Picknick bij Nacht en Ontij

Leliekransen in het haar, elfen, feeën, groene druipsteenbomen, een wagen als pompoen, een maan die naar vanille-ijs smaakt, een blauw konijn, de groen gevlekte kat, een kobold en een magiër, de duivel, heksen, koningen en koninginnen. Sprookje? Fantasiewereld? Zou kunnen toch?
Maar als je er dan Sgt. Pepper Lonely’s Heart Club Band, Paisley shirts, minirokken en verre reizen naar India en Pakistan aan toe voegt krijgt de opsomming een andere lading en zitten we midden in de psychedelica en de jaren 1967 en 1968.

Boudewijn de Groot (1944- ) heeft, naast een œuvre bestaande uit mooie ballades en andere prachtige songs twee, voor Nederland, zeer bijzondere albums op zijn naam staan: Picknick (1968) en Nacht en Ontij (1969). De eerste is een ‘psychedelisch’ plaatje, met als ondertiteling ‘de tuin der lusten’ en wordt wel de Nederlandse Sgt. Pepper genoemd, de tweede is Nederlands’ eerste conceptplaat (één plaat, één thema) en heeft als leidraad een heksensabbat(h). In het kort: Jeroen Bosch versus Black Sabbath.

Ik vind Nacht en Ontij interessanter, boeiender, experimenteler dan Picknick, maar voordat de nacht aanbreekt moeten we eerst langs de bloemenwei met de vruchtenschaal en het goudgelokte lentekind.

Frank Boudewijn de Groot is geboren op 20 mei 1944 in Batavia (Jakarta), in een Japans interneringskamp. In 1952 kwam het gezin terug naar Nederland, Heemstede. In dezelfde straat kwam de familie Nijgh wonen, met zoon Lennart (1945-2002).Lennart had vooral contact met Boudewijn’s jongere stiefbroer Dirk. De Groot leerde gitaarspelen en zong bekende liederen van bijvoorbeeld Jacques Brel. In zijn examenjaar maakte hij met Lennart Nijgh een korte film; de Groot zorgde voor de muziek erbij. De beide jongens gingen vervolgens naar de filmacademie.
Nieuwslezer Ed Lautenslager (een bekende stem voor een hele generatie) hoorde de Groot’s liederen bij het filmpje en vertelde hem daar meer mee te doen. Lautenslager had kennissen bij Phonogram Records en regelde een afspraak. Samen met Lennart Nijgh had de Groot voor die gelegenheid een aantal nieuw songs geschreven. Zichzelf begeleidend op akoestische gitaar zong en speelde hij een aantal liederen, waaronder Élegie Prenatale, Strand, refrein voor… en Sexuele Voorlichting. Ze werden goed bevonden en opgenomen voor het sublabel: Decca (beide trouwens labels van Philips). Er kwam weinig publiek respons op de singles.
Om wat meer bekendheid te krijgen deed de Groot mee aan een talentenjacht: ‘Nieuwe Oogst’. De vakjury was enthousiast, maar het publiek koos voor André van Duin’s parodienummer.
Ondanks dat werden de twee singles, aangevuld met twee nieuwe liederen, ‘de Morgen’ en ‘Delirium’ opnieuw uitgebracht op een ‘EP’ (extra play), genaamd ‘Boudewijn de Groot’.

Inmiddels was de Groot getrouwd, kreeg een zoon en werkte bij De Bijenkorf in Amsterdam om wat geld te verdienen. Als ‘Marcel Oversteege’ presenteerde hij voor radio Veronica een jazzprogramma.
Producer Tony Vos wilde zorgen voor een doorbraak van de Groot en vroeg hem daarom werk van anderen op te nemen. Een eerste poging was ‘Noordzee’. Bij de tweede hadden ze meer succes. Vos liet de Groot het nummer ‘A Young Girl of Sixteen’, uitgevoerd door Noel Harrison horen. Dat beviel, misschien wel, omdat het eigenlijk een Frans chanson was; ‘Une enfant’ van Charles Aznavour, geschreven voor Edith Piaf. De Groot’s versie, ‘Een meisje van 16’ kwam tot nummer 23 in de Top40.
Daarop besloot de platenmaatschappij een album uit te brengen, opnieuw ‘Boudewijn de Groot’ genaamd. Het album was een goede mix van eigen en andermans werk.
De volgende single, ‘Welterusten Meneer de President’ (1966) bleek voor de definitieve doorbraak te zorgen. Het anti-Vietnamoorlog-lied – een populair thema in deze periode- haalde de negende plek in de Top40.

Nu mocht de Groot een tweede album opnemen, dat werd ‘Voor de Overlevenden’ (1966). Daarop staan songs als ‘Testament’ en ‘Verdronken Vlinder’ en natuurlijk ‘voor de Overlevenden’. De teksten, ook ditmaal was er een samenwerking met Lennart Nijgh gaan vooral over Nijgh’s jeugdjaren. De plaat verkocht prima en werd door de verkopen beloond met een gouden-, gevolgd door een platinaplaat en die weer gevolgd door een Edison.
Meerdere nummers van het album werden op single uitgebracht, maar alleen ‘Het Land van Maas en Waal’ (1967) was een succes. Maar dan wel een groot succes: nummer één in de Top40. Het was de Groot’s eerste en uiteindelijk enige nummer één lied. Het carnavaleske lied staat eigenlijk in schril contrast met een lied als ‘Verdronken Vlinder’, maar het opende wel de voor de volgende plaat. Eigenlijk was het al de aankondiging van wat ging komen.

De flower power tijd barstte namelijk los, de zomer der liefde, de Beatles kwamen met Sgt. Pepper en niets was meer hetzelfde. Muziekkrant Hitweek had de Groot uitgedaagd om met een met Sgt. Pepper vergelijkbaar product te komen; dat zou dan de eerste Nederlandstalige psychedelische plaat worden! De Groot moest wel Nijgh overtuigen, want die was niet zo van de stromingen en grillen. Maar toch, hij leek gevoelig voor allerlei argumenten en ging aan de slag. De twaalf teksten waar hij mee kwam waren voor dei tijd gepast ‘far out’ en uitstekend geschikt voor het beoogde doel.
Het duo en de arrangeur/dirigent Bert Paige gingen aan de slag met het Nederlandse equivalent van Sgt. Pepper. Zoals de Groot op zijn eigen website schrijft: “Ballade van de vriendinnen voor één nacht' was onze 'When I'm sixty-four' en het slotakkoord van 'Prikkebeen' is dan wel niet zo lang als dat van 'A day in the life', maar het is wel degelijk een uitklinkende piano. De vrolijkheid van 'Mensen om me heen' was ons antwoord op het uitbundige gezwier in 'Henry the Horse'. Kortom, als ik het in 'Picknick' heb over 'de blikken blazersband', dan bedoel ik dus de Lonely Hearts Club Band.” (citaat van de Groot’s site dus).

De geest van de tijd was ‘grenzeloos'; er kon dus van alles, voor een metalen geluid werd een bijl gekocht, er werd een stukje Jimi Hendrix ‘geciteerd’ (Foxy Lady), Han de Vries (hobo) werd gevraagd iets te komen spelen, maar toen hij kwam nam hij bijna het hele Blazersensemble mee. Natuurlijk moesten er ook Indiase invloeden en eenmaal bezig kon er ook nog wel wat jazz in. Elly Nieman werd gevraagd voor een tweede stem in het nummer Prikkebeen.

De nummers ‘Eva’ (de Hemel), ‘De Tuin der Lusten (de aarde) en ‘Megaton’ (de hel) vormen een drieluik (de Hemel, de Aarde en de Hel), dat paralellen heeft met het gelijknamige drieluik, ‘Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch. Pepperland van The Beatles werd verruild voor het landschap van Jeroen Bosch. Kant twee van de plaat kreeg als hoofdstuk dan ook ‘Tuin der Lusten’ mee. Genoeg ingrediënten dus om een psychedelisch plaat van allure te maken.
Uiteindelijk moest er zoveel tegelijk worden opgenomen dat er soms met drie personen en zes handen faders geschoven moesten worden; de meersporenrecorder kwam pas later.

De opvallende, kleurrijke hoes, ook geheel volgens de geest van de tijd, werd gemaakt door Simon en Marijke. Die zou je kunnen zien als voorgangers van deze periode. Ze werkten voor The Beatles, hadden hun Apple-studio beschilderd en nog wat andere dingen, zoals Rolls Royces. Ook hadden ze de originele hoes voor Sgt. Pepper gemaakt, maar die werd helaas afgekeurd. Dat duo dus maakte de hoes voor Picknick: een sprookjesachtig landschap met een elfje, een fee, veel bloemen natuurlijk en Boudewijn de Groot die de hoes van zijn plaat vasthoudt, waarop Boudewijn de Groot staat die zijn hoes vasthoudt, enzovoort. Dat noemen ze het Droste-effect, naar receptuur van het Droste blikje.

De presentatie van de plaat was in een koud kasteel, waar Phonogram allerlei mensen van Circus Tony Boltini had uitgenodigd. Een enkeling had zich verkleed als heks.

De plaat werd een groot succes. Hitweek sprak van ‘het eerste echte Nederpop-album’. De eerste single van het album, ‘Prikkebeen’ kwam tot nummer 9 in de Top40. In 1969 ontving de Groot een Edison voor deze plaat, zijn tweede.

Zowel de Groot als Nijgh hadden zich als tekstschrijvers op de Nederlandse kaart gezet en werden steeds vaker gevaagd in die rol, onder anderen voor Liesbeth List en Ramses Shaffy.

De Groot’s vierde album moest ook een bijzonder album worden, een met een lang verhaal en weinig of geen liedjes. Voor dit project, Nacht en Ontij, vroeg de Groot de assistentie van een vriend van de filmacademie: Lucien Duzee. Misschien wel vanwege het filmisch karakter dat hij voor ogen had. Dit verhaal was er een van een Heksensabbath, beetje mysterieus, vreemd en met allerlei vreemde namen. Geflirt met de duivel en mystiek en dat alles een jaar voordat Black Sabbath in Birmingham eenzelfde spoor volgde. Op zijn site noemt Boudewijn de Groot het verhaal: “Veel middelbare-schoolpathos, uitbundig gestrooi met exotische namen.”

Na het succes van Picknick kon voor Nacht en Ontij eigenlijk alles; ook financieel. De Groot had een beeld voor ogen, oren, van geluid dat niet alleen van links naar rechts kon, maar ook van voor naar achter. Quadrofonie was er nog niet of stond in de kinderschoenen. Pink Floyd experimenteerde met hun zelf gebouwde Azimut coördinator; een soort handig pookje waarmee Rick Wright het geluid de zaal kon rondsturen. Technicus Albert Kos bedacht iets soortgelijks, een apparaatje, de Groot noemde het een ‘koffiemolentje’ waarmee je het geluid niet alleen kon rondsturen, maar ook harder en zachter kon zetten. Het effect is vooral hoorbaar met een koptelefoon op.

Voor de mystieke klanken zorgde niemand minder dan Dick Raai makers. Een bekende naam in de wereld van de elektronische muziek. In zijn eigen studio in Den Haag knutselde hij van alles in elkaar voor deze lp op aanwijzingen van de Groot. Een bijzondere samenwerking.
De meer ‘normale’ effecten, zoals geluiden achterstevoren afspelen konden ze zelf wel, net als vertragen en er extra galm aan toevoegen. Een nieuw effect kwam van het net in de studio geplaatste Mellotron. Kortom er werd driftig op los geëxperimenteerd.

De muziek werd verzorgd door een band, genaamd The Tower; de percussiesectie stond onder leiding van Martin Duynhoven. Het ‘van’ was even vergeten. Martin van Duynhoven speelde toen slagwerk in wat gezien wordt als Nederlands meest psychedelische band: ‘Groep 1850’. Later zou hij slagwerk gaan spelen bij – toen - jazzmusicus Theo Loevendie.

Over de band Tower doen allerlei geruchten de ronde, mede gevoed door het ontbreken van de vermelding op de hoes. Uiteindelijk is natuurlijk wel duidelijk geworden wie daarin zaten: Eelco Gelling (elektrische gitaar), Jan Hollestelle (bas), Hans Janssen (toetsen) en Kees Kranenburg jr. (slagwerk). Op diverse sites is ook nog te lezen dat Jay Baar (drums, Q65) en Herman Deinum (toetsen) meedoen, maar dat ‘feit’ wordt ontkracht op onder anderen de goed geïnformeerde site van Cuby & the Blizzards. Eelco Gelling was toen de beste gitarist in Nederland en aangezien alles kon was het niet heel vreemd hem te vragen.
Citaat van die site waarin Boudewijn de Groot aan het woord is: "Het was tof van Eelco om mee te doen, want dit was absoluut zijn ding niet," vervolgt Boudewijn. "Eelco was een nog vrijere jongen dan Harry (Muskee – is dat)en hij moest bij mij natuurlijk heel anders spelen dan bij Cuby & the Blizzards, min of meer in opdracht. En eerlijk gezegd was hij daar niet zo sterk in. We hadden voor Nacht en Ontij vier nummers gemaakt. ‘Babylon’ en ‘Heksensabbath’ pasten bij elkaar en bij de sfeer van die elpee. Maar we hadden ook twee andere nummers: ‘Aeneas Nu’ en ‘Wie Kan Me Nog Vertellen’. Die hoorden duidelijk niet op die plaat thuis. We hebben ze wel opgenomen, en uiteindelijk als bonussingle bij de eerste persing van Nacht en Ontij gedaan. Later is die single ook nog apart uitgekomen. Op Aeneas Nu speelt Eelco prachtig solo, maar in dat nummer zit ook een bariton-sax. Dus ik zei tegen Eelco: het zou mooi zijn als jij precies gelijk met die bariton ook dat loopje speelt." Boudewijn neuriet het voor: da da da da... "En daar schrok Eelco ontzettend van! Hij antwoordde: dat kan ik niet… Terwijl zo’n elementair loopje door iedere gitarist probleemloos wordt gespeeld. Waarom was Eelco daar nou zo bang voor? Omdat hij iets diende te spelen dat hij niet zelf had bedacht, maar dat hem werd voorgeschreven. Het moest gelijk met die bariton-sax en daarvan raakte hij totaal in de war. Dat loopje komt in Aeneas Nu diverse malen voorbij en hij heeft het twee keer redelijk goed gespeeld. Verder liet hij het lopen en gaf hij er een eigen interpretatie aan. Je kunt het duidelijk horen als je naar het nummer luistert. Uiteindelijk hebben Tony Vos en ik gezegd: laat maar, want dit was Eelco niet. Tegen hem moest je zeggen: dit zijn de akkoorden, dit zing ik en als ik klaar ben, speel jij maar wat je wilt. Dat hebben we verder ook gedaan en toen was hij echt waanzinnig goed…

Bij de allereerste lp-persing werd genoemde single dus als bonus bij de lp gevoegd. Beide tracks zijn later op de cd vóór de originele lp gezet. Dat is ook een vreemde manier eigenlijk, beter was geweest erachteraan of zelfs nog beter als een extra 3” cd-single erbij. Maar de tijd van met geld gooien was toen wel voorbij.

Op de voorzijde van de hoes is de Groot, inclusief hanger met kruis (denk nogmaals eens even aan Black Sabbath) ‘gemonteerd’ voor een groot, wat spookachtig huis. Dat blijkt ‘Landgoed Kareol’ in Aerdenhout te zijn. In datzelfde landgoed werd de lp gepresenteerd.

Het verhaal, genaamd Heksen-Sabbath, is één lange track, die in twee delen is gehakt vanwege de lp-kanten De inleiding op de sabbath is het nummer ‘Babylon’. Door deze opzet heeft de Groot de eerste concept-plaat in Nederland gemaakt. Eind jaren zestig waren conceptplaten ‘in’, later werd de naam bijna een ‘vies’ woord en niet meer gebruikt, ook al werden ze nog wel gemaakt. Ook iets met tijdgeest en modegrillen.

Nacht en Ontij, uitgevoerd in een lp met fotoboek, bracht niet het succes van Picknick, integendeel, het is inmiddels een beetje een of zelfs de vergeten plaat van Boudewijn de Groot geworden. Hij past ook eigenlijk niet zo goed in het totaalplaatje. Maar zo hadden de Rolling Stones bijvoorbeeld ook hun ‘Their Satanic Majesties Request’; in feite ook al zo’n interessante plaat die niet in de reguliere rij past. Deviantie is een manier van groeien, uiteindelijk.

Na nacht en Ontij wilde Boudewijn de Groot een nieuwe stap zetten in zijn carrière door in het Engels te gaan zingen met The Tower als begeleidingsband. Maar dat plan kwam niet van de grond. Daarop vertrok de Groot naar Drenthe; daar had hij een boerderij gekocht. Hij leefde er afgezonderd en trok er veel op met de heren van Cuby & the Blizzards.

Het duurde dan ook even voordat wij in het land weer iets van Boudewijn de Groot hoorden. Vijf jaar (!) na Nacht en Ontij kwam pas zijn volgende album uit: ‘Hoe sterk is de Eenzame Fietser’. Op die plaat had de Groot weer de samenwerking met Lennart Nijgh opgepakt en met succes. Met de eenzame fietser was de Groot eigenlijk weer terug bij ‘Voor de Overlevenden’: een plaat met mooie liedjes. Om daar te komen had hij wel twee heel bijzondere uitstapjes gemaakt. Zo’n Picknick bij Nacht en Ontij is een die je niet snel vergeet.