7 juli 1956

Zomaar een zaterdagavond tijdens een nog niet zo heel populair jazzfestival en een band die zijn beste tijd gehad leek te hebben. Klinkt niet bijzonder, maar het werd een avond, beetje nacht ook, die de jazzgeschiedenisboeken zou ingaan als een historische gebeurtenis zonder weerga. En dat is slechts een klein deel van het verhaal; een verhaal dat in dit geval veel, soms tot voor enige tijd verborgen, lagen heeft. De held is in ieder geval Paul Gonsalves, tenorsaxofonist in de band van Duke Ellington. Of toch niet?

De Grote Ellington heeft zijn meest succesvolle jaren achter de rug en kwijnt een beetje weg in de marge van het jazzleven. Hij zint op een zoete terugkeer en gebruikt het Newport Jazz Festival om toe te slaan en daarom componeert hij, speciaal voor dit festival, een nieuwe werk: Festival Suite, bestaande uit drie delen (denk aan Black, Brown, Beige) en ruimte biedend voor veel solo’s. De Duke Ellingtonband bestaat deze avond uit veel oudgedienden als Cat Anderson, Willie Cook, Ray Nance, Clark Terry (trompet); Quentin Jackson en Britt Woodman, John Sanders (trombone); Harry Carney (baritonsax); Paul Gonsalves (tenorsax); Jimmy Hamilton (klarinet); Johnny Hodges (altsax); Russell Procope (klarinet en altsax); Jimmy Woode (contrabas); Sam Woodyard (slagwerk); Ray Nance (zang ) en de meester zelf op piano. Johnny Hodges is na een lange afwezigheid terug in de band en Ellington heeft daarom het plan zijn succesvolle solist van weleer deze avond naar voren te schuiven. Sam Woodyard is nieuw in de band, maar is een ongelooflijk swingende drummer en Ellington verwacht er dan ook wat van. De plannen zijn gesmeed, het nieuwe nummer is klaar en om dat allemaal te bevestigen tekent Ellington acht dagen voor het festival een nieuw platencontract met Columbia. Hun eerste taak: het Newport concert opnemen en als live-plaat uitbrengen.

En dan is het grote moment aangebroken, alleen zijn vier belangrijke leden nog niet aanwezig: Nance, Terry, Hamilton en Woode. De rest staat op het podium en speelt The Star Spangled Banner (gebruikelijk in die periode) en gaat na een foute aankondiging van Father O’Connor (hij noemt de héle band en een andere trombonespeler die niet in de band zit) toch over op Black and Tan Fantasy en Tea for Two. Maar dan houdt het op, het nieuwe nummer kan niet gespeeld worden. Er is overleg en de band verlaat het podium om plaats te maken voor anderen. Na drie uur (!) duikt het viertal op. Achteraf kan niemand zich herinneren waarom ze te laat waren, ‘feesten’ wordt gesuggereerd, maar het blijft vaag. De rest van de band is gefrustreerd, woedend en gaat in die stemming opnieuw het podium op. Ellington zet in met een oud succes: Take the A-Train, waarna het tijd is voor zijn nieuwe ‘killer’ werk. Maar het wordt niet helemaal precies gespeeld en het publiek lijkt er niet zo heel warm voor te lopen. Dan maar Sophisticated Lady erin, ook al zo’n klassieker, gevolgd door Day in Day Out.

Het is wel aardig allemaal, maar er moet meer gebeuren om Ellington uit die marge te halen. Met het volgende nummer komt- achteraf gezien - alles samen. Ellington kondigt Diminuendo in Blue/Crescendo in Blue aan, met een brug/solo van Gonsalves tussen de twee stukken in. In 1951 speelde de band dit stuk voor een bijna lege zaal en Gonsalves vroeg toen of hij een solo mocht doen; dat mocht en Ellington beloofde hem een revanche bij meer publiek. Deze avond was er veel publiek, bovendien was er familie en waren vrienden en kennissen van Gonsalves aanwezig omdat hij bijna een ‘thuis’ speelde. Voordat het nummer ingezet werd riep Ellington naar Gonsalves: “Play as long as you like”, daarmee zijn belofte inlossend. Dat deed Gonsalves (rechts), hij speelde de langste tenorsaxsolo in de geschiedenis van de jazz (tot dat moment, Coltrane’s tijd moest nog komen): 27 chorussen (chorus kun je zien als een refrein/tussenstuk)! Ongekend! Dat was slechts één facet. De woede en frustratie van de band vanwege het lange wachten kwam er met dit nummer ook uit, daarin opgehitst door niemand minder dan drummer Jo Jones. De oude Count Basie drummer had eerder op de avond gespeeld met Teddy Wilson en stond nu in de coulissen met een opgerolde Christian Science Monitor. Hij zwaaide als een dirigent met de krant en schreeuwde aanmoedigingen naar de band. Die reageerden steeds meer op hem, waardoor er een broeierig sfeertje ontstond; de band raakte aan de kook en dat is meestal goed nieuws.

Niet allen de band met de alsmaar solerende Gonsalves raakte op dreef, de ‘vibes’ sloegen over naar het publiek. Mensen stonden al een beetje te swingen, maar nog op hun plek. Na de vierde chorus van Gonsalves sloeg de vlam in de pan. Een jonge, blonde vrouw in een zwarte avond jurk sprong op en begon te dansen (rechts). Dat was vreemd omdat ze op de eliteplekken, de boxes, zat (luxe, omheinde plek direct voor het podium). Daarna volgde meer en meer mensen, het publiek werd daardoor een deinend en pulserend orgaan dat in alle richtingen bewoog. Ellington die dat allemaal heel fijn aanvoelde hitste op zijn beurt Gonsalves weer op met aanmoedigingskreten. De politie keek zorgelijk, George Wein, organisator van het festival, keek zorgelijk. Na een minuut of tien gespeeld te hebben beëindigde Gonsalves zijn solo, de band pakte het thema op en bereidde zich voor op een nieuwe solo van Cat Anderson, in de blazerssectie werd alweer verhit aangezet, klaar voor een nieuw stoomtijdperk, maar al na twee minuten was Anderson klaar en blies met een hoge noot het stuk uit. Pandemonium! Op het toneel, voor het toneel , in de coulissen. De band moest van Wein van het podium, meteen, maar het publiek dat al opgerukt was tot aan de rand ervan wilde meer. Ellington deed wat hem verstandig leek en speelde verder; hij introduceert Hodges en de band zet I Got it Bad in, gevolgd door Jeep’s Blues. Met rustigere nummers wil Ellington het publiek kalmeren, maar dat lukt nog niet echt. Nance mag vervolgens komen zingen in Tulip or Turnip en dan ‘kalmeert’ Ellington het volk door Skin Deep (een drumsolo) aan te kondigen. Daarna, het was inmiddels al zondag geworden, neemt hij afscheid tijdens een softe Mood Indigo met de mooie woorden: “Ladies and gentlemen we certainly want to thank you all for the wonderful way you have been inspiring us this evening, you’re very beautiful, very sweet and we do love you madly!” Daarna was het echt voorbij.

Groot succes, iedereen enthousiast? Nee! Al meteen na het optreden kwam George Avakian van Columbia naar Ellington om te melden dat de opnames die ze gemaakt hadden gebrekkig waren en niet zo op de plaat gezet konden worden; met andere woorden ze moesten over! Zo’n concert, vol vuur en bezetenheid overdoen? Onmogelijk! Dat vond ook Ellington, maar CBS had al een studio geboekt, twee dagen later om negen uur ’s ochtends. Dat leverde veel gemor op bij de bandleden, gelukkig kon Ellington regelen dat de opnametijd verplaatst werd naar de middags. Maar er was nog niet genoeg ellende: de tenorsaxsolo van Gonsalves was niet opgenomen! Tenminste niet door de microfoons van Columbia, wel die van The Voice of America, die ook opnames maakte van het festival en dus ook microfoons op het podium had staan. In het vuur van het moment had Gonsalves in de verkeerde microfoon staan toeteren! Ellende, want de opnames van The Voice worden meteen na uitzending gewist, dat wist iedereen. De ‘redding’ van Columbia was een wat ambivalente: in de studio werden sommige stukken opnieuw opgenomen, zoals de Festival Suite en voorzien van geluidsfragmenten van het concert en daarbij opnieuw ingesproken tekst van Ellington. Bij Diminuendo/Crescendo lukt dat natuurlijk niet, daarom lieten ze Gonsalves zijn solo opnieuw inspelen over de tape met de bijna niet te horen oude. Zo werd er met knip en plakwerk en met de nodige reverbs (soort instant echo) op de goede momenten een live-setting gecreëerd. Dat leverde al de nodige stress op en tijdens de fake solo van Gonsalves werd het Ellington teveel, voor het eerst in dertig jaar, volgens Procope, barste hij in woede uit en commandeerde de band te stoppen, de hele handel in te pakken en naar huis te gaan. Maar ja, iedereen, zeker na alle enthousiaste persberichten, verwachte natuurlijk die solo op de plaat. Het resultaat: Ellington at Newport.

Tot 1998 heeft niemand geweten dat hij of zij eigenlijk een nepconcert in handen had, met een andere saxsolo. Eind jaren negentig is een periode aangebroken dat veel werk voor het eerst op cd gezet wordt, of soms voor de tweede keer, maar dan geremasterd. Voor Ellington geldt dat hij honderd zou zijn geworden en zijn platen als speciale editie-cd’s op de markt komen, vaak met toegevoegde tracks. Tijdens dat proces komt iemand er achter dat de Voice of America tapes van het Newport concert bewaard zijn gebleven in de Library of Congress. Meer nog , ze zijn in goede staat. Bovendien worden alle tapes van CBS van de gedenkwaardige avond boven water gehaald. Daarmee is het hele concert aanwezig, maar op verschillende tapes. Tijd voor computers! De tapes worden gedigitaliseerd en via een fijn en precies procedé tot één geheel gemaakt - in stereo! Eigenlijk nepstereo, maar het geluid klinkt wel ruimtelijk. Sterker nog het geluid is zo ingesteld dat als je je balansknop naar links draait je het Voice of America concert hoort en rechts het Columbia concert. Hoe dan ook, door de truc is voor het eerst het hele concert, inclusief de betoverende solo van Gonsalves, in goede geluidskwaliteit klaar om op cd gezet te worden en dat gebeurt ook: Ellington at Newport Complete. Met ongeveer anderhalve cd voor het concert en een halve cd met de studio-opnames die later gemaakt zijn, maar dan wel weer schoongemaakt zonder rommel en de toegevoegde trucage.

Een avond met een lang verhaal dus. Maar het is nog niet voorbij, voor de dansende dame in kwestie, Elaine Anderson, kreeg haar spontane actie een naar staartje. Anderson’s man had het er behoorlijk moeilijk mee, hij schaamde zich rot, en vroeg daarom een scheiding aan (wat een man, je zou trots moeten zijn op zo’n vrouw, maar goed dit is 1956). Anderson trouwde nog meerdere malen, maar steeds met problemen en gedoe en eindigde uiteindelijk in armoede. Klein lichtpuntje is dat ze op de lp-hoes werd afgebeeld in haar glorieuze rol en ook in het cd-boekje duikt ze weer op. Haar rol, die van Jones, Gonsalves, Ellington, het vermiste kwartet, eigenlijk zijn ze allemaal de held van de avond; samen zorgden ze onafhankelijk van elkaar maar in een soort magische synergie voor een onvergetelijk moment. Grappig dat ik dit concert, ongeveer drie maanden na mijn geboorte (wat een jaar dat 1956) opgenomen in een ander werelddeel, nu ook plaats in de reeks 'beste concerten aller tijden…'