Spannend - Erotisch & Ordinair

Al vroeg in mijn leven werd mij voorgehouden dat goedkope films, B- (kwaliteit - ) films niet alleen goed waren, maar ook nog dat hoe goedkoper ze gemaakt waren hoe beter ze uiteindelijk waren. Met zo’n opmerking moet je iets doen. Niet alleen heb ik talloze A films gezien, maar ook talloze B-films en soms zelfs Z-films, alhoewel die categorie niet bestaat, maar zoooo vreselijk slecht dat zelfs Zappa’s eerder genoemde adagio niet meer opging. Ik ben er achter gekomen dat ik van films houd waarin weinig of niets gebeurt, die fascinerend zijn door bijna stilstaande beelden, maar vooral door geluid. In mijn optiek is alles geluid en daarmee alles muziek en dus zijn er heel wat boeiende soundtracks die mij wel opvallen en anderen helemaal niet. Daarom heb ik ook een zwak voor begintunes van Tv-series en voor muziek zonder beeld of juist wel het beeld erbij, maar dan weer anders ingevuld.

Dezelfde Zappa schreef ook nog dat hij muziek maakte die een film voor je oren was, dus neem een portie (film-)muziek en bedenk de plaatjes erbij, of haal de muziek los van de plaatjes en bedenk er zelf wat bij. Soms kom je prachtige muziek tegen in vreselijk goedkope films, films vaak op het ordinaire af, lekker gedateerd in kleur, uiterlijk en (mode-)beeld, maar die muziek! Tegenwoordig valt dat allemaal onder ´camp´ of ‘cult’ en mag het gelukkig legaal. Vroeger was je op zijn minst een beetje vreemd als je van dit soort muziek hield. Zo loop je tegen muziek aan die niet eens gemaakt is voor films maar die het niet slecht zou doen als soundtrack of je zou er met terugwerkende kracht een uitstekende B-movie soundtrack van kunnen maken. Voorbeeld? De “Astro Sounds from Beyond 2000” door het 101 String Orchestra (1969) is een goede met titels als “A Disappointed Love With A Desensitized Robot” of “Instant Nirvana”; inclusief de sensuele geluiden. Bij het uitbrengen van de plaat werden sommige tracks verwijderd wegens vergaande ongeschiktheid voor het argeloze publiek. Ha! “So Sweet, So Sensual” is niet alleen de titel van een plaatje met opwindende muziek; de muziek is van niemand minder dan Ennio Morricone en afkomstig van films die nauwelijks nog bekend zijn. Geoff Mac Cormack’s beginthema voor de film Wild Orchid (1989) is prachtig, de rest van de soundtrack is – om in stijl te blijven nogal ‘crap’. ‘High Quality Porn Jazz’ is de omschrijving voor Masami Kawahara’s “Exotic Sounds” (1970 - afbeelding links); beetje loom, latin-achtige muziek die niet eens zou misstaan als de soundtrack bij Daktari, maar zijn muziek wordt ‘verrijkt’ met steunen, kreunen, gehijg en meer van dat soort zaken. Dat geldt ook voor Ike Reiko met haar Kokotsu no Seka (1971), een productie van Kawahara; prachtige, zoete muziek, met als constante factor een kreunbox. Ook in latin-stijl is de spacemuziek(!) van de de soundtracks van Barbarella (1969) en de door Peter Thomas verzorgde soundtrack van het Duitse Raumschiff Orion (1966). Italië blinkt met de Beat at Cinecitta-serie en Lounge at Cinevox uit door vooral oude beat en jazzachtige muziek; camp inderdaad. “Rare Groove and Sleasy Funk” filmmuziek vinden we in de USA met Cinemaphonic Electro Soul en voor de “Adult Cinema” moeten we naar “Inside Deep Note”. Duitsland campt met haar “Schulmädchen Report” (1970) en de obscure “Vampyros Lesbos” (1971 – een horrormovie) en Frankrijk doet het met “Shake Sauvage”.  Allemaal soundtracks of verzamelcd’s die volstaan met prachtige, maar vergeten muziek en bijna allemaal ’gesierd’ worden door eerder meer dan minder ontklede dames. Afgaande op die ‘verpakking’ zou je de cd’s nooit beluisteren of kopen, maar voorbij dat punt is het de ene ontdekking na de andere.

De van onder andere Ellen ten Damme en Junkie XL bekende Nederlandse drummer/muziekmaker/producer Baz Mattie houdt ook van al deze obscure muziek uit het rariteiten cabinet. Hij gaat voor zijn B-Movie Orchestra op zoek naar “The Ultimate in Thrilling, Erotic and Raunchy Filmmusic” en zette die tot nu toe op twee cd’s, simpelweg Volume 1 en 2 genaamd. De BMO bestaat uit een behoorlijk uitgebreid orkest, een man/vrouw of tien sterke bezetting en een paar beeldschone vamps, die het publiek verleiden met looks, charme en zang: The Cinematic Fever Girls. Je zou er spontaan koorts van krijgen. Bij live optredens worden op de achtergrond de bij de muziek horende filmbeelden getoond; iets dat als de verschillende beelden overlappen met de live-acties soms tot grappige taferelen leidt. De muziek op beide cd’s is tijdloos, fascinerend, meeslepend en wordt meer dan uitstekend neergezet. “Dat B-Movie Orchestra speelt dan ook op A-niveau” las ik al ergens op het internet. Mattie slaagt er duidelijk in de ‘vergeten’ muziek opnieuw in het dag, nou ja nacht-, licht te brengen. De cd-verpakking is in een jaren vijftig achtige stijl, inclusief de oude Columbia Records stereo pijlen, de vermelding ‘technicolor’ en de M-vermelding van Mature Audiences. De liner notes zijn geschreven door een Italiaan natuurlijk, Giuseppe Russo; Autore della musica fantasmatico Pellicola Italiana. Vandaar ook een flinke scheut Italiaanse Cinecitta muziek en het leentjebuur spelen van de wervende kreet. Met de M van Mature en Maakt niet uit: Mattie  - heeft het allemaal goed begrepen: een stevig orkest met de lekkere funky gitaarpartijen, een zuigende trompetsolo of een zwoele sax en de oeh’s en ah’s van de dames – er wordt niet echt gezongen – bieden twee prachtige, opwindende en bij vlagen lekker ordinair en nonchalante soundtracks. Precies zoals het hoort. De plaatjes zijn niet te lang, waardoor de muziek boeiend blijft. Bovendien zijn er talrijke filmische tussenwerpsels - kleine dialogen -  zodat je het idee hebt echt in the movies te zitten. En net als het echt leuk wordt is daar dan: La Fin/the End.