Werk van een Zwarte Magische Vrouw

Fleetwood Mac: twee bands. De ‘echte’ van 1968 tot ongeveer 1972 en de andere met Lindsey Buckingham en Stephanie Nicks daarna . Die laat ik over aan anderen, mij gaat het om de eerste. Peter Green (gitaar, zang) begon de groep in 1967 nadat hij John Mayall’s Bluesbreakers verlaten had. The Bluesbreakers was een talentvolle band: Jack Bruce (Cream) , Mick Taylor (Rolling Stones), Eric Clapton (Cream, later solo), Mick Fleetwood en John McVie (allebei Fleetwood Mac), Don ‘Sugercane’ Harris en Aynsley Dunbar (o.a. Zappa) en Andy Fraser (Free). Green verving daar Clapton en vroeg Mayall of zijn maatje Mick Fleetwood (samen in Peter B.’s Looners en Shotgun Express met ene Rod Stewart gespeeld) drums mocht spelen in plaats van Dunbar. John McVie was toen Mayall’s bassist.

Green, Fleetwood en McVie mochten in Mayall’s resterende studiotijd wat opnamen maken. Green noemde de sub-band bescheiden naar zijn kompanen: Fleetwood Mac, daarmee tevens aangevend dat hij toe was aan zijn eigen band. Hij vroeg aan Fleetwood en McVie om mee te gaan. McVie had daar niet zo’n zin in, hij had immers een goede job bij Mayall. Duo Fleetwood en Green gingen er wel voor. Jeremy Spencer (gitaar) als tegenhanger voor Green en Bob Brunning (bas) maakten de groep compleet. Het eerste optreden (13 augustus 1967) was tijdens het Windsor Jazz & Blues Festival. Dat maakte behoorlijk indruk, waarop McVie nu alsnog zijn zekerheid inruilde voor onzekerheid. Brunning vertrok (hij wist het al en doet nog mee op één lp-track). De band leunde behoorlijk op blues nummers, net als bij Mayall overigens. Zowel Rolling Stones, Yardbirds, Alexis Corner en Mayall propageerde de blues en liefst zo authentiek mogelijk.

Het eerste album – eenvoudig Fleetwood Mac genoemd - was daarom een echt blues album. Met de single black Magic Woman (beter bekend in de Latijns-Amerikaanse versie van Santana en nog steeds weet ik niet of ik die van Santana of van Fleetwood Mac beter vind - ze hebben allebei iets)/Need Your Love so Bad steeg de plaat tot een succesvolle vierde plek in de album-lijst om zo’n negen maanden in de lijst te blijven. De tweede plaat, Mr. Wonderful (1968), was ook een blues dominant album en daarom ‘live’ opgenomen in de studio, zodat ‘gevoel’ beter tot zijn recht kwam. Gaste op piano was Chicken Shack’s Christine Perfect.

Kort na het uitkomen van de plaat vroeg Green de achttienjarige Danny Kirwan in de band. Kirwan, met een voorliefde voor Django Reinhardt, moest het tegenwicht bieden aan Green, iets dat Spencer naliet. Hierdoor werd het de eerste groep met drie solo-gitaristen en dat was heel bijzonder. De band nam Albatross (1968) op en scoorde daarmee en nummer één hit. Albatross is precies wat je verwacht, een nummer dat net als de vogel lang blijft hangen, je zou er zo in opgaan en het zou eindeloos mogen duren.

Vanaf nu wordt het allemaal wat verwarrend: in Amerika komt hun tweede plaat uit, maar die heet daar English Rose en bestaat voor een deel uit Mr. Wonderful en een deel nieuw werk van Kirwan. In Europa komt plaat drie uit: The Pious of Good Omen, een verzamelalbum bestaande uit singles, B-kantjes en tracks met Eddie Boyd. Tijdens de tour in Amerika nemen ze in de fameuze Chess Records Studio op met legendarische muzikanten als Willie Dixon, Otis Spann en Buddy Guy. Man of the World is (1969) de nieuwe single voor een nieuw label met op de B-kant een meer rockachtig nummer. Langzaam maakt de blues plaats voor andere stijlen. Het nieuwe label bleek echter onstabiel waarop de band tekende bij Reprise/Warner (en bleef). Then Play On (met op de Amerikaanse versie Oh Well) is een meer rock gerichte plaat. Oh Well werd een hit, met als bijzonderheid dat het lange nummer voor de single in twee stukken geknipt werd en op de B-kant verder ging. Een noviteit. Het maakte onder de fans veel los; wat was beter, kant één of kant twee. De snelle jongens gingen voor het hitwerk van kant één, maar de meer ‘sophisticated’ voor de wat vrijere kant twee.

Fleetwood Mac was heel populair, maar dat bleek niet zo gezond voor de band. Meestal was de alcohol niet aan te slepen, maar nu begon Green, onder invloed van LSD, te lijden aan schizofrenie. Zijn laatste coherente nummer én hit was The Green Manalishi (1970). Het was elk uur op de radio en de zomer was een zonnige, lang, met de Groene Duivel en zijn twee-aderige kroon. Steeds weer als je het intro hoorde was het raak, een geweldig nummer.

In mei dat jaar was Green's laatste optreden. Spencer en Kirwan moesten nu aan het werk. Een nieuwe plaat, Kiln House, had naast rock ook country-invloeden en Christine, die opnieuw als gast meedeed, werd gevraagd permanent lid te worden. Dragonfly was de eerste single, met weinig succes, in tegenstelling tot Perfect, ze trouwde met McVie. Jeremy Spencer, altijd al een moeilijk, humeurig lid was het tweede groepslid dat uit de band verdween, echter letterlijk. Met de boodschap even een tijdschrift te halen verdween hij om veel later terug gevonden te worden bij The Children of God, een religieuze groepering. Hij werd vervangen door Bob Welch; met hem maakte de groep: Bare Trees (1972). Tijdens een tournee in Amerika ging het opnieuw mis: Kirwan had geen klik met Welch en problemen met het echtpaar; in frustratie sloeg hij zijn gitaar stuk op het podium. Daarna mocht hij vertrekken en daarmee komt er een eind aan de eerste versie van de band.

Later komen Buckingham en Nicks in de groep die vervolgens een megastatus bereikt met Rumours en Tusk en hits als Rhiannon. Leuke van deze verzamel-cd is dat het prachtige I’d Rather Go Blind van Chicken Shack met Christine McVie in de hoofdrol erop staat. Echter de nieuwe versie van Albatross van ene Chris Coco met Peter Green (2002) slaat nergens op. Fleetwood Mac is voor mij een band met slepende, lome gitaar gedomineerde muziek op een heel eigen wijze en in een wat ‘zompig’ sfeertje dat makkelijk aan je blijft kleven. Misschien toch het werk van die Zwarte Magische Vrouw?