Kwestie van Queeste

Symbolisch helder licht is onontbeerlijk als de weg in nevelen gehuld is. De weg is een queeste. In die zin doen muzikant en schrijver niets voor elkaar onder. De een hult, de ander onthult, maar de weg is lang, grillig, onbekend, verwarrend, tegenstrijdig. Onderweg komen we oneindige bubbels, het verhaal van de gekke aap, echte visies en een heuse, soms oneindige, soms impressionistische symfonie tegen. De naam Clearlight (er ligt ergens nog een vage Timothy Leary link) is dan wel gepast. Dan heb ik het over de merkwaardig genoeg relatief onbekende Franse band Clearlight. Niet te verwarren met de band Clear Light (let op de spatie) uit Los Angeles. Gelukkig maakte die laatste band maar één en niet eens zo’n heel beste plaat (Clear Light - 1967) voordat de groep uit elkaar viel. Op het wereldwijdeweb is er meer over de Amerikaanse band te vinden dan over de Franse. Misschien komt het door de rookgordijnen van Clearlight; dat wat er te vinden is, is niet in overeenstemming met elkaar; namen en jaartallen kloppen vaak niet én – nog erger - zelfs de tekst op de homepage van Clearlight rammelt in deze zin feitelijk aan alle kanten. Bandfoto’s zijn er niet, ja één, een beetje vage. Tijd om het licht aan te doen.

In 1975 liep ik op een dag, net als alle andere dagen, de platenzaak van ‘Disco de Man’ (wat is in een naam tenslotte) binnen. Beneden was iets dat ik me nu niet kan herinneren, het zal wel disco geweest zijn, of het levenslied; niet interessant. Naar boven op de smalle – pas op stoot je hoofd niet - trap was hét wel te doen. Langs de wanden de gebruikelijke rock- en popplaten, in het midden bakken met nieuw werk. Dé bakken. Eén van de hoezen die ik daarin zag sprong er uit. Op deze voorzijde stond een soort elektrisch, opengewerkt hoofd met daarin weer een hoofd ‘into space’. Op de achterkant was te lezen dat drie Gong-bandleden meespeelden, dat de plaat Symphony heette en dat dat alles was van een band was genaamd Clearlight. De plaat was verschenen op het redelijke nieuwe Virgin Records. Alles op dat label was toen goed: Mike Oldfield (verfrissend anders nog), Gong, Henry Cow, Robert Wyatt, Faust, Stephen Miller en Lol Coxhill, Hatfield & the North, Tangerine Dream, Klaus Schulze. Het was een soort kwaliteitswaarborg; je kon een plaat op Virgin ongehoord kopen én je was nooit teleurgesteld. Dat zou ik nu niet meer durven. Net als de anderen ging ook deze plaat ongehoord in de groengele zak en mee naar huis. Opnieuw werd ik niet teleurgesteld. Twee tracks slechts, lange stukken, veel piano, opbouwend, opzwepend, dan weer rustig, experimenteel, klassiek en toch ook wel een tikkeltje psychedelisch, rockstukken met dank aan Steve Hillage voor zijn gitaarwerk en soms redelijk complexe stukken die iets van de luisteraar vroegen. Goed voer voor de oren dus én een band om in de gaten te houden.

Niet eens zo heel veel later kwam nummer twee: Forever Blowing Bubbles (1976), met ook al zo’n mooie hoes. Daarna duurde het even voordat ik doorhad dat er een nieuwe plaat gemaakt was en werden de helder lichte praktijken steeds onoverzichtelijker, wisselden de platenmaatschappijen per plaat en werd het of lang stil of raakte ik de weg kwijt. Soms stond de plaat trouwens helemaal niet eens meer in de winkel en hoe moest je het dan weten? Over Clearlight werd toen nooit geschreven, nu nog niet, en je moest het allemaal zelf uitzoeken, opzoeken en er ook nog achter komen. Het viel soms niet mee muziekliefhebber te zijn. Pas in het cd-tijdperk en zeker met het wereldwijdeweb kwam er meer duidelijkheid. Bij Clearlight ook zo, al is het nog steeds lang niet zo duidelijk als het lijkt, maar daarover later meer. Fijn is in ieder geval dat bijna de hele handel onlangs (2015) opnieuw uitgebracht is op cd en zoals je mag verwachten anno nu: beter klinkt.

Clearlight is een van uitingen van Cyrille Verdeaux (1949), een baardige Fransman. Verdeaux is geboren in Parijs en speelde al vroeg piano. Zijn moeder zong veel en volgens Verdeaux begon hij met piano spelen op het moment dat hij met zijn vingertjes bij de toetsen kon. Op zijn veertiende (!) kwam hij terecht bij het Frans Nationaal Conservatorium. Daar won hij maar liefst drie jaar achtereen de prijs voor compositie. Maar dan breekt in 1968 de Franse hel los in Parijs, is er verzet, opstand en barst de jeugd uit de net dichtgesmeerde naoorlogse voegen. Zo ook Verdeaux. Hij wordt van school gestuurd vanwege zijn opruiende acties. In Nice deden ze er minder moeilijk over waardoor hij alsnog zijn Master kon behalen. Tussendoor verbleef hij in zonnig Californië. Hij had iets met Amerika, omdat hij in een Amerikaans hospitaal in Parijs geboren is. Hij voelde zich daardoor half Amerikaan. Na het behalen van zijn Master keerde hij terug naar Parijs. In een theewinkel, compleet met Indiase- en Afghaanse kleding en dito accessoires vond hij een advertentie waarin gevraagd werd naar een keyboardspeler. Verdeaux was vrij, dus kwam hij voor het eerst terecht in een ‘professionele’ band: Babylone. Hij raakt bevriend met een van de bandleden, gitarist Christian Boulé; iemand die we nog vaker gaan tegenkomen. Babylone speelt een aantal concerten, waaronder een in Amsterdam. Door de leden van de band komt de klassiek opgevoede Verdeaux in aanraking met veel nieuwe muziek, vooral die van wat nu de Canterbury Scene heet: Soft Machine, Caravan, Matching Mole, Gong en ook King Crimson.

Cineast Pierre Clementi ziet/hoort wel wat in Verdeaux’ muzikale probeersels en vraagt hem muziek te schrijven voor zijn film ‘Visa de Censure no. X’. De soundtrack wordt in zes dagen in totale vrijheid opgenomen en later uitgegeven onder de verwarrende naam ‘Delired Cameleon Family’ (1974). Logisch toch? De muziek maakte misschien toen niet zo’n indruk, de flitsend, psychedelische film vol kleureffecten en andere zintuig bedriegende effecten wel; die werd gezien als een uitstekende uiting van hedendaagse kunst en daarom aangekocht door het Musée d’Art Moderne en daar veelvuldig vertoond. Volgens de critici – toen – had je voor de muziek een ‘open mind’ en vooral ‘visual imagination’ nodig. Surrealisme ten top. De visuals kreeg je gratis bij de muziek. Hoe dan ook, het is een mooie opmaat.

In 1975 worden Verdeaux’ inspanningen beloond met een platencontract bij een nog jonge maagd: Virgin. Verdeaux had thuis opnames gemaakt, twee delen, piano only, een beetje in de stijl van Tubular Bells. Vrienden vinden dat hij er iets mee moet doen. Door connecties wist hij in welk kraakpand Tim Blake (synthesizerspeler van Gong en gast bij de Cameleon) in Londen woonde. Met de tape in de tas reist Verdeaux af. Tim Blake, die zowel Engels als Frans spreekt, stelt hem voor aan Simon Draper, vicedirecteur, en die dacht natuurlijk ‘nog een bestseller’ en tekende hiermee de eerste Franse rockband voor haar/zijn (Richard Branson’s) label. Hier ga ik er geschiedkundig even van uit dat Gong toen nog Engels was, later zou Gong beter Frans genoemd kunnen worden. Merci monsieur Allen. Verdeaux tekent voor drie platen en krijgt meteen een flink voorschot. Wat hij toen nog niet wist is dat dat meteen zijn laatste betaling was (!). Verdeaux speelde pianopartijen opnieuw in, waarna in twee verschillende studio’s (geldkwestie) de partijen voor orgel en mellotron werden ingespeeld. Tim Blake arrangeerde de twee stukken en voegde op één ervan zijn synthesizers toe. Verdeaux’ twee stukken zijn een soort yin-yang, structuur versus improvisatie, Franse musici Christian Boulé (gitaar), Gilbert Artman (drums) en Martin Isaacs (basgitaar) versus Gong’s Steve Hillage (gitaar), Tim Blake (synthesizers) en Didier Malherbe (saxen, fluit). De lp-hoes noemt de twee tracks Movement, op de cd staat: ‘Mouvement’; de Franse les. De plaat werd met een beetje sturing van Virgin naar analogie van Tubular Bells opgezet; twee tracks, twee plaatkanten. Klaar! Echter kant twee werd kant één en vice versa. Het 2e Movement werd op kant één gezet, met als enige verklaring dat Gong het op dat moment heel goed deed en tevens dat de stijl van kant één leek op kant één van de uiterst succesvolle plaat Tubular Bells. Tsja, redenen moet men hebben om een plaat in te delen. Kunst gaat hier ten koste van kapitaal volgens mij. Later kocht Verdeaux de rechten van de muziek van Virgin terug en werd de volgorde weer teruggedraaid en zo hoort het ook. Kant twee van de originele plaat – dus het 1st Movement - eindigt met een eindeloze herhaling, omdat de muziek doorloopt tot in de uitloopgroef. Wellicht had Verdeaux toen al zijn ‘Infinite Symphony’ in gedachten? De prachtige hoes was indertijd titel- en naamloos. Helaas is dat later ‘aangepast’. Creativiteit; het wil wat. Alleen gigagrootgoden als Pink Floyd komen met hoezen zonder naamsvermelding weg. Ondanks alles deed de plaat het goed bij Amerikaanse, Japanse én – gelukkig maar – Europese fans van de ‘progressieve muziek’. Wisten al die mensen veel van al het gedraai en gekonkel. Clearlight Symphony werd merkwaardig genoeg Clearlights officiële eerste plaat. Daarmee werd Delired Cameleon Family naar de nulde plek teruggezet, maar daar stond indertijd geen Clearlight op. Het moet namelijk wel helder zijn!

In 1976 verscheen de tweede in de reeks: Forever Blowing Bubbles (1976). Volgens Verdeaux was dat meer een groepsproject dan solo mét. Clearlight bestaat dan uit wel tien personen, waarvan op de hoes vijf gast genoemd worden. De gasten bestaan onder andere uit Christian Boulé en David Cross (violist bekend van King Crimson). In de band zitten Joel Dugrenot (bas en zanger op de Cameleon), Christos Stapiponopulos (slagwerk)[op de lp heette hij nog Stapinopoulos en dat lijkt de echte naam], Jean-Claude D’Agostini (gitaren, fluit) François Jeanneau (sax, fluit, synthesizer) en Bob Boisadan (keyboards). Niet vermeld in het boekje, maar wel aanwezig was het ‘celestial choir’; twee engelen uit het trio dat – tijdelijk - door het leven ging als ‘The Northettes’, oftewel het koortje van de Engelse band Hatfield & the North. Dit keer geen lange tracks, maar zeven, met als langste één van iets meer dan acht minuten. Door de aanwezigheid van Dugrenot werd de muziek ritmischer vond Verdeaux en dat gebruikte hij goed. Geen symfonie dus, maar, zoals in het boekje staat, tracks met ‘een sterke symfonische/psychedelische ambiance’. Veel woorden voor: sfeervol. Bij de eerste cd-uitgave kregen we drie bonustracks, bij de meest recente maar liefst vijf! Die eerste drie extra tracks zouden ‘de luisteraar naar het volgende level transporteren’, over de vierde en vijfde kun je je dan nauwelijks een voorstelling maken. Een ander melkwegstelsel misschien? Gelukkig is de muziek prima, anders zou een en ander toch een tikkeltje zweverig overkomen en met Zappa fors in het pakket past dat niet. Jammer genoeg zijn er geen foto’s gemaakt tijdens de sessies, want alle vriendinnen waren erbij en de meeste waren zwanger. Over next levels gesproken. Na de release ging Verdeaux met een aantal van de genoemde musici op tournee in het voorprogram van Gong. Een van de musici in Verdeaux’ band was violist Jorge Pinchevsky en die Jorge duikt later weer op in…. Gong! (maar dan wel een van de vele, latere versies van die band). De hoes van de eeuwige bubbels is net zo sfeervol als zijn twee voorgangers trouwens en heeft in de stijl van Zappa enkele verbindende ‘mystery clues’.

In 1976 verschijnt plaat nummer drie: Les Contes du Singe Fou. Branson had Verdeaux gevraagd om in Londen te komen wonen, zodat hij Verdeaux meer kon promoten in de Engelse ‘scene’. Maar Verdeaux’ vrouw die hoogzwanger was zag dat niet zitten. Branson verscheurde daarop het contract en dat was het dan. Zo onschuldig was die maagd helemaal niet; niet voor niets stond er in het logo een draak afgebeeld. Verdeaux, met de ruwe versie van nieuwe nummers al op tape, moest op zoek naar een andere platenmaatschappij en kwam terecht bij het totaal onbekende Isadora Records. Reden wellicht dat die plaat nauwelijks in de winkels in ons land terecht kwam en ik er in ieder geval pas later achter kwam dat er een gekke aap op ons was losgelaten. Ook hier weer verwarring, want als releasejaar wordt ook 1977 genoemd, maar dan op RCA Records. Grensgevalletje? Het verhaal van de aap is er een van ‘spacerock-opera’ met sciencefiction-elementen. Daarom zit die aap (voorkant hoes) natuurlijk ook op de maan. Ook op deze hoes weer allerlei verwijzingen naar de vorige hoezen. Op de plaat meer zang ditmaal (rock, geen opera), maar allemaal in het Engels én een compleet nieuwe band. Waar doet me dat aan denken? Didier Lockwood (viool), Joel Dugrenot (die was weer terug), gast Tim Blake aka Moonweed (en dat maankruid is op de hoes te zien), Francis Mandin (synthesizer), Ian Bellamy (zang), Yves Chouard (gitaren) en Serge Aouzi (slagwerk). Negen nummers, variërend van één minuut vijftig tot negen minuut één. Op de plaat wil Verdeaux zijn verhaal vertellen. Dat is er een om even voor te gaan zitten. Het gaat over de spirituele zoektocht van de mens naar een perfecter universum en dat in een wereld waar zulke nobele queesten worden tegengewerkt. Je kunt je druk maken om kleine zaken, maar Verdeaux pakt het groots aan. De gevaren, de zoektocht, het is allemaal te vinden op deze conceptplaat (hoeoe, wat een vies woord) die daarmee geplaatst wordt in het rijtje van Yes en Genesis. Misschien was toch een iets te heftige visie, want Yes en Genesis zijn bij iedereen (nou ja bijna dan) bekend. Dat kan van Clearlight nou niet echt gezegd worden.

Misschien heette nummer vier daarom wel: Visions. Uitgebracht in 1978 op LTM Records, hoewel in het vinyl Celluloid Records geperst was. Zeker een sublabel. Bij LTM heb ik nog een heel andere associatie, want dat was de busmaatschappij die vroeger in Heerlen (Zuid Limburg) reed: Limburgse Tramweg Maatschappij. De site van Clearlight vertelt doodleuk dat deze plaat uitkwam bij Polydor. Who is who in showbizz? Vijftien mensen waren nodig om Visions te maken. Van die vijftien zijn er na de eerste wegen van de zoektocht met de aap enkele overgebleven, onder anderen Lockwood en musici die (tijdelijk) terug zijn zoals Didier Malherbe en Christian Boulé. Een andere opvallende naam is die van Jean-Philippe Rykiel. De blinde synthesizerspeler trad eerder op samen met Tim Blake als ‘Crystal Machine’; een audiovisueel project met laserlights en veel synthesizers. Rykiel werkte ook met bekenden als Youssou N’Dour, Papa Wemba, Salif Keita en vierde wereld trompettist Jon Hassell. Verdeaux nam voor Visions de productie in eigen hand. Enerzijds om de muziek meer te ‘sturen’, anderzijds omdat hij niet tevreden was over de slechte promotie van zijn platen en het feit dat voor de Singe Fou de ruwe mix gebruikt was. Doodmoe zou je er van worden. Visions is volgens sommigen een echte new age plaat (weer zo’n vies woord), volgens anderen een ‘psychedelic fusion jam’. De grenzen zijn hier duidelijk vaag. Wel zijn tabla en sitar opgenomen in het instrumentenarsenaal; dat is voor sommigen new age genoeg. Altijd lastig muziek in het hokje te stoppen als mensen instrumenten uit andere culturen laten fuseren. Visions komt voort uit Verdeaux’ studie naar Indiase Ragas en het beoefenen van yoga. Ik heb Visions altijd een prachtige plaat gevonden, niks vaag gedoe; voor new age is de plaat zelfs behoorlijk wild. Gezongen wordt er nauwelijks, maar wel gefluisterd.

Tijd voor een anekdote. Op ‘Au Royaume des Mutants’ fluistert een dame je iets in je oren. Ik had de koptelefoon op en hoorde plotseling zo’n stem wel heel erg dichtbij en intiem. Ik vond dat indertijd heel opwindend overkomen. Jaren later (2000) kwam ik er bij de eerste cd-uitgave achter dat het helemaal geen dame is, maar een heer. Bovendien vond ik het allemaal heel gewoontjes. Ja, je bent jong en wild en fantasie doet een hoop met je. De eerste, maar ook de jongste cd-versie was/is verrijkt met maar liefst zes nieuwe tracks. Maar in de mist van Clearlight zijn die niet hetzelfde (!) en is de volgorde veranderd. Billboard Guide to Progressive Music (ja, die bestaat) heeft de plaat bij de essentiële 100 gezet, waarmee Verdeaux de enige Fransman in die rij is. Visions blijkt een lastige plaat, de progressieven vonden hem te zacht, de klassiekers te jazzy en de jazzcats te klassiek. Ergens in Zuid-Californië staat een garage vol met dozen met Visions-lp’s. Ligt het dan toch aan die visie of aan het gebrek aan visie van de luisteraars? Om de plaat te promoten ging Clearlight op tournee. Hier wordt het verhaal wat ondoorzichtig. De eigen site maakt melding van een succesvolle tournee in Engeland en Europa, maar op meerdere andere plekken is te lezen dat Verdeaux met deze bandversie slechts éénmaal optrad (Olympia in Paris, april 8, 1978). Het concert werd heel slecht bezocht en dat was voor Verdeaux een reden om te stoppen met Clearlight. Tsja, het is wat je wilt lezen of geloven. Misschien was het een hindernis op weg tijdens de queeste. Maar daar laat je je toch niet door tegenhouden.?

Helaas kwam nog meer hindernis, want Verdeaux’ zoon, Jonathan, overleed plotseling op vier jarige leeftijd; hij was door twee grote honden in een vijver geduwd en verdronken. Verdeaux heeft later nog twee dochters (samen met een van de twee op de foto links) gekregen, maar geen zoon meer, iets dat altijd wel aan hem is blijven knagen. Na het ongeluk zocht Verdeaux zijn heil elders en verliet Frankrijk om meer van de wereld te zien. Zijn bezoek aan India, het studeren van meditatie en yoga hadden een onuitwisbare invloed op zijn muziek. Daarbij maakt hij links en rechts (piano-) platen, nu wel primair gericht op het new age publiek. Maar dan toch gaat heldere licht weer aan.

In 1990 besluit Verdeaux zijn eerste plaat nog eens over te doen. Uitgebracht op Mantra in verwarrend genoeg exact dezelfde hoes, maar als toevoeging – wel heel erg klein - vermeld: ‘II’. De twee ‘Mouvements’ zijn nu verdeeld in vijf stukken en een zesde is toegevoegd. Alles stukken zijn opnieuw gearrangeerd en deels opnieuw opgenomen met hulp van digitale apparatuur. De track met de drie ‘Gongers’ is alleen wat opgepoetst; dat is ook lastig overdoen. Het was meer een experiment dan een echte release, Verdeaux ziet het dan ook meer als een demoplaat voor de fans. Maar het recyclen van oud materiaal beviel blijkbaar goed; vier jaar later haalt hij dezelfde actie nog eens uit met Les Contes du Singe Fou. Blijkbaar waren dit twee belangrijke albums voor hem. ‘In Your Hands’ (die nieuwe aap) verschijnt op Legend Music. Dit keer wel een totaal andere hoes en – verwarrend weer – nieuw titels en een nieuw ‘bandlid’, Gunnar Amundson (keyboards, zang). Eigenlijk is van een band geen sprake meer, het is nu een duo dat de muziek uitvoert. De plaat wordt uitgebracht onder de noemer Clearlight Mosaïque. Het blijft puzzelen met deze band. De hoes heeft als hint wel enkele overeenkomsten met de oude. Zo is de aap vervangen door Amundson en Verdeaux heeft een apenmasker in zijn handen. Verder is het een rijkelijk gekleurde, hemelse voorstelling. Psychedelica is nooit ver weg.

Verdeaux blijft onder eigen naam platen produceren, maar dat Clearlight hem toch na aan het hart ligt blijkt in 2003 als hij op zijn eigen label, Clearlight Music (voor de verwarring ook wel Clearlight888music genoemd) de Infinite Symphony uitbrengt. Deze symfonie heeft zeven Movements. De waterige hoes staat vol symboliek die verwijst naar dé bootbouwer en het zoeken naar de verloren wereld. Er staan een man (?) en vrouw op, maar hun hoofden lijken afkomstig uit een andere bron, ze passen niet en zijn niet in verhouding, maar hebben wel iets van een Hindoeïstische godenhoofden. Maar waarom dan een engel danst op een orgel dat uit het water oprijst? Dit keer is Clearlight weer groepsproject met medewerking van oudgediende Didier Malherbe (saxen, doudouk, fluit) en verder Trevor Lloyd (elektrische viool), John Thomas (gitaren), Gene Stopp (keyboards en Moog Modular System – die hele grote Moog), Cory Wright en Richard Hardy (saxen), Jim Wright (gitaar), Hom Nath (tabla) en Shaun Guerin en Matt Brown (zang). De ‘enhanced cd’ heeft als extra twee MP3’s: een vroege demo van Movement V en een stuk uit Symphony II (Mouvement III). Hartelijk dank. Na niet al te lange tijd gaat Clearlight888 failliet wegens gebrek aan verkopen. Duizenden cd’s staan nog ergens in een opslag. Het lijkt het einde van Clearlight.

Maar… in 2004 geeft Verdeaux een solopianoconcert bij de Franse Ambassade in Brasilia, Verdeaux woont al geruime tijd in Brazilië). Na afloop geeft de ambassadeur hem een compliment en roemt zijn impressionistische inslag. Zijn opmerking ze Verdeaux aan het denken over het feit dat de grote impressionistische componisten ook Frans zijn en dat dat eigenlijk ook geldt voor een groot aantal impressionistische schilders. Het idee voor een nieuwe plaat is nu geboren: een soort auditieve reis langs de visuele impressionisten. De uitvoering is lastiger, want Verdeaux is afhankelijk van studioresttijd of van mensen die hun studiotijd aan hem afstaan. Tijdens het project raakt Verdeaux via Facebook in contact met Don Falcone die hem vraagt iets te doen voor het Spirits Burning Project. Al samenwerkend blijkt dat Falcone heel goed aansluit bij Verdeaux’ aanpak, hij besluit dan ook Falcone als partner te vragen voor het impressionistenproject. Falcone gaat aan de slag om overal tracks (geluiden) en stukken muziek te verzamelen van vrienden en kennissen. Nadat hij alles op de harde schijf had staan gaat het duo aan de slag met bouwen, mixen. Falcone brengt niet alleen zijn creatieve bijdrage mee, maar brengt Verdeaux ook nog eens in contact met Rob Ayling (van Gonzo) die geïnteresseerd is in het project en laat weten het graag uit te willen brengen. De muziekwereld blijkt heel klein, want Ayling kent alle (ex-)Gong leden persoonlijk. Een licht gaat weer aan, zou het niet leuk zijn om veertig jaar later de leden die meespeelden op de eerste plaat van Clearlight – Steve Hillage, Tim Blake en Didier Malherbe - opnieuw uit te nodigen; een soort jubileum.
Aldus geschiedde, iedereen enthousiast. Het drietal voegt hun partijen toe (of stuurt ze) en uiteindelijk werden de tracks her en der afgemaakt met hulp van Paul Sears (slagwerk), Linda Cushma (bas, stick) Chris Kovax (keyboards), Craig Fry (akoestische viool, dat is geen elektrische dus), Vincent Thomas-Penny (gitaar) en Remy Twan (synthesizer). In 2014, ter gelegenheid van het opnieuw uitkomen van de meeste (! – de Infinite Symphony zit er niet bij) Clearlight platen bij Gonzo Multimedia, komt een nieuwe Clearlight uit. Verdeaux vindt het zijn beste: Impressionist Symphony. De titel laat inmiddels niets te raden over; het zijn acht delen, gebaseerd op het werk van schilders: Renoir, Monet, Pissaro, Degas, van Gogh, Gauguin, Toulouse-Lautrec en nogmaals Monet. Muzikaal is er ook een en ander geleend, onder andere van Debussy, Ravel, Chopin en Satie. Dat was gezien de brainwave niet verrassend, maar dat is nog niet alles, Verdeaux houdt van lagen, want ook de vier elementen spelen een rol; geluiden uit de natuur zijn gemengd met die van de piano, die hier als vijfde element gezien wordt. Het resultaat wordt beschreven als ‘een plaat met een unieke schoonheid en onuitsprekelijke elegantie die schijnt als een helder licht in je ziel’. Je zou zo’n plaat voor minder laten liggen. Gelukkig wordt de soep niet zo heet gegeten en valt het allemaal best mee. Het is een heel herkenbare en typische Clearlight plaat, met stukken die zo van de eerste plaat zouden kunnen komen. Sommige, herkenbare reeksen, zitten toch in een componist tenslotte en Hillage heeft ook zo zijn eigen signatuur.

Verdeaux is blijkbaar nog steeds niet klaar met zijn queeste, maar vraagt zich af of er nog een vervolg komt; de verkopen in alle achterliggende jaren stemmen niet echt hoopvol; een wonder is nu nodig. Ik, op dit punt aangekomen, ben wel klaar, want een overzicht en duidelijkheid krijgen in Clearlight bleek een onverwacht lastige klus vol tegenstrijdigheden en hiaten; sommigen zitten er nog steeds, maar de weg naar het heldere licht is afgelegd en beloond. Mijn queeste is hiermee afgerond, maar de eeuwige visioenen blijven nog wel even door mijn hoofd bubbelen.