Een Bord vol Geheimen

Nadat de fluitspeler aan de poorten van de dageraad zijn lied heeft laten horen ontvangen we een bord vol geheimen. En, het moet gezegd, wie is er niet gek op geheimen? Altijd een beetje mysterieus, als en soort ontdekkingsreis om ‘misschien’ aan het eind van een reis of een onderzoek ‘iets’ te vinden. A Saucerful of Secrets bracht meteen maar een flink bord vol met geheimen met zich mee. De titel was goed gekozen, want er speelde zich op de achtergrond van alles af. A Saucerful of Secrets is het tweede album van Pink Floyd en dan hebben we het natuurlijk over een era ver voor Dark Side of the Moon en The Wall. Zeker in de beginperiode stond Pink Floyd voor avontuur, zoekend, progressief. Avontuurlijk in de zin van geluidsexperimenten, elektronica in de muziek, weg van de drie minuten durende popsong en op zoek naar de effecten van licht in combinatie met geluid.

Syd Barrett (gitaar, zang)[1946-2006], Richard (Rick) Wright (piano, orgel, zang, oscillator)[1943-2008], Roger Waters (bas, zang)[1943- ] en Nick(y) Mason (slagwerk)[1944- ] zochten na de goed ontvangen eerste plaat ‘A Piper at the Gates of Dawn’ materiaal voor een opvolger. Maar dat ging niet heel soepel. Zelfs zo moeilijk dat je zelfs met weinig fantasie A Saucerful of Secrets rustig een verzamelplaat zou kunnen noemen. En dat voor de tweede, vaak cruciale, plaat van een groep. De opnames beginnen in augustus 1967 en duren maar liefst tot april 1968. Dat is lang en voor die dagen zelfs extreem lang. Maar daar was één goede reden voor: Syd Barrett. Barrett, die door zijn uitstraling én het schrijven van de meeste composities van de eerste plaat, gezien werd als hét wonderkind van deze band en tevens als hét voorbeeld van de psychedelische muziek, had ernstige problemen; problemen die te maken hadden met drugs, maar eigenlijk was het grootste probleem zijn mentale gesteldheid. Die labiele mentale gezondheid werd door zijn druggebruik nog eens uitvergroot. Voor de vele liveoptredens had dat zo zijn gevolgen. Zo ontstemde hij al spelend zijn gitaar. Gezien de experimentele aard van de muziek ontging dat het publiek, maar de band werd er erg nerveus van. Tijdens een optreden voor de Pat Boone-show staarde hij gedurende het interview wezenloos voor zich uit of gaf de meest vreemde antwoorden op vragen van journalisten. De tournees gingen weliswaar gewoon door, maar Barrett werd meer en meer een onberekenbare factor. Steeds vaker stonden er wel vier mensen op het podium, maar waren er slechts drie actief. Dat gebeurde zichtbaar als Barrett na het uitstappen uit het busje de andere kant op liep, onvindbaar was en bleef en pas na de show terugkeerde. Een actie die door de pers flink uitvergroot en steeds dikker aangezet werd was de keer dat Barrett Brylcreem (haargel) in zijn haar smeerde om zijn haar goed te krijgen. Dat spul werd onder invloed van de hete lampen langzaam vloeibaar en stroomde over zijn gezicht alsof dat van rubber was en smolt. Ideaal voor het roddelcircuit. Maar hoe dan ook, werken met Barrett was in deze periode erg moeizaam.

Inmiddels waren de opnames voor de tweede lp begonnen. Waters had ‘Set the Controls for the Heart of the Sun’ geschreven en Barrett een potentiële nieuwe hit: ‘Scream the last Scream’. Doel was een single met beide tracks, maar Scream voldeed niet en daarom werd Barretts ‘Vegetable Man’ opgenomen. Maar hij had nog een nummer: Jugband Blues. Bij dat nummer hoorde volgens Barrett een begeleidingspartij door een deel van het Leger des Heilsorkest. Eenmaal aanwezig vertelde hij de leden: ‘Doe maar wat je wil’. Richting geven was voor Barrett elke dag weer anders. Zo kwam hij ook met het plan Pink Floyd uit te breiden tot zes mangroep. Waters: ‘hij had het plan om twee vage types op te nemen, de een speelde banjo de ander saxofoon!’ Er was wederzijds onbegrip, maar Barrett bleek meer en meer alleen te staan in zijn visie. Remember a Day, een stuk van Rick Wright, was al opgenomen voor The Piper, maar was toen afgevallen. Het lag nog op de plank en met wat extra overdubben door Barrett op slidegitaar werd het geschikt gemaakt voor de nieuwe plaat. Tussendoor nam de band alweer een track op met het oog op een nieuwe single. Barrett vond dat prima, want bij een popgroep hoort een single, zo vond hij, als hij ze maar neit hoefde te herhalen, want dat was creatief dodend. De platenmaatschappij dacht er natuurlijk net zo over, maar de rest van de groep vond singles helemaal niet belangrijk. Een single zei niets over waar ze als groep voor stonden en bovendien kregen ze dat wat ze wel wilden zeggen allang niet meer in het stramien van de drie minuten singletijd. ‘Apples and Oranges’ moest het worden. Het werd met weinig enthousiasme gemaakt. Niet verwonderlijk is het gevolg: de plaat faalde jammerlijk indruk te maken op het poppubliek. In verband met een tournee door de Verenigde Staten werden de opnames tijdelijk stilgelegd.

In Amerika ging het van kwaad tot erger met Syd. Dat was de reden dat, met een nieuwe reeks studiodagen en een aantal concerten voor de deur, de band aan David Gilmour vroeg mee te werken. Gilmour is een oude schoolvriend van Barrett en had die indertijd nog wat gitaar leren spelen. ‘Come on Dave, give us your Hendrix’, riepen ze bij de auditie. Ja, er was een heuse auditie. Er is een hardnekkig gerucht dat de band ook Jeff Beck benaderd had. Maar hoe dat zit weet eigenlijk niemand. Hoe dan ook, Gilmour gaf hun zijn Hendrix en ook zijn Syd. Dat Kon daarna niet meer mis gaan natuurlijk. De korte tour in Engeland werd gedaan door een vijfkoppige Pink Floyd. Dat duurde iets meer dan één week. In die week had Barrett alleen maar rondjes gelopen op het podium. De frustratie ten aanzien van Barrett liep dan ook hoog op, in de bus, op weg naar een concert, vroeg het viertal zich af wat het nut zou zijn om Barrett eigenlijk op te halen, hij zou toch niets wezenlijks bijdragen. ‘Laat ook maar’, was het antwoord en dat was het eind van een live-spelende Barrett in Pink Floyd. Maar om hem zomaar aan de kant te schuiven ging ook te ver, daarom opperde de band het idee dat Barrett als vijfde lid gewoon bij de band zou blijven. Net als Brian Wilson deed bij The Beach Boys, dan kon hij thuisblijven en nieuwe composities schrijven. De situatie werd met Barrett besproken en die vond het prima. Alleen dat duurde bij hem zo lang als het duurde. In het huis waar hij toen woonde aangekomen, zei Barrett dat het afgelopen was met de band. Daarna is hij niet meer komen opdagen en was dus ook niet bij de nieuwe studiosessie.

De groep, nu met Gilmour op gitaar, nam ‘Let There Be More Light’, Corporal Clegg’, ‘See Saw en een track met de werktitel: ‘The Most Boring Song I’ve Ever Heard’ op. Prachtige titel, later werd het nummer bijgewerkt en herdoopt in ‘See Saw’. De stap naar een nieuwe gitarist leek dan eenvoudig, maar het publiek wilde Syd en niet die Gilmour. ‘De reacties waren behoorlijk negatief ‘ herinnerde Gilmour ‘bovendien moest ik alle tracks leren spelen in een nieuwe stijl en wennen aan de mensen in de band.’ Vreselijk was het concert in Middle Earth: ‘Syd kwam plotseling binnen en ging recht tegenover me staan en keek me het hele concert aan’. Ronduit gênant was een optreden voor een popprogramma voor de Belgische tv, waarin de band moest playbacken op hun ‘oude’ single; mét de stem van Barrett...

Na al het gedoe tijdens concerten was het tijd voor de derde studiosessie en werd ‘It Would Be So Nice’ en ‘Julia Dream’ opgenomen. Er werd in dit stadium nog wat gediscussieerd over wat er nu wel en niet op de plaat moest komen. De groep zonder Barrett was in eerste instantie richtingloos en moest nu beslissen wat ze wilde, welke richting op, welke muziek. Platenmaatschappij EMI zette de groep verder onder druk door te bepalen dat It Would Be So Nice de nieuwe single werd en dat Julia Dream de B-kant zou worden. Die vielen daarmee af. De al opgenomen Vegetable Man en Scream the Last Scream werden weggestemd als niet goed genoeg of niet passend. Nu kwamen ze nog twaalf minuten tekort. Praktisch ingesteld en bijna als architecten (daarvoor hadden Waters, Wright en Mason gestudeerd immers) werd er van alles wat er op dat moment aan materiaal lag een nummer ‘geconstrueerd’. Producer Norman Smith vond het helemaal niets een dergelijk lang nummer, maar de groep hield voet bij stuk. De aanpak leverde meteen een titel op: A Saucerful of Secrets. En dat werd uiteindelijk ook de titel van de plaat. Terugkijkend waren het dus een paar nieuwe tracks, een oude track van de sessie rondom de eerste plaat, één track met Barrett en een constructie van van alles en nog wat. De meeste tracks waren gecomponeerd door Waters, twee door Wright en één door de ‘nieuwe’ groep. Barrett is met zijn gitaar en stem nog wel aanwezig in de nummers die al in de eerste studiosessie eerder opgenomen waren. Je kunt met dit gegeven eigenlijk nauwelijks spreken van een nieuwe plaat, maar meer van een verzamelplaat. Dat Barrett aan het eind van kant twee stond met zijn Jugband Blues was toen misschien toeval, met de kennis van nu bijna bizar, want de track had nogal merkwaardige afsluitende zinnen: “What exactly is a dream and what exactly is a joke… ‘.

Voor de mensen die de plaat kochten was niet meteen duidelijk dat Barrett geen lid meer was en wie was die 'Gilmore' toch die als componist bij de titeltrack stond. Een klein foutje in zijn naam, dat pas deze eeuw hersteld is. Opvallend is nog steeds de prachtige hoes. EMI vond het goed dat de band een hoes liet ontwerpen. Een bijzondere eer, ze waren na The Beatles de tweede band die dat mocht doen. En ook nu zochten ze het in de vriendenkring; vroegen Storm Thorgerson een passende hoes te maken. Die fotografeerde, knipte en plakte samen met collega/vriend Aubrey ‘Po’ Powell een prachtige hoes en richtte meteen maar zijn eigen maatschappijtje op: Hipgnosis. De hoes heeft stukken cartoons, hemellichamen en een foto van de band met infraroodfilm (dit was erg in halverwege de jaren zestig). Opvallend is dat de titel van de plaat niet eens op de voorkant voorkomt en dat er met de lay-out van de naam van de groep creatief gespeeld is. Er kwam nog één plaat met een naam op de voorzijde (More) en daarna kwam er helemaal geen tekst of groepsnaam meer op de voorkanten van Pink Floyds platen; een gruwel voor de platenmaatschappij, een lust voor het oog van de fans. Thorgerson bleef tot zijn dood in 2013 een dierbare vriend en ontwerper van hoezen voor Pink Floyd. Op 29 juni 1968 werd de plaat uitgebracht, zowel in mono als in stereo. Het bord met geheimen klom langzaam omhoog tot negen in de Engelse lijst. In Amerika gebeurde er niets hitgevoeligs met de plaat, althans op dat moment. Later, als A Nice Pair, samengevoegd met The Piper in een nieuwe verpakking, kwam het setje tot de zesendertigste plek in de Billboard200.

A Saucerful of Secrets werd later het omslagpunt, een tweedeling zelfs in Floydfankamp, maar ook in het kampement van de muziekjournalistiek, die vaak toch conservatief zijn in hun opstelling. De mensen die Barrett adoreerden vonden A Saucerful verschrikkelijk, een afgang, gedoe, gefreak zonder richting en spraken lof over Jugband Blues. Het andere ‘kamp’ was op zijn minst opgelucht dat het gedaan was met de ‘kinderliedjes’ van Barrett en spraken lof over de nieuwe, experimentele en abstracte richting van Pink Floyd. Pink Floyd zelf had er toen geen mening over, de band gaf vroeger nooit interviews en liet zich naar de buitenwereld alleen zien als Pink Floyd, zonder de namen van de mensen erachter te gebruiken. Dat zou na de scheiding van Gilmour en Waters anders worden. In 2014 liet drummer Nick Mason weten dat A Saucerful of Secrets zijn favoriete Pink Floyd plaat was; hij zag het als een ‘cross-fade’ album. Mooi Gezegd. Voor mij is Ummagumma altijd mijn favoriet geweest en nog steeds, maar a Saucerful is een goede tweede. The Piper vond ik een bijzondere plaat, maar duidelijk gebonden aan een bepaalde tijd. Dat de groep live al veel verder was toen die plaat verscheen kwam daar niet op tot uitdrukking. Dat gold wel voor nummer twee, met de langere tracks waarop je lekker kon wegdromen en fantaseren. En Jugband Blues vond ik eigenlijk wel grappig, maar ik kon dat toen nauwelijks serieus nemen. Duidelijk was al wel dat Roger Waters de beste papieren had en de beste tracks schreef, maar ik was ook helemaal weg van de twee nummers van Richard Wright, die meer tegen klassiek en jazz lagen dan rock. Ook al deed de plaat het redelijk in eigen land, buiten Londen kwam de groep nauwelijks aan de bak: te extreem. Hetzelfde gebeurde met Soft Machine. Die laatste band ging daarom naar het vaste land en vond meer begrip bij de Fransen en Nederlanders. Pink Floyd zocht het aan de andere kant van de oceaan. Bijna meteen na de release vertrokken ze naar Amerika voor een tour van twee maanden. Die beviel zo goed dat ze er nog wat dagen aan vastplakten. Dat gaf de band vertrouwen en met dat vertrouwen keerden ze terug naar huis. Daar werden ze gevraagd voor radio en tv en een reeks concerten in Zweden, Nederland, Oostenrijk en Frankrijk. Het ging zo goed dat er voorzichtig sprake was van een nieuwe plaat, dat zou Ummagumma (oktober 1969) worden.

Achteraf hebben alle bandleden afzonderlijk spijt van hun gedrag ten aanzien van Barrett. Dat feit heeft lang op de band gedrukt. Waters en Gilmour hielpen Barrett bij zijn eerste soloplaat en Gilmour en Wright bij zijn tweede. Gilmour heeft altijd zorg gedragen voor Barrett's royalties en een oogje gehouden op diens inkomsten. Zeven jaar na Barrett's 'afscheid' kwam de band met met ‘Wish You Were Here’ (1975). De lange track, ‘Shine on You Crazy Diamond’ is een direct eerbetoon aan Barrett. Bizar was het feit dat tijdens de opnamen een kale man binnenkwam, vadsig, sjofeltjes. Het duurde even voordat ze doorhadden wie hier in de studio stond ‘My god it’s Syd’. Iedereen in shock en tranen. Al met al bijna een symbolisch bezoek. Met Barrett zelf ging het toch niet zo goed als de fans uit het ene kamp en de muziekrecensenten die zich daarbij hadden aangesloten hadden verwacht. Maar ondanks de inmiddels rijke geschiedenis van Pink Floyd is er nog steeds discussie over wat er van Pink Floyd geworden zou zijn mét Syd. Het antwoord zal nooit gegeven kunnen worden, maar ik denk niet dat Pink Floyd ooit zo groot was geworden mét hem. Soms moet je de geschiedenis gewoon loslaten; het is zoals het is (gegaan), oftewel: let there be more light!