Hoe God in zeven platen Muziek schiep































Uit België komen misschien wel veel bands en artiesten, maar er is slechts een beperkt aantal waarmee ik ‘iets’ heb. Ja, Django Reinhardt, Jacques Brel en ook nog Salvatore Adamo, met de klemtoon op de A. Maar bij mij begon het pas echt met The Wallace Collection en Daydream (1969); een prachtig nummer dat niet voor niets in twintig landen op één stond. Daarna is het lang stil, maar in korte tijd komt daar verandering in; eerst even vluchtig met Bert de Coninck’s fluisterplaatje Evelyne; je zult maar zo’n Evelyne thuis hebben. Dan is er een heuse opleving bij onze zuiderburen, met voor mij als krenten: Univers Zero, TC Matic, Raymond van het Groenewoud, Front 242, Won Ton Ton (met Bea van der Maat, phew wat een zangeres) en Marc Moulin. Maar de absolute topper is de jongste in de rij: dEUS. Niet Deus, maar gewoon dEUS (uit het Latijn met God als betekenis).

De Antwerpse groep start in 1989 met zanger Tom Barman en Klaas Janszoons (toetsen, viool, zang), Rudy Trouvé (gitaar, zang), Stef Kamil Carlens (bas, zang), Mark Meyers (toetsen) en Jules de Borgher (slagwerk). De groep start als coverband, maar al gauw komt daar een eigenzinnige invloed bij van de diverse leden en wordt de stijl wat collage-achtig, met invloeden uit jazz, blues en zelfs folk. De som der delen is muziek die terecht komt bij een vooral alternatief publiek, vooruitstrevend en zoekend naar deviantie. dEUS levert dat op maat met hun eerste plaat: Worst Case Scenario (1994), met bekende single Suds & Soda. Voor de kenners heeft het titelnummer W.C.S. (First Draft) een wel heel bijzondere sample: Little Umbrellas van Frank Zappa’s album Hot Rats. Juist deze link bracht mij tot deze groep.

De pers heeft moeite met het indelen in het hok en komt uiteindelijk uit op ‘art-rock’. Ach, er zijn slechtere hokjesgeesten, maar Barman vindt het helemaal niets. Dat is eigenlijk een beetje vreemd, want de platen zijn meestal behoorlijk kunstzinnig. Dat hokje hè? WCS haalt en gouden plaat in België, maar is wereldwijd inmiddels al bijna 300.000 keer verkocht; er zijn blijkbaar toch meer ruimdenkende geesten dan je zou verwachten.

Voorafgaand aan WCS is een EP (verlengde single) uitgebracht: Zea (1993). Deze tracks en allerlei B-kantjes en rariteiten alsmede enkele video’s en filmpjes zijn bijeengebracht op een luxe versie van WCS, bestaande uit 2cd’s en 1dvd. Meyers is overigens al niet meer aanwezig op de eerste lp; het is de opmaat van vele personeelswisselingen. Als we het hebben over deviant gedrag; de opvolger van WCS is opnieuw een EP, maar dan in cd-versie: My Sister is My Clock. Noem het plaat 1,5; een plaat met resten WCS in collagevorm opgezet zodat het geheel, bestaande uit 13 nummers, als 1 track wordt weergegeven. Er is muziek, dialoog in diverse talen, etc. Een vreemde eend die niet door iedereen gewaardeerd wordt.

Met de tweede lp (die 1,5 telt niet mee blijkbaar) In a Bar, Under the Sea (1996) maken ze dat weer goed. De plaat is geproduceerd oor niemand minder dan Eric Drew Feldman, die de oplettende lezertjes natuurlijk kennen van Captain Beefheart’s Band. Ook deze plaat behaalt de gouden status in België en verkoopt internationaal net zo goed als WCS. Rudy Trouvé heeft dan plaatsgemaakt voor de Schot Craig Ward. Na de release verlaat Carlens de band om meer aandacht te kunnen besteden aan zijn eigen groep/hobbyproject Moondog jr., later Zita Swoon genoemd. Hij wordt vervangen door Danny Mommens. Als extra bandlid wordt Jona van den Broeck (gitaar, slagwerk, zang) aangetrokken. Een van de bekender singles van In a Bar is Theme from Turnpike, met daarin een sample van Charles Mingus Far Wells, Mills Valley.

Pas drie jaar later komt een nieuwe plaat uit: The Ideal Crash. Als producer is Dave Botrill aangetrokken; Botrill is regelmatig te vinden rondom projecten van Peter Gabriel. De plaat heeft enkele verrassingen, een foto op de hoes, in plaats van een kunstwerk en een wat gestructureerde muziekstijl. Niet voor niets vliegt de plaat de winkels uit en noemen velen dit hun favoriete dEUS plaat. Dat de plaat onder druk gemaakt is hoor je er niet aan af, maar inmiddels loopt Barman een beetje tegen zijn grenzen en daarmee zijn leven aan geeft hij aan en realiseert zich dat er iets moet veranderen. Er volgt nog wel een lange tournee, met als gast Tim VanHamel (gitaar, zang). Tijdens de tour laat Ward doorschemeren dat het voor hem ook teveel wordt en zo valt aan het eind van de concertenreeks een lange stilte in, waarin de groep ontbonden lijkt. Barman richt zich op soloprojecten, waaronder het maken van een eigen film (Anyway the Wind Blows – héé waar kennen we die titel nou weer van? (antwoord: Freak Out van Frank Zappa) en dansgroep Magnus). Tussendoor komt er nog wel een single uit met gepaste titel Nothing Really Ends.

Voor de nieuwe plaat, Pocket Revolution (2005) is de groep behoorlijk anders: Stephane Misseghers (slagwerk), Alan Gevaert (bas) en Mauro Pawlowski (gitaar, zang) vormen samen met Barman en Janszoons de nieuwe God. Opnieuw een kunstwerk op de hoes, dit keer van Don Lawrence, de man die we kennen van de stripverhalen van Storm en Roodhaar. Pocket Revolution is een cd die je meesleept van het begin tot het eind, betoverend zou ik willen zeggen, sfeervol ook, nog beter dan de ideale botsing. Ik sta daarin niet alleen, het is de meest verkochte plaat van de groep. Het ‘thema’ van de plaat is eenzaamheid en besluiten om op eigen niveau zaken te veranderen. Een ander thema is ‘afscheid’ omdat er veel leden, al dan niet na ego-botsingen’ vertrokken zijn. Nummertje 11 heet Sun Ra, naar de bijzondere jazzmuzikant. Het laatste stuk, Nothing Really Ends, was als single al bekend, maar is een prachtige afsluiting van de periode lijkt het. dEUS neemt de tijd voor hun platen.

In 2008 verschijnt Vantage Point. Opnieuw met kunstige hoes, nieuwe producer; Dave McCracken; zelfde band. En opnieuw is het een minder toegankelijke plaat, volgepropt met vele lagen, maar een die mooier wordt naarmate je vaker luistert.
Na drie jaar komt Keep You Close uit, met opnieuw producer Botrill. Het is een erg sterke plaat, waarin lijkt of de groep de richting opnieuw gevonden heeft. De muziek is vrij filmisch en de hele plaat kent sterke baspartijen van Gevaert. De kracht van dEUS zit vooral in de afwisseling en sferen, maar onderschat de nog steeds aanwezige collageachtige opbouw niet.

Tot ieders stomme verbazing verschijnt Following Sea; niet aangekondigd en dus plotseling, ’s nachts om één uur, via iTunes te downloaden; pas een week later verschijnt de fysieke cd. Meer verrassingen: de nieuwe single, Quatre Mains, heeft een wat elektronisch karakter en Barman zingt voor het eerst in het Frans. “De band had een opleving van plotselinge creativiteit en wilde de nummers niet verliezen en meteen uitbrengen. Maanden wachten ermee lijkt anno 2012 zo ouderwets”, aldus Barman op de 3voor12 site. Producer voor beide laatste platen is Adam Noble, waarmee de band ook een andere richting ingeslagen lijkt; Barman: “kleurrijker en zonniger”. Dat zal wellicht het meest voor hemzelf gelden.

dEUS wint regelmatig awards, vooral in België (ZAMU 1994, 1996 ,2005, 2006, 2007, Cutting Edge 2010 en de MIA – Music Industry Award in 2008 en 2011, meestal als beste rock/alternatieve groep). Mauro Pawlowski ontving een MIA in 2011 als beste muzikant). Kortom veel lof en eer, vooral in eigen land, maar ook een groep die lijkt te leven bij een relatief kleine, maar fanatieke schare volgelingen, mensen die iets verder luisteren dan hun oren lang zijn, maar als je dan eenmaal into God bent, dan…