logo van The Lemontree

Vreemde, gekke, grillige, stekelige boom

De muziek waar je van houdt past niet in de tijd waarin je leeft. Daarom verzin je een heel verhaal over een band van vroeger, compleet met verhaal én muziek. Dat wordt de basis van Porcupine Tree.

Eenmaal op gang blijkt de band populairder dan verwacht en wordt de muziek alom geprezen.

Ondanks vele wisselingen in stijlen groeit het aantal fans. Maar dan is het plotseling voorbij en wordt Porcupine Tree omschreven als "the most important band you’d never heard of".

Lees daarom eens het verhaal van die vreemde, gekke, grillige, stekelige boom.


Het is een bekend plaatje. Je bent jong, zit thuis of elders, hoort allerlei muziek, wordt liefhebber of fan van een of meerdere bands en bedenkt dat je ook wel zelf muziek zou willen maken. Probleem is alleen dat de muziek waar je van houdt niet past in de tijd van nu en je een potentieel succes wel vergeten kan. Wat doe je dan? Je maakt muziek en presenteert die als die van een groep uit het verleden die door allerlei omstandigheden, ziekte, drugs, gevangenis, in de vergetelheid geraakt is, maar nu ontdekt is. Je stuurt mensen cassettes met historisch verantwoorde verhalen erbij en hoopt dat die erin tuinen. Grillige bijkomstigheid, de muziek van toen werd plotseling weer ‘populair’. Wat begon als een grap eindigt uiteindelijk als een van de topbands uit de huidige tijd, zelfs gebaseerd op de muziek van toen. Dit is het vreemde, grillige verhaal van Steven Wilson en diens band Porcupine Tree.

Steven John Wilson (1967- ) raakt als jongen in de ban van muziek. Tijdens een niet nader omschreven kerstfeest ontvangt zijn vader ‘Dark Side of the Moon’ van Pink Floyd van zijn vrouw en zijn moeder ‘Love to Love You Baby’ van Donna Summer van haar man. Niet alleen de ouders luisterden naar de plaatjes, ook de jonge Wilson vrat de muziek. De bijzondere combinatie: Floyd-Summer zou hem tot in zijn verdere muziekleven bezig houden. Net zoals andere, schijnbaar tegenstrijdige muziek: Karlheinz Stockhausen versus Abba. Prachtig, en net ook als een zwak die hij had voor misschien wel de meest onderschatte ‘progrockband’ Camel. In zijn tienertijd komt Wilson in aanraking met heavy of metal. Wie niet eigenlijk? Ook die kennismaking had latere gevolgen weten we inmiddels uit de muziekhistorie. Op zoek naar interessante muziek komt hij uit bij Duitse bands als Tangerine Dream, Klaus Schulze, Can, Neu! Het worden allemaal elementaire bouwstenen voor zijn eigen muziek. Ja, het liefst zou hij zulke muziek ook maken, echter in 1987 is het de tijd van Los Lobos, Rock Astley, Whitney Houston, Pet Shop Boys, Madonna, Whitesnake, Prince, Fleetwood Mac II, U2 en Bon Jovi om er een paar te noemen. Yes en Genesis maken albums die niet meer lijken op wat ze vroeger lieten horen. De tijd voor breed uitgesponnen thema’s, ingewikkelde structuren en lange solo’s is voorbij. Daar zit je dan.
Wilson heeft zelf gitaar, bas en keyboards leren spelen. Samen met een jeugdvriend, Malcolm Stocks, bedenkt hij een - weliswaar serieuze - grap. Ze verzinnen een band met een gekke naam, Porcupine Tree. Ze verzinnen ook een heel verhaal rondom die fictieve band, leden die elkaar ontmoetten op een rock festival in 1970, druggebruik en als gevolg daarvan in en uit gevangenissen. Wilson ging in zijn slaapkamer aan de slag met een tapedeck en nam een aantal tracks op om het verhaal nog geloofwaardiger te maken. Al meteen duidelijk was dat Wilson het brein achter deze hele ‘hoax’ was. De muziek werd op cassettes gezet, voorzien van gepaste vormgeving en het verhaal en her en der gedropt. Ze zullen vast gelachen hebben die twee.
Parallel hieraan was Wilson bezig met Tim Bowness (1963- /zang, keyboards, gitaar) in een project dat ze ‘No-Man’ hadden genoemd. Eigenlijk heette de groep eerst ‘No Man Is An Island (Except The Isle Of Man)’, maar die naam was toch wel wat lang. De muziek wordt omschreven als kunstzinnige synthipop. Dat project gaat verrassend genoeg door tot de dag van vandaag. Melody Maker noemde die band: "conceivably the most important English group since The Smiths".
Overigens zou Bowness in 2019 eenzelfde ‘grap’ als Wilson uithalen met zijn eigen fictieve band: ‘Moonshot’ (2019).

Wilson kreeg soms verrassend positieve reacties op zijn cassettes en bedacht dat er misschien wel meer in zat. In 1989 neemt hij een nieuwe cassette op en noemt die ‘Tarquin’s Seaweed Farm’. Het eerdere verhaal wordt uitgebreid met verhalen over de bandleden, zoals Sir Tarquin Underspoon en Timothy Tadpole-Jones. Een andere vriend van Wilson, Nick Saloman (Beavis Frond) suggereerde dat hij een cassette zou moeten sturen naar Richard Allen, schrijver voor ‘Encyclopaedia Psychedelica’ en ‘Freakbeat’. Allen vond niet alles even goed, maar was voldoende positief en plaatste daarover iets in beide bladen. Allen was op dat moment bezig met een eigen platenlabel, Delerium, en vroeg Wilson of hij niet een track wilde maken voor het binnenkort te verschijnen Delerium promotie-album, genaamd ‘Psychedelic Psauna’ (taalgebruik à la The Dukes of Stratosfear, niet?). Natuurlijk wilde Wilson dat. De band met Allen bleef, hij werd later manager, promotor en persagent van Porcupine Tree.

De eerste ‘release’ van Porcupine Tree is een EP: ‘Porcupine Tree plays The Love, Death & Mussolini E.P.’ (1990). Er worden er tien van gemaakt, dat is nu dus een collectors item, zelfs Wilson heeft er, naar eigen zeggen, geen. De teksten waren voornamelijk geschreven door Alan Duffy, een schoolvriend van Wilson. Ze waren een cadeau voor hem. Iets later kwam er een cassette met dit materiaal en extra tracks. Als ‘label’, later ook studio, werd ‘No Mans Land’ genoemd. Eigenlijk was dat gewoon Wilson’s slaapkamer.

Allen had Delerium opgezet en het album, ‘Psychedelic Psauna’ was uitgebracht met Porcupine Tree’s bijdrage ‘Linton Samuel Dawson’. Allen en medeoprichter Samuel Dawson boden aan de : ‘Porcupine Tree plays The Love, Death & Mussolini E.P.’ cassette opnieuw uit te brengen, maar dan onder de vlag van Delerium Records.
Dat gebeurde inderdaad in 1991, maar werd anders genoemd: ‘The Nostalgia Factory’. Op de cassette de tracks van ‘Love, Death & Mussolini’ en nieuwe stukken, genaamd: ‘The Nostalgia Factory’, ‘The Long Silence’ en ‘It Will Rain for a Million Years’. De cassette werd uitgebracht in een oplaag van ongeveer 300 en was voorzien van een acht pagina tellend boekje op A5-formaat met imaginaire ‘credits’. De muziek werd volgens de bijsluiter gemaakt door Porcupine Tree. Lees: Wilson met bijdragen van Soloman St. Jemain (gitaar, zang). Jemain is in werkelijkheid niemand anders dan jeugdvriend Stocks. Andere bijdragen (orgel, synthesizer) waren er van Simon Vockings, een andere jeugdvriend en Howard Jones (drums).
Er werden er zo’n tweehonderd verkocht. Porcupine Tree werd daardoor al iets bekender, maar vooral als een wat schimmige act uit het psychedelisch verleden met dito muziek. Opzet geslaagd.

De volgende stap was Wilson tekenen als vaste artiest voor het Delerium label. De eerste Porcupine Tree cd/2lp release is ‘On a Sunday of Life’ (1992). Met terugwerkende kracht niet heel verrassend is dat op ‘On a Sunday of Life’ he grootste/beste deel staat van de eerder uitgebrachte cassettes, al dan niet onder een andere titel. De albumtitel is random gekozen uit een lijst van potentiële titels, verzonnen door Delerium’s chef, Mr. Allen. De cassettemuziek die niet op deze release kon kwam later uit op de cd: ‘Yellow Hedgerow Dreamscape’ (1994). Wilson bewerkte zijn vroegste uitingen en bracht ze privé uit als een 3cd-set in een oplaag van 25: ‘Cassette Music 1988-1992’. Voor fans de Heilige Graal. Ik heb al prijzen gezien boven de duizend euro.
Porcupine Tree volgen is een complexe aangelegenheid en dat zou zo blijven; de meeste releases van Porcupine Tree zijn er in verschillende versies, labels, uitvoeringen, verpakkingen, formaten en soms onder een andere naam…

Porcupine Tree’s muziek, Wilson’s muziek, is nogal melancholiek vindt men. Wilson: "the saddest music is often the most beautiful." De muziek is tevens filmisch, Wilson houdt van groots, meeslepend, symfonisch en dan weer elektronisch, experimenteel gevolgd door een dosis pittige rock met prachtig meervoudig koorzang. Allemaal elementen uit zijn jeugd. Het zijn soms kleine soundscapes, maar kunnen groeien tot zeer complexe stukken muziek. De albums zijn altijd één geheel zonder dat het woord ‘concept album’ valt. Songs, melodieën, patronen zijn weliswaar gerelateerd, maar toch anders, Wilson: "The important thing with Porcupine Tree is that all our songs have a unique sound world that they inhabit. I don't like the idea of any song sounding like any other song. So most of the time it's a case of finding the sound world first whether it be a texture or a drum rhythm that sets you off on a certain musical path, or particular musical atmosphere, or flavour."

Wilson’s parallelle project ‘No-Man’ had inmiddels zoveel succes dat hij zijn reguliere job kon opzeggen en zich helemaal in muziek kon hullen. Dat had ook gevolgen voor Porcupine Tree, want in 1993 verscheen het tweede album: ‘Up the Downstair’. Dat was in feite opnieuw een soloalbum van Wilson, echter nu met bijdragen van ex-Japan muzikant Richard Barbieri (1957- /keyboards, electronics), diens vrouw Suzanne (zang) en Colin Edwin (1970- /basgitaar, contrabas). Op enkele tracks helpt Alan Duffy (platenbaas van heel kleinschalige labels) mee als componist. Melody Maker vond het een ‘psychedelisch meesterwerk’ en één van de beste albums van het jaar. De fusie tussen dance, trance en rock was geslaagd. ‘Up the Downstair’ is net zo experimenteel als het eerste album, er was genoeg te beleven en te genieten en – niet vergeten – te zweven… Soms denk ik zelfs bij het beluisteren aan die andere zweefband: ‘Gong’.

Wilson wilde zijn muziek door blijven ontwikkelen en niet alleen stilstaan bij het verleden. Hij maakte een track van ruim dertig minuten die richting de muziek van The Orb of The Future Sound of London ging en ondanks dat alles een tintje Pink (Floyd) had. Die track noemde hij: ‘Voyage 34’. Die zou als tweede disc bij ‘Up the Downstair’ gevoegd worden, maar Delerium vond het beter die als single separaat uit te brengen. Dat werden er meteen twee, allebei met de titel ‘Voyage 34’, de een met ‘Phase One’ en ‘Phase Two’ (1992), de ander met - raden? - ‘Phase III’ en ‘Phase IV (1993). In 2000 bracht Delerium ‘Voyage 34; The Complete Trip’ uit. Toch fijner dan al die fragmenten.
De single deed het tot ieders verrassing erg goed en stond zes weken lang in NME ‘Indie Chart’, dat is de hitlijst van onafhankelijke platenmaatschappij-tjes/en.
Met het album ‘Up the Downstair’ werd tevens in een gelimiteerde editie een 10”EP uitgebracht: ‘Staircase Infinities’ (1994). Daarop staan vijf tracks afkomstig van de sessies rondom het album. In 1995 volgde de cd-versie hiervan. In 2005 bracht Snapper ‘Up the Downstair’ uit als 2cd-versie. Op de tweede cd de ‘Staircase Infinities’. Het was bovendien een mooie gelegenheid, zo vond Wilson, om zijn drums uit een doosje te vervangen door echte. De latere drummer, Gavin Harrison, speelde daarom de drumtracks opnieuw in, nu mét gevoel.

Er is dus succes en dan volgt meestal stap twee: optredens, tournees. De eenmansband moest een ‘echte’ band worden. Wilson had al eerder gewerkt met Barbieri en Edwin, hij had alleen nog een drummer nodig. Dat werd Chris Maitland (1964- ), de drummer die hij kende van de No-Man-band. De nog verse band maakte één promo-cassette (1994) en een zeer gelimiteerde (550 stuks) lp (1997) met livetracks: ‘Spiral Circus’. Prijzen zijn vanaf vijfhonderd-vijftig euro…

‘Moonloop’, eigenlijk ‘Stars Die/Moonloop’ (1994, CD-EP, 12”-EP, cassette) is het tussenstation op weg naar een volgend album. De twee tracks, waarvan één kort, één lang waren afkomstig van de sessies voor dat volgende album. De opvallende voorkant met een uit de lucht vallende brandende piano zou later opnieuw gebruikt worden voor een 2cd-verzamelalbum: “Stars Die: The Delerium Years 1991 – 1997’ (2002).

Album nummer drie komt een tijd na Moonloop: ‘The Sky Moves Sideways’ (1995). Het is een sfeervol album getekend door geluidsexperimenten, ambient muziek, rock, soundscapes en allemaal uitstekend opgenomen. Door de sfeer en het geluid wordt Porcupine Tree neergezet als de nieuwe Pink Floyd. Volgens Wilson klopte dat, maar had hij er ook spijt van, immers een tweede Pink Floyd zijn is in feite geen aanbeveling voor je eigen sound in ontwikkeling. Want die ontwikkeling was er en wel van een eenmansband naar een echte band. De helft van ‘The Sky Moves Sideways’ is een Wilson-aangelegenheid, de andere helft, de tweedelige titeltrack en ‘Moonloop’ al meer een groepsgebeuren. Een periode dus van transitie, zoals dat tegenwoordig zo vaak genoemd wordt. In deze zin zou je ‘The Sky Moves Sideways’ het eerste echte Porcupine Tree album kunnen noemen. Voor Amerikanen was dat helemaal zo, dit was hun eerste kennismaking met Porcupine Tree.
Voor de meer recente versies heeft Wilson, net als bij ‘Up the Downstair’ zijn elektronische drums opnieuw laten inspelen door Harrison. Sommige tracks zijn door Wilson bewerkt, maar komen niet terecht op vernieuwde versies, maar op het verzamelalbum ‘Stars Die, the Delerium Years’.
Wilson was blij met het groepsgevoel en -aanpak, het volgende album zou nog meer een bandalbum moeten worden: “..because "bands have a kind of glamour, and appeal, and a romance about them the solo projects just don't have."

De maxi-single ‘Waiting’ (1996) was de opmaat voor het nieuwe album: ‘Signify’ (1996). Volgens Wilson past dat album heel goed in zijn eigen tijd, het is krachtig, heeft invloeden uit rock en avant-garde en tevens klankkleuren uit het verleden. De psychedelica, maar ook krautrock spelen daarbij een rol als basisbouwstenen, maar staan minder in the directe spotlights. Er zijn langere, instrumentale tracks naast kortere vocale. Belangrijker nog, er zijn meer en meer bijdragen van de andere bandleden. Dat is te zien in de credits bij ‘composed by’, maar ook in één bijzondere track ‘Light Mass Prayers, die niet door Wilson, maar door drummer Maitland gecomponeerd is. Dat alleen al is bijzonder, maar nog meer omdat er op deze track geen drums te horen zijn.
Sommige fans zien dit album als het laatste van de eerste periode. Na ‘Signify’ zou het (stevige) rockelement meer en meer op de voorgrond komen te staan.
Ook aan dit album werd achteraf flink gesleuteld. Een twee keer zo lange versie van het titelnummer kwam, opnieuw, terecht op: ‘Stars Die, the Delerium Years’. Daarmee wordt die verzamelaar langzamerhand ook een onmisbaar element in de som der delen.

In 1998 kwam er in een gelimiteerde editie en 2x10” single op de markt, ‘Metanoia’, met tracks afkomstig van de sessies voor ‘Signify’. Het zijn groepsimprovisaties. In 2001 kwam er alsnog een cd-versie, maar dan – natuurlijk – weer anders. Op ‘Metanoia’, de cd-versie, twee extra tracks van dezelfde sessie, maar wel met overdubs. Het boekje meldt dat: The track "Insignificance" is the missing piece that bridged "Intermediate Jesus" and "Metanoia II" in the original March 1996 recording.” Hierdoor is deze single in feite een elementair onderdeel van de album-collectie geworden in ieder geval behorend bij ‘Signify’. Tijd voor een nieuwe box?

Als promotie voor het album is er een tournee door Europa. In Rome, de Frontiera, wordt de band erg warm onthaald, drie avonden lang voor een groot publiek. Het enthousiasme is terug te horen op het live-album ‘Coma Divine’ (1997), dat samengesteld is uit opnamen van deze avonden. De enkele cd-versie is later, 2003, omgebouwd tot een 2cd-versie met meteen maar een andere voorkant. De extra tracks kwamen van de ‘Coma Divine II CD EP promo’ en/of van de toenmalige internet download.

Het succes had ook een keerzijde. Het kleine Delerium Records bleek letterlijk te klein om Porcupine Tree als band te promoten, tournees te regelen etc. De groep was het label ontgroeid en moest noodgedwongen op zoek naar een andere thuisbasis. Die werd gevonden bij Snapper Records.
Snapper is net als Delerium onafhankelijk en biedt artiesten alle vrijheid en steun. Onder de paraplu van Snapper vallen drie labels: KScope, Madfish en Peaceville. Daarnaast zijn ze de distributeur van Charly Records. Releases van Porcupine Tree zullen in eerste instantie uitkomen op Snapper, later op KScope. Die ‘K’ staat overigens voor ‘kaleidoscope’.

Bijzonder is dat het nieuwe album al klaar was voordat Porcupine Tree een platenmaatschappij had. Wilson had ondertussen wel een andere visie op muziek maken, meer gericht op songs en dan met name songs in samenzang-stijl, zoals The Beach Boys of Crosby, Stills & Nash, al dan niet met Young. En dat dan weer gecombineerd met een meer rock-gerichte en heavier aanpak. Volgens Wilson, weg van het abstracte en meer richting ‘natural songwriting’.
De songs voor het nieuwe album gaan over Wilson’ visie over de muziekindustrie. “Het is een stomme droom om muzikant te zijn en een leven in glitterstijl te hebben, in werkelijkheid is het keihard werken en tegenslagen verwerken.” Hoe dat allemaal klinkt is te horen op ‘Stupid Dream’(1999). Prettige bijkomstigheid van een nieuwe platenmaatschappij was dat het opnamebudget verhoogd was en er geld was voor een heus orkest. De arrangementen daarvoor werden vooral geschreven door Chris Thorpe en uitgevoerd door het ‘East of England Orchestra’. Het album, de singles daarvan, de tournee, het werd allemaal goed ontvangen door het publiek, waardoor ‘Stupid Dream’ het best verkochte album tot dan werd. Vanaf 2006 werd het album uitgebracht in een andere vormgeving en in sommige versies voorzien van een DVD met daarop surroundmixen en andere toevoegingen. In 2011 werd het album ‘bekroond’ met een gouden plaat.

‘Lightbulb Sun’ (2000) komt eigenlijk best wel snel na ‘Stupid Dream’. De ontwikkeling met songs versus soundscapes en rock, ingezet op dat album gaat hier gewoon verder. Het zou bijna een dubbel-cd kunnen zijn. ‘Lightbulb Sun’ bestaat uit twee delen: het ene deel, ‘Rest Will Flow’ in een meer melodieuze setting met invloeden van Nick Drake en Crosby, Stills, Nash & Young, het tweede deel, ‘Hatesong’, meer experimenteel nog. Dave Gregory van XTC draagt bij in de arrangementen voor strijkers. De teksten zijn in tegenstelling tot vorige albums een stuk persoonlijker. Sommige fans van het eerste uur wisten het even niet meer, maar nieuwe wisten het wel, concerten van de band waren meestal uitverkocht. Classic Rock Magazine beschrijft het album als "an album of stunning songs and startling musicianship… breathtaking."
‘Lightbulb Sun’ kwam later in een uitgebreide versie met een DVD als bonus. Dit keer bleef de voorkant redelijk ongewijzigd.

Porcupine Tree was nu flink op tournee in Europa en stond op allerlei festivals. De fans werden tussendoor getrakteerd op een bijzondere verzamel-cd: ‘Recordings’. Het zijn B-kantjes van singles en resttracks van de sessies voor ‘Stupid Dream’ en ‘Lightbulb Sun’. Op de eerste cd-versie staat nog heel leuk: ‘limited edition of 20.000’, maar inmiddels weet ik dat zo’n aantal betekent dat er weinig gelimiteerds aan is. Dat zie je meteen terug aan de verkopen op online platforms. Deze ‘gelimiteerde editie’ wordt daar aangeboden voor nog geen tien euro. Vergelijk dat maar eens met de gelimiteerde versies uit het verhaal hierboven.

Als supportband van Marillion volgde meer tournees door Europa en stond de band in Amerika ‘on stage’. Het was een korte tournee, maar ging wel langs NEARfest. En met al die successen werd ook Snapper te klein en moest opnieuw gewisseld worden. Dit keer werd het Lava, een onderdeel van het grote Atlantic. Maar er wisselde meer. Er was wat frictie in de band ontstaan, en wel rondom drummer Maitland. Hij kon of wilde niet altijd aan zijn verplichtingen voldoen en dat gaf scheve gezichten. Het liep nogal hoog op en uiteindelijk werd Maitland uit de band gezet. Zijn vervanger wordt Gavin Harrison (1963- ). Harrison kwam in 2002 bij Porcupine Tree spelen, na een tip van Barbieri. In eerste instantie alleen voor het komend album. Nadat dat allemaal heel soepel verliep werd hij voor de band gevraagd. Het zou zijn eerste band worden. Later zou hij gaan spelen bij King Crimson als één van de drie drummers in die band.

KScope brengt in 2002 een mooi overzicht uit van de beginperiode van de band, het al vaker genoemde: ‘Stars Die, the Delerium Years 1991-1997’. Een 2cd-doosje met rijkelijk gevuld boekwerk. Op de cd’s werk van de reguliere cd’s, maar ook singlewerk en tracks die nog niet op eerdere releases waren toegevoegd, zoals hierboven al te lezen was. De brandende piano uit de beginperiode valt op de voorzijde opnieuw, of valt nog steeds uit de lucht. Het is een soort Margritte: ‘dit is geen vallende, brandende piano.’ Bij latere versies ontbreekt het mooie, veertig pagina’s tellende boekje. Tsja.

Wilson heeft bergen werk geschreven en kan kiezen wat er op het nieuwe album komt. Na de zomer verschijnt ‘In Absentia’ (2002), het eerste album op Lava. De toon is op sommige tracks nog een stuk heavier dan de fans gewend zijn, op andere zelfs breekbaar mooi. Eigenlijk is, welbeluisterd, ‘In Absentia’ de som der delen. Heavy, inderdaad, maar ook songgericht, meerstemmig als bij de vorige twee albums, maar ook nog steeds dat psychedelisch randje. De individuele leden vinden 'In Absentia' met terugwerkende kracht het beste Porcupine Tree-album. Het viel de oplettende luisteraars ook op. Dit album verkocht ruim drie keer zo goed als de vorige. ‘Progressive rock’ was in!
Wilson was al vanaf zijn tienertijd ‘fan’ van de wat stevigere muziek, maar eigenlijk zijn liefde voor die muziekstroom kwijtgeraakt. Hardop had hij zich vaker afgevraagd waar die muziek, die mensen, die fans gebleven waren. Via kwam hij terecht in Zweden met acts als Meshuggah en vooral Opeth, volgens hem dé band die hem op het goede pad hielp. Niet eens heel veel later zou hij goede contacten gaan onderhouden met de belangrijkste man van Opeth, Mikael Åkerfeldt.
De nieuwe richting in muziek was voor sommige bandleden wat wennen. Bassist Edwin is een echte jazzman, keyboardspeler Barbieri meer een man van ambient klanken. Nieuwe drummer Garrison ging er echter vol in en dat hielp iedereen te ontdekken dat ze deze muziekkant van zichzelf ook aantrekkelijk vonden.
De teksten van ‘In Absentia’ gaan opnieuw over de wat zwartere zaken van de maatschappij, ontspoorde jongeren, maatschappijkritiek in zijn algemeenheid of mensen die mentaal niet geschikt te ‘dealen met de maatschappij om hen heen’. Wilson las in deze periode enkele boeken over massamoordenaars en dat had zo zijn invloed.
De track ‘The Creator Has a Mastertape’ verwijst natuurlijk in de richting van Pharoah Sanders, de tenorsaxofonist uit onder anderen de bands van Sun Ra en John Coltrane. Zijn album Karma (1969) bestaat uit twee lange tracks, genaamd: ‘the Creator has a master Plan’. Nu heeft schepper Wilson een plan, wel meer eigenlijk.
In 2020 verschijnt er een 4-disc superdeluxe versie van het album op lp-formaat met daarin: de 2017 mix, tracks uit de sessies voor ‘In Absentia’, demo’s van Wilson, voornamelijk thuisopnamen en een Blue-ray met een documentaire over het ontstaan van het album en andere mixen. Dat alles met een flink boek vol teksten, achtergronden, foto’s en wetenswaardigheden. De vroege intekenaars ontvingen er een ‘limited edition print’ bij. Een prachtige, niet te missen uitgave als je het mij vraagt.

Porcupine Tree gaat opnieuw op tournee dit keer samen met een die andere fantastische band uit Zweden, Opeth. Nieuw is de vijfde persoon op het podium: John Wesley (1962- ). Niet echt een vast lid, maar wel iemand die er vanaf dit moment steeds bij is, zowel live als in de studio. Wesley speelt gitaar en zingt en neemt af en toe de taak van Wilson over als die keyboards of bas wil spelen. Het visuele aspect van de tournee wordt verzorgd door Lasse Hoile. Ook die zou blijven, niet alleen voor de hoesfoto’s van Porcupine Tree, maar ook de verdere aankleding. Hoile heeft een heel eigen stijl van visualisaties, donker, surrealistisch. Dat past natuurlijk perfect bij de muziek en de teksten van Porcupine Tree.

In 2003 zien we weer een nieuw label: ‘Transmission’. Dit keer is het een eigen label en worden albums verkocht via de artiest-zelf-promotende ‘Burning Shed’. Het zijn vooral Porcupine Tree’s live-opnamen in kleine, exclusieve oplagen en downloads die daar aangeboden worden.
Tegelijkertijd begint Wilson met het oppoetsen van alle oude opnames en brengt die opnieuw uit, meestal voorzien van een extra cd of dvd. Het is een taak die hem ligt, want ook voor andere artiesten is Wilson druk met remasters en nieuwe stereo - of surround sound mixen. Denk aan Gentle Giant of Jethro Tull of de prachtige 16cd-box van Tangerine Dream, ‘In Search of Hades, the Virgin Years’.

‘Deadwing’ (2005) is het tweede album voor Lava en is gebaseerd op een filmscript waar Wilson, samen met Mike Bennion, mee bezig was. Het is een film in de stijl van David Lynch en Stanley Kubrick. De film is, vanwege het gebrek aan budget, nog niet klaar. Hm… waar kennen we dit verhaal van? De muziek, de soundtrack, is daardoor los komen te staan van de film en een eigen leven gaan leiden. Omdat het in eerste instantie een project was van Wilson is er wel weer sprake van solostukken. Op sommige van die stukken speelt alleen Harrison zijn drumpartij in, andere tracks zijn dan toch weer meer groepstracks. Op ‘Deadwing’ horen we twee gastmuzikanten: Adrian Belew (Zappa, King Crimson) en Mikael Åkerfeldt (Opeth). ‘Deadwing’ is een heavy album, het trekt opnieuw nieuwe fans, maar zit zo in elkaar dat de oude niet meteen weglopen. ‘Deadwing’ was opnieuw een groot succes, het album verkoopt nog beter dan ‘Absentia’. Dat leidde tot diverse tournees.
Het album ontving de, Surround Music Award, voor de beste ‘surround mix’. Sound and Vision, het magazine en prijsuitdeler, schreef hierover: "When it comes to surround sound, Porcupine Tree is in a league by itself." Ook werd ‘Deadwing’ genoemd als ‘een van de tien essentiële progressieve rock albums van het decennium’.

En dan is het tijd voor, je raadt het nooit… een nieuw platenlabel, tenminste in Europa. In Amerika mag Atlantic blijven. Dit keer heten ze ‘Roadrunner Records’. Daar zit een Nederlands tintje aan, want het is van origine een Nederlands label, opgezet door Cees Wessels. Toen heette het nog ‘Roadracer Records’. De eerste release was er een van ‘Jim Croce’ (Amerikaanse, melodieuze singer-songwriter). Nu is het label onderdeel van Warner Music en vooral gespecialiseerd in metal: Opeth, Slipknot, Dream Theater, Within Temptation, Biohazard, Sepultura, om er een paar te noemen. Een goed gezelschap voor de heavy versie van deze stekelige boom.

Nog net voor de wisseling komt Snapper/KScope met een dvd met een live concert: ‘Arriving Somewhere…’ (2006). Die is opgenomen en gefilmd in Chicago tijdens de ‘Deadwing-tour’. Het geluid is gemixt in 5.1 surround sound. Het is al met al en visueel én auditief spektakel. Zeker de moeite waard als je de band zelf nooit hebt kunnen zien.

Het jaar daarna, 2007, komt het nieuwe album: ‘Fear of a Blank Planet’. De titel verwijst naar de songs op het album. Songs die gaan over het leven in de 21e eeuw met onderwerpen als: MTV, seks, drugs, video games, internet, verveling en de ontsnapping daaruit. Inspiratie haalde Wilson uit het boek van Bret Waston Ellis: Lunar Park. Wilson: "My fear is that the current generation of kids who're being born into this information revolution, growing up with the Internet, cell phones, iPods, this download culture, 'American Idol,' reality TV, prescription drugs, PlayStations—all of these things kind of distract people from what's important about life, which is to develop a sense of curiosity about what's out there." Veel songs gaan over één jongen speciaal – Robby - die uit het boek. Op het album ontmoeten we een reeks bijzondere gasten: Robert Fripp (King Crimson, gitaar) en Alex Lifeson (Rush, gitaar). Die laatste was fan van Porcupine Tree. Toen Wilson dat ter ore kwam vroeg hij Lifeson of hij op een track mee wilde spelen. Het antwoord is duidelijk. Verder opvallend de medewerking van Dave Stewart (Egg, Hatfield & the North, Bruford, etc.) voor strijkersarrangementen en orkestraties), John Wesley (zang, gitaar, producer), Gavyn Wright (leider van The Londen Session Orchestra), Isobel Griifiths (‘strings session fixer’).
Lasse Hoile zorgde opnieuw voor de bijzondere fotografie. Bij een ‘limited edition’ van het album komt er een extra dvd bij met surround mixen én een boekje met veertig pagina’s met foto’s van Hoile.
‘Fear of a Blank Planet’ was ‘Album van het jaar’ bij Classic Rock Magazine en ‘beste album van 2007’, gekozen door de lezers van Dutch Progressive Rock Page. Dank lezers. Het was tevens het eerste Porcupine Tree-album dat in de Top40 in eigen land, Engeland, terecht kwam. ‘Gavin Harrison won in ‘Modern Drummer Magazine’ in de categorie ‘best progressive drummer of the year’. Rolling Stone, het blad, plaatste het album op nummer 39 van de beste progressieve rock albums aller tijden.
Natuurlijk volgde er weer een tournee en stond de band zelfs zomaar op ons eigen Pinkpop festival. Vier resttracks van de sessies kwamen terecht op een cd-EP: ‘Nil Recurring’ (2007). De dertig minuten extra muziek krijgen toch weer opvallende elementen mee: Gavin Harrison die gitaar speelt, alhoewel ‘tapped’ en een bijdrage van Ben Coleman, die inmiddels bij No-man speelde, op elektrische viool. ‘Nil Recurring’ werd middels een eenmalig contract uitgebracht via Peaceville Records, maar dat is eigenlijk een sublabel van Snapper. Dus wat geschuif met labels in feite.

Fans kregen vervolgens nog een aardig, muzikaal extraatje in de vorm van een cd: ‘We Lost the Skyline’, met daarop, zoals het mooi op de hoes staat een: “In-store acoustic performance recorded 4th October 2007 at Park Avenue CDs in Orlando, Florida”. De titel verwijst natuurlijk, weliswaar met een knipoog, naar een album uit de beginperiode: ‘The Sky Moves Sideways’. Verwacht geen hele band tijdens het optreden. In dit geval bestaat Porcupine Tree uit Wilson en Wesley. De reden dat er slechts twee van de vijf spelen is dat de winkel te klein was voor iedereen…

Een tweede dvd met een verslag van een live concert zag het licht in 2010: ‘Anesthesize’. We genieten wellicht met een licht chauvinistisch tintje, want het concert is opgenomen in Tilburg: “Recorded at 013, Tilburg, The Netherlands on 15th and 16th October 2008”. ‘Anesthesize’ is er in diverse varianten, mét (cd’s) of zonder, maar vooral in een grijze verpakking mét twee audiocd’s in een oplaag van 4000 en eenzelfde in een rode variant, oplaag 1000. Ik hoef je niet uit te leggen dat die rooie populairder is.
Tijdens het optreden vertelt Wilson dat ze bezig zijn met een nieuw album.

Dat werd ‘The Incident’ (2009), een 2cd, de eerste echte dubbelaar. Natuurlijk is er ook weer een luxe versie uitgebracht, een met de twee cd’s, maar ook met een DVD met surround sound mix in hardkartonnen boek met 116 pagina’s vol foto’s, teksten en songteksten én een extra boek van 48 pagina’s met tekeningen. Veel van die tekeningen zijn van Hajo Mueller. De foto’s zijn, zoals gewend én bekend, van Hoile. Al met al is het een kunstzinnig setje, nog los van de muziek.
Die muziek bestaat uit, naast enkele andere tracks, één erg lange van 55 minuten. Disc één is ‘The Incident’, op disc twee staan slechts vier andere tracks, samen zo’n twintig minuten. Het lange werk is volgens de mensen die het weten kunnen nogal surrealistisch, ‘after this, things will never be the same again.’ Dat klopte, alleen niet op een verwachte manier…
Voor de teksten hoefde Wilson dit keer niet ver te zoeken. Tijdens een rit met de auto werd hij geconfronteerd met een signalering van de politie: ‘Police – Incident’. Net als in Nederland ging iedereen langzamer rijden om te kijken hoe en wat. Later bedacht Wilson dat het wel eens een traumatisch incident had kunnen zijn met dodelijke afloop… en dat die persoon plotseling naast hem in de auto zat. De nadruk kwam bij hem daardoor te liggen op het menselijke element van andere, gemelde incidenten. Wilson zocht ze op en gebruikte ze voor zijn teksten om zo heel bewust het algemene begrip ‘incident’ een menselijk karakter te geven.
‘The Incident’ is tot op heden het meest succesvolle album van Porcupine Tree, inclusief pieken in diverse hitlijsten en opnieuw meldingen als ‘beste album van het jaar, beste band van het jaar, beste drummer, best gitarist (Wilson) en zelf ‘#1 Prog Icon’. Er zijn mindere prijzen denkbaar.

Na ‘The Incident’ werd het stil rondom Porcupine Tree. Wilson was erg druk met zijn tweede soloalbum en andere projecten. Er was wel nieuw werk, maar dat werd pas in 2012/13 verwacht, aldus de bandleden. Maar dat liep anders, Wilson koos ervoor meer tijd en energie in zijn solowerk te steken en zijn carrière als soloartiest uit te bouwen. Zo kwam hij als vrij snel met en derde soloalbum, maar vertelde de nieuwsgierige pers wel steeds dat Porcupine Tree nog wel bestond, maar in de luwte: “the band "haven’t split up" and that there are "no intentions of splitting up. But there are no specific plans for a new album either.” Ook zei hij: "Porcupine Tree want to get back together at some point, but I’m not sure what direction I want to take the band, only that I’m tired of metal music. The solo career for me now is probably the most important. I think about it more than anything else, I’m more focused on it than anything else, I enjoy it more than anything else..."

Als een verlaat toegift kregen de fans via – verrassend – KScope nog een DVD: ‘Octane Twisted’ (2012). Het is de registratie van een live-concert, opgenomen in “The Riviera, Chicago, 30th April 2010’ en ‘the Royal Albert Hall, London, 14th October 2010’. Tijdens het Chicago-concert wordt het hele album ‘The Incident’ gespeeld. De tracks uit Londen zijn mooie toevoegingen van ander werk. Het album riep – opnieuw – de nodige én begrijpelijke vragen op: Wilson: " It’s not to say the band has broken up or anything like that. It’s always conceivable that we could get back together in a year or five years, or 10 years. I really can’t say – there are no plans at the moment."

Drie jaar later klonk het zo: “If Porcupine Tree [were] to get back together—and, by the way, I have never ruled that out—it will be a side project. There should be no question in anyone's mind that this is now my main musical path, my solo work.” Het jaar daarna merkte hij in het vakblad ‘Prog’ dit op: "You'd be waiting for a long time, that band doesn't exist anymore." En een jaar later: "Honestly, I would say zero, because I’m just not that kind of person. I don’t go backwards. I’m not interested in going backwards; I want to move forwards, I want to do different things, I want to work with different people, I want to explore different kinds of music. That would seem like a terribly backward step to me. I’m proud of the catalogue; it’s there, it exists, but it’s kind of closed, it’s finished."

Daarmee lijkt er definitief een einde gekomen aan een band die begon als een fantasieband, uitgedacht op een jongenskamer. Ondanks het succes bleef de Porcupine Tree een band in de marge, weg van de ‘Grote Muziek Stroom’ en was vooral bekend bij ‘intimi’. Vakbladen als ‘Classic Rock en Popmatters schreven niet voor niets over de band als "the most important band you’d never heard of". We zullen er waarschijnlijk verder ook weinig nieuws meer van horen. De solocarrière van Wilson verloopt veel succesvoller dan die van Porcupine Tree, de andere bandleden zijn bezig in andere bands of hebben hun solocarrière weer opgepakt. Wilson blijft zijn fans nog allerlei extra’s, dvd’s, blu-rays, bonuscd’s en prachtige boxen met kunstwerken voeren, waardoor de band ‘levend’ gehouden wordt. Gelukkig heb ik de meest belangrijke band wel gehoord en dat niet alleen, het is in de relatief korte tijd van zijn bestaan een van mijn favoriete bands geworden. Waarschijnlijk omdat ik de muziekweg van Wilson heel goed herken, of misschien ook wel, omdat ik hou van bomen, zeker een vreemde, gekke, grillige, stekelige…