhoudende, zwevende klank, waarmee hij zijn gitaarspel tot ‘verre einden droeg’. Boeiende muziek.

Na het album volgde een tournee in het voorprogramma van Caravan. Wat een avond moet je dan gehad hebben! Stewart was terug bij zijn eigen band en werd vervangen door de inmiddels in Engeland wonende Canadees Val Stevens (1948- /keyboards). Na de tournee wijzigde de band opnieuw, Peachey bleef. Stewart kwam weer terug en nieuw is dan Nigel Griggs (1947- /basgitaar). Er zijn plannen voor een tweede album, maar Deram/Decca heeft er geen zin meer in. Einde Khan.

Hillage is vrij en wordt door ex-Soft Machine bassist Kevin Ayers uitgenodigd om in zijn band, Decadence, te komen spelen. Hillage zegt toe, doet een tournee en speelt mee op ‘Bananamour’ (1973). Op tournee in Frankrijk ontmoet Hillage Didier Malherbe van de band Gong (ook een band van een ex-Soft Machine bandlid, Daevid Allen). Malherbe nodigt Hillage uit voor een bezoek op de Gong-commune-boerderij in Sens met daarbij het verzoek eens mee te ‘jammen’. Het klikte meteen. Hillage hoorde hier iets heel bijzonders en wilde dolgraag de nieuwe gitarist zijn. Hij speelde meteen mee op het eerste album uit Gong’s ‘Radio Gnome Trilogy’: ‘Flying Teapot’ (1973). Dat album was al ver klaar, dus is hij niet heel veel te horen, maar desondanks is zijn geluid goed te herkennen. Die herkenbaarheid zou nog meer toenemen op ‘Angels’ Egg’ (1973) en ‘You’ (1974). Met Gong werd Hillage een gevierd én gewaardeerd gitarist. Lastiger werd het toen oprichter Allen de band verliet en Hillage ongewild en tegen zijn zin Gong’s nieuwe bandleider werd. Hij hield het even vol, maar die rol ambieerde hij toch echt niet. Omdat zijn eerste, eigen soloalbum net uit was koos hij ervoor Gong te verlaten en zich te richten op zijn solocarrière. (Het hele verhaal van Gong is elders op de LemonTree te lezen).

Hillage vertrok niet alleen, hij nam zijn partner, Miquette Giraudy (1953- /synthesizers, percussie, zang), mee. Giraudy is geboren in Nice. Na haar opleiding werd ze de assistente van filmregisseur Jackie Raynal, maar wel onder de naam Monique Giraudy. Vervolgens werkte ze als mede-scriptschrijveres en assistente filmbewerking bij Barbet Schroeder voor diens film ‘More’ (1969). ‘More’ kennen we misschien beter vanwege de muziek erbij van Pink Floyd. Giraudy bleef niet achter de camera, ze speelde een rol in ‘Jupiter’ (1971) van regisseur Jean-Pierre Prévost. Op de lijst staat ze daar als Marsiale Giraudy. Het is een vreemde toestand met haar naam, want in Schroeder’s tweede film met muziek van Pink Floyd, ‘La Vallée’ (1972), speelt ze ook mee en wordt daar weer Monique Giraudy genoemd. Dezelfde naam gebruikt ze bij ‘Le Grand Départ’ (1972) van Martial Raysse. Daar staat ze in tegenstelling tot Raynal, niet voor de camera, maar zorgt voor de hele filmbewerking. Ergens in deze periode ontmoeten Hillage n Giraudy elkaar. Giraudy wordt in 1974 zangeres in Gong. Zangeres? Ze is van de ‘space whispers’ en ‘wee voices’ en dat alles als Bambaloni Yoni. Giraudy wil echter meer dan alleen kosmosfluisteraar zijn en Tibetaanse belletjes laten klinken, ze kiest voor de synthesizer als instrument en staat daarmee steeds meer op het podium. Eind 1975 stapt Giraudy, samen met manlief Hillage, uit de Gong.

Hillage die inmiddels dus naam gemaakt heeft als gitarist treedt in 1973 op als vervanger voor Mike Oldfield. Oldfield heeft dan net het succesvol gebleken album ‘Tubular Bells’ (1973) gemaakt, Virgin’s platenlabelbaas, Richard Branson, vindt dat er optredens moeten komen. Oldfield wil en kan het niet, daarvoor is hij te verlegen, bescheiden, introvert. Zijn plek wordt ingenomen door Hillage. Virgin Records is dan ook Gong’s thuisbasis, dus dat contact is makkelijk. Pierre Moerlen, Gong’s drummer extraordinaire, doe als drummer/percussionist mee met het concert.
Moerlen stuurde na het vertrek van Allen en Hillage Gong richting de jazzrock. Voor het eerste album in die stijl, geproduceerd door Pink Floyd’s drummer Nick Mason, ‘Shamal’ (1976), worden Hillage en Giraudy als gast gevraagd.

Maar daarvoor is Hillage’s eerste soloalbum verschenen: ‘Fish Rising’ (1975). Met het groeien van faam en dus naam had Virgin Records Hillage een contract aangeboden als soloartiest. Met het gerommel in Gong was het niet moeilijk kiezen. Voor het ontstaan daarvan moeten we drie jaar terug in de tijd, want delen van ‘Fish Rising’, ‘I Love Its Holy Mystery’ en ‘Solar Musick Suite’ zijn in feite al gecomponeerd voor wat Khan’s tweede album had moeten worden. Eind 1974 zat Hillage, toen nog in Gong, met twee andere Gong-leden in de studio: Pierre Moerlen (1952-2005/drums, percussie) en Mike Howlett (1950- /basgitaar). Dit trio speelde de ‘basic tracks’ voor wat Hillage’s eerste album zou worden. Bij de re-release en remastering van de albums in 2007 kwamen die weer boven water en werden als bonustracks bij de diverse cd’s gevoegd. Het drietal wordt omschreven als ‘Power Trio’. De muziek van deze krachtpatsers is letterlijk behoorlijk stevig, steviger dan wat later op het album zou komen. Hillage: “That wasn’t the sound I was going to for on the final album, as I wanted a richer, psychedelic sound, which is what I eventually got.”
Om dat rijkere geluid te krijgen kwam eerst oude bekende Dave Stewart stukken inspelen, vervolgens kwam Gong’s synthesizerspeler Tim Blake (1952- /synthesizers) zijn ‘synthi-a-size’ bubbels toevoegen. Later volgden nog twee gasten: Lindsay Cooper, dan in Henry Cow, speelde fagot en Didier Malherbe (Bloomdido Bad de Grasse/Glid de Breeze) saxen en fluit. Een beetje in Beatles-stijl werd de onzichtbare band ‘The Sky Drunk Heart Beat Band’ genoemd.
‘Fish Rising’ bevat slechts vijf tracks: op kant A het lange ‘Solar Musick Suite’ en de twee kortere ‘Fish’ en ‘Meditation of the Snake’ en op kant B: ‘The Salmon Song’ en ‘Aftaglid’. Hillage experimenteerde tijdens zijn verblijf in Sens tijd met gitaarecho’s, loops en gebruikte een trucje dat hij van Daevid Allen geleerd had, de ‘glissando gitaar’. Allen dat op zijn beurt afgekeken van Pink Floyd’s Syd Barrett. Door met een ijzeren staaf over de snaren te wrijven krijg je een bijna oneindig lange toon… regelrecht into space.
Hillage maakt op zijn eerste album heavy, kosmische muziek met een psychedelische inslag. ‘Trippy’ en ‘down to earth’ tegelijkertijd. Hoe dan ook fascinerend. Net als overigens de hoes waar ik uren naar gekeken heb. Vooral die infrarood foto’s op de achterzijde. Dit album had ‘iets’ en dat heeft het – voor mij in ieder geval – nog steeds. En die inzet na de Tibetaanse belletjes…. Kippenvel! Bij e re-release in 2007 stond naast een track met het ‘powertrio’ nog een leuke bonustrack: ‘Pantagrammaspin’. De track was alleen te vinden op Virgin’s verzamelalbum ‘v’ (1975).

In de laatste periode met Gong waren de live-concerten wat verwarrend; het was een combinatie van Gong-werk en een presentatie van Hillage’s album. Het concert dat ik in Elsloo (of all places) bijwoonde begon met een uiteenzetting over de magie van het zeshoekige gebouw, waarna ‘Aftaglid’ werd ingezet. Het dak ging er nog net niet af. Dat was misschien wel beter geweest, want door de dikke rook van iedereen die daar stevig zat te blowen was de groep nauwelijks te zien.

Na het afscheid van Gong waren Hillage/Giraudy op zichzelf aangewezen. Bij het tweede album ‘L’ (1976) was dan ook alles anders. De muziek voor ‘L’ was niet in good old England opgenomen, maar in New York en wel onder ‘guidance’ van niemand minder dan Todd Rundgren en diens bandleden. Hillage deelde een flat met Henry Cow’s Chris Cutler. Samen vormde een mini-fanclub ten aanzien van Rundgren’s muziek. Hillage dacht dat Rundgren op dezelfde golflengte zat qua muziek en benaderde hem over een eventuele samenwerking. Rundgren stemde toe en Hillage en Giraudy reisden af naar New York. Rundgren was druk met allerlei projecten. Werken met hem bleek werken onder hoge druk. ‘Fish Rising’ was het verslag van een lange periode, werken aan een nieuw album bracht nieuwe uitdagingen mee. Een daarvan was het opnemen van persoonlijke favorieten. En dan begint meteen de tweespalt. Het grootste deel viel mij wat tegen, ja, er waren prachtige, sfeervolle passages, maar het geheel? Aan de andere kant blijkt het Hillage’s meest succesvolle album ooit. Zou het komen door de verrassende aanwezigheid van niet-eigen-songs van Donovan (‘Hurdy Gurdy Man’), George Harrison (‘It’s All Too Much’) en de klassieke mantra ‘Om Nama Shivaya’ van Uma Nanda/Kesar Singh Narula? Het lag niet aan de musici of het gitaarspel. Zou het komen door de afwezigheid van Hillage’s baard op de voorzijde van de hoes? Hoe dan ook, het album kwam tot de tiende plek in de UK Album Charts.
Naast Giraudy, die twee van de zes tracks componeerde, horen we op ‘L’ de band van Rundgren, Utopia, met daarin: Roger Powell (1949- /keyboards); Kasim Sulton (1955- /basgitaar) en John Wilcox (1951- /drums). Gasten zijn Larry Karush (tabla) en Sonja Malkini (hurdy gurdy/draailier). ‘Special guest star’ is niemand minder dan jazztrompettist Don Cherry.
De song ‘Electric Gypsies’ bleef hangen, de benaming werd die van sommige fans voor Hillage en zijn uitingen. Minder hangen bleef de tegenhanger van het op het eerste album staande Solar Musick Suite’, de ‘Lunar Musick Suite’, ook al was die opgenomen bij volle maan in mei en juni 1976. Al met al vond ik dit album minder uitgekristalliseerd, misschien hadden ze toch meer tijd moeten nemen. Bij de rerelease in 2007 werden maar liefst drie extra tracks toegevoegd, waaronder nog een ‘cover’: ‘Eight Miles High’, het nummer dat we kennen van The Byrds. De elektrische twaalfsnarige gitaar van Hillage klinkt goed, maar haalt het niet bij het origineel. Opmerkelijker zijn de anderen twee. ‘Maui’ is een vroege versie van het nummer ‘Palm Trees’. Die track hoorden we voor het eerst in 1978 op het album ‘Green’. ‘Shimmer’, het B-kantje van de single ‘It’s All Too Much’, is een track met medewerking van Tim Blake op synthesizer. Dank Tim.

Rondom het album ging Hillage met een eigen band op tournee. In die band spelen Clive Bunker (1946- /drums/ex-Jethro Tull), Colin Bass (1951- /bas, later in Camel), Christian Boulé (1951-2002/gitaar, bekend van Clearlight), Phil Hodge (?/keyboards), Basil Brooks (?/fluit, synthesizer) en natuurlijk Giraudy (synthesizers, zang). Het was een succesvolle band. Hoe die klinkt is te horen op een aantal cd’s: ‘Live Herald’; ‘Madison Square Garden 1977’; ‘BC Radio One Live’ en te zien op de dvd/cd; ‘Germany 77’.

‘Get Motivated’ was de kop in de advertentie om ‘Motivation Radio’ (1977) aan de fan te brengen. Voor sommigen was dat wel nodig, want met dit album rekent Hillage af met de hokjesgeest. Hillage: “I did have mixed feelings about the perception that surrounded my music. I must admit I never liked the term 'progressive rock'. I felt it never applied to Gong and it certainly never applied to me either. I felt that the music I was making was somehow out on its own, and although it had a quintessentially English feel and possibly it had a 'Canterbury sound' to it, I never considered my music or most of the so-called 'Canterbury' music for that matter 'progressive rock’. For that matter I have a psychedelic blues band with complex arrangements, but we didn't have a label and I'm not into rigidly labelling music. That’s how Miquette and I felt." (citaat: Wikipedia).
De afrekening met het hok kwam vooral door de tegenvallende en vroegtijdig afgebroken tournee door Amerika. Mensen kwamen naar hem toe en vertelden hem dat ze helemaal weg waren van progressieve muziek zoals die van hem. Op het moment dat Hillage antwoordde dat hij op dat moment erg bezig was met de funk van P-Funk, Bootsie Collins, Parliament, Funkadelic bijvoorbeeld, kreeg hij vreemde reacties: “It’s like I killed their pet cat.”

De funk kwam in de muziek. Dat maakte ‘Motivation Radio’ met negen korte songs heel anders dan de voorgangers. Iemand die een beetje in lijn met de ontwikkeling zat was de Brit Malcolm Cecil (1937- /bas, T.O.N.T.O., producer). Cecil speelde in talloze jazzbands, alvorens samen met Robert Margouleff een beest van een synthesizer te bedenken en te bouwen: T.O.N.T.O.: The Original and New Timbral Orchestra. In feite is het een verzameling bestaande synthesizers, zoals het Moog Modular System, een ARP en enkele zelfgebouwde modules die allemaal aan elkaar gekoppeld zijn. Met de Tonto’s Expanding Head Band maakte het duo twee albums: ‘Zero Time’ (1971) en ‘It’s About Time’ (1974). Die laatste was het album dat Hillage in deze periode continue beluisterde. (Heel) Grof gezegd klinkt die muziek als ‘Tim Blake meets Wendy Carlos’. Boeiend, zondermeer. Cecil had na zijn band vooral gewerkt aan het programmeren van de synthesizers van Stevie Wonder en enkele van diens albums geproduceerd. Cecil is daarmee een potentiële link in Hillage’s omschakel. Hij vertelt een bevriend journalist dit verhaal, waarop blijkt dat die man Cecil kent en hem contact! Cecil luistert en stemt na wat heen-en-weer-gepraat toe om met Hillage en Giraudy te werken en hun nieuwe album te produceren. Het duo reist opnieuw naar Amerika, nu naar de westkust, Los Angeles. De drummer op het album is Joe Blocker (?/drums) en Stevie Wonder’s bassist Reggie McBride (1954- /bas). Cecil bespeelt op sommige, spaarzame plekken de T.O.N.T.O. De meest synthesizers worden gespeeld door Giraudy en Hillage. Giraudy heeft bij de ‘credits’ ook een ‘saucersizer’ staan.
De muziek is heel herkenbaar Hillage, lekkere gitaarsolo’s, sfeervol, beetje kosmisch/psychedelisch, maar dan op soul- en funkbasis. Sommige omschreven het album als “A funky Floyd”. Dan weet je het wel. Ondanks dat, of juist daarom was het album in aanvang niet heel succesvol. Funkprog (dit hok verzin ik zelf) bestond nog niet en iedereen moest hier duidelijk aan wennen. Achteraf wordt ‘Motivation Radio’ gezien als hét album dat Hillage en Giraudy zette op de richting waarop ze met System 7 zouden opgaan. Nu wordt het meer gewaardeerd in komt het in menig lijst van essentiële albums en/of album van het jaar 1977 voor.
Bij de rerelease in 2007 werden drie bonustracks uit deze periode toegevoegd: ‘Leylines to Glassdom (TONTO-version), ‘The Salmonsong (Powertrio)’ en ‘The Golden Vibe (alternate mix)”. Eigenlijk zou het album ‘The Red Album’ genoemd worden en een tweede, opvolgende ‘The Green Album’, maar daar stapte Hillage van af. Het idee bleef toch nog hangen en met ‘For to Next’ en ‘And Not Or’ (1982) alsnog gestalte krijgen.

Na het album ging het duo opnieuw op tournee door Europa. Ditmaal met Blocker, Curtis Robinson (?/bas) en soms Chuck Bynam (?/gitaar, keyboards). De band minus Bynam is te horen op ‘Rainbow 77’ (2014).

Met materiaal voor twee albums (The Red/Green album) is het niet verwonderlijk dat Hillage, Giraudy en een band al snel weer in de studio zaten. Nu werd het originele concept wel behouden, al was de naam ingekort: ‘Green’ (1978). Hillage had gehoord dat Mason geïnteresseerd was zijn album te produceren. Hillage kende, zoals hierboven al geschreven, Mason al van het productiewerk voor Gong (Shamal, 1976). Hillage’s huidige liveband werd ook de studioband: Blocker en Robinson. Op één track is Andy Anderson (1959-2019/drums) op drums te horen.
‘Green’ heeft meer weg van ‘Fish Rising’ dan de vorige albums en dat ondanks de blijvende funky insteek. Er is op ‘Geen’ meer ruimte voor synthesizers zonder drums en bas. Hillage gebruikt voor het eerst een gitaarsynthesizer, de Roland GR-500.
Na de prachtige en rustige ‘Music of the Trees’ en ‘Palm Trees’ wordt, vroeger het eerste nummer van kant B, voor het eerst een funky ritme ingezet in ‘Unidentified (Flying Being)’. Die gaat door in ‘U.F.O. over Paris’, maar in ‘Leylines to Glassdom’ komen we opnieuw terecht in de rust met vooral synthesizers en syndrums. De cd eindigt in de stijl van ‘Fish Rising’ en Gong met de van ‘You’ bekende ‘The Glorious Om Riff’ die hier wel een stuk swingender gebracht wordt.
De eerste oplage van het album kwam in groen vinyl en was voorzien van een poster. Het logo van John Michell, ‘Pyramid Fish’ was een sterke; het zou nog regelmatig gebruikt gaan worden.
De rerelease in 2007 leverde vier extra bonustracks op, waarvan drie live: ‘Unidentified’; Not Fade Away’ en ‘Octave Doctors’. Nummer vier, ‘Meditation of the Snake (alternative mix)’, was een studio-outtake. ‘Green’ werd positief ontvangen. Let wel, dit is de tijd van Punk, schoppen en ageren tegen alles wat progressieve rock mastodonten werd genoemd; de groep waar Hillage vandaan kwam. Maar met zijn funky aanpak had Hillage een eigen ruimte gecreëerd waardoor hij blijkbaar genoeg ‘credits’ had. Dat hij niet voor een stroming te vangen was bleek uit het optreden dat hij deed met punkband Sham 69 tijdens het Reading Festival. In 1979 werkte hij samen met Sting, die van The Police, in een kortdurende projectband, The Radio Actors.
Na ‘Green’ gingen Hillage en Giraudy opnieuw op tournee met wederom een nieuwe band met Andy Anderson en John McKenzie (1955- /basgitaar). Even terug is Christian Boulé. Hoe deze band live klinkt is te horen op ‘Live at Deeply Vale Festival ‘78’ (2004).

‘Live Herald’ (1979) zou je kunnen zien als de afsluitende set van de reeks hiervoor. De dubbel-lp had drie zijden met live-opnamen en één met nieuwe studio-opnamen. De live-stukken zijn niet van één concert, maar opgenomen in de afgelopen jaren, diverse bands, diverse gelegenheden. Natuurlijk komen alle highlights langs. In het cd-tijdperk vond Hillage het verstandig om de studio-opnamen te verhuizen naar een studio-album. Ze kwamen daardoor terecht op het komende album ‘Open’ (1979). Bij de recente cd’s versies, ook die uit 2007, krijgen we als bonus de ‘Solar Musick Suite’ mee. Die is opgenomen in The Rainbow Theatre 197
7. Een kortere (?) versie is te horen op de cd ‘Rainbow 77’ (2014). Dat er een live-abum kwam was min of meer noodgedwongen, maar in dit stadium zeker niet verkeerd. Hillage: “By the summer of 1978 Miquette and I were almost approaching burn out.” Er waren wel wat studio-tracks, maar te weinig voor een album. Besloten werd de vier tracks: ‘Talking to the Sun’; ‘1988 Aktivator’; ‘New Age Synthesis (Unzipping the Zype)’ en ‘Healing Feeling’ aan te vullen met live werk. Het duo kon ondertussen wat rust nemen. Dat deden ze en wel op een heel bijzondere manier.

Kort na ‘Live Herald’ trof ik een nieuw album van Hillage/Giraudy in de bak in de platenwinkel aan. Bijzonder met slechts twee tracks en uitgevoerd in transparant vinyl. Op ‘Rainbow Dome Musick’ geen heftige gitaar-erupties, geen funky drums en bas, nee, integendeel, het rustig voortkabbelend geluid van water, belletjes, lang aangehouden gitaar tonen, kleine repeterende thema’s en het altijd fantastische geluid van de Fender Rhodes. Heel relaxt en letterlijk rustgevend dit. De A-kant, ‘Garden of Paradise’ is gecomponeerd door Giraudy, de B-kant, ‘Four Ever Rainbow’ is van Hillage. Hillage speelt op dit album: “lead guitar, electric guitar, glissando guitar, Fender Rhodes, ARP synthesizer and Moog synthesizer’; Giraudy: “double sequencer, Fender Rhodes, ARP Omni, Tibetan bells”. De twee stukken zijn special opgenomen ter gelegenheid van “The Rainbow Dome Festival for Mind-Body-Spirit’ van 21 to 29 april in Olympia, Londen. De muziek werd als een ‘loop’, continue dus, afgespeeld via een rondom geluidsinstallatie. In het midden van de hal stond een beeld waaruit kleine waterdruppeltjes ontsproten. Met het juiste licht leverde dat regenboogjes op. Hillage dacht dat dit de eerste ‘chill-out’ ruimte ooit was. In ieder geval maakte het zo’n indruk dat Giraudy en hij het belangrijk vonden de muziek verder te verspreiden. Toen was het een opvallend, anders album, nu wordt het gezien als een van de eerste én betere ambient-albums. Het bleek het voorbeeldalbum voor menig band te zijn, zoals bijvoorbeeld The Orb, maar ook de basis voor de toekomst met System 7 en Mirror System.

Ergens in 1978 was Hillage in een discotheek. Het geluid was hard en goed. Het jonge volk danste uitbundig op muziek van … Kraftwerk! Hillage: “I just had this vision, I thought fuck, electronic dance music, my God, it’s going to be massive and this was 1978! Then as it evolved during the years when I was a record producer I kept track of all this."

De dans zat er nu goed in, want met het derde album in dit jaar ‘Open’ (1979) stond de dansfactorknop op max. Nog meer dan eerder was dit dansmuziek. De synthesizers en gitaargeluiden vlogen je nog we om de oren, maar duidelijk werd wel dat Hillage de weg die hij op ‘Motivation Radio’ was ingeslagen hier vervolgde. De songs nog iets compacter en puntiger. Dat Hillage openstond voor andere invloeden bleek uit de geinige hoes, het woord ‘open’ was uitgestanst en met de vrolijk gekleurde binnenhoes kon je verschillende effecten bewerkstelligen. ‘Open’ was een mooi en vooral positief album, zo’n album met een goede ‘vibe’.
Met de cd was meteen duidelijk dat de vier studiotracks van ‘Live Herald’ hier beter tot hun recht kwamen. Meteen greep hij de gelegenheid aan de volgorde van de tracks aan te passen, waardoor het album een betere ‘flow’ heeft.
Nieuw album, nieuwe band ook: Andy Anderson (drums), Paul Francis (?/basgitaar) en Dave Stewart – nee een andere – (?/gitaar, techniek). Op ‘The Fire Inside’ doen twee gasten mee: Jean-Philippe Rykiel en Dave Stewart (die andere, die van Khan en Egg en Hatfield, etc.). Bij de 2007-versie komen er nog twee tracks bij: ‘Don’t Dither Do It (1974 Power Trio Backing Track)’ en ‘Four Ever Rainbow (alternative mix)’.

Na het album volgde opnieuw een tournee die eindigde op 18 december 1979. Achteraf was dat voorlopig het laatste concert van Hillage en Giraudy met een band. Hillage: ‘By that time I was really ready for a break. “ Virgin wilde graag een rockalbum voor de Amerikaanse markt, maar Hillage wilde niet steeds hetzelfde doen, hij wilde iets heel anders.
Het duurde dan drie jaar voor we dat anders te horen kregen. Ondertussen was Hillage aan de slag gegaan als producer voor bands als Simple Minds, Cock Robin, Tony Banks (Genesis) en vele anderen.

In 1982 kwamen er twee albums tegelijkertijd uit, een wit, ‘For To Next’ met songs en een instrumentaal zwart: ‘And Not Or’. De titels afgeleid van computerterminologie. Op ‘For To Next’ kijkt Hillage je vanaf de hoes aan, op ‘And Not Or’ heeft hij ze dicht. Beide albums zijn gemaakt door alleen Giraudy en Hillage. In eerste instantie kwam alleen ‘For To Next’ op de markt, solo of in een ‘limited edition’; een dubbel-lp met als bonus het ‘And Not Or’ album. Maar al snel ook apart. In het cd-tijdperk werden ze opnieuw samengevoegd.
De muziek op het duo is veelal elektronisch, zelfs de drums zijn uit het Linn-doosje. De Linn-drum-computer was een favoriete drumcomputer in de jaren tachtig. ‘For To Next/And Not Or’ is heel anders dan het andere Hillage-werk. Zijn producerswerk had hem in contact gebracht met andere muziekstijlen en -opvattingen, die invloeden hoor je terug. Hij is zelf het meest tevreden met deze set en met name de teksten die hij ervoor schreef. “These Uncharted Lands, for me that song has the best lyrics I ever wrote. There’s something very emotive about the melody.”
Wat we horen op ‘And Not Or’ komt al aardig richting System 7.

‘For To Next’ kwam in Engeland tot de 48e plek in de albumlijst en was daarmee een van de meest succesvolle albums van he duo. Maar zin in een tournee hadden ze niet. Hillage keerde terug in de rol van producer. Bij mij raakte het stel uit het zicht. Het duurde even – jaren – voordat ik doorhad dat er iets als System 7 bestond, wie dat waren en welke muziek daaruit voort kwam. Een echte orenopener. Achteraf bleek dat Hillage bij een concert van The Orb zijn ‘Rainbow Dome Musick’ hoorde. Het leidde tot een samenwerking, maar vooral tot nieuwe inzichten en een nieuw avontuur. Giraudy en Hillage werden System 7. In eerste instantie maakten ze ambient-achtige muziek, maar het dance-element sloop er meer en meer in. Zo zeer zelfs, dat het nodig bleek een ambient-zijtak op te zetten: Mirror System. Maar dan komen we in een nieuw verhaal terecht, dat wellicht nog eens verteld gaat worden.

Hillage’s ‘oude’ muziek kwam bij verrassing terug in 2006 tijdens de ‘Gong Unconvention’ in de Melkweg. Diverse settings van Gong en solo-escapades kwamen daar langs, waaronder System 7, maar ook een ’Hillage Band’ die werk speelde van de albums hierboven genoemd. In die tijdelijke band speelden Basil Brooks (synthesizers), Mike Howlett (bas/Gong’s bassist) en Chris Taylor (drums). Hillage en Giraudy hadden er duidelijk zin in. Het is te horen op het album ‘The Steve Hillage Band Live’ (2008). Ook deze cd heeft wat extra’s: drie tracks opgenomen in de Sonesta Koepelkerk op 14 juni 1979 en een oude versie van de ‘Solar Musick Suite’ uit 1974 gespeeld door Gong!

Zowel Hillage als Giraudy keerden na het avontuur in de Melkweg kortdurend terug op het Gong-nest en werkten aldus mee op Gong’s ‘2032’ (2009). Later gingen ze weer hun eigen weg, maar de link met Gong bleef. Zo speelt Hillage mee op het eerste album van Gong na het overlijden van Daevid Allen: ‘Rejoice! I'm Dead’(2016) en staat hij af en toe met de nieuwe Gong-dynastie op het podium. In 2015 speelt Hillage mee met die andere kosmische band, Hawkwind en deed een concert met Gong’s vroegere synthesizerspeler Tim Blake.
In 2013 ontving Hillage ‘The Visionary Award’ ter gelegenheid van de “2013 Progressive Music Awards.” Tjsa, van die benaming – Prog - kom je nooit meer af.

In de jaren na de band van Hillage zijn her en der cd’s met live-concerten op verschillende labels verschenen. De meeste zijn in het verhaal al genoemd. Twee nog niet genoemd zijn bijzonder: de dubbelcd ‘Düsselorf 28.3.79’ (2017), ‘The Golden Vibe’ (2019). Die laatste omdat die volstaat met ‘a capella echo recordings’, opgenomen in mei 1973 in het ‘Pavillion du Hey, Sens, oftewel de Gong-commune boerderij. Het zijn de klanken die we veelvuldig horen op ‘Fish Rising’. De ander is een prachtig voorbeeld van een goed concert uit 1979 met in de band: Anderson, McKenzie en Stewart (de gitarist). Dat concert werd plotseling teruggevonden na de release van de megabox ‘Searching for the Spark’ (2016). Die box is de ultieme Hillage met mar liefst 22 cd’s(!). Uit de wervende tekst: “22-CD Box-Set, with hardback coffee-table book, large booklet of press cuttings, two lyric books, three promotional posters, art print signed by Steve Hillage and Miquette Giraudy, badge and plectrum (doubling up as a deep-stored CD retriever). Strictly limited to 2500 copies worldwide.”
Nou weet ik al geruime tijd dat dat laatste – 2500 – wereldwijd best veel is en iedereen die wil wel zo’n box kan kopen. Dat valt dus wel mee. Wat niet meevalt is het formaat en het gewicht, het is wat je noemt een kloeke box. Die 22 cd’s zijn alle reguliere uitgaven, fris opgepoetst, aangevuld met het werk van Arzachel, Khan, het eerste album van System 7, en flinke reeks live-opnames en cd’s met demo’s van Khan, Hillage en de vroege System 7. Het boek erbij is prachtig; veel foto’s en een nog uitgebreider verhaal dan dit. Voer voor de echte fans dus, maar dan heb je dus bijna alles wel compleet.

Hillage zocht samen met levenspartner Giraudy naar de vonk en vond die in eerste instantie in de kosmos. Later bleek dat die ook gewoon op aarde ontstoken kon worden, maar dan moest je er wel bij kunnen dansen. Dat hij, begeleid door de synthesizers van zijn partner op zijn gitaar de sterren van de hemel speelde is mooi meegenomen. Die echtelijke vibraties leveren bij de luisteraar soms kippenvel op, dan weet je dat je de ‘golden vibe’ beslist gevonden hebt.