logo van The Lemontree
luisterrijke verhalen achter de plaatjes
#

De Essener Songtage in 1968 brachten een scheuring teweeg tussen een groep mensen die leefden in communevorm. Beide groepen maakten muziek, de een als Amon Düül, de ander als Amon Düül II. Het leidde tot nogal wat verwarring, een ‘hoofdpijndossier’ waarin veel niet bekend is.

Amon Düül II wordt een van de hoekstenen van de Duitse ‘Krautrock’ genoemd, maar is die hoeksteen wel zo stevig?

Soms blijkt het lastig om je muziek verder te ontwikkelen en het publiek bij je te houden. Bij Amon Düül II lukte dat minder dan de leden gehoopt hadden. Een verschil tussen uitgesponnen thema’s of improvisaties aan de ene kant en songs, ballads, aan de andere kant.

Lees het verhaal over een bijzondere groep die eigenlijk alleen kon ontstaan in een woelige tijd.

#

Kun je muziek maken met sirenes, propellers en mechanische piano’s? George Antheil dacht van wel en schreef zijn ‘Ballet Mécanique’.

Dat werk uit 1924 kon pas voor het eerste goed uitgevoerd worden in 2000. Uiteindelijk had hij geavanceerde machines en techniek nodig om het te kunnen spelen. Antheil heeft dat nooit kunnen horen, want die overleed in 1959.

Nog tijdens zijn leven nam Antheil afstand van dat 'verdomde’ ballet. Of toch niet?

George Antheil ziet zichzelf als de ‘bad boy of music’, maar in praktijk gaat het eerder om bravoure en wat ondoordachte handelingen. Die hadden echter wel invloed op zijn leven.

En wat heeft zijn muziek met torpedo’s te maken? Antheil kan het je uitleggen.

#

‘Ummagumma’ (1969) is het vierde album van Pink Floyd. De pers was lovend, maar de band sprak er met terugwerkende kracht vooral negatief over. Ik heb daar duidelijk een andere mening over.

‘Ummagumma’ is vooral een album van afscheid en vooruit kijken, een album met live-opnamen en een met elk-voor-zich opnamen. Hoe zit dat precies?

En wat betekent die vreemde naam, ‘Ummagumma’, of betekent het niets?

Over de hoes is ook nogal wat te vertellen. Het is niet zomaar een hoes om een plaat.

Ontdek het hier en duik mee in de geluidsverleggende wereld van een ‘fucking good’ album.

#

Dave Brubeck werd er bekend mee, maar ‘Take Five’, een drumsolo, is geschreven door de altsaxofonist uit zijn Quartet: Paul Desmond.

Paul Desmond speelde op een zachte, mooie, ronde wijze. Hij vond dat zijn sax moest klinken als een droge Martini.

Desmond maakte opvallend weinig soloalbums. De belangrijkste zijn de vijf die hij voor RCA-Victor maakte. Ze zijn opgenomen in een mooie box: ‘The Complete RCA Victor Recordings’.

Desmond stierf jong als gevolg van het vele roken. Tot zijn hilariteit niet eens aan een leveraandoening vanwege het vele drinken.

Lees het verhaal van de saxofonist die van hemzelf een prijs kreeg voor ‘stilte’.