Produced by:

https://keyassets.timeincuk.net/inspirewp/live/wp-content/uploads/sites/28/2013/03/connyplank040313w.jpg
Made in Germany. Dat stond in mijn jeugdjaren op heel veel producten in het huishouden. Het stond minstens net zo vaak op speelgoed. Ondanks de onlangs voorbije oorlog wist men dat het dan goed spul was. Vreemd eigenlijk. Duidelijk was in ieder geval dat Duitsland het gedegen aanpakte met de opbouw van de nieuwe industrieën.

Vele jaren later wist ik dat een klein deel van de muziek ‘made in Germany’ van een hoog gehalte was. De Engelsen noemde het al dan niet spottend of liefdevol ‘Krautrock’. Rock van de ‘Krauts’'; een bijnaam die de Duitsers hadden overgehouden aan die afgelopen oorlog.

Menig gekruid plaatje was in mijn platenkast beland en steeds vaker keek ik naar wat er achter de dubbele punt onder het kopje producer stond. In bijna alle gevallen stond daar steeds dezelfde naam: Conny, Konrad, Plank. Ik wist al snel, net als bij het speelgoed vroeger, als die naam er staat, dan is het goed!

Plank was, zoals sommigen hem noemden, een visionair; iemand met een auditief beeld van hoe muziek moest klinken. Hij leefde voor geluid en was daar ongeveer vierentwintig uur per dag mee bezig. Plank had zo zijn eigen ideeën over hoe het allemaal moest, stelde hoge eisen, werkte het liefst alleen en schroomde niet muzikanten te weigeren waarvan hij dacht dat zo niet openstonden voor zijn visie of manier van werken. Zo weigerde hij bijvoorbeeld de samenwerking met U2, omdat Bono, de zanger, hem niet aanstond.

Konrad ‘Conny’ Plank (1940-1987) is geboren in Hütschenhausen. Dat is halverwege Mannheim en Saarbrücken. Plank raakte al jong gefascineerd door geluid en later door de mogelijkheden van elektronica en elektronische muziek om ‘soundscapes’ te maken. Daarnaast gebruikte hij alles wat onder zijn handen kwam als ‘muziekinstrument’. Zo zijn metalen vaten heel geschikt als percussie-instrument. Plank gebruikte standaard muziekinstrumenten naast de door hem ‘gevonden’ geluiden en creëerde daarmee een heel eigen geluidsspectrum.

Na een technische opleiding kan Plank aan de slag (1963) als geluidstechnicus in de Keulse studio van de Westdeutscher Rundfunk (WDR). Daar doet hij zijn basiskennis op. Na enige tijd stapt hij over naar Rhenus-Studio, ook in Keulen. Daar wordt hij geluidstechnicus en assistent producer. Een van zijn eerste ‘klanten’ is Marlène Dietrich. Maar hij werkt er ook met Duke Ellington (1970) en Karlheinz Stockhausen. Voor Ellington was het een kans om ‘even wat werk op te nemen en te bewaren voor later’. Voor Plank was het een kans om een van zijn geliefde orkesten zo te laten klinken als hij het in zijn hoofd had. De opnames zijn na Plank’s overlijden door diens vrouw alsnog uitgebracht en voor veel kenners is het een ‘ear-opener’.

Parallel aan het werk in Rhenus Studio biedt Plank zich als freelance producer aan op de Duitse muziekmarkt. Hij produceert albums als Tone Float – eigenlijk het allereerste Kraftwerk album en daarna ook Kraftwerk’s eerste plaat: Kraftwerk, evenals de twee eerste Kluster (toen nog met ‘K’) platen: ‘Klopfzeichen en Zwei Osterei’ In zekere zin was Plank het derde Kluster-lid. Samen met Dieter Moebius en Hans-Joachim Roedelius zocht hij naar nieuwe klanken of nieuwe manieren om bestaand geluid te benaderen. Een behoorlijk creatief proces voor iedereen. Daarbij steunde hij de band vooral in hun zoektocht; hij gaf aan welke potentie hij zag of hoorde. Dat was ook zijn sterkte punt; van elke band of solist die bij hem kwam kon hij aangeven wat die artiest of groep bijzonder maakte. Vaak wisten ze het zelf niet eens, totdat hij het benoemde: “Everybody earns the sound they end up with.” Hij was, volgens zichzelf, ‘het medium tussen muzikanten, geluid en de audiotape’. Die kracht uitbouwen leverde hem veel succes op, niet alleen met Duitse bands, maar ook internationaal.

Plank: “The job of the producer – beyond the technological aspect – is, as I understand it, to create an atmosphere that is completely free of fear and reservation, to find that utterly naïve moment of ‘innocence’ and to hit the button at just the right time to capture it. That’s it. Everything else can be learned and is mere craft.“ (1982, Musikexpress)

https://1.bp.blogspot.com/-1VtxLGuEqxg/VyiSC7SeEVI/AAAAAAAAlM8/MmiA9kEe_LQYR_MLFGFlcrV6xX9vGqLAgCLcB/s1600/CP-studio.jpgIn 1974 bouwde hij zijn eigen studio in Wolperath, zo’n 34 kilometer van Keulen verwijderd. De studio had een groot raam met zicht op de landelijke omgeving. “It was brilliant, and so relaxed. We lived there. It was like our home. It was great, the place had a very creative atmosphere,” aldus Midge Ure (Ultravox); een van Planks terugkerende ‘klanten’.
De studio was gehuisvest in een oude varkensschuur, maar wel uitgerust met de allernieuwste hightech spullen, en net zo vaak met zelf gebouwde elementen. Zijn mixtafel had hij zelf ontworpen en laten bouwen. In de tijd dat Brian Eno met Cluster – nu met c - ging werken was die behoorlijk onder indruk van de technische aspecten van Plant en noemde hem dan ook een ‘geluidsuitvinder’. Een van de zaken die Eno waren opgevallen was dat Plank een camera boven het ‘mixing board’ had hangen. Die camera nam niet alleen alle schuifmeterstanden op, maar kon ze ook projecteren. Daardoor was het mogelijk terug te gaan naar een vorige of oude of betere mixstand. Geniaal bedacht toch?

Volgens Michael Rother (Kraftwerk, Neu!) was er niemand in de muziekscene die zo op zoek was naar de geluidsidentiteit van de artiesten die bij hem kwamen. .” Plank: “I like synthesizers when they sound like synthesizers and not like instruments. Using a drum machine for electronic music is okay, but not if you try to make it sound like a real drummer.”

Plank was niet van het over geproduceerde geluid dat je vaak op de radio hoort. Hij hield van een ruw geluid, met onverwachte elementen. Daarvoor maakte hij gebruik van een vierentwintig-sporen recorder. Maar als het opgenomen geluid hem niet beviel wiste hij alles of pakte zijn scheermes en sneed dwars door al die sporen heen en plakte de tape aan elkaar. Daarin was hij, net als Frank Zappa, een meester.
Hij was net zo radicaal met effecten zoals echo. Zijn opgenomen drumgeluid klonk doorgaans fenomenaal en niet als de zachte of samengeperst geluid van het merendeel van de standaard albums. In die zin had Plank iets weg van iemand als Lee ‘Scratch’ Perry; ook al zo’n duivelskunstenaar.

Na de platen met Kluster en de proto-Kraftwerk ging het snel en wist iedereen in de dan experimentele Duitse muziek sector de weg naar Conny’s studio te vinden.
Maar daar blijft het niet bij. Brian Eno zoekt, na het verlaten van Roxy Music, zijn eigen nieuwe, ambient-weg en stuit, aangekomen bij de Duitse progressieve muziek, steeds op de naam van Plank. Hij reist naar Wolperath, ontmoet Plank én Cluster en neemt met Moebius en Roedelius twee platen op. Terug in Londen spreekt hij David Bowie en verwijst hem ook naar Plank. Tot een samenwerking met Plank komt het niet, maar Eno weet heel goed wat de mogelijkheden zijn en werkt met Bowie aan diens ‘Berlijnse’ albums: Low, Heroes en Lodger. Plank’s invloed is onmiskenbaar, ‘Heroes’ de bekende track en hitsingle uit deze periode is daarvan een goed voorbeeld.
De ontmoeting van Eno met Plank leidde tot nog een kleine wending: Plank nodigde Dave Hutchins (Island Records) bij hem uit en benoemde hem tot huistechnicus.

Plank was ook als muzikant actief, bijvoorbeeld in de band Liliental waar hij gitaar en keyboards speelde en ook nog zong. Later was hij vooral een actieve muzikant in het duo net Dieter Moebius. Na Rastakaraut Pasta volgden Material (1981), en Zero Set (1983) met op de laatste de hulp van Guru Guru’s drummer Manu Neumeier. In datzelfde jaar namen Plank en Moebius een reeks tracks op met hulp van een nieuwe machine, de ‘Emulator’, een keyboard dat samples kon opslaan. Toenmalig label ‘Sky Records’ vond het maar niets. Uiteindelijk verschenen die pas in 1998! In 1986 waren Moebius en Plank bezig aan een nieuw project, ‘En Route’, maar door zijn slechte gezondheid en uiteindelijk overlijden kon Plank dat project niet meer afmaken. Moebius nam die taak op zich en bracht de plaat in 1995 uit.

http://2.bp.blogspot.com/-V6SWs0M68MQ/TqBj7BKc05I/AAAAAAAADck/qxgObaVJnTU/s1600/Conny_Plank.jpgDe jaren tachtig waren drukke jaren voor Plank. Zijn sound bleek het voorbeeldgeluid voor talloze new wave-bands te zijn. Vooral de manier waarop Plank elektronische instrumenten kon laten klinken was koren op de new-wavemolen. Een kleine opsomming: Devo, The Meteors (uit eigen land, weet je nog?), Ultravox/Midge Ure (die van onder andere Vienna), Eurythmics, elektrische folkband Clannad, Killing Joke, de Italiaanse Gianna Nannini, Echo & the Bunnyman, the Damned, Astor Piazolla, de Franse Les Rita Mitsouko maar ook (iets) minder bekenden als The Incredible Fred Banana, The Tourist, Play Dead. In Duitsland bleef hij populair: la Düsseldorf, Ash Ra Temple, Michael Rother, Liaisons Dangereuses, Phew, Einstürzende Neubauten, Scorpions DAF en Nina Hagen.

Duidelijk is dat Plank niet zomaar wat deed, zijn eigenzinnigheid speelde een enorme rol. Eno had bedacht dat Plank wel U2’s album The Yoshua Tree kon produceren. Na een korte ontmoeting was het over. Plank: "I cannot work with this singer". Die was te zelfingenomen met zichzelf vond hij.
De vele gouden platen die hij ontving hing hij niet, zoals iedereen goed in het zicht, maar op de wc! Het paste bij zijn bescheiden opstelling, maar was tegelijkertijd ook een stil protest tegen de heersende moraal en bekrompen geluidsvisies van de platenmaatschappijen.

Plank stierf na een kort ziekbed op 18 december 1987. Na een tournee dor Zuid Amerika voelde hij zich niet lekker, bij terugkeer hoorde hij van de huisarts dat hij ongeneeslijk ziek was.

Na zijn overlijden zetten Planks’s vrouw Christa (Fast) en diens zoon Stephan het werk voort. Maar de veranderende muziekcultuur en de slechte gezondheid van Christa maakten het werk niet meer mogelijkheid. In mei 2006 werd de studio verkocht. In juni 2006 overleed Christa. De beroemde hand gebouwde geluidsmixer werd gekocht door een fan, de Engelse producer David. M. Allen, niet te verwarren met Daevid Allen (die van Gong). Allen hield de ‘desk’ in ere en up-to-date totdat hij in 1987 stierf. De mixer staat nu in de privé studio, Studio 7, van Laurence Loveless in Noord Londen.

Plank was in feite een superster voordat producers supersterren werden. Voor velen was hij een oude hippie, een lieve beer, maar voor muzikanten was hij een soort Goeroe, God, voorganger. Plank zelf interesseerde het niet zoveel wat hij was, daarvoor was hij teveel met geluid bezig. De vermelding 'Produced by:', was voor hem genoeg.
http://classicalbumsundays.com/wp-content/uploads/2017/07/Conny_PLANK_1-700x548.jpg