logo van The Lemontree

Een man en zijn reis

Muziek is niet alleen een film voor je oren, maar ook een reis voor je brein. De mooiste muziek is die waar je zelf een verhaal bij kan verzinnen. In mijn geval is dat meestal een reis met onbekende bestemming. Muziek begint en bij de eerste tonen word je al meegevoerd naar een imaginaire wereld. Zolang als de muziek duurt, duurt de reis. Bij lp’s is dat zo’n twee keer achttien minuten, bij cd’s is dat een stuk langer. Voorwaarde is wel dat je je helemaal overgeeft aan de muziek en niet iets anders gaat zitten doen. Luisteren in het donker roept de meeste beelden op, omdat je niet wordt afgeleid. Pink Floyd is een groep die, zeker met het oudere werk, albums maakte waarop je volop kon reizen. Dat lokte de gebruikers van ‘stimulerende’ middelen en de band werd dan al snel geassocieerd met die groep. Een ‘far out’ trip maken onder invloed van drugs en muziek was voor sommigen de ultieme invulling van de dag. Gelukkig kon ik, als natuurmens en uitgerust met een flinke dosis fantasie, die trip zonder enig hulpmiddel maken en daar volop van genieten. Voor het eerst gebeurde dat bij het album ‘More’. Eigenlijk was dat de soundtrack van een film, maar, zoals dat vaker ging, de film was niet in de bioscoop te zien of ik had niet de goede leeftijd om hem te zien. Daarom duurde het jaren voordat ik de ‘echte’ beelden bij de muziek zag. More wordt door nogal wat liefhebbers van Pink Floyd wat ondergewaardeerd. Onterecht vind ik, daarom hier meer More.

Nadat de belangrijkste Songschrijver, Syd Barrett, wegens zijn druggebruik en daaruit volgend onberekenbaar gedrag, uit Pink Floyd was gezet, moest de rest van de groep, aangevuld met nieuwe gitarist David Gilmour, een nieuwe richting bepalen. Het onderzoek naar die richting vond fysiek plaats op het tweede album: ‘A Saucerful of Secrets’. Maar het onderzoek hield veel meer in dan muziek maken alleen. Muziek, in de optiek van de heren Floyd, was deel van een totaalervaring met elementen van beeld, geluid en theater. De liveshows van de band werden eind 1968, begin 1969 daarom opgezet rondom een thema: The Man and the Journey, In eerste instantie aangekondigd als ‘The Massed Gadgets of Auximines’, later ook wel eens als ‘The Day’. Het deel ‘The Man’ beslaat een dag uit het leven van een man, van opstaan, via werk, theetijd, middag, seks, slaap, nachtmerrie tot de volgende ochtend. The Journey ‘vertelt’ het verhaal vanaf het begin van de reis via de wezens uit diepte, het smalle pad op weg naar de roze jungle, om terecht te komen in het labyrint van Auximines en de Tempel van het Licht tot het Eind van het Begin. Voor beide stukken werd gebruikt gemaakt van filmfragmenten, geluidsopnamen van onder anderen vogels, voetstappen, klokken én er werd daadwerkelijk thee gezet op het podium. Al die theezetgeluiden werden versterkt en het publiek rondgestuurd. Rond, inderdaad, want men maakte gebruik van een quadrafonisch geluid. Rick Wright had kastje met een handig pookje, de Azimuth Coördinator, en kon het geluid aldus rondsturen. De mensen zaten dus echt middenin het geluid. Het was in die tijd een ongelooflijk vooruitstrevend concept. Dat concept is direct terug te leiden tot de stroming binnen de elektronische muziek die ‘musique concrète’ genoemd wordt en dan kom je al richting Pierre Schaeffer. Voor een ‘popgroep’ met liedjes, dan heb ik het over het eerste album The Piper at the Gates of Dawn, is dat een hele stap voorwaarts.

Voor de muziek tijdens het spektakel werd oud en nieuw, gecomponeerd werk gebruikt, waaronder ‘Grantchester Meadows’, ‘The Narrow Way’ en ‘The Grand Vizer’s Garden Party’ (later op Ummagumma), ‘Biding my Time’ en ‘Careful with That Axe, Eugene’ (later op het verzamelalbum Relics), ‘Quicksilver’, Cymbaline’, ‘Up the Khyber’ en ‘Green is the Colour’ (later op More), ‘Pow R. Toc H.’, een stukje van ‘Interstellar Overdrive’ (van het eerste album The Piper at the Gates of Dawn) en delen van ‘A Saucerful of Secrets’ (van het gelijknamige tweede album).

De eerste voorstelling was op 14 april 1969 in Royal Albert Hall, Londen. In ons land was dat in Amsterdam, in het Concertgebouw op 17 september. Een gedenkwaardig concert. Het werd opgenomen en via de radio uitgezonden door Radio/Tv-omroep de VPRO. Omdat het werd uitgezonden zijn van dit concert talloze bootlegs gemaakt. Eigenlijk zou de band het zelf uitbrengen, maar er ontstonden te veel overlappingen met de twee albums die in 1969 kort na elkaar verschenen: ‘More’ en ‘Ummagumma’. Uiteindelijk heeft de groep het alsnog zelf op cd uitgebracht en wel in 2016 als onderdeel van de box ‘The Early Years’: ‘Pink Floyd - the Early Years 1969 Dramatis/ation’.

In de hierboven omschreven Pink Floyd mindset vraagt de Iraans, Franse regisseur Barbet Schroeder de band muziek te maken voor zijn debuutfilm. Schroeder is een protegé van de dan al populaire cineast Jean-Luc Godard. De film, ‘More’, is een typische film uit het tweede deel van de jaren zestig. De thema’s zijn: jongerencultuur, reizen, drugs en seks. De film is dan bijna klaar, er moet alleen nog wat muziek bij. Schroeder wilde eigenlijk geen muziek in zijn film, hij wilde de geluiden van de omgeving laten ‘spelen’ als muziek en alleen muziek laten horen als iemand de radio of tv aanzetten of als er een feest was. Uiteindelijk stemde Schroeder in met Pink Floyd door hun eerder beschreven totaaltheatervisie.

De film verhaalt het verhaal van een Duitse student, Stefan (gespeeld door Klaus Grünberg), die klaar is met zijn studie en op zoek gaat naar wat avontuur. Hij lift naar Parijs en raakt bevriend met ene Charlie. Ze hebben geld nodig en besluiten dat te stelen tijdens een feest van de Franse jetset. Daar ontmoet Stefan een Amerikaanse, Estelle (gespeeld door Mimsy Farmer). Hij wordt verliefd en volgt haar uiteindelijk helemaal naar Ibiza. Daar speelt zich het grootste deel van de film af. Het verliefde tweetal trekt samen op en al meteen is duidelijk dat Estelle een drugsverleden heeft. Op Ibiza lijkt het leven onbekommerd en zonnig en loopt het tweetal er vaker ongekleed dan gekleed bij. Bij een feestje gebruikt Estelle opnieuw en haalt Stefan over dat ook te doen. Langzaamaan verloedert hun leven én liefde. Estelle heeft seks met een oude vriendin, maar ook met haar drugsdealer. Het maakt Stefan woedend. Tussendoor doen ze van alles om aan geld te komen om drugs te kopen. Stefan gaat zelfs drugs verkopen voor de dealer waarmee Estelle het bed deelt. Uiteindelijk raakt een wanhopige Stefan zover van de realiteit dat hij een overdosis neemt en als gevolg daarvan sterft.

De film ging op 4 augustus 1969 in première. Voor het verschijnen moest er op last van de Franse censuurbestuur nog wat woorden uitgeknipt: 'benzedrine' en 'banana peel'. Of dat veel uitmaakte? De film werd door iedereen matig tot slecht ontvangen. Dat had vooral te maken met het druggebruik. Met terugwerkende kracht is dat beeld nu bijgesteld. Zo schrijft Henri Chapier (Combat): “One of the most beautiful, most lyrical and most remarkable films a young director has ever made about his generation.” Roger Ebert ziet het in mijn optiek iets realistischer: "More is a weird, freaky movie about two hedonistic kids who destroy themselves with drugs. More precisely, it's about a kinky American girl who destroys her German boyfriend and, in the process, destroys herself ... The message seems to be: Sure, speed kills, but what a way to go.”
Nog steeds is er een groep mensen die denkt dat de film allang uit beeld verdwenen was als de muziek niet van Pink Floyd afkomstig was.

Pink Floyd had al eerder muziek gemaakt voor films. Gemaakt is niet het goede woord als het gaat om een liveregistratie voor de film ‘Tonite! Let’s All Make Love n London’, een documentaire (1967) van Peter Whitehead over een tijdsbeeld van de jongerencultuur in de jaren zestig. Voor de film ‘The Committee’ van Peter Sykes (1968) was wel muziek opgenomen, al werd – volgens de band – meer gebruik gemaakt van hun geluidseffecten dan de echte muziek.

Nadat Pink Floyd had ingestemd met Schroeder’s verzoek startten de opnames in februari 1969 in Pye Studios met aan de knoppen technicus Brian Humphries. Sommige stukken muziek werden gerecycled, andere nieuw gecomponeerd of ter plekke geïmproviseerd. Er was geen budget om veel over te dubben, dus het was ‘what you hear is what you get’. Omdat de film klaar was ging het hele proces met stopwatch in de hand. Dertien tracks werden opgenomen. David Gilmour: “It was eight days to do everything from writing, recording, editing … but everything we did was accepted by the director. He never asked us to redo anything.” Nick Mason: “The film was ideally suited to some of the rumblings, squeaks and sound textures we produced on a regular basis". De groep speelde alles zelf, behalve de fluit die werd bespeeld door Lindy Mason, Nick Mason’s toenmalige vrouw. Naast het bekende instrumentarium is ook regelmatig de vibrafoon te horen. Die werd door Rick Wright gespeeld en geeft een extra kleurrijke dimensie aan de tracks, juist dat tijdloze dat deze muziek zo kenmerkt.

De muziek op de lp is niet in dezelfde volgorde als die in de film. Pink Floyd was heel secuur met hun muziek en wilde een album dat ook buiten de film goed zou kunnen werken. Daarom zijn de wat akoestische nummers bij elkaar gezet op kant één en zijn de wat experimentelere stukken geplaatst op kant twee, met uitzondering van de twee voor Pink Floyd’s nogal heavy stukken, ‘The Nile Song’ en ‘Ibizia Bar’, die de gemoedelijke sfeer ruw verbreken op zowel kant één als kant twee. Zelfs na jaren klinken ze nog steeds als een anomalie in het genre. Misschien had Schroeder erom gevraagd, misschien was het een pastiche op de muziek uit de tijd?
Het album begint met vogelgeluiden en een lieflijk, sfeervol thema. Akoestische gitaren worden afgewisseld met experimentele muziek en het zo typische, zweverige Pink Floyd geluid op een strak ritme. Niet voor niets was het dé voorbeeldgroep voor heel wat latere Duitse Krautrockers. Opvallend is wat Rick Wright met zijn orgel voor elkaar krijgt; hij maakt geluiden die regelrecht into space gaan of daarvoor gebuikt zouden kunnen worden. Zijn rol in Pink Floyd wordt vaak onderschat, maar zonder Wright geen Pink Floyd zou ik hier willen opmerken.

De tracks op More zijn een voorbode van wat er op het vijf maanden later uitgebrachte, vierde album Ummagumma (november 1969) te horen zou zijn. Ook werd duidelijk dat Roger Waters nu de meeste composities had geschreven en dat David Gilmour de ‘lead vocals’ deed op alle tracks. Het onderzoek naar geluiden uit het dagelijks leven begon hier en zou op alle komende albums gebruikt worden met als hoogtepunt ‘Dark Side of the Moon’ (1973). Enkele tracks van More werden door de band zo goed bevonden dat ze geruime tijd live gespeeld bleven, zoals ‘Cymbaline’ en ‘Green is the Colour’.

More werd uitgebracht op 13 juni 1969, vier maanden na opnames en anderhalve maand voor de filmpremière. In Amerika kwam het album pas uit op 9 augustus. Nadat het album was uitgebracht kwam het op de negende plek in de UK-lp-lijst en later tot de 153e in de USA. In de UK klom het net zo hoog als de voorganger. De opvolger, Ummagumma, zou tot de vijfde plek komen. De reacties van zowel pers als publiek waren wat gemengd, eigenlijk net als het album zelfs. Nick Mason: “It wasn’t a Pink Floyd album, but a group of songs.” Record Song Book schreef: "The album is always extremely interesting ... quite weird in parts too". De Amerikaanse Rolling Stone vond het “a dull film soundtrack”. De groepsleden waren desondanks enthousiast en werkten later nog eens met Schroeder voor zijn film ‘La Vallée’ (1972). Die laatste kennen de Pink Floyd fans van de soundtrack met als naam: ‘Obscured by Clouds (1972).

More zorgde er voor dat de band in Frankrijk, het land waar de film vandaan kwam, bekend werd én doorbrak. Roger Waters: What really made it for us in France was the film More.”

Behalve de tracks die we allemaal kennen van het album More zijn er tijdens de sessies nog vijf andere tracks opgenomen: ‘Hollywood’, ‘Theme (Beat Version)’, More Blues (Alternative Version)’, ‘Seabirds’ en ‘Embryo’. ‘Hollywood’ en ‘Seabirds’ zijn wel in de film te horen, de variaties op een thema en de blues niet. Alle vier de tracks staan nu op een cd in de box ‘The Early Years’: ‘Pink Floyd - the Early Years 1969 Dramatis/ation’. Seabirds was overigens een versie van ‘Quicksilver’, dat dan weer wel.
Een ander verhaal geldt voor ‘Embryo’, die ook in de Early Years box zit. In tegenstelling tot de andere vier tracks is ‘Embryo’ een bij fans bekend nummer dat veel live gespeeld werd en soms ruim twintig minuten kon duren. Het is en prachtig nummer dat elke fan indertijd op plaat wilde. Dat is dan ook, weliswaar illegaal, gebeurd; er zijn heel wat versies in omloop. In 1970 bracht platenmaatschappij EMI/Harvest de versie uit de More-sessie uit op hun verzamelalbum ‘Picnic – a Breath of Fresh Air’ (1970) en nog weer later op ‘Works’ (1983), maar die laatste was zonder toestemming van de band.
Een afwijkende versie van Embryo is wel officieel uitgebracht op het album ‘Music from the Body’ van Roger Waters en Ron Geesin (1970).

De film ‘More’ die vroeger nauwelijks te zien was wordt inmiddels verkocht op DVD en Blu-ray. Eerst was dat alleen in het Frans, zonder ondertitels, waardoor het verhaal lastig te volgen was. Gelukkig is de film nu ook opgenomen in Pink Floyd The Early Years box: ‘1967-1972 Continu/ation’. Samen met ‘The Committee’ en ‘La Vallée’ en kunnen we de Engelstalige versie zien.

De lp-hoes voor More is ontworpen door Hipgnosis. Gilmour’s vriend Storm Thorgerson had ‘A Saucerful of Secrets’ ook mogen maken en de band vond het wel prima als hij daarmee door zou gaan. Dat is hij ook blijven doen tot ‘The Wall’ (1979) en later – na de scheiding in de band - weer opnieuw. Op de hoes zijn de hoofdpersonen van de film, Stefan en Estelle, te zien. Estelle rent naar Stefan die zich even later laat ronddraaien door de wieken van de molen. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met Don Cervantes Don Quichotte. De foto is in de donkere kamer gesolariseerd, tijdens het ontwikkelen van licht voorzien, zodat je een wat psychedelisch effect krijgt. Dat past goed bij de inhoud van de film. Dat geldt net zo voor de foto op de achterzijde waarop Klaus en Estelle op een berg zitten om tot bezinning te komen. De foto is inmiddels gespiegeld en van rechts naar links gegaan. De tekst, bandnaam en titel, op de voorkant is bij de meest recente cd-versies weggehaald, overeenkomstig stijl en traditie. Een Pink Floyd hoes heeft nu eenmaal geen naam en titel op de voorzijde.

Vijftig jaar na More blijkt dat de soundtrack beter tegen de tand des tijds bestand is dan de film. De muziek leeft voort en de film lijkt gedateerd, zowel naar inhoud als in tempo. Dat More de basis was voor de ontwikkeling van wat nog komen ging bij Pink Floyd was indertijd natuurlijk nog niet duidelijk. Inmiddels weten we dat wel en kunnen we rustig stellen dat de muziek van More belangrijker was dan men toen dacht. Naar analogie van het Pink Floyd’s project waar alles mee begon en de inhoud van de film hebben komt de essentie neer op het feit dat je meer weet van More na de reis van de man.