logo van The Lemontree
nits

Thuis

omschrijving afbeelding

Bij Nits, een groep die al bijna vijftig jaar bestaat, komen muziek, schilderkunst, literatuur, stripverhalen, historie en de nodige overpeinzingen samen tot eigen klanken. Ondanks de vele veranderingen blijft Nits gewoon Nits. Nou ja, ‘gewoon’, ze zijn best eigenwijs eigenlijk, maar dat hielp wel.

De historie van de band begint met het tweede album, ‘Tent’ maar die wordt nu gezien als het eerste. Waar is ‘The Nits’ gebleven?

Het populairste album en lied van The Nits is ‘In the Dutch Mountains’. Iedereen kan het lied meezingen, het is bijna een tweede volkslied geworden. Maar die bergen blijken helemaal niet in Nederland te liggen. En waarom werd ‘in de Nederlandse bergen’ omgetoverd tot ‘achter de dijken’?

Luisteren naar (the) Nits is als een goede leerschool, je leert niet alleen luisteren in abstracties, maar ook dat minder bijna altijd meer is en dat langzaam beter is dan snel. Een boeiend concept dat vraagt om uitleg. Lees daarom het verhaal van de groep waarbij je je heerlijk thuis kan voelen.




Thuis is – als het goed is – de plek waar je tot rust komt en ‘gewoon’ kan doen of zijn. Waar het behaaglijk is en je je geborgen voelt. Soms ervaar je een verlangen naar een andere tijd, een periode waarin er geen druk of stress was, geen hooggestemde verwachtingen. Laissez-fair, panta rhei. Dat. Dat vind je allemaal terug in de muziek van, wat je met een gerust hart kan noemen, Neerland’s topband: Nits. De muziek is heel eigen, karakteristiek, open, zoekend soms met daarbij teksten over het alledaagse leven in de Amsterdamse straten, voetbalclubs of de ‘Nederlandse Bergen’, maar ook met diepzinnige levensvragen, bijvoorbeeld waarom het nodig is dood te gaan voor je vijftiende. The Nits, met inderdaad ‘the’ ervoor, begon als een rood-witte new waveband, maar is inmiddels niet meer gebonden aan een tijd. De muziek van Nits schiet zelden door snelheid uit de bocht, is matig, bedachtzaam, maar daarom of daardoor rijk aan kleuren. Nits worden gewaardeerd van Finland tot Frankrijk en van Oostenrijk tot Turkije. De hang naar nostalgie doet me soms denken aan de ‘Trans Europe Express’ waar Kraftwerk in 1977 over zong: “Leave Paris in the morning with T.E.E., in Vienna we sit in a late-night café.”
Al sinds 1974 maakt Nits hun muziek en ondanks allerlei veranderingen in bezetting en het muzikale landschap blijven ze toch ‘gewoon’ Nits. Een band waar je thuis kan komen en je thuis kan voelen. Een knappe prestatie waarvoor ze, terecht, bij hun veertigjarig jubileum, tot ‘Ridder in de Orde van Oranje Nassau’ werden benoemd. Ridder, dat roept opnieuw verhalen op. Koning Arthur, Lancelot en natuurlijk Floris. Verhalen genoeg rondom Nits. Het is sinds jaar en dag mijn favoriete, Nederlandse band. Hoogste tijd voor een verhaal onder mijn boom.

Henk Hofstede (1951- /zang, gitaar) is geboren in Amsterdam-Oost, een muzikaal rijke omgeving met groepen en artiesten als ZZ en de Maskers, Rob de Nijs en the Lords en Ria Valk. Hofstede speelde vanaf zijn achtste ukelele en zong samen met een toenmalig schoolvriendje; liedjes van Neil Sedaka, The Everly Brothers en het Cocktail Trio. Het duo noemde zich ‘The Henry Boys’, maar de buurt maakte er de ’Hennies van. Later kreeg Hofstede een gitaar. In zijn MULO-schooltijd speelt hij met een andere Henk, ‘van Limburg’ elektrische gitaar in een bandje dat Kinks en Rolling Stones nummers speelde. Via via komt hij in contact met Michiel Peters (1951- /gitaar, zang). Peters ziet eruit als een Nederlandse versie van Who-gitarist Pete Townsend. Het klikt en ze gaan verder onder de ietwat vreemde naam ‘Rhythm & Bluesband NV Bach’. Met een simpele bandopnemer werden op de daarvoor ingerichte zolderkamer allerlei muziekstukken opgenomen. Een bekend fenomeen. Maar dit zet wel de toon voor het opnameproces in de toekomst van de groep.

Na de MULO gaat Hofstede naar de HBS en ontmoet daar twee van de vijf Telman-broers, Paul en Frank. Met een andere vriend komt Hofstede aan een baantje in het Concertgebouw: opruimen na concerten. Voordeel was dat je als loon de concerten mocht bijwonen. Concerten van The Who, Janis Joplin, Frank Zappa & the Mothers of Invention, Lou Reed, The Band, enzovoorts. Een prachtige en rijke leerschool natuurlijk.
Na de HBS gaat Hofstede, die heel goed kan tekenen, naar de Rietveld Academie. Naast het element van die schone kunsten wordt er meer en meer aandacht aan muziek besteed. Hofstede komt terecht in een band die ‘The Nits’ heet en dan bestaat uit Frank Telman en gitarist Rob Brautigam. Peters kwam in Hofstede’s kielzog mee. Pim Telman, weer een Telman-broer werd drummer, Rob’s broer Ronald Brautigam pianist. De nieuwe naam van de band werd ‘Midas’. Peters speelde daarin vooral bas. Midas bestond een jaar en speelde op verschillende plekken. De band kon repeteren in de werkplaats van Hofstede’s vader.

Na een jaar was het voorbij. Hofstede leefde inmiddels in een kraakpand. Op de kunstacademie kwam hij Alex Roelofs (1950- /gitaar, basgitaar) tegen. Roelofs was nogal goed in opnemen vond Hofstede. Peters kende nog wel een drummer, ene Rob Kloet (1952- /drums, percussie). Met dit viertal werden nieuwe composities opgenomen, maar nu weer onder de naam ‘The Nits’. Bewust gekozen, die naam ligt immers een beetje in het verlengde van ‘The Beatles’. Neten en kevers dus, het succes lag daarmee voor het oprapen. Hofstede regelde zelf schoolfeesten zodat hun band daar kon optreden. Het eerste officiële optreden is in december 1974. Er wordt vooral eigen werk gespeeld, maar omdat ze daarmee geen avond kunnen vullen, ook muziek van Manassas (de band van Stephen Stills) en – daar zijn ze weer – The Everly Brothers. De liedjes van The Nits zijn kort en krachtig en vallen in 1974 op in het landschap van de dan populaire glamrock en het lange werk van de progressieve/symfonische rock. Dat horen Fer Abrahams en Jan Maarten de Winter ook. Ze zijn redacteuren van Muziekkrant Oor en net bezig met ‘Oor’s Eerste Nederlandse Groepen Presentatie’. Ze vragen of The Nits een bijdrage willen leveren. Het spektakel, de ‘presentatie’, speelt zich af op 25 oktober 1975. Naast The Nits stonden ‘melodic rockband’ Decennium, bluesband Flavium en de Nederlands-Molukse band Massada op het podium.

Aan het concert houden ze een platencontract over met Jean-Pierre Burdorf voor Dureco. Burdorf regelt een studiodag. Daar worden songs opgenomen als ‘Tutti Ragazzi’, ‘Caravan’ en ‘Went to the Sea’. Dat beviel. Vervolgens werd onder leiding van producer Alen David de eerste single opgenomen: ‘Yes or No/Razorblade’ (1977). De aanpak ‘wij weten wel hoe het moet en doe dat maar zo’ overviel de heren van The Nits behoorlijk. Uiteindelijk waren ze er niet heel blij mee. Ondanks dat draaide Joost den Draaier de single in zijn programma. ‘Yes or No’ kwam in de tipparade en The Nits op tv in Top-Pop. Dureco had echter verzuimd voldoende exemplaren te persen en dus stokte het aanstormende succes snel.
Desondanks heeft Burdorf vertrouwen in de band en stuurt ze naar Rockfield Studios in Wales (of all places!) om daar een album op te nemen. Producer David ziet graag de band zingen als de Bee Gees met lange uithalen en veel vibrato en rommelde aan de strakke sound van de band. Er wordt zelfs zoveel gerommeld dat het hele album achteraf voor geen meter klinkt. Als je muziek door de megaspeakers in de studio afspeelde leek het best wat, maar eenmaal thuis blijkt dat anders uit te pakken. Dureco’s technicus Sytse Gardenier doet zijn best er nog iets van te maken, maar uiteindelijk besluit Dureco de plaat maar op de bekende plank te leggen. Na veel aandringen halen ze hem daar vanaf, immers beter een minder goed album dan geen album. In 1978 wordt ‘The Nits’ in zeer beperkte oplaag – 1000 stuks - uitgebracht op Scramble Records. Het hoesontwerp is van Hofstede. Dat had hij al wel goed geregeld. Duidelijk is ook dat de meest songs van Hofstede en Peters zijn, iets dat nog geruime tijd zo zou blijven.
Het hele gebeuren rondom de eersteling bracht de band wel op het pad van ‘zoveel mogelijk alles zelf in de hand hebben en houden’. ‘The Nits’ is nooit op cd uitgebracht en nooit herperst. Daardoor is het geschiedkundig verworden tot het nulde album van de band. Algemeen wordt de opvolger ‘Tent’ inmiddels gezien als het eerste. Ondanks dat de band niet heel tevreden was met ‘The Nits’ is het niet een heel slecht album. Elke keer als ik het luister verrast het me toch opnieuw. Ondanks het geluid heeft het een soort frisheid met een gedrevenheid van een beginnende band. Misschien moet men eens (her)overwegen om dit album alsnog uit te brengen, iets dat tegenwoordig vaker gedaan wordt onder een noemer ‘early’, in dit geval dan als: ‘Early Nits’. Of het ooit lukt is de vraag, want naar verluid zijn de moederbanden zoek. Daar zijn oplossingen voor, maar die komen we later in dit verhaal tegen.

Het voordeel van de iets latere release van ‘The Nits’ is dat het album dan heel goed past in de heersende muziek. De trend is kort, krachtig, snel, zwart-wit. De up tempo songs van The Nits passen daar goed in. Dat weet ook Oor’s Fer Abrahams die de groep opnieuw vraagt, ditmaal voor hun ‘Keihard en Swingend’- album. Dat is een album waarop ‘nieuwe’ Nederlandse bands gepresenteerd worden. The Nits staan met de song ‘Tutti Ragazzi’ tussen bands als: Subway, Suzannes, Panic, Sylph, Turf, Cilinders, The Lizards, Captain Coke, WhiZZ Guy en Sammy America Gasphetti. Ik vrees dat alleen The Nits een beetje zijn blijven hangen. Bij de presentatie in het sjieke Krasnapolsky Hotel, Amsterdam - de ideale plek voor zo’n punk/new-wave-album toch? - valt de band op in de drift van leren jacks.

Ene Evert Wilbrink weet dat een Haagse manager op zoek is naar een goede band en tipt hem hierover. Niet veel later stappen Robert-Jan Stips, dan ex-Supersister nu producer, en diens SOSS-compagnon Aad Link, dan ex-manager van Supersister, binnen bij The Nits. Het klikt meteen. Stips en Link nemen contact op met platenmaatschappij CBS, omdat ze daar goede contacten hadden. Die contacten zagen de band ook zitten en kochten het contract met Dureco af. The Nits konden opnieuw de studio in, nu met producer Stips en manager/technicus Link. Er werden opnames gemaakt van: ‘Umbrella’, ‘The Harrow Accident’ (een bewerking van ‘Went to the Sea’), ‘Tutti Ragazzi’, ‘The Young Reporter’ en ‘Skateboard Boy’. De sessie was een goede om de moraal wat op te krikken en het vertrouwen in eigen kunnen te herstellen. De opgenomen nummers zijn nooit gebruikt, maar het gaf de band voldoende moed en zin om het tweede album op te kunnen nemen: ‘Tent’ (1979).

Bij ‘Tent’ is de aanpak inderdaad helemaal anders, meer eigen inbreng en aanpak. Producer Stips is in die periode behoorlijk druk met een nieuwe, eigen band Transister en het produceren van het album van Gruppo Sportivo. Aad Link is meer aanwezig en heeft een goede hand in de opnames. Hij geeft – en passant – nog wel de wijze raad om ‘Tutti Ragazzi’ ook op dit album te plaatsen. Dat nummer wordt opnieuw op single uitgebracht, met dit keer wel een ruime voorraad achter de hand. Dat helpt: ‘Tutti Ragazzi’ komt tot de 31e plek in de hitparade.
‘Tent’ doet het ook niet heel slecht. Het begin van het succes is daar. The Nits zijn dan een rood-wit geklede band met rode vrachtauto. Hofstede: “Gelukkig heb ik de hoes van Tent zwartwit kunnen houden. Toen was het al rijper.” Het hoekige van The Nits wordt vertolkt door een Stijl-achtige vormgeving: 16 vierkanten met daarin grote letters voor naam en titel. De achterkant een spel met lijnen en rood-blauw-geel. Opvallende tracks zijn ‘Hook of Holland’ en ‘The Young Reporter’. In die laatste lijkt de jonge verslaggever met zijn lange mantel enigszins de gedaante van stripheld ‘Kuifje’ aan te nemen. Muziek, kunst, architectuur, stripverhalen; het al dan niet imaginaire beeld klopt helemaal.
Doordat de single veel gehoord wordt loopt het aantal concerten snel op. De bandleden die allemaal nog bijbaantjes hadden besluiten daarom ‘professioneel’ te worden. De diverse tournees brachten de groep in Zwitserland, Duitsland, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken en Frankijk. In elk land waren en werden ze een graag geziene én vooral gehoorde band.

‘New Flat’(1980) is de in blauw gevatte opvolger. Het album wordt opgenomen in de studio van Arnold Mühren in Volendam, het hart van de palingpop. Voor de opnames werd gerepeteerd in een loods in Bussum. Daar werden, net als eerder, demo’s van die songs alvast opgenomen. Die opnames waren echter zo goed dat ze in de studio nauwelijks te verbeteren waren. Eerder al, bij ‘Tent’, was gebleken dat sommige opnames uiteindelijk beter waren dan de studio-opnamen.
The Nits spelen net zo strak als op ‘Tent’, de hoekige, new-wave-achtige stijl die hun zo goed ligt, maar tegelijkertijd zo heel eigen Nits is. Omdat de band net zo strak alles in de hand wilde houden werd een potentieel single-nummer, ‘Bobby Solo’, wat gemodificeerd zodat CBS zou kiezen voor de favoriet van de band: ‘Holiday on Ice’. Natuurlijk koos CBS toch voor ‘Bobby Solo’, hitpotentie verloochent zich immers niet. Na wat over-en-weer gediscussieer werd ‘New Flat/Her Second Zebra’ (1981) de nieuwe single. Die, uiteindelijk bij gebrek aan succes, toch gevolgd werd door ‘Bobby Solo/Tables and Chairs’ (1981). De laatste titel is een echte Nits-titel, want wie zingt er nu over ‘tafels en stoelen’?
Ondanks de wat onduidelijke single-koers varen The Nits in goed water. De zalen worden voller en zowel onze Duitse buren als de Franse zuiderburen vragen de band vaker op te treden.

‘Work’(1981) is, net als ‘New Flat’, opgenomen bij Arnold Mühren. De aanpak is echter iets anders, want de voorbereiding is minder strak. Daardoor is er meer ruimte om in de studio dingen uit te zoeken of aan te passen. Een kwestie van gegroeid vertrouwen en ruimere spelervaring door alle live-concerten. Het album wordt daarom geproduceerd door de band zelf, met Aad Link als co-producer. Robert Jan Stips komt op dit album niet voor. Wel zijn er, misschien door de ruimte, voor het eerst muzikale gasten: Alwin Schogt (klarinet), Ellen Mertz (hobo), Catrien Posthumus-Meyes (viool) en een oude bekende, immers op de hoes is te lezen: “backing vocals (vocals behind the thick curtains): Rob Brautigam.”
Je merkt het al aan het instrumentarium, er wordt meer akoestisch gespeeld. Dat is nieuw. Zo is er voor het eerst een vleugel te horen. Het is de opmaat naar een nieuwe stijl. Hofstede: “Ik heb dit altijd een heel warme plaat gevonden.” Kloet: “Het is een soort draaipunt in de band. Er kwam ook een bredere oefensfeer op met jazzy dingen, klarinet erbij, viool er opeens in, het werd speelser bijna.”
De verandering is te zien aan de hoes, die niet bepaald hoekig is, maar de band met een grote zaag voor de dikke gordijnen. Hofstede was op dat moment nogal ‘into’ filmregisseur Alfred Hitchcock, vandaar.
De nieuwe single werd ’Red Tape/Goodbye Mr. Chips’ (1981). Die was goed voor een 39e plek. Het album en de single vraagt opnieuw om veel concerten, maar het heen-en-weer-gedoe eist zijn eerste tol, bassist Roelofs houdt niet zo van al dat gereis en de hectiek van elke dag ergens anders spelen en besluit uit de band te stappen. Hij blijft nog wel jarenlang verbonden aan de band, als adviseur en opname-expert. Een invaller is snel gevonden; Robert jan Stips (1950- /keyboards, zang). In eerste instantie speelt hij als invaller ‘braaf’ de bekende partijen en stelde zich vooral ondersteunend op, maar de samenwerking beviel zo goed dat hij uiteindelijk het nieuwe, vierde lid van de band wordt.

Door de komst van het arsenaal keyboards van Stips veranderde de sound van The Nits drastisch. Niet dat dat zo erg was, het is in een logische ontwikkeling die op ‘Work’ al was ingezet. Een nieuw album moest in die optiek dan nog vrijer zijn. De groep krijgt de beschikking over een oud gymnastiekgebouw aan de Molenwerf, Sloterdijk, een ideale speelruimte. Ze noemen het gebouw ‘De Werf’ en richten het in als oefenruimte en semi-studio. De ruimte is niet alleen voor muziek, maar ook voor decors. Voor het nieuwe album zijn genoeg ideeën voorhanden, daarom wordt een mobiele studio gehuurd die naast het gebouw geparkeerd wordt. Paul Telman is de technicus die alles registreert. Songs als ‘The Vermillion Pencil’ en ‘Nescio’ komen steeds duidelijker naar voren, zeker nadat Stips zijn pianopartij voor de laatste heeft ingespeeld. Naast diens vleugel zijn er net als op ‘Work’ meer akoestische instrumenten te horen: akoestische gitaar, mandoline en een dulcimer. Dat laatste is een snaarinstrument uit de Appalachen dat heel in de verte lijkt op een gitaar. De sound van de band krijgt langzamerhand een andere klankkleur. Het platte, hoekige verdwijnt meer en meer naar de achtergrond.
Voor het eerst is er naast composities van Hofstede en Peters werk te horen van Stips: ‘Springtime Coming Soon’ en ‘Walter and Conny’. Volgens hem was het een geforceerde poging om in Nits-stijl te schrijven. Helemaal gelukt is dat niet, je haalt de tracks er meteen uit, zeker met de kennis van zijn Supersister- en Transister verleden. Niet dat het erg is, ze ‘passen’ best.
Nadat het album klaar was schrokken de heren van de platenmaatschappij van het resultaat en lieten dat duidelijk horen. Ze hadden het, zoals zo vaak, bij het verkeerde eind. ‘Nescio’ stond acht weken in de Top40 met een achtste plek als hoogste positie. In de Top10 dus. Het nummer maakte zo’n indruk dat het al sinds 1999 terugkeert in de jaarlijkse Top2000. In België geraakte het nummer tot de negentiende plek. De titel komt natuurlijk van het boek ‘De Uitvreter’ van ‘Nescio’. Die laatste is een pseudoniem voor J.F. Grönloh. Nescio, het boek, gaat over ene Japi die leeft van anderen en uiteindelijk zelfmoord pleegt door van een brug te springen. De band gaf een eigen draai aan het verhaal: Japi sprong van de brug, maar zwom vervolgens naar Italië. Daar had hij een goed leven. Het laatste couplet is dan ook in het Italiaans gezongen. Er was nog even een leuk idee om het nummer door de dan in Nederland populaire volkszanger Willy Alberti te laten zingen, maar dat was toch net een stap te ver. Ik had dat Carel Verbrugge (zijn echte naam) graag gegund, het was meteen een mooie combinatie van verschillende kunstvormen. Twee van onze beste zangeressen, Fay Lovsky en Mathilde Santing, mogen wel, zij verzorgen de achtergrondvocalen. Niet alleen blijkt dat een goede keus, maar ook een goede, muzikale zet, want de muziek krijgt hierdoor meer diepte.
The Nits trokken door het ganse land en ver daarbuiten, ze waren immers een populaire band nu. Voor ‘Omsk’ ontving de band een Edison, vroeger dé Nederlandse muziekprijs.

Meteen een nieuw album produceren is in de storm van succes misschien wat veel gevraagd, een uitgebreide single lijkt makkelijker. Er wordt opnieuw flink geëxperimenteerd bij de Werf, maar ook nog in de ‘echte’ studio daarna. De nummers worden langzamer, maar krijgen nog meer ruimte en lucht.
Op ‘Kilo’ (1983) staan mooie nummers als ‘Sketches of Spain’, ‘Bild am Sonntag’ en ‘Dapper Street’. We krijgen ook nog een Superisternummer in een nieuw jasje: ‘Memories Are New’, maar dan versie ‘III’. Beetje jazzy, toch meer Nits dan Sis. Peters vind dit ‘Kilo’ het hoogtepunt van zijn werk voor The Nits: “Ik hou van rustige platen, daarbij vertoont dit album een stilistische samenhang.” Het is niet alleen in zekere zin een introspectief album, “Een guldentje de kilo!”, met aandacht dus voor de nabije omgeving, maar het zet ook de toon voor de komende albums.
De single, ‘Sketches of Spain’ komt tot een verdienstelijke 24e plek in de Top40.

Het reizen door Europa laat zo zijn indrukken na. Iets daarvan was al te merken in de titel ‘Bild am Sonntag’, maar komt helemaal tot uiting op het album ‘Adieu, Sweet Bahnhof’ (1984). De titel alleen al is drietalig, maar op het album vinden we ook een Turks lied: ‘Vah Hollanda Seni’. De titel komt van een gedicht, ‘Sweet Bahnhof’ van Wilfred Smit. Het adieu werd door Hofstede toegevoegd als reactie op zijn vele reizen van Amsterdam Centraal naar Gare du Nord in Parijs. De gelijknamige single deed indertijd weinig, maar bleef ergens wel ‘hangen’. Vijf jaar later werd de song gekoppeld aan ‘In the Dutch Mountains’, allebei toen van het album ‘Urk’, opnieuw uitgebracht en kwam toen tot een 26e plek in de Top40. Maar dat zegt eigenlijk meer over het gedrag, de hype, van het publiek dan de kwaliteit van de muziek. De andere singles van dit album verdwenen al gauw in de vergetelheid.
Het meest in het oor springende nummer, ‘Vah Hollanda Seni’ wordt gezongen door Gülay Aslan en Gülseren Unal; de Turkse tekst is geschreven door Gülnaz Aslan. Die tekst uit 1984 blijkt bijna veertig jaar later nog steeds actueel. Het is in het kort het verhaal over de Turkse gastarbeiders en hun positie in Nederland en hoe gekeken wordt naar die ‘andere’ mensen. Verdraagzaamheid van eenieder kan het leven een stuk prettiger maken. Helaas geldt dat zesendertig jaar later nog steeds.
Peters schreef het mooie ‘The Infant King’ en vond daarin meer zijn eigen weg dan bij de Nits. Hij stapte dan ook uit de band. Veel fans schrokken daarvan, want Peters was een van de twee belangrijkste tekstschrijvers. Men zag het somber in voor The Nits.

De diverse Nits en ex-Nits lasten daarom een pauze in. Henk Hofstede ging aan de slag met een muziek-kunst-project, ‘The Grande Parade’. Dat was niet alleen een kunsthoogtepunt in het Stedelijk in Amsterdam, maar ook een samenwerking van diverse Nederlandse artiesten op ‘Werf Records’, het eerste album op het eigen label. Michiel Peters maakt zijn eerste en langdurig enige soloalbum: The Infant King (1988). De musici die hij uitnodigt kennen we: Hofstede, Kloet, Stips, aangevuld met een handvol anderen. De techniek is in handen van Alex Roelofs en Paul Telman. Het is bijna een reünie.
Drummer Rob Kloet heeft in Bazel collega Fritz Hauser ontmoet. Hauser geeft daar soloconcerten met zijn drumstel en percussie. Hauser vraagt Kloet mee te doen met een slagwerkproject. Voor Kloet is dit alsof er een (denk)raam opengaat. Zijn ervaring hier opgedaan zal onmiskenbaar een stempel gaan drukken op zijn drumstijl en daarmee op het geluid van The Nits.
Robert Jan stips stort zich op studio- en tv-reclame muziek om op die manier zijn nieuwe, helse machine, de PPG Wave 2 synthesizer/computer, enigszins onder de knie te krijgen. Met dat apparaat kun je samples maken, iets dat we nog veel gaan tegenkomen in de muziek van de Nits.

Nadat iedereen zo zijn dingen gedaan heeft wordt het tijd voor een nieuw album. Meestal had Hofstede wel iets en zeker na een reis door Amerika verwachtte men dat hij wel vol zou zitten met teksten, maar niets van dat al, Henk bleek blanco. Maar met alle opgedane ervaringen ontstond al snel nieuw werk, zoals ‘Port of Amsterdam’ en ‘Bike in Head’, allebei met de nodige samples van haven- en fietsbelgeluiden. Net als eerder wordt een ‘portable studio’ naast het ex-gymlokaal gezet en worden de sessies langzaamaan gesmeed tot een werkbaar geheel. Dat resulteerde in ‘Henk’ (1986). Daar, thuis, klonk het goed. In de ‘echte’ studio, Wisseloord, klonk het nergens naar. Dan maar de eigen boxen meenemen. Het was de voor de technicus een onverwachte, verrassende en vooral eigenwijze oplossing.
De Nits, teruggebracht tot trio, vraagt voor de sessies twee dames voor de achtergrondzang: Petra (dan zangeres van Cloud Nine) en Joke Geraets (1957- /contrabas, basgitaar). Geraets zingt en speelt dan in haar eigen band: ‘Not a Slow Affair’. Haar groep heeft als motto: “Popmuziek is de basis van waaruit veelal improviserend wordt gewerkt.” Nadat ze ontdekken dat Geraets bas speelt, wordt gevraagd of ze niet haar contrabas mee naar de Werf wil nemen. In eerste instantie speelde ze de samples die Stips al had ingevoerd in de PPG, maar ze voegde ook iets toe aan het geluid. De heren vroegen daarom of ze wilde blijven. Dat was even slikken, de eigen band opheffen, integreren in een al lange lopende andere band, maar uiteindelijk vindt Geraets haar plek. Daarbij ontdekt ze al snel dat minder spelen meestal beter is.

The Nits gaan nu opnieuw als kwartet op tournee, soms uitgebreid tot kwintet met Lugtenburg als extra zangeres. Live verandert er nog van alles aan de sound, Geraets weet inmiddels wat ze moet doen en krijgt steeds meer ruimte van Kloet die meer ‘percussief’ is gaan spelen na zijn ervaringen in Zwitserland. De singles van ‘Henk’ verdwijnen in het grote niets, maar in tegenstelling daarmee wordt de groep steeds populairder, zeker in het buitenland en met name Frankrijk en Zwitserland. In Zwitserland gebeurt iets bijzonders, Hofstede was daar nogal van onder de indruk, The Nits trok meer publiek dan Elvis Costello…

‘In the Dutch Mountains’ (1987) blijkt het meest succesvolle album van de Nits. Als echte Limburger dacht ik meteen dat het over de Vaalserberg ging, maar dat bleek anders. Hofstede: "Vroeger hingen landkaarten van Nederland in ons klaslokaal. Daarop werd vanaf de grens alles wit afgebeeld. Duitsland was dus een grote witte vlek. Destijds voor mij - en velen met mij - een onbekende wereld. Ik dacht dat daar al bergen kwamen. Die verbeeldingskracht en dat ongewisse hoort bij opgroeien. Het heeft iets aantrekkelijks en gevaarlijks. Dat zit in de titel verpakt." Het zit ook verpakt in de nostalgische postzegelverzameling op de voorkant. Postzegels uit 1951, maar dan wel met de hoofden van de bandleden uit hun jeugd; de haardracht is nogal veranderd in de loop der jaren. Veel teksten op ‘In the Dutch Mountains’ gaan over Hofstede’s jeugd, zoals de voetbalclub ‘J.O.S’ uit Watergraafsmeer. J.O.S. staat voor ‘Jeugd Organisatie Sportclub’ en Hofstede voetbalde daar in zijn jeugd: “It's a family tradition to play in football team. I have nephews, dumb but tall, who, still foetus, kicked the ball. I've got flat feet and my knees are weak, they all thought it was time to start my J.O.S. days.“ Het liep niet helemaal zoals verwacht: “I was knocked out, a real disgrace. A break with the family tradition of the J.O.S. days…”
De single ’In the Dutch Mountains’ kwam tot een 14e plek in de Top40, de ‘J.O.S. Days’ tot 23. Genoeg om de zalen in Nederland vol te laten lopen. Voor het album ontvangen de Nits een Edison. Misschien nog belangrijker dan de hit toen is dat ‘In the Dutch Mountains’ af en toe als tweede volkslied gebruikt lijkt te worden, het is een nummer dat iedereen kent en inmiddels als het ‘signatuur-werk’ van The Nits wordt beschouwd. De derde single, ‘The Panoramaman’ haalde de hitlijst niet. Een toenmalige weekblad, de Panorama, bracht naast nieuws en vermaak ook stripverhalen als bijvoorbeeld ‘Archie, de Man van Staal’. Onuitwisbare jeugdherinneringen. Succes was er ook in het buitenland, Oostenrijk met name én het was het eerste Nits-album dat in Engeland werd uitgebracht. Die lagen daar niet echt wakker van, iets te Europees wellicht?
Het album was ‘live’ opgenomen in de Werf met de mobiele studio naast de deur. Uiteindelijk was al vaker gebleken dat ze - lees Paul Telman - dat zo goed konden dat het in de studio nauwelijks beter kon. Dat feit staat daarom met gepaste trots op de hoes vermeld: "In an attempt to reproduce the special atmosphere of a NITS-concert, the band has decided to make a live-recording in their own rehearsal room, an old gym in Amsterdam. Between July 28 and August 16, 1987 the songs were recorded straight to two track digital tape with no dubbing or mixing after the actual recording. This album was not produced".
De enige vraag waar ik nog steeds mee zit is waarom die Nederlandse bergen in Duitsland liggen…

Met de bergen in de achterzak wil en kan de band langs grotere zalen trekken. Een theatertour ligt voor de hand. Het idee dat Hofstede had voor het decor bleek nog een hele puzzel. Te groot voor de Werf… De oplossing was zo simpel dat het even duurde voordat die er kwam: het decor in stukken verdelen. Daarmee ontstond de achterwand met twee-en-dertig platen. De al jaren toegewijde steun en toeverlaat Leszek Gawronski kreeg de wat dubieuze eer om gehuld in een zwart pak de platen volgens een draaiboek te plaatsen, alleen kreeg hij dat zo’n drie uur voor het eerste concert te horen, Gawronski kende zijn pappenheimers en slaagde in zijn missie. Samen met de belichting van Tom Telman, de broer van, zorgde de platen voor een schitterend decor. Delen ervan zijn te zien op het latere uitgebrachte live-album ‘Urk’.

Na de ‘Dutch Mountains’ komt The Nits terecht in een zelfde periode als na ‘Work’, zelfde setting, zelfde sfeer, zelfde jaargetijde. Dan maar een single, maar die single werd onverwacht een mini-album in de stijl van ‘Kilo’. Stips: “We hadden allemaal dat Kilo gevoel…”
De verrijdbare studio wordt weer aangevraagd en er wordt eens goed in het verleden gekeken. ‘The Train’ heette eerst ‘Once in a Cold Grey Morning’ en stamt nog uit de tijd van ‘Adieu, Sweet Bahnhof’. ‘The Bauhaus Chair’ was Hofstede’s bijdrage aan Peters’ album ‘The Infant King’. Beide songs worden afgestoft en uitgeklopt. Het enige echt nieuwe nummer is ‘The Hat’. Dat wordt dan ook de titel van het mini-album (1988), maar net als de song ‘Blue’ zonder ‘The’. Van de zes nummers moet ‘Blue’ het namelijk zonder ‘The’ doen, anders hadden we een mooie letterspiegel gehad. ‘Hat’ wordt bijna live opgenomen in de inmiddels bekende Wisseloord Studios. Dat bevalt iedereen goed. Eind jaren tachtig is het cd-tijdperk aangebroken, dat is een reden dat ‘Hat’ meteen op cd uitgebracht wordt.

Na ’Hat’ volgt een tournee door Europa en wordt voor het eerst Moskou bezocht voor een reeksje van drie concerten in het Rossia Theater. Het publiek is laaiend enthousiast en ‘In the Dutch Mountains’ wordt een grote ‘hit’ in de Russische discotheken. Amerika en Canada, waar ook concerten gegeven worden, reageren afwachtender. The Nits spelen nou niet echt die rauwe rock waar ze daar van houden, de muziek is daarvoor teveel gebaseerd op de pijlers van de Europese klassieken. Aan het eind van de tournee en weer thuis in eigen land ontving de band opnieuw een Edison en ditmaal ook nog de BV Popprijs.

De weerslag van de afgelopen tournees vinden we terug op de 2cd/3lp ‘Urk’ (1989). De songs zijn tussen 1988 en 1989 opgenomen in Amsterdam, Utrecht en Moskou en geven een goed en uitgebreid beeld van de afgelopen jaren. Mooi is de uitvoering van ‘Mask’ met het Amsterdam Saxophone Quartet. Het ontwerp van de hoes is van Riemke Kuipers, dat is de vrouw van Henk Hofstede. Ze werkten al eerder samen aan hoezen en vormgeving en zouden dat blijven doen. Een 3lp-set in Nederland is al bijzonder, maar het feit dat er meer dan 100.000 verkocht worden misschien nog wel meer. ‘Urk’ kwam zelfs in de topregionen van de lp-hitlijst. De band ontving dan ook de ‘Gouden Harp’ van de Stichting Conamus. Zo’n harp krijg je als je je “op bijzondere wijze verdienstelijk hebt gemaakt voor de Nederlandse lichte muziek”. Het eerste deel klopt, maar wat is nou ‘lichte’ muziek? In ieder geval geen heavy rock denk ik.
Zoals eerder vermeld, de single ‘Adieu Sweet Bahnhof (live)/In the Dutch Mountains (live)’ (1989) kwam tot een 28e plek in de Top40 en zette de groep nog meer in de schijnwerpers.

Korte namen, daar hielden ze bij The Nits wel van. Het is dan ook niet vreemd dat het lidwoord in de naam verdwijnt. Vanaf ‘Urk’ ging de groep door het leven als ‘Nits’. Niet iedereen kon die omslag maken, je komt op veel plekken nog steeds ‘the’ tegen.
Voor de compleetheid: ‘Urk’ werd in 1989 uitgebracht in een ‘limited edition’ box met een boek, geschreven door Pieter Cramer. Een mooi boek, vol foto’s en wetenswaardigheden, waaruit ik in het verhaal hierboven wat citaten ontleend heb. In 2006 wordt ‘Urk’ opnieuw uitgebracht, maar nu als 2cd/1dvd set. Op de dvd staat een verslag van een liveoptreden in Amsterdam, aangevuld met oud beeldmateriaal gevonden door manager Aad Link. Op het liveoptreden komt het Amsterdam Saxophone Quartet twee keer voor: ‘Mask’ en ‘In the Dutch Mountains’. Die laatste versie is de achterzijde van de single. Het witte drumvel op de voorzijde is voor deze gelimiteerde versie groen gekleurd.

‘Urk’ lijkt door de hoeveelheid en aanpak de afsluiter van een periode. Het werd in ieder geval een afscheid van Geraets die vanwege een chronische spieraandoening in haar hand noodgedwongen moest stoppen met de band.
Na ‘Urk’ worden nieuwe wegen ingeslagen, wordt losgelaten en gedurfd met als gevolg een reeks hoogtepunten. Helaas wordt dat niet door iedereen zo ervaren. Wat er gebeurde was van dien aard dat ik de groep steeds meer ging zien als de Nederlandse Beatles, denk richting ‘Revolver’ en Sgt. Pepper’.

“Giant Normal Dwarf’ (1990) is de Sgt. Pepper van Nits. Een ongelooflijk rijk album, sprookjesachtig, vol muzikale lagen van met name Stips. Nu de groep tot trio is teruggebracht is zijn rol prominenter geworden. En resulteert in een ander Nits geluid. De eerste song, ‘Radio Shoes’ klinkt nog ‘bekend’, maar naarmate het album volgt verschuift het muzikale landschap en krijgt een heel eigen karakter en sfeer. Dat komt waarschijnlijk omdat er alleen keyboards en samples te horen zijn. Geen gitaar, Hofstede zingt alleen. Stips zorgt voor alle partijen en Kloet kleurt die met zijn slagwerk en percussie in. Minder is meer. ‘Giant Normal Dwarf’ is ‘thuis’ in de Werf opgenomen, uiteindelijk werkt dat het best bij Nits.
De verpakking is prachtig gedaan door het echtpaar Hofstede/Kuipers met bij elke song een kijkplaat. Zo’n plaat die je vroeger in de klas had hangen en waar je uren naar kon turen. Hofstede verwees er als eerder naar. De tekening bij de songtracks lijkt een plattegrond, maar als je het hoesje een kwart slag draait zie je Nederland, met inderdaad achter de landsgrenzen de bergen die Hofstede eerder bezong in ‘In the Dutch Mountains’. Minstens net zo mooi is ‘Boy in a Tree’, met iets wat een vogelhuisje lijkt in een boom en een kaars op een zakmes als buitenverlichting. De ‘Fountain Man’ is een waterpompcentrale onder de grond, maar de fontein blijkt de mond van een liggend figuur te zijn. Zo is er veel te genieten. Dat begint al op de voorkant met de verbeelding van iets wat het dichtst bij een Sisyfusarbeid komt. Kijk nog maar eens goed naar die prachtige kunstwerken op de hoes, want tijdens een tentoonstelling zijn de meeste originelen helaas gestolen.
De single ‘Radio Shoes/Solid to Gas’ (1990) kwam tot een 31e plek in de Top40. Het album was opnieuw goed voor een Edison. Nits-fans noemen dit album het vaakst als hun meest favoriete. Opnieuw volgde er een tournee, het bracht Nits in Roskilde, het festival, en als openingsact bij het New Music Seminar in New York. Een hele prestatie.

In 1990 was er nog een leuke actie waarvoor we naar de cd-winkel moesten rennen. Bij aankoop van een Nits-cd, behalve de meest recente, ontving je ‘Torni’ (1990), een drie inch mini-cd met daarop één track van bijna elf minuten: ‘Torni-Music for Two Towers’. Gemaakt in een oplaag van 2000. Natuurlijk een goede truc, maar ook een komische, want als je meer Nits-cd’s kocht kreeg je ook meer ‘Torni’. Op een bepaald moment had ik er al vier in huis.

De tegenhanger van ‘Giant Normal Dwarf’ is ‘Ting’ (1992). Op Ting wordt alleen piano, vleugel en percussie gespeeld. Het is een bijna uitgeklede sound, maar wat een schoonheid komt er dan bovendrijven. Door deze aanpak klinkt ‘Ting’ transparant bijna, als een aquarel. Maar het resultaat is verbluffend mooi, klassiek, tijdloos. Hofstede: “Ik ben erg geneigd af en toe een eeuw terug te gaan met een voorkeur voor de impressionisten en het steeds weer kijken naar de waterlelies van Monet. Er is een voorkeur voor de stilstaande tijd, het niet bewegen, muziek als stilleven (citaat, muziekkrant Oor). Voor spaarzame klangfarben werden wat gasten uitgenodigd: Martin Bakker (basgitaar), Dieuwke Kleijn (Cello), Lieve Geuens (zang) Eveline Carels (percussie), Peter Meuris (percussie), Arthur Schneiter (percussie, stenen), Fritz Hauser (percussie, stenen). De Zwitserse connectie en ervaring van Kloet kwamen nu optimaal naar voren. Die stenen zijn bijzondere dingen. Eigenlijk zijn het kunstwerken gemaakt door Schneiter, maar ze zijn ook echt te gebruiken. Als je eroverheen wrijft ‘zingen’ ze, als je erop slaat met een stok klinken ze als ‘Ting’. Daarmee is de titel meteen verklaard.
Het album is opnieuw opgenomen in de Werf met de Wisseloord voor ‘additional mixing’. Een bijzonder opname is die voor ‘Yellow Boat’. De song is live opgenomen tijdens een open dag concert in de Werf. Nits vroegen het aanwezige publiek flink te schudden met zestig uitgedeelde lucifersdoosjes (met inhoud natuurlijk).
Hofstede: “Waar ik vaak last van heb is dat flarden tekst gemakkelijk van het enen nummer naar het andere kunnen overstappen. ‘Christine’s World’ is een tekst die niets oplost. Er komt iemand aan en er gaat iemand weg en daar tussenin is iets gebeurd. Het mysterie wordt niet opgelost.” (citaat, muziekkrant Oor).
De singel ‘Soap Bubble Box/Tear Falls’ komt nog maar tot een 40e plek in de Top40. De song is overigens geïnspireerd op de prachtige dozen van kunstenaar Joseph Cornell. Cornell bewaarde alles wat hij tegenkwam of vond en presenteerde dat in houten kistjes, hij noemde dat ‘shadow boxes’ of ‘Small theater of memories’. Je zou het kunnen zien als een kijkdoos, maar tegelijkertijd is het zoveel meer.
De eerste cd-versie had een ‘special limited edition exclusive booklet’. Een hele mondvol voor een boekje dat voor het grootste gedeelte bestaat ui transparant papier. Ik heb de cd ook maar in een transparante ‘jewel box’ en ‘tray’ gedaan, dat is net iets meer ‘af’.

De samenwerking met ex- Tapes Peter Meuris (1960 -/drums, percussie, viool) en ex-Django Edwards Martin Bakker (?/basgitaar/contrabas, mandoline) bevalt goed. Ze mogen blijven. Nits is nu een kwintet. Maar alvorens we daar iets van horen komt er een, wat je zou kunnen noemen, ‘tussenwerpsel genaamd: ‘Hjuvi’ (1992).

‘Hjuvi’ heeft als subtitel ‘A Rhapsody in Time’ en wordt uitgevoerd door het Nederlands Radio Symfonie Orkest onder leiding van Jan Stulen. Bijna alle delen, kamers genoemd, zijn ontworpen/gecomponeerd door Stips. Een paar kamers zijn van Nits, kamer 5 is gemaakt door Kloet en Hauser. Het project is een coöperatie van omroepvereniging Veronica en steun van het ‘Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties’. De voorstelling van ‘Hjuvi’ is op de tv te zien en staat garant voor een bijzondere, culturele avond. Behalve het orkest staan die avond Stips, Kloet en Hofstede op het podium. De voorstelling begint met ‘Silence, solo for Conductor’. Dat stukje hebben ze op de cd jammer genoeg weggelaten, het zou een mooi meditatief moment zijn geweest om tot de muziek over te gaan. Maar in 1992 moest alles ook al snel, snel.
Intermezzo: Een rapsodie is een gedicht of een muziekstuk dat qua onderwerp of stijl bestaat uit contrasterende gedeelten qua stijl-stemming, maar ondanks de vrije vorm toch een eenheid vormen, vaak met een gemeenschappelijk, of in verschillende vormen terugkerend thema. De rapsodie was vooral tijdens de romantiek een populaire vorm, vanwege de air van spontaniteit (uit de encyclopedie).
Deze rapsodie zou je kunnen zien als een tijdreis. Het geheel wordt verbeeld door een jongetje, Hjuvi, die door een huis loopt en terecht komt in verschillende kamers, elk met een eigen sfeer en geluid. Het is een reis door een stukje muziekhistorie die eindigt bij een hedendaagse muziekvariant, namelijk enkele songs van Nits: ‘Moved by Her’, ‘Cars & Cars’ en het prachtige ‘Night Fall’. De eerste kamer is die van Johann Sebastiaan Bach, maar dan vergeten we het solostuk voor de dirigent dat zo een werk van John Cage zou kunnen zijn. De reis volgt via George Gershwin (Rhapsody in Blue), Sergei Rachmaninov, Sofia Goebaidoelina, Eriks Satie, Claude Debussy en Maurice Ravel (de invloeden ook op Stips’ muziek voor Supersister), Arnold Schönberg, Philip Glass, Béla Bartok en Igor Strawinsky.
Het is een geslaagde manier om (modern-) klassieke muziek bij een jong publiek onder de aandacht te brengen. ‘Hjuvi’ werd slechts twee keer uitgevoerd, de tweede keer is een Winterthur, Zwitserland. Daar zitten best fanatieke Nits-fans weten we inmiddels.
1992 werd overigens zomaar het jaar van de terugkerende rapsodie, want de grootste hit van dat jaar is Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’. Daar kon die van Nits niet tegenop.

Het eerste en meteen ook laatste album van de Nits-kwintet-versie is ‘dA dA dA’ (1994). De titel is ontleend aan de kunstenaarsgroep ‘DaDa’, “niet is kunst alles is kunst”, maar kan ook gezien worden als de eerste kinderwoordjes, dada, of een letterspel: ‘A Dad, A Dad’. Misschien zat ergens in het achterhoofd ook nog de hit ‘Da Da Da’ van de Duitse groep Trio, die onder de paraplu van ‘Neue Deutsche Welle’ met een heel simpel mini-keyboard, de Casio VL-1, kwam tot dit nummer met de prachtige tekst: “Ich lieb dich nicht du liebst mich nicht aha aha…”
Net als de Duitse ‘dadada’ is deze Nederlandse een stuk lichter van toon dan de vorige twee albums. Zonder meteen terug te gaan naar de periode voor ‘Urk’ ligt de aandacht weer meer op de tekst en minder op de muziek, zoals bij de vorige twee albums. De teksten zijn niet altijd even licht als de muziek doet vermoeden, want ‘Mourir avant Quinze Ans’ (doodgaan voor je vijftiende) is best een heftige. Daar tegenover staat dan een heel luchtige zoals ‘Bilbao Boa’, waarvan in het boekje staat: “The words of this song were improvised during the recording and will make no sense on paper.” Op diverse plekken wordt gezongen door een aantal vrouwen: Caroline Gerrits, Inge Bonthond, Jolanda De Wit, Lies Schilp, Lieve Geuens en Pauline Van Schaik.
‘dA dA dA’ is opnieuw een mooi album, waar veel te genieten valt. De leuke domino-voorkant was voor de Amerikanen misschien iets te simpel, want daar stond het ijzersterke jongetje dat met touwtrekken wint van het vijftal op de voorzijde.
Voor de geduldige luisteraar zit er aan het eind van de cd een leuke verrassing, in de vorm van een extra track. Die wordt op de hoes gesymboliseerd door een sinaasappel en wordt daarom dan ook vaak ‘Orange’ genoemd. Het is een geintje dat Supersister fans eerder al een tegenkwamen op het album ‘Pudding en Gisteren’.

Er breekt nu een turbulente tijd aan voor Nits. Onder de naam ‘Frits’, de ‘fr’ van Freek en de ‘its’ van ‘Nits’ trad de groep samen met Freek de Jonge op in Carré en het Nieuwe de la Mar Theater. Vergelijk het een beetje met de goede oude tijden van Neerlands Hoop, toen De Jonge samen met Bram Vermeulen een pop/rock-achtig cabaret bracht met geweldige nummers zoals ‘Quo Vadis’. Speciaal voor Frits werd ‘In the Dutch Mountains’ verbouwd tot ‘Dankzij de Dijken’, met daardoor wel een heel andere beleving; de aandacht ging van land naar zee. Desondanks klonk het goed en werd de titel van een cd (1995). Ik vond de hele cd wat veel van het goede, maar kon en kan goed leven met de twee singles die toen uitkwamen: ‘Dankzij de Dijken/Bello de Hond’ (1995) en ‘Quo Vadis/J.O.S. Vrees’ (1995). Drie van de vier nummers zijn opgenomen op oudejaarsavond. ‘J.O.S. Days’ werd, zoals je aan de naam ziet, voor de gelegenheid omgebouwd tot een Nederlandstalige bewerking waarin de dagen vooral leiden tot voetbalvrees.

Stips, die inmiddels al ruim vijftien jaar bij (the) Nits speelde vond het tijd worden om iets anders te proberen, “weer eens wat ruiger tekeer gaan.”, en nam afscheid van de band. In eerste instantie ging hij mee met de Jonge, later ging hij op het solopad. Met hem vertrokken niet alleen Bakker en Meuris, maar ook manager Aad Link. Stips maakte in 1996 een soloalbum: ‘Egotrip’, gevolgd door ‘Greyhound’ (1999) en ‘Rembrandt’ (2000). Omdat Stips’ exit in goed overleg ging nam hij afscheid middels het bekende fenomeen ‘afscheidstournee’. Dan weet je al uit de analen van muziekland dat zo’n afscheid zelden definitief is. Dat gelijk kreeg ik aan mijn kant. De afscheidstournee was meteen ook een mooie gelegenheid om de nieuwe release, ‘Nest’, onder de aandacht te brengen.

‘Nest’ (1995) is een compilatiealbum met Nits-werk uit de periode 1981-1995. Je kreeg een loepje bij de cd om zo op het uitkapvelletje alle medewerkers/sters, opgesteld voor de Werf, te kunnen spotten. Het was nog een heel werk zo. Nits adepten konden ‘Nest’ kopen in een gelimiteerd uitgegeven box, met daarin een extra cd ‘Quest’ en een VHS-videoband met videoclips. ‘Quest’ staat vol single A en B-kantjes en archief materiaal. Een echte ‘must’, met als opvallende eenling ‘De Rode Vaas’, een in het Nederlands gezongen nummer. Merkwaardig, hoogst merkwaardig, was dat het loepje niet in de box zat. De verkoper in de winkel kneep echter een oogje dicht en bezorgde me alsnog zo’n ding.
Om ‘Nest’ te promoten werd een single uitgebracht ‘Broken Wing/Moon’ (1995). Als je geluk had ontving je er een bonus-cd-single bij, simpelweg ‘Nits’ genoemd, met daarop drie Beatles songs, uitgevoerd door Nits: ‘Tomorrow Never Knows’, ‘Norwegian Wood’ en ‘All You Need is Love’. Het bracht in mijn bescheiden optiek de groepen nog dichter bij elkaar.
In Frankrijk mocht het publiek het ter gelegenheid van de Frans presentatie van ‘Nest’ doen met: ‘Avec Une Aile Cassée/In The Dutch Mountains’. Het Franstalige lied werd gezongen door ene ‘Kent’, een Franse zanger die bij mij weinig bellen deed rinkelen.
Het laatste concert met Nits-Stips was op 24 augustus 1996 tijdens de Uitmarkt in Amsterdam. Het was live op tv te zien. Ondanks de regen was er veel publiek op de been, misschien was die regen wel symbolisch. Dank Robert Jan en dank Aad Link.

En toen waren er nog twee. Rob Kloet en Henk Hofstede besloten, gelukkig maar, door te gaan met Nits. Ze begonnen aan een nieuw album en deden een korte tournee in Finland. Dat leidde tot mooie samenwerkingen én de naam voor een nieuw album: ‘Alankomaat’. Dat is Fins voor ‘lage landen’, de Pays-bas’ dus, oftewel ‘Nederland’. ‘Alankomaat’ is een echte duoplaat én een sterke. Hofstede: “Ik heb bewust geprobeerd veel lucht, licht en ruimte in die liedjes te stoppen, een soort uitzicht.” (Citaat, Muziekkrant Oor). The Beatles zijn aanwezig in ‘House of Jacob’, dat lijkt te gaan over Hofstede’s ouderlijke huis, ‘in the house he grew up’ met daarin Jacob en een jongen en “There's a tape in a shoe box, with the voice of a boy. He's singing "She loves you Yeah, yeah, yeah." De invloeden van Hofstede’s andere ‘held’, Leonard Cohen, komen steeds meer naar voren, maar ook die van Simon and Garfunkel. ‘Robinson’ verwijst naar de song (1968) van Simon and Garfunkel en daarmee de hoofdrolspeelster uit de film ‘The Graduate’ (1967). “Hoe zou het nu met haar gaan?” De tekst begint met een bijna-citaat van een andere song van het duo: ‘The Sound of Silence’. Dat nummer begint met “Hello darkness, my old friend.” , ‘Robinson’ begint met: “Hello Sunlight, my new friend.“ Echte citaten van Simon’s songs mochten niet van diens management. Sommige mensen snappen het echt niet. Een bijzondere song is ‘Ivory Boy’, dat gaat over Patrick Iliohan, een enorme Nitsfan die als laatste wens (hij had kanker) graag met de groep wilde samenwerken. Dat lukte.
Behalve Hofstede (alle instrumenten) en Kloet (slagwerk, percussie) is als gast op twee tracks Kimmo Kajasto (keyboards) te horen en een aantal gastzangers/essen: Pauli Saastamoinen, Wimme, Tuuni Länsman, Ursula Länsman, Simone Croes, Kimmo Kajasto, Arwen Linnemann en Laetitia Van Krieken. Die laatste twee waren inmiddels toegevoegd aan Nits: Arwen Linnemann (?/basgitaar, contrabas, zang) en Laetitia ‘Titia' van Krieken (1964- /keyboards, zang).
De groep maakt in de nieuwe bezetting een lange tournee: Nederland, België, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en Finland.
‘Alankomaat’ werd niet door iedereen gezien als een mooi of goed album, de verkopen vielen nogal tegen. Geheel in eigenwijze Nits-stijl nam de band ook hier het heft in eigen handen en verliet na twintig jaar Sony/Columbia. Als een soort afscheid brengt die een 3cd-set uit: ‘Hits’ (2000). De eerste twee cd’s met single-versies. Als je nog niet zo in de singles zat was dit een mooie compilatie. De derde met een, nou ja, ‘exclusive bonus ‘Urk’ cd, een onnodig Urk-uittreksel bestaande uit elf songs.

Met ‘Wool’ (1999) maakt Nits een behoorlijke omslag in aanpak. Het wemelt van de gastmusici de mix is gedaan in de beroemde Abbey Road Studios (die van The Beatles) én, misschien wel het belangrijkste, het album klinkt behoorlijk jazzy. Met ‘Wool’ bereikt Nits, wat mij betreft, een nieuwe piek in hun dan vijfentwintig jarige geschiedenis. ‘Walking with Maria’ is een wonderschoon nummer dat zo op een album van David Sylvian zou kunnen staan. Zelfde rust, sfeer en trompetgebruik. De teksten gaan veelal over alles wat voorbij gaat en het eind van het leven. Zware kost op prachtige muziek. Melancholie heerst hier. Hofstede: “Eigenlijk vind ik melancholie het allerbelangrijkste in muziek.” (citaat, Muziekkrant Oor).
Naast het viertal horen we op ‘Wool’: Adkhamjon Ismailov (saz), Ruud Breuls (bugel, trompet), Wim Both (bugel, trompet), Emile Visser (cello), Philip Kolb (fluit, saxen), Seppo Pietikäinen (telefoon), Jan Oosting (trombone), Oene Van Geel (altviool), Willem van Baarsen (altviool), Friedmar Hitzer (viool), Jasper Le Clercq (viool) en Martijn Van Der Linden (viool). Extra zangpartijen zijn er van en voor Leona Philippo, Laetitia Van Krieken, Melissa 't Hart en Xandra Verkroost.
Natuurlijk volgt er een tournee, in eerste instantie met het viertal, later voegt Leona Philippo, soms afgewisseld met Vera van der Poel zich op het podium. Dit keer bracht de tournee Nits in Japan, maar dit laatste meer in het kader van de Nederlands-Japanse betrekkingen. Ze deden dat samen met Junkie XL en Arling & Cameron. In Zwitserland is een speciaal concert met de Zwitserse componist ‘Simon Ho.
Van ‘Wool’ verscheen een dvd met een verslag van een liveoptreden in de Lichtfabriek in Haarlem. Daar stonden ze op het podium met het Zapp String Quartet, de Stylus Horns, Leona Philippo, Ibenise McBean (zang) en oud-lid Peter Meuris (percussie).

Zullen we eens gek doen? In Zweden brengt Hofstede onder de naam ‘Wackter Utsickt’ een discoplaatje op de markt, met teksten gebaseerd op het boekje ‘Hoe en Wat in het Zweeds’. Zo’n boekje dat je makkelijk bij je steekt als je naar een ander land reist, met praktische opmerkingen als ‘mijn ei is te zout’.
Ik schreef het hierboven al, Nits bestaan vijfentwintig jaar en dat moet gevierd worden. In het Utrechtse café ‘Stairway to Heaven’ wordt dat samen met fans uit allerlei landen gevierd. Voor de gelegenheid zijn alle oude Nits er, behalve Stips die andere verplichtingen had.
Na dit feestje wordt het een beetje stil rondom de groep. Hofstede is bezig met een video-installatie voor het Musée d'Art Contemporaine in Lyon, Frankrijk, met als titel ‘The Portable House’ (2001). Uiteindelijk leidde dat tot een soloalbum met alleen Nederlandstalige teksten: ‘Het Draagbare Huis’ (2003). In de zomer (2002) is er opnieuw een samenwerking met Simon Ho.

Ongemerkt bijna, de tijd gaat op kousenvoeten, nadert het dertigjarige bestaan van Nits. Stips die er niet bij kon zijn bij het vijfentwintig jarig feest is nu graag van de partij. In eerste instantie als ‘special guest star’. De oude fundering blijkt echter nog stevig met als gevolg dat Stips weer een Nit wordt. Michiel Peters staat in deze periode soms op het podium op zijn oude plek, maar die vindt die tijdelijke positie voldoende. Er komt nog iemand thuis: Aad Link. Link komt met Stips terug en wordt weer de manager van de band. Hij zou het druk krijgen.

‘1974’ komt ui 2003. Dat staat wat cryptisch, maar ‘1974’ is het nieuwe Nits album, genoemd naar het startjaar van de groep. Op het album doet stips al op een paar tracks mee en dat betekent voor een aantal songs een dubbele keyboardbezetting. Hofstede laat die daarom voor dit album staan en speelt ‘gewoon’ weer gitaar, maar ook banjo. De eerste cd-versie bevat een dvd met zes live verslagen uit Nederland, België en Frankrijk.
Ondanks de terugkeer van Stips is ‘1974’ niet een heel opvallend album, meest – letterlijk – in te oor springende stuk is ‘Rumspringa’. Het gaat over de Amish, een sterke, maar ook strenge geloofsgemeenschap in Noord-Amerika. Vanaf hun zestiende mogen de Amish kinderen ‘gewoon’ leven net als ‘normale’ Amerikanen. Zo kunnen de jongeren zien wat er in de wereld gebeurt en eventueel veel bewuster terugkeren in de gemeenschap, inclusief de daar geldende regels. Tussen de vijfentachtig en negentig procent doet dat daadwerkelijk. Een opmerkelijk titel is ‘Between the Buttons’. Dat is ook de naam van een album van The Rolling Stones uit 1967, maar de Nits song heeft geen link met dat album.
Na het album volgt een lange tournee die de groep tot in Canada, Winnipeg, brengt. Arwen Linneman was net bevallen en vond de tour te zwaar, zij ging dus niet mee. Laetitia van Krieken vond het na de tournee welletjes. Zo waren Nits weer terug in de ‘oude’ triobezetting.

In de rust deed Hofstede een solotour, er was een tweede Nits-fandag, een concert met het Residentie Orkest, alsmede enkele akoestische huiskamerconcerten en een optreden in Engeland. “Het eerste serieuze”, zo meldde de band.

‘Les Nuits’, een knipoog-Frans voor ‘de Nits’ stamt uit 2005. De band opmerkelijk genoeg terug bij Sony, maar dan als distributeur van het eigen Werf Records. ‘Les Nuits’, de nachten mag ook, staat vol met ‘the’-titels, ‘The Rising Sun’, ‘The Eiffel Tower’, ‘The Pizzeria’ enzovoorts. Geinige aanpak, maar denk even terug aan ‘Hat’ waar dit fenomeen zich ook al vertoonde.
‘The Red Dog’ is – natuurlijk vanwege die hond – een heftig nummer, de rest vooral melancholiek. Dat heeft niet alleen te maken met de ‘Theo van Gogh (de filmregisseur) trilogie’. Van Gogh werd in Amsterdam neergeschoten vlakbij de straat waar Hofstede woont. De trilogie bestaat uit: ‘The Laundrette, The Pizzeria en ‘The Key Shop (War & Piece)’. Oorspronkelijk waren dit de laatste drie songs van het album, dat in lijn zou zijn van korte albums als ‘Kilo’ en ‘Hat. Op verzoek van Sony werden er maar liefst drie songs achteraan geplakt, nu de laatste drie op het album.
Naast hofstede, Kloet en Stips spelen mee: het Mondriaan Quartet met Eduard Van Regteren Altena (cello), Anette Bergman (altviool), Jan Erik Van Regteren Altena (viool) en Michiel Commandeur (viool). Zangondersteuning is er van Ciska Ruitenberg en Marjolein van der Klauw (Powderblue).

In 2006 waren Nits en ex-Nits druk met concerten van de Zwitser Simon Ho en leden van de Finse folkgroep Värttinä. Een registratie kwam op cd als ‘A Normal Sunday Live’ (2006). In hetzelfde jaar doet de groep een tournee door Duitsland in de nogal verrassende combinatie met heavy/hard-rockband Uriah Heep. Niet om het een of ander, maar die laatste werd door de ‘sophisticated’ Nits soms van het Podium gespeeld. Eenmaal thuis gaat iedereen weer een eigen weg. Henk Hofstede begint samen met Marjolein van der Klauw (zang, gitaar), Pim Kops (gitaar, accordeon, toetsen) en bassiste Arwen Linnemann het Avalanche Quartet, een groep die voornamelijk werk van Leonard Cohen speelt. Van deze groep kwamen tot nu toe twee cd’s uit: ‘Leonard Cohen Songs’ (2007) en ‘Rainy Light House’ (2013). Ook is er muziek te vinden bij het boek ‘Yesterday’s Tomorrow’ (2005), een boek over Leonard Cohen geschreven door Marc Hendrickx.
Rob Kloet, inmiddels een inventief slagwerker, presenteert zijn eerste en enge soloalbum: ‘Drumset With Dog” (2007). Hij speelt hier gebaseerd op tekeningen van Helen Frik die Kloet las als een grafische partituur. Ook liet hij bij zeldzame workshops horen dat je slagwerk kan spelen door ansichtkaarten te lezen. Kloet wordt niet voor niets omschreven als een “fantasievolle, eigenzinnige drummer met veel aandacht voor de klankkleur”. Het is een van de beste drummers in ons land. Iemand die laat horen dat je niet als een duizendpoot hoeft te spelen om op te vallen.

Halverwege 2007 begint Nits met een nieuw album dat in 2008 uitgebracht wordt en een heel on-Nitsige titel heeft: ‘Doing the Dishes’. Natuurlijk moet iemand de afwas doen, maar meestal hebben Nits-albums eenwoordige titels, vaak bestaande uit vier letters. Kijk maar na. De hoes geeft een impressie van De Werf studio, zowel qua ligging als qua interieur. Dit keer geen gasten, alleen het kwartet. ‘Doing the Dishes’ is een wat luchtiger album, een beetje zoals zingen om de vaat te doen. Hofstede verklaart dat in het Parool (begin 2008): "Bijna iedereen zingt een deuntje bij de afwas; wij hopen met dit album dat onze deuntjes daarbij gaan horen". De inspiratie voor de titel komt uit een interview met Leonard Cohen, die daarin meldde dat muziek voor alle gelegenheden is: van huwelijken en begrafenissen tot alledaagse zaken als de afwas doen."
Bijzonder was dat het album, aangeboden als download en fysiek in winkels en bij concerten, het schopte tot de achtste plek in de Mega Album Top 100. Dat zegt genoeg over de grilligheid van dat gebeuren, want eerlijk gezegd is het wel een goed album, maar nou ook weer niet zo goed dat het die positie rechtvaardigt, zeker als je bedenkt dat betere (mijn mening) albums als ‘Alankomaat’ en ‘Wool’ daar helemaal niet in terecht kwamen.
De afwastournee viel op door de vele lampen, 170 in getal, op het podium. Geleend van vrienden, gevonden op straat, gekocht bij de Kringloop. Een prachtig gezicht en indrukwekkender dan een flink opgezette lichtshow.

Kerstmis 2008 bracht nog een kleine verrassing in de vorm van een flink boek van 132 pagina’s: ‘Truce Diaries’. Een Nits-dagboek vol tekeningen, schetsen, schrijfsels, interviews en foto’s, uitgebracht door de Zwitserse uitgevrij ‘Truce’. Achterin het boek zit een cd met daarop zeventien tracks. Geen echte liedjes, wat instrumentaal werk en berichten op het antwoordapparaat. Vooral een mooi visueel cadeau onder de boom.

In 2008 staat Hofstede samen met Henny Vrienten (ex-Doe Maar o.a.) en Frank Boeijen op het podium als ‘Dutch Icons’. Dat levert natuurlijk een album op; ‘Aardige Jongens’ (2008). Stips maakt het album ‘Rond’ (2009). Hij nam het in één middag op en zingt en speelt piano. Het is een overzicht van zijn carrière en dat horen we terug in songs als bijvoorbeeld ‘She Was Naked’ (Supersister) en ‘Wash Your Hands (Before You Touch Me) (Transister).

‘Strawberry Wood’ (2009) heeft een afwijkende Nits-titel. Eigenlijk is het een samenvoeging van twee Beatles songs: ‘Strawberry Fields Forever’ en ‘Norwegian Woods’. Voor hetzelfde geld had het album dus ook ‘Norwegian Fields’ genoemd kunnen zijn, maar of de Beatles-link dan zo evident was geweest? Drie kleine Nits staan achter de bomen in het grote bos. Helaas is dat bos indrukwekkender dan de muziek op de cd, want op een of andere manier blijft die bij mij niet hangen. Ik mis een sterk nummer in het geheel dat me meesleurt het album in. De heren Nits geraken op leeftijd en ‘spits’ blijven na zovele jaren valt echt niet mee. Dat ondervinden ze ook door gebrek aan ‘airplay’ op de Radio, daar zit men over het algemeen niet te wachten op bedachtzame oudjes.
Ondanks dat brengt Sony in 2009 een behoorlijk karig uitgevoerde ‘budget’ 10-cdbox uit: ‘Soap Bubble Box – 35 Years Nits’. De box heeft een gemêleerde inhoud bestaande uit oud werk: ‘Omsk, Henk, Kilo, Adieu Sweet Bahnhof, In the Dutch Mountains, Urk, Giant Normal Dwarf, Ting, les Nuits en Doing the Dishes’. Alle hoesjes in karton op mini-lp-formaat. Maar eigenlijk had je die allemaal al toch?

Nits verdwijnt een beetje uit beeld, maar na drie jaar, 2012, brengt Nits weer eens een album uit, ‘Malpensa’. De uitvoering is in een zogenaamd luxe ‘mediabook’. Een mediaboek is een hardkartonnen boekje op cd-formaat met een x-aantal pagina’s, meestal teksten en/of foto’s. Zo zou elke cd gedaan moeten worden. Er is, zo lezen we, buiten de Werf opgenomen, namelijk in Kytopia Studio, de studio van Kyteman oftewel van Colin Benders, maar ook in Italië, ‘Castel Burio’ in Piemonte. Dat laatste is eigenlijk geen studio, maar een soort ruimte als thuis, een oud gebouw waar de apparatuur en het instrumentarium van Nits binnen gekruid is. Hielp dat allemaal? Mwah, niet echt. Net zoals op ‘Strawberry Wood’ mis ik de vonken. ‘Man on a Wire’ lijkt te gaan richting Leonard Cohen’s ‘Bird on the Wire’, maar is het verhaal over een koorddanser, Philippe Petit, die hoog tussen de gebouwen in Greenwich op een gespannen koord loopt. In ‘Schwebebahn’ (monorail zweeftrein) vertolkt Hofstede zijn indrukken van een bezoek aan Berlijn in de winter. Het langste nummer, ‘Bad Government and its Effects in Town and Country’ duurt bijna acht minuten. Het stuk is gebaseerd op een tekst van Ambrogio Lorenzetti: “Where is my country, my country is gone…” en verderop: “bankers and robbers are partners in crime, politicians lying all the time.” Niet heel opwekkend. Colin Benders speelt in dit stuk trompet, Lucas Beukers contrabas en Arjan de Vrede (DJ DNA) draaitafels. Modern, dat wel, maar dat laatste kan Stips ook makkelijk met zijn machines en voegt eigenlijk niets toe, behalve wat jeugdig elan.
Dan is ‘Paper’ leuker, daarin komt Hofstede, onderweg om een boom te tekenen, schilder David Hockney tegen, maar ook Eduard Monet, Paul Cézanne en natuurlijk werd er door de vrouwen gesproken over Vincent van Gogh.
De pers was lovend over dit album, Muziekkrant Oor noemde het zelfs: “het voorlopige hoogtepunt in een wederopstanding die met Doing The Dishes (2008) werd ingezet. De Nits hebben een Grote Plaat aan hun imposante oeuvre toegevoegd'. Dat voorlopig hoogtepunt zag en zie ik nog steeds niet. Wie ik ook even niet zag was Stips, want die had een infectie in zijn hand en kon daarom niet spelen. Hij werd live waargenomen door een oude bekende: Laetitia van der Krieken. ‘Welcome back’.

Fietsen en muziek. Het heeft wel wat. Dat weten de heren van Kraftwerk met hun ‘Tour de France’ al jaren, Nits wist dat ook al met ‘Bike in Head’. Nu leveren ze muziek bij de documentaire van Fons Feyaerts: ‘De Koning van Mont Ventoux’. De soundtrack werd tot teleurstelling van mij alleen geplaatst op iTunes en is te horen op Spotify. Ik hoop dat die nog eens opduikt op een verzamel-cd. De film werd door de VPRO gekenschetst als een film met ‘lawaaierige, hypernerveuze montage.’

En dan zijn we zo weer jaren verder en bestaan onze Nits al veertig jaar (2014). Ter gelegenheid daarvan kwam oud werk opnieuw uit: ‘Tent, New Flat, Work, Omsk’ en nee, nog steeds niet de eerste ‘The Nits’. Natuurlijk waren er live concerten, maar ook een 3cd/1 dvd-box: ‘Nits?’ (2014). Op cd één werk uit de periode 1974-1984, op nummer twee van 1984-1994 en op de laatste uit 1994-2014. Die laatste cd maakt de grootste sprong, namelijk twintig jaar. De diehard fans hadden ook deze set nodig, want op elke cd stond één nieuwe track:’Mother Drone’, ‘White Glove Transportation’ en ‘Our Daily Bread’. Die laatste komt terug op de dvd, met daarop videobeelden en clips. Een mooi verjaardagscadeau weer.
Ter ere van het feest trad de groep op in Haarlem in het bijzijn van een reeks bekende Nederlanders en oud bandleden die Nits-songs vertolkten: Spinvis, Henny Vrienten, Tim Knol, Boudewijn de Groot, Ricky Koole en George Kooymans. De show in Paradiso, Amsterdam werd een onvergetelijke, want plotseling stond toenmalig Amsterdams burgemeester Eberhard van der Laan op het podium om de niets vermoedende musici tot ridder in de ‘Orde van Oranje-Nassau’ te benoemen, inclusief lintje.
Het feestje ging nog even door met een tv documentaire: “Over de Grenzen, 40 jaar Nits’. De reis ging onder anderen naar een favoriet concertland, Zwitserland. Daar voerde een heel reeks musici Nits-songs uit in het kader van het project van Eric Facon, Oli Hartung and Beda Senn: ‘ISNT NITS’. Maar liefst één-en-vijftig werken worden vertolkt en later op de gelijknamige 3cd-set gezet (2014). Die set is meer dan de moeite waard en opent muzikaal gezien ongekende Nits-perspectieven. Hofstede’s maatje Henny Vrienten is aanwezig met zijn versie van ‘J.O.S. Vrees’. Daarnaast horen we onder anderen: The Weyers, Ray Wilko, Daniel Zela Kappeler, Várttinä, Powderblue (ja met), Wolfgang Zwiauer, Simon Ho, Fritz Hauser en Die Grössen Ferien.
Vijf weken later kwam er een toetje in de vorm van een digitale download van vijf tracks: ‘Isnt Nits - Isnt Quite Enough’. Bedankt.

‘Hotel Europe – Live Recordings 1990-2014’ (2015) is de broer of zus van ‘Urk’. De naam is precies wat het album inhoudt. Bij ‘Urk’ hadden we vooral met een vaste bezetting te maken, nu we Europa ingetrokken zijn mogen dat er wat meer zijn. Naast het vaste trio horen we oud-Nits als: Martin Bakker, Peter Meuris, Arwen Linnemann, Laetitia van der Krieken, Leona Philippo en Vera van der Poel en dan zijn er nog diverse gast-musici voor bepaalde ‘speciale’ gelegenheden. Het album wordt ‘opgeluisterd’ met tal van reisfoto’s, genomen uit tal van hotelkamers.
‘Hotel Europa’ geeft een mooi overzicht van de band. Meteen valt dan op dat de nummers van de sterkere albums die van de recent wat zwakkere meenemen alsof ze samen in de lift gaan. Daarbij meteen aantekenend dat cd twéé om precies die reden dan weer beter is dan cd één.
Het album kwam tot maar liefst de vijfde plek in de Album Top100, de hoogste positie na broer- of zuslief ‘Urk’ die tot twéé kwam. Blijkbaar houden mensen van overzichtelijke live-albums?
In 2015 zijn er, naast de reguliere, enkele optredens met Freek de Jongen en leeft Frits even op. In 2016 zit de band in de orkestbak als ondersteuning van het jubilerende Scapino Ballet in een voorstelling die ‘Ting!’ genoemd is. Nits speelt eigen werk, de dansers/essen van Scapino doen bewonderenswaardige dingen op het ronde podium tijdens de voorstellingen in de Ferro Dome in Rotterdam. De stoelen op de speciaal gebouwde steigers zijn rondom het ronddraaiende podium geplaatst, waardoor het gezelschap omsloten wordt door publiek. Je wordt vervolgens getrakteerd op een letterlijk fantastische voorstelling waar je (vooral) ogen tekort kwam. De aankleding, sfeer, de bruisende dans, je wordt meegenomen in een andere wereld waar alles kan en kon.
De combinatie bleek een goede, er komen zo’n 25.000 bezoekers op de voorstelling af. In 2018 verscheen een dvd van de voorstelling, maar die lijkt voorlopig nog nergens te koop. Ook in 2018 werd de zaak nog eens herhaald in Amsterdam, Carré en Rotterdam, Luxor. Maar dan heb je toch niet die fascinerende cirkel in het midden.

Na de dans volgt de bezinning en kun je je knopen tellen met ‘Angst’ (2017). De naam komt niet uit de lucht vallen, maar is een vertolking van de vele verhalen die Hofstede’s moeder hem vertelde over de periode tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. In het boekje zijn oude zwartwit foto’s uit de tijd te vinden, maar ook polaroids van de jaren zestig. Naaste de band horen we Thijs Kramer (viool), Marieke Brokamp (viool, altviool) en Marjolein van der Klauw (zang). Door digitale acties rondom de release komt het album binnen op veertig in de album Top100. Daar bleef het echter bij. ‘Angst’ had beter verdiend, want ik vind het een mooi en sterk album. De grauwsluier die leek te hangen over de vorige studioalbums was weggehaald met de bekende reuzenkracht en hier was weer iets te beleven, muzikaal en tekstueel. Gelukkig was Nits het nog niet verleerd.
Ook genieten was het boek ‘Nits op reis’ (2017) geschreven door Pierre de Decker in samenspraak met Henk Hofstede. Het op klein formaat uitgegeven groene boekje zit vol met verhalen over de geschiedenis van Nits, reizen, ontmoetingen, ontstaansgeschiedenissen van songs en waarom juist daar. In de reeks Nits-verzameldingen een onmisbaar element, beetje een Nits bijbeltje.

Ook een soort ‘bijbeltje’ maar dan anders is de dubbel-cd ‘Nits-The Golden Years of Pop Music, A&B Sides 1977-1987). Het is een cd in de reeks ‘The Golden Years of Pop Music’, waarin ook Supersister te vinden is en sinds kort Sweet d’Buster, de band van Bertus Borgers, waarin Stips een tijd speelde. De verrassing van deze set is dat de B-kantjes van de eerste twee singles, ‘Yes Or No/Ronald Razorblade’ , beide versies, voor het eerst op cd gezet zijn. En ook nog vanaf een vinyl-versie, omdat de mastertape ‘kwijt’ is. Dat geldt ook voor ‘Looking for a Friend’, ‘Tell me Baby’ en ‘The Young Reporter’. Fijn dat iedereen zo zuinig is op z’n spullen. Er zijn nog meer primeurs op cd hier: ‘Her Second Zebra, Tables And Chairs (Long Version), Mask (Live), Her Second Office en Cabins (Live Version)’. Dat maakt deze compilatie ook een gewenste in de kast bij de andere Nits albums.

Voorlopig is ‘Knot’ (2019) het laatst uitgebrachte Nits album. Net als voorganger ‘Angst’ weer met een kort, vierletterwoord in de titel. ‘Knot’ is al improviserend ontstaan in drie lange sessies in de thuisstudio, Werf, maar nu met meer aandacht voor elektronica. Hofstede speelt het prachtige instrument, de Mellotron, Stips zijn synthesizers, maar Kloet stort zich nu ook op ‘electronics’. Deze aanpak geeft het album een ‘moderne’ klank mee, maar is ook ingebed in laagjes zodat er genoeg te genieten valt en blijft. Geen wonder dan ook dat diverse tijdschriften zoals Parool en Oor met een positieve recensie kwamen. Op ‘Knot’ een beperkt aantal gasten, vooral als achtergrondzangers/essen: Jayne Bordeaux, Sacha de Bruin en Sheena Tchai. Marieke Boskamp speelt viool op de laatste track: ‘(Un)Happy Hologram.
Het album roept, zoals recent vaker, herinneringen aan Hofstede’s verleden op, het huis van zijn moeder, de jaren die langzaam voorbijgaan, dromen, de dood en zijn vader. Ondanks alle elektronische spielerei is het een bedachtzaam en mooi album. ‘Abstract’ zou hier goed passen.
Dan hebben we een lange weg afgelegd, van een zakelijk roodwit tot een kleurrijke abstractie. Het is daarmee ook het verhaal van het leven, de onbesuisde jongeling tot de bedachtzame oudere. Het is prachtig als je dat allemaal op muziek kan zetten en daarmee gehoord wordt. Nits bestaan bijna vijftig jaar en worden inmiddels gezien als een van de nestors in de Nederlandse muziekhistorie. Wat ze daarin vooral hebben laten zien en horen is dat je soms andere wegen moet en kan bewandelen én dat minder vaak meer betekent. Met Nits maak je een reis door de tijd, soms nostalgisch, soms melancholiek, maar altijd met de intentie thuis te komen. Want Nits, dat is thuis.