Een Factor om Rekening Mee te Houden

Zwarte Vrijheid; Black Uhuru. Het is een verhaal van zoeken en vooral veel wisselen. De groep start in 1972 in het Waterhouse District, Jamaica, met Derrick ‘Duckie’ Gong Simpson, Garth Dennis en Don Carlos onder de naam Uhuru. Uhuru is Swahili voor vrijheid. Hun eerste single is Romancing the Folk Song, gevolgd door Time is on our Side. Weinig succes helaas. Zowel Dennis als Carlos verlaten de groep. Duckie bleef over en zocht nieuwe leden. Dat zou hij nog meermalen moeten doen. Hij vond Michael Rose en Errol Nelson bereid mee te doen. De naam veranderde in Black Sounds Uhuru.

Love Crisis is hun eerste plaat (1977) en geproduceerd door Prince Jammy. Na de plaat verlaat Nelson de band en wordt een vocaliste gevonden: Sandra ‘Puma’ Jones. Zij is sociaal werkster, afkomstig uit South Carolina, maar werkte als zangeres en danseres op Jamaica. Opnieuw verandert de naam van de band en nu definitief; Black Uhuru. Dit trio vond het rtimetandem Sly Dunbar en Robbie Shakespeare bereid mee te werken. Eerst als sessie muzikanten, maar al vrij snel als vaste groepsleden, voor zover dat met dit duo kon gezien al hun verplichtingen. Sly en Robbie hoorden ‘iets’ aparts in de vocalen en wilden daar ‘iets’ meer mee. Sly vertelt dat ze vier songs op tape hadden en geen geld om een plaat te maken. Daarop gaven ze U-Roy een kopie. Die draaide de tracks elke dag om vier uur ’s ochtends op zijn Sound System en dat was reden genoeg voor veel mensen om bij hem te gaan luisteren. General Penitentiary, Guess Who’s Coming to Dinner, Shine-Eye Girl en Abortion worden heel populair.

Niet gek dat ze daarom bijna allemaal op de tweede plaat terecht komen: Showcase. Shine-eye Gal - die er dan weer niet op staat- maar daarom als single wordt uitgebracht heeft overigens een bijzondere gast gitarist, ene Keith Richards (die van de Stones inderdaad). Tijdens het beroemde Sunsplash Festival leggen ze het fundament voor meer successen. Island Records biedt de band een contract aan en een nieuw album, Sinsemilla, is het gevolg. Die plaat wordt opgepakt door zwart en wit, net als de volgende, Red, die zelfs in de hitlijsten beland (nr. 28). De groep verzorgt vervolgens het voorprogramma van the Rolling Stones (hoe zou dat nou komen?).

Het volgende album, Anthem (1984), is het eerste reggae album dat een Grammy award krijgt. Vaak wordt de groep gezien als de opvolger van Bob Marley, die in 1981 overleed. De reggae wereld (lees de platenmaatschappijen) waren naarstig op zoek naar continuïteit van de net behaalde wereldwijde successen. Ondanks alles verlaat Rose de band; er zijn meningsverschillen over de aanpak. Rose wordt vervangen door Junior Reid, de groep tekent bij RAS Records en ze scoren een gematigde hit met The Great Train Robbery. Hun nieuwe plaat, Brutal, levert een Grammy nominatie op, maar ze winnen hem niet.

Daarna breken er moeilijke tijden aan: een nieuwe plaat komt niet van de grond, Sly en Robbie stappen op en Jones verlaat de band vanwege haar gezondheid (ze overlijdt in 1990). Ze wordt vervangen door Janet ‘Olafunke’ Reid. Met haar nemen ze een nieuwe plaat, Positive, op, maar omdat ze geen Visa krijgt om in Amerika te werken verlaat ze de band. Omdat de groep al voor een speciale prijsuitreikingsceremonie geboekt was ging het duo Duckie en Reid alsnog. Opmerkelijk is dat bij dezelfde ceremonie zowel Carlos als Dennis uitgenodigd zijn. Dat kan geen toeval zijn! Ze besluiten ’s avonds samen op te treden. Dat bevalt zo goed dat ze daar mee door gaan. Lang duurde dat echter niet, want al het volgende jaar stapt het enige originele lid, Duckie Simpson op. Nu is er een probleem, want hij ‘heeft’ de naam Black Uhuru. De andere leden echter toeren onder dezelfde naam. Rechtszaak! Duckie wint en Carlos moet hem 250.000 Dollar smartengeld betalen. Zo gaat dat in Amerika.

Simpson start een nieuwe versie van de band, nu met Andrew Bees en Jennifer Connally. Ze maken een album, Dynasty en, ja hoor daar gaan we weer, Bees verlaat de groep. In 2004 zijn Duckie en Rose herenigd in een show die heet: Black Uhuru ft. Michael Rose, met zangeres Kay Starr. Pas in 2008 komt er een nieuwe plaat: As the World Turns. In 2011 toert de groep opnieuw, nu met Simspon, Bees (weer terug dus) en Starr.

The Dub Factor stamt uit 1982. Dub was erg populair en bijna geen enkele reggaeband ontkwam eraan. De Dub Factor (1983) van Black Uhuru wordt een van de betere Dub-platen genoemd; er zijn zelfs mensen die zeggen dat als je er één moet hebben het dan deze moet zijn. Ik ontken het niet helemaal, maar er zijn betere! De plaat heeft nummers uit de eerste, misschien wel meest succesvolle periode en is geproduceerd door Sly & Robbie en geremixt door Paul ‘Groucho’ Smykle. Dat trio wordt inmiddels gezien als baanbrekers voor het genre. Dunbar speelt syndrums (elektronische drums) en dat is te horen ook. Andere bekenden op de plaat: Ansell Collins (piano) en Wally Badarou (synthesizers). De bekende nummers hebben een andere naam gekregen; altijd handig! Big Spliff is eigenlijk Right Stuff en zo door. Zoals gezegd knallen de syndrums en rimshots je om de oren en dreunen de bassen je maag binnen. Alleen dat al. De gitaren en piano komen uit de echoput, net als sommige vocalen. Het is inderdaad een fantastische dub-plaat, misschien meer nog een Sly & Robbie speeltuinplaat. Op de cd staan drie extra tracks, een van de Dub Factor sessions, een van Sly & Robbie’s Dub Experience en de laatste van de Raiders of the Lost Dub. Ze passen perfect! Kort en goed: The Dub Factor is een factor om rekening mee te houden.