Korte, Mooie Dagdroom

Dagdromen doen we allemaal wel eens; even aan iets anders denken dan de dagelijkse beslommeringen en zo bijvoorbeeld even virtueel toeven in Spaanse tuinen bijvoorbeeld. Soms heb je tijdens zo’n dagdroom een soort gedachtenflits naar een gebeurtenis uit het verleden. Zo herinner ik mij nog heel goed een ‘fancy fair’ die mijn ouders eens met ons bezochten. Ik was toen net dertien jaar. Het was in de oude speeltuin, loopafstand dus, die voor de gelegenheid was omgetoverd tot een marktje met spelletjes voor ons, de kinderen. Wat mij vooral is bijgebleven waren de ‘oudere’ jongeren; in mijn ogen dan, misschien waren ze net achttien. In leren jasjes hingen jongens over hun brommers wel erg dicht bij de meiden, al dan niet met een glas bier in de handen. Maar mijn toen al voor muziek geopende oren registreerden nog iets veel belangrijkers: er was muziek! Eén nummer is vanaf dat moment niet meer uit mijn hoofd gegaan, dat nummer schalde namelijk door de wat primitieve geluidsinstallatie over het veld. Tientallen jaren later vind ik het nog steeds een prachtig nummer. Natuurlijk heb ik het dan over ‘Daydream’ van de Belgische band ‘The Wallace Collection’. Toen een enorme hit in meerdere landen, nu een bijna vergeten band, vallend onder de noemer ‘één-hit-groep’. Het lachen zal de cavalier inmiddels wel al vergaan zijn.

Vreemd eigenlijk die éne hit, de groep had in wezen een enorme potentie aan talent in huis. Freddy Nieuland (zanger, drummer, 1945-2008) en Sylvain Vanholme (zanger, gitarist, 1943- ) speelden in ‘Sylvester’s Team’, een popbandje met allure. Het duo werd een kwartet met jazzliefhebber Marc Hérouet (keyboards, 1943- ) en Christian Janssens (bas, ?). Het kwartet werd een sextet met Jacques Namotte (cello, 1939-2012) en Raymond Vincent (viool, ?). Zowel Namotte als Vincent hadden in het Nationaal Filharmonisch Orkest gespeeld. Door deze samenstelling was er een gevarieerde groep mensen bij elkaar gekomen die samen zeker twintig instrumenten konden bespelen. Wellicht door de klassieke invloed kreeg de zesmansgroep de niet heel vlotte naam ‘16th Century’.

De prille band had al gauw een eigen manager, Jean Martin, die gedreven aan de slag ging en producer David Mackay uitnodigde de band eens te komen beluisteren. In 1968 was er nog van alles mogelijk. Mackay kwam, zag en bezorgde de groep een platencontract bij EMI/Parlophone, nota bene hét label van The Beatles. EMI had een eigen studio, Abbey Road (bekend van die Beatles, maar ook Pink Floyd en talloze anderen). Daar brak eerst een discussie los over die gekke naam, die moest toch echt anders. Om de hoek bij Abbey Road staat het bekende Wallace Collection-museum. Die naam klinkt heel wat beter vonden de heren ook en dat werd mét goedkeuring van het museum de nieuwe naam.

De band ging aan de slag en in 1969 kwam hun eerste album op de markt: ‘Laughing Cavalier’. De lachende Cavalier, ook wel de Hollandse Ridder genoemd, is een schilderij van Frans Hals uit 1624 (daar heb je die 16 weer). Het schilderij hangt in The Wallace Collection…

De plaat werd goed ontvangen. Beatle producer George Martin vond het zelfs de beste plaat van het jaar. Ook al sprak geen enkel lid vloeiend Engels, alle teksten waren in he Engels. De muziek was vernieuwend en had (lang voor het Electric Light Orchestra) een mooie mix van pop en klassiek. Niet vreemd natuurlijk gezien de bezetting en achtergronden. Het was overigens een van de laatste platen die in mono én stereo uitgebracht werden, al was de monoversie een bewerkte stereoversie. (hetzelfde principe vond plaats voor The Yellow Submarine van The Beatles).

De single ‘Daydream’ (geschreven door Vincent, van Holmen en Mackay) was een voorbeeld van een uitstekende synthese tussen klassiek en pop, met stukjes (we zouden het nu samples noemen) van een stukje Zwanenmeer (Tchaikovsky), van het Strijkkwartet No. 1 van diezelfde man én een stukje Hey Jude van The Beatles). De lijm was een stukje eigen fantasie.

De single bleek een onverwacht, maar enorm succes, een nummer één hit in eigen land, maar ook in twintig andere landen; er werden er miljoenen van verkocht. Iedereen raakte in de ban van de groep die bijna de tweede Beatles genoemd werd. In Frankrijk maakt Claude François (bekend van ‘My Way’)zijn versie van het lied onder de naam ‘Rêveries’. The Wallace Collection antwoordde gevat met een eigen Franse versie onder dezelfde naam.
In 1970 had het Duitse Gunter Kallmann Orchestra er met hun ‘easy listening- versie’ er succes mee in eigen land
Jaren later samplede Portishead een stuk van Daydream voor hun track ‘Glory Box’ (album Dummy 1994). In 2001 maakte Paul Michiels een relaxte versie van Daydream en later deed ‘I Monster’ dat nog eens over (Daydream in Blue)net als de ‘Beta Band’ in hun liedje ‘Squares’.
Een heel vreemde toepassing komt uit Noorwegen. Daar wordt een stukje van Daydream gebruikt in een televisieserie van het Noorse Rode Kruis over veiligheid in de bergen.
In 2009 was de song te horen in de Belgische film ‘Mr. Noboby’ en recenter, 2016, dook het lied weer op in een Amerikaanse televisieshow: ‘Mr. Robot’.

Het nummer één succes bracht de band in heel Europa, vooral in Frankrijk en Italië waren ze erg populair, maar ver daarbuiten: Mexico, Zuid Amerika en de VS. Hoogtepunt was een concert in het Maracana-stadion in Rio voor meer dan 40.000 mensen.

Gezien al dat succes kreeg de band een platencontract in Amerika. Daar zou Capitol de distributie gaan doen, alleen… die originele lp te lang voor de Amerikaanse tieners (???). Er moest dus wat af. Maar liefst vier tracks werden hardvochtig verwijderd: 'Natacha, Merry-Go-Round, Poor Old Sammy en zelfs het titelnummer Laughing Cavalier'. Ook de titel moest er daarom aan geloven, dat werd nu ‘gewoon’: Wallace Collection. Jammer toch dat die Amerikanen zo’n korte aandachtspanne hebben, daarom schreeuwen ze misschien ook altijd zo bij concerten.

Eén succesvolle hit is natuurlijk niet genoeg én er moest een tweede plaat komen. En toen ging het mis. Dat lag niet alleen aan de druk voor dat tweede album, maar door het constante toeren waren de heren moe. Vanholme: “Het was chaos, de ene dag speelden we in Noord Holland, de andere dag in Spanje. We hadden geen tijd om te schrijven of oefenen.” Het ging dan ook bergafwaarts met de kwaliteit van het werk. Dat bleek uit het geringe succes in eigen land.

De groep werd nog wel gevraagd voor muziek voor films ‘La Maison’, ‘Un Beau Monstre’ en ‘Les Intrus’. Ze zijn allemaal niet op cd te vinden. Daar tussendoor kwam de tweede lp op de markt, simpelweg ‘Wallace Collection’ genoemd. Verwarrend natuurlijk voor de Amerikanen, maar daar werd nummer twee eigenlijk al niet meer uitgebracht. Wel bijzonder is dat de Franse versie een heel andere hoes én titel had. Daar heette de plaat ‘Serenade’ én had een kleurenhoes; de originele was zwartwit, met een andere foto.

Van de tweede plaat kwamen, ondanks het teruglopen van de kwaliteit, nog een aantal singles terecht in de Belgische Top30: ‘Love’ (hoogste notering: 17) en ‘Serenade’ (hoogste notering: 13). ‘Dear Beloved Secretary’ (België hoogste plek: 11) was zelfs een nummer één hit in ons eigen land, maar ook in Italië; een land waar de groep sowieso al erg populair was. Andere nummers uit deze periode zijn ‘Stay’ (geen hit in België) en ‘My Way of Loving You’ (geschreven door Charles Aznavour en Georges Garvarentz). De laatste twee waren wel hits, maar in Frankrijk en Italië.

Hoe dan ook, het liep allemaal niet meer zo soepel als voorheen. De hectiek, de verschillende inzichten, stijlen, achtergronden… Het onvermijdelijke gebeurde dan ook: in 1971 vonden de heren het genoeg en besloten te stoppen met de band.
Dat stoppen leidde tot verschillende acties. Freddy Nieuland ging door onder de naam Wallace Collection; Raymond Vincent begon de band Esperanto en Marc Hérouet had wat succes met zijn band ‘Salix Alba’ (wat is in een naam tenslotte). Het meeste succes had Vanholme met zijn band ‘Two Man Sound’. Hij werd later producer van bands als Octopus, Salix Alba, The Machines, Gorky, Jo Lemaire & Flouze, The Kids.

In 1981 verscheen een wat vreemd album onder de naam The Wallace Collection: 'Tax Vobiscum / Take Life With A Grin'. Eigenlijk was het een project van Nieuland. Kant één klinkt wel een beetje als ‘vroeger’, kant twee totaal niet; er staan twee wat langere tracks op van elke een minuut of zeven. De plaat lijkt inmiddels in de tijd opgelost en komt eigenlijk niet voor in de wat officiëlere overzichten van de band.

In 1991 was er sprake van een ‘comeback’ met concert én album. Het concert met bijna de originele band, minus Namotte, vond plaats in het Palais des Beaux Arts/Paleis van de Schone Kunsten in Brussel. Het concert werd opgenomen. Andere tracks, opgenomen tussen 1989 en 1990, zouden met nieuwe tracks en live-opnamen op een plaat komen; de titel was er zelfs al: ‘Candlelights to Satellites’ (het lijkt bijna een Sun Ra titel). Helaas ontstonden er meningsverschillen en de plaat bleef tot de dag van vandaag op de plank liggen. Daar zou eens iemand achteraan moeten gaan. Van het hele spektakel zag alleen een single even het licht: Velvet Moon/Politicians.

De band duikt zo af en toe nog even op. In 2005 (10 november) kregen ze de Radio 2 - (Belgische dan) en Sabam - (die Belgische Buma) prijs voor het nummer Daydream. De band speelde bij die gelegenheid dat nummer natuurlijk nog eens voor het publiek. Eén jaar later stonden ze voor twintigduizend mensen voor de Brusselse 0110-concerten. Overigens in beide gevallen niet met de oude bezetting, maar met Nieuland, Hérouet en Vanholme. Gasten waren violist Cédric Murrath (van de band Hooverphonic) en cellist Frans Grapperhaus.

De laatste keer dat een deel van de groep bij elkaar was, was voor ons eigen eindejaars programma ‘Top2000’. Dat was in 2009 voor een mini-reportage over het mooiste nummer ooit gemaakt. Dan zitten we met Daydream aardig in de goede richting natuurlijk. Special voor die reportage waren Namotte en producer Mackay ook aanwezig. Alleen Vincent leek opgelost in de historie.

Cd’s vinden anno 2018 van The Wallace Collection valt niet mee. The Laughing Cavalier duikt her en der wel eens op, maar is meestal erg tot heel erg duur. De tweede plaat is soms samen met de eerste op één cd gezet en is mondjesmaat te vinden, maar ook vaak veel te duur. Het nummer Daydream is natuurlijk op talloze samplers, terugblikken, hitoverzichten, best-of-Belgium platen, enzovoorts gezet. Op Magic Records (Franse uitgave, 1998) verscheen Laughing Cavalier aangevuld met maar liefst negen bonus-tracks, waaronder, Stay, My Way of Loving You, Dear Beloved Secretary, Love, Réveries en zelfs een USA-mix: Baby I Don’t Mind. Daarmee heb je eigenlijk op één cd het belangrijkste werk van de groep in handen.

Met die cd kunnen we lekker verder dagdromen, slapend tussen de bloemen op een mooie zonnige dag en dan dromen van onze ontmoeting daar bij dat beekje. Maar, ondanks de liefde, waarom ben je dan zo verlegen. En die laatste vraag maakte, denk ik, een eind aan die mooie dagdroom.
De Daydream van The Wallace Collection duurde relatief kort, maar is dat niet ook in de aard van de droom al besloten? Misschien dat het B-kantje van de single daarom de titel had: ' Baby, I don't mind'...