logo van The Lemontree

Rob en de Rhodes/Franken en de Fender

Als je de titel zo leest, zat het al in de namen besloten. Rob Franken kon bijna niet anders dan uitkomen bij de Fender Rhodes. Het was in de sterren geschreven of zoiets. Het is maar wat je gelooft of wil geloven tenslotte. Niet heel veel mensen zullen Rob Franken kennen en als, dán is het van de soundtrack van Turks Fruit. Daarover is elders op de LemonTree te lezen. Maar Franken deed meer, veel meer. Jammer alleen dat dat anno nu (2019) nog steeds niet of nauwelijks is vastgelegd. Er komt tergend langzaam verandering in, maar dan moet het toeval een handje helpen, want veel van zijn muziek is voor de Onwetenden van Geest.

Rob Franken was een Rotterdammer (1941). Hij stierf plotseling en veel en veel te jong in 1983 in ’t Harde. Twee-en-veertig jaar dus maar. Maar in die twee-en-veertig jaar zat hij allesbehalve rustig achter de piano. Franken was een musicus in hart en nieren en speelde wanneer en waar en met wie hij maar kon.

Franken leerde zichzelf piano spelen en begon als pianist bij Esther en Abi Ofarim. Voor de jongeren onder ons: ‘Esther & Abi Ofarim was een Israëlisch folkduo uit de plaats Safed. Artiestennamen zijn dat, want eigenlijk heetten ze: Esther Zaied (1941- ) en Abraham Reichstadt (1937-2018). In 1964 hadden ze een minihit in Nederland met het nummer ‘One More Dance’. Het duo is vooral bekend van hun hit ‘Cinderella Rockefella’ uit 1968. Esther en Abi, die met elkaar getrouwd waren, gingen in 1969 uit elkaar en scheidden in 1970. Beiden gingen daarna solo.’ Korte versie hier, het hele verhaal is leuker. (bron Wikipedia).

Folk, beat of pop was minder Franken’s ding dan jazz. Hij speelde dan ook in een trio met de Duitser Klaus Weiss. Weiss (1942-2008) is een drummer die speelde in het Klaus Doldinger Kwartet en wordt gezien als een van de drie belangrijke drummers in de Duitse moderne jazz. Die andere twee zijn Ralf Hübner en Joe Nay. Nay speelde een hele tijd met de Nederlandse pianist Jan Huydts in zijn band ‘Blue Note’. Bassist in die groep was Peter Trunk. Huydts komen we later in dit verhaal weer tegen.

In 1967 zet Franken een eigen jazzkwartet op: ‘Organ-Ization’. In de organisatie treffen we aan: drummer Louis Debij, gitarist Ingo Cramer en bassist Piet Hein Veening. In het kwartet speelt Franken piano, Hammondorgel en later de prachtige Fender Rhodes elektrische piano. Twee tracks van deze groep zijn te horen op de verzamelcd’s ‘Dutch Rare Groove, Vol. 1 (2005) en Vol. 2 (2008).

Franken had als een van de eersten in ons land het Hammondorgel onder controle, want dat was een beest van een instrument. Later voegde hij een ARP-synthesizer en Clavinet toe. Hij was de troepen ver vooruit en onderzocht tot het uiterste de mogelijkheden van een instrument. Maar die Fender Rhodes was uiteindelijk echt zijn instrument; hij was de eerste in Nederland die er een had. Wie zou daar nu niet voor vallen?

Hier maken we even pas op de plaats voor het inmiddels verloren gegane ‘aanschouwend onderwijs’. De ‘Rhodes Piano of ‘Fender Rhodes’ of kortweg ‘Rhodes’ is in feite een ‘gewone’ elektrische piano. Harold Rhodes (1910-2000) was de bedenker ervan. Hij speelde piano en gaf pianolessen om geld te verdienen. Daarmee ging hij door tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij bedacht een methode om bedlegerige, gewonde soldaten piano te laten spelen, zowel als ontspanning en als methode om de opgelopen stress en geestelijke schade te verhelpen. Daarvoor had hij een kleine piano laten bouwen. Die was zo gebouwd dat hij in bed liggend gespeeld kon worden. Voor het materiaal gebruikte hij lichte materialen uit oude of kapotte vliegtuigen. Aan het eind van de oorlog ontving hij een medaille voor zijn inzet. Het hielp mee om de productie op te zetten van een nieuw, elektrisch model, de ‘Pre-Piano’.

Bij een klassieke piano slaat een hamertje tegen een snaar. Daarom worden piano’s ook wel eens gekscherend ondergebracht in de percussiesectie. Bij elektrische piano’s slaat het hamertje tegen een metalen plaatje. Die plaatjes worden versterkt middels een elektromagnetisch element. Het geheel wordt aangesloten op een externe versterker en speakers.

In 1959 ging Rhodes een samenwerking aan met Leo Fender (1909-1991). Fender is vooral bekend van de gitaren. Fender hield niet van de hoge tonen van de Pre-Piano en stelde voor een andere piano te maken met alleen de onderste 32 noten. De meeste piano’s hebben er 88. De 32-toetsen piano ging het leven in als ‘Piano Bass’. Het bouwmodel was uiteindelijk de voorloper van de Fender Rhodes piano. In 1965 kocht CBS de hele handel. Rhodes ging mee en bouwde vervolgens de eerste Fender Rhodes; een elektrische piano met 73 toetsen. Het instrument bestond uit een pianodeel en een deel met versterker en speaker. Later volgde een versie met 88 toetsen.

In 1970 werd de stage-versie gebouwd, de MK 1. Iets lichter, makkelijker draagbaar en een versie met 73 toetsen. Het jaar daarvoor was het hout van de hamertjes vervangen door aluminium. De MK2 had alleen cosmetische veranderingen. De derde versie was een ongeluksversie: de MK3 was half piano en al half synthesizer. Eenmaal in gebruik bleek het de TV-ontvangst rondom het apparaat behoorlijk te storen. Daarbij was de nieuwe generatie synthesizers toen al een stuk beter. De MK4 was vooral terug naar de drie, maar de opkomst van allerlei synthesizers deed de Rhodes geen goed. De laatste Rhodes was de Mark V (1984). Het bedrijf werd verkocht aan de Japanse Roland. Die maakte tot afgrijzen van Rhodes wel piano’s onder de naam Rhodes, maar die weken in alle opzichten af van een échte Rhodes. In de jaren negentig (vorige eeuw) beleefde de Rhodes een muzikale opleving en kocht Harold Rhodes in 1997 de rechten terug. Helaas overleed hij drie jaar later. Zijn nieuw opgericht firma, RMC – Rhodes Music Corporation – bracht in 2007 de Rhodes Mark 7 piano op de markt. Eigenlijk een ‘oude’ Rhodes, maar nu in een kunststof omhulsel. Kenners zien de MK1 als de échte Rhodes. Als er een in goede staat op de markt komt wordt er grof geld voor gevraagd én betaald.

De Rhodes, vooral die oude dan, werd erg populair in zowel jazz- als popmuziek. Het komt waarschijnlijk door de heel typische en eigen, mooie, heldere klank. Die gaat eerder richting vibrafoon of buisklokken dan richting piano. Maar dan wel een vibrafoon van glas. Het zweverige geluid na het aanslaan maakt het zowat een hemels gebeuren. De mannen (vooral die) vielen dan ook bij bosjes: Herbie Hancock. George Duke, Joe Zawinul (In a Silent Way, Bitches Brew) en Chick Corea. In de popmuziek komen we onder vele anderen tegen: Stevie Wonder, Billy Preston, Ray Manzarek (die van The Doors met vooral ‘Riders on the Storm’), Donald Fagen (Steely Dan).

Volgens het bij u natuurlijk welbekende Music Radar Magazine (?) is Billy Preston ‘The Ruler of the Rhodes’. Daarbij wordt verwezen naar zijn bijdrage aan de Beatles-hit-single ‘Get Back’ (1970). Ik denk daar heel anders over, mijn ‘ruler’ is toch echt onze eigen Rob Franken. Een goede tweede plek is voor George Duke en eigenlijk mogen we die andere onbekende, bekende Nederlandse pianist Jasper van ’t Hof hier ook niet vergeten. Luister vooral eens naar zijn oude werk, of zijn bijdragen voor Pierre Courbois’ ‘Association PC’ en Chris Hinze’s ‘Combination’.

Franken kwam terecht bij een prettige zuiderbuur, Jean ‘Toots’ Thielemans. Een klein tipje van hun samenwerking is te horen op der soundtrack voor de film Turks Fruit. Thielemans was vol lof over Franken: “I learned a lot from Rob, He had his own little system and a fantastic touch on the Fender. I practiced his solos a lot myself. His scales were not just solos. His playing was so fresh. He was new to me in those years. I think he deserved more respect and recognition” (uit het boekje bij de cd Fender Rhodes).

Voor Franken was spelen met Thielemans niet genoeg. Hij speelde piano bij het jazzprogramma van de TROS: ‘Sesjun’ (1973-1992). Dat langlopende, nu zou dan niet meer mogelijk zijn, programma werd gepresenteerd door Cees Schrama. Franken was er veelvuldig te vinden, overigens net als Harry Verbeke (1922-2004/tenorsax, bekend van Diamond Five en Boy Edgar Big Band). Franken kwam vaak met zijn groep ‘The Sesjun Four, later zelfs ‘The New Sesjun Four’. Met zijn groep begeleidde hij tal van – vaak buitenlandse – gastmusici. Ook was hij te vinden in het Orkest van Rogier van Otterloo en de band Scope. Scope is een – wat nu heet – progrockgroep uit Zwolle, opgericht door Henk Zomer en Rik Elings. Ze maakten twee platen, maar Franken speelt pas mee op de tweede, genaamd ‘II’. Daarna waren er nogal wat wisselingen en hield de band op te bestaan. Beide albums zijn niet op cd te vinden.
Parallel daaraan had Franken een eigen trio, het Rob Franken Trio. Naast hem speelden diverse bassisten en drummers mee, waaronder Rob Langereis en de Belgische Bruno Castellucci.

In 1976 heeft hij behoefte aan ‘something completely different’ (dank Monty Python) en komt met een nieuwe groep: The Keyboard Circle. In die cirkel zitten naast hem keyboardspeler Jan Huydts (1937- ) en drummer Henk Zomer (1954- ). Op het menu een scala aan Rhodes piano’s, synthesizers en ander hels tuig, zoals de Clavinet (vooral bekend geworden door Stevie Wonder’s ‘Supersition’; eigenlijk een elektrische versie van het aloude Klavechord/Klavichord).
Franken en Huydts woonden op dat moment in Soest en trokken veel met elkaar op. Franken vond het leuk om zijn muzikale horizon te verbreden door meer en andere instrumenten toe te voegen, zoals synthesizers en de genoemde Clavinet. Zowel Franken als Huydts brachten naast oud werk van bijvoorbeeld Scope ook covers in zoals die van Kenny Dorham en Eddie Henderson. Henk Zomer werd gevraagd als drummer, omdat die in de stijl van Jack De Jonette en Tony Williams kon spelen. Jazzrock dus, of rockjazz of fusion. De baspartijen werden afwisselend door Franken en Huydts gespeeld op een zo ingestelde bass-synthesizer. Helaas was het leven van The Keyboard Circle kort. Franken had het zo druk met zijn werk voor Thielemans en al die sessies die hij deed dat optredens regelmatig afgezegd moesten worden. Dit tot begrijpelijk ongenoegen van Huydts. Die stapte dan ook op. Einde van de cirkel.

Op 4 december 1983 speelt Franken mee bij de sessies voor het nieuwe album van Peter Herbolzheimer: ‘Big Band Bebop’. Op 7 December overlijdt hij thuis aan een interne bloeding. Het album Big Band Bebop wordt als eerbetoon aan Franken opgedragen.

In 2008, vijfentwintig jaar later dus, maakte collega-fan Frank Jochemsen als eerbetoon een documentaire over het leven van Franken: ‘De man achter de piano/The man behind the piano’. Jochemsen zorgde ook voor een bijzonder cd-uitgave: ‘Fender Rhodes’, met als extra de audiodocumentaire op cd bijgevoegd.
Veel opnames komen uit de Boerenhofstede in Laren, indertijd de thuisbasis voor het programma Sesjun. Een keur aan Nederlands’ topmusici passeert de jazzrevu: Jan Hollestelle, Louis Debij, Jan Huydts, Rob Zomer, Rob Langereis, Joop Scholten, Wim Overgaauw, Koos Serierse, Louis Delussanet, Wim Essed, Alex Riel, Henk van Zalinge, maar ook gasten als Bruno Castellucci, Niels Henning Ørsted Pedersen, Clark Terry, Ernie Wilkins, Jimmy Owens en natuurlijk Baron Jean Thielemans. Franken speelt de Rhodes, maar ook zijn nieuw speeltje, de ARP-Synthesizer.
Veel musici dus, maar uiteindelijk draait het allemaal om Franken en diens prachtige pianospel en dito solo’s. De benaming ‘virtuoos’ is hier zeker op zijn plek. Franken speelt vol overgave en het is maar het beste je zelf, net als Franken, daaraan over te geven om volop te kunnen genieten.

Gelukkig werd tijdens de voorbereiding van de documentaire verloren gewaande opnamen van The Keyboard Circle teruggevonden. Indertijd opgenomen voor en door de VPRO; live in Pijnacker in ‘De Trucker’ (of all places). De set werd ook in 2008 op cd uitgebracht door het onafhankelijke ‘678 Records’. Dat was bijzonder, want behalve zo’n vierhonderd bijdragen aan derden, was er van zijn eigen groepen nauwelijks iets op cd te vinden. Als je flink wat geld neertelt is de cd ’I’m Gonna Love You’ (Japanse editie, 2013) te koop: Super Stereo Background Music. Over dit project hieronder meer én goedkoper ook.

Opmerkelijk zijn andere uitgaven van Franken op vinyl (lp) als: ‘Boogiewoogie TV Tunes’ (1973) of op vinyl-single: Koning Klant/Ti-Ta-Tovenaar/Voor de Vuist Weg; een duoplaatje (ook uit 1973) met Tony Nolte en vooral leuk voor de zestigplussers onder ons.

Weer tien jaar later, 2018 komt opnieuw ‘678 Records’ met een zestal lp’s (vinyl) met teruggevonden werk van Franken voor FUMU. FUMU staat voor ‘Functionele Muziek’, een soort Muzak, maar dan op niveau; achtergrondmuziek voor winkelcentra, hotels, liften, vliegvelden, kantoren. Franken was de initiator, maar nam de regels niet zo nauw. Wat we horen is niet bepaald de te verwachte, kabbelende muziek, maar een jazzband waarvan soms de vonken afspringen. Als je dan in een lift staat zou je er erg onrustig van kunnen worden. Hij laat eigen werk horen, maar ook van jazzmusici als Herbie Hancock, Billy Cobham, Chick Corea, Marc Moulin, Gordon Beck, Weldon Irvine en Michael Naura.
In diverse settings komen we tegen: Joop Scholten en Eef Albers (gitaren), Wolfgang Schlüter (vibrafoon), Ferdinand Povel (sax, fluit), Rob Langereis en Wim Essed (bas, basgitaar) en een reeks drummers: Louis Debij, Henk Zomer, Bruna Castellucci en Eric Ineke.
De muziek komt van oude kopieën, want alle originelen zijn verloren gegaan of, zoals indertijd gebruikelijk was, gewist. De zes albums en een drie-cd-setje zijn samengesteld door DJ’s P-Dog en Zembie. Zembie kennen we beter als Frank Jochemsen. P-Dog is Sander Huibers. De albums gaan door het leven als FSM: Functional Stereo Music. Voor de hoezen werd gebruik gemaakt van het reclamewerk uit de jaren zeventig van niemand minder dan Piet Schreuders. De foto’s zijn van Koos Serierse en Robby Pauwels en, zoals het hoesje beschrijft: gered uit een container. Het Rob Franken Electrification Trio, zoals de groep nu heet laat FUMU horen op: ‘Absorbed Love’, ‘Together’, ‘Six, Seven, Eight’, ‘Colours & Images’, ‘Blue Sky Fingers’ en ‘Don’t Stop’. Het drie-cd-boxje krijgt in tegenstelling tot de lp's geen eigen titel, maar valt 'gewoon' onder de noemer: ‘Functional STEREO Music’. Wel die hoofdlletters dan bij 'stereo'; je zou eens kunnen denken dat je in een lift mono-muziek zou horen. Alle albums en de cd-set zijn uit 2018. Het project ontving in 2019 de Edison (een van ’s werelds oudste muziekprijzen) voor, eigenlijk Franken’s, bijzondere bijdrage aan de muziekindustrie. Zonder meer terecht!

In zijn geboorteplaats Rotterdam is Franken geëerd met een plek in de ‘Jazz Artist Memorial’. Ondanks dat is er nog steeds een schreeuwend tekort aan muziek van Franken. Thielemans zei het al: “I think he deserved more respect and recognition” en daar ben ik het hartgrondig mee eens.