Example
Iron Butterfly: In-A-Gadda-Da-Vida
Het leven zelf



Als er één album was -  nou ja tenminste één kant ervan -  dat je eind jaren zestig en begin jaren zeventig op elk feest hoorde was het In-A-Gadda-Da-Vida (1968) van Iron Butterfly.

In-A-Gadda-Da-Vida was zo’n overweldigend verkoopsucces dat dit album leidde tot het ontstaan van de Platina Plaat.

Het titelnummer werd spontaan opgenomen in één take en had een titel die niet was wat die leek.

Lees het verhaal van In-A-Gadda-Da-Vida, een iconisch album dat de tijdgeest van weleer op perfecte manier vertolkte.


Doug Ingle (1945- /orgel zang) is geboren in Omaha, Nebraska. Zijn vader was kerkorganist en zou een belangrijke rol spelen in Ingle’s keus voor het orgel. De familie verhuisde eerst naar de Rocky Mountains en vervolgens naar San Diego. Aan het eind van zijn tienertijd had hij een band genaamd Jeri and the Jeritons.
Elders in San Diego speelde een band genaamd Palace Pages. Dat was de huisband van Palace, een muziekclub voor alle leeftijden. Die band bestond uit een flinke groep mensen. Ze maakten – inderdaad – muziek voor alle leeftijden, maar het begon te wringen. De jongere leden, waaronder Jack Pinney (1948- /drums), Greg Willis (?/basgitaar) en Danny Weis (1948- /gitaar, basgitaar, piano) wilden hun haar laten groeien en andere muziek gaan maken. Dit volgens de dan heersende mode en muziek. Palace Pages viel uit elkaar: de groep ouderen begon Union Gap, de jongeren een nieuwe rockband met Ingle: Iron Butterfly.
Pinney: “The name came from San Francisco. We were playing a show with the Friendly Stranger and the Iron Butterfly, but the Iron Butterfly never showed. They broke up on the way down, and we thought it was a pretty good name.”  De tegenstrijdigheid van de naam sprak aan. Het ijzer-deel is zwaar, zo kon ook hun rockmuziek klinken. Het vlinder-deel is fladderend, vrij, aantrekkelijk en veelzijdig. De naam is – vind ik - vergelijkbaar met die van de in 1968 opgerichte band Led Zeppelin. Ook een mooie tegenstrijdigheid.

Het viertal werd al snel uitgebreid met zanger Darryl DeLoach (1947-2002/zang, tamboerijn). De ouders van DeLoach hadden een garage waarin de mannen konden oefenen. Dat past precies in het beeld van het fenomeen “garagebands”.

Begin 1967 verhuisde de hele groep naar Los Angeles om daar hun geluk te beproeven. De groep verbleef in een club: Bido Lito’s. Ze sliepen boven de club op diverse plekken, waaronder de badkamer. Overdag en ’s avonds trad Iron Butterfly op in Bido Lito’s, maar ook bij Art Laboe’s Pandora’s Box en The Hullabaloo Club.
In the Hi Ho Club speelde en groep genaamd The Voxman, met daarin Ron Bushy (1941-2021/drums). Om een of andere reden besluiten Pinney en Bushy van band te ruilen. Dat klinkt heftiger dan het is. In deze periode zijn bands nooit echt lang bij elkaar en lopen bij elkaar in en uit.  Dat mensen ‘plotseling’ in een andere band zitten is helemaal niet vreemd.

Het optreden in Bido Litos’ werd al snel structureel: zes avonden in de week en elke avond vijf sets. Per persoon leverde dat per avond 25 dollar op. Daarnaast leverde het bekendheid op. Nog belangrijker, daardoor konden ze optreden in de goed bekend staande The Whiskey A Go als openingsact voor bands als The Doors en Buffalo Springfield. Tijdens zo’n optreden worden ze gespot door het illustere producersduo Brian Stone en Charlie Greene. Dat duo hielp Sonny & Cher aan bekendheid én een platencontract. Dat lukt ook met Iron Butterfly. De band krijgt een contract bij Atco, een onderafdeling van Atlantic Records.

Volgens beproefd recept wordt een single gemaakt: ‘Don’t Look Down On Me’/’Possession’ (1967-). Het A-kant werk van Bushy is een typisch nummer voor die tijd: ‘heavy’ blues met vergelijkbare zang, een scheutje psychedelica, een Doors-achtig orgel en een venijnige fuzzgitaar. Meest opvallend is de sterke baspartij die het nummer een fikse ‘drive’ geeft. ‘Possession’, geschreven door Ingle, begint met een orgelpartij die zo uit de kerk zou kunnen komen, dan een stevig rockritme en een mooie gitaarsolo. De samenzang doet wat denken aan die van Blind Faith of Cream. Ik vind het nummer interessanter dan dat van de A-kant. Dat was vaker zo bij singletjes. In Nederland kwam deze single pas uit in 1970. Mosterd na de maaltijd.

Na de single volgt een album: ‘Heavy’ (jan. 1968). Op ‘Heavy’ staan tien tracks. Stuk voor stuk gingen ze al even mee. Er was zoveel dat enkele songs werden bewaard voor een later album. ‘Heavy’ begint met het B-kantje van de single. Dat zegt wel iets over de kracht van dat werk. Je begint een album doorgaans met een goede binnenkomer. Wel is ‘Possession’ voor het album opnieuw opgenomen. De andere tracks zijn allemaal eigen composities met uitzondering van ‘Get Out Of My Life, Woman’. Die song is geschreven door Allen Toussaint. Het nummer begint met de klank van een kerkorgel. Als je het origineel kent snap je dat Iron Butterfly dit werk met slechts wat kleine aanpassingen in hun stijl kan uitvoeren. Die stijl is hierboven al omschreven. Het orgelspel doet denken aan dat van  Ray Manzarek van The Doors. De zang heeft soms wat weg van The Cream of Blind Faith. Als ik aan heavy denk, denk ik vooral aan Black Sabbath enzo. Iron Butterfly’s album ‘Heavy’ is zo heavy nog niet. Eerder wat fors in aanpak.
‘Heavy’ sluit of met ‘Iron Butterfly Theme’, een instrumentaal, experimenteel nummer dat gezien de sound zo de opmaat zou kunnen zijn voor ‘In-a-Gadda-Da-Vida’ (het nummer).
Al met al is het eerste album een aangenaam album. ‘Heavy’ past precies in het stramien van de muziek van al die andere garage bands.

Nadat ‘Heavy’ opgenomen was verlieten Danny Weis en Jerry Penrod de groep. Dat zette de release van het album op de tocht, want zonder band geen album. Althans, dat vond men zo bij Atco. In allerijl werden mensen gezocht. De nieuwe bassist werd Lee Dorman (1942-2012). Dorman was nog een bekende uit San Diego. De vervangende gitarist was pas zeventien jaar. Erik Brann, Braunn of Braun (1950-2003). Diens naam varieerde nogal eens, maar Brann komt het meest voor. Brann is geboren in Boston, speelde eerst viool en acteerde, maar koos al snel voor de gitaar.
Met nieuwe mensen in de groep heb je natuurlijk een andere chemie. Het jonkie gaf gedoe. Hij was niet alleen te jong vond DeLoach, het duurde volgens hem te lang  voordat hij zijn gitaarpartijen beheerste. Dat laatste was vreemd, want Brann was een getalenteerd iemand die als kind als aanstormend talent opgenomen was in het talentenprogramma van The Boston Symphony Orchestra.
Weis en Penrod gingen voor een nieuwe band: Rhinoceros. Dat het allemaal wel meeviel met die onderlinge chemie bleek in 1970 toen DeLoach met Penrod én Brann de groep Flintwhistle begonnen.
Na al het wisselen bestaat Iron Butterfly uit vier mensen: Doug Ingle, Lee Dorman, Ron Bushy en Erik Brann.

Inmiddels was ‘Heavy’ uitgebracht en bleek redelijk te verkopen. Het album kwam terecht op de 78e plek in de Billboard Top 100. Door dit succes(je) kon Iron Butterfly terecht in grotere zalen. De groep werd meer en meer gevraagd en stond op podia met Jefferson Airplane, Big Brother & The Holding Company en The Doors. Iron Butterfly werd, zoals dat toen genoemd werd “hot”. Platenmaatschappij Atco drong logischerwijs aan op een tweede album. Het succes lag op de loer. Ze hadden eens moeten weten.

Door alle wisselingen was Ingle de belangrijkste componist van Iron Butterfly geworden. Voor het nieuwe album schreef hij op één na alle nummers. Een paar nummers had hij nog achter de hand van de vorige albumopnames. ‘Nieuw’ oud en helemaal nieuw werk werd live uitgetest om klaar te zijn voor de sessie die gepland was in Gold Star Studio. Begin 1968 werden de eerste tracks opgenomen: ‘Most Anything You Want’, ‘Flowers and Beads’, ‘My Mirage’ en ‘Are You happy’. Dorman en Brann hadden samen ‘Termination’ geschreven. Ingle neemt de meeste zangpartijen voor zijn rekening. Brann en Dorman zorgen voor de achtergrondzang. Je merkt dat Brann zich goed heeft aangepast aan het al van ‘Heavy’ bekende fuzzy gitaargeluid. ‘Flowers and Beads’ klinkt wat als The Turtles en zelfs als een mogelijk single. Nog een restje “Summer of Love” hier ook. Het Doors-achtige orgelgeluid klinkt nog steeds. Al met al is albumkant A een goed vervolg op Iron Butterfly’s eerste album. maar dan: albumkant B!! Daar gaat het iedereen om, dat is dé song en daarom ook de titel van het tweede album: ‘In-A-Gadda-Da-Vida’.

Het albumkant lange werk heeft een grappige oorsprong. Bushy vertelt in een van de cd-boekjes hoe de naam tot stand gekomen is. Hij, Bushy, werkte overdag in een pizzarestaurant. De groep deelde een huis. Thuisgekomen na zijn werk trof Bushy een behoorlijk aangeschoten Ingle aan. Wat bozig vanwege het feit dat hij gewerkt had en Ingle gezopen, vroeg hij wat Ingle die dag gedaan had. Die antwoordde dat hij een nieuwe song geschreven had, genaamd “The Garden Of Eden”. Maar die titel kwam bijna fonetisch – lees dronken -  uit zijn mond als “In a gadda da vida”. Ingle schreef op wat hij hoorde en dat is het verhaal.

Om dat nummer op te nemen vloog de groep naar New York. Op 27 mei 1968 was er een sessie gepland in Sonic Studios. Hilton was de producer, maar die zat vast in het verkeer. Wel was technicus Don Casate paraat. Die laatste vroeg de groep wat in te spelen zodat hij het geluid kon inregelen. Dat kon. De groep zette ‘Vida” - zoals ze de song noemden - in en bleven lekker spelen. Na zeventien minuten was het klaar. Daarop vroeg Casate de groep te komen luisteren. Hij bleek alles opgenomen te hebben “I heard something good happening.” Hij had het goed gehoord, het klonk fantastisch! Meteen na de opname werden twee overdubs gemaakt. De zang en de gitaarsolo werd overgedaan en daarmee was het nummer gereed voor het album.

‘In-a-Gadda-Da-Vida’ begint met een orgelriedeltje, gevolgd door het thema gespeeld door gitaar. De song is vrij eenvoudig: "In a gadda da vida, honey. Don't you know that I'm lovin' you. In a gadda da vida, baby. Don't you know that I'll always be true. Oh, won't you come with me and take my hand. Oh, won't you come with me and walk this land. Please take my hand." Eenmaal gezongen volgt een orgelsolo. Zonder gitaar zou je die zo bij The Doors plaatsen. De gitaar maakt het werk echt authentiek. Brann volgt terecht met een lange wahwah gitaarsolo. Dan is Bushy aan de beurt met een drumsolo. Vergeet niet dat men eigenlijk bezig was het geluid in te regelen.. Het orgel zet weer in, we gaan ter kerke, maar gelukkig strooit Brann er wat venijnige gitaargeluiden in : hij schuift zijn plectrum over de snaren en dat klinkt gemeen genoeg om de kerk weer te verlaten. Nog meer orgel en dan zitten we plots bij de oude Pink Floyd. Het beginthema keert terug, de tekst wordt nogmaals gezongen en dan is de trip voorbij. Trip ja, want zo zag men dat toen. Niet voor niets stond dat nummer bij al die feesten op. En met de foto van vloeistofprojectie op de voorzijde van het album was het helemaal compleet.

De vraag van de band was wel of één lang nummer eigenlijk wel kon. Maar in 1968 was dat inmiddels niet nieuw meer. Zowel Dylan, als Zappa als Love hadden inmiddels albumkant lange werken uitgebracht.  He kon dus best. Het album werd voorzien van een mooie hoes van Loring Eutemye: de band voor een vloeistofprojectie. Typisch tijdgeest, veelzeggend en herkenbaar.
In-a-Gadda-Da-Vida’ werd op 4 juni 1968 uitgebracht en steeg al snel naar de 4e plek van de US Billboard 200. Het album stond 140 weken in de lijst. In Duitsland kwam het album op de 11e plek, in Australië op de 14e en in Nederland op de 5e. door die feestjes natuurlijk. In Billboards 1969-jaaroverzicht (het jaar na de release) stond het album 1e in de Billboard 200.
Gezien het succes van het album werd ‘In-a-Gadda-Da-Vida’ ook als single uitgebracht. Het lange nummer werd ingekort tot 2:53 met op de B-kant het ‘Iron Butterfly Theme’. De single deed het niet slecht: 30e in de Billboard Hot 100. Maar men moest het echt hebben van het album.

In Amerika verkocht het album zo snel dat al in korte tijd de grens van 500.000 verkochte exemplaren voor een Gouden Album doorbroken werd. Een flink: Iron Butterfly verkocht meer dan Elvis Presley of The Beatles of wie dan ook. De verkoop ging al snel richting de miljoenen. Uiteindelijk zijn er 4 miljoen (!) albums alleen al in Amerika verkocht. RIAA (The Recording Inustriy Association of America) was hierdoor genoodzaakt met iets nieuws te komen, dat werd het Plantina Album. Die Award kreeg je bij 1.000.000 verkochte exemplaren. Iron Butterfly kreeg daardoor dus 4x Platina! De groep schreef geschiedenis met het feit dat het de eerste groep ooit was met een Platina Album. Vier zelfs! In Duitsland en Australië werd het album ook Platina, in Frankrijk Goud en in de UK Zilver. Nederland ontbreekt, want het aantal verkopen was niet genoeg voor iets van een Award. Dat valt dan weer tegen.
Wereldwijd zijn er inmiddels meer dan 30 miljoen albums verkocht. Daarmee is het een van de meer succesvolle albums in de muziekgeschiedenis van de populaire muziek.

Iron Butterfly had het gemaakt en werd dus overal gevraagd. En ja, ze zouden ook optreden in Woodstock, het nu fameuze muziekfestival. Helaas stond de band vast op het vliegveld van New York. Er was zelfs een helikopter geregeld, maar die kwam niet opdagen. Het resultaat was volgens het groepsverhaal een telegram van Woodstock’s organisatie: “For reasons I can't go into / Until you are here / Clarifying your situation / Knowing you are having problems / You will have to find / Other transportation / Unless you plan not to come." Het waren niet zomaar zinnen. Als je de eerste letter van elke zin achter elkaar plakt lees je hoe ze erover dachten.

Natuurlijk moest er een derde album komen. In dezelfde bezetting werd album drie gemaakt: ‘Ball’ (1969). ‘Ball’ had geen lang nummer, was niet zo iconisch, maar werd alsnog  goud. Eind 1969 stapte Bann op, ontevreden over de richting van de muziek. Hij had het graag wat heavier gezien. De gitarist missen gaf gerommel en onzekerheid Een tussenoplossing is dan het uitbrengen van een live-album. Het publiek tevreden, de groep krijgt tijd om alles weer op de rails te zetten. Zo ook hier. In 1970 werd ‘Live’ uitgebracht. Op live staat een 19 minuten versie van ‘In-a-Gadda-Da-Vida’. Vreemd genoeg verkocht het album niet heel goed. Iedereen had het nummer natuurlijk al en op een of andere manier klinkt de live versie wat vermoeid. Men speelde het inmiddels dan ook al zo vaak….

Na ‘Live’ volgde ’Metamorphosis’ (1970) met vervangers Mike Pinera (1948 - ) en Larry Reinhardt (1948-2012) op gitaar. Tijdens een tournee door Europa liet Ingle weten te willen stoppen. Hij was moe en klaar met het constant op tournee zijn. De groep ging door, maar met de nieuwe musici ging de muziek richting Blood, Sweat & Tears en Chicago. Er werd nog een single gemaakt, maar daarna was het voorbij. Een van de redenen van het eind was een schouderblessure van Bushy, de ander was de belastingdienst die nog wat achterstallige betalingen te vorderen had.

Brann en Bushy zorgden voor een herstart in 1974 en maakten zelfs een nieuw album: ‘Scorching Beauty’ (1975). De verzengende schoonheid viel echter alleen in Australië op. Het laatste album, ‘Sun and Steel’, ook met Brann en Bushy was een poging het oude geluid terug te krijgen. Daarin faalde men helaas. Na vier albums was Iron Butterfly toch niet meer zichzelf. Tracks van de latere albums komen niet eens voor op al die compilatie-album van Iron Butterfly. Tsja.
Regelmatig waren er reünies in diverse, behoorlijk wisselende bezettingen. Er was er zelfs een in de bezetting van ‘In-a-Gadda-Da-Vida’, maar die duurde door onenigheid, ondanks plannen, niet lang. Het was en bleef een gerommel met de band.

Opvallend is dat Iron Butterfly ondanks hun bijzondere verkoopprestaties slechts één Award heeft mogen ontvangen. Dat is de  van Lifetime Achievement Award, die door de burgemeester uitgereikt werd tijdens de 20e Annual San Diego Music Awards. Geen Hall of Fame, dat hadden ze wel verdiend vind ik. Iron Butterfly moet het helaas doen met de bekendheid van één ongelooflijk populair album. Maar, als je goed kijkt, in feite één ongelooflijk populair nummer. Misschien ook maar beter dat de naam nooit “In the Garden of Eden” is geworden: “Gadda” betekent “rouw” en “vida’ betekent “leven”. ‘In-a-Gadda-Da-Vida’ is niet alleen een prachtige en herkenbare afspiegeling van een bijzondere periode in het leven van veel mensen, het is het leven zelf.

 
tekst: Paul Lemmens, januari 2024
afbeeldingen: © Atco/Atlantic/Rhino