Magick Brother 1969


Glastonbury Fayre 1971 2002


Continental Circus 1971


Camembert Eclectique 1995


Camembert Electrique 1971


Flying Teapot 1973 (Virgin-versie)


Angel's Egg 1973


Paragong: Live'73 1995


You 1974


Live in Sherwood Forest '75 2005


Shamal 1976


Gazeuse! 1976


Gong est Mort 1977


Live etc. 1977


Expresso II 1978


Planet Gong: Live Floating Anarchy 1977 1978


Gilly Smith: Mother 1978


New York Gong: About Time 1980


Gongmaison 1989


Shapeshifter 1992


25th Birthday Party 1995


0 2 ∞ /Zero to Infinity 2000


Live 2 infinitea 2000


Acid Motherhood 2004


2032 2009


I See You 2014


Rejoice, I'm Dead! 2016


The Universe Also Collapses 2019
Meester-bouwer doolhof
Een groene planeet achter de maan bewoond door groene wezens met puntmutsen en propellers daarop die in theepotten vliegen, een radiostation met astrale golven in Tibet, een held, een verleidende heks, een zoektocht op weg naar, ja waar naar toe eigenlijk? Het verhaal rondom de band Gong is al net zo kleurrijk als de intro doet vermoeden. Een band die, als je die volgt, is als een tocht door een labyrint, gevormd door de diverse reïncarnaties van Gong, bandleden die verdwijnen, weer terugkeren en vervolgens een nieuwe zijweg inslaan al dan niet in een ander land, want anders is het volgen wel heel makkelijk natuurlijk. Iedereen brengt hun bijdrage natuurlijk uit op lp of cd, maar dan wel op allemaal verschillende platenlabels, die dan ook nog eens met elkaar in de clinch liggen om wie nu de rechten heeft. Eén ding is absoluut zeker, met Gong verveel je je nooit.

Ik kwam in aanraking met de planeet zo rond mijn achttiende geïntrigeerd door de hoes van de tweede plaat van de Radio Gnome trilogie: Angel’s Egg. De niet alledaagse vormgeving viel op en zoals dat toen ging, ik nam de plaat ongehoord mee. Thuis viel ik in de ene verbazing van de andere, want de plaat die een sterkte collageachtige opbouw heeft gaat van rock naar jazz naar klassiek naar folk naar new age (al bestond dat toen nog niet), naar de door mij zo geliefde marimba’s en dan ook nog een verhaal erbij dat het best omschreven wordt als ‘outa world’. Natuurlijk moesten het eerste én derde deel er ook komen, maar er kwam nog veel meer, want ik was het labyrint van de groene wereld ingegaan zonder te weten waar ik terecht kwam en wat ik tegen zou komen. Het overtrof allemaal mijn stoutste verwachting. Het verhaal van de trilogie is zo vreselijk grappig, maar ook filosofisch, reflecterend dat ik er iets mee moest doen. Ik vertaalde het in het Nederlands en leverde het in bij mijn docent Nederlands als zijnde een modern sprookje. Eerst viel de man en daarna mijn klasgenoten van hun respectievelijke stoelen. Daarna werd ik door velen anders bekeken, maar dat was ik inmiddels al gewend door ervaringen met andere muziekstromingen en de vaak toch wat conservatieve opstelling van de ‘liefhebbers’.

De geschiedenis van Gong begint in Australië met Christopher David Allen (1938-2015/schrijver, dichter, gitarist, levensgenieter), eigenlijk dé grote Pot Head Pixie. Allen was vanuit Australië naar Engeland gereisd en vond onderdak in Wellington House, het huis van Robert Wyatt en diens familie. De nog jonge Wyatt (hij was toen vijftien) had een goede jazzverzameling en het klikte dan ook meteen. Samen met Robert’s vriend en bassist/gitarist Hugh Hopper nam Allen, die zich nu Daevid noemde, poëzie en muziek op. Vele jaren later (1993) zou een deel daarvan op cd uitkomen als “Daevid Allen Trio ‎– Live 1963’. Allen maakte via Wyatt en Hopper kennis met The Wilde Flowers en mensen als Kevin Ayers en Mike Ratledge. Samen met die laatste twee en Wyatt begon hij een nieuwe band: Soft Machine. Allen kwam op de naam door het gelijknamige boek van Willliam Burroughs. Hij had Burroughs op de boot van Australië naar Engeland ontmoet en vroeg hem nu persoonlijk om toestemming. “Why not?” was het korte antwoord, daarna was Burroughs weg en is nooit meer gezien door Allen. Met deze groep mochten ze een demo opnemen voor producer Giorgio Gomelsky. Jaren later, nadat Soft Machine een populaire band was, kwam dat in goedkope versie op lp’s uit. Allen vindt van zichzelf dat hij ontzettend beroerd gitaar speelt op die tracks, maar dat de zang van Wyatt alles goedmaakt.

Na een tournee in Frankrijk mocht Allen de komende drie jaar Engeland niet meer binnen vanwege een verlopen visa. Er zit niets anders op dan in Frankrijk te blijven. Samen met zijn vriendin Gilli Smyth (1933-2016/professor talen aan de Sorbonne/poetry & space-whisper) vinden ze een appartement in Parijs. Daar is het een zoete inval en dus een komen en gaan van vrienden uit Engeland, maar ook mensen als Terry Riley. Die had nogal een invloed op Allen, maar ook op Hopper en aldus op Soft Machine. Luister maar eens naar de vele repetities en tapeloops op hun albums.

Met bevriende musici vormen Allen en Smyth een naamloze band, die zou later door Allen als ‘proto-Gong’ betiteld worden. In die ‘groep’ Ziska Baum (zang) en Loren Standlee (fluit). De potentiële band werd door de omwenteling der geschiedenis om zeep geholpen. Allen en Smyth werden na de studentenprotesten in mei 1968 in Parijs gezocht door de politie en vluchtten het land uit richting Deia, Mallorca. Daar hadden ze al eerder een tijd gewoond.

Pas na een jaar keerden ze weer terug naar Parijs, maar vooral omdat Jérôme Laperrousaz, een vriend van het tweetal, ze vroeg om de soundtrack te maken bij een film waar hij mee bezig was; een film over motorliefhebbers en motorracen. Eenmaal terug in Parijs werden ze aangesproken door Jean Karakos. Karakos had net een eigen platenmaatschappij opgezet (BYG Actuel) en vroeg of ze een plaat wilden opnemen. De filmmuziek werd even geparkeerd en Allen ging op zoek naar musici voor een band. In Deia hadden ze Didier Malherbe (1943- /saxen, fluit) ontmoet en vroegen hem naar Parijs te komen. De ritmesectie werd gevormd door: Christian Tritsch (1944- /bas) en Rachid Houari (?/drums en percussie). Tijdens de opnamen was Tritsch niet altijd beschikbaar, op de meeste tracks speelt Allen zelf maar bas.

Het eerste optreden van Gong is op 27 oktober 1969 in Amougies, net over de grens in België voor het BYG/Actuel-festival. Het was een gedenkwaardig festival, want daar speelden een vijftigtal groepen waaronder Soft Machine, Caravan, Pink Floyd, Ten Years After, Archie Shepp, The Nice, Art Ensemble of Chicago, The Pretty Things, Alexis Korner, Captain Beefheart en Yes. Spreekstalmeester en gastheer van het hele gebeuren was Frank Zappa, die op dat moment even zonder band zat. Hij speelde soms mee. Zo is de track ‘Interstellar Overdrive’ met Pink Floyd voer voor kenners. Gong had wat gasten meegenomen: Danny Laloux (jachthoorn, percussie) Dieter Gewissler and Gerry Fields (viool). Hoe deze groep klinkt is te horen op Camembert Eclectique (1995), een cd die nogal eens verward wordt met de elektrische variant. Op de eclectische versies demo’s en bandoefeningen.

Het eerste album, ‘Magick Brother,’ kwam uit in maart 1970. Bij een zogenaamde re-release werd de titel veranderd in Magick Brother/Mystic Sister, met natuurlijk een andere hoes, anders is het te gemakkelijk, toch?. Op de tegelijk uitgebrachte single stond geen enkele track van het album: ‘Est-Ce Que Je Suis', Garçon Ou Fille?’/'Hip Hip Hypnotise Ya’. Bij latere cd-uitgaven zou de single pas weer opduiken. De plaat laat al voorzichtig horen welke kosmische kant Gong uitgaat. Soms zijn het herkenbare liedjes, soms is het een grote geluidscollage. Dat geldt vooral voor kant twee, de zogenaamde ‘Late Night Side’. A- was de tegenhanger: ‘Early Morning Side’. Het album kwam in een abominabele (goedkope?) persing en was soms niet om aan te horen. Door het gekraak en geruis was wel duidelijk dat we te maken hadden met een groep met potentie.

In oktober verhuisde de hele band naar Voisins en Sens, naar een groot, oud huis met twaalf kamers, het ‘Pavillion du Hay’. Vrouwen, vriendinnen, kinderen en huisdieren gingen mee. Het werd een leefgemeenschap, commune zeiden ze in die tijd. Daar bleven ze tot 1974.

Houari had het al snel gezien en werd vervangen door Pip Pyle (1950-2006); die was aanbevolen door Robert Wyatt. In deze samenstelling werd de soundtrack voor Laperrousaz afgemaakt: ‘Continental Circus’ (1971). Het album heeft wel een kleine link met motoren, maar is bovenal een best zweverige Gong plaat met lange tracks.

Gong treedt dat jaar op, op het nu fameuze Glastonbury Festival. Het concert werd opgenomen, maar bleek ongeschikt wegens een stroomstoring halverwege. Uiteindelijk is het in eigen beheer in 2002 uitgebracht als ‘Glastonbury Fayre 1971’, inclusief de storing.

Dan is het tijd voor Franse kaas, te weten ‘Camembert Electrique’. Volgens Allen de eerste echte Gong-plaat. Het album is in feite de voorloper, preambule of ouverture naar de Radio Gnome Trilogie. Voor het eerst wordt er gesproken over ’Radio Gnome’. In feite is dat kleine beginstukje op de plaat bijna een radiojingle om de band aan te kondigen. Nieuw is, en dat zou blijven, is dat bandleden bijnamen krijgen. Tritsch heet hier ‘Submarine Captain’, Allen ‘Bert Camembert’, Malherbe ‘Blumdido (ook Bloomdido) Bad de Grass’ en Smyth ‘Shakti Yoni’. Francis Lion, de technicus wordt: ‘Venux De Luxe’.
Met Camembert Electrique zet Allen het zo typische Gong-geluid neer: rock, jazz, space en dat alles voorzien van een laag filosofie, Oosterse wijsheid, humor en/ of een vette knipoog.

Na de opnamen verliet Pyle de band en wordt opgevolgd door Laurie Allen (1943- /geen familie), maar ook die ging en werd achtereenvolgens opgevolgd door Mac Poole, Charles Hayward, Rob Tait en toen kwam Allen gewoon weer terug. Smyth zocht even een rustige plek om Allen’s en haar zoon, Orlando, te verzorgen en vertrok naar Deia. Smyth’s spacewhispers werden nu Diane Stewart gedaan, Stewart was de vrouw van Tait. Tritsch ging gitaar spelen, de band werd daarom aangevuld met Francis Moze (1946- ,) de eerdere bassist van Magma. Helemaal nieuw was synthesizerspeler Tim Blake (1952- /Hi T. Moonweed). Deze zo typische wisselingen werden bijna de standaard routine in de band. Eigenlijk past hier de vraag; “Wie heeft er nooit in Gong gespeeld?”.

Gong was een van de eerste bands, na Mike Oldfield, die door Richard Branson werd opgenomen voor het net opgerichte Virgin Records. De band ging naar de Manor Studios om een album op te nemen. Eenmaal daar krijgen ze Tubular Bells, het meesterwerk van Oldfield in een voorlopige mix te horen. Aan het einde van de opnames komt eindelijk de nieuwe gitarist, Steve Hillage (1951- /sub. Capt. Hillage). Allen had Hillage in Frankrijk zien spelen met Kevin Ayers. Hillage was daar de vervanger van Oldfield (!). Ondanks het feit dat hij laat was zijn de soli van zijn hand goed herkenbaar op ‘Flying Teapot’; het eerste ‘officiële’ album uit de Radio Gnome Trilogie. Het album werd tegelijkertijd uitgebracht met Tubular Bells.

Er was meteen een internationaal conflictje, want Karakos vond dat Gong nog onder contract stond bij BYG Actuel. Dat werd een heel getouwtrek met als gevolg dat het album op beide labels uitkwam. Bij BYG Actuel in een gemodificeerde buitenhoes. Op de originele hoes de door Allen (Dingo Virgin) getekende ‘flying teapot’ en in de binnenhoes een uitgebreid verhaal over de wonderlijke, groene planeet en de ‘held’ van het verhaal ‘Zero’. Heerlijk zo’n sprookje of ‘fantasy’.

Moze en Laurie Allen verlieten de band en werd vervangen door bassist Mike Howlett (1950- /T. Being Esq.) en drummer extraordinaire: Pierre Moerlen (1952-2005/Pierre de Strasbourg). Daarmee was – wat nu wordt gezien als de mooiste, beste, klassieke, etc. Gongband – compleet. Het moet gezegd, deel twee van de trilogie ‘Angel’s Egg’(1973) is een fantastisch album, maar dat schreef ik al in de inleiding. Moerlen brengt vriendin Mireille Bauer (1951- /percussie/Mireille de Strasbourg) mee, Hillage vriendin Miquette Giraudy (1953- /zang, actrice//Bambaloni Yoni) mee. Het huis wordt alsmaar voller.
Echter, Allen en Smyth vertrekken even naar Deia, de resterende band, Hillage, Howlett, Blake, Malherbe en Moerlen achterlatend. Die gaan nu een korte tijd, maart-april 1973 door het leven als Paragong. Ze speelden alleen in Frankrijk. Een kort verslag daarvan is te horen op de cd ‘Paragong, live '73’ (1995). Begin 1974 vertrekt Smyth weer naar Deia voor de geboorte van zoon nummer twee, Tasmin. Moerlen gaat terug naar Strasbourg om mee te spelen met ‘Les Percussions de Strasbourg’; een contemporain muziek ensemble te vergelijken met onze Slagwerkgroep Den Haag. Tait en Stewart komen daarom, net als eerder, even terug.
Het Pavillion du Hay én Frankrijk worden vaarwel gezegd. De band betrekt een oude boerderij, Middlefield Farm, in de buurt van Whitney, Oxfordshire.

Voor deel drie van de trilogie, ‘You’(1974, is de kerngroep weer terug, dus de band met Moerlen en Smyth. You is de meest ‘outa space’ plaat van de drie, met vooral lange tracks en veel soli van zowel Hillage als Malherbe.
Na het uitkomen van You is Moerlen alweer vertrokken naar zijn percussie-ensemble in Strasbourg en vestigt Smyth zich (voorlopig) voorgoed op Deia, samen met haar twee zoons. Allen reist haar achterna voordat hij op tournee gaat met Gong. Smyth wordt vervangen door Giraudy. Tijdens de tournee is er (opnieuw) een drumprobleem. Achtereenvolgens zitten op de drumkruk: Chris Cutler, Laurie Allan, Bill Bruford en uiteindelijk de van The Nice en Refugee afkomstige Brian Davison. Ondanks al deze ‘onrust’ weet Hillage zijn eerste, succesvolle soloalbum te maken: ‘Fish Rising’ (1975) met bijna de complete Gongband en gasten als Lindsay Cooper (fagot/Henry Cow) en Dave Stewart (keyboards/Uriel/Egg/ Hatfield & the North).

Virgin haalt in Engeland een kleine stunt uit door het oude album ‘Camembert Electrique’ te verkopen voor 59P, nu ongeveer zesenzestig cent. De plaat vloog over de toonbank. Het doel van Branson was natuurlijk jonge fans trekken en de andere albums beter te verkopen. Of het gelukt is vertelt het verhaal niet. Hoe dan ook, Gong was toch wel op weg een bekende band te worden.

De musici in Gong zijn zonder uitzondering eigenwijs en –zinnig. Dat leidt nog wel eens tot botsingen, maar nu met drastische gevolgen. Tim Blake wordt ongeveer de groep uitgegooid, omdat er niet met hem te werken valt. Er komt geen plaatsvervanger, waardoor het Gong-geluid sterk aan betovering inboet. Allen voelt zich steeds minder op zijn plek in zijn eigen band. Dat heeft te maken met de kundigheid van de andere musici en het zich steeds afvragen waar hij mee bezig is (drank, drugs, muziek). Hij neemt een drastisch besluit en besluit per direct te stoppen met zowel alcohol als de band; hij komt dan ook niet het podium op bij het concert dat gegeven zou moeten worden in Cheltenham die avond. De rest besluit – eigenlijk noodgedwongen - zonder hem verder te gaan en wijst Hillage aan tot opvolger. Die had toch een eigen plaat enzovoort. Hillage is helemaal niet blij met die rol, maar op dat moment kan het bijna niet anders. Hillage vraagt Moerlen terug te keren en die doet dat. Ook Mireille komt terug. Om de plek van Blake in te vullen komt Patrice Lemoine (1953- /synthesizer én andere keyboards) en als extra vernieuwend element een viool, gespeeld door Jorge Pinchevsky (1943-2003).

Met deze samenstelling treedt Gong op diverse plekken in Engeland op. Een verslag daarvan is te vinden op de cd ‘Live in Sherwood Forest ‘75’ (2005). Met deze groep klonk de hemelse muziek van Gong een stuk aardser en ging eerder jazzrock dan psychedelic. Nu het verhaal van Radio Gnome verteld was, lag ook open waar de tekst over moest gaan, of er überhaupt zelfs wel tekst moest zijn. De muziek op Shamal (1976/geproduceerd door Nick Mason) is vooral instrumentaal. Er zijn wel invloeden, maar die zou je eerder etnisch kunnen noemen dan kosmisch. Maar nog voordat Shamal werd uitgebracht waren Hillage en Giraudy vertrokken. Niet blij met hun leidersrol in Gong en eigenlijk meer bezig met een solocarrière. Die is tot op de dag van vandaag succesvol. Tegenwoordig speelt het duo – en nog steeds bij elkaar(!) – als technoband System 7 of de afgeleide ambientversie: Mirror System.
De Gong-band die nu op het podium stond werd aangevuld met Sandy Colley (zang), de vrouw van Lemoine. Daarnaast ging Howlett meer zingen. Na een tournee in Europa mocht Pinchevsky Engeland niet meer in vanwege het bezit van drugs. David Cross (ex King Crimson) bood een helpende hand, maar de band was al bezig uit elkaar te vallen. Howlett wilde een groep met meer zang, Moerlen vooral instrumentaal. Virgin, de platenmaatschappij, hoorde het aan en koos voor het instrumentale en dus voor Moerlen. Dat betekende dat Moerlen nu Gong’ stuurman was geworden.

Het eerste album onder Moerlen’s leiding is Gazeuse! (1976). De muzikale richting die op Shamal al was ingezet gaat hier nog een stap verder. Geen zang meer en vooral percussie-georiënteerde rockjazz. Broer Benoit Moerlen speelt percussie, net als Mireille. Verder is aangetrokken Minu Cinelu (percussie), Francis Moze (van de oude theepot) en last but not least Allan Holdsworth (gitaar). Eigenlijk de enige oudgediende is Didier Malherbe. Gazeuse! kwam in een – in mijn optiek – prachtige hoes waar je lang na kon kijken, het is in feite een mandala in Gong-stijl, maar dan in een modern jasje. Bij de eerste lp-persing zat een poster met die afbeelding. In Amerika en Canada heette het album Expresso naar het eerste nummer. Jammer is dat ze het daar met een godsgruwelijk lelijke hoes moeten doen; een soort neergestort expresso-achtige raket lijkt het.

In goede Gong-traditie stappen na het album een aantal leden op: Malherbe, Holdsworth, Moze en Cinelu. Twee jaar later (1978) verschijnt het laatste album onder leiding van Moerlen onder de Gong-noemer; Expresso II. Dit is een logisch vervolg op Expresso en voor ons op Gazeuse!. Nieuwe musici zijn Hansford Rowe (Bas), François Causse (conga’s), Bon Lozaga én Allan Holdsworth (even terug) én Mick Taylor (ex Rolling Stones) gitaar en Darryl Way (viool, bekend van Curved Air). Benoit en Mireille zijn ook hier weer present. Moerlen maakt tot 2004met wisselende musici onder de naam Pierre Moerlen’s Gong nog een hele reeks albums. In mei 2005 overlijdt hij plotseling.

Daevid Allen lijkt inmiddels uit beeld verdwenen, maar niets is minder waar. Na Gong is hij vetrokken naar Deia. Op Mallorca maakt hij met plaatselijke musici, Euterpe, een Gong-achtig album: Good Morning (1976). Euterpe bestaat uit: Ana Camps (zang, fluister),Tony Ares (contrabas), Toni Tree Fernandez (gitaar), Pepe Milan (gitaar, mandoline, percussie) en Tony Pascual (synthesizers, keyboards). Opvallend is dat Good Morning bijna helemaal akoestisch is en daardoor een heel andere sfeer heeft dan we van Allen kennen. Op de langste track van het album spelen Howlett (elektrische bas)en Moerlen (Drums) mee. De track zou zo op een Gong-plaat kunnen staan. De voorzijde van de hoes is voorzien van een echte Pot Head Pixie. We zijn nog niet van de man af!

In mei 1977 vindt in het Hippodrome in Parijs de eerste Gong reünie plaats. Er zijn optredens van Tim Blake, Steve Hillage, Gong-Expresso (de band rondom Moerlen voordat die Pierre Moerlen’s Gong genoemd werd), Bloom (de band van Malherbe), Daevid Allen & Euterpe en de klassieke Gong-band met Allen, Smyth, Malherbe, Blake, Hillage, Giraudy, Howlett en Moerlen. Deze Gong-versie speelt de hoogtepunten uit de trilogie. Wat ze hebben gespeeld is te horen op de dubbel-lp ‘Gong est Mort, Vive Gong!’ (1977). De release was voor fans een vreemde, want waarom was Hillage’s gezicht voorzien van een witte vlek? Waarom werd zijn naam nergens vermeld? Later werd duidelijk dat er een probleem was met Virgin. Die claimde de bandnaam en het feit dat Hillage bij Virgin onder contract stond. Om de zaak op het spits te drijven bracht Virgin in rap tempo een eigen dubbel-lp uit met hoogtepunten uit de trilogie: ‘Live, etc.’ (1977). Het stikte van de foto’s, genomen tijdens het concert in de Hippodrome (!). Als reactie bestormde Daevid Allen met een horde Gong fans het kantoor van Virgin in Londen en haalde zijn gelijk. Na enig overleg mocht Gong est Mort toch uitgebracht worden, maar wel met een anonieme én geblurde Hillage.

De Live etc. plaat was trouwens een best goede, zowel qua opnames als de extra’s; de oude en bijna vergeten singles uit de beginperiode. Voor mij maakte het niet, van Gong in deze setting kun je niet genoeg platen hebben. Nu hebben we er nog veel meer, maar deze zijn toch net ietsje meer bijzonder, maar dat kan ook pure nostalgie zijn.

Daevid Allen ging ondertussen rustig door met het schrijven over de ‘lives and times’ op de groene planeet. Natuurlijk op zijn soloalbums, maar ook al snel in een nieuw opgezette band die hij ‘Planet Gong’ noemde. ‘Live Floating Anarchy 1977’ was meteen een heftige kennismaking. De hoes leek net een kleurplaat en de musici waren mij totaal onbekend: Keith Missile Bass (bas, dus), Anni Wombat & Suze Da Blooz (engelenzang), Kifkif Le Batteur (drums), Gavin Da Blitz (synthesizer), Mari Clearlit (armen, benen, voeten en ogen, dans dus), Gilli Smyth (ruimtefluister), Daevit Alien Der Bananaspy (glissando gitaar) en Prof. Sharpstrings.P.A. (gitaar). De muziek: Gong meets punk of New Wave, zoiets. Veel harder en heftiger dan we kennen. Van het lange stuk ‘Allez Ali Baba Blacksheep Have You Any Bullshit? And/Or (Then) Mama Maya Mantram’ kreeg ik na de intro altijd kippenvel van de opgebouwde spanning als de band eenmaal inviel. Wat een track! Later kwam de hoes ook in kleur, maar die voegde weinig toe aan de impact die de plaat eerder had.

Die ‘glissando gitaar’ van Allen was in feite niets meer dan met een ijzeren staafje over de snaren glijden, maar het geluid dat er dan uitkomt, gaat regelrecht de kosmos in. Hij keek het af van Syd Barrett, de gitarist van de hele oude Pink Floyd.

Gilli Smyth reisde naar Londen en begon haar eigen band, ‘Mother Gong’. Met Harry Williamson (1950- /gitaar/producer) en Didier Malherbe maakte ze haar eerste album: ‘Mother’ (1978). Ze werd erbij ondersteund door Allen (gitaar, bas) en een reeks oude bekenden: Christiaan Tritsch (bas), Pip Pyle (drums), Tony Pascual (synthesizer, bekend van Euterpe). Het album is een mix van songs, gedichten, verhalen en geluidscollages. Smyth zou nog meer albums maken onder de naam Mother Gong en ook ‘Gong Matrices’.

Was ‘Planet Gong’ een Engelse band, ‘New York Gong’ was duidelijk een Amerikaanse met de lp ’About Time’ (1980). De muziekstijl was enigszins te vergelijken met de punky-aanpak, maar dan anders, volwassener. In New York werkte Allen met musici als Bill Laswell (bas), Fred Maher & Bill Bacon (drums), Cliff Cultreri (gitaar) en soms Michael Beinhorn (synthesizer). Ben je een beetje op de hoogte van de New York-scene, dan zie je meteen dat dit dezelfde band is die later als Material door het leven zou gaan.

De tijd schrijdt voort en de planeten stonden daarom even anders, Planeet Gong verdween achter de Dark Side of the Moon. Er viel een enorme audio-stilte. Allen bleek terug te zijn in zijn geboorteland Australië en iedereen was zo met z’n eigen dingen bezig. In 1988 keerde Allen teug en begon meteen een nieuwe band met en directe verwijzing naar het oude Gong: The Invisible Opera Company of Tibet (C.O.I.T.). In die onzichtbare compagnie speelden musici als Malherbe en violist Graham Clark (1959- ). Maar al snel werd Harry Williamson van Mother Gong toegevoegd en fuseerde ze als het ware in een nieuwe band: Gongmaison; het huis van Gong. Gongmaison bestond uit: Conrad Henderson (bas), Wandana Bruce (harmonium), Williamson (synthesizers), Shyamal Maitra (tabla, percussie), Clark (viool), Malherbe en Allen.

Gongmaison bleek een opstap naar de ware Gong. In 1990 was er een eenmalig optreden voor de TV. Allen vroeg oude bekenden voor deze show: Allen, Smyth, Malherbe, oudgediende Pip Pyle en drie leden van de Here & Now-band: Stephen Lewry (gitaar), Keith Bailey (bas) en Paul Noble (synthesizer). Het optreden bracht een gedachtestroom op gang bij Allen, daarna werd Gongmaison omgedoopt tot Gong. Met deze Gong werd een nieuw deel aan de trilogie toegevoegd, die daarom nu dus geen trilogie meer was. Met Malherbe, Pyle, Bailey, Clark en Maitra werd het vierde deel opgenomen als ‘Shapeshifter’(1992). Ondanks het feit dat er achttien jaar verschil zit tussen deel drie en vier is het muzikaal en tekstueel gezien niet eens een heel grote kloof. Dat is de ‘Sound & Vision’ van Allen natuurlijk.

Nu Gong weer actief was werd de vijfentwintigste verjaardag (1994) goed gevierd met een bijzonder optreden in Londen. Terug op het nest waren voor die gelegenheid: Smyth en Howlett. gitarist Stephen Lewry (ook van Here & Now) werd als gitarist aangetrokken. De weerslag van het feestje is te hoen op de 2cd ‘Birthday Party’ (1995).

Tot vreugde van de fans en musici keerde nu ook Pierre Moerlen terug. Hij loste Pyle af en speelde weer bij Gong van 1997 tot 1999. Helaas maakte hij het vijfde deel niet meer mee. In 2000 verscheen kort na elkaar ‘0 2 ∞ - geschreven: Zero to Infinity’ en een live-versie daarvan: ‘Live 2 Infinitea’. Chris Taylor is de nieuwe drummer. Maar er is ook een tweede ‘blazer’ aanwezig: Theo Travis (1964- /die speelde en speelt in diverse reïncarnaties van Soft Machine). De tweede blazer naast Malherbe, een bijzonder feit, want dat was nog niet eerder vertoond. Op Zero to Infinity komt de ‘Invisible Temple’ weer tevoorschijn, maar de track die je van je stoel krijgt is ‘Magdalene’, met een geweldige solo van Malherbe op duduk. Fijn is dat de track voor de live-set al bijna twee keer zo lang is geworden; het swingen dus ook. Op de live-plaat staan ook oude klassiekers in een nieuwe jas, zoals: ‘Tropical Fish, Selene, Inner Temple’ en Zero The Hero and the Witch’s Spell’.

Gong zou Gong niet zijn, of beter gezegd Allen, Allen niet, als het hier bij bleef. In 2003 duikt plotseling ‘Acid Mothers Gong’ op; een nieuwe loot aan de Gong-boom. De naam is een verwijzing naar de Japanse band ‘Acid Mothers Temple’. Uit die band komen Kawabata Makoto (gitaar, bouzouki) en Cotton Casino (synthesizers). Bassist is Dharmawan Bradbridge, tweede (eigenlijk derde) gitarist: Josh Pollock (van The University of Errors). Meest opvallend is degene op de drumkruk: Orlando Allen, juist de zoon van; hij is ook de producer van het nieuwe album. Acid Mother Gong wordt afgekort tot Gong en maakt een album met als titel: ‘Acid Motherhood’ (2004). Er waren nog wel wat optredens, maar uiteindelijk pakte Allen de draad van Zero to Infinity weer op en bleef dit een Japanse flirt of ook wel een one-shot-deal.

Duidelijk in bovenstaand verhaal is dat Gong in feite één grote familie is met veel en verschillende nakomelingen. Er was al eerder een reünie geweest, maar er zouden we meer volgen en wel onder de naam: ‘Uncons’. Dat staat voor ‘Gong Family Unconventions’. Tijdens een Uncon kwam je de meeste oud-Gong leden tegen met hun eigen bands, maar was er ook plek voor kruisbestuiving ter plekke. De eerste Uncon was in Glastonbury (2004), de tweede in 2005. Misschien wel de meest bijzondere in 2006 in Amsterdam. Drie dagen Gong-feest in de Melkweg (natuurlijk!). Daar kon je de oude, klassieke Gong horen minus de net overleden Moerlen, maar ook system 7, de band van Hillage en Giraudy, een eenmalig optreden van de oude Hillage band, Hadouk (Malherbe’s band), Tim Blake (met Jean Philippe Rykiel), maar ook: ‘University of Errors, Here & Now, Mother Gong, Acid Mothers Gong, Gong Global Family en vele anderen. Van diverse optredens daar zijn cd’s en DVD’s verschenen. Allen ging nog even door naar Brazilië om daar met de ‘Gong Global Family’ te spelen: Pollock, Fabio Golfetti (gitaar), Gabriel Costa (bas), Marcelo Ringel (fluit, sax) en Fred Barley (drums).

Het was een zen-momentje op weg naar het zesde – en laatste- deel van Radio Gnome in 2008. Gong had inmiddels enkele concerten gegeven in Londen in een nieuwe/oude bezetting: Allen, Smyth, Hillage, Giraudy (synthesizer), Howlett, Taylor en Travis. Dat was ook de band die ‘2032’ (2009) maakte. Zero heeft zijn weg gevonden en het verhaal is afgelopen. Het getal, 2032, komt niet zomaar uit de lucht vallen. Allen had een visie dat dit het jaar zou zijn dat de mensheid het licht zou zien en daarmee van veel problemen zou worden verlost. We zullen zien.
De band ging nog een tijdje op tournee, maar dan wel met David Sturt (1960- ) als bassist en een aantal wisselende bezettingen en gasten. In 2012 is de laatste tournee met Smyth. Eind 2014 wordt de groep versterkt met een jonge, nieuwe gitarist: Kavus Torabi (1971- ).

‘I See You’ (2014) is het eerste album met Torabi. Op het album is Smyth de speciale gast en spelen verder mee: Sturt, Orlando Allen, Fabio Golfetti (1960- /gitaar) en Ian East (?/woodwinds). De cd komt in een vrij luxe uitvoering; een zogenaamd ‘mediaboek’ met achtentwintig pagina’s. De tournee na het album pakte anders uit dan verwacht. Allen kreeg te horen dat hij een kankergezwel in zijn nek had en behandeld moest worden. Allen en Orlando vertrokken naar Australië, de band ging door, maar dat moest ook van Allen met Cheb Nettles (?) als nieuwe drummer.

Op 13 maart 2015 zette Orlando een bericht op Facebook dat Daevid overleden was, zevenenzeventig jaar. Typisch, als je het wel en wee van Allen en Gong volgt, is de mail die hij kort voor zijn overlijden had gestuurd naar de band met het verzoek gewoon door te gaan in de geest van Gong. Torabi zou daarbij de nieuwe leider worden. De band accepteerde dit verzoek.
Gilli Smyth overleed, op 22 augustus 2016, ook in Australië, zij werd drie-en-tachtig.

Torabi en de band hielden woord. In 2016 presenteerden ze een nieuw Gong-album met de opmerkelijke titel: ‘Rejoice! I'm Dead!’. Ze kregen hulp van Hillage (gitaar), Malherbe (duduk) en Clark (viool). Allen’s stem was nog in twee nummers te horen; zowel eerbetoon als afscheid. Het album klonk verrassend goed en je zou eigenlijk niet zeggen dat Allen hier niet meer aan had meegewerkt.
De nieuwe Gong ging op tournee en werd warm onthaald, kregen veel aandacht in de pers en waren daarmee eigenlijk populairder dan de afgelopen Gong-edities. Dat enthousiasme gold ook het recent uitgebrachte album; ‘The Universe Also Collapses’ (2019). De in gepast psychedelische hoes met glimsterretjes verpakte cd/lp, is Gong op zijn best, psychedelische, kosmische muziek, lange stukken gelardeerd met een flinke dosis humor, maar dan wel eigentijds! Op de website van ‘planet Gong’ (nieuws, achtergronden en de shop) was na bekendmaking van de eerste tracks te lezen: ‘on first hearing the new album ...by George I think they've got it!...’

Daarmee komt er voorlopig een eind aan een ongelooflijke reis met veel uitstapjes, zijtakken, doodlopende paden en nieuwe ontdekkingen. Als je middenin de bewegingen van Gong zit is het nauwelijks te volgen. Nu achteraf en met hulp van internet wordt er veel meer duidelijk. Naast de genoemde albums is er een hele reeks andere albums, legaal, illegaal, met of zonder toestemming van de band. Al die releases zijn allesbehalve chronologisch uitgebracht en soms ook niet in alle landen. Maar de leerschool is helder: naar Gong luisteren doe je met een open mind en een grote dosis doorzettingsvermogen en puzzelvaardigheid. Ondanks alle verrassingen onderweg, of misschien juist wel daardoor blijft het een boeiende reis, je weet nooit wat er om de hoek gaat gebeuren. Gong’s muzikale professionaliteit gekoppeld aan een apart soort humor is niet voor iedereen weggelegd, maar als je eenmaal de stap op de Groene Planeet gezet hebt is er geen weg terug meer, immers, zo hield Allen ons voor: ‘Gong is One and One is You!’
tekst: Paul Lemmens juli 2019 -  plaatjes: © BYG Actuel/Virgin/Voiceprint/Charly/GAS/Madfish/MLP/Snapper/G-Wave/k-Scope/e.a.