logo van The Lemontree

Natuurlijk mooi

Een prognose voor het al dan niet hebben van succes voor een artiest of band is en blijft totaal onvoorspelbaar. Soms komt een hit zomaar aanwaaien, maar waait de betrokkene(n) net zo hard weer uit het auditieve en visuele beeld; de zogenaamde ‘eendagsvlieg’. Iemand als Rihanna bijvoorbeeld begint met één hitje en rijgt daarna de ene hit na de andere, onvermoeibaar, niet te stoppen welhaast. Anderen moeten keihard werken en doen dat ook, maar kunnen slechts een handjevol mensen boeien met hun pogingen, ondanks de geboden kwaliteit. Nick Drake is zo iemand. Hij maakt zijn eerste album als hij twintig is, daarna volgen nog twee, maar verkopen doen ze nauwelijks. Drake werd depressief, trok zich terug uit de spotlights en overleed onder onduidelijke omstandigheden in zijn zesentwintigste jaar. Jaren na zijn leven wordt Nick Drake gezien als een van de meest invloedrijke artiesten van de afgelopen vijftig jaar én – nog grilliger – nadat zijn muziek bij een reclame van Volkswagen gebruikt werd verkocht hij in één maand tijd meer albums dan de dertig jaar daarvoor. Misschien zegt dat feit meer over de muziekindustrie dan wat ook. Drake was een eenling, een dromer, een romanticus, wiens stem verloren ging in de luidruchtigheid van de muziekmachinerie. Plotseling ontdekte die dat ze iemand over het hoofd hadden gezien, maar toen was het voor de betrokkene zelf te laat. Hij moest het doen met drie, vrij korte lp’s, wij hebben inmiddels de beschikking over vijf cd’s en een aantal films.

Nicholas ‘Nick’ Rodney Drake (1948-1974) is geboren in Rangoon, India. Zijn vader, Rodney, werkte er als ingenieur bij de Bombay Burmah Trading Company. Rodney ontmoette in Rangoon Molly Lloyd. Toen zij eenentwintig werd mochten ze trouwen. Het echtpaar kreeg een dochter, Gabrielle (1944- ) en een zoon, Nick. Twee jaar na de geboorte van Nick keerde de familie terug naar Engeland, Tanworth-in-Arden. Muziek was heel gewoon in de familie, vader en moeder schreven liedjes. Moeder zong en speelde piano. Met zo’n moeder leerde Nick als kind al piano spelen. In navolging van zijn ouders maakte hij eigen liedjes, later nam hij die op met hulp van een tapedeck.

Drake werd naar dezelfde school gestuurd als de rest van zijn familie tot en met overgrootvader aan toe: Marlborough College. Hij ontdekte er zijn sprinttalent op de 100 en 200 yards, wij zouden zeggen meter, maar een yard is minder, 100 yards is 91,44 meter. Met hardlopen maakt dat wel net dat stukje verschil. Hij was zo goed dat hij in 1966 de school vertegenwoordigde. Zijn 100 yard record is nog steeds ongebroken. Behalve hardlopen deed Drake aan rugby. De laatste twee jaar was hij ‘House Captain’. Dat laatste deed hij naar verluid met enige autoriteit. Ondanks zijn populariteit door het sporten hield Drake zich richting vrienden op de vlakte. Na zijn overlijden ontdekten ze dat ze hem eigenlijk helemaal niet zo goed kenden.
Tijdens zijn collegejaren speelde Drake piano in het schoolorkest, maar leerde ook saxofoon en klarinet spelen. In 1964 begint hij een bandje: The Perfumed Gardeners. Ze spelen, net als iedereen in die tijd, populaire liedjes, wat blues, jazz en rhythm & blues werk, maar ook liedjes van de dan al bekende Manfred Mann en Yardbirds.

Muziek neemt hem meer in meer in beslag, zelfs zodanig dat hij langzaamaan zijn studie verwaarloost. Om goede muziek te maken heb je goede spullen nodig en hij besluit dan ook een nieuwe akoestische gitaar te kopen. Tot afgrijzen van zijn ouders kost die maar liefst dertien Pond, in die tijd een enorm bedrag. Drake pakt de studiedraad echter weer zo goed op dat hij een beurs verdient en wordt toegelaten tot Fitzwilliam College, Cambridge. Maar voordat hij daar de deur binnenstapt studeert hij eerst nog een half jaar aan de Aix-Marseille Université. Om geld te verdienen treedt hij met enkele vrienden op in het centrum van de stad. Daar begint een ander leven, rookt hij steeds vaker jointjes en vertrekt naar Marokko, omdat daar nu eenmaal de beste hasjiesj te koop was.

In 1967 is hij terug in Engeland en trekt in bij zijn zus in Hampstead. In Hampstead ontmoet hij Robert Kirby, een student muziektheorie. Kirby zou de orkestraties doen voor Drake’s eerste twee albums. Kirby zegt over Drake: “He was one of the few people I’ve met who was completely pure and honest.”
Het Fitzwilliam College ziet hem in oktober opduiken. Zoals gepland begint Drake met zijn studie Engelse literatuur. Hij heeft een voorliefde voor het werk van William Blake, Yeats en Henry Vaughan. Drake maakte er weinig contacten, meed zelfs zijn favoriete sporten ten gunste van blowen en muziek maken. Hij speelde soms hele nachten gitaar en was altijd op zoek naar klanken, alternatieve stemmingen. Die gebruikte hij bijna bij al zijn songs, waardoor het nog best lastig was om samen te spelen.

Drake had inmiddels de folk ontdekt en luisterde veel naar muziek van Bob Dylan, Phil Ochs. Josh White, Van Morrison en Donovan. Dat was de richting die hij ook op wilde gaan. Hij probeerde het uit in diverse clubs in de buurt. Hij werd gehoord! Ze vroegen hem voor het voorprogramma van Country Joe & the Fish (1968) in Roundhouse, Camden Town. En ook daar viel hij op. Ashley Hutchings, bassist bij Fairport Convention vond hem uitstekend spelen, meer nog, hij had dé ‘looks’ van een beroemdheid.
Hutchings nam Drake mee naar een hem bekende producer: Joe Boyd. Boyd had toen een eigen maatschappij: ‘Witchseason’. Boyd had Fairport Convention ontdekt, maar ook John Martyn en The Incridible String Band. Witchseason was gekoppeld aan Island Records. Boyd is niet de minste; hij was een van de oprichters van de fameuze UFO-club, de thuisbasis van Pink Floyd en Soft Machine. Boyd produceerde ook de eerste single van Pink Floyd (Arnold Layne) en van Eric Clapton (Eric Clapton & the Powerhouse), In 1965 was hij stage-manager van het Newport Folk Festival, het festival waar Bob Dylan voor het eerst elektrisch begeleid werd door Mike Bloomfield en Barry Goldberg (Paul Butterfield Blues Band).
Boyd zag en hoorde iets in Drake. Tot aan het eind van Drake’s leven trad Boyd op als beschermer, leermeester, manager én producer. Boyd: “In those days you didn't have cassettes—he brought a reel-to-reel tape (to me) that he'd done at home. Half way through the first song, I felt this was pretty special. And I called him up, and he came back in, and we talked, and I just said, "I'd like to make a record." He stammered, "Oh, well, yeah. Okay." Nick was a man of few words.”
De warme stem van Drake die soms meer fluisterde dan zong, de poëtische teksten vol verwijzingen naar de natuur: seizoenen, bomen, maan en sterren, regen en lucht, mist. Drake observeerde zijn omgeving met haviksogen, maar leek er zelf geen deel van te zijn.

Boyd’s aanbod bleek ongeveer het eind van Drake’s studie. Nog in hetzelfde jaar, 1968, nam Drake zijn eerste album op: ‘Five Leaves Left’. De titel kwam van het figuur dat je zag als een papieren rol bijna op was, je zag dan een figuur dan kwamen er nog vijf blaadjes.
Boyd wilde een zo natuurlijk mogelijke opname, warm, intiem, een beetje zoals de albums van Leonard Cohen. Als begeleiders regelde Boyd musici uit zijn kennissenkring: gitarist Richard Thompson (Fairport Convention) en contrabassist Danny Thompson (Pentangle). De Thompson’s zijn geen familie overigens. Andere musici zijn Paul Harris (piano), Rocki Dzidzornu (conga’s), Clare Lowther (cello), Tristam Fry (drums, vibrafoon). De technicus is John Wood; hij zou alle andere albums van Drake ook opnemen en een belangrijke steun zijn voor hem.
De start was niet geweldig, opnames moesten plaatsvinden in de resttijd van Fairport Convention’s opnames voor ‘Unhalfbricking’. Drake wilde net als Boyd een natuurlijk geluid, maar Boyd gebruikte in navolging van Beatles-producer George Martin de studio als een (werk-)instrument. De arrangementen van de aangetrokken Richard Anthony Hewson vielen niet in goede aarde. Drake vroeg Boyd of hij Robert Kirby’s arrangementen niet wilde proberen. Na wat argwaan was Boyd snel om, die Kirby kon wel wat! Uiteindelijk deed Kirby dan ook alle arrangementen, alleen voor ‘River Man’ kreeg hij hulp van routinier Harry Robbertson.
De bewerkingen achteraf bleken nog meer tijd te kosten. Platenmaatschappij Island deed of kon weinig aan ondersteuning bieden, de pers was lauw. John Peel, hij weer, pakte het album wel op, maar dat was niet voldoende. Drake was blij met de muziek, echter niet met de verpakking: songs stonden in verkeerde volgorde en hadden stukken die niet te horen waren, omdat hij ze uiteindelijk geschrapt had. Zijn zus Gabrielle weet het nog goed: “He was very secretive. I knew he was making an album but I didn't know what stage of completion it was at until he walked into my room and said, 'There you are.' He threw it onto the bed and walked out!"

Sheila Wood, de vrouw van John, vertelt dat Drake contact vermeed en er zelfs niet van hield om aangeraakt te worden: ”When he would come to the door, you’d be so delighted you’d want to hug him, but you never did.” Drake had moeite met relaties, idealiseerde vrouwen, maar kon er nauwelijks contact mee krijgen. Sommige vrienden vroegen zich af of hij homoseksueel was en zich daarom zo terugtrok en zichzelf verwaarloosde. Hij kamde zich nauwelijks en nieuwe kleren hoefde hij niet. Anderen zeiden dat relaties voor hem te ‘aards’ waren en niet bij zijn beeld ervan pasten.

Negen maanden voor het eind van de studie kapt Drake ermee. Vervolgens vertrok hij naar Londen, zeer tegen de zin in van zijn vader die hem via een lange brief waarschuwde dat er zonder diploma weinig mogelijkheden waren, omdat je niets hebt om op terug te vallen. Drake zwierf van de een naar de ander, logeerde een tijd bij een vriendin die een aapje als huisdier had, vond vervolgens een eigen kamer. Die was enorm groot en vooral heel erg koud. Zijn matras lag zo ongeveer tegen de kachel aan. Soms sliep hij in het huis van zus, totdat Boyd hem onder zijn hoede nam. Hij bezorgde hem een telefoon én een betere kamer in Belsize Park.

John Peel bood Drake de kans in zijn programma op te treden. Op 5 augustus 1969 zong Drake vijf nummers: ‘Cello Song, Three Hours, River Man, Time of No Reply en Bryter Layter’. De dag erna werden enkele songs uitgezonden. Door Boyd kon Drake in het voorprogramma van Fairport Convention staan, die traden op in Londen, Birmingham en Hull. Het liep niet heel soepel. Zanger Michael Chapman zag het met lede ogen aan: “The folkies did not take to him; they wanted songs with choruses. They completely missed the point. He didn't say a word the entire evening. It was actually quite painful to watch. I don't know what the audience expected, I mean, they must have known they weren't going to get sea-shanties and sing-alongs at a Nick Drake gig!” Drake trok zijn conclusies en stopte met liveoptredens. Heel af en toe maakt hij een uitzondering, maar ook dan zei hij niets en was vooral druk met het stemmen van zijn gitaar tussen de songs in. Zo speelde hij aan Ewell Technical College, Surrey (1970). Ralph McTell speelde die avond ook en beschreef Drake’s optreden als volgt: “Nick was monosyllabic. At that particular gig he was very shy. He did the first set and something awful must have happened. He was doing his song 'Fruit Tree' and walked off halfway through it."

Ondanks het tegenvallende succes begon Boyd aan Drake’s vervolgalbum. Boyd suggereerde een meer bij-de-tijds-album met iets sneller werk, maar ook de inzet van meer drums dan het eerste album. Het album klinkt daardoor wat vlotter en vooral ‘jazzier’. Boyd vroeg een hele reeks musici voor de sessies van Bryter Layter, zoals het nieuwe album zou gaan heten. Het zijn niet de minsten: Dave Pegg (bas/Fairport Convention, later Jethro Tull), Dave Mattacks (drums/Fairport Convention, later Jethro Tull), Richard Thompson, Ray Warleigh (altsax, dwarsfluit/Soft Machine), Ed Carter (bas), Mike Kowalski (drums), Paul Harris (piano), Lyn Dobson (dwarsfluit/Soft Machine), John Cale (altviool, orgel, celesta/Velvet Underground), Chris McGregor (drums/Brotherhood of Breath/Blue Notes), Doris Troy (zang/Pink Floyd) en Pat - P.P. - Arnold (zang/Ike & Tina Turner). Boyd en Wood zijn enorm te spreken over Bryter Layter, ze noemen het hun enige ‘perfecte’ album.

Bryter Layter (1971) mag dan wel perfect zijn, het werd niet begrepen door de pers, Melody Maker bijvoorbeeld omschreef het album als een “awkward mix of folk and cocktail jazz”. Dat zal niet meteen de reden zijn voor Boys volgende stap. Hij verkocht Witchseason aan Island Records en vertrok naar Amerika om daar bij Warner Brothers te gaan werken aan filmsoundtracks. Voor Drake was dat iets te veel, gebrek aan succes, het vertrek van zijn mentor, het alleen wonen, hij belandde in een depressie. Zijn familie haalde hem over naar een psychiater te gaan. Die schreef hem antidepressiva voor, maar Drake wist niet of dat te combineren was met zijn inmiddels behoorlijke druggebruik. Toenmalig vriendin Sophia Ryde vond het lastig. Ryde was: "the nearest thing" to a girlfriend in his life, but she used the description "best (girl) friend", aldus de biografie. Als Drake bij haar was trok hij zich in de keuken terug om die tabletten te nemen onder het mompelen van “I’m frightfully sorry, frightfully sorry.” Voor Drake was alles één zwarte mist. Soms als Ryde thuiskwam van haar werk vond ze Drake zittend in de kamer die gehuld was in totale duisternis.
Verzoeken van Island om zijn album te promoten legde Drake naast zich neer, hij trok zich meer en meer terug in zichzelf en vermeed zelfs contact met vrienden en familie.

Om de impasse te doorbreken bood Chris Blackwell Drake zijn appartement aan de Spaanse kust aan. Drake leek daar wat tot rust te komen. Eind 1971 vroeg hij totaal onverwacht of hij een nieuw album kon opnemen. Hij was alleen in de studio, samen met technicus John Wood, die hij al kende van de vorige twee opnamesessies. Gedurende twee nachten nam Drake elf nummers op, nog geen half uur muziek samen. "Just about right. You really wouldn't want it to be any longer”, aldus Wood. “If something’s that intense, it can’t really be measured in time.”
Geen gedoe met andere musici, geen jazzy stukken, allen Drake, gitaar en één piano-overdub voor de titeltrack. Wood: "He was very determined to make this very stark, bare record. He definitely wanted it to be him more than anything. And I think, in some ways, Pink Moon is probably more like Nick is than the other two records." Kirby was het daar mee eens, hij vond ‘Pink Moon “the finest work Nick ever did.”
Nadat het album af was gaf Drake de mastertape aan Island directeur Chris Blackwell. Pink Moon verkocht nog minder dan de vorige twee albums. Het was behoorlijk frustrerend voor Blackwell die wel degelijk potentie in het album zag. De weigering van Drake om ook maar iets te doe naan promotie bracht Island’s directie soms ten einde raad; van Drake’s drie albums waren totaal nauwelijks vierduizend stuks verkocht. Op advies van Boyd, waar men contact mee had gezocht voor advies, gaf Drake één interview. Jerry Gilbert (Sounds Magazine) zei later dat er op geen enkel moment in het gesprek contact mogelijk was geweest, hij had hem zelfs niet aangekeken, alleen naar de grond gestaard.

Drake viel zo terug dat hij uiteindelijk terugkeerde naar het huis van zijn ouders. Het was voor niemand makkelijk, maar zo had hij wel de verzorging die hij nodig had. Hij leefde vooral van het geld van zijn ouders. Van Island kreeg hij wel een kleine, wekelijkse toelage, maar dat was verre van voldoende. Soms verdween hij voor een paar dagen en soms dook hij op bij oude vrienden, zoals Kirby. "He would arrive and not talk, sit down, listen to music, have a smoke, have a drink, sleep there the night, and two or three days later he wasn't there, he'd be gone. And three months later he'd be back." Soms reed hij zolang in de auto van zijn ouders rond dat de benzine op raakte en hij moest bellen om opgehaald te worden. Hij zocht werk, maar wist niet goed wat te doen. Computerprogrammeur leek hem wel wat. Vader vroeg het op zijn werk en Nick kon langskomen. Hij deed een test, haalde die en kon de volgende vrijdag meteen beginnen. De maandag daarop werd hij alleen naar Londen gestuurd met verblijf in een hotelkamer. Een paar dagen later was hij verdwenen. Eind 1972 werd Drake opgenomen in een ziekenhuis, daar moest hij een week of vijf blijven. De artsen spraken van een flinke depressie, een zelfs van schizofrenie.

Begin 1973 herhaalde Drake de actie van het derde album. Hij belde Wood om te zeggen dat hij een nieuw album wilde opnemen. Toevallig was Boyd in Engeland en besloot bij de opnames aan te sluiten. Het was niet het weerzien dat Boyd in gedachten had, Drake was verbitterd over het gebrek aan succes en geld, Boyd had toch gezegd dat hij geniaal was? Hoe kon dat dan? Voor het eerst had Drake het over geld. Boyd was totaal uit het veld geslagen.
In tegenstelling tot de vorige keer liep deze sessie moeizaam. De zang moest vaker over en gedubd worden over eerdere gitaarpartijen. Toen Wood ernaar vroeg antwoordde Drake: “I can’t think of words. I feel no emotion about anything. I don’t want to laugh or cry. I’m numb inside.”
Veel werd er niet opgenomen, slechts vier songs, te weinig voor een nieuw album. Toch leefde Drake, tot grote vreugde van zijn moeder, wat op. Hij vertrok naar Parijs en verbleef op een woonboot aan de Seine. Hij vroeg zijn moeder de lp’s met Franse lessen op te sturen, zodat hij de taal wat kon oppakken. Hij schreef ook dat hij ophield om zelf songs te spelen, maar te gaan schrijven voor anderen. Françoise Hardy had het ooit al eens aan hem gevraagd. Toen kon hij het niet, misschien zou het nu wel lukken.
De ‘vrolijkheid’ duurde niet lang. Al gauw na de laatste opnames was het gedaan met de geringe toelage van Island. Drake keerde weer in zichzelf, keerde terug naar huis. Hij had nog maar contact met heel weinig mensen, alleen zijn ouders en vriendin Ryde.

Op 25 november 1974 overlijdt Drake, na het innemen van een overdosis antidepressiva. Zijn moeder vindt hem halverwege de middag. Het is niet duidelijk of het een bewuste zelfmoord is, of het nemen van te veel pillen om slapeloosheid waar hij inmiddels aan leed tegen te gaan of een aanval van depressie. Zijn ouders hadden het niet zien aankomen, mede omdat Drake enthousiast was over een nieuwe terugkeer naar Londen. Opmerkelijk is dat veel Drake’s ‘vrienden’ elkaar voor het eerst ontmoeten bij diens begrafenis. Net zo opmerkelijk was het feit dat de pers nauwelijks schreef over het overlijden en Island weinig ondernam om albums opnieuw uit te brengen, of – wat vaker gebruikelijk is na een overlijden – een verzamelalbum op de markt te brengen.

Eén jaar later is dat anders. Drake’s ouders ontvangen meer en meer brieven over de muziek van hun zoon. Nick Kent van New Musical Express (NME) schreef een flink artikel over Drake. Uiteindelijk leidde dat samen tot het uitbrengen van al zijn werk in een verzamelbox: ‘Fruit Tree’ (1979). In de box zijn de originele drie lp’s opgenomen, aangevuld met de vier songs van de laatste sessie, alsmede een boek op lp-formaat met songteksten en een korte biografie, geschreven door Arthur Lubow. Ook al verkocht ook deze box nauwelijks, de diverse albums bleven wel in de catalogus. De box werd in 1986 nogmaals door Hannibal Records op de markt gebracht. Andere voorkant én een nieuwe extra lp/cd: ‘Time of No Reply’. Die laatste bevat de laatste opnames, alsmede een reeks outtakes. Zo zijn er vijf tracks van de sessies opgenomen nog voor het eerste album, ‘Five Leaves Left’. Dat zijn de tracks die Drake later opnieuw liet doen. Van één song, ‘Song No. 2’ wisten zelfs zijn ouders niets af. Andere songs blijken al te bestaan nog voordat hij ze opnam voor zijn derde album.

Halverwege de jaren tachtig is Drake meer en meer onderwerp van gesprek, grootheden als Kate Bush, Paul Weller (The Jam), Robert Smith (The Cure), David Sylvian, Peter Buck (R.E.M.), Tom Verlaine en anderen noemen Nick Drake als een belangrijke invloed op hun muziek. Robert Smith vertelt dat de bandnaam regelrecht uit een song van Drake komt: "Time Has Told Me" ("a troubled cure for a troubled mind"). Elton John nam een tape op met zijn bewerkingen van Drake’s songs. Ze klinken vooral als Elton John-songs, maar toch, het eerbetoon mag er zijn.
In Denemarken (!) verscheen een biografie, de later in het Engels vertaald werd (2012) en vervolgens goed verkocht. (Muziek-)tijdschriften hadden ‘plotseling’ door dat Drake iets bijzonders had gedaan en presenteerden de man als een ‘noodlottige romantische held’.
De BBC zond in juni 1998 een documentaire uit: ‘Fruit Tree: The Nick Drake Story’. In die documentaire is er volop aandacht voor de drie albums én zijn er interviews met Boyd, Wood, zus Gabrielle, moeder Molly, Paul Wheeler, Robert Kirby en Ashley Hutchings. De verteller is Danny Thompson. Eén jaar later wordt een tweede documentaire uitgezonden: ‘A Stranger Among Us, In Search of Nick Drake’. Weer en jaar later is documentaire nummer drie: ‘A Skin Too Few: The Days of Nick Drake’. Deze documentaire werd gemaakt door landgenoot Jeroen Berkvens. Berkvens maakte gebruik van interviews met Boyd, Wood, Kirby en zus Gabrielle.
De meest bijzonder actie komt van The Guardian (Brits dagblad), die zet Drake’s tweede album, ‘Bryter Layter’, op de eerste (!) plek van hun alternatieve album Top100.
Rolling Stone zette recent alle drie albums in de lijst van de ‘500 Greatest Albums of All Time’.

En dan komt Volkwagen in 1999 met die reclame. In een voornamelijk blauwe setting rijden vrienden in een Volkswagen Cabrio door een magische nacht vol vuurvliegjes, sterren en de maan naar en feest. De vele lichten en drukte daar doen het viertal besluiten achteruit te rijden en verder te rijden, terug naar de magie van de natuur. De commercial sluit af met een half verliefde, half begrijpende blik van een vrouw naast de passagier. Of het met de Cabrio ook zo goed ging weet ik niet, maar de verkopen van Drake’s albums schoten de lucht in, van een totaal van zesduizend in Amerika naar vierenzeventigduizend in de maand na de reclame. Volkswagen had de toon gezet én getroffen. Drake’s muziek kwam daarna steeds vaker voor in films en werd nu zelfs gedraaid op de diverse radiostations.

Island bracht in 2004 een album uit met materiaal dat ze bij Drake thuis gevonden hadden, aangevuld met remixen en outtakes: ‘Made Love Magic’. Het was het best verkocht Drake-album ooit. Enkele tracks overlappen met ‘Time of No Reply’, maar er zijn ook nieuwe tracks te vinden. Op het album staat de song ‘Magic’; een song nog van voor ‘Five Leaves Left’. Dat is de song die misschien alles duidelijk zegt over de persoon Drake: “I was born to love no one, no one to love me. Only the wind in the long green grass, the frost in a broken tree."
In 2007 wordt zijn œvre nog eens aangevuld met weer nieuw gevonden werk: ‘Family Tree’. Huiswerk, de familie aan het zingen, zus en moeder en Nick die songs opneemt met hulp van een eenvoudige recorder. Drake zingt en speelt hier ook werk van anderen, zoals ‘Strolling Down the Highway’van Bert jansch en ‘Tomorrow is a Long Time’ van Bob Dylan.
In 2013 presenteert Island Drake’s werk nog maar eens, dit keer in een luxe box en noemt het ‘Tuck Box’. Een ‘tuck box’ is te vergelijken met een broodtrommel of een trommeltje dat iemand mee naar school krijgt met wat lekkers erin. Deze box is een replica van Nick Drake’s tuck box. In de box een boekwerk, posters en vijf cd’s. Naast de drie ‘reguliere albums’ vinden we in de doos ‘Made Love Magic’ en ‘Family Tree’. Bijzonder is dat we dan al op vijf cd’s zitten, terwijl Drake in zijn leven met moeite drie lp’s vol kreeg. Dat had hij zelf ook nooit kunnen bedenken.

In 2014 publiceert zus Gabrielle een biografie over haar bijzondere broer. Moeder Molly’s songs waren volgens Boyd de ontbrekende schakel in Drake’s leven. Haar werk werd in 2018 als boek met twee cd’s uitgegeven: ‘The Tide’s Magnificence’. Het boek, 196 pagina’s, bestaat uit gedichten, verhalen, stukje geschiedenis en foto’s. De uitleg is geschreven door dochter Gabrielle. In 2011 was een eerdere editie beperkt uitgegeven met slechts één cd en in een andere verpakking. Als je de muziek hoort, Molly Drake met piano opgenomen door manlief, weet je meteen waar Nick zijn inspiratie vandaan haalde. Alleen het boek is meer dan de moeite waard.

Nick Drake begon met zijn album ‘Five Leaves Left’, de laatste vijf blaadjes. inmiddels zijn er vijf albums/cd’s ‘left’, alles tot en met zijn laatste song. Nu is het op. Ik zie hier wel enige symboliek in. Misschien had Drake die ook wel gezien. Sommige personen leven soms letterlijk in een andere tijd, het is aan de mensen om hen heen daar contact mee te krijgen. De natuur werkt soms als een tijdpoort. Als je net zoals Drake goed om je heen kijkt, zie je hoe natuurlijk mooi ze is, precies als de songs van Drake. Gelukkig had ik daar geen reclame bij nodig. Moeder natuur is met haar wisselende seizoenen immers één grote reclame op zich, vol sfeer, sterren, bomen, romantiek, de roze maan…