Drakenbloed, Zwarte Kat,
Duivels Veter, Amulet


Net als zoveel andere platen kreeg ik deze in eerste instantie ook op tape. Het geheel kwam me wat duister over, maar er zat een element in deze muziek dat je vasthield, betoverde als het ware. Die betovering werd al wat zwakker toen ik eens op weg naar Plato in Utrecht een track van dat album in mijn hoofd had die er niet meer uitging. Totaal verbijsterd was ik toen ik de winkel binnenliep en daar dié track hoorde. Magie, voodoo? Zonder die cd de winkel uitgaan kan dan niet meer, stel je voor wat er allemaal gebeurt als je naar buiten gaat. Nee, gauw maar even mijn bezwering ongedaan gemaakt.

Malcolm John Rebennack (1940) wordt geboren in New Orleans, Louisiana. Zijn moeder was soms model, zijn vader had een platenwinkel. Malcolm, Mac, heeft al op jonge jaren interesse in muziek; als kind trommelt hij op alle dozen en vanaf zijn achtste, hij heeft zichzelf al wat piano leren spelen, krijgt hij gitaarles van Walter Nelson en Roy Montrell; niemand minder dan de gitaristen uit Fats Domino’s band. Meer piano spelen leert hij van Al Johnson, die een plaatselijke hit had met Carnival Time. Van James Booker leert hij hoe een orgel werkt. Niet de kleinste namen. Verder sluit hij – handig zo’n vader – een dealtje met de jukebox-platen-distributeur, die hem na vervanging alle oude platen geeft. Zo maakt Mac kennis met een scala aan stijlen, van Hank Williams tot Big Bill Broonzy. Rond zijn dertiende ontmoet hij Professor Longhair, niet alleen diens muziek maakt indruk, ook zijn uiterlijk: om zijn nek had hij een gouden ketting, op zijn hoofd een legerpet en aan zijn handen zijden (!) handschoenen. “And I thought, Wow, I never seen nobody dressed like this guy. Just everything about the man was totally hip.“ Rebennack komt in zijn omgeving in aanraking met drugs, prostituees, pooiers, verslaafden en andere zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Enige tijd is hij de eigenaar van een bordeel, verkoopt drugs en opent vervolgens een illegale abortuspraktijk. In 1956 staat hij als zestienjarige op het podium als begeleider van Professor Longhair en Joe Tex. Hij voelt zich goed genoeg om eigen werk te schrijven, maar schrijft vooral voor anderen: Lights Out voor Jerry Byrne; What’s Going On voor Art Neville en Lady Luck – een top twintig hit –voor Lloyd Price (1960). Door zijn wilde leven en zijn groeiende heroïneverslaving is hij een terugkerende klant voor de politie; uiteindelijk beland hij in de gevangenis. Als hij daar uitkomt, in 1962, is hij klaar met zijn verleden en verhuist naar Los Angeles en is daar snel een bekende én veel gevraagde sessiemuzikant; onder andere voor Phil Spector, Sam Cooke, Sonny & Cher en Frank Zappa (hij speelt piano op Freak Out).

In LA ontmoet Rebennack muzikanten uit Louisiana en organiseert ‘New Orleans Sessions’ met het idee de roots niet te vergeten. De vaak tijdelijke bands krijgen namen als de Zu Zu Band, Morgus & the Three Gouls of Drits & Dravy. In die sessies zit de bron voor Rebennack’s eerste eigen plaat: Gris Gris (1968). Gris Gris is slang-taal voor amulet. Dr. John the Night Tripper of ook wel Dr. John Creaux is zijn artiestennaam, waaronder hij ons bestookt met in de in de Louisiana moerassen gedrenkte voodoo rituelen. "Well, there was a guy the name of Dr. John, a hoodoo guy in New Orleans. He was competition to Marie Laveau. He was like her opposite. I actually got a clipping from the Times Picayune newspaper about how my great-great-great-grandpa Wayne was busted with this guy for runnin' a voodoo operation in a whorehouse in 1860. I decided I would produce the record with this as a concept." De ‘echte’ Dr. John kwam, naar verluidt, uit Senegal en was een medicinaal en spiritueel genezer die vijftien vrouwen en vijftig kinderen had. Dr. John’s muziek is een hete, stomende brij bestaande uit blues, rock, psychedelica (Phyco delphia noemt hij het op de hoes) , jazz en folk – de Creoolse liederen. Goed genoeg om bij de eerste tonen al meteen betoverd te worden. Consequent voert hij de Frans-Engelse voodoo-slang benaming door, zo is saxofonist Dr. Poo Dah Doo en speelt Dr. Boudreaux de ‘funky knuckle skins”. Nadat je op kant één al meegesleurd bent met behulp van je Gris Gris Gumbo Ya Ya via de Danse Kalinda Ba Doom en Mama Roux naar de Danse Fambeaux kom je op kant twee Croker Courtbullion tegen en via Jump Sturdy komt het hoogtepunt van de plaat: I Walk on Guilded Splinters. Dat was ook het nummer dat ik in mijn hoofd had. De track wordt gedragen door heen-en weer gezang van allerlei dames en de Night Tripper in eigen persoon.

Eigen persoon? Was de plaat voor velen al een shock, de liveoptredens deden daar nog enkele scheppen bovenop. Dr. John getooid in de meeste vreemde uitwassen van de voodoo rituelen, zwaar beschilderd om de geesten te bezweren, danseressen die, behalve een portie verf, weinig om het lijf hadden en een podium gehuld in donkerte, alleen verlicht met fakkels en ‘alien lights’. Dit alles was ooit te zien op de TV (1970), tijdens een van VPRO’s roemruchte Piknik’s; nota bene in Velsen (!) bij de ruïne van Brederode; een typische plek voor typische muziek. Niet alleen ik viel voor I Walk on Guilded Splinters; dat deden ook Humble Pie, Paul Weller, Papa Mali, Marsha Hunt (ooit danseres in Hair en ex-vrouw van Soft Machine’s Mike Ratledge); the Alman Brothers (die weer – Zappa had daar ook al mee te maken, maar dan met de Whippin’ Post) en Cher, die de dokter al kende (haar versie kwam in 1969 uit op hetzelfde label – Atco – als Gris Gris). The Night Tripper vertelde later dat hij de songs voor dit album al voor zijn vertrek naar L.A. geschreven had. Daarin ‘geholpen’ door zijn zus die in een antiquariaat werkte en daar wel enige boeken over voodoo had. Ook volgde hij enkele ceremoniën en ging Rebennack naar the Cracker Jack Drugstore die handelde in allerlei onduidelijke parafernalia en wierook. Voor echte voodoo rituelen hoef je natuurlijk niet ver te reizen als je bijna in het centrum ervan zit. Nieuw was de uitdraging dat in muziek te vertalen en daarmee naar het grote publiek te veroveren; een publiek dat toen zo argeloos als wat was en dus makkelijk in te palmen.

Daarna maakte de dokter nog enkele vervolgplaten als Babylon (1969), Remedies (1970) en Sun, Moon & Herbs (1971), allemaal volgens inmiddels beproefd recept. Zelfs Mick Jagger en Eric Clapton deden mee. Of dat nu goed deed? Geen enkel album haalde de populariteit van Gris Gris. Toch een voodoovloekje? Daarna gooit Dr. John, de nachttripper is al gestript, het roer om. Gumbo (1972) gaat terug naar de ‘roots’; de rhythm & blues en dat houdt hij voortaan maar zo. Iko Iko wordt nog een kleine hit; op het volgende album In the Right Place (1973) staat echter het nummer Right Place, Wrong Time (1973) en daarmee scoort hij een mega hit. Vervolgens gaat hij op tournee met The Meters, later The Nevilles genaamd.

Na een mislukte superband met Mike Bloomfield en John Paul Hammond (1973) richt Rebennack zich weer op het produceren en het zijn van studiomuzikant. Als pianist begeleidt hij The Rolling Stones, Van Morrison, Willy DeVille en Carly Simon en werkt hij veel samen met Alain Toussaint. Als toegevoegd extra componeert hij filmmuziek voor onder andere Cannery Row en speelt er zelf mee in de Last Waltz – de film over The Band - en zingt en speelt Such a Night. Meer recent is hij op tournee als solist of begeleider en maakt ook nog steeds plaatopnamen; zijn laatste is uit 2012: Locked Down. In 2008 wordt hij opgenomen in The Louisiana Hall of Fame. Still going strong, zou ik zeggen. Zijn melancholieke stem, zijn aparte frasering en bluesy pianospel, het is inmiddels allemaal vertrouwd geworden. Na de schok van Gris Gris, viel het uiteindelijk allemaal mee, of moet ik misschien zeggen een beetje tegen. Zijn amulet heeft in ieder geval zijn boze geesten afgewend, he ging uiteindelijk goed met zijn carrière en de mijne ook, gezien het feit dat de cd hier nu weer ligt.