Memories

Hoe komt iemand van vijfentwintig er anno 2013 bij om de muziek van bijna vijftig jaar geleden als uitgangspunt voor zijn eigen muziek te nemen? Misschien zijn zijn ouders ex-hippies en is er in huize Gardner veel gediscussieerd over de mooie sixties? Het verhaal gaat dat een vriend hem eens wees op de documentaire over Pink Floyd’s Syd Barrett en dat de toen veertienjarige Jacco verkocht was. Niet gek, want rond die leeftijd bloeien wel meer muzikale liefdes op, vreemd blijft wel dat Gardner gevoelig blijkt voor wat veel mensen noemen ‘die oude troep’. Voorlopig weten we dat nog niet, maar wel dat de in Hoorn geboren Jacco Gardner (1988- ) met zijn eerste cd ‘Cabinet of Curiosities’ heel wat stof doet opwaaien. Of is het in dit geval wellicht beter de spreken van wegwaaien? Terug naar de jaren zestig: vrolijke, frisse muziek, mellotrons, fluitjes, klavecimbel, vibrafoon, geluidsexperimenten, ijle zang in echo gehuld en vooral veel laagjes, zodat er altijd iets te ontdekken viel. In de muziek van die tijd zit er in elk liedje een kleine reis verstopt, waarin je al dan niet kan meegaan. Zet dat af tegen veel werk van nu, waar de reis al beëindigd is voor die goed en wel begonnen is.

Gardner verscheen min of meer uit het niets met zijn single Clear the Air (2012). Die werd opgepikt door allerlei radio- en TV zenders, Gardner werd uitgenodigd voor festivals en was plotseling ‘hot’. Zo gaat dat in de muziekindustrie. Het is nieuw, anders, voor de meesten onbekend natuurlijk, en dus verkoopt het. In Spanje -?- was de single niet aan te slepen en in de USA werd zijn cd dan ook maar meteen uitgebracht. Vreemd? Voor de mensen met gevoelige oren en de juiste geluidsantennes blijkt er op dit moment een soort levendige revival aan de gang; modern psychedelia. Bands als Tame Impala, Mugstar, Zombi, Django Django, Psychic Ills, Wooden Shjips, Unknown Mortal Orchestra en vele anderen timmeren druk aan die oude weg. De bands zijn afkomstig uit verschillende landen en laten verschillende stijlen horen, de een legt het accent meer op de folk-kant (denk aan de Byrds) de ander meer richting Love, Moby Grape, Pink Floyd en een duo als Zombi gaat terug naar de beginjaren van Tangerine Dream en Kraftwerk. Er is dus veel te genieten voor de oudjes, maar ook de jongeren die vaak voor het eerst kennis maken met deze muziekstromingen. Ik merk dat ik met deze ‘nieuwe’ ontwikkeling helemaal terug ben in mijn jeugd, alsof er een deur geopend is. Ik vind het helemaal geweldig, wordt er zelfs een beetje hyper van. Misschien is dit wat ze noemen de tweede jeugd? Die deur is niet toevallig, de kast naar de nieuwsgierigheid of rariteiten staat wijd open.

Het begint al met de voorkant van de cd, geen naam, geen titel, een surrealistisch plaatje van een blauwgroen bos met een kind in een vuurrode jas. Net als de muziek zijn de titels van de tracks geheel in stijl, bijvoorbeeld The One Eyed King, Chameleon, The Ballad of Little Jane en Watching the Moon. De teksten zijn navenant; eigenlijk maakt het niet uit waarover je zingt, al is het complete onzin – luister maar eens goed naar de ouwe psychedelische muziek. De muziek van Gardner klinkt trouwens verrassend goed. Het knutselen met behulp van diverse tape-decks doet weinig af aan de kwaliteit, sterker nog het levert net dat ‘primitieve’ randje op dat nodig is bij deze muziek. Gardner knutselde maanden in zijn eentje in zijn home-studio en werd alleen geholpen door drummer Jos van Tol. Dat Gardner onder invloed van Barrett is geraakt is heel goed te horen. Zet The Piper at the Gates of Dawn – de eerste Pink Floyd lp met daarin nog Syd Barrett – op en er wordt veel duidelijk. Hopelijk raakt de fris en olijk kijkende Gardner niet op hetzelfde pad, want dan is het na deze cd voorbij. Barrett had het ook moeilijk om de eerste lp te evenaren en kwam er eigenlijk niet meer uit; daar hielp geen enkel drug bij, integendeel.

Met zo’n sterk debuut is het spannend hoe het verder gaat. Eerst volgen tournees met een band; altijd lastig als je alles alleen gewend bent te doen, daarna wordt er een opvolger verwacht, maar daarvoor is meestal geen rust. De druk is best groot, maar ach, Pink Floyd maakte hun meest succesvolle platen ook pas later. Jacco Gardner: Where Will You Go?