Sergeant Dwarf

Wat komt er na Supersister? Nits natuurlijk! Dat is dan de verdienste van Robert-Jan Stips. Tegelijkertijd is dat niet helemaal eerlijk; Nits bestonden al langer voordat hij er zich mee ging bemoeien, eerst als producer, later als lid. Nits is bij de goegemeente bekend door de hitsingle In the Dutch Mountains, iets waar ik als Limburger natuurlijk erg blij mee ben, maar het zegt zo weinig over de groep vind ik. Nederlandse muziek bestaat vooral uit palingzangers en uitingen van het levenslied of de zoveelste ontdekking van een eendagsvlieg in een talentenshow. Daarbij doen TV en krant er alles aan om nieuws met het geheugen van een goudvis door de wereld te jagen, daarbij links en rechts vergetend dat er toch wel iets meer is. Vanuit de historische hoek wordt er welwillend gekeken naar de mastodonten van weleer en in goed Nederlands gebruik worden ze gedoogd, zonder enige uitspraak van waarde of slechts vergoelijkend van: “Ach….”

Om nu vervolgens meteen maar met de deur ferm in huis te vallen, Giant Normal Dwarf van Nits (1990) is wat mij betreft het equivalent van Sergeant Pepper, ja die van de Kevers! Ik hou van duidelijkheid namelijk. GND ontstond na een succesvolle periode met daaruit eerder genoemde hitsingle en het dubbel-live-album Urk (hé daar zijn ze weer). Omdat toenmalig bassiste Joke Geraets wegens een vervelende ziekte niet meer kon spelen werd het kwartet een trio. Met GND wilde de groep een ander geluid laten horen, met laagjes en dus veel overdubs. Robert-Jan (Normal) is wellicht daarom aardig in een dominante positie en mag alle geluiden uit zijn synthesizers toveren. Rob Kloet (Giant), inventief drummer als hij is, leeft zich uit in een rijke schakering aan patronen en geluiden (iets dat hij op de volgende plaat Ting nog verder zou uitwerken). Henk Hofstede (Dwarf) stelt zich inderdaad klein op. De teksten zijn van zijn hand en hij zingt, maar zijn gitaar blijft aan de wand. Dat rijmt. Wel zorgt hij met partner Riemke Kuipers voor prachtige kunstwerken die het cd-boekje illustreren. De originelen werden later gestolen en niet meer terug gevonden. Een nare zaak. De voorkant van de plaat zou zo op een poster kunnen en suggereert een onzinnige handeling, een Sisyphus arbeid; je duwt een krat naar boven, maar door de boor die naar beneden loopt blijf je op dezelfde plek. Schitterend.

GND gaat over jeugdherinneringen en fantasieverhalen en/of –figuren. Het grootste gedeelte van de plaat heeft een ingetogen, beetje mysterieuze sfeer, dromerig misschien zelfs. Naarmate je verder komt worden de nummers steeds sterker. Van de bijna jazzy Night Owl (het enige nummer dat ook op de cd Leonard Cohen Songs van het Avalanche Quartet, met daarin de halve Nits – meer dan van een latere editie terecht kwam) en het prachtige, slepende House of the Sleeping Beauties. De plaat sluit met een klassieke vorm in The Infinite Shoeblack. Met GND was Nits het experimentele pad ingeslagen, iets dat zou culmineren op de volgende plaat Ting (daarover later ook). Hoe zit dat nu met de Sergeant Pepper vergelijking? In feite zijn beide platen ‘experimentele’, er worden allerlei geluidstrucjes uitgehaald en tevoorschijn getoverd. Net als SP is GND ook een plaat met gewone liedjes, maar in elke liedje zit net even iets extra’s. Luister eens naar GND en dan bijvoorbeeld naar Being for the Benefit of Mr.
Kite. Mooie harmonieën en een meervoudige gelaagdheid. En luister eens verder naar de verschillende muziekstijlen op SP. En dan hebben we het nog niet gehad over A Day in the Life. Natuurlijk is dit alles behoorlijk suggestief, vergezocht misschien. Er zijn net zoveel argumenten voor als tegen te bedenken, maar daar gaat het niet om. Waar het wel om gaat is dat Nits met Giant Normal Dwarf een meer dan uitstekende plaat gemaakt hebben die veel en veel meer aandacht en respect verdient en niet ook een Long Forgotten Story moet en mag worden.