Onderdompelingen

 
Je in iets onderdompelen. Daar gaat het om bij de Immersion sets van Pink Floyd. Immersion betekent onderdompelen, maar ook diepgang en verstrooidheid. Het gaat allemaal op voor de rijkelijk uitgevoerde en gevulde boxen. Nick Mason, drummer van Pink Floyd, merkte op dat dit vermoedelijk de laatste keer was dat de muziek op een fysieke geluidsdrager zou verschijnen en dan kon je het beter maar meteen goed doen. Er zijn drie onderdompel-sets: Dark Side of the Moon, Wish You Were Here en the Wall. Het zijn de drie best verkochte platen van Pink Floyd. Arbitrair is of het dan juist deze zouden moeten zijn. Ik zou meer denken aan diepgaande sets uit de beginperiode, want uiteindelijk is daar weinig van op plaat of cd verschenen. Mason merkte laatst op dat hij beste een Saucerful Immersion wilde doen, nou ik ook! Het hele oeuvre van de groep beslaat slechts veertien platen, wat live-platen en wat verzamelaars. In die zin is het een makkelijke groep om te ‘sparen’; je bent zo klaar en dan bedoel ik de reguliere uitgaven. Met Oh, By The Way heb je alle studioplaten in één keer, alleen is die box niet zo uitgevoerd als had gekund of gemoeten. Maar dat is een ander verhaal.

Immersion sets, ben ik er nu blij mee of niet en wat is dan het extra’s? Een overzicht: in elke box zitten knikkers en een sjaaltje (? - juist), reproductie van flyer en ticket (leuk, toch?), bierviltjes (?), een verzamelset kaartjes – de je dus nooit bij elkaar krijgt – (ook geinig), een mini-poster (al leuker), een tekstboek (yes) en een fotoboek (yesyes). Oh ja, er zitten ook cd’s en dvd’s en blu-rays in. In de reclamecampagne heet dat dan ‘exclusive merchandise and facsimile collectables’. De buit is binnen, nu maar kijken wat het waard wordt, later, als ik groot en oud ben. Bij de dvd’s/blu-rays zit er in de respectievelijke dozen: Dark Side: concertopnamen uit 1972 (16 minuten), making of en ‘concert screen films (de clips die je ziet tijdens de concerten) en de plaat in surround sound en quadrophonic-mix. Op de blu-ray staat dat alles ook. Voor Wish geldt ongeveer hetzelfde: concert screen films, de twee mixen en een kort filmpje van Storm Thorgerson, de man die de meeste hoezen ontwierp al dan niet onder de noemer Hipgnosis. The Wall, geen blu-ray, maar wel een dvd met daarop een heel korte video, de promo van Another Brick in the Wall, een kijkje achter de muur documentaire en een interview met Gerald Scarfe, de man van de stripachtige figuren uit The Wall.

Allemaal leuk en aardig, maar hoe zit het met de muziek, want daar ging het om. Ook die op een rij: De Donkere Kant: het originele album weer eens geremastered (maar wat klinkt het goed) en een tweede audio cd met daarop Live at Wembley, de live uitvoering van Dark Side in 1974. In de Wens-doos zit ook de remaster, nog meer van Wembley (Shine On, Raving and Drooling, You’ve Got to be Crazy, de intro bestaande uit het draaien met de natte vingers over wijnglazen (dat is ook het échte intro), een alternatieve versie van Have a Cigar, zonder Roy Harper, maar met Gilmour en Waters én Wish You Were Here met jazzcoryfee violist Stéphane Grappelli. De Muur geeft het volgende vrij: de remasters, the Wall live, ‘slechts’ een remaster van is There Anybody Out There (de box) en twéé cd’s met niet eerder uitgebrachte demo’s van voornamelijk Waters, een enkele van Gilmour en een paar groepsopnamen. Tot zover de kennis. Maar zoals we van Frank Zappa geleerd hebben: ‘kennis is geen wijsheid’, dus nu wijsheid. Met de Wembley versie is er een mooie, extra, live versie van Dark Side legaal beschikbaar; de show was ook met wat gering zoekwerk al een tijdlang in de handel. Het is een prachtige uitvoering, die plaatsvindt ongeveer anderhalf jaar na de officiële release. De band is dan al goed bekend met het werk en het wordt dan ook met enige flair uitgevoerd. Opmerkelijk is de wat uitgeklede sound, niet de studiotrucages met een volvette sound, maar de viermansband live aan het werk (afgezien van het koortje en de gastsax dan). Er is veel Fender Rhodes van Rick Wright (prachtig instrument, altijd goed als je dat hoort), bovendien is Wright terecht veel meer hoorbaar. Zijn rol was belangrijker dan menigeen denkt, met deze live versie wordt dat nog maar eens goed duidelijk gemaakt. In de Wembley-toegift zat Echoes, die ook prachtig werd uitgevoerd; wel op de illegale cd, maar niet in de Immersion set. Jammer, logisch, want de sets gingen over drie platen, toch? Nee! Want in de Wish doos staan op de extra live cd tracks van Animals. Animals zit helaas niet in de reeks Immersion. Zonde, want ook dat is een erg sterke en onderschatte plaat.

De extra cd in de “Ceci nést pas une boîte” (vrij naar René Margritte) is dé schat van de drie Immersion-sets. Klaus Schulze begint, ik bedoel, Rick Wright (maar dat zegt iets over de sfeer), Gilmour zet in, sneller dan we gewend zijn en dan start Shine On live in Wembley. Twintig minuten lang en compleet. Opnieuw opvallend is de sterke aanwezigheid van Wright’s keyboards. Raving and Droling, gevolgd door You’ve Got to be Crazy – ook Wembley -beginnen. Beide tracks zouden onder die naam op Wish You Were Here komen, maar haalden het niet. Later werden ze uit de voorraad gehaald voor Animals en kregen, andere en nu meer bekende namen: Sheep en Dogs. Raving wordt hier heftig uitgevoerd, veel synthesizerwerk en – soli. Crazy is prachtig; het begint met akoestische gitaar en vocalen van Gilmour. De uitvoering is anders, vlotter, meer funky, dan de uiteindelijke versie. Gilmour en Wright schitteren, qua stijl had dit best op Wish gepast. Na Meddle en vooral Alan’s Psychedelic Breakfast speelde de band met het idee om een plaat te maken met geluiden middels ‘household objects’, gewone huishoudelijke voorwerpen. Het project strandde omdat ze, volgens Mason, bijvoorbeeld urenlang bezig waren om elastiekjes op een doos te laten klinken als een echte basgitaar. Dat kan met echte instrumenten natuurlijk beter was het uiteindelijke inzicht en dat was einde huishouden. De wijnglazen – rondjes draaien met een natte vinger over kristallen glazen – bleek een mooi intro voor Wish, het was een tapeloop, alleen tijdens een concert in Venetië werd het live gedaan. Have a Cigar is zonder Harper. Het klinkt vreemd. Zowel Waters als Gilmour hadden niet de kracht die nodig was om het nummer te zingen. Na talloze pogingen, al dan niet in duet, zei Harper, die op dat moment in een andere studio met zijn plaat bezig was, “Zal ik het eens proberen?” en met enig venijn en sarcasme lukte het hem meteen. Die versie werd gehandhaafd, ook als was Waters er eigenlijk nooit blij mee. Een oppervlakkig luisteraar hoort nauwelijks dat er iemand anders zingt overigens; Harper’s stem lijkt op die van Waters. Ook in de studio – het was er druk - was bekend jazz-violist – hij wekte heel veel samen met Django Reinhardt - Stéphane Grappelli. Zijn vioolsolo op Wish werd toen niet geschikt bevonden voor de plaat, daarna verdween de track en werd nu teruggevonden. Gilmour: “Jammer dat we die niet gebruikt hebben voor de eigenlijke plaat”. Tsja, zo gaat dat soms. De versie is mooi, maar staat ook op zichzelf, ik snap wel dat die niet helemaal past in de sfeer van de plaat, die toch veel elektronischer is. Prachtige extra cd dus.

Dat vind ik minder van de maar liefst twee extra bonus cd’s van The Wall. Maar er is – altijd - een verhaal bij. Met Dark Side had Pink Floyd alles bereikt wat er te bereiken viel. Het kwartet dat altijd samen componeerde, besloot en redelijk anoniem door het leven ging was klaar. De opvolger, Wish, zorgde voor problemen. Waters was, min of meer noodgedwongen, de schrijver geworden en Gilmour zijn tegenpool. Dat leidde vaak tot discussies waarbij Mason en Wright een beetje de buitenstaanders werden. Een proces dat werd versterkt door de geringe bijdrage van Wright aan Animals. Soms zit je gewoon niet lekker in je vel en komt er weinig uit. In die tijd was onbegrip, vooral van Waters kant, zijn deel. Een en ander culmineerde bij the Wall, hèt project van Waters. Hij had er complete geluiden en beelden bij en zowat de hele tekst met muziek kant en klaar. De rest mocht de hokjes inkleuren en dat stimuleert de creativiteit natuurlijk niet. Hoe alles ‘ready made’ werd voorgeschoteld horen we inderdaad op de demo’s van Waters. Gilmour vocht er nog een paar liedjes van hem in, Mason bewaarde de lieve vrede, maar Wright had er geen zin meer in en moest bijna gedwongen worden zijn partijen in te spelen. Wat hij speelt is schitterend en opnieuw zwaar onderschat. Maar onder druk van de tijd en het geld (de groep bleek in de tijd plotseling bijna failliet) stapte hij op. Met gastmusici werd de plaat afgemaakt. Wright speelde live zijn nieuwe contract uit, maar daarna was het over. Met hangen en wurgen werd nog één Pink Floyd plaat gemaakt, een redelijk slechte: The Final Cut. Eigenlijk had daar al de groepsnaam niet meer op mogen staan, want dit was nog meer dan the Wall een Waters solo project. Toen viel het doek. Heel veel jaren later (24 om precies te zijn) was er een reünie tijdens Live8. Ouder, wijzer, rustiger. Het kon wel weer samen. De bonus cd’s van The Wall zijn best leuk om naar te luisteren als je echte fan bent of onderzoeker. De andere twee cd’s vind ik niet bepaald een extra, want die waren al verkrijgbaar in een prachtig uitgevoerde box: Is There Anybody Out There? Liever had ik een complete Wall live op DVD of Blu-ray in deze doos gehad, of misschien wel de filmversie van Parker.

Natuurlijk koop je deze dozen als fanaat en ben ik er blij mee, maar er blijft wel iets knagen, een verlangen naar vroeger en die opmerking van Mason helpt daar ook niet echt bij, er is nog zoveel niet officieel uitgebracht: de BBC opnamen bijvoorbeeld, het concert in Pompeï (ook al met als thema afwezigheid – dit keer het publiek), de echt complete Zabriskie Point sessies, Moonhead (de muziek bij de eerste maanlanding), the Labyrinths of Auximenes en zo zijn er nog wel een paar. Tot die tijd zwem ik maar even rond in deze dozen en laat me heerlijk onderdompelen.