Hoor!!!

Wat is geluid? Leermeester Zappa leerde zijn pupillen dat eigenlijk alles geluid is; atomen trillen, hebben daardoor een bepaalde frequentie en produceren dus geluid. Daarmee is alles geluid. Kun je geluid aanraken? Misschien een geluidsgolf, maar of dat gevolgen heeft voor het geluid? Geluid kun je wel voelen. Denk maar aan de bastonen bij een concert, je kunt er zelfs misselijk van worden. Ooit ben ik weggelopen bij een concert omdat het zo hard was dat het pijn deed aan mijn oren.

Touch the Sound is een film van Thomas Riedelsheimer over percussiespeelster Evelyn Glennie. Evelyn (19-7-1965) is geboren in Aberdeen, Schotland. Met haar twee broers leefde ze op de boerderij van en met haar ouders. Rond haar achtste leerde ze piano spelen en toen werd ook duidelijk dat er iets mis was met haar gehoor. Op school was ze vaak traag, maar dat kwam omdat ze de tijd nodig had om te begrijpen wat er duidelijk gemaakt werd. Rond haar elfde was ze bijna helemaal doof. In het begin droeg ze nog gehoorapparaten, maar liet dat meer en meer achterwege omdat ze ontdekte dat door geluid te voelen het beter ‘hoorbaar’ was. Om trillingen beter te kunnen opvangen koos ze een ander instrument: het slagwerk - en later de hele percussiesectie erbij. Meestal speelt ze op blote voeten, omdat ze dan het geluid beter voelt. Ook kijkt ze goed naar trillingen van het vel van een trom of legt hand of buik op de rand om trillingen te voelen. Eigenwijs als ze is zette ze alles op alles om haar droom ‘klassiek percussioniste’ te worden te verwezenlijken. Niet in de sectie, maar als soliste. Haar doorzettingsvermogen levert haar in 1988 een Grammy op voor de vertolking van een sonate van Bartók. In 1994 trouwt ze met Greg Malcangi, tubaspeler, en voert samen met hem diverse muzikale projecten uit. Overigens scheiden ze in 2003 alweer.

Glennie speelt op tal van platen en projecten, onder anderen van  Björk, Steve Hackett en Bobby McFerrin. Samen met Sir James Galway en Michael Kamen (bekend van Pink Floyd) regelt ze een grote som geld van de Britse regering om te besteden aan het Consortium Music in Education, om daar vooral kinderen met een handicap een instrument te kunnen laten spelen; ze begeleidt zelf slechthorende of dove kinderen. Riedelsheimer vond het intrigerend en wilde graag een film met Glennie maken om haar geluidsbelevenis te laten zien en horen. Daarvoor werkte ze samen met Fred Frith, oud-gitarist van de experimentele band Henry Cow en geluidsonderzoeker middels de gitaar-op-de-tafel-benadering. Frith speelt uitstekend ‘gewoon’ gitaar, maar speelt het instrument ook met stokken, bezems, krokodillenklemmen, ballen en alles wat onder handen komt. Glennie en Frith ontmoeten elkaar ten behoeve van de film voor het eerst.

Op de cd, een aftreksel van de film natuurlijk, worden we getrakteerd op geluiden van de stad, auto’s die over metalen platen rijden, bouwplaatsen, zen-tuintjes, de zee en daarmee onze omgevingsgeluiden. Frith en Glennie worden vervolgens in een oude, verlaten suikerfabriek los gelaten. Het galmt als een gek, maar de geluiden die er vanaf komen zijn bijzonder. Frith en Glennie improviseren en gebruiken zowel instrumenten als de directe omgeving. Tussendoor mag Glennie zich op haar favoriete instrument, de snaartrom, uitleven in het Centraal Station van New York. In de film zie je mensen om zich heen kijken omdat ze niet doorhebben waar het geluid vandaan komt. Doordat het geluid weerkaatst, lijkt het van boven uit de gigantische hal te komen. Geluid is ruisen, tikken, blazen, bonken, timmeren, tappen, fluiten en nog veel meer. Luisterend naar de cd ga je je omgeving anders beluisteren, geluiden als het ware integreren in je leven en op dat moment in de ‘muziek’, waardoor niet meer duidelijk wordt of het nu op de cd staat of echt is. Prachtig! Op zich is het natuurlijk niet nieuw. John Cage bracht met zijn compositie 4’33” precies hetzelfde teweeg. In de stilte van de vier minuut en drie-en-dertig seconden worden alle geluiden op een andere manier hoorbaar en worden daardoor zelf de kern van de compositie. De cd wordt afgesloten met een stuk voor marimba. Ook altijd goed, want dat is misschien wel mijn favoriete instrument.

The Sugar Factory is dezelfde plaat, maar dan anders natuurlijk. De tapes van de opnamen met Glennie waren al een tijd in Frith’s bezit. Vanwege de galm in de fabriek was het lastig er iets mee doen. Na een tijd begon hij ermee te bouwen, knutselen, plamuren en hakken. Het resultaat werd heen en weer geslingerd tussen Glennie en Frith, die ook nog stukken toevoegden en anders mixten. Het eindresultaat is behoorlijk anders en een cd met eigen waarde op zich, wel gelinkt aan de film, maar toch ook weer niet. Zo heeft Touch the Sound 23 tracks, de Sugar Factory slechts 6. Eigenlijk mag je ze niet vergelijken maar tegelijkertijd moet je ze juist wel vergelijken. De Suikerfabriek wordt afgesloten met A Little Prayer, een improvisatie van ‘gewone’ gitaar en marimba. Frith en Glennie raken daarmee misschien wel de kern van de geluidenzaak: geluid roept een emotie op en dat heeft alles met gevoel te maken. Via een omweg raken we het geluid aan, of raakt het ons?