Naar het Hart van de Zonnenbeelden

Henry Cow en Slapp Happy (Desperate Straights), Pete sinfield (Still), Sun Ra (Space is the Place), Pink Floyd (Animals), Kraftwerk (2), Mahavishnu Orchestra (Visions of the Emerald Beyond), King Crimson (Lizard), Steve Hillage (Fish Rising), Popol Vuh (Das Hohellied Salomos), Peter Hammill (Nadir’s Big Chance) en Roger Waters/Ron Geesin (the Body). Kortom genoeg jeugdsentiment om een band van nu toe te voegen aan die collectie, want alle genoemde plaatjes staan hier ‘gewoon’ in de kast. Temples slaan daarmee een brug tussen oude psychedelica en progressieve rock (nu wat kinderlijk progrock genoemd) en die van nu, waarin Tame Impala en onze eigen Jacco Gardner een belangrijke rol spelen. Tempels. Het lijkt een oud woord, passend bij de Egyptische beschaving van weleer, of die van India of Indonesië. Eigenlijk niet eens zozeer bij Engeland, hoewel die natuurlijk een rijk koloniaal verleden in die richting hebben. Misschien was dat wel de reden van zanger gitarist James Bagshaw en basgitarist Thomas Walmsley om hun band zo te noemen.

De bekende Engelse plaats Kettering – u weet wel- kent net als veel plaatsen meerdere bandjes, die soms amusant concurrerend zijn. Zowel Bagshaw als Walmsley hadden separaat al in diverse groepen gespeeld, en waren elkaar in The Moons al eens tegengekomen. Walmsley was een populair bandfiguur in Kettering en had met het blad ‘Siren’; een eigen uitgave, geprobeerd een overzicht te geven van al die bands in zijn woonplaats. Bagshaw was in de tijd van het overzicht zanger van ‘Sukie’ een groep die met hun eerste single ‘Pink-a-Pade’ zelfs terecht kwam op de eerste plek in de onafhankelijke hitlijst (UK Indie Chart). Midden 2012 besluiten beide heren nadat hun pad opnieuw kruiste – Kettering klinkt niet als een erg grote plaats - samen iets te doen. Zowel Bagshaw als Walmsley hebben iets met muziek en mystiek. Ze lezen boeken van Aldous Huxley en Timothy Leary en hebben meer iets met The Byrds dan The Beatles: “They’re hazier and more interesting, the Beatles give too much away; the Byrds make you work hard. It’s that quest to learn more and discover more.” (Walmsley). Dat ‘samen-iets-doen’ resulteert in vier nieuwe nummers, gewoon thuis opgenomen, met dank aan een begripvolle buurman “nee, jongens het is geen herrie, het is muziek”. Het thuis en op de veranda opnemen is een eyeopener, want deze manier van opnemen laat zien dat je eigenlijk geen dure studio nodig hebt. Bij gebrek aan een platenmaatschappij zetten ze de vier tracks op YouTube zetten onder de naam ‘Temples’. Wat is in een naam tenslotte. En, zoals dat tegenwoordig hoopvol gaat, ze blijven niet onopgemerkt.

Heavenly Records – wat is in een naam tenslotte - biedt het duo aan een single te maken en daarmee is Shelter Song (november 2012) de eerste echte plaat van Temples. Een single vraagt erom live gespeeld te worden, dus zoeken Bagshaw en Walmsley naar uitbreiding, zodat ze een band ‘on the road’ hebben. In plaatsgenoten Adam Smith (keyboards) en Samual Toms (drums) vindt het duo een aanvulling en is de groep compleet. De aanpak en opzet vraagt om meer nummers, want alleen je enige single spelen kan op den duur best vervelend worden. In juni 2013 komt single nummer twee: ‘Colours to Live’. De stijl valt dan al te omschrijven als retro-psychedelisch, maar dan wel met een flinke rem op de lengte van de nummers, we leven in de eenentwintigste eeuw immers en dan is alles kort en snel, zelfs de gitaarsolo’s. Walmsley: “Psychedelic music has always been forward thinking. It’s so easy to fall into that kind of revival band thing, but our aim is to reference these things and bring something completely new to it.” Na wat getoerd te hebben als bij-act, onder andere bij The Rolling Stones, gaat de groep in 2013 als hoofd-act op tournee door Engeland. In aanloop naar die tour wordt er een album aangekondigd; de hemelse maatschappij blijkt potentie in Temples te zien.

In februari 2014 verschijnt het eerste album: ‘Sun Structures’ en ja, op de hoes staat een tempel(tje). De plaat doet het verrassend goed en bereikt maar liefst de zevende plek in de albumlijst (Engeland). Bagshaw is blij met het album, want eigenlijk vindt hij van zijn band dat het geen single-band is: "I guess melody is something that assigns a single because that’s the thing that people listen to. But for us, we always found it very hard to choose singles… it might not be commercially viable, but that one sounds more catchy", Aldus zijn visie bij het uitkomen van weer een nieuwe single: ‘Mesmerize’. Na Engeland gaat de band door naar Europa, de V.S. en Australië. Dat laatste land is immers helemaal in de ban van Tame Impala, dus met The Temples zou het daar ook goed moeten gaan. Ondanks de groeiende populariteit zijn de platen in good old England nauwelijks bij Auntie Beeb te horen. Noel Gallagher (voormalig Oasis) levert dan ook harde kritiek op BBC Radio 1. En dat klinkt eigenlijk weer erg retro, als de jaren zestig, waar heel wat songs niet opgepikt werden door diezelfde Radio One, maar wel door de piratenzenders op zee. Temples heeft meer bekende musici als ‘fans’, zo stuurt Robert Wyatt een ondersteunende brief naar Heavenly. Inmiddels zijn er (nog) meer singles van de band in omloop, maar dat de BBC nu om is, nou nee. Ondanks dat, of juist daardoor, is Sun Structures het best verkochte Indie-album van 2014. In Japan blijft het album weken hangen op de eerste 3 plekken in de ‘foreign record charts’. Daar komt dan ook de eerste collectors item uit: Temples Live in Japan E.P. (2013), later gevolgd door Live in Brooklyn E.P. (2014). Beide EP’s, elk met vier tracks, laten een bruisende band horen; een band die live verder gaat dan de studioplaat. En dan wordt ook meteen duidelijk wat er nu zo bijzonder is aan de muziek, denk daarbij terug de eerste plaat van Pink Floyd – Pipers at the gates of Down -, aan Syd Barrett (Bagshaw heeft qua krullenbol uiterlijk wel iets van hem) en denk even aan ‘krautrock’. Luister maar eens naar Mesmerize Live, de negen minuten versie op Live in Brooklyn; Jaki Liebezeit (metronoomdrummer van Can) had ook deze versie prachtig gevonden. Voor Sand Dance van Live in Japan, geldt dat het nummer zo op A Saucerful of Secrets van Pink Floyd had kunnen staan. Oude tijden herleven en ik ben er maar wat blij mee. Veel nummers op het album zijn nog bescheiden in lengte, maar vragen er bijna om, om uitgerekt te worden, want ze nog betoverender kan maken. De live-singles laten al iets in die richting horen, maar toch lijkt er nog een klein drempeltje te liggen, want ze kunnen én mogen nog wel langer om nog betoverender te worden. Aan de andere kant is dit misschien wel een nostalgisch idee, want wie volgt er nu nog lang uitgesponnen tracks in onze korte-aandachttijd.

Om het wachten op nieuw materiaal wat aangenamer te maken – het gaat wel heel erg snel in de hemelse tempel van geluk -, maakten Erol Alkan en Richard Norris van ‘Beyond the Wizard Sleeve’ een continue mix van ongeveer tweeënveertig minuten. Die versie verscheen op 10 november 2014, samen met het origineel in een leuk dooske. Alkan: “Being asked to re-animate a whole album’s worth of material is an honour. We (in return) wanted to create something special. A record which could be listened to in one go, from start to finish, a listening experience that is becoming increasingly rare. So as well as a host of full Beyond The Wizards Sleeve re-animations here, there are interludes, ambience, ebb and flow…each section flowing into a bigger piece…There is so much happening under the surface of Sun Structures, and deep within each track, it was a pleasure to dive in and see what we could find. It inspired us to pick up our guitars, plug in our synthesisers and add some wizardry on top. Enjoy this trip. And it is a trip.” Inmiddels is de band bezig met nieuw werk en zou dit jaar (2016) een nieuw album verschijnen. Om met Pink Floyd te spreken, voorlopig zetten we ‘the controls to the heart of the Sun (Structures)’.