Geluid Gedragen

Bij Nottingham denk ik meteen aan Robin Hood en die vreselijke ‘sheriff of Nottingham Forest’ maar dat zal de avontuurlijke geest wel zijn. Eerlijk gezegd was de stad bekender tijdens de industriële revolutie en gold toen als hét centrum voor de fabricage van kant, fietsen (?) en tabak. Nottingham anno nu heeft twee universiteiten en het grootste particuliere autobusnetwerk in heel Engeland en een groot station, zo laat de website weten. En, dat staat dan weer niet in de bladen, de stad heeft een paar fanatieke platenverzamelaars. Die zijn er in elke stad, zelfs in veel dorpen wel, maar drie van deze verzamelaars hebben nu ook zichzelf verzameld in een band en die dan gepast ‘The Soundcollectors’ is genoemd. De groep wordt door een handjevol kenners ‘de meest veelbelovende hedendaagse act’ betiteld en ik doe daar graag even aan mee.

De muziek van The (let op dat ouderwetse ‘the’) Soundcollectors is een mix van jaren zestig filmmuziek, krautrock, acid-folk, psychedelica, easy-listening uit de jaren vijftig en dat alles natuurlijk gerealiseerd met behulp van analoge apparatuur. De groep vangen in één woord is bijna niet de doen, maar een leuke die ik op het wereldwijde web las was ‘retrofuturisten’. De groep bestaat uit vier personen: Paul Isherwood, beter bekend als Pish: bas; Dorian Conway: gitaar; Adam Cann: drums en Leonore Wheatley: keyboards. De heren kennen elkaar al vanaf de basisschool en spelen, veelal wisselend, een scala aan instrumenten. Daarbij blijven ze alles in het werk stellen om niet in de valkuil ‘groep of band’ te vallen. Leonore Wheatley’s toetreding (ze komt overigens uit Manchester) maakt het kwartet compleet, maar zorgt daarbij, ondanks pogingen uit het verleden het anders te doen, toch voor een meer band-achtige benadering. Naast de genoemde keyboards zingt ze ook, zorgt voor de vaak lieftallige harmonieën en Frank Zappa zou daar zeker aan toevoegen ‘sexappeal’. Zonder uitzondering houden de leden van dit ‘collectief’ van ‘soundbites’ en ‘the groove’; in het Nederlands, van muziekfragmenten met een zekere cadans. Het viertal heeft een voorliefde voor de, wat men noemt, ‘krautrock’ van Can (Can’s baspartijen komen her en der terug!). Neu! en Amon Düül, maar ook van ballroom jazz (Adam studeerde drie jaar jazzmuziek), Jefferson Airplane, Byrds, Pentangle, Velvet Underground en de muziek uit Midnight Cowboy en andere soundtracks van bijvoorbeeld de door mij ook zeer gewaardeerde John Barry. Maar ook voor de vaak door ‘kenners’ verfoeide easy listening, want die had toen – we hebben het over eind jaren vijftig, begin jaren zestig - net zo weinig om het lijf als de dames op de lp-hoezen van die muziek. Tel ook nog op: wat vroege elektronica en een scheutje soul en dan is de verzameling compleet.

Met al die achtergronden en kennis moet natuurlijk iets gedaan, passieve kennis leidt tot niets, en dus ontstond zo rond 2007 het plan samen muziek te maken, maar daarbij de gitaar nu eens niet centraal te stellen. De meeste composities zijn zelfs samengesteld door drummer en bassist. Maar we zijn er nog niet, want bij The Soundcarriers hoor je vaak dwarsfluiten, bijna iedereen speelt het instrument namelijk. Dat zorgt niet alleen voor een vrolijk en optimistisch geluid, een fluitkransje soms, maar ook een heel eigen klankkleur. De dwarsfluit is namelijk nog steeds niet zo heel populair in de huidige muziek.

De eerste singel wordt gemaakt in 2007: ‘I had a Girl’. Snel volgt een cd Harmonium (2009) en het jaar daarop meteen nummer twee: Celeste (2010). Beide zou je inderdaad kunnen zien als samenvattingen van de muziekcollecties van deze geluidsverzamelaars. Allerlei fragmenten worden, zoals eerder beschreven, samengevoegd tot het speciale geluid van de band, mede mogelijk gemaakt door een eigen zestien-sporen studio, waarin, geheel in stijl, meer met tape dan met computers gewerkt wordt. ‘Celeste’ werd in dit perspectief dan ook niet opgenomen in een studio, maar in een oud warenhuis, waarbij ze gratis een perfecte nagalm kregen. Het is moeilijk te omschrijven, maar al die elementen, voorzien van de nodige beats, roepen precies dat ietwat positieve, nostalgische gevoel dat enthousiaste geluidsverzamelaars wel eens kunnen oproepen. Die nostalgie zie je terug in de vormgeving, retro stijl, beetje Blue Note-achtig, beetje fifties, sixties en zelfs doorgevoerd tot het label op de cd. Als ze iets doen, doen ze het ook goed.

De jongste, derde aanwinst, Entropicalia (2014), laat dat meteen zien met een prachtige hoes van Julian House. Die is helemaal in retro-stijl voorzien van foto’s, sixties design en een uitgebreide tekst; kom daar nog maar eens om. Via de scala aan stijlen, sferen en geluiden, nog meer richting ‘psychedelisch, nog meer groovy’ en vaak zang van Wheatley in de stijl van de ‘filles sourires’ (Franse fluistermeisjes – een benaming voor de wat fluisterende zangstijl van sommige Franse zangeressen uit de jaren – daar gaan we weer- vijftig en zestig). Met het hoofd al in de wolken komen we aan bij het een-na-laatste nummer, stil zitten is er dan niet meer bij: het meer dan twaalf minuten durende ‘This is Normal’. Veel gemene orgel-klanken en inderdaad die groove. Als het tapijt ligt worden de dwarsfluiten losgelaten en gaan we ‘far out’. Op het eind worden we nog toegesproken door filmster Elijah Wood, die we inmiddels beter kennen als ‘Frodo’ uit ‘de ‘Lord of the Rings’-film. We dampen even uit met ‘Eff.r’ en dan is de trip voorbij en landen we zacht in de zitkuil. The Soundcarriers is een bijzondere band met eigenzinnige en opvallende muziek. Laten ze er maar voor zorgen dat het geluid ver draagt….