Merk X

Does Humor Belong in Music vroeg Frank Zappa zich af. Past humor in jazzrock (of rock jazz of fusion, hoe je het ook wil noemen) vroegen de heren van Brand X zich af. Die werd bevestigend beantwoord en dat begint al met de naam; die is niet helemaal serieus te nemen, immers wie noemt zich merk ‘X’.

De groep begon in 1975 als jam-band, maar eenmaal onder contract hield iemand de studiotijd van de groep voor de grap bij onder de naam Brand X. Die bleef. John Dylan en Phil Spinelli, de eerdere drummers bleven niet. Phil Collins een tijd weer wel. Collins was toen drummer bij de symfonische band Genesis, maar wilde in zijn vrije tijd buiten het strakke stramien van die band drummen. Dat mocht, en samen met Percy Jones (bas), John Goodsall (gitaar) en Robin Lumley (toetsen) werd het de eerste versie van de band. Robin is overigens een neef van de bekende actrice Joanna (por dios, wat een actrice!). Het eerste album Unorthodox Behaviour sloeg goed aan; het is een mengeling van rock, jazz en etnische invloeden.

In tegenstelling tot veel andere fusion bands staat bij Brand X niet de vaardigheid voorop, maar het samen musiceren met als gevolg lang uitgesponnen thema’s op een gemiddeld tot rustig tempo. Maar je moet er ook niet raar van opkijken als er een soul-ritme wordt neergelegd en de hele groep in een funkband verandert. Voor de tweede plaat, Moroccan Roll werd de groep uitgebreid met percussiespeler Morris Pert. De naam van de lp is natuurlijk ook te lezen als More Rock & Roll. Sun in the Night begint met een tekst in het Sanskriet en sitarachtige klanken. Phil Collins zingt, iets dat hij op dat moment nog niet uitgebreid deed in Genesis. Sun is gematigd qua tempo en wordt vooral bepaald door de fretloze bas. De track eindigt met een sitar/gitaarsolo. Geluidseffecten introduceren Why Should I Lend You Mine (When You’ve Broken Yours Off Already). Het is een sfeervol stuk in rustig tempo, waarin keyboard en gitaar om beurten thema’s en kortere solo’s spelen. Halverwege gaat het tempo verder omlaag en valt het nummer bijna stil. Op filmische soundscapes borduren Lumley en Goodsall kleine patronen en schuwen de geluidseffecten daarbij niet. Het nummer loopt door (bij sommige cd versies zit hier een ongewenste pauze) en gaat dus over in Maybe I’ll Lend You Mine After All. Collins speelt nu piano. Misschien slaan beide, lange titels op nieuwkomer Pert, die volgens de hoes niet alleen percussie speelt, maar ook een aantal zaken in de studio waaronder een peperduur instrument, maar ook foto’s van Idi Amin en Schotland. Hate Zone pakt een stuk forser uit met funky bijdragen van Lumley. Na een kleine explosie speelt hij ook synthesizer-solo, begeleid door effectbas van Jones. Die is trouwens de hele plaat nogal aanwezig en terecht. Een bas hoeft niet alleen een begeleidingsinstrument te zijn, dat had Soft Machine’s Hugh Hopper ook al bewezen. Met wat explosies komt het stuk tot een eind. Collapsar heeft een intro dat vaag gelijkenis vertoont met Tubular Bells; geen drums hierbij; veel synthesizer weer wel.

Disco Suicide begint kant twee met een pakkend thema en Fender Rhodes. Veel tempo- en themawisselingen in dit stuk. Er ontstaat een slepend tussenstuk met pianosolo, totdat Goodsall het heft in handen neemt en versnelt. ‘Mij nog te langzaam’ moet Lumley gedacht hebben en gooit er een schepje bovenop. Het nummer eindigt in Genesis rockstijl. Orbits is eigenlijk een heel korte mini-solo van Jones. Malaga Virgen is wat mij betreft het hoogtepunt van de plaat. In dit nummer zit een heel scala aan stemmingen,  thema’s, effecten en tempowisselingen. Het stuk geschreven en duidelijk gedragen door Jones begint pittig, lijkt heel subtiel te eindigen, maar dan duikt plotseling het beginthema weer op. Macrocosm is het sluitstuk, nu mag Collins zich uitleven. Ook dit stuk heeft stemmingswisselingen, maar als Phil mag, nou dan leeft hij zich ook echt uit, kletterende bekkens en knallende drums, en dat alles om de heren Goodsall en Lumley eens flink op te jagen, het tweede deel is pure rock (& roll). Gejuich, de bommen vallen, Afgelopen. En dan heb je een van de beste fusion platen ooit gehoord.

Brand X zou nog meerdere platen maken in allerlei verschillende bezettingen, waarbij vooral veel drummers de band in- en uitstromen. De strekking blijft al die tijd gelijk, maar de sterkste, creatiefste periode is toch wel de beginperiode. De hoes is overigens van Hipgnosis, het brein achter de meeste Pink Floyd hoezen. Voor wat betreft Moroccan Roll een toegevoegde waarde. En zo blijkt X toch wel een erg goed merk.