Confronterende Polsslag

Tijdens mijn Hbo-opleiding kwam ik in aanraking met tal van mensen. Ik sprak regelmatig af om ergens te gaan eten en ‘kreeg’ de huisgenoten er dan vaak bij. Soms was dat boeiend, soms niet. Uit onverwachte hoek kwam een ontmoeting met iemand die ook wel met ‘vreemde’ muziek – zoals hij het zelf omschreef - bezig was. Dat werd mijn kennismaking met hem en Throbbing Gristle, een naam die letterlijk vertaalt zoiets betekent als ‘polsslag’, maar misschien ooit beter uitgelegd werd door de vertaling van de slang-betekenis ervan: ‘gezwollen penis’. Vreemd genoeg? Dat is dan pas het begin.
 

Halverwege de jaren zeventig (vorige eeuw) is een aantal mensen bezig met ‘performances’ onder de naam COUM Transmissions. Vooral Genesis P-Orridge – eigenlijk Neil Megson – en Cosey Fanni Tutti – eigenlijk Christine Newby met haar alias gehaald van Mozart's opera CosÌ Fan Tutte dat zoiets betekent als 'zo zijn ze allemaal' – waren er druk mee om op Dadaïstische wijze de Britse maatschappij aan de kaak te stellen: confronterend, subversief en alsof dat niet genoeg was ook nog uitdagend. De groep die COUM vormde wisselde behoorlijk en bestond veelal uit een mix van intellectuelen en criminelen. De meest shockerende show was Prostitution (1976). Expliciete foto’s en films werden getoond, afgewisseld met bloederige taferelen en foto’s van COUM voorstellingen in Milan en Parijs.




Voor Fanni Tutti was dit helemaal niet zo wild als ze deed voorkomen; zij was toen al actrice in tal van pornofilms en gevierd fotomodel in dat genre. Haar doel was haar idealen te bekostigen en dat leek vruchten af te werpen. Welke houden we maar in het midden. De Prostitution performance was voldoende om verontwaardigde artikelen in de pers te krijgen en vragen van politici: ”wreckers of civilisation” (N. Fairbairn).  Daarna had P-Orridge het wel gezien.

Fanni Tutti daarentegen had het idee dat ze nu pas lekker loskwam. Met enige overtuigingskracht wist ze hem, samen met nog twee andere COUM-leden, Peter ‘Sleazy’ Christopherson en Chris Carter te strikken om samen te gaan in een nieuw project. Dat werd Throbbing Gristle genoemd. De groep wordt inmiddels – met de beroemde terugwerkende kracht - gezien als dé schepper van de Industrial Music: ”Industrial Music For Industrial People”, waarbij de benaming is afgeleid van deze kreet en het door hun opgezette platenlabel Industrial Records. Onder Industrial Music wordt verstaan experimentele muziek – veelal elektronisch of anderszins vervormd – gekoppeld aan provocatieve verbale en/of visuele uitingen met het doel de onmenselijkheid en mechanisatie van de huidige maatschappij duidelijk te maken. De intensiteit grenst aan die van de Punk, die in dezelfde periode uitbarst, maar de muziek gaat vele malen verder en is een stuk complexer. Als invloeden op de muziekstijl worden genoemd: Velvet Underground, Frank Zappa, Kraftwerk en John Cage; er zijn slechtere denkbaar! Teksten worden ontleend aan William Burroughs en Friedrich Nietzsche. Throbbing Gristle gaat in aanvang gewoon door waar ze met COUM gebleven zijn, de voorstellingen worden gelardeerd met porno en Nazistische uitingen en dit alles met het doel het argeloze publiek te confronteren met de uithoeken van de donkere kanten van de mens en aan te zetten tot denken over die situatie en hoe je daar zelf in staat: "Don't Do As You're Told, Do As You Think". Dat past ook bij mij, het is bijna letterlijk de formulering die ik gebruikte toen ik in dienst zat. De muziek, ondergeschikt aan die boodschap, is extra ongemakkelijk; donker, dreigend, apocalyptisch en zelden harmonieus; een soort kruising tussen Punk en Tangerine Dream. De band maakt veel gebruik van synthesizers, tapes, elektronica, ‘gevonden’ geluiden, maar ook van bas, gitaar, viool, vibrafoon, piano, trompet, meestal vervormd door enige elektronica.

Bewust met shockeffect uitgevoerd is de eerste single: United/Zyklon B Zombie, daarmee refererend aan het gas, Zykon B, waarmee Hitler de Joden vergaste. De eerste lp komt snel daarna: Second Annual Report, oplage 786. Waarom second? Niemand die het weet, maar het lokt wel. De plaat werd door Piero Scaruffi (hoofd van het Artificial Intelligence Center in Californië) een meesterstuk genoemd. Hij kon het gezien zijn werk weten, wij moesten het nog ontdekken. De groep toerde behoorlijk rond en timmerde ook nog aan de weg én hun show. Fanni Tutti zorgde zelfstandig al dan niet in vergaande of totaal ontklede staat voor het visuele live spektakel, de anderen participeerden mee of zorgden voor tapes, loops en geluiden.


Met Christopherson hadden ze iemand in de band die goed thuis was in de audiovisuele apparatuur, waarmee de presentatie een stuk minder primitief werd. In 1978 komt de volgende plaat met de sombere titel: D.o.A. – The Third and Final Report of Throbbing Gristle. D.o.A. staat voor ‘dead on arrival’ en wordt gebruikt door diverse hulpdiensten. De hoes wordt gesierd door een vrij onschuldig uitziend tafereeltje, maar schijn bedriegt, want al meteen bij de eerste tonen gaan we diep de elektronica in. Om aan te geven hoe de band over hun fans denkt maken ze de single “We Hate You” (1979) en die wordt dan toch weer gevolgd door een lp: 20 Jazz Funk Greats. De plaat zit in een prachtige, argeloze jaren vijftig hoes. Maar dan de inhoud, die is helemaal niet argeloos, integendeel. Al moet ik zeggen dat sommige stukken al meer toegankelijk zijn, maar in het gehele kader is dat voor velen nog mijlen te ver. Er komen nog twee singles uit op Industrial: Subhuman en Adrenaline en dan is het eigenlijk over. Ja er zijn nog veel andere uitingen, maar niet officieel en ook niet op Industrial. Mute Records neemt sommige platen over en brengt die opnieuw uit, waarbij soms een en ander misgaat; zo is een plaat helemaal achterstevoren terecht gekomen op het vinyl. Ook bijzonder voor het oor! Als gevolg van het toeren komt in 1980 Heathen Earth uit, een live-album dus. De spanningen in de band zijn inmiddels opgelopen en in mei 1981, na een toer in de USA, besluit P-Orridge er nu definitief mee te stoppen. Hij had zijn punt gemaakt en wilde iets anders.

P-Orridge en Christopherson gingen daarom verder als Psychic TV en de helft daar weer van, waaronder Christopherson, later als Coil. Fanni Tutti en Carter deden het als duo onder de namen Chris & Cosey, Carter tutti en/of Creative Technology Institute. Hun muziek ging meer en meer richting synthesizer only. In 1981 komt als afscheid – opnieuw in een verraderlijke verpakking – op Rough Trade de plaat Greatest Hits - entertainment through pain -  uit, met oude, maar ook nieuwe tracks. Einde verhaal. Maar zoals zo vaak in muziekland: in 2004 is er een opleving; er komen enkele reünie concerten en een beperkt verkrijgbare nieuwe plaat: TG Now, gevolgd door een hele reeks aan releases en een 7DVD-set: TGV (2007). Het is dan lang niet zo spannend en scherp meer als de eerste periode, maar een nieuw publiek ziet het wel zitten. In 2008 voert de band hun tweede album – D.o.A. – live uit en brengt dat dan weer op vinyl uit als The Thirty-Second Annual Report, oplage 777; een aardige vorm van zelf recyclen. Ook wordt het album Desertshore van Nico (ex Velvet Underground) aangepakt als bron voor een nieuwe plaat. Uiteindelijk wordt de hele sessie die hiervoor opgezet is op maar liefst 12 cd’s uitgebracht. Hoezo overdosis?

Eind 2010 is het opnieuw voorbij als P-Orridge de groep voor de tweede keer verlaat. De tournee wordt wel afgemaakt, maar onder de toepasselijke én gevatte naam X-TG. P-Orridge had nog wel het plan een en ander toe te lichten liet hij op zijn website weten – later na de toer – maar het plotseling overlijden van Christopherson – hij sterft in zijn slaap - steekt daar een fikse stok voor: definitieve einde van Throbbing Gristle. Omdat het contract met Mute in 2011 afloopt besluiten Carter en Fanni Tutti Industrial Records nieuw leven in te blazen. De vijf originele platen worden opgepoetst, opnieuw uitgebracht als cd, in een prachtige verpakking uitgevoerd en stuk voor stuk voorzien van een extra cd met rest- en live opnames. Het slotakkoord staat op de dubbel-cd Desertshore/The Final Report – als X-TG -uitgebracht in een ook dit keer weer prachtige verpakking. Dit laatste verslag is een eerbetoon aan Christopherson, die erg begaan was met het Desertshore project. Deze, samen met de vijf rereleases, bieden een mooi overzicht van deze zeer bijzondere band; de essentie ligt soms in een klein aantal. Throbbing Gristle was een band van uitersten, zowel visueel als auditief; een band waar je moeite voor moest doen en die je zeker niet meteen begreep. Sommige uitingen of beelden alleen als hielden je op afstand: ‘daar wil ik niets mee te maken hebben’, maar als je dan verder dook kwam er een heel ander beeld naar voren, een beeld van betrokken mensen, begaan met de maatschappij en daarbij niet meteen de makkelijkste weg kiezen in muziek; die was immers ondergeschikt aan de boodschap. Je polsslag gaat er hoe dan ook van omhoog en van sommige uitingen misschien nog wel meer ook.