logo van The Lemontree
the moody blues: 1965-1974

Moody Mellotron

omschrijving afbeelding

The Moody Blues begon als – inderdaad – een bluesband, maar werd na het eerste album de eerste ‘symfonische rockband’ genoemd en met hun nieuwe geluid een voorbeeld voor menig ander.

Het eerste album na de koerswijziging is een flink staaltje eigenwijsheid en vertrouwen in eigen kunnen, want niet doen wat de platenmaatschappij opgedragen heeft. Het gevolg? Enorm succes!

Meer nog dan welk ander instrument of stem dan ook kleurt de typische klank van de Mellotron het geluid van The Moody Blues: “It was the Mellotron who really gave us that identity, along with the vocal style that we had.”

Lees het verhaal van The Moody Blues, het verhaal van een band dat succes op succes stapelde door gewoon zichzelf te blijven.




Birmingham heeft een rijke pop/rockmuziekhistorie. Bekende groepen afkomstig uit het voormalig centrum van de metaalindustrie en met - na Jamaica - de meest wonende Rastafari’s ter wereld zijn: Black Sabbath, The Beat, Fine Young Cannibals, The Fortunes, The Spencer Davis Group, Steel Pulse, Chicken Shack, Duran Duran, Dexy’s Midnight Runners, Electric Light Orchestra, The Move, Traffic, UB40 en natuurlijk The Moody Blues.
Zo rond 1963-1964 speelden Ray Thomas (1941-2018/mondharmonica, fluit, zang) en John Lodge (1945- /basgitaar, zang) in El Riot & the Rebels. Wat een naam weer! Soms speelde Mike Pinder (1941- /piano, keyboards, Mellotron) mee. Zoals vaak met bandjes valt de groep uit elkaar als een vervolgopleiding gevolgd ‘moet’ worden. Lodge ging naar een technische hogeschool, Pinder kreeg te maken met dienstplicht. In de vrije periode zochten Pinder en Thomas elkaar op en vormden The Krew Cats. Die band ging naar Hamburg om in het kielzog van The Beatles hopelijk wat bekender te worden. Dat viel nogal tegen. Groen en argeloos kregen ze te maken met discutabele praktijken van de uitbater en stonden aan het eind van een reeks concerten teleurgesteld en vooral berooid op straat. De enige oplossing die het tweetal zag: naar huis wandelen! Dagen wandelen, soms wat eten krijgen, ’s nachts buiten slapen. En uiteindelijk de ambassade overtuigen om hun veertocht naar huis te betalen. Niet ontmoedigt door het gebeuren gingen ze verder met muziek en vroegen Denny Laine (1944- /gitaar, zang) en Graeme Edge (1941- /drums) voor hun band. Voormalig maatje Lodge werd ook gevraagd, maar die was te druk met zijn studie. Daarom werd Clint Warwick (1940-2004/basgitaar) de nieuwe bassist. Omdat niemand in de regio blues speelde, de muziek die de heren het meest aansprak, dachten ze dat ze daarmee het meest succes konden krijgen. Zelfs zo’n succes dat ze de plaatselijke Mitchells & Butlers Brewery vroegen de band te sponsoren. In ruil daarvoor zou in de naam van de band de ‘M’ en de ‘B’ terugkeren. De brouwerij zag er niets in, maar die twee letters bleven hangen, eerst werd het The MB’s, of, afgewisseld daarmee, The MB Five. Soms werd gezegd dat de ‘M’ afgeleid was van Duke Ellington’s ‘Mood Indigo’ of dat de ‘Mood’ (stemming) bepalend was voor hoe zij speelden. Ook werd Miles Davis’ ‘Indigo Blue’ aangevoerd als basis voor de naam. Hoe dan ook, met al die ‘gegevens’ en het feit dat ze vooral blues speelden lag een andere naam voor de hand: The Moody Blues.

Met nieuwe manager Alex Wharton en met hem een linkje naar Decca Records bracht de groep in 1964 een eerste single uit: ‘Steal Your Heart Away’/’Loose Your Money (But Don't Loose Your Mind)’. Ondanks het gebrek aan succes leverde die een optreden op in het populaire Tv-programma ‘Ready Steady Go!’ The Moody Blues zijn tijdens het programma en in stijl met de tijd allemaal gekleed in hetzelfde, donkerblauwe kostuum. Grappig is dat ze vervolgens alleen de B-kant van de single laten horen. Een doorbraak komt als de band in de dan al beroemde Marquee mag spelen. Veel bands hadden daar een vaste avond en konden zo hun publiek uitbreiden, of niet natuurlijk. Omdat Manfred Mann niet kon op hun avond werden The Moody Blues gevraagd in te vallen. Het publiek was razend enthousiast en na het concert kreeg de band als beloning een eigen avond. Als ze zelf niet optraden begeleidden ze vaak Amerikaanse musici die – meestal solo, want een band meenemen is te duur - op tournee waren.

Via Paul Hamilton, een disc-jockey die met een koffer vol singles uit Amerika terugkeerde komt The Moody Blues op het nummer ‘Go Now’ van Larry Banks en Milton Bennett. De originele versie van ‘Go Now’ werd gezongen door Bessie Banks, dan al de ex van Banks. The Moody Blues gaven er met een mooi pianostuk hun eigen draai aan. Slim bedenkt Decca de truc om dat nummer, gekoppeld aan de eerste single en uitgebreid met ‘It’s Easy Child’ op een EP (verlengde single) uit te brengen. In december 1964 komt het nummer de hitlijsten binnen en staat in januari 1965 al op de eerste plek. Fijn voor de groep was dat ze net met een tournee bezig waren. In februari 1965 volgt meteen een nieuwe single: ‘I Don’t Want To Go Without You’/‘Time is on My Side’. Die laatste kennen we misschien meer van The Rolling Stones. Helaas evenaarde het plaatje niet het stormachtige succes van ‘Go Now’ op. Wel stond de band op diverse festivals in eigen land en trad op in Europa, waaronder twee dagen met blues & jazzavonden in Olympia, Parijs. Op 10 april 1965 mag de band samen met The Beatles, The Rolling Stones, The Kinks en The Animals (wat een line-up!) in ‘The New Musical Express Poll Winners Concert’ in Empire Pool, Wembley spelen. Meer concerten volgden, net als Tv-optredens. Een reeks concerten in Amerika met The Kinks ging niet door vanwege fouten in de administratie, men had een werkvergunning nodig en die was er nog niet.

Zachtjes aan werd nagedacht over een volwaardig album. Dat komt de zomer van 1965 uit: ‘The Magnificient Moodies’ (1965). Daarop staan de al bekende singletracks, maar ook nieuw werk, zoals ‘It Ain’t Necessarily So’ (Gerhswin); ‘Bye Bird’ van Sonny Boy Williamson; ‘I Don’t Mind’ van James Brown en maar liefst vier, nieuwe én eigen stukken: ‘Let Me Go’; ‘Stop’; ‘Thank You Baby’ en ‘True Story’. In ‘Let Me Go’ en ‘Stop’ horen we al iets meer dan ‘standaard’ blues. De sfeervolle nummers met piano en fluit laten al horen van wat er zou gaan komen.
In Amerika kwam het album uit als ‘Go Now – Moody Blues #1’, met een andere indeling en hoes én zelfs in ‘enhanced stereo’. De Engelse variant is ‘gewoon’ in glorieus mono. Gebruikelijke fenomenen in deze periode.
Ter ere van de presentatie van het album werd een feest gegeven met onder de aanwezigen George Harrison, Paul Mc Cartney en Marianne Faithfull. Een feest met een kater, want toen de rekening betaald moest worden bleek het management van de aardbol verdwenen te zijn. Een fikse financiële strop voor de band. Desondanks gingen de concerten in Marque door, net als een optreden in het National Jazz & Blues Festival in Richmond on Thames. Omdat The Moody Blues goede contacten hadden met The Beatles nam Brian Epstein’s NEMS, het management van The Beatles, de ‘Moodies’ nu over. De volgende tournee deden ze dan ook als openingsact van… The Rolling Stones. Tsja. In oktober kwam de nieuwe single uit: ‘Everyday’/ ‘You Don’t (all the time)’. Het nummer kwam net op een 44e plek.
Aan het eind van het jaar was er weer een tournee, nu met The Beatles, daarna ging The Moody Blues voor het eerst naar Amerika. Het ging niet allemaal lekker, op het vliegveld werden de Visa’s ingenomen en dat betekende géén Tv-optredens. De normale optredens konden wel, maar het beloofde optreden in Ed Sullivan’s show, vaak de start van het succes van een artiest, ging niet door. Terug thuis bleek Decca een nieuwe single uitgebracht te hebben: ‘Bye Bye Bird’/’I’ll Go Crazy’ . Later volgde ‘Bye Bye Bird’/’Stop’. Die kwam in Frankrijk op nummer één, maar daar wist de band, net zomin als NEMS iets van. De optredens in Frankrijk gingen daarom nog volgens het oude tarief. “So we were playing some huge shows for fuck basically.” En dat ondanks de horde gillende fans op het vliegveld en de oneindige reeks journalisten. Niemand hield iets in de gaten. NEMS bleek te druk met The Beatles en The Moody Blues hadden het te druk met afbetalen van de schulden uit de erfenis van het vorig management en het contract met Decca. Vanwege dat contract werden nog twee nummers opgenomen: ‘Jago & Jilly’ en ‘We’re Broken’. De twee nummers verdwenen op de bekende plank. En dan? Laine zag het allemaal niet meer zo zitten en besloot de band te verlaten. Tijdens zijn laatste sessie werden nog enkele tracks opgenomen, maar ook die verdwenen grotendeels op de plank. Laine zou later opduiken en verschillende bands, maar viel het meest op in Wings, de band van Paul McCartney. Na Laine ging ook Warwick, hij keerde niet meer terug als muzikant, maar werd timmerman. Warwick werd kort vervangen door Rod Clark, maar die was binnen een paar weken weg. De nieuwe vervanger werd een bekende: John Lodge. Op advies van Eric Burdon koos de band Justin Hayward (1946- /gitaar, zang) als nieuwe gitarist. Hayward had gesolliciteerd bij Burdon, maar die had al iemand.
In dezelfde week dat The Moody Blues lieten weten niet meer met NEMS te werken bracht Decca een single met opnames van de laatste sessie met de oude band uit: ‘Boulevard de la Madelaine’/’This is My House’ (1966). Behalve in België met gering succes. Er volgden nog enkele singles en combinaties daarvan op EP’s, maar het succes was voorbij. Sterker nog, met de nieuwe leden en de aankoop van een nieuw instrument, de Mellotron, waren The Moody Blues bezig met heel andere muziek. “Waarom muziek spelen van mensen die we niet kennen uit een land dat we nauwelijks kennen en – vooral – muziek maken die niet van ons is en bij ons past. Wij hebben nog nooit een katoenbaal gezien en weten niets van die mensen. Laten we vooral kiezen voor wat wel bij ons past, ons leven vertellen en eigen muziek componeren.”
Met die vaststelling begint de tweede fase van The Moody Blues, een groep die in niets meer leek op die oude bluesband. De enige erfenis is de bluesy naam. Maar ja, in goed Engels “What’s in a name?” Heel vreemd is het niet dat de beginfase een beetje vergeten lijkt of wordt en ‘Days of the Future Past’ (1967) overwegend gezien wordt als hét begin van de band, het eerste album. Maar vergeet niet dat het voorspel hierboven geschetst nodig was om tot het begin te komen.
Alle muziek uit deze eerste periode is te vinden in het mooie 2cd-boxje dat Esoteric Records in 2014 uitbracht.

Voor we fase twee van het Moody Blues verhaal ingaan is dit hét moment voor een intermezzo over dat goddelijk, duivels instrument: de Mellotron. Net als The Moody Blues komt de Mellotron uit Birmingham. Nou ja, uit Birmingham? Het origineel komt uit Amerika en is bedacht en gebouwd door Harry Chamberlin. Hij noemde zijn instrument ook Chamberlin. Het principe is, ondanks de complexheid van de bouw, relatief simpel. Het apparaat ziet eruit als een orgel. Door het indrukken van een toets wordt een wieltje tegen een tape gedrukt. De tape, met daarop een opgenomen geluid of klank, gaat lopen en het geluid klinkt. Elke toets heeft een eigen tape, naarmate de toetsen toenemen, neemt de hoeveelheid tapes en daarmee de verschillende klanken ook toe. De nadelen: een stuk tape is doorgaans voldoende voor een seconde of zeven, acht klank. Daarna valt de tape terug in de uitgangspositie en begint de klank opnieuw. Na de maximumtijd klinkt er dus even niets. Daar moet je als speler behoorlijk rekening mee houden. Een ander nadeel is de invloed van de temperatuur op het instrument. Stijgt of daalt de temperatuur te snel, dan zet of krimpt het rubber van de rollers uit of in en loopt de tape niet meer in de goed snelheid. Het geluid klinkt dan dissonant. Zeker bij liveoptredens een probleem, bijvoorbeeld onder invloed van de warmte van de lampen. Vandaar ook de ergernis. In principe kan elk geluid op de tapes opgenomen worden, maar vaak zijn het bekende instrumenten als viool, cello, fluit, klarinet. Dat was meteen het tweede voordeel, één Mellotron kon een orkest vervangen. In aanvang was dat tegen het zere been van de muziekvakbonden die in opstand kwamen tegen zoveel vernuft. De geschiedenis leert dat ze daar uiteindelijk weinig mee opschoten.
Chamberlin-verkoper Bill Fransen vertrok met twee machines naar Engeland om te kijken of daar betere afspeelkoppen waren. Hij kwam terecht bij de heren Bradley, Frank, Norman en Les van de firma Bradmatic Inc. Met hulp van bandleider Eric Robertson vonden goede opnames door gerenommeerde klassieke musici plaats. Robertson regelde vervolgens een ontmoeting met David Nixon, een Tv-presentator om de machine aan de man te brengen. De hele kliek vormde een nieuwe maatschappij: Mellotronics. In 1963 bracht Mellotronics de MKI op de markt, het jaar daarop gevolgd door de sterk verbeterde MKII. De prijs, ongeveer duizend pond. Een vergelijk, dat zou anno nu zo tegen de 20.000 euro zijn. Er was wel een klein probleem, een dingetje. Fransen had niet verteld dat hij niet de eigenaar van het idee was. Na wat over en weer gedoe kwamen Chamberlin en Mellotronics tot een overeenkomst, waarbij ze afzonderlijk van elkaar instrumenten bleven bouwen, de een voor Amerika, de ander voor Europa. Bradmatic maakte van de gelegenheid gebruik hun naam te veranderen in Streetly Electronics. In 1970 kwam de Mellotron M400 op de markt, met 35 klanken en een verwisselbare tape-set. Begin zeventiger jaren naam platenmaatschappij EMI (!) de handel over en bracht, na enig juridisch getouwtrek, het apparaat alsnog naar Amerika. Daar werd de naam door Sound Sales geregistreerd en verkocht als Novatron. Het ging mis halverwege de jaren tachtig. De techniek was zo snel gevorderd dat het nu primitief aandoende apparaat werd ingehaald door technisch hoogstaande sample-apparaten. Want, welbeschouwd, is de Mellotron, Chamberlin, Novatron niets anders dan een sampler avant-la-lettre. In 1986 hield het bedrijf op te bestaan, maar in 1997 pakte verschillende zonen Bradley de draad weer op door vooral oude apparaten die weer best gewild waren te repareren en verbeteren. In 2007 was alles gedaan, de voorraad op en daarom bouwden ze maar een nieuwe, de M4000. Dat was een half-digitale versie van een fusie tussen de M400 en de MKII.
In eerste instantie werd het instrument verkocht aan studio’s, maar ook aan het Koninklijk Huis en iedereen die vond dat hij of zij zo’n instrument in huis moest hebben, rijke zakenlui bijvoorbeeld. Het was toen echt een hyperig statusding. Later vond het de weg naar bands die met hun muziek vooruit wilden, zoals The Beatles. De Mellotron is. Overigens op advies van Pinder, te horen op ‘Strawberry Fields Forever’. Moody Blue Pinder had natuurlijk gehoord van het instrument. Hij werd gast aan huis bij de firma en was vervolgens bijna anderhalf jaar in dienst om het geluid van de Mellotron te vervolmaken en te testen. Hij wist het apparaat zo in te richten en opnames zo te arrangeren dat hij er daadwerkelijk een orkestraal geluid uit kon krijgen. Natuurlijk wilde hij er dolgraag een hebben, maar dat was veel te duur. Gelukkig kon hij er een overnemen van Fort Dunlop Working Men's Club in Birmingham, zo’n club die er niets mee deed/kon, voor 300 pond. Een koopje! Het werd zijn favoriete instrument en zou op de komende zeven albums van The Moody Blues in volle glorie te horen zijn. Sterker nog, zonder dit instrument zou de klank en daarmee wellicht ook de populariteit van die band heel anders zijn geworden. Hayward: “The Mellotron: a sort of strange ethereal, mysterious sound that no one had ever heard before. It was the Mellotron who really gave us that identity, along with the vocal style that we had. It really came together in Tuesday Afternoon and the recordings of our first album, like Nights in White Satin.” Pinder: “I was the orchestra behind the drummer, bass guitar en singer, the painter who painted in the landscape the clouds, the blue sky, the sunshine and the rain.” Het wat rauwe, raspende geluid met dat rafelig randje is uniek in de muziekwereld en maakt sommige muziek tot meer dan wat die zonder is. Zet een Mellotron aan, dan ben ik verkocht. Het is in de loop der jaren uitgegroeid tot mijn favoriete instrument.
De Mellotron werd na het gebruik van Pinder omarmd in de wereld van de ‘symfonische’ rock. Bands als King Crimson, Genesis, Yes, Pink Floyd, David Bowie (het prachtige ‘A Space Oddity’), Tangerine Dream, The Rolling Stones (Their Satanic Majesties Request), in eigen land Earth & Fire en later bands als Orchestral Manouvres in the Dark en XTC/The Dukes of Stratosfear. Meer horen? Op het internet circuleert in uitgebreide lijst van wie de Mellotron gebruikt.

We keren terug naar The Moody Blues. Die komen even terecht in een tussenfase. Decca nodigt de band uit voor een gesprek met producer Tony Clarke. Het contract was nog niet helemaal voldaan en er moest nog steeds die schuld afgelost worden. Onder Clarke’s leiding werd met de nieuwe bezetting muziek opgenomen voor de single: ‘Fly Me High’/Really Haven’t Got the Time’ (1967). ‘Fly Me High’ is van nieuwkomer Hayward en klinkt enigszins ‘psychedelisch’, maar heeft nog niet het karakter van het nog te komen werk. Om de single te promoten werd de groep gevraagd voor Saturday Night Club, het populaire BBC-TV-programma. Daar speelde ze niet de single – kennen we dit niet ergens van - maar twee nieuwe nummers, een coverversie van ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’ en een nieuwe nummer: ‘Nights in White Satin’. Dat klonk als goede muziek in Decca’s oren. Daarop volgde nieuwe opnamesessies. Tijdens die sessie wordt van alles opgenomen en resulteert in een volgende single: ‘Love and Beauty’/Leave This Man Alone’. Op het door Pinder geschreven ‘Love and Beauty’ is naast de piano voor het eerst de Mellotron te horen, de meerstemmige koortjes van de band en de ‘twists and turns’ binnen één nummer. De song past precies in deze tijd van bloemenkinderen, werd veel gedraaid, maar geen hit. Ook deze single kwam op de TV, Easybeat, net als een Lodge-compositie: ‘Peak Hour’. Dat laatste nummer was onderdeel van een wat groter werk dat The Moody Blues al enige tijd tijdens concerten aan het ‘bouwen’ was. Een lang, thematisch werk waarin een dag beschreven en verteld wordt. Een boeiend gegeven blijkbaar, want Pink Floyd deed later hetzelfde met hun ‘The Man and the Journey’.
Elders op de LemonTree beschrijf ik het ontstaan van de labels van platenmaatschappijen om de ‘underground music’ goed te presenteren en/of te vangen. Decca zette daarvoor het sublabel Deram op, dat zou voorlopig de thuisbasis voor The Moody Blues worden.
Maar er was meer. Decca, onderdeel van Philips, had in de vaart der volkeren een nieuwe manier gevonden om muziek in stereo veel beter op te nemen en weer te geven, met meer ‘ruimte’ in het geluid. Dat wilde Decca maar al te graag aan het publiek laten horen natuurlijk. Ze zagen in de recente groei van het geluid van de band The Moody Blues te koppelen aan een klassiek orkest en in die ‘dynamische’ combinatie hun ‘Deramic Sound System’ te presenteren. Decca’s baas, Hugh Mendl vroeg de band een rockversie te maken van Antonín Dvořák’s ‘Negende Symfonie’ (1893). Het is niet alleen diens populairste symfonie, maar ook een van de populairste werken uit de romantische periode. De ‘Negende Symfonie’ staat ook bekend onder de naam ‘De Nieuwe Wereld’. Het werk ging met de Apollo 11 en astronaut Neil Armstrong mee naar de maan (1969). Onthoud dit feitje even voor later in het verhaal. ‘De Nieuwe Wereld’ slaat op Amerika, Dvořák was gefascineerd door de muziek van de ‘native indians’ en ‘negro spirituals’. Hij zag die als dé toekomstmuziek; “These beautiful and varied themes are the product of the soil. They are the folk songs of America and your composers must turn to them.” Helaas bleek zijn visie niet die van de rest van de nieuwe wereld. The Moody Blues gingen akkoord met het voorstel, maar vroegen wel absolute vrijheid om dit project onder leiding van Clarke gestalte te kunnen geven. Eenmaal in de studio bleken de Moodies andere ideeën te hebben. Ze wilden hun eigen thematisch werk, dat van de dag, met orkestbegeleiding uitvoeren en niet anders!. Clarke was al snel om, net als orkestarrangeur Peter Knight. Knight was helemaal enthousiast en zag het als een mooie uitdaging. Binnen drie weken was iedereen en alles klaar, arrangementen, opnames, mix. De band zat in de ene studio, het orkest, vanwege de grootte, in een andere. En dat alles met een 4-track-recorder. Dank technicus Derek Varnals.
Het verhaal volgt het leven van een normale werkdag en begint dan ook met ‘A Day Begins’. Het is een gedicht met daarvoor en -onder diverse muzikale thema’s die we later op het album gaan horen. ‘Dawn: Dawn is a Feeling’ is een prachtige song met orkest, Mellotron en de stemmen van Pinder en Hayward. ‘The Morning: Another Morning’ is een erg vrolijk wijsje in stijl van de muziek uit 1967. ’Lunch Break: Peak Hour’, was al bekend, maar is hier in een heel nieuw geluidsjasje gestoken, beetje Broadway-achtig. Het tweede deel klinkt als een stuk van The Beatles. Lp-kant B opent met ‘The Afternoon: Forever Afternoon (Tuesday?)/Time To Get Away’. Mooi stuk en potentiële single. Dat zou later ook gebeuren onder de naam ‘Tuesday Afternoon’. Op het album loopt het door in ‘Evening: The Sun Set: Twilight Theme’. Sfeervol nummer met dwarsfluit en Mellotron. Het tweede deel is wat vlotter en heerlijk ‘psychedelisch’. Het slotstuk van het album: ‘The Night: Nights in White Satin’. Met die laatste had Hayward niet alleen een van zijn eigen beste composities gemaakt, maar een mijlpaal neergezet in de muziekwereld en daarmee voor The Moody Blues. Al wist hij dat op dat moment nog niet, maar hij wist dit: “We felt we had created something marvelous. It was quite an emotional experience to hear the finished mix of the song for the first time.” Dat komt door de zang, de opbouw van zacht naar hard, het geluid van de Mellotron die je meetrekt het nummer in, de fluit. Een stuk klassiek in een modern jasje. In feite was dit waar Decca om gevraagd had, maar dan een stuk beter en origineler. Het album eindigt met een gedicht, daarmee het verhaal rond makend.

De groep was tevreden, de producer, het orkest, de arrangeur. ‘Smiles all over’. Vol trots presenteerde de groep en het team het kunstwerk aan de grote baas, niet nader genoemd, A&R man Hugh Mendl en Walt McGuire de baas van Decca’s Amerikaanse tak, Londen Records. De big boss vond het niets, je kon er niet op dansen of het afspelen bij een feestje. Aardig criterium, maar dat was met de bewerking van Dvořák’s symfonie ook niet gelukt denk ik. Mendl en McGuire vonden het prachtig en dus kwam het album er alsnog. Zij bedachten de titel en zo kwam op 11 november 1967 ‘The Moody Blues With The London Festival Orchestra Conducted By Peter Knight ‎– Days of the Future Passed’ uit. De hoes in stijl uitgevoerd met een modernistisch, expressief schilderwerk van David Anstey.
Kort voor het album werd een single uitgebracht: ‘Nights in White Satin’/’Peak Hour’ (1967). Een versie voor ‘band only’, zonder orkest, maar de Mellotron vangt dat werk meer dan uitstekend op. De ondertiteling bij de single is een om even mee te lezen: “As featured in the Deramic Sound System album ‘Days of Future Passed’”.
Zowel album als single werden veel gespeeld op het nieuwe radiostation, Radio 1, het ‘progressieve’ deel van BBC’s radio. Het album kwam daardoor tot een 27e plek in de albumlijst, de single tot een 19e. In Amerika stond het album 103 weken in de albumlijst en kwam er tot een derde plek (1972). De single kwam tot nummer twee (1972), overigens net als in ons land (1968).
Door de jaren heen is het album, net als de single, belangrijker geworden en meer gewaardeerd. ‘Nights in White Satin’ werd nog twee keer uitgebracht als single, ook met orkest, en kwam steeds in de Top20 terecht (9e in 1972, respectievelijk 14e in 1979). Daarmee is het – wat je zou kunnen noemen - de signatuur-song van The Moody Blies geworden en tevens die van Hayward, die op het moment dat hij dit componeerde negentien jaar was.
In 1972, op het hoogtepunt van de populariteit van ‘Days of Future Passed’ in Amerika, zou het album opnieuw uitgebracht worden, maar met een nieuwe master. Helaas bleek dat de originele stereo-mastertape beschadigd was. Producer Clarke en technicus Varnals maakten daarop van de 4-track master tapes een geheel nieuwe mix. Die mix werd de basis voor alle toekomstige releases, zowel op vinyl als cd. Voor de vijftigste verjaardag van het album (2017) werd de beschadigde tape uit de kluis gehaald en met moderne computertechnieken hersteld. Het verjaardagsalbum heeft dan ook zowel de 1967, als de 1972 stereomix, alsmede een 5.1. surround sound mix. En natuurlijk bonusmateriaal in de vorm van de divers singles uit deze periode, alternatieve mixen en is er wat ‘visual content’, opgenomen, zoals dat uit 1968 ter gelegenheid van het ‘British Gala du Midem’.

‘Days of Future Passed’ had een enorme invloed op het muzikale landschap. Het album wordt gezien als het eerste ‘symfonsiche/progressieve’-album, de bakermat van de progrock. Iedereen hierna, King Crimson, Yes, Genesis, enzovoorts zijn schatplichtig aan dit avant-gardistisch werk van The Moody Blues. Stel ze zouden braaf wél het werk van Dvořák uitgevoerd hebben…

Het succes leverde the Moody Blues meer vrijheid op voor het volgende album, maar band en producer waren het erover eens dat het wel anders moest gaan, in ieder geval zonder orkest. De Moodies hadden ondertussen allerlei andere instrumenten leren bespelen, zoals de sitar en tablas (Hayward), cello (Pinder), sopraansax (Thomas). Al met al worden er drie-en-dertig verschillende instrumenten ingezet bij de sessies. We zijn met z’n allen min of meer net uit de Zomer der Liefde, mar de wereld is nog vol van liefde vrede, hippies en vooral veel vrijheid, al dan niet geestelijk. Dat laatste was het stokpaardje van psycholoog/schrijver Timothy Leary (1920-1996). Hij propageerde het gebruik van drugs, LSD met name, om de ‘geest te bevrijden’. Het hulpmiddel kon, volgens hem, ook gebruikt worden bij therapeutische behandelingen. Beroemd is zijn uitspraak: “Turn On, Tune In, Drop Out”. Leary’s visie was populair in de muziekwereld, bands als The Beatles, The Who, Pink Floyd, Ash Ra Tempel maakten songs over hem of werkte met hem samen. Ook kwam hij voor in de musical Hair. Pinder schreef ‘Legend of a Mind’ over Leary: "Timothy Leary's dead. No, no, no, no, he's outside looking in" Het stuk zingend werd de Mellotron flink ingezet en de grens van het apparaat flink opgerekt. De vrijheid komt ook terug in de Indiase sfeer, een sfeer (mind-body-spirit) die rond 1968 opgang doet. Met de Oriëntaalse klanken van sitar, tablas en tambura gaan The Moody Blues mee richting het oosten. Het is een van de kenmerken van de zogenaamde geestverruimende, psychedelische muziek.
Er werd veel opgenomen voor een nieuw album, maar niet alle songs waren passend. Een vijftal: ‘What Am I Doing Here?’; ‘King and Queen’; ‘Gimme a Little Something’; ‘Long Summer Day’s’ en ‘Please Think About It’ haalden het album niet. Het vijftal kwam terecht als een soort bonus op ‘Caught Live + 5’ (1977). Dat zijn de +5 dus.
Ondertussen mocht de band verhuizen naar Decca’s grotere en betere Studio One, een studio met maar liefst een acht-sporen recorder. Daarmee kon de complexe muziek veel beter ‘gevangen’ worden. Alle inzet en experimenten resulteren in het album ‘In Search of the Lost Chord’ (1968). Het is opnieuw een thematisch album met als kernbegrippen: zoeken, ontdekken, geestelijke ontwikkeling, bewustzijn en een scheutje filosofie. Net als ‘Days of Future Passed’ begint het album met een gedicht. De thema’s zijn te vinden in de diverse titels: ‘Dr. Livingstone, I Presume’; ‘House of Four Doors’; ‘Voices in the Sky’; ‘Visions of Paradise’; ‘The Best Way to Travel’ en het al genoemde ‘Legend of a Mind’. Met alle instrumenten, veel overdubs, tapeloops, samenzang en geluidseffecten werd ‘In Search of the Lost Chord’ een minstens net zo spannend en intrigerend album als het vorige. Dat vond het publiek ook, het steeg vrij snel naar een vijfde plek in de Engelse albumlijst. De twee singles met daarop ‘Ride My See-Saw’ en ‘Voices in the Sky’ hadden weinig succes, de laatste alleen kwam in Engeland tot een 27e plek. Erg? The Moody Blues waren inmiddels toch meer een ‘album-band’ geworden.
De opvallende hoes werd gemaakt door Phil Travers. In overleg met hem werd de visie van de band weergegeven in die prachtige, surrealistische hoes. Het beviel zo goed dat Travis voorlopig de hoezen zou blijven maken. Met name de hoezen waren een belangrijk onderdeel van de presentatie van de muziek van The Moody Blues naar de buitenwereld.
‘In Search of the Lost Chord’ werd in 2018, ter ere van de vijftigste verjaardag, uitgebracht in een luxe doos met daarin maar vijf(!) cd’s. Daarop outtakes, live-opnames (o.a. voor de BBC), nieuwe stereo-mix, 5.1. surround sound mix en als vijfde schijf een dvd met daarop beelden van optredens uit deze periode. The Moody Blues zijn te zien in het Franse programma’s ‘Ce Soir On Danse’ en ‘Carte D’Or en het Engelse ‘Colour Me Pop’. Zeker in de tijd van nu, vaak alleen om nostalgische redenen, mooi om te zien.

The Moody Blues waren nu zo populair dat ze werden uitgenodigd om in Tsjecho-Slowakije te komen spelen. Dat was heel bijzonder, omdat dat land toen nog achter het ‘IJzeren Gordijn’ zat en daarmee nauwelijks toegankelijk was voor ‘westerlingen’. Op persoonlijke uitnodiging van de wat vrij denkende president Alexander Dubcek mocht de groep een concert komen geven. Op de avond van het concert echter rolden Russische tanks de straten van het land binnen om de orde te herstellen. The Moody Blues werden met hulp van de ambassade en The Royal air Force ijlings terug naar huis gevlogen. Een avontuur dat niet in hun koude kleren ging zitten.
Veel tijd om te rusten hadden ze niet, want er volgde al snel een uitgebreide tournee door de USA. ‘In Search of the Lost Chord’ stond daar wekenlang in de albumlijst. Na afloop hadden ze een grote groep fans gemaakt. The Moody Blues was op dat moment een van de meest vooruitstrevende bands met een recent album dat omschreven wordt als ‘a work of rare brilliance’.

Met al het succes gaf Decca nu ruim baan aan de band om met een opvolger te komen. Met de inmiddels bekende bezetting, Clarke en Varnals en de band ging men aan de slag voor nog eens zo’n magistraal album. De diverse sessies zouden leiden tot ‘On the Treshold of a Dream’. Het album werd in april 1969 uitgebracht. Omdat ze de vrije hand kregen was er dit keer geen druk van nog-te-doen-tournees of optredens. De groep kon zich helemaal concentreren op de muziek en het opnemen daarvan. Het instrumentarium werd weer iets uitgebreid en wel met contrabas (Lodge), hobo (Thomas) en EMS VCS3 synthesizer (Thomas, Edge). De VCS3 was net op de markt en met zo’n 300 Pond een goedkope apparaat. Pink Floyd gebruikte het ook, net als Curved Air, Gong, Brian Eno en The Who. Op de drempel van de droom staand krijgen we eerst een gedicht te horen, ‘In the Beginning’. Nou ja, gedicht’, het is bijna een speelfilm maar dan zonder beeld maar wel met geluiden en stemmen. De droom opent met ‘Lovely to See You’: "Lovely to see you again my friend. Walk along with me to the next bend." Dat nummer wordt gevolgd door het relaxte ‘Dear Diary’ (lief dagboek), een song die opent met fluit en wordt gezongen met een iets vervormde stem. Live werd het een populair nummer. Oude lp-kant B opent met ‘Never Comes the Day’, het nummer dat ook op single gezet werd. Die single deed het ondanks, of juist daardoor, die oude bluesy mondharmonica niet heel goed. ‘Lazy Day’ is een opgewekt nummer. ‘The Dream’ vormt met ‘Have You Heard (parts 1 en 2) en ‘The Voyage’ één geheel. Het verhaal begint met een gedicht. ‘Have You Heard’ is zo’n heerlijk , typisch Moody Bluesnummer met akoestische gitaar, Mellotron en aangename zang. Een stuk experimenteler is ‘The Voyage’, met klassiek aandoende elementen en veel Mellotron, maar dan keert de relaxte ‘Have You Hear’ terug. We verdwijnen in de droom, net zoals we kwamen. In Engeland kwam het album terecht op de eerste plek in de UK Albums Chart, in Amerika tot 20 in de Billboard 200. Canada meldde zich aan met een 26e plek in hun lp-lijst. Een succesvol album dus opnieuw.
De mooie hoes was net als de vorige van Phil Travers. Een luxe hoes met in het hart van de klaphoes een boekwerk van twaalf pagina’s met daarin foto’s en de songteksten. Thomas: “We had a huge battle with Decca over that sleeve. They were concerned that it would increase the cost of the sleeve by two pence an album. We were originally told by the head of production that if the album was as good as we said it was, it could be housed in a brown paper bag.” Dat was op zichzelf ook een stunt geweest, maar ondanks alle bezwaren kwam het album er toch in de gewenste uitvoering. Dat het op de eerste plek kwam moest Decca ook aan het denken zetten, toch?
Hoe het eruit zag is te zien in de ‘remastered cd-versie’ van 2008. Op die cd staan maar liefst acht bonustracks, andere versies en enkele BBC-opnames.

The Moody Blues waren met het laatste album “all over the world”, ze werden gedraaid op allerlei radiostations in Europa en Amerika, voor de stations van de ‘Allied Forces’ en zelfs te horen in het Verre Oosten en achter het IJzeren Gordijn. Het is dan ook niet heel raar dat de band hun populariteit nogmaals wilde verzilveren/vergulden met een nieuw album. In mei 1969 zat het bekende team en de groep opnieuw in de studio. Studio One wel te verstaan, want ze hadden bedongen dat dát hun werkstudio zou worden. Genoeg van de vele discussies over uitvoeringen van muziek en hoezen begonnen de Moodies naar analogie van The Beatles hun eigen platenlabel, ‘Treshold’. Natuurlijk genoemd naar hun meest recente album. De bedoeling was dat op Treshold eigen werk, maar ook werk van anderen uitgebracht zou worden. Decca zou zorg dragen voor de distributie. Ze hadden heel graag die ‘andere Mellotron-band’, bedoeld is hier King Crimson, op hun label gehad, maar dat ging niet door, wel die van hardrockband Trapeze. Maar het hele gedoe rondom het voeren van een label, de administratie en het geregel bleek niets voor de heren. Het was vooral vervelend werk dat niets met hun muzikale intenties te maken had. Treshold bestond niet lang in eigen beheer, het label werd ondergebracht bij de stal van Decca. Ondanks alle geregel en gedoe hadden ze daarmee toch een extra stukje vrijheid gewonnen.

Beïnvloed door de eerste maanlanding en de eerste stap op de maan ging het nieuwe album richting de toekomst, de ruimte. ‘To Our Children’s Children’s Children’ (november, 1969). De achter-achter-kleinkinderen dus. Het idee achter die titel was dat het album als een soort tijdcapsule ‘verstopt’ zou worden en door die latere generatie ontdekt zou worden. Na beluisteren zouden die mensen een klein overzicht van een periode kunnen horen en zien. Enkele ‘clous’ waren verborgen in de afbeelding in de binnenzijde van de hoes; een hoes die opnieuw gedaan was door Phil Travers. En natuurlijk was de techniek van Varnals en de productie van Clarke.
Voor de openingstrack ‘Higher and Higher’ vroegen en kregen ze daadwerkelijk van NASA het opgevraagde geluid van het opstijgen van een Saturnus V raket. Alleen klonk het voor geen meter, dus deden ze het in de studio maar over. Het verwachte gedicht komt inderdaad, maar iets verderop in het nummer. Het tweedelige ‘Eyes of a Child’ is een typisch Moody Blues nummer met akoestische gitaar, basfluit, zang en op de achtergrond een melodische Mellotron. ‘Watching and Waiting’ werd de beoogde single, maar die deed het, net als de vorige, niet heel erg best. De bedoeling van dit nummer was een reprise van ‘Nights in White Satin’. Iedereen vond het een geweldige opvolger, alleen het publiek dacht daar anders over. Hetzelfde publiek was wel enthousiast over ‘Gypsy (Of a Strange and Distant Time)’. Het nummer van Hayward werd niet op single gezet, maar werd al snel een publiekfavoriet. Met een tweede plek voor ‘To Our Children’s Children’s Children’ in de albumlijst bewees de band eigenlijk geen singles nodig te hebben. In Amerika kwam het album tot een 14e plek.
Het ‘space-thema’ was de astronauten bij NASA niet ontgaan. ‘To Our Children’s Children’s Children’ ging op cassette mee naar de naam met de vlucht van Apollo 15 (1971). Denk nog even terug aan het begin van dit verhaal, waar hetzelfde gebeurde met de ‘Negende Symfonie’.

The Moody Blues gingen opnieuw op tournee, speelden bij de BBC (opnames bij de bonus van de remaster cd-versie in 2006) en traden in de zomer, nog voor het uitbrengen van het album, op tijdens het Isle of Wight Festival (1969). Opnieuw ging de band naar Amerika en stond daar op een festival in Palm Beach met King Crimson, Ten Years After, Iron Butterfly, The Rolling Stones en Janis Joplin. Een mini-Woodstock bijna.
In December stond de band, thuis, in Royal Albert Hall. De show werd opgenomen, maar kwam pas in 1977 op de markt als ‘Caught Live + 5’; een dubbel-lp met drie kanten livemuziek en één kant ‘restwerk’.

Er lag meer succes op de loer, een kwestie van balans zal ik maar zeggen. Die balans slaat vooral op het feit dat de muziek die The Moody Blues in de studio zo zorgvuldig opbouwde, live niet altijd op die manier overkwam, er moest altijd ingeleverd worden. Tot nu toe was dat geen onoverkomelijk bezwaar gebleken, vaak is het toch de sfeer die de muziek bepaalt en niet de techniek. ‘A Question of Balance’ (1970) werd met de gedachte hierboven een veel ‘directer’ album, daarbij wilde de groep iets minder de psychedelische kant op. Maar dan hadden ze beter niet de prachtige infraroodfoto in de binnenhoes kunnen gebruiken. Ach, we kennen de band immers.
‘A Question of Balance’ (1970), opnieuw in een passende hoes van Travis, begint al meteen met een sterk nummer: ‘Question’. Dat werd dan ook op single gezet. Het album kwam in Engeland tot de eerste plek in de albumlijst, in Amerika tot de derde. De single kwam tot de tweede plek in de Engelse ‘single chart’ en tot 21 in de Billboard Hot 100. Opvallend is de hoge positie van het album in Denemarken: een zevende plek. Een ander populair nummer werd ‘Melancholy Man’ wel vaak gevraagd. Het nummer was in Frankrijk uitgebracht en kwam daar tot de eerste plek!
Rondom de hoes ontstond een kleine rel. Travis had op de achterkant ontdekkingsreiziger John Snell afgebeeld, inclusief helm, jachtgeweer en olifant. Snell was daarvan niet gediend en liet dat weten via zijn advocaat. Eventueel zou een rechtszaak volgen. Travis bewerkte de hoes door de man zonder helm af te beelden en hem het bekende zwarte balkje te geven. Decca’s Amerikaanse divisie, London Records, vergat deze wijziging even en opnieuw volgde een dreiging van Snell.

The Moody Blues stond in augustus 1970 als hoofdact op het inmiddels jaarlijkse Isle of Wight Festival, naast acts als The Who, Jimi Hendrix, The Doors en Miles Davis. Een festival met zo’n kleine 600.000 bezoekers. Wat de band lange tijd niet wist is dat hun opreden gefilmd en opgenomen was door ene Murray Lerner. Bij het contact van Lerner om de beelden en muziek uit te brengen was men blij verrast. Er waren nauwelijks beelden van de band uit de beginperiode en rond 1970 speelde de groep op de top van hun kunnen. De tweede documenten, cd en dvd, zijn een mooie aanvulling op het werk uit deze periode, vooral omdat de band afwijkt va de originele songs. Hayward: “The band had started to fiddle around with the songs and het away from the original recorded versions.” Het maakt het verhaal alleen maar boeiender.

In het najaar was de band opnieuw in Amerika voor een grote tournee, maar er kwamen wat haarscheurtjes in de constante beweging die er tot nu toe geweest was. Thomas viel na een optreden van het podium brak twee tanden en zijn fluit, Hayward kreeg een gezwel op zijn stembanden en mocht enkele weken niet zingen.

Eind van het jaar was iedereen weer in “full swing” en opnieuw present in de studio voor een volgend album: ‘Every Good Boy Deserves Favour’ (1971). Het principe van de ‘eenvoud’ was goed bevallen en werd doorgetrokken naar dit album. Het album begint met ‘Procession’; het enige nummer van The Moody Blues dat geschreven is door de hele band. Het draait rondom het themaatje van de geschiedenis van de muziek met als kernwoorden: afzondering, creatie en communicatie. Een flinke mondvol dus. En dat alles leidt naar ‘The Story in Your Eyes’, de tweede track en de keus voor de single. Een beetje in bekende ‘stijl’ deed die single weinig, het album echter kwam in Engeland en Denemarken op één, in de Billboard 200 op twee. Natuurlijk volgde er weer tournees, de zalen werden steeds groter. Het Amerikaanse slotstuk met in het voorprogramma Trapeze, vond d plaats in Carnegie Hall.
In de titel van de hoes zit een muzikaal grapje verwerkt, het zijn de muzieknoten van een akkoord, E-G-B-D-F, die in ‘Procession’ gebruikt worden. De reeks wordt gebruikt in een van de eerste muzieklessen die kinderen kunnen krijgen.
Altijd alleen maar bergop gaan, iets dat The Moody Blues, tot nu toe inderdaad alleen maar gedaan hadden moet een keer leiden tot een terugval. Met ‘Every Good Boy Deserves Favour’ was de groep op de top van de berg beland, maar dan komen de vragen. “zijn we nog goed bezig?” ‘gaan we zo door of gaan we iets anders doen?” en ook “Wat willen we nog?” Hayward noemde ‘Every Good Boy Deserves Favour’ een album waar de band zoekende was: “It is a bittersweet record that pointed the direction of the next album which was a full stop.”

Onder druk van het succes trok de band zich terug in de studio die gebouwd was in de garage van Pinder. De groep die in elke, luxe studio waar ook ter wereld had kunnen werken, zat in een garage, terug bij af. Maar er was meer, de band was zolang met elkaar opgetrokken dat het nodig was even afstand te nemen, bovendien was iedereen moe, “prisoners of our own succes”. Desondanks ging men toch door met als resultaat opnieuw een succesvol album: ‘Seventh Sojourn’ (1972). Een album, net als de band, een beetje terug naar vroeger, met veel meer studio-inbreng en geluidsstapeling dan de vorige twee albums. Pinder had inmiddels de Amerikaanse variant van de Mellotron ontdekt, de Chamberlin. Hij vond die beter, luider en makkelijker te hanteren. Dat werd nu zijn hoofdinstrument. ‘Seventh Sojourn’ is, naar analogie van de terugkerende beweging, thematisch opgezet met als leidraad allerlei politieke, maar ook persoonlijke aangelegenheden. De single ‘I’m Just a Singer in a Rock and Roll Band’ was een directe reactie op het feit dat fans allerlei ‘waarheden’ uit de teksten meenden te moeten destilleren en/of voor meer ‘waar’ aannamen dan ze waren. ‘Isn’t Life Stange’, het laatste nummer van lp-kant A stelt die vraag al gewoon. Het werd de tweede single van dit album. Grappig is dat rondom de release van het album en de singles het oude nummer ‘Nights in White Satin’ opnieuw uitgebracht werd en het zelfs beter deed! Even op een rij: het album werd 5e in Engeland, eerste – vijf weken lang - in Amerika, vierde in Denemarken. De twee singels kwam niet verder dan een twaalfde plek. ‘Nights in White Satin’ werd tweede in Amerika, hun grootste hit ooit, en negende in Engeland.
Net als alle albums hiervoor maakte Travis de hoes, maar vergeleken met zijn vorigen is het met een bijna gewone foto van een rotskust met zee nogal een afwijkende. Totaal verdwenen is het surrealistische. Misschien had het te maken met het ontstaan van het album. Dat duurde lang en was een kleine lijdensweg, niemand had nog plezier, men was simpelweg apathisch. Ook al verliepen de contacten onderling plezierig, het was duidelijk dat de Moodies samen misschien wel geen album meer samen zouden maken.

Desondanks begon men, misschien tegen beter weten in, toch met schrijven van nieuw werk, zoals ‘Island’, maar al snel werd duidelijk dat dit het niet ging worden. De song kwam terecht op de remaster-cd in 2007. De opnames werden nu voor onbepaalde tijd uitgesteld. De lange tournee, bijna de hele wereld over, na ‘Seventh Sojourn’ ging echter wel gewoon door. Het was een ware triomftocht. Tickets voor de grootste zalen waren in de kortste keren uitverkocht. The Moody Blues waren in 1972 “world’s best selling group”. De band vloog in een eigen Boeing 707 met alle luxe en meer, maar de heren in het vliegtuig waren minder enthousiast. Dit begon uit de hand te lopen en had weinig meer te maken met datgene wat ze voor ogen hadden. Aan het eind van de tournee kondigde Pinder aan ermee op te houden en de band te verlaten. Alle begrip. Iedereen stortte zich nu op solowerk.

Om het gat op te vullen bracht Decca/Treshold een verzamelalbum uit: ‘This Is the Moody Blues’; een dubbel-lp met alle hoogtepunten. Zelfs dit album kwam tot een 14e plek in de Engelse lijst en een elfde in de Amerikaanse.
Het tweede pauzealbum werd, tegen de zin in van de band, uitgebracht: ‘Caught Live + 5’ (1977). Het is de al eerder genoemde show in Royal Albert Hall (1969), aangevuld met de eerder genoemde vijf niet eerder uitgebracht/ongebruikte tracks. Het album werd geprezen als “a knockout victory for progressive pop” (muziekrecensent Jack Scott), maar het geluid klonk nogal mager en komt, qua songs, ietwat ‘verouderd’ over. Misschien niet heel vreemd dan ook dat het niet in de Engelse albumlijst terecht kwam. Wel in de Billboard 200 (26e). Mr. Travis bleek niet meer present of gewenst, de hoes voor dit album bleek gemaakt door Hipgnosis, de Pink Floyd-hoezenmakers bij uitstek. Eerlijk gezegd vind ik dit een van hun mindere hoezen, iets teveel informatie en plaatjes, tegenover die prachtige lege hoezen waar ze bekend om staan.

Met het live-album is de periode voor dit verhaal voorbij. Rob Chapman schreef in the Guardian: “Despite the critical disapproval, the best of the Moody Blues music between 1967 and 1970 possessed grace and beauty. Like the Beatles, they understood how pop songs worked as ensemble pieces. None of them were particularly virtuosic or showy as musicians and their music is refreshingly free of the noodling long[u]eurs that characterised the output of their more self-indulgent contemporaries." (citaat: Wikipedia). Daar ben ik het helemaal mee eens.

Ja, er komt nog één album met Pinder, als gastmuzikant – hij woonde inmiddels met zijn gezin in Amerika - en hij is slechts op een aantal songs aanwezig: ‘Octave’ (1978). Maar ‘Octave’, een octaaf, weer een muzikaal woordgrapje, klinkt anders. Ik zou bijna zeggen moderner, minder ‘moody’. Het geluid is meer synthesizer gericht en er zijn echte strijkers te horen. De keus voor wat meer rechtlijnige aanpak lijkt in de tijd van punk en het opkomen van nieuwe muziekstromingen logisch, maar je levert er wel iets voor in. Dat gold zeker voor het ‘zesde lid’ van de band. Vaste producer Clark was met meningsverschillen aangaande dit album aan de kant gezet. De groep kreeg met ‘Octave’ een schare nieuwe fans erbij. Dat is fijn voor ze, want er begonnen mensen, zoals ik, af te haken. Pinder werd vervangen door de Zwitser Patrick Moraz 91947- /keyboards, ex-Refugee en ex-Yes). Met hem in de groep start een de derde fase/periode van de band. The Moody Blues bleef albums maken en optredens verzorgen, maar langzamerhand vielen de oude leden weg. Door, zoals Pinder te kiezen voor een eigen leven buiten de band, of, zoals bij Thomas, wiens fluitspel niet meer paste in de tijdgeest en wiens rol langzamerhand gereduceerd werd tot achtergrondzanger. Later werd zelfs diens bijdrage ‘gewist’. In 2002 trok hij zich dan ook terug, in 2018 overleed Thomas. In hetzelfde jaar werd The Moody Blues geheel terecht opgenomen in ‘The Rock and Roll Hall of Fame’.
In 2007 worden alle opnames die voor de BBC gemaakt zijn op 2cd’s uitgebracht: ‘Live at the BBC 1967-1970’. Net als de ‘Isle of Wight’ set een goede én mooie aanvulling op het œvre van de groep. Zeker live is de band, ontdaan van alle studiotechniek, zeker de moeite waard gehoord te worden. Dan merk je dat ze hun muziek, de essentie daarvan, echt kunnen overbrengen. De groep werd niet voor niets zo populair.

Achteraf wordt de periode hierboven beschreven, door de meesten, zelfs door de bandleden zelf, als de ‘gouden periode’ gezien. De tijd met de mooiste muziek, de grote successen. Het was een avontuurlijke periode, soms, net als de hoezen, een tikkeltje surrealistisch. Hayward “We were singing about what we were, about our lives. We had nothing to do but music. We were serious about that and ambitious boys. We were living the music which we were playing every day.” The influence that was coming through our music was right for the time. We weren’t a complete rock and roll band. The Who had that covered just brilliantly. Jimi had his own thing, Leonard Cohen had the folky thing going. We were right down that middle line between England and America.” Dat deden ze goed. Alleen dat al is een feit om trots op te zijn, daarmee werden ze de bron voor symfonische rock, progressieve rock, progrock, wat dan ook rock, een stroming die tot op de dag van vandaag leeft en spannende, boeiende en vooral verhalende muziek maakt. Zonder die ‘moody’ Mellotron was dat misschien allemaal niet gelukt, isn’t life strange?