logo van The Lemontree
magma

Kobaïaanse Zeuhl-space-opera

omschrijving afbeelding

“O Magma iss dëh hündin. Da Zeuhl iss dëh furdïhnn. D/ëm dëhm Zeuhl… Zeuhl…”. Als je je afvraagt waar ze deze taal spreken is het antwoord helder: “Op de planeet Kobaïa!”.

Christian Vander had na het overlijden van zijn idool John Coltrane een ‘visioen’. Die verwoordde en verklankte hij met zijn band Magma. Vander’s fantasyverhaal, want dat is het, werd verteld aan de hand van negen albums (plus één).

Magma’s muziek wordt het best omschreven als ‘Zeuhl’.

Echter, gaandeweg ontspoort het verhaal en schakelt Magma over op andere talen en muziekstijlen. En waarom is Vander een enigszins omstreden figuur? Lees dat allemaal in het verhaal van Magma, de planeet Kobaïa én Zeuhl.




Christian Vander (1948- /drums, keyboards, zang) is de geadopteerde zoon van Maurice Vanderschueren (1929-2017). Die laatste kennen we beter als Maurice Vander. Maurice speelde keyboards in de Parijse jazzscene. In die hoedanigheid speelde hij met mensen als Chet Baker, Kenny Clarke, Django Reinhardt, Don Byas, Stephane Grappelli, Johnny Griffin, Art Farmer en Bobby Jaspar. Christian kreeg de jazz met de bekende paplepel geserveerd. Hij leerde drums spelen en volgde een slagwerkopleiding aan het conservatorium. Halverwege het tweede deel van de jaren zestig speelde Vander drums in twee rhythm and bluesbandjes: ‘The Wurdalaks’ en ‘Cruciferius Lobonz’. Kijkend naar de namen zie je dat het ‘on-Franse’ taalgebruik hier al aanwezig is. In deze periode schrijft Vander zijn eerste eigen composities: ‘Nogma’ en ‘Atumba’. Na het horen van het overlijden van zijn held en idool John Coltrane (1926-1967/tenor- en sopraansax) trok Vander eropuit om tot zichzelf te komen. Hij reisde naar Italië om daar zo’n twee jaar te blijven. Coltrane was, naast een meesterlijk muzikant, een spiritueel mens. Ik denk daarbij meteen aan diens ‘A Love Supreme’ (1964), een album dat een onuitwisbare indruk achterliet in het muzieklandschap. In die periode kreeg hij zijn visioen over de toekomst van de mensheid, zowel spiritueel als ecologisch. Vander combineerde die spiritualiteit aan zijn mensbeeld en kwam met zijn eigen verhaal.

Eenmaal terug in Frankrijk (1969) begon Vander een nieuwe band en noemde die: ‘Uniweria Zekt Magma Composedra Arguezdra’, in praktijk afgekort tot: Magma. Magma bestaat in deze eerste versie uit Rene Garber (1945-2015/saxen), Laurent Thibault (1946/gitaar, basgitaar), Lucien Zabuski (1946-2019/zang) en Francis Moze (1946- /orgel, basgitaar). Eerste versie inderdaad, want de historie van de band staat bol van wisselingen van bandleden. Gekscherend wordt wel eens gezegd dat half Frankrijk in Magma gespeeld heeft.
Vander ontwikkelt met deze eerste groep een heel eigen muziekstijl. De jazz van Coltrane, de koren (vooral die) van Orff en de rock afkomstig van rhythm & blues. De muziek noemt hij ‘Zeuhl’, dat zoiets betekent als ‘hemels’. Vander: “Zeuhl means celestial, vibratory music and is “L'esprit au travers de la matière”. That is Zeuhl. Zeuhl is also the sound which you can feel vibrating in your belly. Pronounce the word Zeuhl very slowly, and stress the letter 'z' at the beginning, and you will feel your body vibrating." De term is nu een gangbare voor het soort muziek dat Magma in de beginperiode maakte en wordt ook door andere bands gebruikt tot aan Japan toe.

Carl Orff (1895-1982) studeerde piano, orgel, cello en slagwerk en is vooral bekend van de ‘Carmina Burana’ (1937), een werk voor groot gemengd koor, jongenskoor en orkest. Net zo bekend is Orff van zijn ‘Schulwerk’, een muziekleergang voor (basis-)scholen. Daarbij hoort het Orff-instrumentarium, een scala aan kleine percussie- en slagwerkinstrumenten zoals woodblocks, klankstaven (metalofoon, xylofoon, klokkenspel), tamboerijn, trommels (handtrom, bellentrom, kleine trom, kleine pauk), bekkens, castagnetten, shakers, triangels. Daarbij mocht voor de melodie gebruik gemaakt worden van blokfluiten, piano, akoestische gitaar, viool, etc. Veel basisscholen hebben/hadden een redelijk assortiment van dit spul in de kast. Soms kwam het er zelfs uit.

Magma’s muziek valt tegenwoordig onder de ‘progrock’, maar tegelijkertijd ook weer niet, juist omdat het zo eigen, zo anders is. Anders is ook de gezongen taal: Kobaïaans. Latere Magma-zanger Klaus Blasquiz verklaarde ooit dat Vander’s Kobaïaanse taal een mengelmoes is van (oud-)Duits en de Slavische talen. Vander: When I wrote, the sounds [of Kobaïan] came naturally with it—I didn't intellectualise the process by saying 'Ok, now I'm going to write some words in a particular language', it was really sounds that were coming at the same time as the music."
Op schrift ziet het eruit als een fonetisch schrift, vooral door het gebruik van al die ‘umlauten’; de dubbele punten boven een letter. In de Duitse taal verandert de klank van de letter door de umlaut. Voorbeeld: de a klinkt in het Duits als ‘a’, maar de ä als ‘e’. De o als ‘o’, maar de ö als ‘eu’. Umlauten komen ook voor in de Finse, IJslandse, Zweedse, Hongaarse en Turkse talen. Of Magma eraan heeft bijgedragen weet ik niet, maar sommige metalbands gebruiken die umlauten ook graag, denk maar aan Mötorhead en Mötley Crue bijvoorbeeld. Bij die bands is het vooral een image-kwestie, waarbij geflirt wordt met een soms niet zo’n fraai Duits-Teutoons verleden. Iets dat bij Magma ook voorkomt, zeker bij live-optredens. Het gebruik van zwarte kledij met daarop het logo, de vlaggen, het geschreeuw, de koren. Dat soort dingen. Daevid Allen, Gong’s voorganger, kende Vander en had zo zijn twijfels bij diens verhaal, visualisaties en sommige uitingen die hij racistisch vond. Vander is daar vaker op aangesproken, er is zelfs gewezen op een link met Nazi-Duitsland. Vander heeft dat nooit ontkend, noch bevestigd. Je blijft met een wat dubieus gevoel zitten. Het geeft in ieder geval aan hoe dun die grens is.
Als je Magma vergelijkt met die andere Franse (half Engelse) band Gong komen er nogal wat overeenkomsten bovendrijven. Zowel Allen als Vander komen met een eigen fantasyverhaal waarbij spiritualiteit in zelfinzicht voorkomt; allebei hebben ze een eigen planeet verzonnen, Gong en Kobaïa en bij beiden wordt er nogal wat heen-en-weer gereisd, al is het met andere doelen en inzichten. Planeet Gong, de groene planeet, is er vooral een van natuur, liefde, erotiek, vrolijkheid en zelfs een zekere onschuld, bij Kobaïa gaat het om technologische vooruitgang, strijd en overheersing. Met een knipoog naar Starwars zou je Kobaïa best de ‘dark side’ (van de mensheid?) kunnen noemen. Maar daarom moet je eerst het Grote Verhaal een beetje kennen.

Verhaal in een verhaal. Het is verspreid over de eerste serie albums. We gaan ver de toekomst in, vele honderden jaren verder. Het gaat niet goed met de aarde. Een groep mensen vertrekt vanaf de aarde met een ruimteschip naar de planeet Kobaïa. Daar aangekomen slagen ze erin om na ettelijke jaren en veel geduld een nieuwe maatschappij vorm te geven. Die is gebaseerd op een harmonieus samengaan met de omgeving, gedrenkt in spiritualiteit en gestoeld op een zeer hoogwaardige technologie. Op een dag raakt in de ruimte nabij Kobaïa een vreemd ruimteschip in moeilijkheden. De Kobaïanen bieden hun hulp aan. Dan blijkt dat de reizigers ook van de aarde komen. De reizigers vertellen over de teloorgang van de maatschappij op aarde als gevolg van een reeks verschillende rampen die de aarde getroffen heeft. Tegelijkertijd kijken hun ogen uit om te zien welke ontwikkeling er op Kobaïa heeft plaatsgevonden. Ze vragen of de Kobaïanen niet met hen terug willen keren naar de aarde om de mensen met hun kennis en filosofie te helpen om de aarde weer op te bouwen. Na flink aandringen is een klein groepje Kobaïanen bereid mee te gaan.
In het tweede hoofdstuk, het tweede album, arriveren de reizigers en Kobaïanen op aarde. De mensen luisteren vol interesse naar wat de Kobaïanen te vertellen hebben, hun technologie, hun filosofie en spirituele verlichting. Als ze dit echter ook aan de heersende autoriteiten willen vertellen worden ze gevangen genomen en wordt hun ruimteschip in beslag genomen. Het lukt hun echter een bericht naar Kobaïa te sturen. Onmiddellijk wordt er actie ondernomen om de Kobaïanen te bevrijden. Een nieuwe groep Kobaïanen landt op aarde en eist de vrijlating van de gevangen, zo niet, dan zullen ze de aarde vernietigen. Het is geen loos dreigement, want ze beschikken over machtige wapens. De dreiging is voldoende. Alle Kobaïanen vertrekken naar huis en laten de aarde voor wat het is.
Dat niet iedereen hun bezoek vergeten is blijkt in hoofdstuk drie, het derde album. Ene Nebehr Gudahtt bouwt verder aan de ideeën die hij heeft opgedaan in zijn contact met de mensen van Kobaïa. Hij vertelt eenieder dat de enige redding van de mens is zich over te geven aan de goddelijkheid van het opperwezen, Kreuhn Kohrman. Door geloof en loutering kan het onheil worden afgewend. Gudahtt weet een flinke hoeveelheid volgers aan zich te binden en samen beginnen ze de ‘Hemelse Mars’. De periode die loopt van het bezoek van de Kobaïanen tot aan de Hemelse Mars wordt ‘Theusz Hamtaahk’ genoemd; ‘de tijd van haat’. De mars roept natuurlijk een reactie op en een grote groep mensen trekt samen in een mars tegen Gudahtt. In de laatste groep gaan steeds meer mensen nadenken over hun bestaan en besluiten over te stappen naar de groep van Gudahtt.

Zo ver zo goed. Een letterlijk fantastisch, maar niet eens een heel bijzonder, verhaal. Er zijn genoeg parallellen met onze eigen aarde. Maar na het derde hoofdstuk, annex album, loopt het verhaal vast. Het verhaal van ‘Theusz Hamtaahk’ blijkt het derde deel in een cyclus te zijn. De eerste twee komen alleen via omwegen in de verhaallijn. Het tweede deel komt terecht op een soloalbum van Vander. Het is de soundtrack van een film van Yvan Lagrange: ‘Tristan et Yseult’. Vreemd genoeg wordt dit album later een Magma-album met als titel ‘Wurdah Itah (dode aarde)’. Het eerste deel is nooit op een studioalbum gezet, maar wel live uitgevoerd en in die hoedanigheid uitgebracht op het album ‘Retrospektiw I-IV’.

Met het volgende hoofdstuk, vierde album, wordt het verhaal een stuk ondoorzichtiger. Het wordt verteld als het eerste deel van de tweede cyclus van Theusz Hamtaahk, het is het verhaal van Ementeht-Re. Een nieuw persoon duikt op: Kohntarkosz. Deze ontdekt een oud Egyptisch graf. Het is het graf van Ementeht-Re, een spirituele iemand die streefde naar onsterfelijkheid, maar echter vermoord werd. Bij benentreden van het oude graf krijgt Kohntarkosz een visioen van de gedachten van Ementeht-Re. Ook hier loopt het verhaal weer vast, want een tweede verhaal uit deze cyclus is nooit op een studioalbum gezet. We komen delen ervan op ‘Magma Live’ en ‘Üdü Ẁüdü’ tegen. Het volgende album ‘Attahk’ lijkt weinig meer met het hele verhaal te maken te hebben. Na ‘Attahk’ gaat Vander ook over op het zingen in het Engels en Frans en niet meer exclusief zijn eigen, verzonnen taal het Kobaïaans. Taal, in zijn algemeenheid, raakt in Magma’s muziek meer ondergeschikt en bestaat vaak alleen nog uit gezongen klanken.
Op Magma’s laatste album, ‘Merci’ wordt nog wel iets in het Kobaïaans gezongen, maar het verhaal wordt helemaal losgelaten en beschouwd als iets uit het verleden. Vander begon een nieuwe groep, Offering’ en dook dieper de door Coltrane-geïnspireerde jazz in.

Tot zover het verhaal, terug naar bands en albums. Na de eerste tournee met de band hierboven verandert er nogal wat. Zabuski wordt vervangen door Klaus Blasquiz (1950- /zang). De band wordt uitgebreid met Amerikaan Eddie Rabin (?/piano), Jacques ‘Jacky’ Vidal (1949- /contrabas) en Claude Engel (1948- /gitaar). Rabin werd al vrij snel weer vervangen door François Cahen (1944-2011/keyboards). De originele bassist, Thibault, wordt producer. Zijn plek op basgitaar, wordt opgevuld door Francis Moze (1946- /basgitaar). Vander trekt meteen een aantal blazers aan: Teddy Lasry (197- /saxen, klarinet), Richard Raux (1945- /saxen, fluit) en Alian ‘Paco’ Charlery (?/trompet). Met deze bezetting werd het eerste album, meteen maar een dubbel-lp, opgenomen: ‘Magma’ (1970). De voorkant van het album heeft een tekening die ik niet meteen kan plaatsen in het verhaal. Of zijn het de klauwen van (de Duitse?) adelaar in de mensheid? Hoe dan ook is het een weinig sympathieke voorkant. Op de achterzijde zien we voor het eerst het heraldieke Magma-logo. In de binnenzijde van de klaphoes staat een korte uitleg, bandleden en een bandtekening in zwart en geel. Die doet me een beetje denken aan het stripboek ‘Het Gele Teken’ van Edgar. P. Jacobs in zijn reeks ‘Blake and Mortimer'.

De muziek klinkt behoorlijk jazzy, gaat soms richting jazzrock en wordt veelal aangevuld met koorzang in Kobaïaans. De invloed van Coltrane is duidelijk te horen. Het album klinkt echt als een wat experimenteler album uit deze periode. Progrock? Toen niet, inmiddels wel. Met het eerste album had Magma een goed visitekaartje afgegeven. De goede luisteraars horen in ‘Müh’ nog een stukje Plastic People (Mothers of Invention) of moet ik zeggen ‘Louie Louie’ (Kingsmen)? Ondanks al het muzikaal gebodene en het fantasyverhaal wist het publiek het nog niet met Magma.

Enkele bandleden wisten het ook (nog) niet. Engel, Raux en Charlery verlieten de band. Hongaar Yochk’o ‘Jeff’ Seffer (1939- /saxen, klarinet, fluit) en Louis Toesca (?/trompet) werden de nieuwe leden.
Begin april 1971 werden de opnames gemaakt voor het tweede album. Later in hetzelfde jaar kwam inderdaad album nummer twee, simpelweg ‘Magma 2’ genoemd uit. Dit keer stond het logo luid en duidelijk op de voorkant. Maar er gebeurde iets vreemds. In Duitsland werd het album uitgebracht als ‘1.001° Centigrades’ (1971) met een heel andere hoes. De Duitse variant kwam vervolgens ook in Frankrijk op de muziekmarkt. Het leidde tot enige verwarring. Bij de eerste cd-versie van het album (1988) werd de eerste hoes in ere hersteld, maar kreeg het album een dubbele titel mee: ‘Magma 2 - 1.001° Centigrades’. Seventh Records, die vanaf dat moment voor deze – en alle volgende - Magma release zorgde wijzigde de opzet niet meer.
Het tweede album gaat door op de weg die ingeslagen is met het eerste. Behoorlijk jazzy muziek. De mechanische, staccato en daardoor hakkerige ‘Zeuhl’-sound is soms al te horen, maar de jazz overheerst. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat Magma in 1971 op het podium staat tijdens het gerenommeerde Montreux Jazz Festival.

Na het tweede album breekt een behoorlijk verwarrende tijd aan. Vander, Engel, Moze, Cahen, Klaus Blasquiz, Ledissez, Lasry, Seffer, bijna heel Magma maakt onder de naam Univeria Zekt een album: ‘The Unnamables’ (1972). Het is het enige album van deze band en is nog iets jazzier dan wat we tot nu hoorden van Magma. Lasry, Cahen en Vander zorgden voor de composities. Gastzangers op het album zijn Zabu, een zanger die in de beginperiode kort met Magma optrad en Lionel Ledisszes van de band Ergo Sum. De achterzijde van de hoes van de plaat toont het Weliswaar het Magma-logo, maar dit album is nooit in de reeks Magma-albums opgenomen. Het Franse Musea en het Japanse Arcàngelo brachten dit album uit op cd. De onbekendheid van de band deed dit het project geen goed, er werden slechts zo’n vijftienhonderd albums verkocht.

Vander wist inmiddels precies wat hij wilde met zijn Zeuhl-sound, maar daar was niet iedereen blij mee. Gevolg was dat Seffer en Cahen de band verlieten om een eigen groep te beginnen, Moze vertrok naar… Gong.

Vander had dus (weer) een nieuwe band nodig. De ‘nieuwe’ Magma bestaat uit: Jannick ‘Jannik’ Top (1947- /basgitaar), Claude Olmos (1946- / gitaar), René Garber (1946 -2015/saxen) en uit België: Jean-Luc Manderlier (?/keyboards). In deze versie van Magma horen we voor het eerst Vander’s vrouw, Stelle Vander-Zeicer (1950- /zang). Daarnaast zijn er, naast Vander, nog twee oudgedienden: Blasquiz en Lasry. Dit gezelschap maakt het derde album: ‘Mëkanïk Dëstruktïẁ Kömmandöh’ (1973). Dat ging niet zonder slag of stoot. Philips/Vertigo weigerde de eerste versie van het album uit te brengen. Vander moest een en ander flink aanpassen om het album überhaupt (met umlaut) uitgebracht te krijgen. Daarna werd het album goedgekeurd en uitgebracht.
Net als de voorganger kreeg dit album het Magma-logo op de voorzijde mee. Op de binnenkant van de (lp-)klaphoes stonden de songteksten en een deel van het verhaal, overeenkomend met het derde deel van het verhaal van Theusz Hamtaahk.. De authentiek opnamen werden in 1989 onder de naam ‘Mëkanïk Kömmandöh’ uitgebracht door Seventh Records. Dat album is wat ruiger, heeft geen blazers en de drums staan nogal prominent in het geluidsbeeld. Vander’s introductie staat hier wel op, maar is wijselijk weggelaten bij de volgende edities. He is iets teveel in het duister.

Op ‘Mëkanïk Dëstruktïẁ Kömmandöh’ komt het Zeuhl-geluid helemaal tot bloei. Het is een dwingend geluid, opgevoerd slagwerk met massief koorwerk; een beetje opera-achtig, maar dan wel van een andere planeet. Voor de koorzang werden tijdelijk extra mensen ingezet: Muriel Streisfeld, Evelyne Razymovski, Michel Saulnier en Doris Reinhardt. Vele jaren later wordt dit album gezien als hét signatuur Magma-album. Rolling Stone, maar dan de Franse tak, zette het album op de drie-en-dertigste plek in de Top100 van beste Franse rockalbums. Op nummer één stond toen Alain Bashung met ‘Osez joséphine’ (uweetwel). De grote Amerikaanse broer zette het in 2015 op de vierentwintigste plek in de Top50 van ‘Greatest Prog Rock Albums of All Time’. Op één stond toen ‘Dark Side of the Moon’ van Pink Floyd. Het succes bezorgde de band een plek op het Newport Jazzfestival. Maar de jazz had dan al voor het grootste deel plaatsgemaakt voor Zeuhl.

In 1974 maakte Vander een soloalbum. Het was muziek voor Yvan Lagrange’s film ‘Tristan et Iseult’ naar de bekende Middeleeuwse legende. Het verhaal van Tristan en Isolde speelt zich af of in Ierland of in Perzië, daar zijn de geleerden nog niet helemaal uit, maar deze versie speelt zich, gezien de titels af op Kobaïa. Slechts één nummer wordt alleen in het Frans genoemd: ‘C'est La Vie Qui Les a Menés Là!’. In de band spelen beroemdheden als: Wargenuhr Reugehlem^ësteh (bas), Zébëhn Straïn Dë Geustaah (keyboards, drums, zang), Tauhd Zaïa (zang) en Klötsz Zaspïaahk (percussie, zang). Als we een en ander opzoeken in het Kobaïaans-Nederlands woordenboek ontdekken we dat we hier te maken hebben met achtereenvolgens: Jannick Top, Christian Vander, Stella Vander en Klaus Blasquiz. Magma, kortom. Nog later blijkt dit soloalbum een ‘gewoon’ Magma-album te zijn, passend in het Grote Verhaal. Het is dan ook niet heel raar dat het later uitgebracht wordt áls een Magma-album, maar dan wel onder een andere naam: ‘Ẁurdah Ïtah’ (1989) en natuurlijk andere verpakking. Het moet niet te gemakkelijk worden toch?

Dat geldt meteen ook voor het volgende album van Magma: ‘Köhntarkösz’ (1974). Het was het eerste geluidsteken binnen de zogenaamde ‘Köhntarkösz-cyclus’, maar wordt inmiddels gezien als het tweede deel uit die verhalenreeks. In een van de titels herkennen we de naam Coltrane: ‘Coltrane Sündïa’, wat zoveel betekent als ‘Ode aan Coltrane’. Natuurlijk is de bezetting anders dan het vorige album. Top, Vander, Blasquiz en Stelle Vander zijn wederom present. Nieuw is Brian Godding (1945- /gitaar). Godding is Engels en bekend van bands als Centipede, Blossom Toes en Mike Westbrook. De andere, nieuwe leden zijn Gérard Bikialo (?/keyboards) en Michel Graillier (1946-2003/keyboards). Graillier is een echte jazzpianist en bekend van de band van Jean-Luc Ponty en zijn samenwerking met Chet Baker. Je voelt al op je nuchtere, Hollandse klompen aan dat die laatste geen blijver is.

Na dit in kringen succesvolle album gaat Magma anderhalf jaar lang op tournee in eigen land. Maar daarvoor waren er nogal wat wisselingen in bezetting. Graillier en Bikialo namen afscheid en werden vervangen door Jean-Pol Asseline (?/keyboards) en Benot Widemann (1957- /keyboards). Top werd vervangen door Bernard Paganotti (1950- /basgitaar), Olmos werd vervangen door Gabriel Federow (?/gitaar). Toegevoegd werd Didier Lockwood (1956-2018/viool).

De concerten, tussen 1 en 5 juni 1975 in Le Taverne de l ‘Olympia, Parijs werden opgenomen en uitgebracht als ‘Live/Hhaï’ (1975). Het Kobaïaans blijkt wat aardse trekjes t hebben. ‘Hai’ is Hebreeuws en betekent ‘levend/live’. Het is Magma’s eerste live-album. Er was nog een ‘dingetje’ met de titels. Om contractuele redenen mochten die niet zó gebruikt worden, maar moesten aangepast. Vreemd als het om je eigen werk gaat. Echter, dit live-album werd niet meer uitgebracht door Philips/ Vertigo, maar door Utopia. De eerste twee titels, ‘Köhntark’ zijn eigenlijk ‘Köhntarkösz’. Het achterliggende verhaal wordt hierop doorgetrokken. ‘Hhaï’ is een onderdeel van de cyclus rondom ‘Ëmëhntëht-Rê’. ‘Kobah’ kennen we als ‘Kobaïa’. ‘Lïhns (La Pluie)’ is helemaal nieuw en niet verschenen op een studioalbum. Dat was wel nog de bedoeling, maar is er tot vandaag de dag niet van gekomen. Het album doet het goed en wordt nu beschouwd als het album dat hielp Magma door te breken tot een groter publiek. Maar misschien was die vreselijk lange tournee door het hele land daar ook debet aan?

Ondanks de tournee is er tijd om een nieuw studioalbum op te nemen: ‘Üdü Ẁüdü’ (1975). Er was blijkbaar haast bij het uitbrengen, want de eerste versie van het album heeft een wat simpele hoes. Blasquiz was nog niet klaar met de echte hoes. Die kwam bij de volgende reeks, later in hetzelfde jaar, waardoor er opnieuw verwarring ontstaat.
‘Üdü Ẁüdü’ vertelt een deel van uit de verhalencyclus rondom ‘Ëmëhntëht-Rê’. Nieuw verhaal, nieuwe band. Het is tenslotte een goede Magma-gewoonte. Naast Blasquiz, Vander, Stella, Paganotti en Graillier treffen we nu in de band aan: Lisa (zang), Lucille Cullaz (zang) en Catherine Szpira (zang). Jannick Top is terug en zorgt zelfs voor een aantal composities. Dat duurde niet lang, want door heftige meningsverschillen met Vander stapte Top al snel weer op. Enkele composities nam hij opnieuw en bewerkt op voor zijn eerste soloalbum ‘Soleil d’Ork’ (2001). Over de ruzie tussen Top en Vander verscheen een heel boek; het was niet zomaar wat. De soms dubieuze meningen over de geschiedenis en het bejegenen van anderen van Vander spelen daarbij een grote rol.
Nieuwe gezichten zijn Alain Hatot (?/sax, fluit) en Pierre Dutour (1931- /trompet). Deze samenstelling duurde niet lang, al vrij snel vertrokken Paganotti en Gauthier om hun eigen band te beginnen: Weidorje. Weidorje maakte dan wel weer Zeuhl. Dat was niet alles, in 1977 moest Magma afscheid nemen van Federow. Hij werd vervangen door Jean DeAntoni 91946-2015/gitaar). Paganotti werd vervangen door Guy Delacroix (1948- /basgitaar). Helemaal nieuw is een tweede drummer: Clement Bailly (?/drums).

Rondom al dat gerommel werd in 1977 een soort verzamelalbum uitgebracht: ‘Inédits’. Het album bestaat uit oud - en nieuw werk dat op de verschillende momenten nog geen binding heeft met het verhaal. Delen ervan zouden later (2004) opduiken in een nieuw album, maar dan hebben we het over een heel andere setting. ‘Inédits’ is blijkbaar opgenomen op een goedkoop cassettedeck, want heel goed klinkt het allemaal niet. Het oudste stuk op het album komt uit 1972, het jongste uit 1975. Je ziet dat terug in de bezetting, er is een waslijst aan musici toegevoegd.

‘Inédits’ is tevens een opvullertje voor het jaar dat Magma tijdelijk opgeheven is. In 1977 is er nogal wat veranderd. Natuurlijk de bezetting, maar dat is bijna evident, maar vooral in de aanpak. Heeft Vander een ander licht gezien? ‘Attahk’ (1978) klinkt heel anders dan alle voorgaande Magma-albums. Er is soul, funk, R&B, pop én de titels zijn in het Engels. Zelfs de hoes is anders. Is dit nog wel Magma? Ja, er zijn toch nog wel wat sporen te vinden naar het Kobaïaans en fragmenten in het verhaal rondom ‘Ëmëhntëht-Rê’. Tegelijkertijd lijkt het dat dat Grote Verhaal is losgelaten. in de band dit keer: Vander, Blasquiz, Stella, Garber, Widemann en Delacroix. Nieuw zijn Lisa Bois (zang), Tony Russo (?/trompet) en Jacques Bolognesi (1947- /trombone). De laatste twee allebei jazzmusici.

En dan wordt het stil. In 1980 treedt Magma drie achtereenvolgende avonden op in het Parijs L ’Olympia om het tienjarig bestaan te vieren. Op het podium staat een flinke groep musici, waaronder een aantal oudgedienden. Nee, Top was er niet. Natuurlijk vonden er opnames plaats. Het resultaat is te horen op twee albums uit 1981: ‘Retrospektïẁ (Parts I+II)’ en ‘Retrospektïẁ (Part III)’. Het was een mooi feestje. Iedereen blij. Het oplaaiende succes bezorgde de band een reeks concerten in Bobino. Die werden opgenomen, gefilmd en uitgebracht als Concert Bobino, maar dat gebeurde pas in 1995.

Op de achtergrond speelde al andere zaken. In 1984 verscheen nog één album, gepast getiteld: ‘Merci’. Daarna kwam het bericht dat de band opgeheven was. Vander had er genoeg van en begon andere bands: Offering en Christian Vander Trio.

‘Merci’ heeft als bijzonderheid twee namen op de voorzijde van de hoes, zowel die van Vander als Magma. Het is een duidelijk samengesteld album met een hele horde musici, enkele uit de voorlaatste Magma-band, maar ook nieuwe en veel gasten. Het is een aardig album, maar heeft niet die heftigheid die we kennen van het oude Magma. De Kobaïaanse Era was duidelijk/tijdelijk voorbij.

Achteraf kreeg Vander/Magma de eer die ze wellicht eerder verdiend hadden. Veel musici die in Magma gespeeld hadden waren bekend geworden, hetzij met soloalbums, hetzij in andere bands. Enkele bands namen Zuehl over als muzieksoort. Er kwam ook lof uit onverwachte hoek. Zo bleek Sex Pistols-zanger Johnny Rotten een grote fan van de band en de muziek invloed op diens band. De Britse Wereldkampioen Snooker, Steve Davis, bleek net zo’n enorme fan en kon het niet laten die band onder het gehoor van zijn publiek te brengen. In 2017 maakte Laurent Goldstein een documentaire over de band: ‘To Life, Death And Beyond – The Music Of Magma’. Magma staat in het licht van nu gezien als een band met een eigen stijl, een eigen verhaal. Dat kom je nu niet heel veel meer tegen. Het is ook durven en gaan voor iets dat je bezielt. Die bezieling kwam van Coltrane. Vander: "it is still Coltrane who actually gives me the real material to work on, to be able to move on". Dat daaruit een heel andere wereld kwam is mooi, maar het bleek niet gemakkelijk. Zelfs Vander raakte meer en meer het spoor kwijt en besloot uiteindelijk terug te keren naar de kern.

Na de periode 1970-1984 zou nog menig Magma-album volgen. Vooral veel live-werk. Vander pakte de band en her en der delen zijn verhaal weer op .Het laatste album van de recente editie stamt uit 2019: ‘Zëss (Le Jour du Néant)’. Magma is dan vooral een band rondom Christian en Stella met een keur een musici. Ze voeren oud en nieuw werk uit.
In 2008 bracht Seventh Records ‘Studio Zünd’ uit een 10+2 cd box. De opvallend, gesplitste verdeling is te herleiden tot de originele negen studioalbums, aangevuld met een tiende: 'K.A (Köhntarkösz Anteria)' uit 2004. Blijkbaar het toenmalige sluitstuk. De andere twee cd’s bestaan uit archiefmateriaal, opgenomen tussen 1970 en 1983: ‘Archiw I & II’. Mooier uitgevoerd is de bolvormige, 12-cd’s tellende ‘Köhnzert Zünd’. Daarin vind je alle live-albums uit de periode 1975-2000, aangevuld met twee cd’s met opnames gemaakt tussen 2009 en 2011 en een bijzonder concert uit 2009 in de Alhambra, Parijs. Beide sets bieden een mooi, maar ook prijzig, retrospectief, of moet ik zeggen “Retrospektïẁ”?

Het maakt in ieder geval duidelijk dat de kracht van de band stamde uit de beginperiode, de periode van de eerste negen albums. Daarop hoor je nog echt de bezieling, de uitbarstingen, voel je bijna de hete magma. Maar het is tegelijkertijd tijd een band waar je gaandeweg vraagtekens bij plaatst. Niet in het minst door verhalen rondom Vander met een al dan niet controversieel geflirt met het Nazi-Duitsland van weleer en diens mening over de mensheid. Dat geeft de band, lees Vander, toch wel een vreemd bijsmaakje. Moet je er dan niet naar luisteren? Misschien juist wel, maar wel je hoofd erbij houden dan. De band Magma heeft in de aanvangsperiode prachtige muziek met een fantasierijk verhaal afgeleverd en daarmee ons een heuse Kobaïaanse-space-opera in Zeuhl-stijl bezorgd. Laten we het daar voorlopig maar even bij houden.