![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
---|---|---|---|
![]() |
![]() |
![]() |
Porcupine Tree Vreemde, grillige, stekelige... |
||
---|---|---|
Eenmaal op gang blijkt de band populairder dan verwacht en wordt de muziek alom geprezen. Ondanks vele wisselingen in stijlen groeit het aantal fans. Maar dan is het plotseling voorbij en wordt Porcupine Tree omschreven als "the most important band you’d never heard of". Lees daarom eens het verhaal van die vreemde, gekke, grillige, stekelige ... Het is een bekend plaatje. Je bent jong, zit thuis of elders, hoort allerlei muziek, wordt liefhebber of fan van een of meerdere bands en bedenkt dat je ook wel zelf muziek zou willen maken. Probleem is alleen dat de muziek waar je van houdt niet past in de tijd van nu en je een potentieel succes wel vergeten kan. Wat doe je dan? Je maakt muziek en presenteert die als die van een groep uit het verleden die door allerlei omstandigheden, ziekte, drugs, gevangenis, in de vergetelheid geraakt is, maar nu ontdekt is. Je stuurt mensen cassettes met historisch verantwoorde verhalen erbij en hoopt dat die erin tuinen. Grillige bijkomstigheid, de muziek van toen werd plotseling weer ‘populair’. Wat begon als een grap eindigt uiteindelijk als een van de topbands uit de huidige tijd, zelfs gebaseerd op de muziek van toen. Dit is het vreemde, grillige verhaal van Steven Wilson en diens band Porcupine Tree. Steven John Wilson (1967- ) raakt als jongen in de ban van muziek.
Tijdens een niet nader omschreven kerstfeest ontvangt zijn vader ‘Dark Side
of the Moon’ van Pink Floyd van zijn vrouw en zijn moeder ‘Love to Love You
Baby’ van Donna Summer van haar man. Niet alleen de ouders luisterden naar
de plaatjes, ook de jonge Wilson vrat de muziek. De bijzondere combinatie:
Floyd-Summer zou hem tot in zijn verdere muziekleven bezig houden. Net zoals
andere, schijnbaar tegenstrijdige muziek: Karlheinz Stockhausen versus Abba.
Prachtig, en net ook als een zwak die hij had voor misschien wel de meest
onderschatte ‘progrockband’ Camel. In zijn tienertijd komt Wilson in
aanraking met heavy of metal. Wie niet eigenlijk? Ook die kennismaking had
latere gevolgen weten we inmiddels uit de muziekhistorie. Op zoek naar
interessante muziek komt hij uit bij Duitse bands als Tangerine Dream, Klaus
Schulze, Can, Neu! Het worden allemaal elementaire bouwstenen voor zijn
eigen muziek. Ja, het liefst zou hij zulke muziek ook maken, echter in 1987
is het de tijd van Los Lobos, Rock Astley, Whitney Houston, Pet Shop Boys,
Madonna, Whitesnake, Prince, Fleetwood Mac II, U2 en Bon Jovi om er een paar
te noemen. Yes en Genesis maken albums die niet meer lijken op wat ze
vroeger lieten horen. De tijd voor breed uitgesponnen thema’s, ingewikkelde
structuren en lange solo’s is voorbij. Daar zit je dan. Wilson kreeg soms verrassend positieve reacties op zijn cassettes en bedacht dat er misschien wel meer in zat. In 1989 neemt hij een nieuwe cassette op en noemt die ‘Tarquin’s Seaweed Farm’. Het eerdere verhaal wordt uitgebreid met verhalen over de bandleden, zoals Sir Tarquin Underspoon en Timothy Tadpole-Jones. Een andere vriend van Wilson, Nick Saloman (Beavis Frond) suggereerde dat hij een cassette zou moeten sturen naar Richard Allen, schrijver voor ‘Encyclopaedia Psychedelica’ en ‘Freakbeat’. Allen vond niet alles even goed, maar was voldoende positief en plaatste daarover iets in beide bladen. Allen was op dat moment bezig met een eigen platenlabel, Delerium, en vroeg Wilson of hij niet een track wilde maken voor het binnenkort te verschijnen Delerium promotie-album, genaamd ‘Psychedelic Psauna’ (taalgebruik à la The Dukes of Stratosfear, niet?). Natuurlijk wilde Wilson dat. De band met Allen bleef, hij werd later manager, promotor en persagent van Porcupine Tree. De eerste ‘release’ van Porcupine Tree is een EP: ‘Porcupine Tree plays The Love, Death & Mussolini E.P.’ (1990). Er worden er tien van gemaakt, dat is nu dus een collectors item, zelfs Wilson heeft er, naar eigen zeggen, geen. De teksten waren voornamelijk geschreven door Alan Duffy, een schoolvriend van Wilson. Ze waren een cadeau voor hem. Iets later kwam er een cassette met dit materiaal en extra tracks. Als ‘label’, later ook studio, werd ‘No Mans Land’ genoemd. Eigenlijk was dat gewoon Wilson’s slaapkamer. Allen had Delerium opgezet en het album, ‘Psychedelic Psauna’ was
uitgebracht met Porcupine Tree’s bijdrage ‘Linton Samuel Dawson’. Allen en
medeoprichter Samuel Dawson boden aan de : ‘Porcupine Tree plays The Love,
Death & Mussolini E.P.’ cassette opnieuw uit te brengen, maar dan onder de
vlag van Delerium Records. De volgende stap was Wilson tekenen als vaste artiest voor het Delerium
label. De eerste Porcupine Tree cd/2lp release is ‘On a Sunday of Life’
(1992). Met terugwerkende kracht niet heel verrassend is dat op ‘On a Sunday
of Life’ he grootste/beste deel staat van de eerder uitgebrachte cassettes,
al dan niet onder een andere titel. De albumtitel is random gekozen uit een
lijst van potentiële titels, verzonnen door Delerium’s chef, Mr. Allen. De
cassettemuziek die niet op deze release kon kwam later uit op de cd: ‘Yellow
Hedgerow Dreamscape’ (1994). Wilson bewerkte zijn vroegste uitingen en
bracht ze privé uit als een 3cd-set in een oplaag van 25: ‘Cassette Music
1988-1992’. Voor fans de Heilige Graal. Ik heb al prijzen gezien boven de
duizend euro. Porcupine Tree’s muziek, Wilson’s muziek, is nogal melancholiek vindt men. Wilson: "the saddest music is often the most beautiful." De muziek is tevens filmisch, Wilson houdt van groots, meeslepend, symfonisch en dan weer elektronisch, experimenteel gevolgd door een dosis pittige rock met prachtig meervoudig koorzang. Allemaal elementen uit zijn jeugd. Het zijn soms kleine soundscapes, maar kunnen groeien tot zeer complexe stukken muziek. De albums zijn altijd één geheel zonder dat het woord ‘concept album’ valt. Songs, melodieën, patronen zijn weliswaar gerelateerd, maar toch anders, Wilson: "The important thing with Porcupine Tree is that all our songs have a unique sound world that they inhabit. I don't like the idea of any song sounding like any other song. So most of the time it's a case of finding the sound world first whether it be a texture or a drum rhythm that sets you off on a certain musical path, or particular musical atmosphere, or flavour." Wilson’s parallelle project ‘No-Man’ had inmiddels zoveel succes dat hij zijn reguliere job kon opzeggen en zich helemaal in muziek kon hullen. Dat had ook gevolgen voor Porcupine Tree, want in 1993 verscheen het tweede album: ‘Up the Downstair’. Dat was in feite opnieuw een soloalbum van Wilson, echter nu met bijdragen van ex-Japan muzikant Richard Barbieri (1957- /keyboards, electronics), diens vrouw Suzanne (zang) en Colin Edwin (1970- /basgitaar, contrabas). Op enkele tracks helpt Alan Duffy (platenbaas van heel kleinschalige labels) mee als componist. Melody Maker vond het een ‘psychedelisch meesterwerk’ en één van de beste albums van het jaar. De fusie tussen dance, trance en rock was geslaagd. ‘Up the Downstair’ is net zo experimenteel als het eerste album, er was genoeg te beleven en te genieten en – niet vergeten – te zweven… Soms denk ik zelfs bij het beluisteren aan die andere zweefband: ‘Gong’. Wilson wilde zijn muziek door blijven ontwikkelen en niet alleen
stilstaan bij het verleden. Hij maakte een track van ruim dertig minuten die
richting de muziek van The Orb of The Future Sound of London ging en ondanks
dat alles een tintje Pink (Floyd) had. Die track noemde hij: ‘Voyage 34’.
Die zou als tweede disc bij ‘Up the Downstair’ gevoegd worden, maar Delerium
vond het beter die als single separaat uit te brengen. Dat werden er meteen
twee, allebei met de titel ‘Voyage 34’, de een met ‘Phase One’ en ‘Phase
Two’ (1992), de ander met - raden? - ‘Phase III’ en ‘Phase IV (1993). In
2000 bracht Delerium ‘Voyage 34; The Complete Trip’ uit. Toch fijner dan al
die fragmenten. Er is dus succes en dan volgt meestal stap twee: optredens, tournees. De eenmansband moest een ‘echte’ band worden. Wilson had al eerder gewerkt met Barbieri en Edwin, hij had alleen nog een drummer nodig. Dat werd Chris Maitland (1964- ), de drummer die hij kende van de No-Man-band. De nog verse band maakte één promo-cassette (1994) en een zeer gelimiteerde (550 stuks) lp (1997) met livetracks: ‘Spiral Circus’. Prijzen zijn vanaf vijfhonderd-vijftig euro… ‘Moonloop’, eigenlijk ‘Stars Die/Moonloop’ (1994, CD-EP, 12”-EP, cassette) is het tussenstation op weg naar een volgend album. De twee tracks, waarvan één kort, één lang waren afkomstig van de sessies voor dat volgende album. De opvallende voorkant met een uit de lucht vallende brandende piano zou later opnieuw gebruikt worden voor een 2cd-verzamelalbum: “Stars Die: The Delerium Years 1991 – 1997’ (2002). Album nummer drie komt een tijd na Moonloop: ‘The Sky Moves Sideways’
(1995). Het is een sfeervol album getekend door geluidsexperimenten, ambient
muziek, rock, soundscapes en allemaal uitstekend opgenomen. Door de sfeer en
het geluid wordt Porcupine Tree neergezet als de nieuwe Pink Floyd. Volgens
Wilson klopte dat, maar had hij er ook spijt van, immers een tweede Pink
Floyd zijn is in feite geen aanbeveling voor je eigen sound in ontwikkeling.
Want die ontwikkeling was er en wel van een eenmansband naar een echte band.
De helft van ‘The Sky Moves Sideways’ is een Wilson-aangelegenheid, de
andere helft, de tweedelige titeltrack en ‘Moonloop’ al meer een
groepsgebeuren. Een periode dus van transitie, zoals dat tegenwoordig zo
vaak genoemd wordt. In deze zin zou je ‘The Sky Moves Sideways’ het eerste
echte Porcupine Tree album kunnen noemen. Voor Amerikanen was dat helemaal
zo, dit was hun eerste kennismaking met Porcupine Tree. De maxi-single ‘Waiting’ (1996) was de opmaat voor het nieuwe album:
‘Signify’ (1996). Volgens Wilson past dat album heel goed in zijn eigen
tijd, het is krachtig, heeft invloeden uit rock en avant-garde en tevens
klankkleuren uit het verleden. De psychedelica, maar ook krautrock spelen
daarbij een rol als basisbouwstenen, maar staan minder in the directe
spotlights. Er zijn langere, instrumentale tracks naast kortere vocale.
Belangrijker nog, er zijn meer en meer bijdragen van de andere bandleden.
Dat is te zien in de credits bij ‘composed by’, maar ook in één bijzondere
track ‘Light Mass Prayers, die niet door Wilson, maar door drummer Maitland
gecomponeerd is. Dat alleen al is bijzonder, maar nog meer omdat er op deze
track geen drums te horen zijn. In 1998 kwam er in een gelimiteerde editie en 2x10” single op de markt, ‘Metanoia’, met tracks afkomstig van de sessies voor ‘Signify’. Het zijn groepsimprovisaties. In 2001 kwam er alsnog een cd-versie, maar dan – natuurlijk – weer anders. Op ‘Metanoia’, de cd-versie, twee extra tracks van dezelfde sessie, maar wel met overdubs. Het boekje meldt dat: The track "Insignificance" is the missing piece that bridged "Intermediate Jesus" and "Metanoia II" in the original March 1996 recording.” Hierdoor is deze single in feite een elementair onderdeel van de album-collectie geworden in ieder geval behorend bij ‘Signify’. Tijd voor een nieuwe box? Als promotie voor het album is er een tournee door Europa. In Rome, de Frontiera, wordt de band erg warm onthaald, drie avonden lang voor een groot publiek. Het enthousiasme is terug te horen op het live-album ‘Coma Divine’ (1997), dat samengesteld is uit opnamen van deze avonden. De enkele cd-versie is later, 2003, omgebouwd tot een 2cd-versie met meteen maar een andere voorkant. De extra tracks kwamen van de ‘Coma Divine II CD EP promo’ en/of van de toenmalige internet download. Het succes had ook een keerzijde. Het kleine Delerium Records bleek
letterlijk te klein om Porcupine Tree als band te promoten, tournees te
regelen etc. De groep was het label ontgroeid en moest noodgedwongen op zoek
naar een andere thuisbasis. Die werd gevonden bij Snapper Records. Bijzonder is dat het nieuwe album al klaar was voordat Porcupine Tree een
platenmaatschappij had. Wilson had ondertussen wel een andere visie op
muziek maken, meer gericht op songs en dan met name songs in
samenzang-stijl, zoals The Beach Boys of Crosby, Stills & Nash, al dan niet
met Young. En dat dan weer gecombineerd met een meer rock-gerichte en
heavier aanpak. Volgens Wilson, weg van het abstracte en meer richting
‘natural songwriting’. ‘Lightbulb Sun’ (2000) komt eigenlijk best wel snel na ‘Stupid Dream’. De
ontwikkeling met songs versus soundscapes en rock, ingezet op dat album gaat
hier gewoon verder. Het zou bijna een dubbel-cd kunnen zijn. ‘Lightbulb Sun’
bestaat uit twee delen: het ene deel, ‘Rest Will Flow’ in een meer
melodieuze setting met invloeden van Nick Drake en Crosby, Stills, Nash &
Young, het tweede deel, ‘Hatesong’, meer experimenteel nog. Dave Gregory van
XTC draagt bij in de arrangementen voor strijkers. De teksten zijn in
tegenstelling tot vorige albums een stuk persoonlijker. Sommige fans van het
eerste uur wisten het even niet meer, maar nieuwe wisten het wel, concerten
van de band waren meestal uitverkocht. Classic Rock Magazine beschrijft het
album als "an album of stunning songs and startling musicianship…
breathtaking." Porcupine Tree was nu flink op tournee in Europa en stond op allerlei festivals. De fans werden tussendoor getrakteerd op een bijzondere verzamel-cd: ‘Recordings’. Het zijn B-kantjes van singles en resttracks van de sessies voor ‘Stupid Dream’ en ‘Lightbulb Sun’. Op de eerste cd-versie staat nog heel leuk: ‘limited edition of 20.000’, maar inmiddels weet ik dat zo’n aantal betekent dat er weinig gelimiteerds aan is. Dat zie je meteen terug aan de verkopen op online platforms. Deze ‘gelimiteerde editie’ wordt daar aangeboden voor nog geen tien euro. Vergelijk dat maar eens met de gelimiteerde versies uit het verhaal hierboven. Als supportband van Marillion volgde meer tournees door Europa en stond de band in Amerika ‘on stage’. Het was een korte tournee, maar ging wel langs NEARfest. En met al die successen werd ook Snapper te klein en moest opnieuw gewisseld worden. Dit keer werd het Lava, een onderdeel van het grote Atlantic. Maar er wisselde meer. Er was wat frictie in de band ontstaan, en wel rondom drummer Maitland. Hij kon of wilde niet altijd aan zijn verplichtingen voldoen en dat gaf scheve gezichten. Het liep nogal hoog op en uiteindelijk werd Maitland uit de band gezet. Zijn vervanger wordt Gavin Harrison (1963- ). Harrison kwam in 2002 bij Porcupine Tree spelen, na een tip van Barbieri. In eerste instantie alleen voor het komend album. Nadat dat allemaal heel soepel verliep werd hij voor de band gevraagd. Het zou zijn eerste band worden. Later zou hij gaan spelen bij King Crimson als één van de drie drummers in die band. KScope brengt in 2002 een mooi overzicht uit van de beginperiode van de band, het al vaker genoemde: ‘Stars Die, the Delerium Years 1991-1997’. Een 2cd-doosje met rijkelijk gevuld boekwerk. Op de cd’s werk van de reguliere cd’s, maar ook singlewerk en tracks die nog niet op eerdere releases waren toegevoegd, zoals hierboven al te lezen was. De brandende piano uit de beginperiode valt op de voorzijde opnieuw, of valt nog steeds uit de lucht. Het is een soort Margritte: ‘dit is geen vallende, brandende piano.’ Bij latere versies ontbreekt het mooie, veertig pagina’s tellende boekje. Tsja. Wilson heeft bergen werk geschreven en kan kiezen wat er op het nieuwe
album komt. Na de zomer verschijnt ‘In Absentia’ (2002), het eerste album op
Lava. De toon is op sommige tracks nog een stuk heavier dan de fans gewend
zijn, op andere zelfs breekbaar mooi. Eigenlijk is, welbeluisterd, ‘In
Absentia’ de som der delen. Heavy, inderdaad, maar ook songgericht,
meerstemmig als bij de vorige twee albums, maar ook nog steeds dat
psychedelisch randje. De individuele leden vinden 'In Absentia' met
terugwerkende kracht het beste Porcupine Tree-album. Het viel de oplettende
luisteraars ook op. Dit album verkocht ruim drie keer zo goed als de vorige.
‘Progressive rock’ was in! Porcupine Tree gaat opnieuw op tournee dit keer samen met een die andere fantastische band uit Zweden, Opeth. Nieuw is de vijfde persoon op het podium: John Wesley (1962- ). Niet echt een vast lid, maar wel iemand die er vanaf dit moment steeds bij is, zowel live als in de studio. Wesley speelt gitaar en zingt en neemt af en toe de taak van Wilson over als die keyboards of bas wil spelen. Het visuele aspect van de tournee wordt verzorgd door Lasse Hoile. Ook die zou blijven, niet alleen voor de hoesfoto’s van Porcupine Tree, maar ook de verdere aankleding. Hoile heeft een heel eigen stijl van visualisaties, donker, surrealistisch. Dat past natuurlijk perfect bij de muziek en de teksten van Porcupine Tree. In 2003 zien we weer een nieuw label: ‘Transmission’. Dit keer is het een
eigen label en worden albums verkocht via de artiest-zelf-promotende
‘Burning Shed’. Het zijn vooral Porcupine Tree’s live-opnamen in kleine,
exclusieve oplagen en downloads die daar aangeboden worden. ‘Deadwing’ (2005) is het tweede album voor Lava en is gebaseerd op een
filmscript waar Wilson, samen met Mike Bennion, mee bezig was. Het is een
film in de stijl van David Lynch en Stanley Kubrick. De film is, vanwege het
gebrek aan budget, nog niet klaar. Hm… waar kennen we dit verhaal van? De
muziek, de soundtrack, is daardoor los komen te staan van de film en een
eigen leven gaan leiden. Omdat het in eerste instantie een project was van
Wilson is er wel weer sprake van solostukken. Op sommige van die stukken
speelt alleen Harrison zijn drumpartij in, andere tracks zijn dan toch weer
meer groepstracks. Op ‘Deadwing’ horen we twee gastmuzikanten: Adrian Belew
(Zappa, King Crimson) en Mikael Åkerfeldt (Opeth). ‘Deadwing’ is een heavy
album, het trekt opnieuw nieuwe fans, maar zit zo in elkaar dat de oude niet
meteen weglopen. ‘Deadwing’ was opnieuw een groot succes, het album verkoopt
nog beter dan ‘Absentia’. Dat leidde tot diverse tournees. En dan is het tijd voor, je raadt het nooit… een nieuw platenlabel, tenminste in Europa. In Amerika mag Atlantic blijven. Dit keer heten ze ‘Roadrunner Records’. Daar zit een Nederlands tintje aan, want het is van origine een Nederlands label, opgezet door Cees Wessels. Toen heette het nog ‘Roadracer Records’. De eerste release was er een van ‘Jim Croce’ (Amerikaanse, melodieuze singer-songwriter). Nu is het label onderdeel van Warner Music en vooral gespecialiseerd in metal: Opeth, Slipknot, Dream Theater, Within Temptation, Biohazard, Sepultura, om er een paar te noemen. Een goed gezelschap voor de heavy versie van deze stekelige boom. Nog net voor de wisseling komt Snapper/KScope met een dvd met een live concert: ‘Arriving Somewhere…’ (2006). Die is opgenomen en gefilmd in Chicago tijdens de ‘Deadwing-tour’. Het geluid is gemixt in 5.1 surround sound. Het is al met al en visueel én auditief spektakel. Zeker de moeite waard als je de band zelf nooit hebt kunnen zien. Het jaar daarna, 2007, komt het nieuwe album: ‘Fear of a Blank Planet’.
De titel verwijst naar de songs op het album. Songs die gaan over het leven
in de 21e eeuw met onderwerpen als: MTV, seks, drugs, video games, internet,
verveling en de ontsnapping daaruit. Inspiratie haalde Wilson uit het boek
van Bret Waston Ellis: Lunar Park. Wilson: "My fear is that the current
generation of kids who're being born into this information revolution,
growing up with the Internet, cell phones, iPods, this download culture,
'American Idol,' reality TV, prescription drugs, PlayStations—all of these
things kind of distract people from what's important about life, which is to
develop a sense of curiosity about what's out there." Veel songs gaan over
één jongen speciaal – Robby - die uit het boek. Op het album ontmoeten we
een reeks bijzondere gasten: Robert Fripp (King Crimson, gitaar) en Alex
Lifeson (Rush, gitaar). Die laatste was fan van Porcupine Tree. Toen Wilson
dat ter ore kwam vroeg hij Lifeson of hij op een track mee wilde spelen. Het
antwoord is duidelijk. Verder opvallend de medewerking van Dave Stewart
(Egg, Hatfield & the North, Bruford, etc.) voor strijkersarrangementen en
orkestraties), John Wesley (zang, gitaar, producer), Gavyn Wright (leider
van The Londen Session Orchestra), Isobel Griifiths (‘strings session
fixer’). Fans kregen vervolgens nog een aardig, muzikaal extraatje in de vorm van een cd: ‘We Lost the Skyline’, met daarop, zoals het mooi op de hoes staat een: “In-store acoustic performance recorded 4th October 2007 at Park Avenue CDs in Orlando, Florida”. De titel verwijst natuurlijk, weliswaar met een knipoog, naar een album uit de beginperiode: ‘The Sky Moves Sideways’. Verwacht geen hele band tijdens het optreden. In dit geval bestaat Porcupine Tree uit Wilson en Wesley. De reden dat er slechts twee van de vijf spelen is dat de winkel te klein was voor iedereen… Een tweede dvd met een verslag van een live concert zag het licht in
2010: ‘Anesthesize’. We genieten wellicht met een licht chauvinistisch
tintje, want het concert is opgenomen in Tilburg: “Recorded at 013, Tilburg,
The Netherlands on 15th and 16th October 2008”. ‘Anesthesize’ is er in
diverse varianten, mét (cd’s) of zonder, maar vooral in een grijze
verpakking mét twee audiocd’s in een oplaag van 4000 en eenzelfde in een
rode variant, oplaag 1000. Ik hoef je niet uit te leggen dat die rooie
populairder is. Dat werd ‘The Incident’ (2009), een 2cd, de eerste echte dubbelaar.
Natuurlijk is er ook weer een luxe versie uitgebracht, een met de twee cd’s,
maar ook met een DVD met surround sound mix in hardkartonnen boek met 116
pagina’s vol foto’s, teksten en songteksten én een extra boek van 48
pagina’s met tekeningen. Veel van die tekeningen zijn van Hajo Mueller. De
foto’s zijn, zoals gewend én bekend, van Hoile. Al met al is het een
kunstzinnig setje, nog los van de muziek. Na ‘The Incident’ werd het stil rondom Porcupine Tree. Wilson was erg druk met zijn tweede soloalbum en andere projecten. Er was wel nieuw werk, maar dat werd pas in 2012/13 verwacht, aldus de bandleden. Maar dat liep anders, Wilson koos ervoor meer tijd en energie in zijn solowerk te steken en zijn carrière als soloartiest uit te bouwen. Zo kwam hij als vrij snel met en derde soloalbum, maar vertelde de nieuwsgierige pers wel steeds dat Porcupine Tree nog wel bestond, maar in de luwte: “the band "haven’t split up" and that there are "no intentions of splitting up. But there are no specific plans for a new album either.” Ook zei hij: "Porcupine Tree want to get back together at some point, but I’m not sure what direction I want to take the band, only that I’m tired of metal music. The solo career for me now is probably the most important. I think about it more than anything else, I’m more focused on it than anything else, I enjoy it more than anything else..." Als een verlaat toegift kregen de fans via – verrassend – KScope nog een DVD: ‘Octane Twisted’ (2012). Het is de registratie van een live-concert, opgenomen in “The Riviera, Chicago, 30th April 2010’ en ‘the Royal Albert Hall, London, 14th October 2010’. Tijdens het Chicago-concert wordt het hele album ‘The Incident’ gespeeld. De tracks uit Londen zijn mooie toevoegingen van ander werk. Het album riep – opnieuw – de nodige én begrijpelijke vragen op: Wilson: " It’s not to say the band has broken up or anything like that. It’s always conceivable that we could get back together in a year or five years, or 10 years. I really can’t say – there are no plans at the moment." Drie jaar later klonk het zo: “If Porcupine Tree [were] to get back together—and, by the way, I have never ruled that out—it will be a side project. There should be no question in anyone's mind that this is now my main musical path, my solo work.” Het jaar daarna merkte hij in het vakblad ‘Prog’ dit op: "You'd be waiting for a long time, that band doesn't exist anymore." En een jaar later: "Honestly, I would say zero, because I’m just not that kind of person. I don’t go backwards. I’m not interested in going backwards; I want to move forwards, I want to do different things, I want to work with different people, I want to explore different kinds of music. That would seem like a terribly backward step to me. I’m proud of the catalogue; it’s there, it exists, but it’s kind of closed, it’s finished." Daarmee lijkt er definitief een einde gekomen aan een band die begon als een fantasieband, uitgedacht op een jongenskamer. Ondanks het succes bleef de Porcupine Tree een band in de marge, weg van de ‘Grote Muziek Stroom’ en was vooral bekend bij ‘intimi’. Vakbladen als ‘Classic Rock en Popmatters schreven niet voor niets over de band als "the most important band you’d never heard of". We zullen er waarschijnlijk verder ook weinig nieuws meer van horen. De solocarrière van Wilson verloopt veel succesvoller dan die van Porcupine Tree, de andere bandleden zijn bezig in andere bands of hebben hun solocarrière weer opgepakt. Wilson blijft zijn fans nog allerlei extra’s, dvd’s, blu-rays, bonuscd’s en prachtige boxen met kunstwerken voeren, waardoor de band ‘levend’ gehouden wordt. Gelukkig heb ik de meest belangrijke band wel gehoord en dat niet alleen, het is in de relatief korte tijd van zijn bestaan een van mijn favoriete bands geworden. Waarschijnlijk omdat ik de muziekweg van Wilson heel goed herken, of misschien ook wel, omdat ik hou van bomen, zeker een vreemde, grillige, stekelige… |
||
tekst: Paul Lemmens, april 2020 plaatjes: © Delerium Records/KScope/Lava/Roadrunner Records/Transmission Records/Magic Gnome citaten: Wikipedia e.a. |