Rust, Contemplatie en Devotie

Een kathedraal is een plek voor rust, contemplatie en devotie. Door de grootte ervan voel je je nietig en dat is natuurlijk precies de bedoeling. Het lijkt een onwaarschijnlijke plek voor een concert, maar toch is dat precies wat er 13 december 1974 gebeurde. Assaad Debs en Gérard Drouot konden de kathedraal van Reims voor ‘slechts’ vierduizend Franse francs afhuren. Een koopje vergeleken bij gerenommeerde concertzalen. Het duo boekte twee ‘populaire’ acts: Nico met John Cale en Brian Eno en Tangerine Dream. Uiteindelijk kwamen Cale en Eno niet en stond Nico er alleen voor. Het programma bestond uit een set van Tangerine Dream, gevolgd door een van Nico en als derde en laatste opnieuw een set van de Mandarijnen Droom. De kathedraal bood plaats aan zo’n drieduizend bezoekers; er kwamen er zeker zesduizend. Vijfhonderd bleken achteraf van de pers te zijn; die mochten ook vooraan zitten. De rest, eigenlijk teveel, lag op de grond, zat op stoelen en hing wat rond. Het was koud die avond en mensen zochten warmte bij elkaar; er werd gevreeën, gedronken, gesnoven, gerookt en bovendien gepist in de zijbeuken. Het concert bleek grandioos en een ommekeer voor met name Tangerine Dream. Nico deed haar eigen ding sowieso toch wel en daar hield je van of niet. De Droom bracht sfeervolle, wegdroommuziek al dan niet voorzien van slome sequenties. Er was een lange weg aan vooraf gegaan.

Edgard Froese werd geboren in Litouwen (1944), maar kwam terecht in het Berlijn van na de Tweede Wereldoorlog. Hij volgde een opleiding in kunst en beeldhouwen. Met zijn vrije geest bezocht hij concerten van onder andere Karlheinz Stockhausen, Luciano Berio en John Cage. Froese’s muzikale aanleg werd geprikkeld en hij zocht naar meer muziek. Dat bleek lastig, want Berlijn was toen een soort enclave in Oost-Duitsland. Radicaal anders was het geluid van The Rolling Stones, precies dat rauwe dat Froese zocht. Met The Ones kwam Froese terecht in Cadaques, Spanje om daar in de zomer de dan populaire rock/pop-nummers te spelen. Door een toeval ontmoet hij Salvador Dali die hun vraagt in zijn villa te komen spelen. De vrije geest van Dali ontsteekt het vrije vuur van Froese; daar had hij ontdekt dat ‘alles’ kon. Terug in Berlijn hoort Froese muziek van Zappa en zijn Mothers, Grateful Dead, Velvet Underground, Jefferson Airplane. Daar kon hij wat mee en hij begon een nieuwe band: Minus Plus. De band bestond uit drummer Lanse Hapshash (die noemde zichzelf naar het Britse Hapshash and the coloured Coat– die van de psychedelische posters), bassist Kurt Kerkenberg en fluitist, violist Volker Hombach. De naam van de free-rock-group werd al snel veranderd in Tangerine Dream. Het eerste optreden was in januari 1968 in het Zodiac Arts Lab; een plek waar Hans-Joachim Roedelius en Conrad Schnitzler hun vrije geluiden lieten horen. In het gebouw waren de kamers respectievelijk zwart of wit geschilderd. Dat waren nog eens tijden. De band kreeg een soort cultstatus bij de Berlijnse jeugd én kunstenaars, zoals Joseph Beuys. De groep trad ook op in Londen en op de Essener Sontage, naast Amon Düül en Frank Zappa. De meeste concerten waren één grote chaos, het was vooral rockgeluid met happenings, waarbij de laatste meest prominent was. Toch was dit niet wat Froese zocht, hij wilde iets meer omvattend, kunst mét muziek als één groot kunstwerk.

Ondertussen werd Berlijn opgeschrikt door een jonge drummer, Klaus Schulze (1947) met zijn trio Psy-Free. Schulze die psychologie en experimentele compositie studeerde had zich helemaal in de elektronische muziek gestort en maakte zijn eigen tape-composities. Voor Froese was het duidelijk: hij belde Schulze en daarna oude bekende Schnitzler (1937) om samen muziek te gaan maken. Dit trio maakte uiteindelijk Tangerine Dream’s eerste plaat: Electronic Meditation; een soort kruising tussen Pink Floyd en geluidsexperimenten met normale muziekinstrumenten; weinig elektronisch of meditatief. De plaat werd uitgebracht door Rolf-Ulrich Kaiser op diens ‘Ohr-label’; in feite een sub-label van Philips. Philips zocht, net als elk label toen, naar mogelijkheden iets van de nieuwe, jonge generatie mee te krijgen en natuurlijk te kunnen verkopen en Ulrich kon daar wel iets mee. Schulze ging ook binnen Tangerine Dream door met tape-en geluidsexperimenten en dat bracht Froese zowat aan de kook van woede. Het was iets te extreem voor hem. Vreemd, achteraf, want Froese was immers ook op zoek naar die vrijheid, maar blijkbaar was Schulze’s visie een stap te ver voor de meer rock-gerichte Froese. Schulze verliet de band dan ook, kwam als drummer terecht bij Ash Ra Tempel en startte daarna zijn eigen, zeer succesvolle, solocarrière.

Froese vond al heel snel een vervanger, de zestienjarige Christopher Franke (1953). Franke hield van jazz, speelde viool, trompet, piano en slagwerk. Franke speelde in Agitation Free; een band nu die wordt gezien als een van de betere rockbands uit die tijd. Met de komst van Franke vreesde Schnitzler voor een wat conservatievere aanpak en verliet de band ook om samen met Dieter Moebius en de eerder genoemde Roedelius een nieuwe groep te beginnen: Cluster (of Kluster). Cluster zocht het in de ritmeloze en bijna repetitieve muziek. Rolf-Ulrich Kaiser kende organist Steve Schroyder en stuurde aan op een plek voor hem in Tangerine Dream; dat lukte. Franke had ondertussen in Londen een VCS3 synthesizer gezien en gehoord én gekocht. Hij had niet genoeg geld om die naar Duitsland te krijgen en smokkelde het instrument het land in. Met de VCS3 en een reeks Farfisa-orgels (de band had een dealtje met Farfisa gemaakt) werd gewerkt aan een nieuwe plaat: Alpha Centauri. Schroyder was zich daar niet heel bewust van, hij was meer en meer in de ban van allerlei drugs. Schroyder zou dan ook snel de groep moeten verlaten. Franke zorgde er echter wel voor dat de band enorme stappen vooruit maakte, met zijn klassieke achtergrond bracht hij Froese in aanraking met Milton Babbit en Györgi Lygeti. De relatie Franke-Froese was eigenlijk een vreemde, in de twintig jaar dat ze samenwerkten bracht Franke slechts één keer een bezoek bij Froese thuis. Laten we het een gezonde werkrelatie noemen. Terwijl Froese bijkwam van Liget bezocht Franke een cursus ‘modern theater in combinatie met moderne muziek’ in Nancy, Frankrijk. Daar leerde hij muziek presenteren en dat bleek een gouden greep voor Tangerine Dream. Tijdens een andere actie ontmoette Franke Peter Baumann (1953). Baumann speelde orgel in een band, the Ants. Op verzoek van Franke ging Froese naar een concert en een nieuwe samenstelling van Tangerine Dream was geboren. Exit Ants.

Met Baumann begon de opnames voor een derde plaat: Zeit. Op ‘Zeit’ worden de nummers langer, maar worden er nog steeds conventionele instrumenten gebruikt. Schroyder heeft een mini-inbreng, maar verlaat al gauw weer de studio en verdwijnt voor lange tijd. Belangrijker is de samenwerking met Florian Fricke. Deze rijkeluiszoon heeft een eigen Moog Synthesizer gekocht en gebruikt het instrument op deze plaat. Franke kijkt met argusogen toe en is helemaal in de ban van de Moog. Op die van Fricke kon hij niet oefenen, maar hij zat vervolgens twee jaar lang zowat elke nacht in Hansa’s Studio in Berlijn waar er ook een stond; overgekocht van The Rolling Stones, die er niets mee konden. Daar ontdekte hij ook ritme-sequenties en dat kon hij later heel goed gebruiken in Tangerine Dream. Froese had zijn oor en oog laten vallen op een ander ‘nieuw’ instrument, de Mellotron. Die gebruikt hij dan ook veel op de vierde plaat: Atem. Franke speelt op die plaat nog steeds drums en percussie, maar met zijn ontdekking van de mogelijkheden van de Moog was dat de laatste keer. Atem werd door John Peel gekozen tot plaat van het jaar en dat opende een nieuwe markt voor Tangerine Dream: Engeland. Er werden nog meer mogelijkheden geopend. Door de verkopen kon Franke het zich permitteren een mini-Moog en nog een VCS3 te kopen, net als de Italiaanse PRX2, een soort drumcomputer avant-la-lettre met maar liefst 128 knipperende lampjes.

Tijd voor een nieuw plaat, maar de vrije Baumann, die regelmatig de groep verliet voor zijn eigen uitstapjes, zat in Nepal. Froese en Franke maakten daarom in Berlijn alvast een begin, maar de opnames bleven liggen tot 1986. In dat jaar werden ze teruggevonden en bewerkt tot Green Desert. Froese had al langere tijd ruzie met Kaiser om diens verkooptechnieken. Kaiser verkocht Tangerine Dream als ‘kosmische muziek’ en dat was tegen het gevoelige been van Froese. Bij het verlengen van het contract wierp Froese dat Kaiser voor de voeten en dat was het einde van de samenwerking. In Engeland stond Richard Branson al bijna ongeduldig te wachten. Branson had net zijn Virgin Records gestart met artiesten als Mike Oldield, Gong en Henry Cow. John Peel’s keus voor de experimentele Duitse groep, die daardoor dus heel goed verkocht, paste natuurlijk perfect in Branson’s toko. Branson bood de band meteen een vijfjarig contract aan én een goede studio én een goed voorschot. Nu kan Franke zijn eigen Moog-modular systeem kopen.

Na terugkeer van Baumann werd in 1973 het eerste album voor Virgin opgenomen: Phaedra. Het was het begin van wellicht de meest succesvolle periode voor Tangerine Dream. Het album kwam terecht op nummer twaalf in Engeland, maar verkocht in Duitsland slechts zo’n zesduizend stuks. Met het succes van Phaedra ‘the most promising band in the world’ in het in hun zak én met een operationele Moog begon de band een tournee door Europe en kwam zo terecht in Reims. De Dream had, door alle inzet van Franke, hun eigen, nieuwe geluid ontwikkeld. Behalve de gitaar van Froese maakte de band nu alleen nog gebruik van toetsen, synthesizers en de Moog, al dan niet als sequenser. Franke had, na zijn cursus in Nancy, de podium-presentie goed voor elkaar: de groep speelde in het donker, op één blauwe lamp, in het midden van het podium, na. Dat zorgde ervoor dat de luisteraars werden gedwongen goed te luisteren, er was immers nauwelijks iets te zien.

Het concert in Reims werd legendarisch door de reacties van met name pers en de kerk. De krantenkoppen stonden bol van de sensatie: ‘kathedraal bevuilt door rock’; ‘kathedraal gehuld in pot’ en meer van dat moois. De kerk moest schoongemaakt en opnieuw gewijd worden, zo vond het Vaticaan. Bovendien werd de kathedraal, evenals alle andere kathedralen, niet meer opengesteld voor concert-doeleinden. De hoofdpriester van de kathedraal, Charles Philiponat, vond het allemaal sterk overdreven: ‘ik hielp met het schoonmaken. We vonden drie of vier flessen wijn en de rest was fruitsap. Na een paasweekeinde is de kathedraal veel smeriger!”. Hoe dan ook, de naam van de band was gevestigd. Merkwaardig genoeg zijn er toen geen opnamen gemaakt van het concert. Er circuleren al jaren bootlegs, maar nu is daar waarschijnlijk een eind aan gekomen. In een soort Zappa-achtige actie ‘beat the boots’ brengt Tangerine Dream nu zelf, via het Engelse label Reactive/Esoteric, ‘The Official bootleg Series’ uit. Het eerst doosje bevat niet heel verrassend het concert uit Reims, aangevuld met een uit Mannheim (1976). Het Reims-concert is samengesteld uit de beste illegale opnamen en tot optimaal luistergenot bewerkt. De eerste set heeft echt nog het dromerige, meditatieve geluid van de oude Tangerine Dream, laat je fantasie de vrije loop, bij de tweede set zet Franke voorzichtig en zacht de Moog sequenties in: Tangerine Dream in 1974 in optima forma. Bij het Mannheim-concert is hij al veel verder met het apparaat en vliegen de ritmische trappen je om de oren. Met terugwerkende kracht kan ik nu constateren dat de kathedraal van Reims precies de goede plek was voor de groep; een plek voor rust, toewijding, bezinning en lekker dromen, maar dan wel volgens de norm van de mandarijn.