Stomp in je Maag
van een Geheim Genootschap


Sommige bands creëren een welhaast legendarische uitstraling. Erbij horen is bijna als lid zijn van een geheim genootschap en concerten bezoeken heeft iets van deelgenoot zijn van iets dat eigenlijk niemand weet, behalve jij – en al die anderen dan. Dat gaat op voor Peter Hammill’s band Van Der Graaf Generator. Niet de makkelijkste muziek, niet de makkelijkste teksten en concerten waarbij een vriendschappelijk strijd op leven en dood op het podium uitgevochten lijkt te worden. Als je erbij was was je vermoedelijk in trance of anders wel lyrisch of nog verder van slag In die zin kun je bter spreken van seances dan van concerten

De band ontstaat in 1967 als twee vrienden, Chris Judge Smith en Hammill, een band beginnen. Smith is al snel weg, waarna Hammill de spil van de groep wordt, die bovendien het meeste schrijft. Het grootste deel van het bestaan bestaat de groep uit drummer Guy Evans en organist Hugh Banton. Hammill speelt piano en gitaar. Banton is een ware electronicafanaat die constant soldeert aan zijn orgels om het geluid nog vetter of smeriger te krijgen. Al vroeg in de historie stapt een piepjonge bassist het podium op, Nic Potter. Hij zal regelmatig de band verlaten en terugkeren. VDGG kende veel spanningen, positieve, vriendschappelijke, maar ook simpel technische, dingen die het niet goed deden of werden gestolen, altijd een gebrek aan geld en een gezonde rivaliteit. Handhaven on zo'n omgeving was niet altijd gemakkelijk. Dat laatste geld niet voor David Jackson, de blazer van de band. Jackson had twee grote voorbeelden: Rahsaan Roland Kirk, de blinde jazzsaxofonist, die drie saxen tegelijkertijd kon bespelen, en Ian Underwood van the Mothers of Invention, die electric alto sax with wah-wah pedal bespeelde. Dat wilde Jackson ook en met hulp van Banton knutselde hij een soort Elvis-riem waaraan allerlei elektronica en schakelkastjes hingen. Een bijzondere man, die fanatiek kon spelen, maar ook vaak aan het werk was als vuilophaler om geld voor zijn gezin te verdienen. Ook hij verliet de band regelmatig, maar dan was het altijd om even dat geld te verdienen.

Hits had de band niet, maar wel een groeiende schare volgelingen. In 1971 stopte VDGG, vermoeidheid, geldgebrek, geen platendeal meer. Hammill ging solo verder, maar in 1975 werd de groep opnieuw opgericht, zonder Potter. In heel korte tijd werden maar liefst drie albums opgenomen: Godbluff, Still Life en World Record. Alle drie fantastische platen, met veel diepgang in zowel muziek als vocalen. Eind 1976, de opnames en het bijbehorende toeren eiste zijn tol, stapte Banton op, later gevolgd door Jackson. Omdat Banton, een van de pijlers van de band nu weg was, hernoemde Hammill de groep: Van Der Graaf, de Generator was eruit. Violist Graham Smith werd uitgenodigd mee te spelen en Nic Potter die weer eens terugkeerde. Deze groep nam The Quiet Zone/The Pleasure Dome op; wellicht de beste VDG(G)-plaat. De stukken korter dan gewend, maar vooral met robuste power. Potters bas ging behoorlijk de diepte in, waardoor het geluid drastisch veranderde en niet zoals verwacht in het hoog door de viool. Kant A – The Quiet Zone – doet zijn naam eer aan, de songs zijn redelijk rustig, maar de laatste, Last Frame, begint al wat opgewonden te raken. The Pleasure Dome heeft wat anders in petto: The Wave sluit mooi aan op Last Frame, maar in Cat’s Eye/Yellow Fever (Running) moeten we rennen: Smith begint al meteen op zijn viool te jagen en wordt zelf nog eens opgehitst door Potter die nu een fuzzpedaal gevonden heeft. De track eindigt in Roma-vioolstijl. The Sphinx in the Face begint ook al meteen up tempo, maar daarna gebeurt er van alles en wordt zelfs Jackson uit de hoge hoed getoverd. In the Chemical World heersen de bassen en de geluidseffecten. De bas van Potter, het zijn meer explosies. De Sphinx komt nog even terug en dan is het adem happen.

Wat een plaat.. Soms heb je er zo een, en dat is hier het geval. Het was trouwens de laatste. Er kwam nog een live plaat met de suggestieve titel: Vital. VDG was daarop uitgegroeid tot big band, met Jackson en met Charles Dickie op cello. Vital is meer dan vitaal, het is een klap in je gezicht, een stomp in je maag, de kracht spat uit de groeven, tegenwoordig uit de coating. Niet iedereen kan zoveel ‘power’ aan. Een intiem groepje…