logo van The Lemontree
kate bush

Slechts een begeleidster...

omschrijving afbeelding

“Artiesten zouden niet beroemd moeten zijn”, is een uitspraak van Kate Bush. Diezelfde Kate nam als zestienjarige, onder begeleiding van Pink Floyd’s gitarist David Gilmour, een aantal demo’s op. Die waren goed genoeg voor een platencontract.

Kate Bush, ‘Girl from the Evy’, weet heel goed wat ze wil met haar muziek, ze werkte met talloze bekende musici, waaronder Gilmour, Prince, Peter Gabriel en Elton John.

Bij Kate Bush komt het woord ‘eerste’ vaak voor: ze was de eerste vrouw in de popmuziek die alle tracks schreef voor haar eerste album; het was de eerste vrouw die in Engeland op nummer één kwam met een zelfgeschreven lied en de eerste vrouw die met een mobiele microfoon werkte en daarbij ook nog eens zelf danste en zong. En er is meer…

Kate Bush is meteen ook een grote afwezige, ze deed in haar carrière maar één tournee en gaf als uitzondering een aantal concerten op één locatie. Bush meed de pers en nam ruim de tijd voor haar albums en haar zoon. Het grootste ‘gat’ tussen twee albums bedroeg twaalf jaar! Tijd voor een verhaal over de vrouw en haar eigenzinnige muziek.




Catherine ‘Kate’ Bush (1958- /zang, keyboards, dans) komt uit een muzikale familie. Vader Robert, huisarts, speelde piano, haar moeder, Hannah, verpleegster, danste traditioneel, Ierse dansen. De kunst zat in de genen, broer Paddy bouwde muziekinstrumenten en broer John maakte gedichten en fotografeerde. De familie Bush woonde in een boerderij in East Wickham. In dit artistieke klimaat begon Bush zo rond haar elfde de piano te spelen. In de schuur stond een orgel en ook dat had haar interesse, net als de viool. Voor die laatste volgde ze lessen. Van het een komt het ander, dus al vrij snel schreef Bush eigen werk. Weer een stapje verder begon ze er bij te zingen en schreef haar eigen songs. Tijdens haar middelbare schoolperiode nam ze tientallen muziekstukken op. De familie zag wel iets in de artistieke aspiraties van hun dochter en zus en stuurde een tape met songs naar platenmaatschappijen. Die zagen er echter niets in. Via een vriend van de familie, ene Ricky Hopper, komt de tape in handen van David Gilmour. Gilmour is, als gitarist van Pink Floyd, niet de geringste in muziekland. En juist hij hoort wél wat in het werk van de tiener. Bush is dan een jaar of zestien. Gilmour vindt dat Bush een kans moet krijgen en regelt een opname in een goede studio. Gilmour zet Andrew Powell aan het werk om er iets van te maken. Geen zorgen, Gilmour betaalt alles. De aanpak helpt. Bush krijgt een contract bij EMI Records en haar eerste twee albums worden uiteindelijk geproduceerd door Powell. Technicus daarbij is ook al geen onbekende, namelijk Geoff Emerick. Onbekend? Hij was de technicus bij The Beatles.

Nu had Bush wel een contract, maar EMI zat wel een beetje met haar in de maag. Piepjong, verkeerde muziek in het huidige muzikale klimaat… De norm was ‘progressief’ met een flinke dosis visualisaties. “Komt dat meisje met liedjes…”. Ze zullen het wel niet zo gezegd hebben, maar feit is dat het even duurde voordat EMI aan het werk ging met het contract van Bush. Ze hadden nog niet door dat Bush uitstekend in dat klimaat paste, alleen wel later…
Ondertussen had Bush al wel een behoorlijk voorschot ontvangen. Het geld gebruikte ze voor danslessen bij niemand minder dan Lindsay Kemp, de danslerares van David Bowie en mime-trainingen bij Adam Darius (danser, choreograaf). Ondertussen ging ze gewoon door met het afmaken, met succes, van haar middelbare school en het schrijven van songs. In 1977 begint ze een band, de KT Bush Band. Naast haar bestaat die uit de complete band ‘Tame’. Tame bestaat uit Brian Bath (1952- /gitaar), Del Palmer (1952- / bas) en Vic King (?drums).

In 1977, twee jaar nadat het contract is ingegaan, begint Bush eindelijk met haar eerste album. Ze heeft er wel een idee over: “Every female you see at a piano is either Lynsey de Paul or Carole King. And most male music – not all of it but the good stuff – really lays it on you. It really puts you against the wall and that's what I like to do. I'd like my music to intrude. Not many females succeed with that."
EMI vindt dat Bush voor dat binnendringen beter kan werken met door de wol geverfde sessiemuzikanten dan haar eigen band. Ze stemt toe, maar krijgt er al snel spijt van. Ondertussen is de KT Bush Band al uit elkaar gevallen; King zag een en ander niet zo zitten en stapte op. Hij de enige die niet op het eerste album van Bush te horen is, zowel Palmer als Bath zouden later teruggevraagd worden. Overigens zou Bath met King in 2016 de KT Bush Band opnieuw leven in blazen, dat dan weer wel.
Op Bush’s eerste album, ‘The Kick Inside’ (1978) horen we naast Palmer en Bath, broer Paddy (1952- /harmonica, mandoline) en een flinke ‘band’ aan muzikanten: Andrew Powell (keyboards, basgitaar); Duncan Mackay (keyboards/bekend van Cockney Rebel en 10CC); Ian Bairnson (gitaar/bekend van Alan Parsons); David Paton (bas/ bekend van Alan Parsons); Stuart Elliot (drums/ bekend van Cockney Rebel); Alan Skidmore (tenorsax/bekend van Ronnie Scott, Soft Machine, etc.); Alan Parker (gitaar/bekend van Blue Mink, Serge Gainsbourg, David Bowie, Donovan, etc.); Bruce Lynch (bas/bekend van Cat Stevens, Chris Rea); Morris Pert (percussie/bekend van Brand X) en Paul Keogh (gitaar) en Barry de Souza (drums). David Katz zorgde voor de arrangementen en David Gilmour, hemzelf, produceerde twee tracks; ‘The Saxophone Song’ en ‘The Man with the Child in his Eyes’. Ik noem al die musici maar, om aan te geven welke kwaliteit hier speelt afgezet tegen het feit dat dit het eerste album is van een negentienjarig, nieuw talent. De planeten stonden blijkbaar in een goede constellatie, want in feite lag hier de basis voor: succes! Niet alleen de uitvoering, de songs deden het uiteindelijk. Sommige van die songs had Bush geschreven als dertienjarige!

EMi wilde graag het wat ‘wildere’ stuk ‘James and the Cold Gun’ op single uitbrengen, maar Bush zag dat niet zitten, het moest ‘Wuthering Heights/Kite’ (1978) worden vond zij. En dat werd het met enige vertraging ook. De single lag in 1977 al klaar, maar Bush was het niet eens met de foto op de verpakking. Bush kon behoorlijk eigenzinnig en vasthoudend zijn. Goede eigenschappen in muziekland. De jonge deern zette iedereen bij EMI te kijk, haar keus werd een regelrechte nummer één hit. Het album volgde in het kielzog: In Engeland op 3, In Nederland op de eerste plek. Maar ook in België, Portugal, Oostenrijk, Finland, Frankrijk en Nieuw Zeeland (!) deed kwam het album in de Top5. Uiteindelijk werd het bekroond met Platina in Oostenrijk, Canada, Nieuw Zeeland, Engeland en ons eigen land. Voorwaar geen slecht begin. Zou het komen door Bush’s nogal, specifieke, hoge stem? Waren het de composities, een mix van rock, pop, klassiek, folk, jazz en zelfs reggae? Was het de opvallende dansclip bij het lied? De verhalen die teruggrepen naar Emily Bronte? Of was het gewoon weer eens iets heel anders, nieuws en daarom aantrekkelijk? Eigenlijk kom je daar nooit achter. Degene met de oren open had wel meteen door dat ‘The Kick Inside’ meer was dan een oppervlakkig album en bovendien een hoge, constante kwaliteit had.

Hoe dan ook, dit succes betekende nogal wat. Kate Bush werd de eerste Engelse vrouw in de Engelse geschiedenis die met een zelf geschreven nummer op de eerste plek van de singlehitlijst terecht kwam. Daar bleef het niet bij. Bush was ook de eerste vrouw met een miljoenen verkopend debuutalbum waar op alle songs daar haarzelf geschreven waren. Uniek in de pophistorie! Je zou er rode wangen van krijgen.
In Amerika liep het allemaal niet zo met het album. Volgens de deskundigen daar lag het aan de presentatie. EMI zette daarop in met een oude truc: de presentatie van een aantrekkelijke vrouw, Bush, in een nauwsluitend tricot met aandacht op haar borsten. Succes gegarandeerd toch? Bush zelf zag dat echter heel anders: "People weren't even generally aware that I wrote my own songs or played the piano. The media just promoted me as a female body. It's like I've had to prove that I'm an artist in a female body." (citaat NME, 1982).

Een tweede single, ‘The Man with the Child in his Eyes/Moving’ haalde de zesde plek in Engelse Top10. Deze single kwam wel in de USA Billboard Hot100 (85e plek). Bush reisde af naar Amerika en trad op in het daar populaire programma Saturday Night Live. Leuk, maar het bracht haar niet meer succes.

EMI drong nu aan op een snel vervolg, dan konden zij cashen immers. Zo werkt dat. Bush begon in hoog tempo aan ‘Lionheart’ (1978) Dit keer dit ze productie samen met Andrew Powell. Over het algemeen was de bezetting gelijk aan die van het eerste album. Nieuw gezichten zijn Francis Monkman (klavecimbel/bekend van Curved Air) en Richard Harvey (blokfluiten/bekend van Gryphon). De eerste single ‘Hammer Horror/Coffee Homeground’ (1976) was niet zo’n succes en kwam niet verder dan een 44e plek in de singlelijst. De opvolger ‘Wow (Nee, niet die van onze Supersister)/Fullhouse’ (1979) deed het beter met een veertiende plek. Het nummer lijkt een enigszins erotische ondertoon te hebben, maar, zo schrijft Bush in het fanclubblad: “Wow' is about the music business. Not just rock music but show business in general. It was sparked off when I sat down to try to write a Pink Floyd song – something spacey."
‘Lionheart’, het album, kwam in Engeland ook ‘slechts’ tot een zesde plek, dit tot teleurstelling van Bush. Achteraf gaf ze aan dat het een haastklus geweest was en er te weinig tijd in het album was gestoken. In ons land kwam het album tot een vijfde plek, samen met Nieuw Zeeland, de hoogste positie. Uiteindelijk werd ‘Lionheart’ alsnog bekroond met platina in Engeland, Oostenrijk en Canada. In Nederland en Nieuw Zeeland werd het ondanks het aanvankelijk succes ‘maar’ een gouden album. Omdat er weinig succes was geboekt met het eerste album werd ‘Lionheart’ in Amerika in aanvang niet uitgebracht. Dat gebeurde pas in 1984 toen er meer succes voor Bush was.

Na het album volgde, op aandringen van EMI, een zes weken lange tournee: ‘The Tour of Life’. Een kort verslag daarvan was te horen op de EP ‘On Stage’ (1979). Op de EP vier live-tracks, opgenomen op 13 mei 1979 in Hammersmith Odeon: ‘Them Heavy People’; ‘Don't Push Your Foot On The Heartbrake’; ‘James And The Cold Gun’ en ‘L'Amour Looks Something Like You’. De eerste versie was, voor een EP, best luxe met twee normale singles in een klaphoes. De single kwam tot de tiende plek in de Engelse hitlijst De foto’s lieten zien dat Bush oog had voor presentatie en costumering. Volgens kenners gebruikte Bush zeventien kostuums tijdens haar optredens. Haar show was er een van ballet, dans, theater, mime met uitgekiende belichting en decors. Omdat Bush door dans, mime en theater behoorlijk in beweging was hadden enkele technici met hulp van een metalen klerenhanger een draadloze headset gemaakt. De eerste op deze manier. Er waren wel eens pogingen in het verleden gedaan, maar op dit niveau werken was nieuw en veel complexer. Overigens was de single Bush’s eerste eigen productie. Net als bij haar live-shows nam ze touwtjes strakker in handen. Ze had inmiddels haar eigen publiciteitsbedrijf opgezet, KBM, Kate Bush Music, net als haar eigen management: Novercia. In die laatste participeerden zijzelf en haar directe familie.
De tournee was geen fijne. Heel hard werken en een van de mensen in de crew overleed na een val.

Twee jaar na ‘Lionheart’ kwam het derde album uit: ‘Never for Ever’ (1980). In ieder geval het album, Bush’s favoriete, met de mooiste hoes, getekend door Nick Price. De tekening verklaart de titel in die zin dat alle goede en slechte dingen, dieren, monsters, uit jezelf komen. Misschien hielp de hoes, want het album kwam op de eerste plek in de UK albumlijst. Daarmee is Bus de eerste vrouw in de topregionen van die lijst en zeker de eerste vrouw met een nummer één plek, tenminste met een album bestaande uit eigen songs en een uniek album, geen compilatie- album. We hebben het over 1980! Dat zegt toch wel iets over het mannelijk gehalte in die lijst. Slechts twee vrouwen gingen haar voor: Barbra Streisand en Connie Francis, maar allebei met verzamelalbums, dus die tellen eigenlijk niet.
Misschien kwam het succes mede door een van de drie hitsingles van het album: ‘Breathing/The Empty Bullring’ (1980); ‘Army Dreamers/ Delius/Passing Through Air’ (1980) en ‘Babooshka/Ran Tan Waltz’(1980). Respectievelijk, 16e; 16e en 5e. ‘Babooshka’ kwam in Nederland tot een 15e plek, terwijl ‘Army Dreamers’ tot een vierde kwam en ‘Breathing bleef hangen op een 44e plek. ‘Never for Ever’ werd geproduceerd door Bush zelf, in samenwerking met Jon Kelly. Voor de diverse tracks vroeg Bush meer dan twintig musici. Sommige kende ze al van vorige albums. Broer Paddy was er in ieder geval weer bij.
Bush: “If there is a main theme to Never For Ever it’s about human communication and it’s difficulties.” Bush had alle songs thuis geschreven op piano, maar inmiddels was ze ook in de wereld van synthesizers, drummachines en samplers gedoken. Ze speelde die zelf en kleurde haar muziek net zo kleurrijk als de voorzijde van de hoes. De weg naar die helse apparatuur liep via Peter Gabriel. Die had Bush gevraagd om iets ter zingen voor zijn derde album. Bush ontdekte in de studio nieuwe apparatuur als de Fairlight CMI (de sample machine), drumcomputers en de Yamaha CS-80, een polyfone synthesizer. Dat wilde zij ook! In vergelijking met de vorige twee albums klinkt dit album dan ook veel voller, rijper. Opvallend is de afwezigheid van de song met de naam van het album. Maar, eerlijk gezegd, is dat niet een bepaald opvallend of nieuw gegeven. Het album was er trouwens bijna niet gekomen. Bush: “When I heard Pink Floyd’s ‘The Wall’ I thought there’s no point in writing songs anymore because they had said it all. When something really gets you, hits your creative centre, it stops you creating… After a couple of weeks I realised they hadn’t done everything.” (citaat Prog 114).

Bush ging niet op tournee, maar deed wel promotiewerk voor het album, zo verscheen ze in Londen, Frankrijk, Duitsland en enkele andere landen. Ze hield sessies waarbij fans het album konden laten signeren. Soms leidde dat tot lange rijen in het straatbeeld.
Bush werd gekozen tot ‘Best female artist of 1980’. Ze nam dat zelf met een korrel/pak zout: "Artists shouldn't be made famous. They have this huge aura of almost god-like quality about them, just because their craft makes a lot of money. And at the same time it is a forced importance ... It is man-made so the press can feed off it."
Eind 1980 bracht Bush zomaar een kerstsingle uit: ‘December Will Be Magic Again/Warm and Soothing’ (1980). Zomaar is in dit kader niet helemaal waar, eigenlijk was de single al bedoeld voor kerst ’79, maar bleef toen in de sok hangen… Wel weer mooi is dat het sfeervolle hoesje ook gedaan is door Nick Price.

Eenmaal aan het experimenteren geslagen blijkt dat het geweldig is om te werken met samples en synthesizers. Twee jaar na ‘Never For Ever’ kunnen wij dat horen op ‘The Dreaming’ (1982). Het album wordt gezien als Bush’s meest experimentele. Een kleine illustratie? Het album staat in de “Top50 Eccentric Albums of All Time”. Desondanks kwam het nog tot een derde plek in de UK albumlijst. Voordat het album af was bracht Bush al een track van het te volgen album uit op singel ‘Sat in Your Lap/Lord of the Reddy River’ (1981) uit. De single kwam tot een vijfde plek in de singlelijst (UK). De achterkant van het singlehoesje liet een zwaan zien, getekend door – opnieuw – Nick Price.
Misschien door het vele experimenteren kwam Bush in eerste instantie niet echt tot een coherent geheel. Ze verklaarde dat ze een “writers block” had. Ze werkte nu alleen, maar vroeg wel verschillende technici haar te helpen. Eind 1981 stopte ze even helemaal met het album, om begin 1982 weer te beginnen. Eind 1982 kwam eerste een single, ‘The Dreaming/Dreamtime (instrumental version)’ (1982) uit, meteen gevolgd door het album. De single bleef hangen op een 48ste plek, het album schoot omhoog naar de derde. Bush zag er de humor wel van in: "The main thing I heard was 'uncommercial'... the label that the press, the record company put on it. "But for an uncommercial record to go straight in at No.3 in the charts seems ironic to me." (citaat: radio-uitzending BBC1). Op het album, volgens Bush een “i’ve gone mad album” (citaat Q-magazine), werkte opnieuw een hele rij musici mee, Naast de al van vorig albums ‘bekenden’, nieuwe – opvallende – mensen als Eberhard Weber (bas/bekend van zijn eigen groep Colours- zie elders op de LemonTree), David Gilmour (zang) en Geoff Downes (Fairlight/bekend van Buggles, Yes, Asia).
Een snel succes in 1982 betekent niet een blijvend succes. Achteraf blijkt ‘The Dreaming’ het minst verkochte album van Bush, met alleen in Engeland een ‘slechts’ zilveren ‘status’. In ons land kwam het album op een vijfde plek, in Frankrijk tot een achtste en dan heb je de hoogste plekken wel gehad.
Er volgden nog twee singles na het album: ‘There Goed a Tenner/Ne T’Enfuis Pas’ (1982) en ‘Suspended in Gaffa/Dreamtime (instrumental)’ (1982), maar daarmee werd het niets.

Drie jaar later ‘sloeg Bush terug’ met ‘Hounds of Love’ (1985). Het word gezien als haar meest succesvolle album met daarop een van haar grootste hits: ‘Running Up That Hill(A Deal with God)/Under the Ivy’ (1985/3e positie). Op die laatste presenteert Bush zich als een soort Robin Hood’, op het album als een soort verleidelijke sprookjesprinses, met honden. De ervaring met meerdere technici, opgedaan in de experimentele fase, was goed bevallen en wordt hier herhaald. Minder goed bevallen was het werken in verschillende studio’s. Daarom had ze in haar huis een eigen studio laten bouwen. Daarmee had ze alles opnieuw in eigen hand, zelfs de tijd…
Helemaal vrij van vooruitgang is het album niet, de ‘oude’ lp-kant B, genaamd ‘The Ninth Wave’ is één lang werkstuk. Kant A kreeg als subtitel ‘Hounds of Love’ mee, maar bestond uit losse tracks, de meeste daarvan ook uitgebracht op single: ‘Cloudbursting/Burning Bridge’ (1985); ‘Hounds of Love/The Handsome Cabin Boy’ (1985) en ‘The Big Sky(special single mix)/Not This Time’ (1986). Lp-kant twee, ‘The Ninth Wave’, had een naam die ontleend was aan die van het gedicht van Alfred Lord Tennyson ‘Idylls of the King’. Met de koning wordt bedoeld King Arthur, die van de graal-legende. Het sprak Bush aan, vandaar ook die Robin Hood uitdossing op de single natuurlijk. Bush’s verhaal gaat over een vrouw (zij zelf misschien wel) die ’s nachts ronddobbert in zee. Een beeldspraak wellicht voor haar zoektocht naar haar muziek en de richting die ze op wil? Met dit stuk laat Bush horen heel goed te passen in de ‘progressieve stroming’ waar EMI eerder mee worstelde. Maar nu was de tijdgeest gekanteld en was ‘prog’ niet heel erg populair meer. Met die Bush wist je het eigenlijk nooit. Maar goed ook.
Geen tournee, wel ‘promotionele activiteiten’. De première vindt plaats in het ‘London Planetarium’. Bush kwam zelf in gezelschap van Del Palmer. Palmer had op al haar albums meegewerkt en bleek al enige tijd Bush’s liefje/man te zijn.
‘Hounds of Love’ kwam opnieuw op de eerste plek in de UK albumlijst, net als in Nederland overigens. In Duitsland kwam het op een tweede plek, Zwitserland (3e), Australië (6e), Canada (7e) en Zweden en Frankrijk (9e). In Amerika belandde het op de 30e plek en in Japan op een 36e. Het album werd platina in Canada en Duitsland, goud in Nederland en Frankrijk en maar liefst twee keer platina in Engeland (meer dan een miljoen verkocht). Bush kreeg later de ‘Britt Award’(1987) voor “Best Female Solo Artist”. In 1997 bracht EMI ‘Hounds of Love’ uit op cd met maar liefst zes bonustracks.

Het was niet Bush’s enige succes in 1985. Ze leek wel alom aanwezig, want het duo Peter Gabriel/Kate Bush had een Top10 hit (9e) met Gabriel’s nummer ‘Don’t Give Up/In Your Eyes (special mix)’ (1986). Gabriel had in eerste instantie Dolly Parton benaderd, maar die zich het niet zo zitten. Bush wel, ze had immers al eerder samengewerkt met Gabriel. De feitelijk simpele clip, Gabriel en Bush innig verstrengeld en om de beurt zingend maakte indruk.

Platenmaatschappij EMI haastte zich het succes te vergroten/vergulden met het uitbrengen van een compilatiealbum: ‘The Whole Story’ (1986). Bush maakte van de gelegenheid gebruik haar eerste succesvolle song, ’Wuthering Heights’, wat te bewerken met nieuwe zangpartijen en en passant meteen maar een extra track toe te voegen: ‘Experiment IV’. EMI kon blij zijn, ook dit album kwam op de eerste plek in de albumlijst en werd maar liefst vier(!) keer platina. Tot op de dag van vandaag is het haar best verkochte album. ‘Experiment IV/Wuthering Heights (new vocal)’ (1986) werd op single uitgebracht, maar die bleef hangen op een 23e positie. Opvallend is dat het album nogmaals in de Album Top10 (8e) belandde in 2014. Dat is het jaar dat Bush voor het eerste sinds 1979 concerten gaf.

“The most honest, personal album”, aldus Bush zelf, is ‘The Sensual World’ (1989). Haar stramien is inmiddels duidelijk: zelf bouwen aan het album met meerdere technici en musici uitnodigen die het best bij een nummer passen vanwege hun geluid. Een beetje à la Zappa dus. Voor ‘The Sensual World’ had Bush zo’n drie jaar nodig en nodigde naast de vertrouwde musici nieuwe uit als Nigel Kennedy (viool/bekend van zijn populaire klassieke muziek vertolking), Alan Stivell (harp/bekend van zijn eigen Bretonse folk); Michael Kamen (orkest-arrangementen/o.a. bekend van Pink Floyd), Michael Nyman (arrangement/bekend van eigen werk en Brian Eno); Mick karn (fretloze bas/bekend van popgroep Japan) en daarbij komen dan nog het Balanescu Quartet (avant-garde strijkersgroep) en Trio Bulgarka (zanggroep van Bulgaarse volksliederen). David Gilmour doet dit keer mee op gitaar. Al met al een bont gezelschap van stijlen en klankkleuren. Bush’s muziek mag dan wel ‘progressief zijn, ze is geladen met wereldse elementen.
Bush beperkt zich dit keer tot ‘gewone’ songs, geen ‘suites’ of andere uitgesponnen werken. Op ‘The Sensual World’ staan tien songs op de lp, op de cd (in die periode sterk in opmars) staat één meer. De titel komt uit James Joyce werk ‘Ulysses’. Literatuur was al vanaf het begin een sterk element in haar teksten.
Het album kwam niet op de eerste plek, wel de tweede, maar verkocht ondertussen goed in zowel Engeland als Amerika (43e). In Engeland kreeg Bush er platina voor, in Amerika goud (500.000). Het is tot nu daar haar meest succesvolle album. Ook in Canada en Frankrijk werd het een gouden album. Nederland deed het wat zuinigjes met een zestiende plek als hoogste notering. Na Engeland was Noorwegen met een 7e plek het land waar het album het meest succesvol was, gevolg door Duitsland (10); Zwitserland (11), Canada en Italië (14), Zweden (17) en Japan (18).
De diverse singles van dit album vielen nauwelijks op en kwamen niet eens in een hitlijst voor. Dat was de andere kant van het sensuele verhaal.

In 1990 brengt EMI een 8cd-box uit, ‘This Woman’s Work’ met daarin alle tot dan toe uitgebracht albums van Bush en twee aanvullende cd’s met daarop de ‘restjes’, zoals single-B-kantjes. Bush liet bij het verschijnen een nogal cryptische omschrijving van haarzelf als artiest horen: "I don't think of myself as a musician. As a writer, I suppose. I only ever play the piano to accompany myself singing. I could never sit and read a piece of music. At best, I'm an accompanist. I suppose the worst thing is frustration at your own ability. Not being able to do what you want to do."
Omdat ze geen muzikant is brengt ze maar een cover van Elton John’s nummer ‘Rocket Man/Candle in the Wind’ (1991) uit. De single komt tot een twaalfde plek in de singlelijst, maar in Australië zelfs tot de tweede.

In 1993 dansen de rode schoentjes: ‘The Red Shoes’ (1993). De titel komt van een sprookje van Hans Christian Anderson, maar voor Bush van de film van Michael Powell uit 1948 naar aanleiding van datzelfde sprookje. Een populair thema, want ook David Bowie, “put on your red shoes and dance” wist het te vinden. ‘The Red Shoes’ klinkt een stuk directer dan de voorgangers en dat had alles te maken met het feit dat Bush live wilde gaan spelen. De vorige albums uitvoeren kon door de opbouw en gelaagdheid nauwelijks, maar daar had ze nu rekening mee gehouden. Natuurlijk waren er mensen die die finesses misten, maar het gros vond het een prachtig album. Het kwam dan ook op de tweede plek in de UK-albumlijst en werd platina. Het werd ook Bush’s best verkochte album in de USA, 28e plek. De diverse singles van dit album deden het aardig, maar hadden niet het succes van weleer.
Er duiken nogal wat zwaargewichten op, niet letterlijk, op dit album: Gary Brooker (Hammond orgel/bekend van Procol Harum); Eric Clapton (gitaar), Jeff Beck (gitaar) en op ‘Why Should I Love You’ niemand minder dan Prince hemzelf (keyboards, gitaar, basgitaar, zang arrangement). Speciaal ter promotie liet Bush een korte film maken: ‘The Line, the Cross and the Curve’. De film was goed voor een Grammy-nominatie, maar ontving die uiteindelijk niet. Bush kreeg wel weer de Brit Award voor “Best British Female Artist’ (1995).
Maar die beste Engelse, vrouwelijke artieste bleek achteraf zelf niet zo heel tevreden met het album, te digitaal. Later corrigeerde ze dat op haar album ‘The Director’s Cut (2011). En die tournee? Het zou de tweede in haar carrière worden. Die kwam niet! Rondom het album gebeurde er van alles in haar leven. Haar relatie met Palmer liep stuk, haar moeder, Hannah, overleed, net als een van de gitaristen met wie ze veel samengewerkt had, Alan Murphy. In een verklaring liet Bush weten dat het een moeilijke tijd was en dat ze veel geleerd had én, dat haar volgende album heel anders zou worden.

Maar op dat volgende album moesten we wel twaalf (!) jaar wachten. Dat klinkt veel, maar als je de lijst 'List of longest gaps between studio albums' bekijkt zie je op de eerste plek die van The Sonics met een wachttijd van 48 jaar! Het is een boeiende lijst met heel wat bekende namen. Bush trok zich terug, zoals ze later zei, om er te zijn voor haar zoon, Bertie. Bush bleek inmiddels (1992) getrouwd met Dan McIntosh. Dat was dus nog voor ‘The Red Shoes’. In de media, die weer, circuleerde al die tijd allerlei berichten, geruchten, roddels, maar aan Bush’s kant bleef stil. In 2002 was ze even te horen bij een uitvoering van ’Comfortably Numb’, de track van Pink Floyd’s album ‘The Wall’ (1979), met die waanzinnige gitaarsolo van David Gilmour. Bush over die lange periode: “It's very frustrating the albums take as long as they do ... I wish there weren't such big gaps between them. I think it's important that things are flawed ... That's what makes a piece of art interesting sometimes – the bit that's wrong or the mistake you've made that's led onto an idea you wouldn't have had otherwise." (citaat: interview BBC4).

Dan, toch nog onverwacht, komt in 2005 ‘Aerial’ uit, Bush’s achtste album, haar eerste ‘dubbele’. Met op de hoes een grafische ‘uitslag’ van de zang van een vogel, afgezet tegen een zonsonder- of opgang duiken we nog voor we iets gehoord hebben de natuur al in. ‘Aerial’ grijpt eigenlijk terug op de periode voor ‘The Red Shoes’. ‘Aerial’ is niet digitaal opgenomen, Bush had een hekel aan het zakelijke geluid en heeft net als ‘Hounds of Love’ één disc/kant met één lang nummer. Op cd1, genaamd ‘A Sea of Honey’, staan zeven songs, waaronder een paar met opvallende titels: ‘Bertie’ (haar zoon), ’How To Be Invisible’ (de afgelopen twaalf jaar?) en ‘Joanni’, een song over Joan of Arc, bij ons bekend als Jeanne d’Arc. Cd2 heet ‘A Sky of Honey’ en duurt zo’n 48 minuten. Met een ‘prelude’ en een ‘proloog’ doet het bijna aan als een klassiek werkstuk. Het gaat hier om het verhaal van een zomerdag, beginnend met de zang van vogels in de ochtend en loopt tot de volgende dag de zon weer opkomt. De dag staat in het teken van het bezoek aan een kunstschilder, een verliefd stelletje dat na zonsondergang in zee zwemt. Tussendoor horen we allemaal vogelgeluiden al dan niet van samples. Een prachtig werkstuk, dat mij doet denken aan twee vergelijkbare. Eén van Pink Floyd: ‘The Man and his Journey’ (1969) en die van het album van Virginia Astley: ‘From Gardens Where We Feel Secure’ (1983). Maar dit is Bush en natuurlijk is dit heel anders.
Net zoals eerder wordt Bush bijgestaan door een hele reeks musici. Opvallende namen in die lijst dit keer: Lol Creme (achtergrondzang/bekend van 10CC) en Peter Erskine (drums/bekend van Weather Report) en het feit dat ex-man, Del Palmer, meedoet. Soms kan dat ‘gewoon’.
‘Aerial’ maakte de hoge verwachtingen helemaal waar en kwam tot een derde plek in de UK albumlijst om vervolgens, met 300.000 verkochte exemplaren platina te worden. Platina ook in Canada, in Finland, Frankrijk, Duitsland, Ierland en Polen: goud. Nederland ontbreekt in dit rijtje, ook al kwam het album hier tot een zevende plek. De hoogste positie, wereldwijd, werd bereikt in Finland: tweede.
Er kwam slechts één single uit: ‘King of the Mountain/Sexual Healing’ (2005). Het werd een grote hit, nummer vier in de UK; haar eerste Top10-hit in twintig jaar. De single werd 3e in Finland, 4e in Schotland, 5e in Canada. In Nederland ‘slechts’ dertiende. Dat B-kantje is trouwens een opvallende, het is het werk van Marvin Gaye (1982).
In 2010 werd de lange track van cd2 tot één lang werk, zonder pauze’s, gesmeed: ‘An Endless Sky of Honey’. Bij de re-release kwam die versie er als bonus bij. In 2018 werd dat weer teruggedraaid, maar werden de teksten die eerder gesproken werden door Rolf Harris vervangen door die van Albert McIntosh. En als je je afvraagt wie dat wel mag zijn is het antwoord: haar zoon Bertie.

Dit keer duurde de stilte minder lang, maar toch. In 2007 maakte Bush een song, ‘Lyra’ voor de film ‘The Golden Compass’. Die werd maar meteen genomineerd voor de ‘meest originele filmsong’. In 2011 horen we weer iets van Bush, de ‘nieuwe’ cd ‘Director’s Cut’ (2011). De titel van het album is nieuw, de elf stukken erop in zekere zin niet. Het zijn bewerkingen van songs van ‘The Sensual World’ en van ‘The Red Shoes’. Bush heeft als een ware Zappa alle tracks flink onderhanden genomen, nieuwe zangpartijen, nieuwe drums (Steve Gadd), nieuwe arrangementen, ander toonsoort, analoog in plaats van digitaal. Dat laatste met die die van ‘The Red Shoes’. Bush vond het een nieuw album en wie zijn wij om dat tegen te spreken? Het was het eerste album op Bush’s eigen label: ‘Fish People’. Nog iets meer de zaak in eigen hand dus.
Het album werd maar liefst tweede in Engeland (Noorwegen idem) en in eigen land werden we ook weer wakker: zesde!

Zes maanden later kwam er alweer een nieuw album, maar nu echt nieuw: ’50 Words for Snow’ (2011). Het album kwam zes jaar na ‘Aerial’. Ondanks het koude onderwerp een warm, tikkeltje jazzy album. Geen suite, maar ook geen songs met een korte tijdsduur. Bush had duidelijk wat te vertellen. De titel komt van het idee dat Inuits maar liefst vijftig woorden hebben voor sneeuw. Helemaal niet waar, maar het idee is daarmee niet uit de koude lucht. Zoon Bertie/Albert zingt op het album. Zijn stemmetje is dat van een sneeuwvlok die rust wil brengen in een hectische wereld.
Opvallend is het geringe aantal mensen die dit keer meespelen: manlief op gitaar (alle tracks op één na), ex-manlief op basgitaar (1 track), Danny Thompson (contrabas/1 track); John Giblin (basgitaar/3 tracks), Steve Gadd (drums/6 van de 7 tracks). Daarnaast horen we enkele zingende gasten als Elton John, acteur Stephen Fry en Andy Fairweather-Low (bekend van Amon Corner/Roger Waters/Eric Clapton).
Rolling Stone (het blad) omschreef het album als: “Sublime ... she sounds utterly at home defining her own world. It's an amazing place.” Maar er was ook kritiek of onbegrip. Het was een duidelijk ander album dan wat men verwachte. Ze hadden het kunnen weten, want Bush zei in 1979 al: “Change is a very important thing. On any level I do want to change, not only as a person, but as a musician. En met elk album had ze inderdaad iets anders gedaan.
’50 Words of Snow’ deed het minder goed dan de vorige albums, in Engeland een korte, vijfde plek, in Ierland (3e), Finland (8e) en een opmerkelijke zevende plek in de nu bestaande US Independent Albums-lijst. In de reguliere Billboardlijst kwam het album tot een 83 plek. In Nederland net in de Top10. Geen platina, en weinig goud. Alleen in Engeland blonk het metaal. Daar werd Bush ook weer genomineerd voor de Britt Award. Maar dit keer ging die naar een nieuw zangtalent: Adele.

Als gerenommeerd artieste werd Kate Bush gevraagd voor de slotceremonie van de Olympische Spelen (2012), maar daar had zij niet zo’n behoefte aan. Desondanks kon het publiek wel een oud nummer van haar, ‘Running Up That Hill’, tijdens die ceremonie horen. In 2013, mensen houden van getallen immers, was Bush de eerste vrouw met albums in de Top5 in elk van de vijf afgelopen decennia.
In maart 2014 gebeurde er iets heel bijzonders en onverwachts, Bush kondigde een reeks live-concerten aan! Geen tournee, maar een reeks van twee-en-twintig concerten )!) in de Hammersmith-Apollo in Londen. Binnen een kwartier waren alle concerten uitverkocht.
De shows werden unaniem positief beoordeeld. Het was natuurlijk een spektakel, De lat van Bush ligt hoog immers. In het boekje bij de later uitgebrachte cd’s schrijft ze: “ It was an extraordinary experience putting the show together. It was a huge amount of work, a lot of fun and an enormous privilege to work with such an incredibly talented team. I never expected the overwhelming response of the audiences, every night filling the show with life and excitement.”
Misschien nog het meest bijzondere aan de show was het geringe aantal musici op het podium. Met de kennis van Bush’s muziek en de vele, vele laagjes en bouwstenen zou je verwachten dat er wel twintig mensen op het podium zouden moeten staan, maar het zijn er, naast Bush, slechts zeven. Dat zijn dan wel zonder uitzondering topmusici met een ruime podiumervaring: Jon Carin (keyboards, gitaar/bekend van Pink Floyd/David Gilmour/The Who); David Rhodes (gitaren/bekend van Peter Gabriel); John Giblin (bas/bekend van o.a. Brand X, Peter Gabriel. David Sylvian, Duncan Browne, Paul McCartnet/enz.); Mino Cenelu (percussie, bekend van o.a. Weather Report); Omar Hakim (drums/bekend van Weather Report/Sting/David Bowie/enz.); Friðrik Karlsson (gitaar/bekend van Mezzoforte) en Kevin McAlea (keyboards/bekend van David Gilmour/Barcley James Harvest en de Engelse tekst van Nena’s ’99 Luftballons’: ’99 Red Balloons’).
Zangers, sprekers zijn Bush’s vader, John Carder, zoon Albert/Bertie, man Albert en verder Kevin Doyle, Jo Servi, Bob Harris en Jacqui DuBois. Bush zelf houdt zich alleen bezig met zang en piano én vooropgenomen/voorgeprogrammeerde synthesizers. Dat laatste helpt natuurlijk bij het reduceren van de menigte op het podium.

De hele show werd uitgebracht als ‘Before the Dawn’ (2016). Drie cd’s met een verslag van alle shows. Je hoort songs uit haar hele œvre, maar ook de twee lange werken: ‘Ninth Wave suite’ en ‘A Sky of Honey’, juist die stukken waarvan Bush zei dat ze eigenlijk niet live gespeeld konden worden. Dat heeft alles te maken met de voortschrijdende techniek enerzijds en topmusici anderzijds. Voor de opmerkzame luisteraar is er een ‘bonustrack’ op de eerste cd te horen: ‘Never Be Mine’. Die werd niet gespeeld tijdens de twee-en-twintig concerten, maar wel voordat de deuren opengingen. Het idee was er een film bij te maken.
‘Before the Dawn’ werd redelijk onthaald met in Engeland een 4e plek (goud); Ierland (6e), Nieuw Zeeland (2e); Schotland (5e); US Alternative Albums (5e) en in ons land elfde.
De bijbehorende officiële single, ‘And Dream of Sleep’ (2016) kwam niet in een lijst voor.
Er gebeurde wel wat anders: Bush’s oudere werk werd met alle belangstelling over de show opnieuw gekocht. Die verkopen zorgden ervoor dat ze met maar liefst acht albums tegelijk in de UK Top40 Albumlijst stond. Bijna een unicum, want de enige voor haar die dat voor elkaar hadden gekregen waren Elvis Presley en The Beatles. Daarmee werd ze wel weer de eerste vrouw in die ‘lijst’.

De mensen die toen al die albums kochten hadden beter even kunnen wachten, want in 2018 kwam Bush met twee boxen van al haar werk, ‘Remasters I’ en ‘Remasters II’. Uitgebracht op haar eigen label. Alle albums, niet albumtracks, B-kantjes, los werk, kwam op ‘The Other Sides’, een album dat, fijn voor de fans, ook separaat werd uitgebracht (2019). Die vonden vast ook fijn dat daarop een heel nieuwe track stond: ‘Humming’; een werk uit 1975. Opmerkelijk was dat de bijdrage van Rolf Harris verwijderd was. Harris was inmiddels veroordeeld vanwege seksueel geweld. Zijn deel werd vervangen door dat van Bertie Bush.
De ‘Remasters’-boxen zijn twee prachtige verzamelboxen met idem vormgeving. Je bent in een keer klaar met Bush’s hele werk. Jammer alleen dat er geen lezenswaardig boekje bij zit of extra foto’s. Iets…

Na de boxen werd het weer stil. Onduidelijk is, maar dat was dus al vaker, of we nog iets van Kate Bush te horen gaan krijgen. Afwachten maar. Bush heeft laten zien heel wat meer in haar mars/onder haar jurk te hebben dan platenmaatschappijen aanvankelijk van een zestienjarig meisje dachten. Als je je oren maar openstelt, zo liet David Gilmour zien, kunnen er wonderen gebeuren. Een grote portie eigenzinnigheid en tot in details alles zelf strak in de hand houden helpt ook. Tevens blijkt dat een lange pauze eigenlijk weinig of niets uitmaakt. Met een basis van dans, literatuur, communicatie én vakvrouwschap blijkt de wereld aan je rode dansschoenen te kunnen liggen. En dat voor iemand die van zichzelf zegt dat ze geen artiest is, maar op haar best slechts een ‘begeleidster’. Maar wat voor één!