Young, Gifted & Black

De geschiedenis van het Trojaanse paard is bekend, die van Trojan Records, Est. 1968, misschien minder. Toch hebben we hier te maken met een van de meest toonaangevende reggae labels all over the world. Luisterend naar de vijf cd’s in de Story of Trojan Records box staat gelijk aan het luisteren naar een stuk historie. Engelsman Chris Blackwell woont op Jamaica en begint zich daar bezig te houden met de muziek en met succes. In London ondertussen is er meer en meer vraag naar Caribische muziek met name door de grote groep West Indiërs. Dat ontging Blackwell niet en hij vertrok in 1962 naar Londen om daar met Leslie Kong, Graeme Goodall en David Betteridge het label Island Records op te richten. Blackwell’s contacten in Jamaica maken het mogelijk talloze platen in Londen uit te brengen, waaronder producties van Arthur Reid en Clement ‘Coxson’ Dodd.

Blackwell ging ondertussen door met het zoeken naar muziekstijlen en kwam terecht bij The Spencer Davis Group. Lee Gophal wist ook mee te liften op het succes en richtte B&C op. Ook hij had contacten op Jamaica en wist zich verzekerd van een stroom muziek. Blackwell raakte een beetje van het reggaepad en kwam meer en meer terecht bij mensen als Stevie Winwood en Traffic. De vele inmiddels opgerichte sublabels en de variatie aan muziekstijlen maakte de zaak nogal onoverzichtelijk. Tijd voor een ommekeer. In juli 1968 kwam er een fusie met B&C met als nieuwe naam Trojan onder leiding van Gophal en Island ging zich onder leiding van Blackwell meer bezig houden met pop- en rockmuziek. Trojan maakte er werk van en bracht talloze singles uit van bekende- en nieuwe artiesten, waaronder Lee Perry. Betteridge kwam op het idee al die singles op één goedkope lp uit te brengen. Tighten Up werd in januari 1969 uitgebracht en was meteen een enorm succes en niet alleen onder de West Indiërs, maar ook onder de blanke jongeren. Zij maakten door deze lp voor het eerst kennis met deze muziek, want op de radio was die niet te horen.

Dat veranderde toen Gophal in de kroeg Clive Crawley ontmoette en er zijn beklag over deed. Crawley hoorde dat de platen netjes opgestuurd werden. “Zo doe je dat niet, je moet erheen!” Gophal kreeg dat niet voor elkaar en dus had Crawley een nieuwe baan, nadat hij met Gophal gewed had dat het hem wel zou lukken. Met Reggae in Your Jeggae en Red Red Wine als potentiële hitsingles ging het Trojan voor de wind; het paard was in het bastion, de verovering kon beginnen. Long Shot Kick de Bucket van The Pioneers kwam binnen op nummer 21 en werd meteen ingehaald door Liquidator van producer Harry Johnson om weer voorbij gegaan te worden door Wonderful World, Beautiful People van Jimmy Cliff. De opvolger stond ook al klaar: Return of Django van The Upsetters (Lee “Scratch” Perry dus). Trojan incasseerde meer successen, bijvoorbeeld met het duo Bob Andy en Marcia Griffiths: Young, Gifted and Black. Plugger Crawley had het idee om het originele lied te bewerken met koper en strijkers om nog meer muziek op de radio te krijgen. Reggae viel onder dansmuziek net als disco en werd te weinig gedraaid vond Crawley. Door zijn ‘aanpassing’ maakte hij de song ‘radiovriendelijk’. Het lied werd ‘Record of the Week’ en daarmee trendsetter voor een hele reeks nieuwe successen, waaronder You Can Get it if You Really Want en Love of the Common People. De nieuwe muziekstijl werd omarmd door de grote groep skinheads, die daarmee zorgde voor een constante stroom verkopen. Double Barrel (Dave & Ansel Collins) in 1971 was het volgende grote succes, gevolgd door The Pied Piper van Bob & Marcia, zoals het duo nu bekend stond.

De wereld stond echter niet stil; de jongeren van de arbeidersklasse waren ouder geworden en het echte Skinhead-tijdperk was voorbij. Daarmee was ook de garantie van Trojan in zekere zin voorbij. De verkopen liepen terug en zelfs Blackwell verkocht in 1972 zijn 50% aandelen aan Gophal. Trojan stond nu voor het eerst op eigen benen en zocht daarom contact met Tony Stratton-Smith van het Famous Charisma label voor een samenwerkingsvorm. De splitsing met Island Records had nog een belangrijk nadeel, de beste contacten met Jamaicaanse producers werden afgebroken en Trojan besloot zich daarom alleen op de thuismarkt, Engeland, te richten. Door een beetje geluk scoorde Trojan een hit met Suzanne Beware of the Devil, zelfs zonder enige promotie. Dat gold ook voor Big Six, dat opgenomen werd door Trojan’s bodyguard Alex “Judge Dread’ Hughes.

Maar de kentering was al ingezet. Punk en Ska halverwege de jaren zeventig bracht een kleine opleving, want de weg van 2Tone leidde natuurlijk ook naar reggae en dus naar Trojan. Die was zo slim om de originele versies van de hits van bijvoorbeeld The Specials opnieuw uit te brengen. Echter de opleving was kort en Trojan kwijnde weg.

In 1985 kocht Colin Newman, fan en verzamelaar, het label. Samen met reggae deskundige Steve Barlow begon hij een forse en geslaagde re-issue campagne met talloze, kleine boxsets. Die bracht gedurende vijftien jaar geld in het laatje. Dat viel de Sanctuary Records Group ook op en in 2001 kochten zij Trojan voor zo’n tien miljoen Engelse pond. Met nog een paar aankopen had de groep een uitstekende basis en begon met haar release-programma. Maar dan slaat de economie toe en de dalende verkopen noopten Sanctuary tot verkoop. In 2007 neemt gigant Universal Music Group (UMG) alles over, daarmee Trojan weer voegend bij een ander label uit hun ‘stal’: Island Records. Ook UMG doet haar best en deze mooi uitgevoerde doos is daar een voorbeeld van. Vijf cd’s: 25 Big Ones – UK Hits / Reggae Greats – the Artists / The Big Shots – the Producers / A to Z of Trojan – The Labels / Unreleased Gems, Rarities & Oddities. Dit alles in een mooie tape-achtige box met boekje (waaruit bovenstaande tekst en samenvatting is), vier authentieke flyers en een raamsticker. Maar vooral heel veel muziek en opvallend is dat al die songs en tracks bekend zijn en je ze af en toe gewoon meefluit of – zingt. Meer nog dan de verpakking is de inhoud van de box een beeld van een tijd: Young, Gifted &
Black.