Example
The Lord of the Rings: Howard Shore (& more)
Eén muziekstuk voor allemaal

omschrijving afbeelding

Canadees Howard Shore componeerde meer dan 13 uur muziek voor de filmtrilogie ‘The Lord of the Rings. Voor het uitvoeren ervan had hij zo’n 400 musici nodig.

Om je bijna letterlijk het verhaal in te sleuren maakte Shore gebruik van zogenaamde ‘Leitmotivs’, themaatjes, waarbij figuren, plaatsen, sferen en gebeurtenissen hun eigen muziekmotief kregen. Er zijn meer dan 100 Leitmotivs in de film verwerkt.

Met de score voor deze films zette Shore een van de grootste prestaties in de wereld van de filmmuziek neer. Die leverde hem dan ook talloze prijzen en nominaties op waarbij de regels zelfs werden aangepast om hem die prijzen te kunnen geven.

Lees het verhaal van Howard Shore’s muziek voor ‘The Lord of the Rings’. Muziek voor de film, maar ondertussen uitgevoerd in concertzalen door symfonieorkesten als symfonie of in de vorm van suites.



Dit verhaal begint op een sinterklaasavond in 1973. Ik kreeg het eerste deel van ‘In de ban van de ring I, de reisgenoten’ door J.R.R. Tolkien, John, Ronald, Reuel (1892-1973) in een uitgave van Prisma, de veertiende druk. Ik ging aan het lezen en heb het boek zo ongeveer non-stop uitgelezen. Zelfs ’s nachts las ik door. Wat een boek! Totaal onder de indruk moesten de twee andere delen zo snel mogelijk aangeschaft worden ook. Gelukkig was er toen in mijn woonplaats nog een boekenwinkel en kon ik er op de fiets heen. Ook heel fijn, Prisma boeken waren niet duur. Met deel II en III, ‘De twee torens’ en ‘De terugkeer van de koning’  gauw naar huis en verder lezen. Ik werd gegrepen door het verhaal van Frodo, Sam, Gandalf, Stapper (Aragorn), Legolas, Gimli en natuurlijk Pepijn (Peregrijn) en Merijn (Meriadoc), Gollum en alle andere helden en schurken. Maar ook de beschrijving van de reis, de landschappen, de diverse volkeren waarin het reisgezelschap kwam of in strijd mee raakte. Tolkien had Midden Aarde, een compleet eigen wereld, bedacht. Een wereld waarbij elk volk eigen gebruiken en een eigen taal had. Met kerst volgde het boekje ‘De Hobbit’. De daarop volgende jaren las ik elke decembermaand de hele reeks opnieuw en ontdekte steeds meer details. Tot op de dag van vandaag ben ik liefhebber van Tolkien’s boeken.

Zoals bij elk boek dat je leest stel je je beelden erbij voor. Ik had na al die jaren lezen vrij duidelijk hoe alles eruit zag en was dan ook vreselijk teleurgesteld na het zien van deel 1 van Ralph Bakshi’s verfilming (1978). Bakshi gebruikte voor zijn film veel animaties, daar is niets mis mee, maar ik vond de figuren wat kinderlijk, niet overtuigend. Dit was niet ‘mijn’ Midden Aarde en waren dit niet ‘mijn’ helden.  Tot mijn verbazing kreeg de film enkele prijzen. Fijn voor Bakshi natuurlijk. Het bleef echter bij deel één. Deel twee in deze uitvoering kwam er nooit, omdat de beide tekenaars bij een auto-ongeluk om het leven kwamen.
De muziek bij Bakshi’s film is van Leonard Rosenman (1924-2008). Rosenman maakte muziek bij talloze tv-series en films. Hij is bekend van de muziek bij onder anderen: Star Trek IV, Beneath the Planet of the Apes en Rebel Without a Cause. Niet gering dus. Maar net als de film zelf bleef diens muziek niet echt hangen. Ik heb zijn muziek voor dit verhaal nog eens nageluisterd. Het is zonder meer vakkundig gedaan, maar misschien iets te gewoon, in ieder geval niet overtuigend of omverwerpend genoeg om het er nu hier nog over te hebben.

Zonder begeleidende beelden erbij is de ‘Music Inspired by Lord of the Rings/Sagan Om Ringen’ (1970) van de Zweed Bo Hansson. Die vond ik een keer in een uitverkoopbak. Hansson’s muziek valt anno nu zit nu in het hok ‘progressive, space, psychedelic’. Anno toen waren al die hokken er niet, maar muziek geïnspireerd op die prachtige boeken, dat wilde ik wel horen en de lp was niet duur. Eerlijk gezegd kan ik Hansson’s werk nu meer waarderen dan in die tijd. Vroeger vond ik het album wat aan de ‘lichte’ kant. Dat is nog steeds zo, tenminste als je uitgaat van de heftige gebeurtenissen in de boeken.  Daar vinden vaker confrontaties plaats, spannende acties, hele veldslagen en dat hoor je niet in Hansson’s muziek. Die kabbelt lekker zweverig door en past in die zin meer bij de sfeer van De Gouw/The Shire, de woonplaats van de Hobbits, dan bij het hele magnifieke epos. Nu luister ik vooral sec, zonder de ballast van het verhaal en dan merk je dat deze muziek helemaal oké is en precies past in voornoemde hokken. Hansson’s muziek in het voorprogramma van een band als Gong zou niet misstaan.

Voor het ‘echte’ Lord of the Rings werk - puur subjectief natuurlijk - moeten we zijn bij de Canadees Howard Shore en daarmee komen we bij de kern van dit verhaal. Shore’s bijdrage begint natuurlijk bij filmregisseur, Peter Jackson (1961- /regisseur, producent, scenarioschrijver). De Nieuw-Zeelandse Jackson hield zich tot aan het maken van ‘The Lord of the Rings’ vooral bezig met horrorfilms, of horror met humor. Hij had her en der van Tolkien’s boeken gehoord en begon die te lezen. Daarna bleven die, niet verrassend, alsmaar door zijn hoofd spoken. Als filmmaker moest hij er iets mee. De rechten waren op dat verdeeld tussen Saul Zaentz en United Artists en daarmee zo goed als onbereikbaar. Vervolgens nam de inmiddels minder fraai bekend staande Harvey Weinstein (Miramax) de rechten van Zaentz over en leek er alsnog een mogelijkheid te ontstaan. Jackson had aanvankelijk het idee om met één film betreffende het boek van de Hobbit te beginnen. Als die succesvol zou worden wilde hij twee films over de boeken van The Lord of the Rings maken. Dat wat Jackson voor ogen had ging echter boven het budget van Miramax. Ondertussen was Jackson niet stil blijven zitten en ontdekt dat met maar één film de Hobbit geen recht gedaan zou worden. Dat project werd daarom door Jackson in de ‘fridge’ gezet. Vervolgens concentreerde hij zich op de twee mogelijke Lord of the Rings films. Maar zelfs met één film minder bleken die twee alsnog te duur. Jackson bood daarop aan één film van vier uur te maken. Miramax had echter liever twee films van twee uur en schrapte in die optiek allerlei belangrijke scenes. Dat ging Jackson te ver en weigerde zo verder te gaan. In dit al gevorderde voorbereidingsstadium dreigde Miramax een andere regisseur in de arm te nemen, maar dat bleek vooral veel bluf en weinig inhoud. Het hele project werd aan de kant geschoven. Na veel gedoe en geregel werd Jackson, die nog altijd geloofde in zijn verfilming, het eens met New Line, een andere filmproductiemaatschappij. Robert Shaye, New Line’s CEO wilde echter wel dat Jackson een trilogie maakte en trok voor elk deel een budget van 60 miljoen dollar uit. Dat is veel, maar best krap. De gemaakte “preview” voor het filmfestival in Cannes viel in zo’n goede aarde dat Jackson New Line kon overtuigen het budget te verhogen, daarna ging het project pas goed van start. Er werd gefilmd tussen oktober 1999 en december 2000 op maar liefst 150 verschillende locaties. Veel daarvan waren in Nieuw Zeeland.  Vervolgens werd met hulp van de nieuwste software de film beetje bij beetje opgebouwd met als uiteindelijk resultaat 11 uur en 26 minuten film.

Voor de muziek vroeg Jackson de Canadees Howard Leslie Shore ((1946- /componist, piano, orgel, klarinet, saxen, fluit). Shore was dan al een gevierd filmcomponist met tal van films op zijn naam. De keus voor Shore bleek een vrij simpele. Om een goede indruk te krijgen van de combinatie beeld-muziek had Jackson muziek gebruikt uit al bestaande films, bijvoorbeeld uit de film ‘Braveheart’ en ‘The Last of the Mohicans’. Alle door Jackson hergebruikte muziek bleek van Shore. Het was bijna te logisch. Aanvankelijk had Jackson overwogen de Amerikaan James Horner of de Pool Wojciech Kilar te vragen, maar blijkbaar werkte de muziek van Shore precies zoals Jackson voor ogen en oren had. Dus werd Shore gevraagd. Net als Jackson voor hem dook hij de boeken in en kreeg een aardig beeld van hoe een en ander zou moeten klinken. Nog zonder enig filmbeeld gezien te hebben componeerde Shore de thema’s  ‘The Shire’ en ‘Frodo’. Voor de lieflijke, landelijke en welhaast onschuldige woonplaats van de Hobbits gebruikte Shore ‘folkloristische’ instrumenten als de mandoline en twee Keltische instrumenten: de Celtic Harp en de Tin Whistle (metalen fluit met scherpe, hoge klank).
Daarna pas was hij in de gelegenheid de filmset te bezoeken. Hij ontmoette enkele hoofdrolspelers, maar ook scenarioschrijfsters. Zijn twee stukken gecomponeerde muziek paste wonderwel goed bij de beelden. Bij zijn rondleiding over de filmset zag Shore dat alle drie de boekdelen tegelijkertijd voorbereid werden. Jackson was dus niet alleen bezig met het begin, maar ook al met het eind.

De aanpak van “alle delen tegelijk” werd meteen de leidraad voor Shore’s componeren. Hij zag net als Jackson het verhaal als één geheel en daarmee de muziek voor dat verhaal ook als één geheel. Dat verhaal bestond dan wel uit drie delen en daarmee werd Shore’s aanpak er een die vergelijkbaar is met die van een opera. Shore wilde daarbij gebruik maken van een (heel) groot orkest, koren,  aanvullende musici en het muzikale geheel geleid door zogenoemde “Leitmotivs”. Leitmotivs zijn letterlijk vertaald “leid-motieven of motiefjes”, themaatjes kan ook. Het zijn kleine muziekstukken die Shore plaatste bij een bepaalde persoon, sfeer, plaats of situatie. Als je de muziek hoort weet je meteen wat er speelt, zoiets. Componist Richard Wagner gebruikte dit fenomeen bij al zijn grote Ring-opera’s en was in dat opzicht leidend. Shore koos hiervoor omdat de trilogie een complex verhaal is om te vertellen en laten horen, maar ook omdat niet iedereen die de film gaat zien de boeken gelezen heeft.
Dat was één element. Het andere is “Welke muziek ga ik gebruiken?” Ook daarvoor werden de boeken leidend. ‘The Lord of the Rings’ speelt in een andere tijd. Welke is onbekend, maar gezien de in onze technologische wereld primitieve manier van reizen, te voet, te paard, de primitieve wapens, zwaarden, messen, lansen, bijlen is duidelijk dat de Midden Aarde in een voor ons ver verleden speelt. Gezien dat verre verleden, de vele volkeren die een rol spelen koos Shore er daarom voor ‘ouderwetse’ muziek te gebruiken. Geen elektronische, maar vooral wat men noemt: Neo-romantische.

Even een tussenwerpsel: Als we het hebben over de Neoromantiek in muziek hebben we het grofweg over de periode 1850-1950. In die eeuw  passen nogal wat componisten De stijl wordt gekenmerkt door een sterke band van literatuur met muziek, maar tevens het gebruik van of de invloed van volksmuziek. Een bekend voor beeld is Tsjech Antonín Dvořák. Bekende werken van hem zijn de  ‘Slovanské tance’( 1878), de ‘Česká suita (Boheemse suite)’(1879) en wellicht de meest ‘populaire’ de ‘Symfonie nr. 9 in e mineur "Z Nového světa (Uit de nieuwe wereld), Op. 95’’  (1893). Andere componisten met werken uit deze periode zijn Gustav Mahler, Anton Bruckner, Franz Liszt en Richard Strauss. En ja, de Duitsers domineerden deze stijl.
In de literatuur hebben we het dan vooral over de vlucht uit de realiteit, het bovennatuurlijke, maar ook het exotische. De fantasie (!) en de verbeeldingskracht spelen een essentiële rol. Denk daarbij ook aan griezelromans, zoals die van Bram Stoker: Dracula. Grote thema’s zijn reizen, zwerven en afzetten tegen de maatschappij. In de literatuur is Engeland leidend en ontstaan of bloeien genres als sprookjes, detectives, science-fiction en de eerder genoemde fantasy.

Je zou kunnen zeggen dat Shore’s keus voor de Neoromantiek meer dan passend is. Desondanks is het niet alleen deze stroming, maar horen we ook avant-gardistsiche, moderne (inmiddels ook al een eeuw oud) invloeden als sprechgesang, twaalftoonsmuziek en new age. Elektronische muziek komt echter niet voor en gezien zijn ideeën is dat niet vreemd. Het zou de ogenschijnlijke rust van het lieflijke The Shire maar verstoren.

Shore begon in 2000 met componeren voor het eerste deel: ‘The Fellowship of the Ring/Het reisgezelschap’, maar keek meteen dus ook al vooruit op de komende twee delen. Shore had het er druk mee, want orkestreerde alles zelf. Hij zag, zoals eerder beschreven, het werk voor de drie films als één groot geheel en werkte daarom in de vorm van suites. Langere stukken afgeronde muziek met daarin verwerkt de Leitmotieven. Uit die suites werden later de themaatjes geknipt en onder de beelden geplakt. Zo kregen de drie delen meer eenheid dan als er losse, fragmentarische stukjes opgenomen zouden worden zoals in de filmindustrie de gewoonte is. Per dag werden enkele minuten muziek bij de beelden ‘getest’. Bijzonder is dat regisseur Jackson soms om aanpassingen of veranderingen vroeg voordat de muziekdelen definitief onder de beelden gemonteerd werden. Het gaf een andere, dynamische manier en meer betrokken manier van werken die in dit geval zowel muziek als film ten goede komt. Uiteindelijk was Shore zo’n vier jaar bezig om de filmscore te componeren en orkestreren. Alle muziek die hij schreef was nieuw. Vaker worden voor films oude thema’s of nog liggende muziek uit de kast getrokken, bij The Lord of the Rings is dat dus niet het geval.

Shore laat elke film beginnen met een heuse ouverture. Die opening bestaat uit een suite van themaatjes die later in de film te horen zullen zijn. Dan worden ze soms zo, korter, maar ook uitgebreider ingezet. De ‘truc’ is dus dat je meteen bij het begin van de film al die themaatjes al eens gehoord hebt en zo als het ware de film ingetrokken wordt. Zo zijn er in de ouverture van de eerste film, ‘The Fellowship of the Ring’ al thema’s van ‘One Ring To Rule Them All’ en ‘Lothlórien’ (de elfenstad) te horen. Shore gebruikte daarbij niet alledaagse orkestinstrumenten als  de Sarangi (Zuid-Aziatisch, houten snaarinstrument), de Ney (oud Perzische fluit, nu gebruikt in Turkse, Arabische, Koerdische en Armeense muziek) en een Monochord (oud, Grieks snaarinstrument met één (mono) snaar). Voor de Ring, het voorwerp waar de hele film over gaat, gebruikt Shore de viool. Het verslavende thema bijt zich vast in je hoofd, het keert steeds weer terug, je ontkomt er niet aan en dat was precies de bedoeling.
Tegenover het lieflijke thema van de Gouw, The Shire, staat het geweld van bijvoorbeeld de Uruk-Hai dat verklankt wordt middels aambeelden, metalen kettingen en de enorme Japanse Haiko drums.  
Je hoort niet alleen instrumentale filmmuziek, er wordt flink gezongen door koren, maar ook individuele music. Meest bekend is ongetwijfeld ‘The Song Into the West’. Het nummer werd geschreven door Shore samen met Fran Walsh (scenarioschrijfster) en zangeres Annie Lennox. Lennox kennen we van The Eurythmics, de groep waarmee ze menig hit scoorde. ‘The Song Into the West’is te horen tijdens de aftiteling van de laatste film, ‘The Return of the King’. Het melancholieke werk  verklankt het eind van de reis en hoop voor de toekomst. De prachtige song verdiende een eigen Grammy, maar ook een eigen Oscar. Dat zegt genoeg.

De grote muzieklijnen volgen de gebeurtenissen van de drie films op de voet, van lieflijk naar dreigend, onzeker en – voor je dat zo zou kunnen omschrijven – opgelucht en blij. In de twee opvolgende films keren themaatjes terug en worden uitgebreid. Shore verwerkte z’n 90 themaatjes in zijn filmscore. Dat zijn de meeste ooit gebruikt in een film. Bij de cd-box met ‘The Complete Recordings’ kwamen er nog eens 10 bij. Wel gemaakt, niet gebuikt. Voor de vervolgtrilogie met het verhaal van ‘The Hobbit’ keerden, logischerwijs, thema’s uit ‘Lord of the Rings’ terug en werden nog eens aangevuld met een zestigtal nieuwe. Daarmee komt Shore’s eindscore op 160 themaatjes. Met dat aantal passeert Shore niet allen John Williams muziekscore voor Star Wars met zo’n 50 thema’s, maar ook die van Wagner’s hele Ringencyclus. En aldus maakte Shore de meest complexe filmmuziek ooit. Tegelijkertijd is de muziek zo herkenbaar dat als je die ergens ‘toevallig’ hoort je meteen weet waar die muziek vandaan komt.

Tussen alle componeren door begonnen de opnames. Die namen zo’n vier weken per film in beslag, iets meer dan drie maanden totaal. Dan hebben we het wel ergens over. De meeste opnames vonden plaats in Watford Town Hall in Londen met The London Philharmonic Orchestra, bestaande uit zo’n 120 musici. Soms iets minder, maar nooit minder dan 93. Daarnaast gebruikte Shore drie koren: London Voices, London Oratory School Schola Boy Choir en het Wellington Maori-Samoan Choir (een mannenkoor). Enkele, vroege schetsmatige passages werden verzorgd door The New Zealand Symphony Orchestra. Daar bleef het niet bij, ook bekende artiesten als zangeressen Annie Lennox, Enya, Sheila Chandra en Emilíana Torrini, operazangeres Renée Fleming, zanger Ben Del Maestro en fluitspeler James Galway participeerden in de film. Dat deden ook hoofdrolspelers Billy Boyd (Pepijn), Viggo Mortensen (Aragorn), Liv Tyler (Arwen), Miranda Otto (Éowyn) en zelfs regisseur Peter Jackson. Die laatste mocht een keer op de gong slaan.

Begin 2001 werd een veertig minuten durende ‘film teaser’ gemonteerd, met daarin een kleine voorbeschouwing op de nog komende twee delen. Eenzelfde aanpak gold de opvolgende twee delen. De laatste opnames vonden plaats in maart 2004. De mix werd voor alle muziek gedaan in Abbey Road Studios. Voor het eerste en laatste filmdeel was Shore zes weken in Londen, voor de tweede film, ‘The Two Towers’ maar liefst twaalf weken.

Niet alleen de films waren en zijn immens populair, ook Shore’s muziek. Zijn filmscore wordt gezien als een van de beste scores in de filmmuziekwereld ooit. Voor Shore zelf is het zijn meest succesvolste werk. Hij kreeg er drie Oscars, twee Golden Globes en drie Grammy’s voor. Daarnaast ontving hij talloze nominaties. Voor ‘The Fellowship of the Ring’ ontving Shore de Academy Award (2002). Een van de regels is dat je meer één award voor een film mag ontvangen, ook al zijn er meerdere delen. Special voor Shore werd de regel ‘aangepast’ zodat hij een tweede kon ontvangen voor ‘The Return of the King’. Een unieke gang van zaken. Zoals hierboven al gezegd kregen Shore, Lennox en Walsh een Oscar voor de ‘Best Original Song’. De luisteraars van Classic FM noemde zijn filmscore als “Best Soundtrack’ gedurende zes (!) achtereenvolgende jaren, daarbij andere successen als de muziek voor Gladiator, Star Wars en Out of Africa naar een lagere plek verwijzend.

Shore’s muziek voor ‘The Lord of the Rings’ en ‘The Hobbit’ is inmiddels buiten de films om in allerlei concertzalen te horen. Het werk wordt uitgevoerd door symfonieorkesten en koren als een heuse symfonie of in delen in suite-vorm. Daarmee overstijgt de muziek de film zou je kunnen zeggen. Met het verdiende succes laat Shore zien en horen in de ware geest van de boeken een heuse ringmagiër te zijn, één muziek voor allemaal. Tolkien was er vast en zeker erg over te spreken geweest.

 
tekst: Paul Lemmens, november 2022
afbeeldingen: © Reprise/Warner/Fantasy/Silence/Prisma
grote foto: © Reprise/Warner