logo van The Lemontree
afbeelding linkimage how about under the lemontree afbeelding linkimage how about under the lemontree afbeelding linkimage how about under the lemontree afbeelding linkimage how about under the lemontree
Affinity

Alles voor brood en kaas
met soms wat piccalilly

omschrijving afbeelding

Vertigo Records trakteerde de muziekliefhebber op bijzondere muziek én prachtige hoezen van Keef. De eenzame, infrarode dame met paraplu bij een slotgracht intrigeerde behoorlijk.

Affinity maakte helaas maar één album, het gelijknamige ‘Affinity’ (1970) met een mix van vooral jazz en een iets mindere dosis rock.

In 2021 verscheen een Affinity-box met maar liefst vier cd’s, instrumentaal werk en het potentiële tweede album met Vivienne McAuliffe in plaats van Linda Hoyle.

Lees het verhaal van Affinity, de band uit Sussex die net zo goed bij de Canterbury Scene had kunnen horen, maar zeker niet verward moet worden met de gelijknamige Canadese en Nederlandse bands.




Eerst maar even dit. Dit verhaal gaat over de Engelse band Affinity die ongeveer bestond van 1968 tot 1972. De Canadese (Toronto) rockband met Ahsley Curtis als zangeres produceerde nogal een ander, heftiger, geluid. De gelijknamige Nederlandse ‘all round’-band laat op feesten en partijen aardig wat Indonesische muziek laat horen. Ook mooi, maar toch een andere richting. Sussex het is. Drie studenten wetenschap aan de Universiteit van Sussex vormen ergens in 1965 het US Jazz Trio: Lynton Naiff (?/keyboards), Grant Serpell (1944- /drums) en Nick Nicholas (?/basgitaar, contrabas – niet te verwarren met de gelijknamige bassist uit Steppenwolf). Muziek is vooral een hobby naast de studie en de heren spelen alleen op de universiteit of in de buurt daarvan. Als Serpell klaar is met de studie vertrekt hij dan ook en wordt vervangen door Mo Foster (1944- /basgitaar, drums). Foster speelde in The Baskervilles basgitaar, maar wordt overgehaald bij het Jazz Trio drums te spelen. Nadat iedereen afgestudeerd was vormden Naiff en Serpell opnieuw een band: Ice. Het accent verschoof richting rock. De naam is niet echt een voor een jazz-combo ook. Ice, met een groot aantal wisselende leden, bestond ongeveer een jaar. De groep had een hitje met de single ‘Ice-man’/ 'Whisper Her Name (Maria Laine)' (1968). Maar dat ijzige bandje was het niet echt.

Naiff en Serpell willen heel graag wat meer jazzy muziek blijven maken en vragen of Foster of hij niet mee wil doen in een nieuwe band, maar dan als bassist. De nieuwe band zou een mix van jazz en rock, jazzrock, willen maken. Maar er moet nog wel wat volk bij, liefst een gitarist en een zanger/es. Mike Jopp (?/gitaar) ex-Trident zag de uitdaging wel zitten. Tot genoegen van de andere drie had Jopp ook een auto én een versterker. Via via kwam men in contact met Linda Hoyle (1946- /zang). Hoyle, een lerares Engels, trad voor haar plezier wel eens op met een band. Ze had een mooie stem en zong uitstekend. De naam voor de nieuwe groep: Affinity. Kort en krachtig en toch weergevend wat men bedoelde. De naam komt overigens van het gelijknamige album van Oscar Peterson (1961).

Het is de tijd van orgels en met name de Hammond. Dan ook bespeeld door Brian Auger, Booker T. en in de jazz door bijvoorbeeld Jimmy Smith, Jimmy McGriff, Lonnie Smith, Jack McDuff en Rhoda Scott. Vader Jopp zag potentie in de band en leende geld om een en ander te kopen, versterkers, microfoons, een goede basgitaar, een Hammond M102 én een bus, een grijze Ford Transit. De Hammond M102 was dan wel geen B3, hét instrument om te bespelen, het was een stuk goedkoper en klonk ongeveer hetzelfde. Sommigen noemden de modellen uit de M-serie “Baby-B”, anderen noemde ze “Cinderalla” (Assepoester). Ook Pink Floyd, Led Zeppelin, Procol Harum, Booker T. en onze eigen Focus hadden een model uit de M-serie.

De groep huurt in de zomer van ’68 een bungalow in Brighton en zorgt ervoor dat men op elkaar ingespeeld raakt. De diverse leden zijn beïnvloed door uiteenlopende musici en stijlen. Foster: “We drew our influences from many sources. At different times: The Shadows, Duane Eddy, Buddy Holly, The Beatles, Oscar Peterson, Miles Davis, Gil Evans, Cream, Brian Auger, Billie Holiday, Bill Evans, Dave Brubeck, Cannonball Adderley, The Modern Jazz Quartet, Gary Burton, Aretha Franklin.” (citaat: mofoster.com). De eigen muziek is desalniettemin vooral jazz, met wat rock-invloeden. De tijd van jazzrock hangt in de lucht, maar is nog niet aangebroken. Dat zou pas in 1969 gebeuren met ‘In a Silent Way’ van Miles Davis en ‘Hot Rats’ van Frank Zappa. Maar… de tijden waren aan het veranderen.

Sommige leden van Affinity schreven wel eigen nummers, maar maakten vooral bewerkingen van songs/nummers van anderen, zoals: ‘All Along the Watchtower’ (1967), de song van Bob Dylan, ‘Eli’s Coming’ (1967) van Laura Nyro en ‘I Wonder If I Care As Much’ (1957) van The Everly Brothers. ‘Mr. Joy’ is een jazz-nummer, geschreven door jazz-bassist Gary Peaock. Het komt van het album Mr. Joy (1968) van Paul Bley. Heel anders is het ook wat jazzy ‘Coconut Grove’ (1966) van John Sebastian (die uit de Lovin’ Spoonful) en ‘I Am And So Are You’ van de onbekendere (nog steeds) A. Hull. Jopp en Hoyle schreven ‘Night Flight’ en Naiff en Hoyle ‘Three Sisters’.
Genoeg om te spelen, waarbij een song als ‘All Along the Watchtower’ niet de bekende twee-en-een-halve minuut duurde, maar soms wel een half uur. Genoeg tijd voor solo’s van iedereen en een totaal andere aanpak. En dat alles voor de zo succesvolle versie van Jimi Hendrix die later in 1968 (oktober) uitgebracht werd op single.

Affinity’s eerste concert vond plaats op 5 oktober 1968 in The Revolution Club, Bruton Place. Na een aantal concerten volgde er een voor/bij de BBC dat iets later werd uitgezonden. Ronnie Scott, die van de Jazz Club in Londen, hoorde het concert en hij vond het wel wat. Scott bood aan zowel Affinity’s manager te worden en de groep een vaste-avond-plek in zijn club te geven. Dat is geen geringe geste. Scott was een spil in het Engelse jazzrad en bracht menig topmuzikant al dan niet uit Engeland in zijn club. Nadeel was dat de groep steeds alle apparatuur de twee trappen op moest zeulen. Maar gelukkig hadden ze daarvoor een helpende hand in de vorm van een chauffeur en ‘roadie’; het best betaalde lid van de groep. Dat feit duikt op in een zeldzaam en onthullend filmpje van de band, opgenomen voor het Annie Nightingale Programme en nu te zien bij YouTube.

Behalve bij Ronnie Scott trad Affinity, vaak geafficheerd als “Affinity with Linda Hoyle”, op in het ‘college-circuit’ en de diverse gelegenheden voor jazzmuziek en soms een discotheek. Daarnaast deed de groep een korte tournee door Europa en de Scandinavische landen. Een tournee die hun vooral geld kostte. In hetzelfde filmpje hierboven vertelt Hoyle dat ze geen geld heeft en alleen geld heeft als ze niet eet. En dat eten bestaat uit “brood en salade of brood en kaas met heel af en toe wat piccalilly”. Ondanks dat was er toch nog wat geld, of opnieuw een lening, om een echte Hammond B3 te kopen. Tweedehands, dat wel, eerder was die van Brian Auger geweest.

Hoyle had het tussen de versterkers zwaar. In de beginperiode was er geen monitor-systeem op het podium en stonden versterkers achter je oren te blazen. Soms kon ze haar eigen stem in het elektrieke geweld niet eens horen. Het gevolg: knobbeltjes op de stembanden en een kleine, persoonlijke inzinking. Ze moest geopereerd en mocht een tijdlang niet zangen en praten. Dat laatst bleek een hele opgave.

Affinity zonder Hoyle ging ondertussen noodgedwongen verder. Er stonden concerten gepland bij Ronnie Scott en in clubs in Soho. Bij Ronnie Scott werd Affinity het voorprogramma van Stan Getz. Daarbuiten deden ze een warming-up-optreden beneden en een tweede ‘echte’ op zolder. Dat betekende dus in de tussentijd trap op trap af met de hele handel. Hard werken om wat plezier te hebben met muziek maken! Hoe de groep without Hoyle klinkt is te horen op een van de vier cd’s in de box: ‘Live Instrumentals, 1969’. Opgenomen in Ronnie Scott’s Club (1969). Als extra twee BBC-opnames, uit respectievelijk 1968 en 1970. Op het menu, naast eigen werk, onder anderen ‘A Day in the Life’ (The Beatles) en ‘Mercy, Mercy, Mercy (Cannonball Adderley/Joe Zawinul). Hoyle herstelde goed, mocht weer praten én zingen. Met nieuw elan begon Affinity een nieuwe fase.

Vertigo Records, meestal kortweg Vertigo, het nieuwe progressieve sublabel van Philips zocht nieuwe bands, nieuwe muziek. Affinity’s jazzy-rock muziek paste daar heel goed bij en met enige steun van Scott mocht de groep een album voor het label opnemen. Opnames vonden plaats tussen 1968 en 1970, in feite is het een - goedkope- verzameling opnames. ‘Affinity’, het album, werd uitgebracht in 1970. Producer is John Anthony, dezelfde als die van Van Der Graaf Generator, Genesis en later Roxy Music en Queen. Voor het arrangement van ‘I Wonder If I Care As Much’ tekende Led Zeppelin’s John Paul Jones en op fluit horen we niemand minder dan Van Der Graaf Generator’s David Jackson. De toenmalige muziekwereld was klein, ik schreef dat al vaker.
De prachtige hoes is van Vertigo’s huisvormgever/fotograaf Keith ‘Keef’ MacMillan. Hij maakte dan ook de hoezen van bijvoorbeeld Black Sabbath. Overigens, in tegenstelling tot wat bijna iedereen denkt, is het niet Hoyle op de hoes, maar een onbekend model.
“Affinity’ wordt positief ontvangen, maar scoorde niet in een of andere lijst. De groep werd onder de aandacht gebracht in het al eerder genoemde programma van Annie Nightingale. Zij noemt Hoyle “the girl most likely to succeed in 1970”. Derek Jewell van The Sunday Times noemt Naif “Een virtuoos muzikant” en “the whole group is probably the best new thing heard in the jazz-pop area this year”.

In het spoor van het album verschijnt de single ‘Eli ’s Coming’/’United States of Mind’ (1970). Toen weinig succes. Omdat die single weinig uithaalde, werden vervolgens bijna alle nummers van het album op diverse singles uitgebracht. Affinity’s muziek is te weinig ‘poppy’ voor singles. Iets dat je in deze periode van onderzoekende muziek vaak ziet. Overigens, nu zijn originelen van album en singles aardig wat waard!

‘Affiniy’, het album, krijgt in de box zeven extra tracks. Opnieuw een song van A. Hull: ‘the United States of Mind’, maar ook ‘If You Live’ (Mose Allison), ‘You Met Your Match’ (Stevie Wonder), ‘I’m the Walrus (John Lennon/Paul Mc Cartney). ‘Yes Man’ en ‘Little Lonely Man’ zijn van de bandleden zelf. Uit die keus blijkt dat de groep niet echt onder de noemer jazzrock valt. Affinity maakt eerder jazzmuziek met her en der wat rock-achtige invloeden. Wel blijkt dat Affinity een uitstekende band is met een meer dan uitstekende zangeres. Vooral Naiff en Jopp vallen op door hun bijdragen. Met name door het spel van Naiff zou ik de band makkelijk onder de Canterbury paraplu kunnen hangen. We hebben het dan over bands als Caravan Soft Machine. Idem bands met jazz- en rockinvloeden, lange solo’s en zang. Maar het gaat vooral om de klankkleur. Dat Affinity uit Sussex komt maakt daarbij niet uit, onze eigen, Haagse Supersister mocht ook onder die plu tenslotte.

Met een album op de markt volgen opnieuw concerten in Europa, maar nog steeds is het sappelen en staat op het menu brood met kaas en soms piccalilly. Hoyle heeft het zwaar en twijfelt aan dit bestaan. Tijdens de tournee, de groep is dan in Zweden, kondigt ze dan ook aan te gaan stoppen met de groep en zelfs met de hele muziekscene. Naiff volgt haar om dezelfde reden. Het laatste concert van Affinity is op 10 februari in Winter Garden’s Theatre in Bournemouth.

Het resterende trio wil alsnog verder en gaat op zoek naar vervanging. Dave Watts (?/keyboards), bekend van zijn werk in de Tornados en de ‘hit’ Telstar (1962), speelt enige tijd mee. Affinity speelt dan in het voorprogramma van Geno Washington & The Ram Jam Band. Makkie, want Watts speelde ook in die laatste. Een zangeres vinden was lastiger. Tijdens een concert in Exeter University speelde daar de band Principal Edwards Magic Theatre met zangeres Vivienne McAuliffe (1948-1998/zang). De groep met de lange naam bestond uit veertien personen en was een collectief van zangers, dichters, musici en licht- en geluidstechnici. Meer theater dan muziek. De stem van McAuliffe beviel en ze werd gevraagd voor Affiniy. Haar stem had/heeft wel iets weg van die van Sonja Kristina van Curved Air en deed het goed bij de muziek van Affinity. Oud werk werd bewerkt en nieuw geschreven. De nieuw, samengestelde band ging op tournee door Engeland. In voorbereiding op een nieuw album vonden er in diverse studio’s opnames plaats, maar dat beoogde tweede album kwam er niet meer. Tijdens de tournee werd duidelijk dat er in diverse, muzikale richtingen gedacht werd. Toen daarop Jopp, Foster en Serpell het aanbod kregen – en accepteerden- om met ex-Manfred Mann’s zanger Michael d’Abo en Jack Lancaster (saxen/fluit) een tournee door Amerika te gaan maken, viel Affinity dit keer echt uit elkaar.

Serpell speelde nog een tijd in Sailor (die van: “Girls, Girls, Girls”), Jopp werd gitaarverkoper en later specialist-medewerker voor Sony en Fairlight en begon een eigen TV-maatschappij. Foster is tot de dag van vandaag actief als studiomuzikant, maar ook in een reeks bands. Hoyle maakte twee soloalbums. ‘Pieces of Me’ (1971 zie: Kortweg meer) en ‘The Fetch’ (2015). Na het eerste album, verhuisde ze naar Amerika en deed weinig meer in de muziekwereld. McAuliffe werkte onder anderen samen met Patrick Moraz (bekend van Yes), Anthony Phillips (The Geese & the Ghost/ex-Genesis), Gerry Rafferty (City to City) en Camel Daarna werkte ze samen met modeontwerper John Gilliano en gaf vervolgens lessen aan The London College of Fashion. Ze overleed op vijftigjarige leeftijd. Naiff begon geen band meer, speelde nog even in Toe Fat, maar ging aan de slag als studiomuzikant. Hij is te horen op talloze albums zowel in zijn rol als keyboardspeler, maar ook als arrangeur en dirigent.

Affinity ondertussen werd een groep voor connaisseurs. Vooral in Japan (!) maakten ze er werk van. Maar eerst verscheen een album ‘If You Live’ (2002) op het Italiaanse Arkama-label. Het is een verzameling van bekend en onbekend werk, opgenomen in diverse studio’s en voor de BBC. Die tracks zijn later toegevoegd aan de uitgebreidere cd-versie van ‘Affinity’. In de box vinden we die op dezelfde plek.
Het Japanse label Angel Air Records bracht in 2003 en 2004 alle andere dan nog niet bekende Affinity composities uit op drie cd’s: ‘1971-1972’; ‘Live Instrumentals 1969’ en ‘Origins 1965-67’. Alle drie te vinden in de Esoteric Records box uit 2021. Over het instrumentale deel heb ik het al gehad, 1971-1972 is het potentiële tweede album met zang van McAuliffe, waaronder een nieuwe versie van ‘All Along the Watchtower’ en een stuk door haar gecomponeerd: ‘Grey Skies’. Duidelijk is wel dat, als dit album er indertijd was gekomen, Affinity meer richting rock dan jazz was gegaan.
‘Origins 1965-67’ is werk uit de tijd voor Affinity. Muziek van het trio Naiff, Nicholas en Foster en op een drietal tracks met Serpell. In feite een jazzalbum, opgenomen met hulp van draagbare recorders. Twee tracks zijn opgenomen voor de BBC (1967) en één voor ABC TV (1966).
Met dat alles in de Esoteric-box heb je een mooi overzicht over de Affiniy-historie. Angel Air Records maakt het verhaal nog iets langer door ook het oude werk van Foster, toen lid van The Baskervilles (1965) uit te brengen, net als de reünie van die band op 10 september 2011 (2012) met daarbij gastoptredens van Jopp en Hoyle. Leuk en aardig, maar dat past toch niet echt in dit verhaal.
Ook uit Japan: ‘The Ultimate Collection’ (2006). Een ‘limited edition’ set, uitgegeven door Air Mail Archive met maar liefst 5cd’s! Daarbij is alles in het hok geharkt, zelfs opnames van Ice. Ach.
Jammer alleen, dat geldt voor bijna alle releases hierboven, dat er zo fantasieloos met de vormgeving is omgesprongen. Alle voorkantjes zijn bewerkte versies van het eerste en enige album. Natuurlijk is die prachtig, maar voor aanvullingen had men wel wat meer moeite mogen doen.

De muziek van Affinity blijft anno nu best bijzonder. Muziek van een band op zoek naar een nieuwe weg in muziek. Je moet een grote affiniteit met muziek hebben om te kunnen genieten onder druk van armoe en het on the road-zijn. Hoyle en de heren hadden die; zonder hun liefde voor muziek en doorzettingsvermogen was anders het eerste album er niet eens gekomen. En dat alles voor wat brood en kaas met soms wat piccalilly…