Synthese na Dali's Feestje

Eerst was er aqua, daarna de lome warmte en vochtigheid van het tropisch regenwoud. We bevinden ons dan in Taman Negara (Nationaal Park, Maleisië), het oudste regenwoud in de wereld. Met 4343 vierkante kilometer is het een van de weinige primaire regenwouden. Primair wil zeggen dat het in de oorspronkelijk is, niet gekapt. De overheersende geluiden komen van de vele riviertjes die er doorheen stromen en de talloze vogels. Andere dieren zijn apen - waaronder de Orang Oetan - en wilde zwijnen. Maar er zijn ook olifanten, tijgers, tapirs, zwarte panters, honingberen en neushoorns, al worden die zelden gezien. De grootste vogels die er zijn, zijn de hornbills, neushoornvogels.

De natuur, de warmte, de vochtigheid vastleggen in muziek is niet bepaald een makkelijke taak. Het lukte Edgar Willmar Froese op zijn tweede soloplaat: Epsilon in Malaysian Pale (1975). Ondefinieerbare klanken (de geheimzinnige entree van het regenwoud), vogelgeluiden en een Mellotron in de stijl van de zonsopkomst van Debussy’s La Mer. De klankkleur van de Mellotron is als een mix van violen en dwarsfluiten. Het stuk verloopt langzaam, wandelen in en regenwoud gaat immers niet heel snel, maar halverwege komen we een riviertje tegen en gaat een klein stuk van de tocht verder met een bootje. Dat tempo wordt aangegeven door een sequencer (elektronische ritmemachine). Het laatste stuk gaat weer te voet en nog langzamer dan eerst. Prachtige tocht.
Kant twee van de plaat is Maroubra Bay; een baai in Australië. Andere plek, maar net zo warm en vogelrijk. De klankkleur van dit stuk wordt meer bepaald door de sequencer, maar flarden mellotron komen voortdurend langs. Dat geeft de plaat een mooie eenheid. “I loved doing Epsilon, because it was so simple, just took three days. I played it right away with the mellotron, no tricks, no effects, just played what I felt. The title refers to a couple of journeys I took to Malaysia and Australia, so it's very personal to me. Even a bit mystical."
Epsilon in Malaysian Pale is opgenomen in Berlijn, Keulen en Hamburg. Froese was net terug van een tournee met zijn groep Tangerine Dream. Een tour ver van huis: Australië, Filipijnen en Maleisië.

Edgar Willmar Froese is aan het eind van de Tweede Wereldoorlog geboren (6 juni 1944 – 20 januari 2015) in Tilsit (Oost Pruisen). Zijn vader – en andere familieleden – zijn in de oorlog omgekomen. Na de oorlog verhuist zijn moeder naar Berlijn. Vanaf zijn twaalfde krijgt Froese pianoles, maar blijkt ook een passie voor kunst te hebben. Dat brengt hem uiteindelijk op de kunstacademie om daar beeldhouwen en schildertechnieken te leren.

Met de opkomst van de rock’n roll, Beatles en voor hem vooral de Rolling Stones komt de muziek wat meer op de voorgrond. Omdat Froese niet echt een goede zanger blijkt pakt hij de gitaar maar op. Het doel is niet per sé muziek maken, maar muziek is dé manier om meiden te versieren. Net als zovelen vormt Froese met vrienden, waaronder Kurt Herkenberg, Lanse Hapshash (een alias, ontleend aan de posterontwerpers) en Volker Hombach 'The Ones’'. En net als zovelen speelt de band covers van op dat moment populaire liedjes van met name The Rolling Stones. The Ones is een soort doorstoomgroep, mensen komen en gaan, maar de vier genoemde leden zijn een soort basiskwartet. In1967 mag de groep een singletje maken: Lady Greengrass/Love of Mine. Froese schrijft een stuk van het b-kantje. Het is een niet heel bijzonder of opvallend plaatje; de toevoeging ‘music for hippies’ op de hoes zegt wel genoeg. Het is de tijd van de psychedelica. Een opvallende zin uit het A-kantje is deze: ‘she lifts her dress and floats to dreamland ... the trees turn tangerine’. Die oranje bomen zijn misschien een indicatie voor Froese’s latere bandnaam ‘Tangerine Dream’, maar die naam kan evengoed komen uit ‘Lucy In The Sky With Diamonds’ een track van The Beatles waar deze tekst op lijkt: ‘Picture yourself in a boat on a river, with tangerine trees and marmalade skies…’. Aanstaande juni (2017) verschijnt na veel uitstel en vertraging door het plotseling overlijden eindelijk Froese’s biografie, wellicht wordt dat daarin opgehelderd.

Tijdens een vakantietour (1968) in Spanje (je speelt in het buitenland en hebt meteen een soort vakantie) in Cadaques, wordt de groep uitgenodigd te komen spelen op een feestje, gegeven door kunstenaar Salvador Dali. Die ontmoeting is cruciaal voor Froese. Hij ontmoet Dali, spreekt lang met hem en ontdekt dat in feite ‘alles’ mogelijk is: ˜nearly everything is possible in art as long as you have a strong belief in what you're doing'. De Daliaanse aanpak opent ogen, maar vooral oren. Via Parijs gaat Froese terug naar Berlijn en gaat op zoek naar mensen én een nieuw, muzikaal concept. In korte tijd ‘stromen’ er verschillende mensen langs, vooral drummers blijken een probleem: Paul Wheeler (drummer uit Engeland), Sven Ake Johnson (drummer uit Zweden), Al Akhbar (drummer uit Ghana), maar ook fluitist Nik Turner (elders onder de citroenboom) en uit eigen land Steve Lemmen (Lemmon?). Uiteindelijk blijft een opvallend en fanatiek drummer: Klaus Schulze. Froese is dan al – net als zoveel Duitse jongeren overigens - onder invloed (hij rookte niet, anti drugs en vegetariër) van de vernieuwde muziek van Pink Floyd en Frank Zappa & the Mothers of Invention. Die verlegden pas grenzen en dat wilde Froese dus ook. In eerste instantie gaat dat nog niet heel makkelijk en moet Froese zijn mindset aanpassen. Schulze is hem daarmee vooruit en wil meer elektronica in de groep. Froese vindt dat schandalig en zet hem eruit. Achteraf een merkwaardige actie, want Tangerine Dream is bekend als dé synthesizer- bijnaam: dradengroep. Met de komst van Christopher Franke (niet heel toevallig ook een drummer) en later Peter Baumann wordt de aanpak van Froese heel anders, elektronisch dus, mits Froese zelf maar af en toe gitaar mag spelen. In die zin is Tangerine Dream ondanks alle elektronica toch vaak meer een ’popgroep'. Froese: Tangerine Dream is like a long trip from chaos to perfection.”

In 1970 trouwt Froese met zijn vriendin Monika (Monica). Monica draagt in belangrijke mate bij aan het succes van Tangerine Dream en haar man door het ontwerpen van de lp-hoezen en het maken van de meeste bandfoto’s. In het huwelijksjaar wordt Jerome Froese geboren. Hij zou later (20 jaar om precies te zijn) in de band van zijn vader komen spelen. Het huishouden in Berlijn is niet heel alledaags, want de ene week logeert Iggy Pop er, de andere keer David Bowie. Om onduidelijke redenen gebruikt Froese vanaf 2003 zijn tweede letter en wordt vanaf dan Edgar W. Froese. Monica overlijdt in 2000 na een langslepende ziekte. Froese, zoekt steun bij een vriendin, kunstenares Bianca Acquaye. De steun is voldoende om met haar te trouwen en net als eerder met Monica wordt Acquaye de vaste hoezenontwerpster.

De beginperiode van Tangerine Dream loopt parallel aan de ontwikkeling van de synthesizers. Zo heeft elke fabrikant zijn eigen apparaat en klankkleur. Ik kon toen nog horen op welk merk er gespeeld werd. It’s true Moog has some of the best factory sounds on the market, but as a synth player you need to be original, even if you can’t make a sound “better” but make it more original, more like your personal handwriting. The synthesizer is there because you can create your own sounds, a new musical identity.” Opgelegde improvisaties live zowel als in de studio waren het gevolg van de onwilligheid van de apparatuur. Enkele synthesizers werkten pas goed na drie uur opwarmen, anderen hadden last van hun chips en weigerden spontaan. Naarmate de techniek verbeterde klonken alle apparaten meer en meer hetzelfde en moesten de heren het hebben van hun vaardigheden als componist. Dat pad, zeker in de elektronische muziek, is een grillig pad. Froese: “No matter what other people or even critics will say, you have to follow your own direction which not necessarily has to be a straight line to success; sometimes it will be a curly, dramatic curve you have to go, but that’s the only way to leave a little landmark of brave respect to others and to the dimensions of your own capability.”

De eerste vier lp’s (Electronic Meditation, Alpha Centauri, Zeit, Atem – 1970-1973) komen uit op het Duitse Ohr (Macht das Ohr auf!) label van Rolf-Ulrich Kaiser. Te horen is een groep die zoekend is naar geluiden, naar sferen. Omdat Froese niet blij is met het predicaat ‘Kosmische Musik’ zoekt hij een andere platenmaatschappij. ‘Atem’ was een van John Peel’s (hij weer) favorieten en Peel prees die plaat dan ook veelvuldig aan. De jonge Richard Branson, die net zijn platenmaatschappijtje Virgin begonnen is, zoekt groepen. Peel’s boodschap is duidelijk; Tangerine Dream is een van de eerste groepen voor Branson’s label. Virgin brengt een hele reeks platen uit die nog steeds door veel mensen gezien worden als hét hoogtepunt in het oeuvre van Tangerine Dream. Daarna volgen tientallen platen (over de honderd inmiddels) op andere en later eigen labels. Al vroeg tekent de band contracten voor filmscores en ook daarvan verschijnen talloze platen. Toch heeft Froese daar niet voldoende aan, hij maakt parallel aan Tangerine Dream soloplaten. Soms lopen die werelden wat door elkaar, wordt er ‘gerommeld’ met platen en compilaties. Goed beschouwd komen er acht solo-lp's van Froese uit. Froese werkt zeer gefocust: "A few times when I was into sound research in my studio, my wife stepped in, “Hey, dinner’s ready, come over.” She appeared like an alien from outer space because I was so deeply lost into something unexplainable, that I did lose my contact to the so-called reality. No one is allowed to disturb me. In the earlier days – with a more “democratic” attitude – I’ve lost a lot of ideas, melody lines and chord progressions, just because someone stepped into the studio and just wanted to “say hello” – a sometimes enervating nightmare.”

‘Aqua’, in de prachtig blauwe hoes, is de eerste (1974). Het is een behoorlijk kabbelende plaat, waar de richting nog een beetje zoek lijkt. Christopher Franke draaft even op voor wat ‘Moog-sounds’. De Duitse versie op het Brain-label heeft een totaal andere mix en volgorde van de tracks dan dezelfde plaat op Virgin. Voor de vroege fans was het dus noodzaak, zowel de Duitse als de-rest-van-de-wereld-lp te kopen, hoewel veel van die fans toen niet eens wisten dat er twee versies in omloop waren. Net als zoveel andere niet-Duitsers had ik dus de Virgin-versie. Froese die net als Zappa regelmatig zijn eigen werk ‘verbeterde’ met nieuwe mixen en toegevoegde stukken kwam in 2005 op zijn eigen label – Eastgate – met een opnieuw anders klinkende versie én een andere ‘cover’. De geremasterde versie van het Engelse origineel kwam terecht op de verzamelcdbox ‘The Virgin Years’. In mijn optiek de best klinkende versie én dan ook nog eens met een bonustrack: NGC 891, een alternatieve, korte versie.

Ook van Epsilon in Malaysian Pale, de tweede soloplaat, zijn maar liefst vier versies in omloop: de ‘echte’ uit 1975, een op de verzamelplaat ‘Collector’s Dream’ die daar achterstevoren (?!) op staat en een uit 2005. Die laatste is, net als ‘Aqua’ een bewerking van het origineel door Froese. Als vierde de geremasterde (en best klinkende) 1975-versie in de verzamel-cd-box: ‘Edgar Froese – The Virgin Years’. In die box zit een kleine verrassing, een korte, bewerkte versie van Epsilon in Malaysian Pale. Net als de inhoud verandert de verpakking ook mee, de stemmige varenhoes kent namelijk een aantal variaties op het groene thema.



Macula Transfer (1976), nummer drie, heeft eigen verhaal. De plaat – merkwaardig genoeg alleen uitgebracht op het Duitse Brain Records, kent vijf tracks die allemaal genoemd zijn naar nummers van vliegtuigvluchten. Tot nu toe is de lp niet officieel (let op dit woord) op cd verschenen! Dat is inmiddels bijna een anachronisme. De reden is een rechten-kwestie. Manikin Records kocht weliswaar de rechten van Brain en bracht de cd in 1998 uit, maar die versie was maar heel kort op de markt, want Froese stak er een flinke stok voor. Het maakt de cd tot een gewild verzamelobject. Dat geldt net zo voor de illegale versie uit 2001 die totaal gekopieerd is van de Manikin-versie. Dat is niet heel netjes gedaan, letters zijn onleesbaar en er zijn her en der wat bijgeluiden te horen. Als je de originele lp-uitvoering zou willen hebben is dit op dit moment de enige wat goedkopere optie (denk vanaf vijftig euro). Froese brengt in 2005 zijn ‘verbeterde’ versie uit (ja, ander hoesje). Omdat hij zoveel veranderd heeft aan het origineel is het een nieuw werk geworden en is er geen probleem met de rechten. Echter, deze versie is inmiddels ook niet meer leverbaar. Ach und Weh. Al met al maakt het Macula Transfer een van de meest gezochte (en duurste) Froese soloplaten.

Tot nu toe bracht Froese elk jaar een eigen plaat uit, op Ages (1978) moesten we twee jaar ‘wachten’. Echt wachten is dat niet, want vaak wist je niet eens dat er een plaat in de maak was, die lag ‘gewoon’ plotseling in de winkel. Ages is maar liefst een dubbel-lp, bijzonder: er speelt een drummer mee (!). Klaus Krieger (soms Krüger) is op dat moment ook lid van Tangerine Dream. Die combinatie is te horen op Tangerine Dream’s meest verguisde plaat ‘Cyclone’ (1978). Ik vind het een prachtige plaat, maar die detoneert wel met de ‘rest’ in de zin van: er wordt gezongen (sic!), fluit gespeeld (Steve Jollife) en dus weer gedrumd. Dat die twee platen (Cyclone en Ages) dicht bij elkaar liggen blijkt uit tracks als ‘Night of Automatic Women’ (Ages) dat als thema terugkeert op ‘Madrigal Meridian’ (Cyclone). Net als de andere drie kreeg Ages ook de behandeling van Froese; in 2005 kwam de geremixte en bewerkte versie uit op Eastgate. Dat de dubbel-lp te lang is voor één cd geeft problemen en natuurlijk wordt ermee gerommeld, het moet immers altijd goedkoop. Zo valt de track ‘Golgata and the Circle Closes’ meestal af bij de één-cd-versies. Froese denkt er bij zijn aanpak anders over en knipt ‘Children’s Deeper Study’ eruit en kort Metropolis een stuk in. Tot slot gooit hij de volgorde om. Gelukkig hebben we dan weer ‘The Virgin Years’ box met alle liedjes erin én twee extra’s: alternatieve versies van ‘Pizzaro and Atahuallpa’ en ‘Tropic of Capricorn’.

‘Stuntman’ (1979) komt zoals vertrouwd een jaar na Ages. In het kader van aanpassingen en veranderingen valt het bij deze erg mee, de ‘aangepaste’ versie komt in 2005 uit op Eastgate en ja, met een ander kaftje en ook deze zit in de Virgin-box.










‘Kamikaze 1989’ (uit 1982) is de soundtrack van de gelijknamige film van Rainer Werner Fassbinder. De plaat wordt gedomineerd door ritmeboxen/drumcomputers. De tracks zijn voor Froese’s doen erg kort, de langste duurt net geen vijf minuten. Binnen de acht soloprojecten is dit de meest afwijkende qua klankkleur en sfeerbeelden. De sfeer is hier grimmiger, zwarter en harder. Maar dat heeft met de film te maken. Het is een ‘cyberpunk’ thriller, gebaseerd op Per Wahlöö’s boek ‘Moord op de eenendertigste verdieping’. De film ontving een prijs op het Internationale Filmfestival van Porto en werd genomineerd voor het International Fantasy Film Award. De plaat komt uit op Virgin. Het is lang wachten op een cd-versie. Die is er, mondjesmaat, uit 1990 en een Amerikaanse editie uit 1991. Zelfde cd overigens. Vreemd genoeg valt deze release niet onder ‘The Virgin Years’ en is dus niet opgenomen in de box; er wordt wel melding van gemaakt, maar daar blijft het bij. Nog steeds moeten we het dus doen met de oude en relatief slecht klinkende cd-versie uit 1990. Ook voor Froese is dit een deviante release, hij heeft hem niet her bewerkt of opnieuw uitgebracht op zijn eigen label. Soort Kamikazeplaatje blijkbaar…

Pinnacles (1983) is de laatste plaat in de logische rij. De plaat vervolgt waar Stuntman ophoudt en passeert zo het klankspectrum van Kamikaze. Ook de pinakels zijn bewerkt door Froese, andere verpakking erom, ander label (2005) en is de laatste in de box, waarmee die een aardig compleet beeld en geluid levert.

En dan wordt het stil op het solovlak. Froese is te druk met zijn band en met het schrijven van filmmuziek. In 1995, dus twaalf (!) jaar na Pinnacles komt er een verzamelplaat uit: ‘Beyond the Storm’. Het is een dubbel-lp me bewerkingen van oud materiaal, - toen al – en wat nieuw werk.
Diezelfde actie herhaalt Froese in 2003, maar nu met een kwartet met inleiding: ‘Introduction to the Ambient Highway, a sampler’, gevolgd door vier delen van die snelweg met omgevingsgeluiden deel één tot en met vier. Leuk, maar op deze wijze nou niet het meest boeiende werk.

Plotseling is daar in 2004 een echt nieuwe solo-cd: ‘Dalinetopia’, natuurlijk met een dikke verwijzing naar zijn ontmoeting met Dali uit de begintijd. Hij memoreert dat door foto’s in het blaadje bij de cd. Met een lange arm grijpt Froese zo eigenlijk terug naar Pinnacles, zijn laatste echt soloplaat. De klankkleuren gaan ook die richting uit, ondanks de inmiddels weer geavanceerdere apparatuur.

2005 is het jaar waarop alle, bijna alle dan, nieuwe versies het licht zien. Net als weer een nieuwe verzamelaar: ‘Orange Light Years’. In 2012 verschijnt de hier inmiddels al meermalen genoemde verzamelbox ‘Solo 1974–1983’, maar niet op Froese’s Eastgate label, maar op Virgin (dat dan inmiddels door Universal opgeslokt is). Hou je van origineel dan is dit de perfecte box, hou je van bewerkte stukken dan zijn de Eastgate versies de aangewezen cd’s. Voor mensen die het werk lang kennen gaat eigenlijk niets boven het authentiek geluid. Het is een keus en die is er bij Froese voor bijna alle platen.

In 2013, midden in de sessies voor de muziek voor de game GTA-V (Grand Theft Auto) valt Froese bij het uitlaten van zijn hond en breekt zijn kaak. Foto’s van hem na die tijd laten een sterkt vermagerde man zien, heel anders dan de altijd wat stevige Froese van weleer. Na een longembolie overlijdt hij in 2015. Er staat tot mijn teleurstelling en verwondering in het door mij gelezen landelijke dagblad geen artikel dat dat feit meldt, reden voor een ingezonden brief die bij mij de mailbox laat vollopen met positieve reacties. Froese is natuurlijk Tangerine Dream, maar vooral ook zichzelf. Toch is de lijn op zijn soloprojecten niet veel anders dan de platen van zijn band. Zeker is wel dat hij gedurende zijn leven waargemaakt heeft wat hij in 1968 van Dali geleerd heeft: alles is mogelijk. Zijn muziek is dan ook bepalend geweest voor veel andere mensen, musici, maar ook filmmakers. Froese heeft er een filosofische mening over: “Philosophy is more a priority to me than music ever could be, because the music just reflects your entire being. It’s your being, it’s your thinking, it’s your consciousness or digging into the unconscious – that becomes more and more important in your life. Everything else you do is just an outcome of it. And so music is one way to send messages about your own state of consciousness.’ Van die ‘staat’ hebben wij, liefhebbers, jarenlang mogen genieten, maar dan moeten wel de oren de goede kant op staan!