It's Bad For You But Buy It! 2003


Ace of Cups 2005









Zie je later...
Het is 1967. De zomer der liefde bloeit volop. Je hebt een leuk bandje, met voldoende publiek en genoeg potentie voor een album. Maar dan plotseling slaat de twijfel toe en nog wel meer en komt het album er niet en vervolgens valt de band uit elkaar. Maar dan, in 2018 (!) komt het album uit 1967 plotseling toch uit. Nog gekker is dat iedereen daar heel blij en enthousiast van wordt. De muziekwereld is een grillige wereld vol verrassingen, maar deze is toch wel heel bijzonder. En dat is niet het enige bijzondere aan de Ace of Cups, de meidenband die de naam door de Tarot liet bepalen.

Begin jaren zestig verhuist Mary Gannon (bas, zang) van New York naar San Francisco. Ze speelt daar in een band genaamd ‘Daemon Lover’. Marla Hunt, geboren in Los Angeles verhuist rond dezelfde tijd naar San Francisco. Hunt speelt piano (en zingt) en doet dat al vanaf haar derde. Via via komen ze met elkaar in contact. Hunt woont in Ashbury, bijna middenin het hippiegebeuren. In het huis woonde minstens tien mensen en ze deelden van alles. Gannon besluit in overleg met Hunt om een vrouwenband te formeren. Dat is voor die tijd behoorlijk uniek. Op een avond zijn ze allebei op bezoek bij een commune in Upper Haight in een huis zonder meubels. Wat er wel staat is een drumstel en daarachter zit een knappe vrouw die er op los drumt. Dat is Diane Vitalich (drums, zang). Doordat haar man, Reno Hursh, een bekende DJ was kwam Vitalich met diverse bekende muzikanten in aanraking. Soms leidde dat tot de vraag om mee te drummen. Zo was ze drummer geweest bij Bill Haley & the Comets. Vitalich danste graag en had ontdekt dat datgene wat uitnodigt tot dansen de drums zijn. Vanaf dat moment wilde ze zelf drummen.

Gannon, Hunt en Vitalich begonnen steeds vaker te spelen, niet andersmans/vrouws werk, maar ‘gewoon’ eigen werk. Gannon kreeg voor de ‘band’ een basgitaar van iemand die soms in het huis langskwam. Op een dag vertelde hij dat hij iemand kende die best goed gitaar speelde. Enkele dagen later nam hij haar mee. Dat was Mary Ellen Simpson (gitaar, zang). Simpson kon echt goed spelen, veel folk, maar ook blues. De blues had ze geleerd van Jorma Kaukonen (Jefferson Airplane). Wat heel handig was en in haar voordeel werkte, ze had een eigen instrument.

Het kwartet speelde regelmatig en trad soms op. Dat waren vaak meer jamsessie dan echte optredens. Bij een van die sessies stapt een jonge vrouw binnen. Dat is zonder twijfel, letterlijk, de meest kleurrijke dame van het gezelschap: Denise Kaufman (gitaar, zang). Kaufman had meegedaan aan de ‘Free Speech Movement’ (Berkeley) en was daarbij opgepakt door de politie. Hunt is de eerste kennismaking met Kaufman nooit vergeten: ‘Er komt een kleine vrouw binnen met een gitaarkoffer op haar rug die ongeveer even groot is als zij. Ze heeft een wel heel erg korte rok aan met daaronder cowboylaarzen tot aan haar knieën, om haar lijf een bontmantel en op haar hoofd een brandweerhelm. Ze heeft een mega grote bril op en overal om haar heen een bos lang krulhaar. Zelfs in het liberale San Francisco van die tijd is het een opvallende verschijning. Ze gaat zitten, pakt haar gitaar en gaat spelen: ‘Yellow Petaled Flower’. De rest weet genoeg, deze vrouw kan schrijven én spelen. Kaufman is nieuwsgierig naar het concept van een vrouwenband en zo ontstaat dus inderdaad een echte ‘girls only band’

Door Kaufman gaat de bal echt rollen. Kaufman had namelijk nogal wat songs geschreven en had al een single opgenomen, maar de producer vond haar muziek te rauw. Hij dacht meer richting Nancy Sinatra. Dan had hij aan Kaufman een verkeerde. Kaufman kende Martha/Merlyn Wenner goed en kwam vaak bij haar over de vloer. Haar broer, Jann Wenner, was de latere oprichter van het blad ‘Rolling Stone’. Die kennismaking opende diverse deuren.

Kaufman regelde een oefenplek, Fantasy. Daar dook op een bepaald moment Ambrose Hollingworth op. Die gaf aan hen wel te willen managen. Hij was al manager van Quicksilver Messenger Service, dus had enige ervaring. Hollingworth ‘verzint’ ook de naam van de vrouwenband: ‘Ace of Cups’. Hij vertelde dat de ‘Aas van Bekers’ een Tarotkaart is waarop een beker te zien is met vijf stromen water. Elke vrouw stelde in zijn optiek een stroom voor en het idee erachter is dat ze vooral met de stroom moeten meebewegen: “Go with the flow.”

Hollingworth pakte de zaken goed aan, maar vaak waren de meiden echte pioniers in de ware aard van het Amerikaanse volk, pioniers op hun gebied. Veel moesten ze zelf uitzoeken en regelen. Om goed op te treden waren versterkers nodig en was het nodig dat Hunt orgel ging spelen, dat was live makkelijker. Dat werd een echte Farfisa, zo’n beetje hét standaardorgel uit deze periode. Later kon ze een Hammond B3 kopen. Als je een Hammond had zat je sowieso al goed.

Maar er moesten ook praktische zaken geregeld worden en iets precairdere: worden we wel serieus genomen door het publiek of krijgen we net zoveel aandacht als de mannelijke collega’s om onze muziek te laten horen. Over dat laatste hoefden ze zich al snel geen zorgen meer te maken.
Het eerste optreden was gedenkwaardig. Nadat alle apparatuur in een VW-busje geladen was vertrok de bus met ene John John, de roadie, aan het stuur. Al na drie meter reed hij tegen een boom en verbrijzelde de voorruit. De rest deed het nog. Allemaal een jas aan en verder rijden. Helaas begon het te regenen en keerde iedereen in zichzelf. Daardoor zag niemand dat ze zo’n driehonderd kilometer in de verkeerde richting waren gereden. Ondanks dat waren ze op tijd om alle spullen op te zetten. Echter, na één nummer echter pakte iemand de microfoon en vertelde de dames te stoppen, maakte excuus richting het publiek voor de muziek en zei dat ze hun geld konden terug krijgen. Hollingworth was buiten zinnen van woede.
Dagen later ontmoetten ze Michael Bloomfield, toen in Electric Flag. Hij bood een andere en betere oefenruimte aan.

Ace of Cups begint op een in de muziekgeschiedenis prettig moment, namelijk in het voorjaar van 1967. Later zou de ‘Summer of Love’ volgen. Een tijd waar veel mogelijk was en de grenzen vervaagden. Jimi Hendrix had de band gehoord en vroeg ze om in zijn voorprogramma voor een concert in Golden Gatepark te spelen: "I heard some groovy sounds last time in the States, like this girl group, Ace of Cups, who write their own songs and the lead guitarist is hell, really great."
Met die gitarist bedoelde hij Simpson. Hendrix had een middag doorgebracht met Simpson en Gannon en gevraagd of hij Simspons versterker mocht gebruiken. Dat mocht mits hij de speakers niet opblies. Tijdens die sessie kwamen de dames erachter dat Hendrix in feite een heel zachtaardig iemand was en behoorlijk intelligent. Een compliment in de pers van zo’n superster (dat was hij toen al) is niet gering.
Het citaat van Hendrix is overigens als een anachronisme terug te vinden op een wervend bedoelde sticker op de eerste cd uit 2018.

Ace of Cups timmerde aardig aan de weg en speelde in allerlei clubs zoals de Matrix, Avalon Ballroom en Fillmore. Samen met Jefferson Airplane en Grateful Dead deden ze een concert voor een lokale televisiezender. Ook stonden ze in het voorprogramma van The Band.

Natuurlijk waren er platenmaatschappijen geïnteresseerd in de band, maar manager Ron Polte, met Hollingworth samen manager van Quicksilver Messenger Service hield ze op een afstand, omdat ze naar zijn mening te weinig boden voor deze bijzondere band. Wel regelde hij een goede oefenplek en concerten in bekende clubs. Polte had inmiddels de band overgenomen van Hollingworth, omdat Quicksilver bang was dat ze tekort gedaan zouden worden. Polte zocht ook een vaste werkplek en vond die in een club in Broadway. Er was alleen een klein dingetje, de meiden zouden topless moeten spelen. Kaufman antwoordde hem: ‘We spelen zeker niet topless, maar wel naakt!’. Dat werd het dus niet.

Het getouwtrek om een platencontract was vervelend, er waren zeker drie geïnteresseerden, maar aan de andere kant wilden de dames graag hun onafhankelijkheid houden, want albums verplichten meestal tot tournees en daar hadden ze eigenlijk geen zin in. Bovendien begonnen ze allemaal kinderen te krijgen en waren liever thuis. Als anderen vroegen of ze mee wilden zingen was dat geen probleem, zo zijn de dames te horen op het album ‘Volunteerd’ van Jefferson Airplane, op ‘It’s Not Killing Me’ van Mike Bloomfield en op ‘My Labors’ van Nick Gravenites. Maar een eigen album opnemen zat er eigenlijk nog steeds niet in.
Langzaamaan vinden ze wel steeds meer publiek en enthousiasme. Het nummer ‘Stones’ wordt zelfs een veelgevraagde. Zo komen er meer favoriete nummers, bijvoorbeeld ‘Glue’ en ‘Simplicity’.

Bloomfield vraagt de band om te komen spelen op hun ‘feestje’ tijdens het komende Altemont festival. Dat is inmiddels een van de bekendere, beruchtere moet ik helaas zeggen, festivals: ‘The Altemont Speedway Free Festival’ (december 1969). Dat is het festival waar tijdens het optreden van The Rolling Stones iemand in het publiek vermoord werd. Altemont wordt onder andere daardoor nu gezien als het eind van het hippietijdperk.
Maar niet alleen de Stones hadden last van een gewelddadige sfeer. Tijdens het optreden van The Ace of Cups gooide iemand uit het publiek een blikje bier tegen het hoofd van de duidelijk zwangere Kaufman. Ze liep een schedelbasisfractuur op en moest later geopereerd worden om een stuk afgebroken bot boven haar oog te verwijderen.

Hoogtepunt van de Ace of Cups was het optreden voor KQED TV Special West Pole (1968). Gastheer was Ralph Gleason. Gleason was al langer aan de band verbonden als gids en raadsman.
Ondanks al die bekendheid en hoogtepunten bleef er een gebrek aan meer succes, een doorbraak zeg maar. Het uiteindelijk uitblijven van een echte plaat, zwanger zijn en kinderen krijgen, dat combineren met werken in een band, verliefd worden maar ook interesse in andere zaken dan muziek zorgde ervoor dat er een eind kwam aan The Ace of Cups. Simpson was de eerste die uit de band stapte nadat ze verliefd geworden was. Zonder haar had Hunt het moeilijk; er leek een gat in de band te zitten. Nadat ze een voorschot aan Polte had gevraagd en gekregen reed ze in haar auto en dacht: “Ik ga niet meer terug, het is voorbij. We hadden jarenlang zo hard gewerkt en eigenlijk hadden we nog steeds niets…”

De band werd niet meteen opgeheven. Er waren invallers, mannen van, bekenden van en een dame genaamd Lolly Lewis die zong en piano speelde, maar uiteindelijk was het niet meer wat het geweest was. De ziel was eruit en zo ging de band als een nachtkaars uit. Kaufman was zo’n beetje degene die het licht uitdeed (1972).

Hoe ging het verder? Gannon werd een gewaardeerde muziekleerkracht op Hawaii, zowel Simpson als Hunt als Vitalich bleven spelen in diverse, regionale groepen. Kaufman speelde in diverse band, deed een opleiding muziekleer, studeerde bas (het instrument) en hield zich daarnaast vooral bezig met haar twee hobby’s: surfen en yoga.

In 2003 kwam er dan toch nog een album van de band. Ace Records’ sublabel ‘Big Beat’ bracht een cd uit met de bijzondere titel: ‘It's Bad for You But Buy It!’ Op die cd staat een verzameling demo’s, live-opnamen, oefensessies en het geluid van TV-optredens. Het is een mooi verpakt product met een informatief boekje erbij. Daar houden we van! De muziek is super. Zo slecht was het dus allemaal niet.
En dan komen we op het spoor van iets wat vaker gebeurt in de muziekindustrie. Ace of Cups wordt gevraagd om ter gelegenheid van een benefietconcert voor Wavy Gravy’s 75th birthday party and SEVA Foundation nog éénmaal op te treden. De dames waren elkaar niet uit het oog verloren en zagen er wel wat in. De baas van High Moon Records, George Baer Wallace was aangenaam verrast door het optreden en bood spontaan aan om een studioalbum op te laten nemen. Hij was goed voorbereid, want hij kende de cd ‘It's Bad for You But Buy It!’ bijna uit het hoofd. Eerder al had hij contact gehad met Kaufman, maar nu hij de dames aan het werk had gezien was hij verkocht. Ouder en wijzer geworden namen ze het aanbod aan. Thuis lagen de songs van weleer, opgeschreven in schriftjes of geplakt in plakboeken. Het verleden werd weer het heden.

Opnames begonnen in 2016 met vier vrouwen uit de originele band: Mary Gannon (zang, handklap), Denise Kaufman (bas, harmonica), Mary Ellen Simpson (gitaar) en Diane Vitalich (drums). Pianiste Hunt is er niet bij, die kan deze stap niet combineren met haar religieuze activiteiten. Het nieuwe, eerste, album heet eenvoudig ‘Ace of Cups’ (2018). Onder leiding van ervaren producer Dan Shea (Santana, Jennifer Lopez, Mariah Carey, Janet Jackson om er een paar te noemen) ging het viertal aan de slag, De studio leek wel een reünie van de goede ouden tijden van die mooie jaren zestig van weleer. Zo zijn er bijdragen van Jorma Kaukonen en Jack Casady (Jefferson Airplane), David Freiberg (Quicksilver Messenger Service), Barry Melton (Country Joe & The Fish), Pete Sears (Jefferson Starship, Moonalice), David Grisman, Steve Kimock (Zero, RatDog), Terry Haggerty (Sons of Champlin), Norman Mayell (Sopwith Camel), Sid Page en Charlie Musselwhite, Bob Weir (Grateful Dead), Taj Mahal, Buffy Sainte-Marie en Peter Coyote. Nogal een handvol celebraties. Ze hoefden niet gevraagd te worden, ze kwamen uit zichzelf toen ze hoorden dat Ace of Cups in de studio zat voor een album. Hun hulp werd dankbaar aangenomen.

Er is zoveel opgenomen en zoveel enthousiasme dat er niet alleen een dubbel-cd op de markt kwam, maar er nog genoeg materiaal is voor nog een nieuw album. Dat is gepland voor 2019. Onder die opnames zit werk met nog meer (oude) bekenden: Jackson Browne, Wavy Gravy, Sheila E and the Escovedo Family en Bakithi Kumalo (Paul Simon).

De muziek van Ace of Cups klinkt fris, maar heeft toch net dat vleugje psychedelica dat verwijst naar de oorsprong van de band. De verpakking is in stijl met de jaren zestig met een aantal foto’s uit die tijd. De dames, inmiddels geen achttien meer, zien er nu zo uit, dat je aan het uiterlijk hun jaren zestig afkomst kunt aflezen. Elke song wordt uitgelegd middels een kort verhaal. Het album valt goed en daarom volgt een korte tournee, tot groot genoegen van fans en nieuwe luisteraars. Dat is mede te danken aan een documentaire over de band, uitgezonden bij KQED en later wereldwijd. Het nieuws wordt opgepakt door allerlei media en even staan Ace of Cups voor het eerst sinds 1967 volop in de belangstelling. Op het cd-boekje staat in dikke, zwarte letters: ‘to be continued’. De vrouwen van Ace of Cups, the ‘all lady electric band’ blijven ons dus ook meer dan twintig jaar na oorsprong verrassen. Laat dat water in de Aas maar stromen…
 
tekst: Paul Lemmens juli 2019 -  plaatjes: © Big Beat/High Moon