Dreun

Drone is een prachtig Engels woord. Vertaal je het, dan wordt het 'dreun', maar er is een meerwaarde in het woord als het gaat om muziek, er zit ook iets in van een herhaling, iets kleverigs, iets dat je bijblijft of, als je niet oppast, bij jou blijft. Veel drone-muziek komt uit Duitsland en heet Krautrock. Niet iedereen is blij met die benaming, maar het geeft wel een richting aan. Bovendien, als er geen sticker op zit weet niemand meer waar het over gaat.

Faust IV was de eerste plaat van de groep voor het spiksplinternieuwe Virgin label van Richard Branson. De plaat was zowel een keer- als breekpunt in de geschiedenis van de groep. Faust is een band met veel verhalen en gezichten. Hun geschiedenis begint in 1969. Rudolf Sosna (gitaar, keyboards), Günter Wüsthoff (sax, synthesizer) en Jean-Hervé Perron (bas) en andere vrienden maakten muziek, experimenteerden met geluid of bouwden zelf effectpedalen. Uwe Nettelbeck, producer en journalist was net op dat moment op zoek naar een nieuwe band. Ze stuurden een demo naar Nettelbeck, die het een prima tape vond, maar zei dat er nog wel enkele instrumenten ontbraken. Er was een andere ‘kern’: Werner ‘Zappi’ Diermaier (drums), Joachim Irmler (keyboards) en Arnulf Meifert. De twee kernen smolten samen, et voilà: Faust is geboren.

Nettelbeck regelde een platendeal met Polydor, die op zoek was naar een nieuw kassucces na het overlijden van Jimi Hendrix. Ze ontvingen een voor die tijd gigantisch voorschot, een studio voor een jaar en een constante geluidstechnicus: Kurt Graupner. De band logeerde eerst in het huis van Hettlebeck’s vriendin en kon vervolgens terecht in een oud schoolgebouw in Wümme dat ingericht was als woon-studio. Er gebeurde echter weinig, beetje spelen met apparatuur, fragmenten maken, tapes met geluiden opnemen. Na één jaar werd Nettelbeck zenuwachtig en spoorde de groep aan met resultaten te komen. Eerst werd Arnulf uit de groep gezet; volgens het verhaal omdat hij teveel vragen stelde over alles en nog wat, wat dus productie hinderde. Daarna werd hard gewerkt en ontstond Faust. Polydor schrok zich lam, maar moest de plaat wel uitbrengen. Uiteindelijk waren de verkopen best goed, maar ja Faust is geen Hendrix, dus viel het tegen. Opmerkelijk was de geheel doorzichtige hoes en plaat. Prachtig gedaan en voor velen alleen al een object om in huis te hebben.

Faust so Far, de tweede plaat was geheel in zwart, als tegenstelling. Na twee platen kon Polydor van de groep af en was Faust aangewezen op anderen. Dat werd Virgin Records. Geheel tegen de zin in moest de band op tournee, uiteindelijk viel dat de heren nog mee. Branson had een soort wurgcontract en bracht de bijna kant en klare plaat, The Faust Tapes, uit voor de prijs van een single. Recordverkoop, winst nul. Wel reden genoeg om The Manor open te stellen voor een nieuwe set opnames. Overigens in de tijd dat Faust er niet werkte gaven ze ene Mike Oldfield toestemming om opnamen te maken voor zijn eerste plaatje: Tubular Bells.

Faust IV (1973) bestond uit tapes die er al waren en nieuwe opnamen ter plekke. Voor het eerst bemoeide Nettelbeck zich met het eindresultaat en dat werd de breuk met een deel van de band, tot dan was alles een groepsproces geweest. Na een tour kwam de band nog één keer bij elkaar om een nieuwe plaat te maken, maar dat werd niets. Een volgende plaat zou pas 22 jaar later verschijnen: Rien, waarna de continuïteit zou worden voortgezet.

Faust IV was de eerste Faust plaat die ik vond en dat was meteen raak. De plaat begint met een ‘drone’ van vervormde gitaren en elektronica, ergens halverwege valt Zappi in op drums, een hypnotiserend nummer, maar dat moest ook, veel ‘space’ in die tijd. The Sad Skinhead is reggae met zang in een heel duidelijke structuur. Jennifer leunt op een diepe bas en echo gitaren, het is een relaxt nummer met zang. Just a Second heeft meteen weer een dwingend ritme en veel gitaren, maar eindigt in geluidsexperimenten. Giggy Smile ademt precies dat grappige karakter van een jaren zestig popsong, maar loopt uit op een jazzy stuk met saxofoon (het lijkt veel op King Kong van Frank Zappa), waarna een repeterend motiefje inzet en effecten worden geweven. "Läuft...Heißt das es läuft oder es kommt bald...Läuft" is een lief liedje met akoestische gitaren en Franse tekst, maar natuurlijk ook met allerlei experimenten. It’s a Bit of Pain gaat heel rustig verder, deels akoestisch, deels verstoord door elektronica en eindigt met vervormde gitaarsolo. In 2006 kwam de cd uit met een extra disc met daarop drie tracks van een BBC-sessie – John peel was helemaal weg van Faust – The Lurcher; Krautrock en Do So. Daarnaast alternatieve versies van Jennifer, The Sad Skinhead, Just a Second, Läuft en Giggy Smile. Piano Piece is helemaal nieuw, het was een overblijfsel van de opnamen in The Manor.

Faust IV is een prachtige plaat die niets onderdoet voor de andere platen uit de beginperiode. De rest is verzameld in een schitterende box: The Wümme Years. Komt goed uit, er is nog veel meer over deze band te vertellen.