Satanische Grijns

Merkwaardig genoeg waren er vroeger muziek-kampen; je was voor of tegen iets; er was geen fusion mogelijk. Neem The Beatles en The Rolling Stones, dat was het duidelijkst; je was voor de een of de andere en hing dan de conforme lifestyle aan. Lief versus stoer, met aandacht versus slordig, gekapt of wildgroei, melodieus versus rauw. Beide bands lieten niets na om het image te bevestigen. Dat de FAB-four op keverachtige wijze de studio bestierden klopte inderdaad met het tegenstrijdige beeld van de zwervers die half stoned een opname in elkaar flanste al dan niet ge/ont-sierd met de nodige fouten. Het leven zit vol (gedwongen) keuzes, ik koos dus voor de Stones, al draaide ik thuis net zo vrolijk The Beatles, maar ja, dat mocht je dan naar buiten toe niet laten merken. Ik had er toen al moeite mee, inmiddels maakt het geen moer meer uit en kunnen ze tegelijk zelfs. Dat beide groepen dat toen blijkbaar ook vonden werd voor de kampen maar een beetje geheim gehouden, dat zal straks blijken. Wat ik nog steeds wel vind, is dat de oude platen van die Stones, zeg de jaren zestig, het mooist en best zijn en nog veel meer. Er is er één die er een beetje buiten valt, maar toch tot mijn twee grote favorieten hoort:

Their Satanic Majesties Request; de psychedelische plaat van de Heren Stenen, niet een echte Stones plaat, een rommelige plaat met een slecht geluid en toch heeft die iets verzoekends. Ik heb wel een zwak voor dit soort gekke muziek, maar met een gedegen opleiding aan de FZ-Hogeschool voor Arts, Music & Freaks is dat weer niet zo heel vreemd. 1967 is het tover- of sprookjesjaar, een jaar van omwentelingen, van kleuren, van drugs, van alle grenzen overgaan, van vloeistofprojecties, van noem maar op; samengevat: vooral een jaar van verbeelding. The Beach Boys hadden hun Pet Sounds, The (iedereen had toen nog THE voor de naam) Pink Floyd hadden hun Piper at the Gates of Down, The Soft Machine had hun Volume One, the Beatles hadden hun Sgt. Pepper Loneley’s Heart Club Band, Zappa ging er natuurlijk lekker tegenin met zijn We’re Only in it for the Money en de Stones moesten natuurlijk ook meedoen met deze raga, ik bedoel rage. Al is die raga hier niet fout, want de Oosterse filosofieën werden net als de Oosterse muziek geslikt en gesnoven als drugs. Meeliften met de psychedelica was het devies in ‘sixtie-seven’. Brian Jones, de gitarist en wonderjongen van de Stones, was al onder invloed, maar ook van Marokkaanse muziek; de Glimmer Twins, Mick Jagger en Keith Richards, waren van de blues en bassist Bill Wyman en drummer Charlie Watts maakt het allemaal niet zo uit. Ondanks die verschillende attitudes droegen de Stones hun steentje bij in de fantasiewereld met hun eigen psychedelisch plaatje (uitgebracht 8 december 1967) en noemde het Their Satanic Majesties Request, gebaseerd op een zin uit het Britse paspoort: "Her Britannic Majesty requests and requires...".

Het was geen gemakkelijke plaat om te maken, de groep was bijna nooit compleet in de studio, omdat sommige leden of in de gevangenis zaten vanwege drugsgebruik of net voor de rechter stonden vanwege dat drugsgebruik. De studio leek vaker een open huis dan een werkplek, omdat er veel vriendinnen en vriend-musici rondliepen – iedereen hield van elkaar toen - en soms werden die dan ook nog gevraagd om even mee te spelen op Cosmic Christmas, de beoogde titel van de plaat. Zo was beatnik Allen Ginsberg in London om het gebruik van drugs te promoten. Mick Jagger, op bezoek bij Paul McCartney (die van die lieve Beatles dus), komt in Paul’s huis Ginsberg tegen en nodigt ze allebei maar uit om naar de studio te komen. McCartney brengt John Lennon mee en beide Beatles zingen en spelen uiteindelijk mee op de Stones sessie (al werd dat nergens vermeld) en zwaaide Ginsberg op de achtergrond met kralenkettingen mee. We Love You staat niet op de plaat, maar wordt drie maanden voor de lp uitgebracht als de nieuwe single. Om de zaken maar meteen duidelijk te maken, het nummer begint met geluiden uit de gevangenis… Het lijkt een regelrecht parodie op ‘All You Need is Love’, van de Beatles, maar bezingt toch ook het hippie-achtige feit dat ‘ook al worden opgesloten we toch van je houden’; het is nog steeds The Summer of Love tenslotte.

Wyman die het allemaal niets vond schreef ondertussen maar een eigen liedje dat hij het allemaal niets vond en iedereen plotseling ‘in aan ander land’ (In Another Land) leek. In de studio werd veel gerommeld met tapes, met andere – nieuwe – instrumenten als de Mellotron, met geluiden, met andere arrangementen (afkomstig van Led Zeppelin’s bassist John Paul Jones).Daardoor kwam er weinig echt van de grond; één maand voor de releasedatum was er nog helemaal niets af. Producer Andrew Loog Oldham vond het net als Wyman helemaal niets en had het wel gehoord en gezien ook. Nu zat de band zonder producer en moesten ze het een heel korte tijd zelf opknappen. Dat lukte niet helemaal goed, want het geluid van de plaat is mager, er staan veel fouten op, maar ach, dat past dan wel weer in het stenen beeld. Met de dode lijn in zicht werd in sneltreinvaart van alles geknipt en geplakt zodat er toch een album ontstond. Richards was er behoorlijk druk mee (dat is te horen op de 12cd boxset(!) die - illegaal - uitgegeven is van alle opnamesessies); hij was degene die noodgedwongen in zijn eentje het album droeg, vaak in samenwerking met Jones en vaste pianist Nicky Hopkins. De rest was of te stoned of afwezig of niet geïnteresseerd. Dat Wyman het niets vond was al duidelijk, maar ook Richards bleek uiteindelijk niet heel tevreden: "The album was a load of crap, but there are some good songs on it: 2000 Light Years from Home, Citadel and She's a Rainbow.”

Veel opnames kregen voor de release nog gauw een andere naam. De door Richards gewaardeerde 2000 Light Years from Home heette eerst Toffee Apple, She’s a Rainbow was eerst Flowers in your Bonnet; In Another land was Acid in the Grass; 2000 Man was I Want People to Know; The Lantern was Fly My Kite en On with the Show was Surprise Me. Surprises genoeg in ieder geval. De oude naam Cosmic Christmas is met deze hernoemingen natuurlijk ook verloren gegaan, maar een deeltje van de gelijknamige track is verstopt in Sing This All Together (See What Happens); het gaat om vijfendertig seconden, dus je moet goed luisteren! Verder hoor je naast de vijf Stones de eerder genoemde Nicky Hopkins (piano), Ronnie Lane (Zang), Steve Marriot (gitaar en zang), Anita Pallenberg (de vriendin van Richards – zang), Lennon & McCartney (zang), Eddie Kramer (drums) en daarbij ook nog een snurkende Wyman (In Another Land) en een kettingzwaaiende Ginsberg.

Om een bijzondere plaat moet een bijzondere hoes; wel een beetje psychedelisch liefst, want dat is zoals het ‘moest’ – toen! Het voorstel –de Stones waren nooit vies van een licht shockerende hoes - om een naakte Jagger, hangend aan een kruis, op de voorzijde te plaatsen, werd door de platenmaatschappij afgedaan als ‘smakeloos’ en dus verboden. Uiteindelijk werd het een hoes met (letterlijk) vele gezichten. Op de voorzijde een foto in dure 3D-versie. Als je de hoes wat beweegt, ‘beweegt’ het hele beeld mee en veranderen de hoofden, behalve die van Jagger. Als je goed kijkt zie je op de collage-achtige foto van Michael Kooper ook de vier hoofden van The Beatles, een reactie op de hoes van Sgt. Pepper waarop een pop staat met opdruk “Welcome the Rolling Stones”. En wij ons maar druk maken in de diverse kampen. Latere hoezen hebben niet meer de 3D-foto, omdat dat veel te duur was en nog weer later kon het niet meer, want de originelen waren vernietigd (?). Vraag maar niets meer. Er zijn herpersingen, zowel op lp als cd, met een namaak 3D-print op de hoes, maar die zijn zowel minder goed als zeldzaam. De achterzijde, ontworpen door Tony Meevilwiffen (klinkt als een pseudoniem), bestaat uit een schilderij van de verschillende elementen: aarde, water, vuur en lucht. De binnenzijde, van de klaphoes natuurlijk, was een grote collage (die waren erg ‘in’ in die periode) van Cooper, die bestond onder andere uit een niet oplosbare doolhof (It’s Here); figuren van schilderijen Davinci en Ingres, mandala’s, een wereldstad, 1001-nacht, kaarten, bloemen, astronomie (ook ‘in’) en bijbehorende planeten. Er is lekker veel te bekijken en steeds zie je weer wat nieuws.

Na uitkomen van de plaat gebeurt er van alles. Eerst lopen de verkopen als een kosmische reis, nummer drie in de Engelse hitlijst, nummer twee in die van de Verenigde Staten, komt de plaat in Zuid-Afrika en de Filipijnen uit als The Stones Are Rolling, de toevoeging ‘satanic’ kon daar niet. Maar dan barst de kritiek los en wordt de plaat afgedaan als een zwak aftreksel van de half jaar eerder verschenen Sgt. Pepper en wordt er gemopperd op de productie ervan. De Stones keren snel terug naar hun eigen stijl met een prachtige nieuwe plaat – Beggar’s Banquet (nummer één op mijn Stones-lijstje)- en beschouwen dit als een eens-maar-nooit-weer-uitstapje; alleen 2000 Light Years from Home en We Love You zijn wel eens live gespeeld. De plaat begint met het verzoek tot samenzang – Sing this all Together, veel blazersarrangementen, percussie, een sitar-achtige gitaarsolo en allerlei geluiden. De sfeer is neergezet. Citadel is behoorlijk coherent, heeft een opmerkelijk duidelijke gitaarriff en is ondanks de piepjes een echte ‘song’. Klavecimbel en mellotron bepalen het geluid van In Another Land, dat gezongen wordt in een winderige setting met ietwat vervormde stem; Bill snurkt het liedje uit. 2000 Man is bijna een gewoon Stones-nummer, inclusief akoestische- en elektrische gitaren. Opnieuw mogen we meezingen in het langste nummer van de plaat om te kijken wat er u weer gebeurt. Het is een grote collage van klanken, geluiden, fluitjes, sitarachtige gitaren, zucht en blaas geluiden en Oosterse drumpatronen; aan het eind komt een zweverige Jagger uit de echoput. Dan mogen de generatoren aan en maken we een tijdsprong naar de Bazaar. She’s Like a Rainbow is een mooi liedje zonder veel flauwekul, maar wel met veel, maar weinig psychedelische, violen. The Lantern lijkt afkomstig uit Pink Floyd’s-Space world, maar blijk bijna een jazzy nummer met mooie blaasarrangementen. Gomper woont in India, want dat vertellen de tabla’s en sitargitaren. Na een rustig begin slaat iedereen op hol, trance-time, far-out man en daarmee komen we op tweeduizend lichtjaar van thuis. De piano echoot uit de ruimte dan schiet de mellotron nog verder. A Space Odyssey met Major Tom, maar wel erg eenzaam. Schitterend nummer ook weer. Gelukkig zijn we net op tijd voor de show en mogen we zo lang blijven als we willen, On with the Show, met vervormde stem eindigt met een Caraïbisch tintje en tingeltangelpiano. Einde trip, welkom op aarde en voor de zoveelste keer heb ik me opnieuw en met satanisch genoegen in deze Stones vreemde, zintuigelijke muziek ondergedompeld en af en toe met het hoesje bewogen… waarom doen we dit niet allemaal samen….