Dagelijks Blauw

Kind of Blue; alleen over de vijf tracks op deze plaat zijn al talloze verhalen geschreven, een heel boek zelfs. Geen wonder, zelden klopt alles en dat zelden is hier het geval. Kijk alleen naar de ‘sterbezetting’: Miles Davis, Cannonball Adderley, John Coltrane, Bill Evans, Wynton Kelly, Paul Chambers en James Cobb. Het leest als een overzicht van de jazzhistorie.

In 1959 zijn deze grote namen echter nog niet allemaal even groot, Coltrane begint pas zijn eerste tekenen van een nieuw gevonden vrijheid te laten horen bijvoorbeeld. Miles gaf kort voor de opnamen alleen structuren aan, geen complete composities. Daarbij hield hij niet van meerdere ‘takes’; het moest in één keer goed gaan. Er zijn dan ook geen outtakes van deze sessie, ja, één en op het 50jarig jubileum van deze plaat staan wat studio dingetjes, maar complete takes, nee! Het zegt iets over zijn vertrouwen in het kunnen van de musici om hem heen, maar ook over het gevoel dat nodig is om deze muziek te kunnen spelen.

Blue staat hier voor de jazz/blues betekenis van het woord, beetje melancholiek, triestig. Aan de andere kant, als je een plaat dan laat beginnen met een nummer als ‘So What’, dan lap je dat allemaal aan je laars. En wat dan nog? Het nummer zet meteen goed in, met bas en piano, maar Chambers voert de regie. Het nummer is de eerste klap die uitgedeeld wordt. Miles blaast letterlijk ‘So What’, Cobb voegt bekkens toe en even later speelt Miles zijn eerste solo met opnieuw prachtig werk van Chambers. Na Cannonball geeft Trane zijn eerste tenorsolo. Het nummer sluit af met het beginthema. Freddie Freeloader sluit bijna naadloos aan. Het tempo is gematigd. Kelly, die de piano alleen in dit stuk overneemt van Evans, mag meteen de eerste solo nemen. Hij doet dat met veel verve, zeker onder de rimshots van Cobb. Het nummer is qua solo’s in opbouw gelijk aan So What. Het tempo gaat nog wat lager met Blue in Green en meteen zet Evans de toon. Prachtig gedragen pianolijnen op het brush werk van Cobb. Miles blaast een ingetogen solo. De langste track, All Blues, begint unisono met saxen onder een thema van Miles. Hij heeft de eerste solo. Opnieuw neemt Cannonball de solo voor die van Trane. Die maakt dan wel meteen duidelijk wie hier de trend gaat zetten. Evans sluit totdat het thema terugkeert. Flamenco Sketches zijn een voorloper op Sketches of Spain (later in het jaar opgenomen). Weer nemen Chambers en Evans de intro voor hun rekening; Evans met bijna impressionistische pianoklanken. Deze Sketch is heel traag, de loomheid van een zondagmiddag om aan Miles een Spaans aandoend thema neer te zetten. Dit keer mag Trane eerst, gevolgd door een lange solo van Cannonball. Evans sluit af. Op de alternatieve take ruist Cobb letterlijk de wind door het zonovergoten landschap. Trane soleert hier in het laag en zet een mooiere solo neer. Evans speelt subliem.

De extra track is een prettige aanwinst. Een plaat als deze zet je eigenlijk meteen weer op, en weer. De sfeer is weergaloos. Als je je zo ‘blue’ mag voelen, dan mag dat van mij bijna dagelijks.