De Zangeres Bezongen

In stripverhalen kom je eigenlijk altijd geluiden tegen. Die hoor je niet, maar zie je wel: OOoh? Aaah! AU! Zoefff!!! Tsjak! Pow! Klikklak! Hoe dat in het echt klinkt kan iedere lezer(es) zich heel goed voorstellen. Maar die in het echt uitvoeren is weer een ander (strip-)verhaal. Cathy Berberian componeerde de Stripsody; een werk gebaseerd op juist die de tussenwerpsels uit de stripboeken. De partituur is trouwens al een kunstwerk op zich. Het is met bijna zeven minuten kort werk, maar klinkt als een heel boek.

Berberian was heel goed in het vertolken van geluiden; het maakte haar wereldberoemd. Het is bijna surrealistisch als een andere zangeres. Linda Hirst, het werk dat Berberian uitvoerde op haar manier uitvoert. Natuurlijk is het een regelrechte ode en dat maakt Hirst een zangeres met een afwijkende stijl, die niet eens zo heel ver verwijderd is van die van Berberian. Cathy Berberian (1925-1983) is de oudste dochter van Yervant en Louise Berberian. De ouders van Armeense afkomst wonen in Attleboro, maar verhuizen in 1937 naar New York, Cathy is dan dus twaalf. Omdat ze altijd al met muziek en dans bezig is wordt ze maar de leider en meteen ook de soliste van de Armenian Folk Group. Berberian gaat naar de universiteit, maar verlaat die voortijdig om naar theaterlessen te kunnen gaan. Later werkt ze overdag en studeert ’s avonds. In 1948 verlaat ze Amerika en gaat met een vriendin naar Parijs en nog weer later naar Milaan. Daar ontvangt ze een beurs om haar studie te voltooien en ontmoet ze Luciano Berio, de componist. “He spoke no English and I spoke no Italian. We had no contact but music.” Toch trouwen ze in 1950 (het huwelijk duurt tot 1964, in 1953 krijgen ze een dochter: Christina).

In Italië wordt ook gezongen, maar haar eerste officiële optreden is pas in 1957 tijdens Incontri Musicali, een festival voor hedendaagse muziek in Napels. Het jaar daarna breekt ze door (voor zover je dat in deze sector kan zeggen) met haar versie van de aria uit John Cage’s Fontana Mix. In 1960 treedt ze voor het eerst op in haar thuisland, tijdens het Tanglewood Music Festival. Daar laat ze een stuk van haar man horen: Circles. Berberian voert daarna bijna altijd alleen maar modern klassiek werk uit. Opvallend is dat Berio ook na hun scheiding muziek voor haar schrijft. Meest bekend zijn de Folk Songs, maar ook zijn Sequenza III en de Recital I (for Cathy) uit 1972 behoren tot Berberian’s vaste oeuvre.

Dan, in 1967, wordt alles anders met het album Beatles Arias. Het zijn bekende Beatles nummers, bewerkt voor klein orkest door Paul Boyer en gezongen door Berberian in opera-achtige stijl. De hoes wordt ontworpen door ene Sir Ralph Godstrouser-Legge R. A., een pseudoniem van Gerald Scarfe, later de man van Pink Floyd’s tekeningen en poppen voor The Wall. De Beatles Arias wordt niet heel enthousiast onthaald, Time vindt, ondanks de goede artiesten aan het werk, de zang van Paul McCartney en John Lennon beter. Dat hebben later honderden andere artiesten ook mogen ontdekken. Het plaatje wordt in 2005 op cd uitgebracht met bonus tracks. Die bestaan uit live versies van de nummers, uitgevoerd tijdens verschillende Franse muziekfestivals in een arrangement van (en nu komt die): Louis Andriessen.

Na dit populaire uitstapje keert Berberian terug op het beter geplaveide modern klassieke pad en voert werk uit dat vaak speciaal voor haar wordt geschreven; werk van onder anderen Hans Werner Henze, Igor Stravinsky, Bruno Maderna en William Walton. In 1966 componeert ze haar eerste eigen werk, de eerder genoemde Stripsody en drie jaar later Morsicat(h)y een compositie voor rechterhand en keyboard, gebaseerd op de Morsecode. Berberian heeft een actief muziekleven en wordt steeds vaker door haar vocale uitingen bekend, ook bij het niet (modern-)klassieke publiek. In 1983 zou ze optreden voor de Italiaanse Televisie, maar de avond ervoor overlijdt ze 's avonds plotseling door een hartaanval, na een gezellig etentje met haar tweede echtgenoot Luigi Manca in een uitstekend restaurant. Ze wordt gecremeerd en haar as wordt, samen met roze orchideeën, door haar broer en dochter uitgestrooid over de Middellandse zee.

In 1988 komt er een cd op de markt met de titel: Songs Cathy Sang, een eerbetoon van Linda Hirst (foto beneden) aan Cathy Berberian. Op de cd ‘hits’ als Berio’s Folksongs, de Aria van John Cage, Sequenza III van Berio, Phonemes pour Cathy van Henri Pousseur en Berberian’s eigen Stripsody. Linda Hirst is geboren in Yorkshire en studeerde fluit aan de Guildhall School. Van 1974-1978 was ze een van de populaire Swingle II Singers. De eerste versie Swingle Singers was een Franse a-capella groep, opgericht door Ward Swingle, die klassiek en populaire muziek vertolkte onder leiding van Christiane Legrand. Inderdaad, de zus van. Na 1973 viel de groep uit elkaar, vertrok heer Swingle naar Londen en begon daar Swingle II met daarin dus Hirst. Na enkele jaren optreden schreef – daar is hij weer – Berio een stuk voor Swingle II; als onderdeel van zijn Sinfonia. Hirst realiseerde zich daardoor dat de Swingle Singers een te beperkt vehikel was en richtte samen met een andere Swingle, John Potter, Electric Phoenix op. Doel was meer modern klassiek uit te gaan voeren. De toevoeging ‘electric’ kwam door het gebruik van microfoons en de moderne techniek die nodig was om het geluid goed te krijgen. Door beide groepen bouwde Hirst een goede naam op in de muziekwereld op, maar kwam echter steeds vaker terecht bij contemporaine klassiek. Meest bekende door haar uitgevoerde werk – ze doet het al vijfentwintig jaar - is Arnold Schönberg’s Pierrot Lunaire; het stuk met het soms populaire ‘sprechgesang’; iets waar later meer lieden zich aan waagden, waaronder Frank Zappa. Hirst timmert nog steeds druk aan de weg als ‘Head of Vocal department of Trinity Laban Conservatoire of Music and Dance’ en zingt ‘all over the world’. Haar meest recente optreden is er een met het Ensemble Modern waar ze werk van Lachenman uitvoert. Over Berberian zegt Hirst dat het een extravagante verschijning was, die veel van muziek en van restaurants wist. Maar het was bovenal een dame die de stem bevrijdde van het keurslijf van de zanger(es). Hirst ode is begrijpelijk: terecht de zangeres bezongen!