logo van The Lemontree
supertramp

Met een omweg naar huis

omschrijving afbeelding

Er zijn weinig Engelse bands die bij de start de steun krijgen van een Nederlandse miljonair. Supertramp kreeg die wel, maar nadat succes uitbleef trok hij zich terug. Bijzonder is dat de band daarna de eerste hit kreeg.

Supertramp werd bekend door ‘Dreamer’, maar in Nederland had iedereen het alleen maar over ‘School’.

Nadat Roger Hodgson, een van de twee componisten/zangers, de band verliet was Supertramp zichzelf niet meer. Desondanks maakte de groep nog een paar goede albums. Maar er ontbrak iets…

Lees hier het verhaal van een Engelse groep die naar Amerika verhuisde om daar succes te halen met een ontbijtje.




John Andrews and The lonely Ones is een Engelse groep. Opgericht in 1961 door John Andrews (zang, basgitaar) en Noel Redding (gitaar). Redding vertrok na enige tijd om in een andere groep te spelen en kwam vervolgens terecht bij Jimi Hendrix als bassist. Een korte tijd speelt ook Jim Leverton (bas) in The Lonely Ones, maar die ging verder met Geoff Richardson (vooral bekend van Caravan. In 1966 bestaat de band, naast Andrews uit: Trevor Williams (gitaar, zang), Keith Bailey (drums) en Steve Jollife (blaasinstrumenten). Jollife komen we in verschillende bands tegen, waarvan de meest opmerkelijke is Tangerine Dream (album: ‘Cyclone’, 1978). Nieuw in de The Lonely Ones is Richard ‘Rick’ Rick Davies (1944- /keyboards). John Andrews and The Lonely Ones maakt in 1966 een single: ‘A Rose Growing In The Ruins’/’It's Just Love’, maar daar speelt geen enkel lid van de band op mee. Met Davies in de band wordt de naam veranderd in The Joint. Die groep neemt in Zwitserland muziek op voor een aantal films: ‘What’s Happening’, ‘Jet Generation’, ‘Der Griller’ en ‘Liebe und so Weiter’. Veel films van George Moorse. Succes blijft uit en Jollife vertrekt naar het conservatorium. Via Moorse komen ze in contact met Stanley August Miesegaes, “zeg maar ‘Sam’”. Miesegaes is een Nederlandse miljonair die in Versoix, even buiten Geneve, woont en wel wat ziet in de band. Hij besluit ze onder zijn hoede te nemen. In Geneve worden vervolgens de eerste opnames gemaakt. In München worden opnames gemaakt als soundtrack voor een film. Ook in Engeland worden opnames gemaakt. Al die opnames leken verdwenen, totdat ze na jaren weer opdoken. In 2006 worden die, met nog wat ander gevonden werk, op cd gezet: The Joint: ‘Freak Street’. De bezetting is niet op elke track hetzelfde. Op het album hoor je: Keith Bailey (drums), Martin Vinson (bas), Steve Brass (bas), Tony Catchpole (gitaar), Trevor Williams (gitaar, zang), John Andrews (zang) en Rick Davies (keyboards, drums). Het geluid is wat inconsistent, maar in de overwegend instrumentale stukken horen we een band die het best te vergelijken valt met The Nice. Prominent aanwezig is Davies’ orgel. Davies was in die periode enorme fan van het werk van klassiek componist Sergei Prokofiev. Ondanks alle inzet is het in 1969 voorbij met The Joint, maar blijkt het de opmaat voor Supertramp.

Miesegaes wil wel verder met Davies, die blijkbaar een goede indruk heeft gemaakt en volgens Miesegaes in The Joint niet volledig tot zijn recht kwam. Davies plaatst daarop een advertentie waarop Charles Roger Pomfret Hodgson (1950- /gitaar, basgitaar, keyboards, zang) reageert. Hodgson zat in een bandje met Reg Dwight, maar zocht iets anders. Reg Dwight kennen we beter als Elton John. Ondanks de verschillende achtergronden, milieu, jazz en blues versus Beatles, Lennon versus McCartney, matchen hun ideeën aardig, waarop ze besluiten een nieuwe band te beginnen: Daddy. Die verschillende achtergronden zouden overigens een steeds belangrijkere rol gaan spelen en uiteindelijk leiden tot het opstappen van Hodgson. Rick Davies was gek op blues en jazz en kwam uit de werkende klasse, Roger Hodgson volgde lessen aan privéscholen en hield meer van pop.

Daddy krijgt gezelschap van Richard Palmer-James (1947- /gitaar, zang, schrijver, later tekstschrijver bij King Crimson). Palmer-James, literatuurkenner, vindt de naam van de band niet zo, bovendien is er al een andere groep met een vergelijkbare naam: Daddy Longlegs. Davies en Palmer-James zijn op dat moment onder de indruk van het boek ‘"Autobiography of a Supertramp’ van R.E. Davies (niet gerelateerd). De naam van de band wordt daarom veranderd in: Supertramp. Vierde man wordt Keith Baker (1948- /drums, later bekender als drummer van Uriah Heep). Baker bleef niet lang en werd opgevolgd door voormalig acteur Robert Millar (1950- /drums). Hodgson die eigenlijk gitaar speelt is voorlopig de bassist van de groep.
In het begin spelen ze naast wat eigen werk vooral covers. Maar met drie schrijvers in de band, Hodgson, Davies en Palmer-James, groeit het eigen werk snel. Het Amerikaanse label A&M heeft inmiddels voet op Engelse bodem gezet en zoekt bands, musici. In die tijd werd vrij makkelijk een contract getekend. Supertramp is een van de eerste ‘acts’ die terecht kan bij A&M.

‘Supertramp’ (1970) is ook de naam van het eerste album. Het wordt alleen uitgebracht in Engeland en Europa. Pas zeven jaar later, als de band al bekend is, wordt het uitgebracht in Amerika. Doordat één track van het album ‘Surely’ lange tijd live gespeeld wordt zijn er releases van dit album onder die naam te vinden. De meeste teksten zijn geschreven door Palmer-James, maar niet met veel plezier. Later zou hij het omschrijven als ‘huis- of schoolwerk’ en het album als ‘naïef’. De muziek is vooral van Hodgson en Davies. Vanwege auteursrechten werd vastgelegd dat bij de composities beide namen genoemd zouden worden. Daardoor leek het of ze dat samen deden, maar in werkelijkheid werden de nummers vaak apart geschreven, al had de ander wel een kleine aanpassing hier of daar. Grofweg kun je zeggen dat degene die zingt, de componist van het stuk is. Nadat Hodgson de groep zou verlaten werden vaker de hun namen apart bij alle composities vermeld. Dan valt op dat de meeste hits van Hodgson zijn, niets ten nadele van Davies, die prachtige nummers schreef en dat na Hodgson’s vertrek ook zou blijven doen.
De pers vond het een aardig eerste album en reageerde overwegend positief, ook al schreven ze dat “de wijd meanderende klanken soms nogal pretentieus overkwamen”. Dat ‘meanderen’ was typisch voor de tijd en de zogenaamde ‘progressieve muziek’, lange, uitgesponnen thema’s met veel wisselingen en avontuur. Als je kijkt naar de tijden van de songs op het album geldt dat echter alleen voor ‘Try Again’ met zo’n twaalf minuten lengte. De meeste songs zijn een minuut of vier, vijf, dus eigenlijk viel het wel mee met dat ‘gekronkel’. Het publiek reageerde minder enthousiast, ook al trad de band op tijdens het ‘Isle of Wight 1970 Festival’.

Op het festival was de groep uitgebreid met een vijfde lid: Dave Winthrop (1948- /saxen, fluit). Maar het rommelde al snel. Palmer-James stapte op, ontevreden en lichtelijk gefrustreerd. Millar stapte ook op na een ‘verschrikkelijke’ tournee door Noorwegen. Hun vertrek betekende een kleine aardverschuiving in de band. Hodgson stapte over op gitaar, Davies, die na veel aanmoedigen van Hodgson was gaan zingen, kreeg de tweede stem in de zangpartijen, Hodgson en Davies moesten nu voor de teksten zorgen. Nieuw was Frank Farrell (1947-1997/bas, zang) en Kevin Currie (?/drums, percussie). In deze samenstelling werd het tweede album gemaakt: ‘Indelibly Stamped’ (1971); onuitwisbaar gemerkt. Op de hoes is het naakte bovenlichaam van een getatoeëerde vrouw te zien. Volgens kenners het lijf van ene Marion Hollier, die kort na het verschijnen van het album te zien was in het magazine ‘The People’. Hier lag niemand wakker van de hoes, in Amerika dachten ze daar anders over. Het album werd daar na uitkomen (1971) gecensureerd met twee gouden sterren over de tepels. Andere versies ‘vertalen’ de hoes naar zwartwit, waardoor wat ‘afstand’ ontstaat. De latere ‘remastered’ cd-versies hebben vreemd genoeg ook die zwart-wit-hoes. Ik heb er maar een kleurenprint overheen gedaan. Dat is toch iets authentieker.
Goed luisterend hoor je wat er aan zit te komen. ‘Your Poppa Dont’Mind’ en ‘Rosie had Everything Planned’ klinken al best als de toekomstige Supertramp. Het met ruime zeven minuten langste stuk, ‘Aries’, is dan wel weer zo’n meanderend nummer met vooral veel fluitwerk van Winthrop Een lekker zomerse track om te luisteren met de ramen open. ‘Times Have Changed’ is een bewerkte een ‘oude’ song van Palmer-James, maar die toen nog ‘Times of Rain’ heette.
Opnieuw was de pers positief en bleef het publiek weg. Het album verkocht ondertussen nog minder dan het eerste. Later maakte datzelfde publiek het overigens goed en werd het goud in Frankrijk en Canada.
Tijdens nauwelijks bezochte optredens in München vertelde Davies dat dit echte ‘rock ’n roll’ was, maar dat ze na afloop gelukkig vlees en aardappelen kregen. Daar dacht de nog steeds geld lappende sponsor, Miesegaes, heel anders over. Nu het succes uitbleef vond hij het wel welletjes en trok zijn handen van Supertramp af. Misschien had hij dat eerder moeten doen, want bij het derde album veranderde de situatie in het voordeel van de band. Maar dat ging niet zomaar.

Na het tweede album viel Supertramp uiteen, alleen Davies en Hodgson zagen nog perspectief in de band. Dat was marginaal, Hodgson stond bij wijze van spreken al met een been in India. Opnieuw gingen ze aan het zoeken naar nieuwe collega’s. Ze vonden er drie en dat niet alleen, die bleven ook de komende tien jaar. Daarmee werd Supertramp een volwaardige band. Douglas Campbell ‘Dougie’ Thompson (151- /basgitaar) had al een eerder, kort, met de groep gewerkt. Hij was in feite ook degene die ervoor zorgde dat ze toch doorgingen. Als derde lid kreeg hij de taak naar nieuwe musici te zoeken. Bij de audities voor een drummer werd de in Glendale, Californië geboren Amerikaan verkozen: Robert Layne ‘Bob’ Siebenberg (1949- /drums, percussie). Sienberg speelde op dat moment in een andere band: Bees Make Honey. In eerste instantie twijfelde Siebenberg, maar na het meemaken van een oefensessie wist hij het wel. Hier werd serieus muziek gemaakt en dat beviel hem. Zijn naam kwam in eerste instantie als een soort woordspel voor op de hoezen: Bob C. Benberg. Het was niet bepaald een grap, maar bedoeld om de Immigratiedienst te omzeilen. Siebenberg was naar Engeland verhuisd, omdat hij het klimaat daar aangenamer vond. Niet alleen het weer, maar ook de bands en de manier van drummen, die heel anders is dan in Amerika.
Het vijfde lid werd John Anthony Helliwell (1945- /saxen, klarinet). Hij speelde, net als Thompson enige tijd in de Alan Bown Group. Meest bijzondere was dat Supertramp en de Alan Bown Group samen op diverse plekken gespeeld hadden, maar elkaar niet kenden. Helliwell was helemaal ‘into jazz’ en speelde in diverse jazzbands, vaak op plekken in Duitsland waar Amerikaanse en Engelse militairen hun basis hadden. Helliwell was onder de indruk van wat hij hoorde (‘From Now on’): “I thought Whoa, this is a really good tune, This is something different.”

Het vijftal trok zich terug op een boerderij in Southcombe, Somerset, om daar te oefenen en te werken aan een nieuw album. Davies en Hodgson schreven behoorlijk in de boerderij, veel songs kwamen terecht op het komende album ‘Crime of the Century’, maar ook nog op albums daarna. Hodgson: “There's a very deep bond, but it's definitely mostly on a musical level. When there's just the two of us playing together, there's an incredible empathy. His down-to-earth way of writing, which is very rock 'n' roll, balances out my lighter, melodic style." Daarbuiten hadden ze nauwelijks contact.

‘Crime of the Century’ (1974) is album nummer drie. Maar wat voor een. Opvallend op dit album is de prominente plek van de elektrische piano’s ’, Fender Rhodes en Wurlitzer. Samen met de hoge, wat geknepen stem van Hodgson, de veel zwaardere stem van Davies en het spelenderwijs toevoegen van sax- , klarinet- en fluitpartijen van Helliwell maakt dat Supertramp’s typische en herkenbaar geluid
Twee songs werden hits. ’Dreamer’ was dat vooral in Engeland met een 13e plek. De live-versie van het album ‘Paris’ (1980) kwam in Amerika tot in 15e plek, in Nederland tot een 36e en in Canada op de eerste! In Nederland hield men meer van ‘School’: “I can see you in the morning when you go to school. Don't forget your books, you know you've got to learn the golden rule, Teacher tells you stop your play and get on with your work… Don't do this and don't do that. What are they trying to do? Make a good boy of you. Do they know where it's at? Don't criticize, they're old and wise. Do as they tell you to…” Dat volgzame is on-Nederlands, misschien sprak het lied daarom wel zo aan. Dat inmiddels het onderwijs hier bijna net zo loopt houdt het nummer actueel; het keert dan ook jaarlijks terug in de Radio 2 Top2000 en circuleert daar rond de veertigste plek. Niet slecht, de single van het nummer verscheen pas in 1990 (!) en kwam toen tot de 38e positie in de Top40. De ‘grote’ hit ‘Dreamer’ staat ook in de Top2000, in 2019 was dat op de 515e plek.
‘Bloody Well Right’, de tweede hit, was dat vooral in Amerika. Grappig genoeg was dit de B-kant van ‘Dreamer’, maar de Amerikanen vonden de B-kant beter. De song kwam tot de 35e plek in de Billboard Hot100.
‘Crime of the Century’, het album, kwam op een 4e plek in de hitlijst in Engeland, 5e in Duitsland, 19e in Frankrijk en 25e in Nederland, 4e in Canada en 15e in Australië. Na twee opvolgend albums werd ‘Crime of the Century’ goud in Amerika (1977). Het muziekblad Rolling Stone noemt het album een van de “50 Greatest Prog Rock Albums of All Time".
Hodgson: “It’s an honest, autobiographical album because we wore our inner selves on it. And, in the end, I think that’s what people identify with.”

Ondanks het feit dat ‘Crime of the Century’ geen ‘conceptalbum’ is en dat ook nooit was loopt er wel een thema door het album, veel songs gaan over eenzaamheid en een zwakke/wisselende mentale gesteldheid. En ook al had Miesegaes zich had teruggetrokken, hij wordt alsnog bedankt, op de hoes is te lezen: “To Sam”.
Bij de rerelease op cd (2014), de veertigste verjaardags-editie, werd een tweede cd gevoegd met een concert, opgenomen in Hammersmith Odeon, Londen op 9 maart 1975. Het is een goed concert waar je kunt horen dat de band haar eigen werk live goed, met elan en enthousiasme kan vertolken. Het is dan ook een mooie aanvulling. Geluidstechnicus Russel Pope deed er alles aan om de band perfect te laten klinken, daarbij gebruik makend van een gigantisch hi-fi-systeem. Door de hoeveelheid appratuur was Supertramp niet meer geschikt als voorprogramma, nee, dan moesten ze maar de hoofdact zijn. Met het recente succes was dat niet heel moeilijk.
Helliwell, een beetje de gangmaker van de band, was de ‘host on stage’, maakte contact met het publiek en her en der een grap. De twee schrijvers bleven liever achter hun instrumenten zitten. De band speelde voor een achtergrond van zwarte, transparante gordijnen, waaroverheen een geweldige lichtshow geprojecteerd werd. Gezien de complexiteit van alles ging de hele handel naar Amerika in plaats van daar iets huren. De eerste concerten werden vooral bezocht door mensen die ergens ‘gratis tickets’ vandaan hadden, via radioshows, of via scholen en straathoeken. Het hielp, de mensen kwamen later terug, nu als betalend bezoeker.

Dan heb je succes en dan wil iedereen meer succes. Zo werkt dat. De druk neemt toe en de tijd af. Er zijn veel tournees en nauwelijks tijd om iets nieuws te produceren, toch wordt er een opvolger verwacht door zowel platenmaatschappij als publiek en die opvolger moet minstens net zo goed zijn. Gekke manier van handelen eigenlijk, toch?

De opvolger heet niet voor niets ‘Crisis, What Crisis?’ (1975). Zoals gezegd, veel tijd voor nieuw werk was er niet, gelukkig lag er nog meer dan genoeg op de plank van de sessie rondom ‘Crime of the Century’. Er was nog een geluk, maar eigenlijk was het pech. Hodgson had een verwonding aan zijn hand en kon daardoor even niet spelen. Het gaf iedereen de nodige ademruimte en Hodgson ruimte om iets te kunnen bedenken. De band was in Amerika en in A&M’s Studios in Los Angeles. Al snel bleek dat er alsnog niet voldoende materiaal was voor een heel album. Davies en Hodgson moesten nu snel aan de slag. Het was al met al haastwerk in een stressvolle tijd. Hodgson was kort na het uitbrengen van ‘Crisis, What Crisis?’ niet heel tevreden. Later dacht hij daar anders over en noemde het zijn favoriete Supertram- album.
De pers reageerde verdeeld op het album, maar het publiek was nu wel enthousiast met de Nieuw Zeelanders voorop met een 6e plek in de Albumlijst. In Nederland kwam het album tot de elfde plek, Canada 12e, Engeland 20e en Amerika 44e. Uiteindelijk haalde het album de platina-status in Canada en de gouden in Frankrijk en Duitsland. Hodgson mocht tevreden zijn. En A&M trouwens ook, ondanks het feit dat de singles van dit album het stuk voor stuk niet goed deden. Gelukkig maar, want in de wandelgangen van de burelen had men het over het album als ‘Budget, What Budget?’. Er was namelijk nogal wat geld in gepompt.

‘Even in the Quietest Moments’ (1977) met een heuse piano op een berg, overdekt met sneeuw, kwam ietsje rustiger tot stand, alhoewel… De meeste composities werden geschreven tijdens een soundcheck in Kopenhagen met Hodgson aan de piano en Davies achter de drums. Net als het vorige album werd het opgenomen in Amerika, Caribou Ranch, Colorado. ‘Give a Little Bit’, de eerste single werd een Top20 hit in Amerika en kwam tot de 29e plek in de Engelse hitlijst. De pers vond het album op sommige plekken ‘pretentieus’, maar melodischer dan het vorige album. De fans waren vooral weg van ‘Fool’s Overture’. Een wat langer, tien minuten, nummer van Hodgson dat live veelvuldig gespeeld werd. Klanktechnisch valt op dat de het geluid van de Wurlitzer elektrische piano op dit album compleet afwezig is. Wel is er de altijd prachtige Fender Rhodes, dat maakt alles goed. Natuurlijk was men nieuwsgierig naar de partituur op de piano onder de sneeuw. Je zou verwachten dat daar ‘Fool’s Overture’ zou staan, maar al snel werd bekend dat het ‘The Star Spangled Banner’ was; het Amerikaanse volkslied. De heren waren nogal weg van Amerika.
In zowel Nederland als Canada kwam het album op de eerste plek van de albumlijsten, in Nieuw Zeeland op de 2e, Noorwegen 3e, Frankrijk, 4e, Australië en Zweden 5e. Aan het eind van het jaar was het album platina in Canada, Frankrijk en Zwitserland, twee keer goud in eigen land en goud in Duitsland en de V.S. Je mag hiermee rustig stellen dat Supertramp populairder was dan ooit en dan moest het echt grote succes nog komen.

Want dat kwam er en wel met ‘Breakfast in America’ (1978). Ook die titel kwam niet uit de lucht vallen. Het klimaat had de band, tot ongenoegen van drummer Siebenberg die om diezelfde reden naar Engeland was verhuisd, naar Amerika gelokt. De hele groep woonde er nu. Maar niet alleen het klimaat. Davies wilde echt doorbreken in Amerika en dacht dat dat alleen kon door daar te gaan wonen en te gaan werken. Hodgson wilde er graag heen, omdat hij net terug was van een ‘spirituele reis’, vegetariër was geworden en in Los Angeles meer ‘healthy food culture’ vond dan in Engeland. De spanning tussen Hodgson en Davies was inmiddels aardig opgelopen. Verschillende visies, inzichten, maar ook compleet andere manier van leven en belangstellingen. De spiritualiteit van Hodgson was niet besteed aan de aardse Davies. Ze schreven dit keer apart van elkaar. Hun verschillen werd het ‘thema’ van het album. Hodgson: "We realized that a few of the songs really lent themselves to two people talking to each other and at each other. I could be putting down his way of thinking and he could be challenging my way of seeing life [...] Our ways of life are so different, but I love him. That contrast is what makes the world go 'round and what makes Supertramp go 'round. His beliefs are a challenge to mine and my beliefs are a challenge to his.” Het album zou eerste ‘Hello Stranger’ hebben geheten, maar dat was toch net ietsje té.
Om het geluid goed te krijgen zette Hodgson een camper neer naast de studio, zodat hij met de technicus elk moment kon gebruiken om het album bij te schaven, de juiste volgorde te bepalen en te letten op de details. Zijn tomeloze inzet heeft gewerkt. Het album werd en is het meest succesvolle van Supertramp tot op de dag van vandaag. En dan hebben we het niet alleen over het album, maar ook de singles. Het album kwam op de eerste plek van albumlijsten in: Australië, Canada, Nederland, Frankrijk, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Spanje, Duitsland én de V.S. In Japan en Zweden tot een tweede plek en in Engeland en Italië tot de derde. Dat leverde platina platen op in Frankrijk, Duitsland, Nederland, Engeland en Nieuw Zeeland, 4x platina in Amerika en maar liefst diamant in Canada. Bij de Grammy Awards werd het album beloond met twee Grammy’s: een voor de mooiste hoes en een voor het beste geluid. De groep was ook genomineerd voor ‘Album of the Year’, maar die Grammy ging naar het album ‘Sailing’ van Christopher Cross.
‘Breakfast in America’s’ hoes is een grappige, vind ik. New York uitgebeeld door allerlei, crème gespoten keukenspul met op de voorgrond een serveerster (actrice Kate Murtagh) als ‘Statue of Liberty’. Alleen dan niet met wetboek en vrijheidsvlam, maar met menukaart en glas sinas (?). Van de diverse singles van het album kwamen er twee, ‘The Logical Song’ (6) en ‘Take the Long Way Home’ !0) in de Billboard Top10, twee anderen, ‘Goodbye Stranger’ (15) en ‘Breakfast in America (62) in de billboard Top100. In het vaderland had Supertramp twee top10 hits met ‘The Logical Song’ (7) en ‘Breakfast in America’ (9). De enige top10 hits van de band ooit. ‘Breakfast in America’ was dan wel weer in hit in Canada: eerste plek!, overigens net als ‘The Logical Song’. Behalve ‘Goodbye Stranger’ waren dit allemaal Hodgson’s composities. Het titelnummer had hij geschreven toen hij zeventien was. Voor dit album opgezocht, afgestoft en bijgewerkt. Wie wat bewaard… ‘Take the Long Way Home’ vertelt iets over het ‘leven’ als topmuzikant: “And when you're up on the stage, it's so unbelievable, Oh unforgettable, how they adore you. But then your wife seems to think you're losing your sanity, Oh, calamity, is there no way out, oh yeah.” En iets verderop: ‘You never see what you want to see. Forever playing to the gallery. You take the long way home.”

Met al die Amerikanisme’s zou je langzamerhand denken dat Supertramp meer Amerikaans dan Engels was, maar dan vergis je je in de teksten en klankkleur. Supertramp was op en top Engels, maar blijkbaar vonden de Amerikanen (en Canadezen en Nieuw Zeelanders) dat erg leuk.
Ook de pers was dit maal tevreden, maar een deel van de achterban minder, zij vonden dat Supertramp te commercieel geworden was en meer een popband dan een progband. Nu is elke band per definitie commercieel, want iedereen wil wat geld verdienen met zijn werk en daar is niets mis mee. Als je met open oren naar de muziek luistert is ‘Breakfast in America’ in wezen niet veel anders dan de vorige albums. Ja ,het geluid is beter, maar voor echte ‘catchy popsongs’ zijn de meeste songs van Supertramp te lang en hebben teveel wisselingen en tempo en sfeer. Of lag het aan de net nieuwe ‘string-synthesizers?’
“Breakfast in America’ werd in 2010 uitgebracht als 2cd, met op de tweede cd live-werk; een verslag van de wereldtournee rondom dit album en opnieuw hoor je hoe goed de band live is.

De druk om een nog beter album te maken werd door het succes opgevoerd. Om van de ergste spanning te verminderen ging A&M over tot een beproefd recept: “we brengen een live-album uit.” En dat werd ‘Paris’. Een slim plan dat en passant extra succes opleverde. De opnames vonden vooral plaats in het ‘Pavillion de Paris’, een voormalig slachthuis, op 29 november 1979. Het album was gedoopt als ‘Roadworks’, maar ‘Paris’ klinkt dan toch heel wat aangenamer en meer vol beloften en sfeer. Live klinkt een band heel anders dan in de studio, met volk erbij is de muziek vaak net iets beter of puntiger of sfeervoller, wat dan ook. Ik hou van live-albums. Omdat het geluid van Helliwell’s orgel (hij voegde vaak live extra partijen toe) niet helemaal goed was werd dat deel overgedaan in de studio, overgedubt, de rest valt onder de noemer “what you hear is what you get”. Van de concerten in Parijs werden filmopnames gemaakt. De film verscheen later.
Aanvankelijk was het album vooral een uittreksel, later – na terugvinden van de mastertapes - volgden completere uitgaven tot de dubbel-cd mét film aan toe (2015).
‘Paris’ was zo populair dat het in Amerika meteen de gouden status verwierf. De live-single, ‘Dreamer’, werd een Top20 hit (15e). In Nieuw-Zeeland kwam het album op de eerste plek (platina), in Nederland 2e en Canada 3 (platina). In Engeland werd het zevende. De film werd een hit in ons land (1e), net als België en Zwitserland.

“Op het hoogtepunt is het onheil nabij.”. Het zou een gezegde kunnen zijn, maar in deze vorm bestaat dat (nog) niet. Vaak is het wel zo en zo ook bij Supertramp. Hodgson ontvlucht met zijn gezin de drukke stad voor een rustige plek in de bergen. Daar laat hij een huis mét studio bouwen en gaat aan de slag met een soloalbum met als werktitel ‘Sleeping with the Enemy’. Dat zegt misschien al iets over de sfeer in de band? Hoe dan ook de afstand is nu ook letterlijk groter en de samenwerking verloopt stroef. Het is dan ook niet heel vreemd dat Hodgson aankondigt na het volgende album op te stappen. Hodgson noemde het "a last-ditch attempt to try and make things happen".

‘… Famous Last Words… ’ (1982) is het gepaste afscheid. Niet alleen qua titel, maar ook qua hoesafbeelding. Het koord van de koorddansende artiest (Hodgson?, Davies?) wordt doorgeknipt… Dat knippen was daadwerkelijk al gebeurd voordat het album klaar was. Tot nu toe schreven Hodgson en Davies wel apart, maar was er steeds overleg tijdens de sessies en werden nummers bijgeschaafd. Dat was voorbij. Hodgson wilde verder op de weg van ‘Breakfast in America’, Davies wilde een iets steviger geluid en had daarbij ‘Brother Were You Bound’ meegenomen. Dat nummer paste niet goed bij de rest, de band besloot dat nummer maar even te parkeren. Nadat alle tracks af waren mixte Hodgson het album thuis af, omdat hij net een zoon had gekregen en daarom liever thuis was.
Ondanks, of dankzij, de spanningen in de band leverde het een succesvol album op. ‘… Famous Last Words… ’ kwam tot de vijfde plek in de Billboard Album lijst en kreeg snel daarna de gouden status. Dat gold ook voor Engeland, waar het album kwam tot de zesde plek. In Canada, Nederland, Frankrijk en Duitsland zelfs op de eerste plek. Van het album kwamen vier singles, waarvan ‘It’s Raining Again’, een Hodgson-compositie, het meest succesvol was met een zevende plek in de Billboard singlelijst. In Canada en Frankrijk tot een eerste plek. Nederland bleef met een zesde plek iets achter dit keer.

Na het album volgde een wereldwijde tournee, met aan het eind het afscheid van Hodgson. Die gaf aan dat het samenwerken met Davies wel lastig was, maar dat de echte reden om te stoppen met Supertramp was dat hij liever thuis bij zijn gezin was en graag een soloalbum wilde maken. Dat soloalbum kwam er inderdaad: ‘In the Eye of the Storm’ (1984). Drie jaar later gevolgd door ‘Hai’ (1987) en tot slot ‘Open the Door’(2000). Alle drie met matig succes. Daarna ging Hodgson met meer succes de wereld rond met zijn oude Supertramp-nummers.

Rick Davies ging ondertussen onverdroten door met Supertramp. Maar eigenlijk is dat hetzelfde als McCartney zonder Lennon, of Waters zonder Gilmour. Je hebt de antipool nodig om succesvol te zijn én ook vaak om beter werk te schrijven. Dat bleek nog niet meteen ‘Brother Where You Bound’ (1985), het achtste album van Supertramp, was nog redelijk succesvol, het kwam tot de 21e plek in de Billboard 2000 en de 20e in de UK Albums Chart. De single van het album, ‘Cannonball’, een lekker swingend nummer, tot een vierde plek in de categorie ‘Mainstream Rock Tracks; en zesde in de ‘Hot Dance Music/Club Play’-sectie. Het klopt, je kon erop dansen. Maar dat was het zo’n beetje. Nergens haalde het album de eerste plek, de hoogste positie was derde, In Frankrijk en vierde in Nederland. En dat ondanks de inzet van zwaar geschut, Pink Floyd’s gitarist David Gilmour op de titeltrack. Die track was van Davies en lag al klaar voor het vorige album, nu, uitgesponnen tot ruim zestien minuten. Het was de hoeksteen van het album. ‘Brother Where You Bound’ is geen slecht album, maar toch ontbreekt er iets. Het komt soms wat te gezapig over en ontbeert dat puntige.

Met de opvolger, ‘Free as a Bird’ (1987) gaat de tot viertal gereduceerde band een beetje terug naar de begintijd. Davies’ stem is mooi, maar als je die het hele album hoort mag er van mij wel wat variatie komen. Op ‘Free as a Bird’ staan nauwelijks lange tracks, de langste duurt bijna acht minuten. De terugkeer naar de oude sound hielp niet, helaas, het album sloeg niet aan. In Amerika kwam het niet boven de honderd, in Engeland tot de 93e plek. Eén single, ‘I’m Beggin’ You’ deed het alleen goed in de Hot Dance Music/Club Play-lijst en werd daar zelfs eerste.
‘Free as a Bird’ kreeg alleen een notering in Engeland, maar op een negende plaats. “Misschien was het het gebruik van elektronica en computers”, zo analyseerde men achteraf, of het gebruik van de vele gastmusici, waardoor de kern van de band wat minder coherent was? Of was het de ‘terug-naar-vroeger’ benadering? In ieder geval duurde het lang voordat er weer een studioalbum kwam. Wel was er wat livewerk en verzamelsets, genoeg om het publiek te blijven herinneren aan de naam.

De tournees gingen door, maar tijdens de optredens werden Hodgson’s tracks niet meer gespeeld. De band had een andere richting gekozen en dat moest hoorbaar zijn. Daarmee hadden ze buiten het publiek gerekend, dat was daar niet zo blij mee. De grootste hits bleken allemaal van Hodgson, maar als je die tijdens een concert niet te horen krijgt… Uiteindelijk kwamen de songs alsnog terug, echter mondjesmaat. Misschien hadden ze toen moeten stoppen of de band een andere naam moeten geven?
In 1993 was er een mini-reünie. Tijdens een diner ter ere van Jerry Moss, de ‘M’ van A&M Records, waren Hodgson, Helliwell en Davies present om twee songs te laten horen: ‘The Logical song’ en ‘Goodbye Stranger’. Het beviel zelfs en er werd nog wat samen gedaan. Dat resulteerde in twee nieuwe songs: ‘You Win You Loose’ en ‘And the Light’. Maar al snel waren de irritaties terug, nu gingen ze over het management. Exit Hodgson.

De twee nieuwe composities kwamen zonder Hodgson op het nieuwe album. Dat verscheen tien jaar na ‘Free as a Bird’ en dan ook nog eens met opnamen, gemaakt tussen 1988 en 1990. Oud werk dus eigenlijk, met een misschien al genoeg suggererende titel; ‘Some Things Never Change’ (1997). Davies verklaart het zo: "It's something to tie in with the title. In England people have tea at four o'clock and it doesn't matter where they are or what sort of social plane they're on, they will have that tea.” Maar je zou ook kunnen denken aan de muziek, die verder teruggaat qua geluid en in die zin een beetje blijft ‘hangen’. Een goed album voor de echte fans, want er wordt wel degelijk goed gespeeld en met de composities is niets mis. Som klinkt Davies al een Dr. John en soms klinkt de muziek zelfs als die van Dr. John. Maar, zoals ik al eerder opmerkte, het scherpe kantje is weg. Deels wordt dat opgevangen door de nieuwe gitarist, Mark Hart, te laten zingen, waardoor er weer een tegenwicht ontstaat, maar ja, Hart is geen Hodgson.
Sowieso is dit album ietsje minder pure Supertramp, want Dougie Thompson, de bassist is inmiddels ook opgestapt. Hij is vervangen door Cliff Hugo. Verder nieuw zijn Carl Verheyen (gitaar), Lee Thornburg (trombone, trompet) en Tom Walsh (drums, percussie). Daarmee is Supertramp een achtmansband geworden. Het album verkocht redelijk en haalde het nog tot een zesde plek in de Zwitserse albumlijst. Zowel in Amerika als Engeland kwam het album niet eens in een lijst. In Nederland kwam het tot een magere 83e plek.
Wat wel veranderde was de platenmaatschappij, A&M werd verwisseld voor EMI.

Na het album volgde een tournee, daarna werd het weer stil. In 2002 verscheen toch nog plotseling een nieuw en tot nu toe laatste supertramp album: ‘Slow Motion’ (2002). De bezetting is vergelijkbaar met het vorige album, met naast Davies, Helliwell en Siebenberg: Hart, Hugo, Verheyen en zoon Jesse Siebenberg (percussie). Het album was in Amerika alleen verkrijgbaar via mailorder. Opvallende track op het album is ‘Goldrush’, een compositie nog van Palmer- James uit de beginjaren en voor dit album wat bijgewerkt en aangepast. Opnieuw is ‘Slow Motion’ geen slecht album, er wordt goed gespeeld, de composities zijn goed, aangenaam om te horen, maar ze beklijven niet echt. Ik had ze meer gegund. Er kwam nog een livealbum en dat was het dan. Hodgson samen met Davies op de planken zat er niet meer in. Hodgson had nog een poging gedaan die richting, maar dat verzoek werd afgewezen. Davies: "I know there are some fans out there who would like that to happen. There was a time when I had hoped for that too. But the recent past makes that impossible. In order to play a great show for our fans, you need harmony, both musically and personally. Unfortunately that doesn't exist between us anymore and I would rather not destroy memories of more harmonious times between all of us."

Na 2011 trad Supertramp niet meer op. Hodgson deed dat wel met zijn ‘Breakfast in America Tour’. Een uiterst succesvolle tournee met veel hoogtepunten van zijn, Supertramp’s, werk. De pers wist voortaan wel waar Supertramp het vandaan had. In 2015 werd er een tournee aangekondigd van Supertramp, maar afgelast vanwege gezondheidsredenen van Davies. Die herstelde en lijkt voorzichtig weer wat bezig te zijn met muziek.
Een deel van de geschiedenis van de band is inmiddels gewist, want hun spullen, opgeslagen in een pakhuis van Universal, gingen in 2019 verloren bij een grote brand.

Een overzichtelijke en mooie terugblik van de carrière van Supertramp is ‘Retrospectacle – The Supertramp Anthology’ (2005) met werk uit de hele historie en zelfs twee nieuwe tracks uit de begintijd, de singel ‘Land Ho/Summer Romance’ (althans op de 2cd-versie). Tikkeltje wrang is dat dit overzicht het in thuisland Engeland beter deed dan alle andere albums van Supertramp: 2x platina! Dat is blijkbaar het grillige lot van een Engelse band met een bijzondere, Amerikaanse geschiedenis. Hebben ze toch die omweg naar huis genomen…