Psychedelische Boemerang

Psychedelische muziek, ik ben er groot mee geworden en heb er altijd van genoten. Mijn voordeel is dat ik gunstig geboren ben en de muziek van heel dichtbij mee kon maken. Dat je daarvoor verder geen hulpmiddelen nodig had behalve open oren ontging menigeen, maar tot op de dag van vandaag luister ik het liefst puur. Hoogtepunt van de psychedelica was natuurlijk in tweede helft van de jaren zestig, daarna spatte de droom uiteen in landde in de harde realiteit van oorlog, moord en doodslag. In mijn, en ieders, leven gebeuren dingen in cycli – zo komen na een korte of lange periode terug.

Nauwelijks tot mijn verbazing trof ik bij het muziekblad Mojo van maart 2013 een bonus-cd aan: Echoes. Die refereerde daarmee in zowel naam als uitvoering direct aan de gelijknamige plaat van Pink Floyd, maar de muziek die erop staat is toch wel heel erg 2013, maar dan wel met een behoorlijk psychedelische gehalte. De eerste track was meteen een binnenkomer van jewelste: Mind Mischief van Tame Impala. Kippenvel, rillingen, adrenaline; ik werd er helemaal hyper van, vooral omdat ik het idee had net als in mijn jeugdjaren bovenop iets nieuws te zitten, iets dat leeft, broeit, groeit; iets dat nog weinigen kennen, maar groot kan worden. Dagenlang spookte het nummer door mijn hoofd, de rest van de cd, ook niet mis, viel in het niet bij dat eerste nummer.

Tame Impala komt uit Perth, Australië; niet bepaald naast de deur, maar een ideaal broedplaats voor afwijkende muziek. De groep is eigenlijk het project van één man, Kevin Parker. Ik denk hierbij meteen aan Jacco Gardner, als Nederlandse equivalent. Psychedelica Rules! Niet afdwalen. Kevin Parker (1986) is geboren in Sydney, zijn vader komt uit Zimbabwe, zijn moeder uit Zuid-Afrika. Vader is weg van The Shadows en speelde Hank Marvin’s gitaarpartijen na. Al snel mocht hij zijn vader begeleiden, ook op gitaar natuurlijk. Omdat zijn vader in een coverband speelde, kreeg Parker veel nummers te leren, zijn vader oefende eigenlijk alles met hem, van bands als Beach Boys, Beatles tot Supertramp. Parker zong ook graag, het liefst als zijn moeder met de stofzuiger aan de gang was. Rond zijn elfde stapt Parker even over op het instrument van zijn broer, drums. Als hij die onder de knie heeft neemt hij alles op en dubt er zijn gitaarpartijen bij. Huiswerk werd niet meer gemaakt, elke avond en nacht zit Parker in de garage, die inmiddels tot een soort van ministudio was verbouwd. Van vader kreeg hij een 8-track recorder, waarmee nog meer mogelijk was. Zo nam hij eerst drums op, speelde die af met behulp van een tapedeck en voegde er vervolgens bas, keyboards en gitaarpartijen bij. Op school, tijdens de muziekles, ontmoet Parker Dominic Simper. Het klikt muzikaal meteen en het tweetal leert covers van bands als Rage Against the Machine en Korn te spelen.

Nog voor zijn twintigste ontdekt Parker de psychedelische groepen als Cream en Jefferson Airplane en is helemaal weg van de sound van die tijd. Parker koppelt dat aan zijn liefde voor de vocalen van de The Beatles en legt daarmee al de basis van zijn latere band. In eerste instantie neemt hij na zijn middelbare school en baan aan als klerk bij een rechtbank, zodat hij bij dat saaie werk nieuwe songs kan bedenken. Maar als vader waarschuwt dat muziek alleen leuk is als hobby en de glans verliest als het werk wordt, besluit hij toch maar naar de universiteit te gaan. Hij studeert er techniek, maar vindt dat saai, dus wisselt hij naar Astronomie. De muziek blijft constant knagen en zeuren en vragen, Op weg naar zijn laatste examen in 2008 krijgt hij een telefonisch aanbod om te tekenen voor Modular Records. Hij keert de auto en rijdt naar huis, op weg naar zijn echte passie. Het aanbod kwam niet helemaal als verrassing. In 2005 heeft Parker zijn eerste band, The Dee Dee Dums. Hij speelt alles zelf, behalve drums, dat laat hij over aan Luke Epstein. Epstein wordt opgevolgd door Sam Davenport en de band wint in dat jaar de National Campus Band Competition. Nog later hernoemt Parker de band in Tame Impala (naar de kleine antilope), stapt Davenport op om plaats te maken voor Jay Watson en wordt de groep uitgebreid met een tweede gitarist: Dominic Simper, de oude schoolvriend.

Dit trio maakt Tame Impala, een verlengde single met vijf tracks. De door Parker geschilderde hoes zorgt voor wat verwarring door de namen Antares, Mira en Sun, niet de titel van het plaatje, maar een astronomische interpretatie. De EP – zo heet dat – stijgt snel naar de eerste plek van de Australian Independent Record Labels (AIR) Chart. Ook wordt het veel gedraaid op Australisch alternatieve nationaal radiostation Triple J. Tournees laten een andere groepssamenstelling zien: Watson (eerst drums, later synthesizers, gitaar en achtergrondvocalen), Simper (eerst bas, later gitaar en synthesizer), Julien Barbagallo (later drums) en tot 2013 Nick Allbrook (gitaar, bas). De groep gaat door het hele land, maar gaat ook naar Engeland voor een vijfdaagse concertserie. Een eerste single wordt daarom opgenomen in London: Sundown Syndrome (2009). Het nummer komt bijna meteen terecht in de Oscar genomineerde film The Kids Are Allright. Een track van de EP, Half Full Glass of Wine, wordt het slotnummer voor de TV hit-serie Entourage. Tame Impala heeft met haar kruising tussen jaren zestig psychedelica en hedendaagse rock toevoegingen blijkbaar iets losgemaakt.

Innerspeaker (2010) wordt de eerste volwaardige lp/cd. Daarna is het op stap in eigen land, Europa, Amerika en Canada; waarbij de meeste shows uitverkocht zijn. Niet heel vreemd dat ze prijs na prijs ontvangen: ‘album of the year, best rock album, best group. Best breakthrough artist. Als gewaardeerd extra ontvangen ze de prestigieuze J-Award voor Album of the Year, de hoogste prijs van Triple J.


Via Facebook wordt een nieuwe cd aangekondigd: Lonerism, met de bedoeling die in maart 2012 uit te brengen. De plaat was eigenlijk al bijna klaar voor de vorige uit was. Maart wordt uiteindelijk oktober. Parker: “Lonerism "represents a departure from my previous work by incorporating an expanded sonic palette, more emotional song writing, and a more pronounced narrative perspective." Het grootste deel van Lonerism is opgenomen door Parker alleen, gewoon bij hem thuis in Perth; andere delen zijn toegevoegd in een studio in Frankrijk. De foto op de voorkant maakte hij tijdens een wandeling zelf in Jardin du Luxembourg. Een mooie hoes als het gaat om het langs elkaar heen leven, het thema van de plaat. Ook voor de tweede plaat ontvangt de groep the J-Award, daarmee is het de eerste band die die prijs twee keer ontvangt en daarbij ook nog voor elke plaat tot dan gemaakt (maar dat is met twee platen, twee prijzen een makkie). Het blad Rolling Stone, afdeling Australië, deelt een award uit voor Best Album of the Year (ook voor de tweede keer) en eenzelfde award valt hun ten deel bij NME. Dat betekent opnieuw op tournee, dit keer een wereldwijde. Het nummer Elephant van Lonerism wordt ook sluitstuk, nu voor de HBO serie Girls.

Mei 2013 kondigt Allbrook via Facebook aan dat hij de band gaat verlaten; zijn laatste concert zal hij spelen op dezelfde plek als zijn eerste; Perth’s Belvoir Amphitheatre. Vervanger wordt Cam Avery. Tame Impala, Parker dus, maakt sfeervolle, dromerige muziek. Muziek die bestaat uit vele laagjes waarin van alles en nog wat te ontdekken is. Sommigen vinden dat juist teveel, maar net als bij de originele psychedelische muziek gebeurt er van alles tegelijk. De basis bestaat uit melodie en experimenten. Melodieën, afgeleid van Beatles, maar ook van Britney Spears en Kylie Minogue (Parker heeft er een zwak voor), gecombineerd met elektronische muziek en het gebruik van een scala aan effectpedalen. Uiteindelijk wordt het een organisme dat leeft en beweegt; muziek kan versnellen of juist vertragen; alles is mogelijk. Nadat Parker het in de studio ingespeeld heeft wordt de muziek omgezet naar de live-band. Door de organische structuur is ook dan alles mogelijk. Tame Impala maakt daarmee boeiende muziek, nieuw, opwindend, maar tegelijkertijd bekend en vertrouwd. Daarmee is Tame Impala een boemerang uit het heden naar het verleden.