logo van The Lemontree
kraftwerk

Wir sind die Roboter

omschrijving afbeelding

Wat krijg je als je een mix maakt van de muziek van Karlheinz Stockhausen, The Beach Boys en James Brown? Kraftwerk!

Net als de meest mensen was ik niet van Kraftwerk op de hoogte tot hun album ‘Autobahn’ verscheen. Dat was me een reis en helemaal als je dat album op een of andere manier kon afspelen in een auto rijdend op die snelweg.

Startend bij de experimentele klankenperiode uit de beginfase werd Kraftwerk via de hit ‘Das Model/The Model’ een elektronische band met dansbare beat en daarmee hun tijd ver vooruit.

De vier leden verscholen zich vaak letterlijk achter hun robot-aliassen. Interviews werden niet gegeven, waardoor de band een welhaast ongrijpbare entiteit werd. Lees het verhaal van een bijzondere, Duitse band die na Beatles en Rolling Stones genoemd wordt als de meest belangrijke band…. ooit!




Het verhaal van Kraftwerk begint als zoveel andere verhalen op de LemonTree. Er zijn mensen die elkaar tegenkomen en iets muzikaals willen doen. In Düsseldorf woont Florian Schneider-Esleben (1947-2020/fluit, elektronica, synthesizers). Hij is de zoon van Paul Schneider, een toonaangevend architect, ontwerper van de eerste parkeergarage met verdiepingen en het Bonn/Köln Airport. De man zocht altijd nieuwe wegen in bouwmateriaal en experimenteerde met lichtinstallaties, vormgeving, staal. Hij noemde zijn werk ‘dynamische Strukturen’. Het is, kortom, een ideale voedingsbodem voor zoon Florian, maar ook voor dochters Claudia en Tina. De familie Schneider-Esleben is een welgesteld familie.
Schneider-Esleben, de toevoeging zou later uit de naam verdwijnen, komt op de Robert Schumann Hochschule Ralf Hütter (1946- /elektronica/keyboards, synthesizers) tegen. Hütter komt uit een soortgelijke familie, Hütter’s vader is fysicus. De hogeschool waar de heren studeren zet vooral in op creativiteit en presentatie. Andere bekende leerlingen zijn Klaus Doldinger en Karl Bartos. Schneider speelt in deze periode alleen fluit, Hütter orgel. Hütter had al enige ervaring in het spelen in een band, zijn eerste band was Quartermasters. Het duo vormde een nieuwe groep onder de werknaam: ‘Organisation zur Verwirklichung gemeinsamer Musikkonzepte’. Dat werd al snel ‘Organisation’. Het was de basis voor alle toekomstige uitingen, maar al snel veranderde de naam in Kraftwerk. Schneider en Hütter zijn de kern waaromheen de rest bewoog. Andere leden werden mondjesmaat toegevoegd en verdwenen na enige tijd weer, daarmee alleen maar benadrukkend dat Kraftwerk het geesteskind was én bleef van de twee heren.
De naam Kraftwerk was al in zwang bij het maken van een eerste album, maar platenmaatschappij RCA leek het verstandiger, lees universeler, als de naam Organisation behouden bleef. Het resultaat: ‘Tone Float’ (1970).

Op ‘Tone Float’ bestaat Organisation/Kraftwerk, naast Schneider (electric flute, alto flute, bell, triangle, tambourine, electroviolin) en Hütter (organ), uit: Basil Hammoudi (?/glockenspiel, conga, gong, musical box, bongos, voice); Butch Hauf (?/bass, shaky tube, small bells, plastic hammer) en Fred Monicks (?/drums, bongos, maracas, cowbell, tambourine). Eén ding is meteen duidelijk, het lijkt meer dan het is, als je maar alle instrumenten opnoemt is het heel wat. Het album werd geproduceerd door niemand minder dan Conrad – Conny – Plank en bestaat uit vijf tracks: één lange op lp-kant één: ‘Tone Float’ en vier kortere op kant twee. De hoes is niet een van de fraaiste, dan zeg ik het netjes, maar opmerkelijk is de kleine wegwerkpilon op de achterzijde. De route werd uitgezet! ‘Tone Float’ Het lange nummer doet wat ‘oosters’ aan met na een intro met veel percussie, rustige orgel- en fluitsolo’s. Bij ‘Milk Rock’ krijgen we voor het eerst te maken met een strak repeterende basis en een bewerkte fluitsolo. ‘Silver Forest’ is een ‘spacy’ track met lang aangehouden tonen met zachte drums gehuld in echo. Een track die typerend is voor veel muziek uit deze periode. ‘Rhythm Salad’ is precies die salade die je hier verwacht: veel gerommel en gerammel met percussie-instrumenten. ‘Noitasinagro’ – Oranisation achterstevoren – is een vrij langzame en rustige track met lang orgelwerk. Al met al een aardig album, geheel in de sfeer van deze periode, maar niet heel bijzonder of speciaal. RCA had dat ook al snel door en dumpte de band. Tekenend is dat het duo dit album, net als de volgende drie, nooit heeft willen opnemen in de door hun vastgestelde officiële catalogus. Ja, misschien ooit en wie weet.
Wel is het album talloze malen, zowel op vinyl als cd, als bootleg uitgebracht. De meest voorkomende versie krijgt een heuse bonustrack mee: ‘Vor dem Blauen Bock’. Dat is een stuk uit het live optreden in mei 1971 voor het fameuze Tv-programma Beat Club’. Wat niet op de cd staat is dat we hier te maken hebben met een heel ander nummer, ‘Rückstoss Gondoliere’, én een heel andere band: Florian Schneider met Michael Rother (1950- /gitaar) en Klaus Dinger (1946-2008/drums). Het is een bijzondere registratie, het enige in deze Kraftwerk-versie. Rother en Dinger waren er maar kort bij; ze vetrokken snel om Neu! te beginnen (Neu! en Michael Rother zijn elders op de LemonTree te vinden). Afwezig bij dit concert is Hütter. Die had zich – tijdelijk - uit de band teruggetrokken om zijn studie te voltooien.
Organisation’s bandleden zien er, qua uiterlijk, uit zoals de meeste bands eind jaren zestig, begin jaren zeventig: lang haar, baarden en, wat ze nu zouden noemen, ‘random’ kleding.

Nog in de beginfase rommelde het behoorlijk met de musici in de band. Op het eerste album onder de naam Kraftwerk, simpelweg ‘Kraftwerk’ (1970) genoemd, treffen we naast Schneider en Hütter twee drummers aan: Klaus Dinger en Andreas Hohmann (?/drums). Dinger doet mee op één track, ‘Von Himmerl Hoch’, Hohmann op twee: ‘Ruckzuck’ en ‘Stratovarius’. De vierde track, ‘Megaherz’ is drummerloos.
Het album wordt gesierd met een grote, rode wegwerkpilon op de voorzijde met daar schuin overheen de bandnaam. In de binnenhoes staat een reusachtige energiecentrale, ‘kraftwerk’, een verklaring voor de naam. De kleine foto’s van de bandleden op de binnenzijde van de hoes zijn gemaakt tijdens de Essener Songtage in de Grugahalle in Essen.
‘Kraftwerk’ wordt uitgegeven door Philips. De opnames vonden plaats van juli tot september 1970 en al in december lag het album in de winkel. De eerste track, ‘Ruckzuck’, vrij vertaald als ‘beetje tempo graag’ is een experimenteel stuk elektronische muziek met veel dwarsfluit en een – soms inderdaad – pittig tempo. ‘Spielerei’, is een woord dat goed bij deze track zou passen, ‘Stratovarius’, een grapje richting de vioolbouwer ‘Stradivarius’, maar dan in de stratosfeer. Na een wat kosmisch begin komt er een elektronische trein op gang, om vervolgens weer te ontsporen. Her en der valt er al wat te horen van wat de toekomst zou brengen, maar eenduidig is het nog niet. ‘Megaherz’ is net zo experimenteel kosmisch als de vorige track, maar krijgt als toevoeging wat zweverige fluittonen. Typisch zo’n nummer om al dan niet onder het genot van … (vul maar in) weg te zweven. Met ‘Von Himmel Hoch’… valt men een heel eind uit de kosmos boem op aarde. Hier vooral fuzz-orgel geluiden.
Bij het beluisteren van dit eerste album van Kraftwerk moet ik wel eens denken aan de experimentelere elementen uit de muziek van Supersister. Denk ook eens aan de eerste albums van Tangerine Dream (Electronic Meditation (1970); Alpha Centauri (1971) en Zeit (1972)) en Klaus Schulze (Irrlicht (1972) en Cyborg (1973). Die zijn vergelijkbaar qua klank, opzet en net zo ‘beperkt’ door de technische mogelijkheden van de tijd. Het is veelal ‘elektronica’ met behulp van ‘gewone’ instrumenten en vooral veel spelen met tapesnelheden en effecten als echo. Essentieel in het verhaal van Kraftwerk is de expositie rondom ‘Gilbert and George’ in Düsseldorf. Gilbert and George zijn performancekunstenaars gekleed in pak met stropdas. Voorgangers in de zogenaamde video- en conceptuele kunst. Ze brachten kunst in het alledaagse leven. Schneider en Hütter keken hun ogen uit en zogen als de bekende spons op wat ze zagen en hoorden met gevolgen voor later handelen.

Na ‘Kraftwerk’ komt natuurlijk ‘Kraftwerk 2’ (1972). Nummer twee is stilistisch het vervolg op de eerste wegwerkpilon, maar nu een groene; de naam er weer schuin overheen en foto’s aan de binnenzijde. Net als het vorige album geproduceerd door Conny Plank. ‘Zwei’ is ook echt een zwei(duo)-album van Schneider en Hútter. Het instrumentarium is wat uitgebreid met: electronics (Mischpult), piano, basgitaar, Rhytmusmaschine en Harmonika.
‘Kraftwerk 2’ heeft één, lang nummer op lp-kant A: ‘Klingklang’ en vijf kortere tracks op kant B. De naam ‘klingklang’ komt hier voor het eerst voor en blijft tot de dag van vandaag in gebruik bij bijvoorbeeld hun webwinkel ‘Kling Klang Konsum Product’, hun uitgeverij: Kling Klang Verlag, eigen platenlabel: Klink Klang, maar vooral de mobile studio: Kling Klang Studio. Sinds enige jaren is er ook een app: Kling Klang Machine. Met die app kun je zelf een compositie maken in Kraftwerk-stijl. De track ‘Klinkklang’ is niets minder dan de blauwdruk voor Kraftwerk’s latere geluid. In feite hoor je hier al een prototype van ‘Autobahn’. Zelfde, hamerende ritme met spitse fluitaccenten. Heerlijk nummer. De tracks op kant twee: ‘Atem, ‘Strom’, ‘Spule 4’, Wellenlänge’ en ‘Harmonika’ zijn daarentegen een stuk experimenteler. Alleen ‘Wellenlänge’ wordt tegen het eind ritmischer en melodieuzer.

‘Kraftwerk’ en ‘Kraftwerk 2’ zijn nooit officieel op cd gezet, je komt her en der bootlegs tegen. Dat geldt ook voor de combinatie van de twee. Philips bracht de albums samen uit op haar progressieve Vertigo-label: ‘Kraftwerk’ (1972). Hütter heeft beide albums afgedaan als niet relevant en onbelangrijk. Jammer, want hier ligt toch de kiem van de band.

Eenzelfde lot is ‘Ralf & Florian’ (1973) beschoren. De naam zegt het al. Dit is een duo-album. De vasteland-uitvoering was er een met een zwartwit foto van beide heren op de voorzijde. Schneider in pak met stropdas en muziekspeld, Hütter nog met lang haar en ruitjeshemd. Boven het tweetal de naam van de band over de inmiddels bekende pilon. De achterzijde toont een kijkje in de Kling Klang-Studio. Hütter met orgel en Mischpult, Schneider ingebouwd in de nodige elektronica, fluitenselectie en Hawaiian-gitaar. Vooraan twee lichtbakken met de namen in Neon en halverwege een schemerlamp met aangehangen ananas. Die is een knipoog naar een van de titels: ‘Ananas Symphonie’. Natuurlijk is het handelsmerk, de pilon, aanwezig in de studio. Het is niet alleen een aardige foto, maar tevens een leerzame. Kraftwerk’s studio was een modulaire. Ze namen de hele handel mee voor concerten. Wat je op de foto ziet stond ook op het podium. Dat is zo gebleven. De concerten in deze periode waren echter schaars, meestal in Duitsland, een enkele in Frankrijk. De minder iconische, Engelse hoes laat op de voorzijde een elektronisch circuit zien. De achterzijde is gelukkig hetzelfde.
Bij de allereerste oplage was een ‘musicomix’ (music comics) poster gevoegd, ontworpen door Emil Schult (1946- /schilder, dichter, ontwerper, audiovisueel kunstenaar). Op de poster talloze tekeningen en fotocollega’s rondom de songtitels en de thuisstad Düsseldorf. Een populair item bij namakers, maar dan wel met foute, rode pilon in plaats van grijs.
Op het album staan zes tracks, vier op lp-kant A en twee op kant B. Ik heb dit album altijd gezien als het eerste echte Kraftwerk-album. De repeterende ritmiek met daarover duidelijk gestructureerde elektronische delen maakte duidelijk wat er ging komen. Het is muziek die je meeneemt op avontuur. Zeker is het nog steeds een album met geluidsspel, maar die is hier ondergeschikt in tegenstelling tot de eerste twee albums. Ook is meer ruimte voor contemplatie met rustige, soms ijle, fluitdominante tracks als Tongebirge’ en ‘Heimatklange’. ‘Tanzmusik’ is precies wat het is. Je kunt dansen op het ritme van een ritmebox, maar wordt dan wel overgoten met belletjes en andere geluiden. Hoogtepunt is ‘Ananas Symphony’, meteen ook het langste stuk op het album. Dit zou je zo kunnen schikken onder ‘ambient muziek’. Luister eens naar de latere albums van Brian Eno, met name ‘Apollo’ (1983) en dan naar de ananas. Je hoort verbazingwekkende overeenkomsten. Voor het album gebruikte Schneider en Hütter allerlei elektronica. Soms zelf ontworpen, soms me hulp van al dan niet prototypes van ‘nieuwe’ instrumenten, zoals ritmemachines en vocoder (stem-synthesizer). Sommige van die apparaten werden gebouwd door P. Leunig en K. Obermayer van de ‘Physikalisch-Technische Bundesanstalt Braunschweig’. Voor het bedachte, elektronisch drumstel vroeg Hütter een patent aan en kreeg die in 1977. Het instrument bestaat uit een aantal sensorgevoelige vlakken die met een metalen stok aangetikt worden. Het contact stuurt een elektronisch circuit aan dat klanken genereert. Het werd bespeeld door Flür. De volgende stap was een simpele drummachine. Die werd gebruikt op de komende albums. Vooral Schneider zocht constant naar iets nieuws en had daarin een voortrekkersrol.
Vreemd dat Schneider en Hütter dit album dan net als die eerste twee terzijde schuiven en pas beginnen bij ‘Autobahn’. Daarmee doen ze zichzelf, maar zeker de fans tekort. Er zijn bootlegs in omloop, maar die zijn meestal afgeleid van het vinyl, inclusief kraken en tikken.

‘Autobahn’ (1974) is Kraftwerk’s ‘magnum opus’. Hét album dat de wereld versteld deed staan. Was het niet meteen op dat moment, dan was het wel later. Emil Schult’s hoes is meteen een toonbeeld van na-oorlogs optimisme, gekoppeld aan jaren vijftig reclamebeelden. Op de autoweg die zich tot aan de verre horizon uitstrekt halen we een Volkswagen Kever in, links komt ons een Mercedes tegemoet. Allemaal Duits vakmanschap. Achter de bergen breekt een ‘Glitzerstrahl’ door de wolken. Op het dashboard van de auto waarin de kijker rijdt staan vier kleine portretten van de musici, de radio staat aan. Achterop de hoes een collageachtige foto met daarop de heren Kraftwerk. Als je ze zo bij elkaar ziet lijken ze weinig met elkaar te maken te hebben. Aan de hoes is nogal wat gesleuteld. De auto op de voorzijde is helaas verdwenen, waardoor de weg wel een heel stille wordt. Op een tweede editie was op de voorzijde een sticker geplakt met het verkeersbordlogo van autowegen in wit op een blauwe ondergrond. Nog weer later is deze stilistische afbeelding de voorkant van cd en lp geworden. Jammer voor Schult. Jammer ook voor Kraftwerk, want het origineel is onovertroffen. Op ‘Autobahn’ staan vijf nummers, het een-lp-kant-lange ‘Autobahn’, twee-en-twintig-en-een-halve minuut. Op de B-zijde ‘Kometenmelodie 1 en 2’, ‘Mitternacht’ en ‘Morgenspaziergang’. Kraftwerk was en is een Duitse band, er werd nog niet wereldwijd gedacht, alle titels zijn dus gewoon in het Duits. Overigens net als de songtekst. De eerste ‘song’ van Kraftwerk: “Wir fahren, fahren, fahren auf der Autobahn. Wir fahren, fahren, fahren auf der Autobahn. Vor uns liegt ein weites Tal. Die Sonne scheint mit Glitzerstrahl. Wir fahren, fahren, fahren auf der Autobahn. Wir fahren, fahren, fahren auf der Autobahn. Fahrbahn ist ein graues Band. Weiße Streifen, grüner Rand.” Dat is het. Op de lp kwam daar nog iets bij: “Jetzt schalten wir ja das Radio an. Aus dem Lautsprecher klingt es dann: Wir fah'rn auf der Autobahn.” Prachtig gevonden natuurlijk en daarmee een cyclisch lied met dubbele bodem. De rit begint met het starten van de motor, een claxon en daar gaan we. Door de vocoder klinkt ‘Autobahn’ in verschillende uitingen en dan loopt de motor (lees: de handmatige sequens) warm, zet een drummachine in en rijden we op de snelweg. Onderweg gebeurt er van alles. Er komen auto’s langs gerazen, het wordt even spannend, tegemoetkomend verkeer toetert even. Na een aardig ritje keert het refrein terug en wordt de rit voortgezet. Prachtig nummer. Veel te lang voor een single, maar wel met de potentie ervan. Zonder medeweten van de heren werd de track gesnoeid tot bijna vier minuten en op single gezet. De single sloeg aan, zoiets had men nog niet eerder gehoord. Duitse zang, een staccato, elektronisch ritme. Je kon er nog net niet op dansen, maar het had wel wat. Het geluid werd nu grotendeels gegenereerd door echte synthesizers, zoals de Minimoog en de Engelse EMS. In Duitsland kwam het nummer tot een negende plek in de Toplijst , in ons land tot een twaalfde en in Amerika tot een vijfentwintigste. Een iets kortere versie kwam in Engeland op de markt en haalde de elfde plek. De heren van Kraftwerk lieten – later- weten dat ze de edits, de knipjes in het lange nummer om het korter te maken – precies zo gedaan zouden hebben. Een compliment voor degene die dat uitgevoerd heeft.
De B-kant van de oude lp is totaal anders, maar ambient, rustig. De rustdag na de rit over de Autobahn, of de eerste vakantiedag. ‘Kometenmelodie I’ is een ambientstuk, ‘Kometenmelodie II’ een lekker ritmisch stuk, heel melodieus en eigenlijk geschikt als single, maar er wordt niet gezongen. Een grote groep Duitse musici zou met dit soort muziek furore maken, denk maar eens aan degenen op het Sky-label. Mitternacht’ is rustig, maar met trillertjes en blokfluit best vrolijk te noemen. Het zou ook zomaar midden op een zomerse dag kunnen zijn. ‘Morgenspatziergang’ begint met elektronische vogeltjes en dito watervalletje. Fluit erbij en langzaam komt de zon op. Je voelt het gewoon. Dank Claude Debussy.

‘Autobahn’ kwam in Duitsland tot de negentiende plek in de ‘Offiziëlle Top100’. In Zwitserland op een 77e plek en in Zweden een 27e’. Als gevolg van, vooral het single-succes, ging Kraftwerk in 1975 op tournee. Ze konden nieuwe apparatuur kopen en hun demontabele en praktische bouwstudio uitbreiden en vernieuwen. De studio werd nu officieel ‘Kling Klang Studio’ genoemd.
De tournee bracht de groep in Amerika en Canada. Wat duidelijk werd tijdens die tournee was dat de elektronica oprukte ten ‘nadele’ van de gewone instrumenten als gitaar en fluit. Nieuwkomer Karl Bartos (1952- /elektronica, elektronische percussie) hanteerde een draderig soort zelf bedachte en gebouwde elektronische percussie. Met Flür en Bartos was Kraftwerk compleet. Dit viertal staat inmiddels bekend als de ‘klassieke’ bezetting. Niet op het podium, maar in alle uitingen alom aanwezig is het vijfde lid Emil Schult.

Het vervolgalbum kwam in 1975: ‘Radio-Aktivität’. Het werd meteen maar in twee versies uitgebracht. Een Duitse én een Engelse: ‘Radio-Acitivty’. Die laatste met Engelse zang dus. Ik hou het hier maar even op de ‘Originalfassung’. ‘Radio-Aktivität’ gaat over radioactiviteit in twee gedaantes: de activiteit op/van de radio en het werken met radioactief materiaal. Dat laatste stond op dat moment nog niet heel erg ter discussie. Later kwamen de stickers op de hoezen en de reeks kernenergiecentrales met problemen, zoals Tsjernobyl en Sellafield en was radioactiviteit een ‘no-go’-area’. De hoes, een ontwerp van Schult, is de afbeelding van een oude radio-ontvanger, een zogenaamde ‘Deutscher Kleinempfänger’. De achterzijde van de radio is de achterkant van de hoes. Bij de eerste, Duitse versie, was een velletje stickers gevoegd met het kern-energie-logo en daarbij de naam van de groep en de titel van het album. Dat logo zou later op een veel meer gestileerde hoes komen. Schult zorgde ook voor een flinke reeks teksten voor bijna alle songs. ‘Radio-Aktivität’ is het eerste album dat opgenomen is in de eigen Kling Klang Studio en ook het eerste zelf geproduceerde. Het is tevens het eerste compleet elektronische album.
Niet iedereen was even positief over het album, dat als minder goed werd ervaren als ‘Autobahn’. In Frankrijk echter was de single, ‘Radio-Activity’ een hit en leverde de groep een gouden plaat op.

De tournee die volgde op het album leverde de groep een bijzondere ‘fan’ op: David Bowie. Bowie, die genoeg had van ‘the Tin White Duke’, het image dat hij op dat moment had, zocht nieuwe wegen en de weg van ‘krautrock’, lees dansbare elektronica, beviel hem wel. Hij vroeg dan ook of Kraftwerk niet als zijn begeleidingsgroep wilde fungeren. Het antwoord was kort en zakelijk en typisch Kraftwerk: ‘No’. Het weerhield Bowie niet, om, samen met Brian Eno, nog zo’n fan, naar de Kling Klang Studio in Düsseldorf af te reizen en te kijken of er andere mogelijkheden voor een samenwerking mogelijk waren. Schneider en Hütter waren echter te druk met het vervolgalbum. Bowie ging daarom naar Berlijn en verbleef thuis bij Edgar Froese van Tangerine Dream. Maar ook met die band kwam een muzikale samenwerking niet tot stand. Uiteindelijk maakte Bowie met Eno en Robert Fripp een reeks van drie albums met krautrock-invloeden: ‘Low, Heroes en Lodger’.

‘Trans Europa Express’/Trans-Europe Express’ (1977) is het tweede album met het klassieke kwartet. Ook dit album kwam in Duits en Engels uit, maar nu werden er voor de twee uitvoeringen zelfs twee verschillende mixen gemaakt. Men had de smaak te pakken, want voor de Franse markt werd, weliswaar slechts één track, ‘Schaufensterpuppen/Showroomdummies’, in het Frans uitgevoerd: ‘Les Mannequins’. Met dit album wilde Kraftwerk de vleugels uitslaan richting Europa. De track ‘Metall auf Metall’ kreeg een vervolg in ‘Abzug’. Op de Engelse variant werd dit één nummer: ‘Metal on Metal’.
De hoes van de eerste versie grijpt zonder meer terug op die van ‘Ralf & Florian’. Alleen zijn de heren veel strakker in kleding en haardracht en voor deze hoes overdreven opgemaakt om er als etalagepoppen uit te zien. Dat komt natuurlijk door het gelijknamige nummer. Hier begon de flirt met de kunstmens, hier etalagepoppen, in de nabije toekomst de robots.
Vreemd genoeg staat de T.E.E. (Trans Europa Express) niet op de voorzijde. Dat zou later komen, met de minimale uitstraling die men op dat moment beoogde. De binnenhoes laat een typisch ‘Heimat-tafereeltje’ zien: de vier Kraftwerkers idyllisch gesitueerd rondom een tafel in de natuur. Weinig elektronica te bespeuren op die hoes. Nog meer dan de voorganger had dit album elektronisch ritmes. De nieuwe apparatuur, een analoge sequencer maakte dat mogelijk. Met een sequencer kun je vooraf geprogrammeerde klanken ritmisch en continue herhaald laten klinken. Zowel Klaus Schulze al Tangerine Dream gebruikte in deze periode al volop de Moog Modular sequencers, die veel geavanceerder waren en ingezet werden dan Kraftwerk hier gebruikte. Maar ieder zijn helse machine toch?
Van het album werden twee singles uitgebracht: ‘Trans-Europe Express’ en ‘Showroom Dummies’. Die waren niet heel succesvol, maar het album deed het beter dan ‘Radio-Aktivität’. The Los Angeles Times noemde het (in 2014) “the most important pop album of the last 40 years.” Dat is nogal wat. Waar de krant op doelde is dat de kortere songs met de zo typische mechanieke ritmiek in feite de basis legde voor een heel genre muziek, de jaren tachtig synthi-pop en elektronische dance. Wereldwijd was de muziekpers enthousiast en kwam het album in allerlei lijsten van ‘beste albums van … (vul maar in)’. Daadwerkelijk kwam het in dat jaar tot een tweede plek in SNEP, de Franse albumlijst, achtste in de FIMI (Italiaanse lijst). Duitsland bleef wat achter met een 32e plek. In Engeland werd het album 49e en in Amerika 119e.

Veel succesvoller is ‘Die Mensch-Maschine/The Man Machine’ (1978). Het kwartet staat strak afgebeeld op de voorzijde, rode overhemden, zwarte das, strak en kort kapsel en rode lippenstift. Poppen? Machines? Robots? De grafisch sterke hoes was gebaseerd op het werk van de Russische kunstenaar El Lissitzky. De Heimat werd ingeruild voor een bijna kubistische aanpak. Het paste perfect bij de muziek op het album die nog strakker, steviger, korter, to the point was dan alle vorige albums. Nieuw is het feit dat voor het eerst een derde componist, Bartos, genoemd wordt naast het ‘Triumvirat’ gevormd door Schneider, Hütter en Schult.
Door de uitvoering krijgt ‘Die Mensch-Maschine’ een soort kilte mee die perfect wordt geïllustreerd in de tracks als ‘Neonlicht’, ‘Metropolis’, ‘Spacelab’, ‘Die Mensch-Maschine’, en ‘Die Roboter’. Het album bleek te ingewikkeld voor de eigen Klink Klang Studio en werd daarom uiteindelijk gemixt in Studio Rudas (Düsseldorf). ‘The Model’, de Engelse variant, werd een regelrecht hit in Engeland: nummer één! Maar dat gebeurde pas na het uitbrengen van het volgend album. Lees dat hieronder. Het gevolg was wel dat ‘The Man machine’ (negende plek) vier jaar na dato in Engeland bekroond werd met een Gouden Album. In ons land kwam het album tot een 29e plek, in ‘die Heimat’ tot een twaalfde en werd ook daar goud. Zowel in Frankrijk (14e) als Oostenrijk (15e) deed het album het goed. NME (New Music Express) noemde het in 2013 “the greatest album of all time” en “Kraftwerk’s definitive album and the catalyst for synhti pop revolution.”
Kraftwerk nam de uitvoering van de Mensch-Maschine heel letterlijk, want vanaf dit moment werden de bandleden vaker voorgesteld door exact-lijkende robots, zowel op het podium als bij persconferenties. Aan die laatste hadden ze toch al een hekel. De robots werden herhaaldelijk bijgewerkt en opnieuw gebouwd, zodat ze weer iets meer konden. Hütter merkte gekscherend wel eens op dat ze erg aan de robots gehecht waren en ze, voordat ze in de flightcase opgeborgen werden, een afscheidskus kregen.
Bijval voor de muziek en de ‘looks’ kwam uit onverwachte hoek. De Australische zangeres Kylie Minogue, een zangeres met soms letterlijk weinig om het ranke lijf, was een fan van de band. In haar song ‘Can’t Get You Out of My Head’ (2001) gaat ze over een ‘autoway’ richting een futuristische stad, Metropolis (?) en dansten haar dansgroep in rode hemden met zwarte dassen in een machinale stijl. Kylie heeft alleen een soort laken aan. In de song ‘Slow’ gebruikte ze een sample van ‘The Model’ (2003) en verscheen ze zelf aangekleed als robot, ‘Kyborg’ tijdens haar 2002 tournee. Vielen Dank, Kylie!

Kraftwerk viel even stil, drie jaar later werd de generator pas weer opgestart: ‘Computer Welt/Computer World’ (1981) is het achtste album van de groep. Net als op het vorige album doet Bartos mee als componist. Op de voorzijde zien we in het geel een afbeelding van een computer met daarin de gestileerde hoofden van de bandleden. Die werden bij latere releases iets aangepast. Kijk en vergelijk. De naam zegt het al, het album gaat over de computer in het dagelijks leven. Dat was anno 1981 nog een bijzonderheid, nu zijn ze niet meer weg te denken. Op de achterzijde en in de binnenhoes zien we de robots in actie. ‘Computer Love/The Model’ (1982) was de eerste single (Engeland) van het album, maar die kwam niet verder dan een 36e plek. De single werd nogmaals uitgebracht, maar nu in 12” uitvoering, met ‘The Model’ op de B-kant. Die werd echter het meest gedraaid en kwam uiteindelijk tot de eerste plek, daarmee het vorig album propagerend. ‘Computer World’, het album kwam in Engeland tot een vijftiende plek en behaalde daarmee ‘zilver’. De hoogste positie was in eigen land: zevende.
De track ‘Taschenrechner’ werd in allerlei talen op single gezet: ‘Pocket Calculator’ (Engels); ‘Mini Calculateur’ (Frans); ‘Dentaku’ (Japans) en ‘Mini Calcolatore’ (Italiaans). De single ‘Computerwelt’ werd voorzien van nieuwe ‘drums & bass’ en zo op de markt gebracht in Duitsland. De ‘Originalfassung’ werd genomineerd voor een “Grammy Award for Best Rock Instrumental Performance (1982). De BBC liet het Engelse origineel horen tijdens de aftiteling van een Tv-serie ‘The Computer Programme’.
In 1982 gebruikte Afrika Bambaataa stukken uit ‘Trans Europe Express’ en ‘Dentaku’ (“Ichi Ni San Shi”) voor zijn single ‘Planet Rock’ (1986). Hij was de eerste van velen die op Kraftwerk’s muziek leunde.
Kraftwerk ging op tournee, een van de langste uit hun historie en namen daarbij opnieuw de hele studio mee. Nieuw was het gebruik van ‘visuals’: drie grote schermen waarop films vertoond werden van autowegen en T.E.E. treinen en veelvuldig gebruikt werd gemaakt van computerachtige ‘graphics’.

In 1983 bracht de groep alleen een single uit: ‘Tour de France’ met daarop twee keer hetzelfde nummer: op de A-kant de ‘version Allemande’ op de B-kant de ‘version Française’. Zowel Schneider als Hütter waren fanatieke wielrenners en wilden graag de ‘soundtrack’ maken bij hét wielerspektakel bij uitstek. Door de nieuwe aankoop, een E-Mu Emulator, konden ze alle geluiden ‘samplen’, zoals geluiden van hun fietsen, versnellingen inzetten, de ketting die ‘rammelt’. Het was een ideaal geluidsdecor. Daarbij herhaalde ze in feite de geluidsactie van ‘Autobahn’, weliswaar op een andere, hi-tech-manier. Het bleef bij de single, er kwam ondanks verwachtingen en vage toezeggingen geen bijbehorend album.
De in deze tijd populaire remixer, François Kevorkian, maakte een lange versie van bijna zeven minuten. In Guatemala heette het nummer: ‘Vuelta a Francia’. Vreemder ging het eraan toe in Mexico. Daar werd de single uitgebracht als ‘El Baile de la Escoba’; ‘De dans van de bezem’…

Een nieuw album kwam pas in 1986, vijf jaar na ‘Computer Welt’: ‘Electric Café’. Dit keer één titel, maar wel weer een Duitse- én Engelse versie. In eerste instantie zou het album ‘Technicolor’ genoemd worden, maar die naam bleek met een ‘registered trademark’ beschermd. Vervolgens zou het album ‘Techno Pop’ genoemd worden én de single ‘Tour de France’ bevatten, maar van beide werd uiteindelijk afgezien. “De naam ‘Techno Pop’ klonk anno 1986 niet meer innovatief”, aldus de heren. later Als verklaring voor het lange wachten werd medegedeeld dat Schneider een ernstig fietsongeluk gehad had en ruime tijd nodig had om te herstellen. Een niet genoemde reden was dat Kraftwerk links en rechts ingehaald was door andere synthi-groepen. Die konden nu ruimschoots beschikken over goedkopere apparatuur die ook nog eens meer kon. Kraftwerk was hiermee ingehaald door de Tijdgeest, kom dan nog maar eens met iets opvallends. Toen het album uiteindelijk uitkwam viel het daarom bij velen tegen. “Was dat nu muziek die vooruitstrevende band?” ‘Electric Café bevatte, muzikaal gezien, weinig verrassingen en borduurde vrolijk voort op de reeks vorige albums. Het was weliswaar volledig digitaal opgenomen en volgestopt met samples, maar het was het eigenlijk nét niet. Beide singles, ‘Musique Non-Stop’ en ‘The Telephone Call’ deden het ook al niet zo, behalve op de Billboard Dance Chart, daar kwam ze allebei tot een eerste (!) plek. Maar dat is niet genoeg voor de rest van de wereld.
De hoogste positie voor het album werd behaald in Zweden: 9e plek; in Duitsland werd het album ‘slechts’ 23e. Misschien kwam het ook, omdat er geen tournee volgde.
Bij het opnieuw uitbrengen en masteren van het album werd de eerste titel ‘Techno Pop’ van stal gehaald. Als enige Kraftwerk-album werd een bonustrack toegevoegd: de single-versie van ‘The Telephone Call’.
Ondanks het feit dat Wolfgang Flür nog wel op het album staat én genoemd wordt doet hij niet mee. Redenen daarvoor zijn niet gegeven. Flür vertrok bij de band in 1987, zijn plek was door de sequencers overbodig geworden. Bovendien zag hij de toekomst anders en trok liever rond met zijn vriendin. Hij werd gevolgd door Bartos in 1991 waardoor Kraftwerk terugviel op het duo van het eerste uur.

Bartos vertrok voordat een ‘nieuw’ album uitgebracht werd: ‘The Mix’(1991). Daarmee is het album een terug naar af met alleen de robotversies van Schneider en Hütter op voor- en achterzijde van de hoes. Veel meer info over de ‘music data mix’ werd er niet gegeven. Wel werd ene Fritz Hilpert (1956- /technicus, percussie) genoemd. Hij zou later een nieuw Kraftwerklid blijken te zijn. Datzelfde gold voor Fernando Abrantes (1960- /producer, keyboards), maar die bleef nauwelijks lang genoeg om indruk achter te laten.
‘The Mix’ zou beter ‘The Remix’ genoemd kunnen worden, want dat is wat het is. Oude nummers zijn onder handen genomen, gedigitaliseerd en voorzien van nieuwe geluiden, elektronische percussie/sequensen etc. Ze klinken daardoor fris en in 1991 meer bij de tijd. De ruim twintig minuten lengte van ‘Autobahn’ is teruggebracht tot onder de tien minuten. Hütter omschreef ‘The Mix’ als een live-album, omdat het geluid het werk in de Klink Klang Studio het dichtst benaderde. Het is in ieder geval weer eens een andere aanpak dan een ‘greatest hits’ album, iets dat toch al niet zo in Kraftwerk’s filosofie past. Een andere, plausibele reden, is dat de band gehalveerd was en daardoor tijdelijk niet optrad. Hilpert had de groep eerder geholpen als ‘stage-set designer’ en ‘percussiespeler’. In die hoedanigheid werd hij voor ‘The Mix’ gevraagd.
Inmiddels bleek geluidstechnicus Henning Schmitz (1953- ) de vierde man geworden, maar die bleef voorlopig op de achtergrond. Wel stond hij op het podium in een korte tournee en tijdens het Tribal Gathering Dance Festival (1998) in Engeland. De teruggetrokken groep stond plotseling ook op het podium in de Verenigde Staten, Japan, Brazilië en Argentinië. De tijden waren aan het veranderen. Sommige luisteraars vonden de digitale sound van ‘The Mix’ ‘steriel’, anderen vonden het jammer dat Kraftwerk teruggreep op oude successen en zich blijkbaar niet meer kon vernieuwen. Ondanks dat was het album redelijk succesvol. De Duitse versie kwam in het thuisland tot de zevende plek, in buurland Oostenrijk tot een 12e; in Engeland tot een 15e (zilver) en Zweden tot een 20e. In ons land strandde het album op de 83e plek.
Bij latere releases werd de blauw-gele hoes drastisch aangepast. Het werd een witte met schematische robot en diens beweegruimte. De Schneider- en Hütter-robots werden in zwartwit afgebeeld.

Het duurde tot 1999, acht jaar na ‘The Mix’, voordat we weer iets van Kraftwerk hoorde. ‘Expo 2000’ werd als EP, een verlengde single, uitgebracht ter ere van de Hannover Expo 2000 World Fair. De organisatie had Kraftwerk opdracht en geld (maar liefst DM 400.000, zo’n 200.00 euro) gegeven voor de uitvoering. Daar was nogal wat heisa over. De ‘tune’, want dat was het in eerste instantie, zou overal te horen zijn, stadions, bussen, treinen, radio en TV. Voor de EP werd de korte tune uitgebreid tot ruim drie minuten. Een gelimiteerde eerste versie, maar zo ‘gelimiteerd’ dat bijna iedereen die heeft, kreeg vier versies mee: ‘Radio Mix, Kling Klang Mix 2000, 2001 en 2002’. Het speciale zat hem in het hoesje, een zogenaamde ‘lenticulaire afbeelding’. Dat is een afbeelding die ‘beweegt’ als je het doosje langzaam heen en weer draait. Vroeger deden ze dat met ansichtkaarten. De muziek is gecomponeerd door Schneider, Hütter en Hilpert.
In 1999 verscheen Karl Bartos’ boek ‘Ich war ein Roboter’. Later ook in het Engels: ‘I was a robot’. Het was een kijkje in de keuken van een band die nauwelijks communiceerde met de buitenwereld. Niet alles wat Bartos schreef werd door Schneider en Hütter gewaardeerd. Men had liever niet het ijzersterkte achtergrondstramien op straat liggen.
In 2000 verscheen de ‘Expo Remix’-cd met maar liefst tien verschillende versies van het nummer. Daaronder remixen van The Orbital, François Kevorkian en Underground Resistance. Mooi, leuk en aardig, maar na een aantal keer heb je de expo wel gezien en gehoord.

Het wachten was op iets echt nieuws. Dat kwam, onverwacht, alsnog: ‘Tour de France Soundtracks’ (2003). Kraftwerk greep hierbij terug op de inmiddels niet meer verkrijgbare single uit 1983. Hütter, maar ook Schneider, waren na de slopende Computer World-tournee vooral bezig met hun gezondheid. Ze aten vegetarisch en fietsten zich suf. Voor Schneider met de eerder genoemde vervelende gevolgen. Toen al wilde Hütter graag een heel album van fietstracks, maar daar kon hij de rest niet van overtuigen. Nu, zesentwintig jaar later, was het alsnog zover. En er was nu een speciale gelegenheid, de honderdste verjaardag van de Tour. Typisch Kraftwerk is dan wel weer dat het album niet op tijd af was om die Tour luister bij te zetten.
‘Tour de France’, de track, werd aangevuld met elf anderen, met titels als ‘Étappe 1, 2 en 3’; ‘Vitamin’, Elektro Kardiogramm’, ‘La Forme’en ‘Aéro Dynamik’. Door de opzet doet de al lang uit de band verdwenen Bartos wel nog ‘mee’ op dit album. De rest wordt verzorgd door Schneider, Hütter en Hilpert. Het is veelal elektronisch werk aangevuld met tal van samples van Tour-geluiden.

Wat met ‘Electric Café’ niet lukte, lukte nu wel. Publiek en pers waren enthousiast. Het album werd een hit in Duitsland (1e), 21e in Engeland (zilver); 7e in Finland, 9e in Denemarken, 3e in de USA Billboard Top Dance Electronic Albums Hot100. Noorwegen (18), Italië (22). In ons land helaas een 76e plek en in het land waar het om draaide, Frankrijk, een schamele 84e plek. Op die fiets dus.

Nog voordat ‘Tour de France Soundtracks’ uitkwam volgde de ‘Minimum-Maximum-Worldtour’ (2003). Net als voorgaande jaren ging de hele Kling Klang Studio mee, maar waar eerder het podium vol stond, kon nu volstaan worden met vier lessenaars met laptopcomputers en wat randapparatuur. Op grote schermen achter het viertal werden ‘visuals’ vertoond, die live gesynchroniseerd werden met de sounds van de laptops. Hütter was het drukst. Hij speelde nog een minikeyboard en zong. De rest drukte vooral op het goede moment op de knoppen of toetsen.
Het optreden voor de MTV European Music Awards was misschien nog de grootste verrassing van de mediaschuwe band. Kraftwerk liet daar ‘Aerodynamik’ horen.

De wereldtournee was goed voor Kraftwerk’s eerste, echte live-album, simpelweg genoemd naar de tournee: ‘Minimum-Maximum’ (2005). Het album verscheen in diverse versies; 2cd, 2DVD en een speciale ‘notebook-version’. Die laatste is het leukst. Het is een kartonnen laptop die je echt open kunt klappen. In het binnenwerk is naast de 2cd en 2DVD ook een flink boekwerk (88 pagina’s) met foto’s van de tournee te vinden. De notebook is zoals de meeste andere releases van Kraftwerk in zowel Duitse- als Engelstalige uitvoering verkrijgbaar. ‘Minimum-maximum’ geeft een goed beeld én geluid van de tournee. Je hoort tracks van ‘Autobahn’ tot ‘Electric Café ‘. De dubbel-cd verkocht goed en kwam als hoogste plek op vier in de Billboard Top Dance/Electronic Albums. Dat laatste was een terugkerend fenomeen. Daarmee werd duidelijk dat Kraftwerk een populaire dansbare band was, maar dan wel alleen in Amerika.

In 2004 brengt Kraftwerk: ‘The Catalogue/Der Katalog 1-2-3-4-5-6-7-8’ op de markt. Het is een doosje met daarin al het werk vanaf ‘Autobahn’ tot en met ‘Tour de France’, exclusief de singles en EP. Alle materiaal is verfrist en opgepoetst. Hütter: “The sound needed remastering… it’s like a reconstruction, like when a painter takes his paintings from the archives and blows the dust off and puts them in a retrospective. It was quite time-consuming work, but I think once you see it you will immediately understand.” (citaat: Wikipedia). In dit doosje heet ‘Electric Café’ ‘Techno Pop’ en is ‘Tour de France soundtracks’ gedecimeerd tot ‘Tour de France’. Alle verpakkingen hebben een verbouwing ondergaan. Zoals eerder zijn er Duitse én Engelse edities.
Later werden de afzonderlijke cd’s ook los verkocht, maar een aantal, Computer World, Techno Pop en The Mix, niet in Amerika vanwege rechten. Die kon je daar alleen kopen door de box te kopen. Hütter sprak bij het uitkomen opmerkelijk genoeg over de eerste drie albums: “We've just never really taken a look at those albums. They've always been available, but as really bad bootlegs. Now we have more artwork. Emil has researched extra contemporary drawings, graphics, and photographs to go with each album, collections of paintings that we worked with, and drawings that Florian and I did. We took a lot of Polaroids in those days.” (citaat: Wikipedia). Er is nog hoop, de historie leert dat het bij Kraftwerk allemaal niet zo snel gaat.

Rond 2004 is Kraftwerk weer on the road met een tournees door Amerika, Ierland, Polen, Ukraïne, Hong Kong, Singapore, Australië, Nieuw Zeeland. Op het podium staat als oudgediende alleen nog Ralf Hütter. Florian Schneider had het na al die tijd gezien en kondigde aan een solocarrière te beginnen. Misschien omdat hij geen nieuwe ontwikkelingen meer zag en zijn zegje wel gedaan had? Van een solocarrière kwam het niet echt. Na zijn vertrek (2006) was het vooral stil. Bij zijn overlijden in 2020, na een kort ziekbed ten gevolge van kanker, was wereldwijd alleen lof over hem te lezen. Hij werd en wordt, samen met Hütter, nog steeds gezien als dé grondlegger van Kraftwerk.
Naast Hütter stonden nu achter de katheders: Hilpert, Schmitz en voormalig videotechnicus Stefan Pfaffe (1979- ). Een optreden in Australië werd op het allerlaatste moment afgezegd vanwege hartproblemen van Hilpert. De heren waren ook al geen achttien meer.

Na opnieuw een lange stilte begon Kraftwerk een reeks bijzondere tournees (2012). De opening was in New York. Daar stond de groep acht avonden achter elkaar in het MoMa (Museum of Modern art). Elke avond werd een album compleet (!) gespeeld, beginnend met ‘Autobahn’ en eindigend met ‘Tour de France’. Acht avonden gekte daar en acht avonden een totaal uitverkochte museum. De hele show was in 3D, met voor elke bezoeker een 3D brilletje. Het hele spektakel trok vervolgens naar de Tate Gallery in Londen en K12 in hun eigen stad Düsseldorf. De kaarten voor Tate Gallery bleken drie keer zo duur te zijn als die in New York. Desondanks waren die concerten in no time uitverkocht. Sterker nog, er was zoveel vraag dat de website waarop je kon reserveren uit de lucht gehaald werd. Een optreden in China geen niet door vanwege ‘politieke redenen’. Verder stond de groep met een normaal programma in Sydney, Montreux (jazz Festival) en Schotland. Een van de meest bijzondere concerten uit deze reeks vond plaats in Eindhoven en het Evoluon, het voormalig techniek-museum van Philips. Het schotelvormige gebouw heeft wel iets weg van een U.F.O. en werd door de groep in hun grafisch werk en videovoorstellingen verwerkt. Ze gaven vier concerten in twee dagen tijd. Daarna trok men naar Walt Disney Concert Hall, Los Angeles, New York, Stockholm, Tokyo, Parijs en als laatste in Amsterdam, Paradiso.
In 2015 was de groep terug in ons land en stond in Tivoli-Vredenburg, Utrecht, ter gelegenheid van de start van de Tour de France in die staat. Stefan Pfaffe bleek inmiddels vervangen door Falk Grieffenhagen (1969- /geluidstechnicus).

‘3-D (der Katalog)/3-D The Catalogue’ (2016) was een kleine zondvloed aan Kraftwerk releases. Ze stonden allemaal in het teken van de afgelopen tournee, de tour met acht dagen lang een album. De catalogus bestond dan ook uit een doosje met 8 cd’s met de live-versies van Kraftwerk’s acht albums. Dat kon in Engels of Duits. Datzelfde gold voor de 9-lp-box. Topstuk is de 4 Blu-ray ’s tellende box in Engels of Duits. Op twee Blue-ray’s staan alle albums in 5.1. mix. De andere twee Blu-ray’s bieden livebeelden. In de lp-formaat-box ligt als lokkertje een gebonden boek met 228 pagina’s foto’s van de optredens. Voor degene die dit allemaal teveel was, werd er een compilatie-cd uitgebracht: ‘3-D ( 1 2 3 4 5 6 7 8). Er zijn ook doosjes met alleen DVD en Blu-ray, of twee lp’s en dan natuurlijk allemaal weer in Engels of Duits.
‘3-D Der Katalog/The Catalogue’ werd genomineerd voor een Grammy voor ‘Best Surround Sound Album’ en ‘Best Dance/Electronic Album’. Ze wonnen de laatste, daarmee een eerste Grammy binnenhalend. Het album was het meest succesvol in Duitsland (4e), Belgisch- Vlaanderen (7e), Hongarije (10e) en Schotland (11e). Nederland bleef met de 44e plek achter, net als Belgisch-Wallonië met een 79e.

Op 20 juli 2018 speelde Kraftwerk in Stuttgart. Tijdens het nummer ‘Spacelab’ was er direct contact met ruimtevaarder Alexander Gerst die op dat moment in International Space Station rondjes om de aarde draaide. Een mooi staaltje techniek. Een ander, ruimtegerelateerd concert vond plaats in Jodrell Bank Observatory, Engeland, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de maanlanding van Apollo 11.
In 2019 werd Kraftwerk voorgedragen voor de ‘Rock and Roll Hall of Fame for 2020’.

Kraftwerk had meer tournees gepland, maar die gingen wegens Covid-19 niet door. Hütter, inmiddels 74, weet nog niet van wijken. Ooit heeft hij het zelf gehad over een negende album van Kraftwerk. Laat hij nu eerst meer die eerste drie eens fatsoenlijk uitbrengen, al dan niet met die Polaroidfoto’s. Het zou een mooi gebaar zijn en het Kraftwerkverhaal perfect afronden. Want, eerlijk gezegd, sinds 2003 is er geen nieuw werk van Kraftwerk meer verschenen. Alle laatste releases zijn bewerkingen of herhalingen van oud werk. Met het definitieve afscheid van Schneider, de man van technische vooruitgang en creativiteit, viel de belangrijkste denk- en werkpartner van Hütter weg. De nieuwe Kraftwerkleden zijn geweldige uitvoerders, maar geen creatieve geesten. Zoals Lennon niet zonder McCartney en Jagger niet zonder Richards kon of kan, zo kan Hütter niet zonder Schneider. Nodig is een nieuw album niet, Kraftwerk heeft zichzelf bewezen, niet alleen aan het publiek, maar ook aan de hele muziekindustrie. De invloed loopt van synthi-pop tot new-wave, van disco tot rap, van drums & bass tot electro. Op al die verschillende muziekterreinen wordt Kraftwerk geëerbiedigd en met respect benaderd. Martin Gore (Depeche Mode): "For anyone of our generation involved in electronic music, Kraftwerk were the godfathers. “ Zonder Kraftwerk’s inspanningen had het muzikale landschap er wellicht heel anders uitgezien. In die zin klopt de jubelende stelling bovenaan het verhaal wel. Aan de andere kant, wat was datzelfde landschap zonder King Crimson of zonder Frank Zappa, zonder Elvis Presley en zonder Bob Marley, om er maar een paar te noemen. Om Kraftwerk daar boven te plaatsen is nogal wat. Gelukkig relativeert Mr. Kraftwerk het zelf. Hütter: “It’s not really us who make the music. Because it is not me personally or the others. It’s just coming through us.” (citaat: Uncut). In Kraftwerk’s eigen jargon klinkt dat als: ‘Wir sind die Roboter’.