Desolation 1966


Groeten uit Grollo (1967)


Praise the Blues, met Eddy Boyd, 1967


Live 1968


Trippin' Thru a Midnight Blues 1968


Appleknockers Flophouse 1969


Too Blind to See 1970

Simple Man 1971


Sometimes 1972


Afscheidsconcert 1974


Red White 'n Blue 1975


Kid Blue 1976


Travelling with the Blues 1997


Dancing Bear 1998


Hotel Grolloo 2000


Blues Traveller 4cd box 2000


Boom Boom Band, in the Spirit of John Lee Hooker 2003


Live in het Oude Luxor 2005


40 Jaar de Blues 2DVD 1cd box 2006


Cat's Lost 2009


Alles uit Grolloo 28cd 1DVD box 2016
Soms...
Elders op deze site (onder ‘Verloren Herinneringen’) is te lezen hoe ik via een Limburgse ijssalon terecht kwam bij de Drentse blues van Cuby & the Blizzards. In mijn muziekcollectie is de blues sterk ondervertegenwoordigd, maar voor Cuby heb ik altijd een zwak gehad en – sterker nog – die is gebleven tot heden. Natuurlijk moest ik daarom ook naar het retrospectief in het Drents Museum in Assen. Onder de naam ‘Window of my Eyes’ (2016) werd zo Assen’s stadsgenoot, zanger Harry ‘Cuby’ Muskee’s vijfenzeventigste verjaardag gevierd. Het klopte niet helemaal, want Muskee woonde de laatste jaren in Rolde en hij merkte weinig van die verjaardag, want Muskee was vijf jaar eerder overleden. Toen ik er was, was het best druk. Het viel me op dat het eigenlijk allemaal wat oudere mannen in leren- of spijkerjasjes waren die de expositie bezochten. Is de blues er dan alleen voor ouderen? Ik sluit het in regel een genoemd verhaal af met de tekst: “Ach, je bent nooit te jong voor de blues. “. Gelukkig, in Grolloo, tegenwoordig hét bedevaartsoort voor de blues, startte enige tijd geleden een internationaal bluesfestival onder de naam ‘The Blues Village Grolloo’. In hetzelfde jaar verscheen de negenentwintig cd’s tellende box: ‘Alles uit Grolloo’ als eerbetoon aan ‘blueslegende’ Muskee. (prachtig samenstelling, soms tegenvallende uitvoering van de hoezen en een ronduit schandalig slechte uitvoering van iets wat ze een boekje noemen). Ja, je zou zo dus best kunnen zeggen dat de blues nog volop leeft.

Voor het begin moeten we ver terug, naar 1962. Zoals overal spelen in Assen en omgeving jongeren de hun bekende songs na. Dat geldt zeker voor Harry Muskee (1941-2011). Hij zingt liedjes van bijvoorbeeld de Everly Brothers in een vriendenbandje: The Mixture, maar dat is het niet helemaal. Muskee’s volgende stap is een rol als contrabassist in een jazzgroep: The Old Fashioned Jazz Group. Jazz leert hij kennen via de NATO-zenders die zeker in het oosten van het land goed te ontvangen, de AFN (American Forces Network) en blues vooral via de The Voice of America. De AFN beluisterde ik ook vaak en daar was de meest boeiende muziek te horen. Die zender had in de jaren zestig veel meer te bieden dan de ons bekende Hilversum 3. The Old Fashioned Jazz Group speelde in deze periode vaker in een oude fabriekshal in Groningen: ’t Krotje. Naast de jazz hoorde hij blues en werd daardoor gegrepen.
Eenzelfde start geldt voor Eelco Gelling (1946- ). Gelling speelde gitaar in The Rocking Hurricanes, gevolgd door The Rocking Strings. In de Strings spelen de broers Hans Kinds (slaggitaar of ritmegitaar) en Wim Kinds (drums). Nico Schröder speelt bas. Nederland is niet heel groot en Drenthe of Assen al helemaal niet, dus iedereen komt elkaar tegen. Muskee zingt soms als gast mee met The Rocking Strings, Elvis-werk. In 1964 stapt Schröder op, hij mocht of kon niet op zondag spelen. Zijn vervanger is Willy Middel (1945- ). Na het ene schaap volgen er meer: Wim Kinds vertrekt en maakt plaats voor Dick Beekman (1946- ) en, belangrijker voor de historie: Muskee wordt de vaste zanger.

The Rocking Strings, een zogenaamde beatgroep, wordt omgevormd tot een echte bluesgroep, maar dan wel met een andere naam: Cuby + Blizzards, kortweg C+B. Cuby. Cuby, omdat de hond van de buren zo heet en Muskee erg op het dier gesteld is en de Blizzards na prikken in een woordenboek. Het klonk wel goed. De blues dat had erin gehakt bij Muskee en daarmee wilde hij verder, in die zin werd hij een soort voorman, de Cuby, van de band. Maar dat ging niet zonder de samenwerking met Gelling. Gelling en Muskee speelden niet alleen bekende bluesnummers na, maar begonnen zelf ook te componeren. Voor platenmaatschappij CNR mogen ze een single opnemen: ‘Stumble and Fall/I’m so Restless’ (1965); allebei eigen werk. De stem klinkt nog jong, maar zijn inzet, de drive van de band en de gitaarsolo’s zitten er al goed en herkenbaar in. Gelling is een uitstekende gitarist, in de periode met Cuby misschien wel de beste van het land. Daarna verloederde dat door druggebruik. De single is alleen te vinden in de hierboven beschreven box. Er gebeurde weinig mee in Nederland, maar des te meer in Drenthe en omgeving. Daar vond de jeugd in die muziek een klankbord en reisde de band overal achterna. Het enthousiasme werd wereldwijd gemaakt door her en der C+B op muren te kalken. De groep oefende in een oude boerderij in Grollo (tegenwoordig is dat Grolloo met een extra ‘o’).

Single nummer twee was een spraakmakende: ‘L.S.D./Your Body Not Your Soul’ (1966). L.S.D. is van Tom McGuiness (Manfred Mann), de B-kant is een van de eerste nummers van Muskee. De NCRV (christelijke radio) weigerde het nummer te draaien vanwege de verwijzing naar de drug. In feite deed het B-kantje het beter. Tijdens een vakantieperiode, met optredens voor vakantiegangers in Maderno, raakten ook de Italianen besmet. Ene Gli Uragani maakte zijn versie van ‘Your Body Not Your Soul’: ‘Vuoi Arrivare Su’. Het liedje kwam in op nummer zes in de Italiaanse Top30. Harry, bedankt!

De volgende single komt ook in Nederland in de Top40: ‘Back Home (nee, niet die van de Golden Earring)/Sweet Mary’. Dat houdt Dick Beekman niet tegen om te vertrekken. Een piepjonge drummer wordt het nieuwe lid: Hans Waterman (1949- ); hij is dan zeventien. In deze samenstelling wordt het eerste album opgenomen. Desolation (1966). Gastmuzikant is Henk Hilbrandie (piano). De nu wat zweverig overkomende tekst op de hoes is van Johnny the Selfkicker.

De titel van het album komt van het boek ‘Desolation Angels’ van on-the-road schrijver Jack Kerouac. Wie las dat nou niet? Muskee had he werk van Kerouac al snel ontdekt en het inspireerde hem. Desolation is de eerste bluesplaat in Nederland en dan is natuurlijk iedereen erbij. De boerderij in Grollo blijkt te klein voor de aanloop: Willem de Ridder (eindredacteur van Hitweek (de groep eindigt bovenaan in de pol voor populairste bands), Boudewijn de Groot, Simon Vinkenoog (schrijver), Ton Sybrands (schaker), Johnny the Selfkicker, maar ook bleusgiganten die in Nederland op tournee zijn, zoals John Mayall, Alexis Korner en Eddy Boyd. C+B doet daar niet voor onder en dat weet iedereen. Op een dag komt een jonge pianist op bezoek; hij wil wel bij de groep komen spelen. Dat is Herman Brood (1985-2001). Hij had in uitputtende reeksen gespeeld in Moan, veelal in Duitsland voor NAVO-militairen. Met pepmiddelen bleef je dan wel op de been. Voor Brood was het dagelijkse kost en dat zou zo blijven weten we allemaal.
Desolation kreeg een Edison, dat was een hele eer in die tijd. Tijdens de uitreiking op het ‘Grand Gala du Disque’ sprak cabaretier Wim Sonneveld de band aan met ‘Kuipje en de Sneeuwstormen’. Sommige grappen werken niet goed, dit is er zo een, maar juist deze grap wordt steeds weer bovengehaald.

Cuby, zoals de groep door iedereen genoemd wordt, werd een populaire groep en de optredens in binnen- en buitenland logen er niet om. Een te zware belasting voor Kinds en Middel. Brood was er al, de nieuwe bassist wordt Jaap van Eik (1944- ) die ze weghalen bij een andere bluesgroep: Blues Dimension.

Tijd voor een nieuw album: ‘Groeten uit Grollo’. De meisjes (en enkele jongens) van het tienerblad Tina mogen een ontwerp maken voor de kledij van de band. Het door de jury gekozen ontwerp kwam op de hoes terecht. Een wat vreemde aanpak, de psychedelisch aangeklede band voor een schaapskooi matcht in mijn optiek niet helemaal, of helemaal niet. Op de achterzijde een ansichtkaart met tekst van Willem de Ridder.
In Duitsland werd het album uitgebracht onder de naam ‘Soul’, ook al zo’n vreemde keus voor een bluesplaat. Het door Gelling en Muskee geschreven stuk ‘Somebody Will Know Someday’ is een van de mooiste tracks en een nummer dat lang door de band gespeeld zou blijven worden. Het nummer is geschreven nadat Muskee’s eerste, grote liefde, Miep Huisman, hun relatie verbroken had. “Somebody will know someday, will know... why, why you walked out of me”.

John Mayall toerde met Eddie Boyd (1914-1994/zang, keyboards), een van eerste gekleurde musici in ons land, door Europa en kwam bij Muskee terecht. Dat leidde weer tot een tournee van Cuby met Boyd en vervolgens tot een album: ‘Praise the Blues’ (1967). Meteen door naar een korte tour met zanger Van Morrison (die van de band Them), De tour zou er zijn om samen een plaat te maken, maar die ging tot frustratie van eenieder helaas niet door.

Cuby is vaak op bezoek bij de oosterburen. Tijdens een optreden in Düsseldorf, de Rheinhalle, wordt het concert opgenomen met een eenvoudig vier-sporen tapedeck. Van het concert wordt een plaat gemaakt, simpelweg: ‘Cuby+ Blizzards Live’. Op ‘No Way Out’ en ‘Don’t Love You Twice’ speelt Alexis Korner mee. Beekman zit dan – net als vroeger – op de drumkruk. De plaat is verpakt in een mooie klaphoes met veel foto’s van de band.

Enigszins psychedelisch, de hoes tenminste, is ‘Trippin' Thru' A Midnight Blues’ (1968). De tijdgeest zullen we maar zeggen. Als je geluk had, had je de goede editie van het album, met in de klaphoes een acht pagina’s tellend ingeniet boek vol foto’s. Om de muziek iets rijker te laten klinken zijn wat vrienden en bekenden uitgenodigd; Jenne Meinema (altsax), Roel Hemmes (tenorsax) en Eduard Ninck-Blok (trompet). Op deze plaat staat wellicht het mooiste nummer dat Gellingen Muskee ooit geschreven hebben: ‘Window of my Eyes’. “Through the windows of my eyes, I can see the rainy day…’. De single stond wekenlang in de Top40 en kwam tot de tiende plek. Het leverde de band opnieuw een Edison op. Fotograaf/regisseur Anton Corbijn gebruikte het in 2010 als eerbetoon in zijn film ‘The American. Hij wilde het in de film, maar dat paste niet, daarom gebruikte hij het in de aftiteling.

Het begin van de jaren zeventig begint rommelig. Van Eik gaat naar Trace, Beekman naar Livin’ Blues en Brood heeft zoveel problemen met drugs en de gevolgen daarvan (arrestaties) dat het lastig is hem in de band te hebben. Los daarvan hebben Muskee en Gelling verschillende ideeën over hoe het verder moet Muskee wilde verder met Middel en Beekman, Gelling met Waterman Jaap van Eik. Gesprekken met de platenmaatschappij zorgden ervoor dat de potentiële breuk gelijmd werd.
Door de ‘problemen’ met Brood mag de groep Amerika niet in en vervalt een als belangrijk geziene tournee. Collegaband Blues Dimension wordt nu ongeveer leeggeplukt, zowel Herman Deinum (1946- /bas), Hans La Faille (1947- /drums) en Helmig van de Vegt (onbekend/piano, orgel) worden C+B leden.

‘Appleknockers Flophouse’ (1970) klinkt een stuk steviger, rock-achtiger, dan de voorgangers. Dit keer geen gasten en bijna alleen eigen composities. De single, Appleknockers Flophouse, komt in de Top40 tot de twaalfde plek. De fans waarderen het nummer nog steeds, gezien de jaarlijkse terugkeer in de fameuze Top2000.
Bij dit album ging het meer over de hoes dan de muziek. Cees Wessel en Anton Witkamp, enkele heren van de platenmaatschappij, bedenken een stunt en lokken argeloze agrariërs en de band naar het café van Willem Perkaan: ‘Vat op Klomp’n’. Daar zou een fotosessie in stijl gehouden worden. Nadat alle aanwezige flink in het glas hadden mogen kijken sprong plotseling een striptease danseres op de tafel en begon te doen waarvoor ze betaald. Dat werd luidkeels gewaardeerd. De volgende dag kwam de kater hard aan, vooral omdat ze weten dat er gefilmd en gefotografeerd is. De zaak loopt snel hoog op en de burgemeester grijpt in: film en foto’s mogen niet gebruikt worden voor publiciteit. Dat verklaart de wat vreemde uitsnede van de hoes. Met goed zoeken kun je soms het gemaakte filmpje nog ergens op het net traceren. Anno nu heeft het weinig om het lijf, maar ja, andere tijden, andere zeden. Alhoewel de zeden toen vrijer waren dan ze nu zijn lijkt het, maar dat is een ander verhaal.

De hoes om ‘Too Blind to See’ (1970) is eenvoudiger en de bandleden zelf nauwelijks zichtbaar door het contrast. Dit keer zijn er twee gastmusici: Rudi van Dijk (tenor, baritonsax) en Bas Munninksma (tenorsax, fluit, hoorn). Er staan prachtige nummers op het album, maar op een of andere manier lijkt de plaat minder goed te werken.

Het rommelt nogal om de band. Eerst lijkt er niets aan de hand en zijn er tournees tot in Polen en speelt C+B in het voorprogramma van B.B. King in het Amsterdamse Concertgebouw. Maar problemen met managers steken spaken in het tourneewiel, waarna iedereen zich terugtrekt in eigen huis of boerderij. Na de bezinning pakt iedereen de draad weer op en verschijnt in 1971 een nieuw album: ‘Simple Man’. De titel wordt in de binnenhoes verklaard: “I was born to be a simple man, just to sing a simple song. But somebody came and cursed my life, I didn’t know what I’d wrong”. De tekst van Muskee zegt misschien wel alles over deze periode. Maar eigenlijk gaat het over de eenvoudige jongen (Muskee) dus die graag zijn eigen muziek wil maken, maar dat door allerlei instanties gedwarsboomd ziet.

‘Sometimes’ (1972) is eigenlijk het laatste studioalbum van deze band. Het gedoe en het lang bij elkaar zijn, de vele tournees, de druk om een nieuw plaat te maken, eist – net als bij zoveel bands – zijn tol. Gelling en Muskee vinden het steeds moeilijker om samen te componeren, de ‘klik’ is er niet meer. Op Sometimes is daardoor de muziek voor bijna de helft van de tracks geschreven door Van de Vegt. Daarmee komt er een jazzy element in de muziek. Ik vind dat niet verkeerd, jazz en blues zijn verwanten, maar niet iedereen is zo ruimdenkend. De track ‘Sometimes’ is ronduit prachtig. "Sometimes, when I'm weary and blue 'm just sittin' here thinkin' of You".

Op weg naar een optreden in Munster gaat er van alles mis, pech met de vrachtwagen, miscommunicatie (Harry en Eelco in Drenthe, de rest van de band in Duitsland), ruzie. Net allemaal iets teveel voor een band op het randje van een al te hoog stressniveau. De stekker gaar eruit. Iedereen meldt zich bij het arbeidsbureau en C+B is verleden tijd, ondanks de graffiti op het transformatorhuisje bij het spoor in Assen.

Er komt nog wel een afscheidsconcert, eigenlijk twee, voor de fans in Nederland. 9 juni 1973 staat de band in een uitverkochte Concertzaal Bellevue in Assen. De bezetting is iets aangepast: Muskee, Gelling, Willy Middel, Hans Kinds, Herman Brood en Jaap van Eik. Beetje retrospectief gezelschap. Natuurlijk zijn er bij een gelegenheid als deze gasten Wim Ennes (Keyboards, bekend van Solution), Henk Nahrendorf (niets over te vinden) en Hans Waterman (drums, Solution).
15 januari 1974 is het ‘tweede’ afscheidsconcert in de VARA-studio. Het wordt opgenomen voor het programma ‘Nederpopzien’. De studio is te klein voor iedereen die de band wil zien. De band die er nu staat: Muskee, Gelling, Hans Kinds, Willy Middel, Hans Waterman en Herman Brood. Het concert wordt door de VARA uitgebracht op een lp: ‘Afscheidsconcert’ (1974). De muziek klinkt aardig, maar klonk wel eens inspirerender. Bekende tracks worden op het album gezet, maar niet ‘WIndow of my Eyes’, gelukkig wel ‘Somebody Will Know Someday’.  Dan is het echt voorbij voor de klassieke C+B. Maar blues is nooit echt ver weg, zeker niet als je Muskee heet.

Platenmaatschappijfiguur en ex-DJ Willen van Kooten (de ouderen kennen hem waarschijnlijk als Joost den Draaijer) denkt groot en heeft een supergroepenvisie, zoiets als Blind Faith in Engeland. Dat kan hier natuurlijk ook. Het Hollandse equivalent wordt: ‘Red, White ‘n Blue’ (1975). Hm, beetje vreemde naam voor een band, meer een soort verkoopmerk. In de band Muskee en Gelling, met daarbij: Frank Nuyens (gitaar, ex-Q65), Lou Leeuw (bas, ex-The Rocking Tigers) en Herman van Boeyen (drums, ex-Tee Set en Supersister). De plaat wordt geproduced door Golden Earring-gitarist George Kooymans, die als extra special guest toetsenist Robert Jan Stips (Supersister) inschakelt. Je voelt het eigenlijk al aankomen, het werkt niet. De hoes om de plaat is spuuglelijk en trekt niet om te kopen. Van Boeyen is al snel weg (daar had hij vaker last van overigens) en wordt opgevolgd door Mels Bol (ex- Fontessa). De muziek is anders dan we kennen van C+B en eigenlijk weet niemand wat hij met dit rood, wit en blauw aan moet.

Dan meldt zich de verloren zoon, Brood, bij Gellingen Muskee. Die besluiten met hem weer een nieuwe start te maken met C+B. Exit Red, White ’n Blue dus. Met Brood en met tal van, soms verrassende, ‘gasten’ en het restje vorige band wordt ‘Kid Blue’ (1976) gemaakt. Een bluesy plaat inderdaad. Gasten zijn: Margriet Eshuis (orgel, zang), Maggie McNeal (Sjoukje van ’t Spijker, zang), Nuyens (gitaar), Bol (drums), Leeuw (bas, zang) en Neppy Noya (conga’s).

Maar net als het goed gaat slaat de blues keihard terug. Gelling stapt in de optiek van Muskee plotseling op richting Golden Earring. Brood vertrekt in zijn kielzog en begint een succesvolle solocarrière met zijn Wilde Romance. Maar Harry zit met de gebakken peren en is gekrenkt tot in het diepst van zijn ziel door het ‘verraad’ van Gelling.

Er breekt opnieuw een periode aan van wonden likken en denken over de toekomst. Muskee begint een nieuwe band met musici uit de buurt. De naam C+B mag niet, dus wordt het ‘gewoon ’Muskee’ of ‘The Harry Muskee Band’ of ‘The Muskee Gang’. De band lijkt in de schaduw van het verleden te opereren en komt niet goed uit de verf. Wel wordt er een album gemaakt: ‘The Legend’ (1983). Dan blijkt er toch weer ruimte te zijn voor een weerzien met Gelling en wordt met nieuwe musici de ‘Muskee Gang’ gestart. Maar opnieuw verlaat Gelling de band voor een ander, maar komt na talloze personeelswisselingen weer terug. Tijdens de opnamen voor ‘Rimshots in the Dark ((1987)’ loopt het mis. Door het druggebruik van Gelling wordt werken met hem onmogelijk. Het betekent het definitieve einde van hun samenwerking. Daarna is het nooit meer goed gekomen. Gelling's vervanger wordt de dan nog jonge Erwin Java (ex- White Honey/Wild Romance).
Met hem keert de rust keert weer terug in de band. De groep, nu simpelweg Muskee genoemd, maakt tournees en lp’s. In 1990 staat Muskee vijfentwintig jaar op de planken en viert dat met een concert in Vredenburg, Utrecht. Aardig is dat Brood dan ook weer – even dan - op het podium staat.

In 1991 komt het album ‘Cut de Luxe’ uit, met daarop een van de sterkere songs uit deze periode: ‘Brother Booze’. “And in this lonely silence where the shadows reach the floor, I'm stuck with Brother Booze who is crying out for more”. Iets later verschijnt ‘Muskee Live’, opgenomen in Vredenburg en Ahoy, Rotterdam. Gasten dan zijn saxofonist Bertus Borgers (o.a. Sweet d’Buster) en mondharmonicaspeler John Legrand (Livin’ Blues). Het gaat weer iets beter met Muskee en zijn muziek; de band wordt gevraagd voor optredens in België en het Poolse Rawa Blues Festival. In 1992 ontvangt Muskee zelfde de Culturele Prijs van de Provincie Drenthe. En dan, eindelijk, in 1993 kan Muskee naar Amerika, de bakermat van de blues. Voor zowel VPRO als Radio Drenthe maakt hij documentaires. Genoeg inspiratie ook voor een nieuw album: ‘Sky Songs on the Spot’ (1994). Legrand is inmiddels vast lid geworden.

Na zoveel jaar worden mensen nostalgisch en verlangen terug naar de goede, oude tijden van weleer. Zo ook (soms rijke) fans: Henk Aa, Jan Lagendijk en blues- en voetbalfanaat Johan Derksen. Ze richten een stichting op: ‘Cuby is Back’ en zorgen aldus voor wat financiële ruimte. En inderdaad, onder de aloude naam Cuby + Blizzards begint Muskee een theatertournee door het land. In de band dan oud- en nieuwgedienden: Erwin Java, John Lagrand en oud-Blizzards: Hans La Faille (drums, Herman Deinum (bas) en Helmig van der Vegt (keyboards).
Het blijkt dat het sponsortrio niet alleen staat in het enthousiasme, ook de fans, oude en nieuwe, zijn enthousiast. De ‘nieuwe’ Cuby blijft daarom optreden. In maart 1997 laten ze dat horen op het album: ‘Travelling with the Blues, Cuby+Blizzards live’. Het is een fantastisch album met hoogtepunten uit het œvre van Cuby, waaronder: ‘Another Day, Another Road, Too Blind to See, Distant Smile, Appleknockers Flophouse, Somebody Will Know Someday, Brother Booze, Travelling with the Blues en Hobo Blues. De set is opgenomen in Bluesclub de Lantaarn in Hellendoorn (of all places).
Als eerbetoon aan Harry Muskee wordt in Grolloo door Relus ter Beek, dan commissaris der koningin, een borstbeeld onthuld van Muskee (met hoed).

Dancing Bear (1998) is een album dat gaat over onder andere dierenmishandeling. De muziek klinkt verfrissend en laat een eigentijdse band horen zonder de bluesy roots uit het oog te verliezen. Een domper op het plezier is een diefstal van gitaren van Java en Deinum. Gelukkig wordt de buit later teruggevonden. Er zijn meer verrassingen, al dan niet gewenst. John Legrand kan tijdelijk niet optreden vanwege een gebroken been en moet later zelfs vanwege omstandigheden thuis stoppen met de band. Hoogst opmerkelijk is een gastoptreden van Gelling op 4 juni 1999 in Den Haag. Hij doet op twee nummers mee, maar toch. Anders, maar ook bijzonder is een vijftal concerten in samenwerking met enkele bekende Nederlanders en de Johan Willem Frisokapel.

In het millenniumjaar (2000) zit Harry Muskee alweer vijfendertig jaar in de blues. Dat feit wordt op verschillende manieren gevierd. Enerzijds met een vier cd’s tellende box ‘Blues Traveller’, anderzijds met een bijzonder concert in Bruincafé de Amer in Amen met een stoet aan bijzondere gasten: Bennie Jolink (Normaal), Tineke Schoenmaker (Barrelhouse), Huub van der Lubbe (De Dijk), Daniël Lohues (Skik) en Barry Hay (Golden Earring). Zij voeren op hun eigen wijze of eigenwijze manier nummers van Muskee uit. Tijdens een concert in Paradiso krijgt Muskee de cd ‘Hotel Grolloo’ officieel aangeboden. Op de cd de neerslag van de optredens in De Amer en vier nieuwe nummers. Enigszins merkwaardig is dat Hotel Grolloo de best verkochte blues-cd van het jaar wordt. Tenminste voor wat dat waard is, wat de hoeveelheid blues-cd’s in Nederland schat ik niet heel hoog in en dat geldt ook voor de vraag of dat nou aan Muskee ligt of aan al die gasten.

Relus ter Beek was druk met Muskee. In 2001 opende hij in de oude boerderij in Grolloo waar Muskee vroeger gewoond had de expositie ‘Cuby+Blizzards’. De expositie werd mogelijk gemaakt door de ‘Stichting Behoud Cultureel Erfgoed Harry Muskee’. Dat zegt toch wel iets. Misschien moet Muskee ook opgenomen in de Canon van Nederland. Muskee is er natuurlijk ook en zingt voor het eerst in zijn openbare leven een liedje in een Drents dialect.
Ondertussen gaat de theatertournee gewoon door, is er een optreden ten gunste van ‘het Berenbos’ in de dierentuin van Rhenen waar mishandelde beren een rustige oude dag slijten, wordt daarom ‘Dancing Bear’ opnieuw uitgebracht, verschijnt ook een nieuw album: ‘Boom, boom bang – In the Spirit of John Lee Hooker’ en zijn er optredens in Zuid-Afrika en Curaçao. Later (2003) verschijnt daar een DVD van.
Een groot moment voor Harry en de Nederlandse blues vindt plaat in april 2003, als Muskee Ridder in de Orde van Oranje-Nassau wordt. Hij is er maar wat trots op.

Het jubileumjaar, veertig jaar Cuby, wordt gevierd met optredens in de Rotterdamse Luxor. Van dat optreden verschijnt een dubbel-cd, heel eenvoudig getiteld: ‘C+B, Live in het Oude Luxor’ (2005). Het jaar erop volgt, nog steeds in het kader van die veertig jaar, een zogenaamde ‘longbox’ met daarin twee DVD’s en één cd en natuurlijk een mooi boekje: ’40 jaar de Blues’. Op de DVD’s een documentaire of 40 jaar Blizzards en een zogenaamde ‘2meter sessie’ met toenmalig DJ Jan Douwe Kroeske uit september 2005. Op de cd een liveoptreden uit 1979 in Schiedam. Dat is bijzonder, want dat is de band die dan bestaat uit Muskee, Deinum, Lafaille, Van Der Vegt én Gelling.

Relus ter Beek, ja, daar is hij weer, benoemt Muskee op 24 maart 2007 tot ‘Ambassadeur van de Provincie Drenthe’. Eerder, in februari, kreeg Muskee ‘De Gouden Harp’ uitgereikt. Die krijg je als je je verdienstelijk hebt gemaakt voor de muziekindustrie.
Dat vond Jeroen Wielaert ook, hij schreef een boek over Muskee, getiteld ‘De Missie – de kruispunten van Harry ‘Cuby’ Muskee'. Het werd uitgeroepen tot het beste popboek van Nederland en Vlaanderen. Mooi boek, met foto’s en een tekst die vlot wegleest. Heerlijk zo’n geschiedenisboek.

Het laatste album van C+B verschijnt in 2009: ‘Cats Lost’; het is het eerste album waarvoor Muskee een gouden plaat ontvangt. Het album reikte zomaar tot plaats 14 van de Album Top100. Toen nog niet bekend, maar in feite een mooie afsluiting, met muziek die doet denken aan de beginjaren, zonder nostalgisch te zijn. Naast de vaste band zijn er voor het eerst sinds lange tijd weer wat meer musici te horen: Daniël Lohues (gitaar, mondharmonica, producer), het Gustav Klimt String Ensemble, Miklós Fürst (tenorsax), Wouter Schueler (tenor- en baritonsax), Bert Pfeiffer (trombone) en Peter van Soest (trompet). Toeval bestaat niet, maar de cyclus lijkt met deze cd rond, dat blijkt eigenlijk pas twee jaar later.

Want dan komen we aan in het roerige jaar 2011 waarin van alles gebeurt. Eerst wordt Muskee toegelaten tot de ‘Dutch Blues Hall of Fame, een initiatief van de Dutch Blues Foundation, daarna wordt de boerderij in Grolloo definitief het Cuby+Blizzards Museum, is er een bluesfestival in Grolloo met gastoptreden van Muskee en viert die zijn zeventigste verjaardag. Echter op 26 september overlijdt hij nog vrij plotseling aan de gevolgen van kanker. De rest van blues minnend Nederland blijft in stilte achter: “I got the blues, bit I’m too damn mean to cry… “. Maar soms...
 
tekst: Paul Lemmens juli 2019 -  plaatjes: © Philips/CNR/VARA/Vertigo/Red Bullet/Munich/Melody Express/Greytown